Mahangu Plan you next vacation together with friend and manage travel documents. Create a free travelblog and upload photos and videos. Sum up your travel hightlights in a film. Simplicity that impresses, absolute privacy control and no upload limits.

Trip Amerika Amerika 06/13/2017 - 02/15/2018   North - Central - Sur. Pieter Vancaillie (BE) Judith Mahieu (BE)
Argentina Bolivia Brazil Canada ... and 10 more

Amerika

Follow

North - Central - Sur.

Means of Transport
Bus / Truck Car Foot Motorbike Plane Train
  • 14Jun 2017

    1 Anchorage 06/14/2017 USA —

    Anchorage, USA

    Description

    Wat vooraf gaat. Judith zegt haar job op. Ik kan onbetaald verlof nemen. We zeggen de huur op van het godshuisje in centrum Brugge en verkopen de zetel. We mogen de rest van onze kleine inboedel stockeren in m'n oude kamer en op de zolders van onze ouders. We sluiten een reisverzekering af, laten ons vaccineren en halen medicatie. Judith schaft een goeie kodak en tablet aan.
    Ik spendeer m'n vrije tijd met het opzoeken van leuke wandelingen en plaatsen om te bezoeken en scroll uren op Craigslist op zoek naar een goed voertuig in Anchorage. Een weekje voor vertrek nodigen we onze familie uit en nemen we afscheid.

    Dit is een reisdagboek van:

    3 maanden in Noord-Amerika.
    1 maand in Midden-Amerika.
    4 maanden in Zuid-Amerika.


    13/06: Ik ben wakker om 6:30 uur. Broer komt een knuffel geven. Ik vraag om af en toe een mail te sturen. Ik ben zenuwachtig en vergeet de broodjes die ik al gemaakt had voor onderweg. We halen zus op onderweg. Judith, haar ouders en Esther staan te wachten aan de Kiss & Ride. Iedereen komt mee naar het perron. We geven iedereen een knuffel. Ik laat een traantje bij mama. We versteken kleren in elkaars rugzakken in de trein moest er één niet mee zijn met de vluchten. We gaan vlot door alles in Zaventem. We nemen een mini vliegtuigje van Lufthansa naar Frankfurt. 2x2 rijen. Het is maar een uur vliegen, korter dan dat we op de trein gezeten hebben. Er is veel turbulentie bij het landen. Ik roep “hou hem recht he”. In Frankfurt snel naar B1, dat is de algemene wachtzaal van de B vleugel. We moeten terug en door de paspoortcontrole om aan de juiste gate te geraken. We checken in. Ze vragen of we een vlucht uit de U.S.A. hebben, gelukkig hebben we dat al geboekt, anders konden we niet vertrekken. De Boeing 767 is te laat geland en defect. 2 uur vertraging. Het is een breder vliegtuig van Condor. 2x3x2 stoelen. We zitten naast elkaar in de middengang. We krijgen gratis films ter compensatie. We kijken naar Manchester By The Sea en Batman vs Superman met ondertitels. Weinig beenruimte. Ik verleg me eens naar een vrije plaats naast een raam en slaap twee uur. Ze brengen twee keer eten, een beetje van alles. We vliegen over Denemarken, Noorwegen, Groenland en noordelijke zee. De top van Mount Denali kunnen we zien een uur voor het landen. Wow! Gigantisch! De paspoortcontrole duurt een tijdje. Er worden een paar vragen gesteld. We moeten vingerafdrukken en een foto laten nemen. Er staat een opgezette ijsbeer in de inkom hall. We wandelen een stukje tot de bushalte. Op een bankje zegt Judith “Ik ben beu gereisd” haha. We stappen af op het kruispunt van Spenard en 36 Avenue. We wandelen tot Eureka Street, dan linksaf en rechtsaf. Daar ligt het hostel. Schoenen uit. Een zwarte medemens aan de receptie is praatgraag. Hij werkte vroeger op schepen van het leger. Hij begint al meteen over politiek. Er is een Walmart dichtbij maar we zijn te moe. We zullen morgen gaan. We vallen als een blok in slaap na 24 uur wakker te zijn.

    14/06: Een mevrouw in de kamer naast ons hoest luid. We kunnen niet doorslapen. We douchen en gaan naar de Walmart om ontbijt. We nemen geen SIMkaart, is belachelijk duur. Om 10 uur komt ene Darin waarmee we gemaild hebben via Craigslist. Ik probeer nog een andere persoon te bellen die twee auto's heeft op de website maar hij neemt niet op. Darin daagt gelukkig wel op met een sjieke, kleine, groene SUV GMC Jimmy. Ik pas perfect in de koffer als de achterbank plat ligt. Hij begint alles uit te leggen. Ik zie geen rode lichtjes op het dashboard: goed! Er is veel anders. De pook om in R(everse), D(rive) en P(ark) te gaan rechts zit schuin onder het stuur, een ander handremsysteem en automatic dus geen ontkoppeling. Ik moet rem en gas bedienen met enkel m'n rechtervoet. M'n linkervoet mag rusten. Ik laat hem eerst een stukje rijden en rij dan zelf tot de Walmart. We leggen hem en z'n vriend uit dat we 4 bankkaarten hebben om geld af te halen. De ATM geeft enkel 20 dollar briefjes. We hebben er meer dan 80 afgehaald en dan zijn de kaarten op. We proberen om via de kassa aan meer geld te geraken maar dat lukt niet. We gaan dan naar de balie van de Wells Fargo bank. Het lukt om de laatste 300 dollar te krijgen. We tellen alles na in de auto: 2500 dollar. Check! Fieuw we hebben nog nooit zoveel geld op zak gehad. We rijden naar de DMV. Darin is er nog nooit geweest. Hij en z’n vriend zijn van Juneau. Daar is alles veel kleiner. Hij moet het onderste van de titel aan de receptie geven. Ik moet een extra formulier invullen. De vriend van Darin moet werken om 13 uur in de Walmart dus voert Darin hem eerst. Judith gaat mee. Het duurt een tijdje vooraleer ze terug zijn. Ik moet 15 dollar betalen om een nieuwe titel te laten maken. Judith heeft het geld bij. Ik moet dus wachten en een nieuw nummer trekken. Fuck het duurt lang voor ze terug zijn… Mijn nieuw nummer komt ook aan de beurt. Ik leg de situatie uit en Judith en Darin zijn daar plots. Oef! De DMV doet moeilijk over het adres: dat moet in Alaska zijn. Ik geef het adres van het hostel en ze doen er niet moeilijk over. Darin toont erna op de parking de motor onder de kap. Waar de olie en sproeivloeistof bijgevuld moeten worden en waar de batterij zit… Hij rijdt naar waar hij moet zijn en we nemen afscheid. We gaan naar Justin Goodman van State Farm, een verzekeringsmaatschappij. Bryan helpt ons in zijn kantoortje aan een autoverzekering. Hij werkt er nog maar twee weken. Het is niet zo duur. Yes, alles is geregeld. Judith rijdt ook nog eens met de auto aan het hostel. We eten eitjes met toast en bacon. Alles loopt gesmeerd!! Slaapwel!

    15/06: Ik bel met mama en lig wakker. Het lukt niet om te slapen. Jetlag of is het niet donker genoeg? We nemen een douche en gaan ontbijten. Alles uit de frigo moet op! De honingboter steekt tegen. Een oudere Duitse meneer vraagt in de keuken of we een universele adapter hebben. Ik ga om de adapter die Judith van haar baas gekregen had. Hij vertelt dat het z’n 13e keer is in Alaska. Hij houdt van flyfishing, Angelen auf Deutsch. Z’n familie komt volgende week en hij knapt z’n RV op voor ze komen. Hij moet vandaag ook naar de DMV en State Farm. Wat een toeval. Zijn RV staat ook op het adres van het hostel haha! Het is leuk om Duits te spreken. Hij zegt dat ik geen accent heb. Hij zal wel gewoon vriendelijk willen zijn. We leggen onze spullen achteraan in de auto en we vertrekken. We rijden richting het zuiden. We komen op de Highway. Plots steekt er een moose de straat over!! Whoa wat een beest. Gigantisch! Op z’n dode gemak stapt hij over de vangrail. De bordjes liegen hier niet. We rijden langs de zee-inham Knikarm Inlet, een fantastische fjord. We stoppen aan Beluga Point. Er zijn geen walvissen te zien. We rijden verder tot de Bird Ridge Trailhead. We moeten 5 dollar betalen om er te parkeren. Het is een systeem met een enveloppe die in een bus moet en een afgescheurd stuk dat op ons dashboard komt. We vertrekken met redelijk veel water en we roepen om elke hoek “Hey bear, ho bear”. We gaan door het bos en zijn een beetje bang. Onze conditie is niet zo goed. Het stijgen gaat moeilijk. Na twee uur worden we beloond met een prachtig zicht op het schiereiland Kenai Peninsula. We gaan nog even verder tot we ook de achterliggende bergen van Chuchag State Forest zien. We kruisen vriendelijke, plaatselijke lopers. We dalen terug. We zien een schuw Ptarmigan vogeltje. Op de parking beslissen we om terug te rijden in de richting waar we van kwamen. De Duitser van het hostel had nog verteld over een rivier die uitkwam naast het dorp Cooper Landing. Er zou zalm tegen stroming zwemmen om terug te keren naar hun paringsgebied. Dit is nog twee uur rijden op het schiereiland. We moeten dan nog terug. Dit is te ver. We rijden een laatste keer door Anchorage en richting Eagle river. Ik vul tank bij na binnen te vragen hoe de pomp precies werkt. In de Walmart in Eagle River halen we twee kussentjes en een licht matrasje voor in de auto dat eigenlijk een topper is om op een matras te leggen. We rijden door en slaan af richting Eklutna Lake. Het is opnieuw een kleiner baantje. Op de parking moeten we betalen. Het is hetzelfde systeem als aan de Bird Ridge Trail. We hebben niet genoeg cash. We wandelen naar het meer en nemen een foto. Geen Twin Peaks Trail. We rijden terug. Ik ben enorm moe. We stoppen op een stuk weg nadat we een moose dichtbij links gezien hebben. Hij liep de helling naast de weg af door lang gras. Ik verfris me in een riviertje en slaap een uurtje. Judith zou graag nog doorgaan. We vertrekken weer. In Wasillla halen we wat te eten in de Fred Meyer. De winkel lijkt een beetje op de Walmart maar ze hebben nog meer. De yoghurt smaakt. Judith rijdt ook een stuk. De banen zijn hier echt breed en chauffeurs houden afstand.

    Comments

  • 17Jun 2017

    2 Denali National Park 06/17/2017 USA —

    Willow, USA

    Description

    We stoppen aan een verwaarloosde stop. De WC’s zijn vuil! Het uitkijkpunt van de Chulitna River is overgroeit met struiken. Ik vind er wel een oude BBQ. Ik verzamel droog gras en probeer de magnesiumstick. Het lukt om vuur te maken met behulp van deodorant. We warmen water en maken noodles. De sausjes zijn pikant! We eten er mais bij die in een soort pap zit. Het is wennen maar nog lekker. Volgens een plakkaat start hier een trail, de East-West Express Trail. We trekken ons terug in de auto. We zijn alleen op de stop. Judith mept nog 5 muggen, ik 3. De topper ligt niet zo goed. Hard.

    16/06: Ik slaap een beetje. Judith bijna niet. We rijden verder richting het noorden. We stoppen aan Denali Viewpoint South. De grootste berg van Noord-Amerika zit in de mist. We hebben wel mooi zicht op de lange keten. We passeren Byers Lake dat een belletje doet rinkelen. Het maakt deel uit van de Kesugi Ridge Trail. We stoppen aan Ermine Hill Trailhead. We vertrekken met het idee om enkel de Ermine Hill te beklimmen maar ik wil eigenlijk kamperen en een groter stuk van de trail doen. Judith zit ermee in omdat we geen slaapzakken hebben. Na een discussie keren we terug. We nemen de dikste pulls, extra sokken, muts, sjaal en een stuk van de matrastopper mee. We gaan voor de tweede 2e keer door bos langs een meertje. We stijgen. Ik fluit af en toe op een fluitje dat ook kompas is om te laten weten aan beren dat we hier zijn! We komen boven de boomgrens en stijgen langs een meertje. We komen aan Ermine Hill. Het stelt niet veel voor. We laten de zakken achter en klimmen naar boven tot we meer zicht hebben. We zien de bergketen en het achterlandschap vol bomen. Eens terug aan de zakken is het nog 21km tot Little Coal Creek Trailhead, ons eindpunt. Het staat op een paal gekrast. We passeren een groep van 5 uit Colorado. Ze nemen een foto van ons met het Denali Massief. We komen aan een stuk waar we er volledig zicht op hebben. Het is hier zo uitgestrekt! We wandelen nog eventjes verder tot we een stroompje tegen komen. We zetten ons. Er zitten nog twee hikers aan de overkant van het stroompje te genieten van het uitzicht. We gebruiken Judith haar T-Shirt om ons beetje te verfrissen. Het doet deugd. Ik trek m'n hemd aan. We leggen stenen tegen een grote steen. Ik probeer vuur te maken. Het lukt niet goed. Ik krijg er uiteindelijk een vlam in door het zakmes op hoek van 90° te plaatsen met de magnesium stick en hard te duwen op het mes en tegelijk de stick achteruit te bewegen. Deo erop en het is gang. Een fles rivierwater staat klaar om te doven. We maken een rijstzakje klaar met rode bonen. Het smaakt enorm! Veel rook. Ik ben een beetje bang dat we iets aan het doen zijn dat niet mag. We doven het vuur meteen als het eten klaar is. Ik kuis daarna alles af in het stroompje. Geen geur van eten achterlaten! We zetten de tent op een redelijk vlak stuk met gras naast het stroompje. De piketten glijden in de losse grond. We genieten van het uitzicht uit de tent. Het regent in de verte en de wind komt van daar.

    17/06: We komen redelijk wat wakker door de wind, regen en koude. Onze voeten liggen in de rugzakken. We gebruiken alles om warm te blijven. We staan op om 5:30 uur. We bergen de tent op en vertrekken. Ow Judith vergeet haar T-Shirt die in de gietende regen lag te drogen vannacht. Hij ligt er nog dankzij een grote steen. We passeerden drie keer een mama Ptarmigan vogeltje met twee kuikentjes. Ze is niet schuw. Het begint te miezeren. We hebben jassen aan en de zeilen liggen over de rugzakken. We gaan door stukken modder, over bergkammen met steenmannetjes en langs meren waar tenten staan. Die zijn nog niet wakker. Het regent ferm. We stappen goed door. We kruisen twee man. Ze zeggen dat het nog 2-3 uur is naar het eindpunt. Ok, dan moeten we er zijn tegen de middag normaal. We moeten een veld over met grote rotsblokken. Het is moeilijk glibberen. We breken niks. We gaan langs een heuvel en moeten over een zeer snel stromend riviertje. We zoeken een plaats waar de afstand klein is en we erover kunnen springen. We dalen en zien dat het pad in struiken en bomen gaat. We zijn er waarschijnlijk bijna. We passeren een paar mensen in het bos en gaan over een boomstronk die over een snelstromend riviertje ligt. Het is even concentreren om ons evenwicht te houden! We fluiten om beren te waarschuwen. We zien er geen. We komen op de parking. We gaan naar redelijk nette wc’s. Tijd om te liften. Zo goed als iedere auto en vrachtwagen zoeft voorbij. We moeten langs een brug. We kruipen af en toe over de reling als er verkeer van beide kanten komt. Na de brug stop er een auto. Het is een mevrouw die speciaal terug gereden is voor ons. Ze legt uit dat er hier geen liftcultuur is. Mensen zijn te bang. Ze denken dat ze zullen beroofd worden. Ze toont een foto op haar gsm van een grizzly die een karkas van een kariboe eet en geeft ons een plannetje van het Denali Park. Ze heeft het bezocht met haar familie. Ik probeer zo weinig mogelijk vuil te maken. Het is niet makkelijk want bottinen en onderkant van m'n broek hangen vol modder. Ze zet ons af aan Jimmy. We bedanken haar enorm. We wisselen van kleren en rijden verder. Jimmy doet z’n werk. We komen aan het Denali Park. We gaan naar het Visitor Center. Het is ingericht als een museum. Aan de balie halen we een ‘America The Beautiful Pass’. Eentje is genoeg per gezin/auto. We rijden het park in. Spannend!! We kruisen groene en beige bussen. Ik stop aan een rivierbedding. Er zit een verlepte kariboe. We rijden verder. Ik mag maar 35 mph. We stoppen aan Mountain View en strekken kort de benen. We rijden tot aan Savage River. Verder mogen we niet met onze eigen wagen. Mensen klimmen er een heuveltje op. Er is een loop wandeling langs de rivier. We draaien aan de brug. We hebben een prachtig vergezicht op de Savage river en de omringende vallei. We rijden terug. Als we het Visitor Center gepasseerd zijn staat er een moose met twee kalfjes aan een spoorweg. Ze zijn gras aan het knabbelen. Judith parkeert de auto. We staan er even naar te kijken. Op weg naar Fairbanks stoppen we aan Stampede Road in Healy. Hier is Chris McKandles van Into The Wild de wildernis ingestapt. Het is een prachtige route naar Fairbanks. Ik ben blij dat Judith rijdt zodat ik kan genieten van het uitzicht. Ik zie plots in verte een witte berg. Denali is volledig wolkenvrij! Er staan overal bomen. Uiteindelijk komen we op een stop waar we uitkijk hebben op de machtige berg. Ook het zicht op de andere kant van de weg is prachtig. Wat een uitgestrekt landschap!! We kruisen een zeer ouderwetse truck met verroeste trailer. Ze mogen hier met alles rijden. De tuinen van de mensen zijn versierd met wrakken, zoveel als dat er bij ons soms kabouters staan.

    Comments

  • 18Jun 2017

    3 Fairbanks 06/18/2017 USA —

    Fairbanks, USA

    Description

    We rijden Fairbanks binnen en gaan in een biowinkel vragen als we ergens slaapzakken kunnen halen. We vragen of er een Sportman’s Warehouse is, een tip van de mevrouw die ons een lift gaf. We krijgen een kaartje met uitleg. Vriendelijk. Ik ben enorm moe. We gaan weg zonder iets te kopen. We komen in een winkelcentrum. Yes. We halen uitgeput eerst kip, puree en salade in de Walmart. Het is meer dan nodig! Doet zo’n deugd! We vinden uiteindelijk de Sportman's Warehouse. Het is een gigantische winkel vol materiaal om te kamperen, jagen en vissen. We kopen twee slaapzakken en een gasbrandertje. We gaan dan over en weer tussen de Walmart en de Fred Meyer om matrassen te vergelijken. We halen één, een Twin, in de Fred Meyer. We mesten de auto uit. De matras past perfect. We parkeren op de parking van de Walmart naast RV’s en trailers. Het is hier precies de gewoonte om te slapen in je voertuig. Slaapwel!

    18/06: We slapen voor de eerste keer heerlijk! 7 uur diep aan een stuk. Alaska record. De zon gaat pas onder om 12 uur en komt op om 6 uur maar het blijft eigenlijk heel de nacht schemeren. We worden wakker naast andere mensen die uit hun voertuig kruipen. De Walmart geeft ons een wc, een stevig ontbijt en wifi. Judith belt eens met haar mama en ik met Steef. We kopen eten dat niet slecht kan worden. We rijden Fairbanks buiten. Het is eigenlijk een vuile stad met veel ruimte. Ik tank nog eens. De meneer aan de kassa zegt dat er douches en een laundromat zijn in Tok, spreek je uit als "Took", een laundromat in Fairbanks en campgrounds tussenin. We passeren het gehucht North Pole. Niks te zien.

    Comments

  • 18Jun 2017

    4 Alcan Highway 06/18/2017 USA —

    Tok, USA

    Description

    We stoppen veel om uitgestrekte landschappen te bewonderen. Zo ook aan een meertje. Birch Lake. We leggen er de natte tent en kledij te drogen. Ik ga zwemmen. Het is niet te koud. Er zijn wel wat planten. Er passeert een speedboot. Ik was m'n haar met shampoo. We rijden naast Eielson Air Base. Er staan redelijk wat F35’s in een rij. Ik stop en trek een foto. Er stopt een truck. Er roept iemand “They’re gonna get ya!”. Ik zeg “I’m just a tourist” en krijg “Don't matter” terug. Haha ik trek nog een foto en we vertrekken. Een paar meter verder staan er bordjes “No photography allowed” hahah. Zet die vliegtuigen dan niet langs de snelweg. Een bordje plaatsen is toch geen oplossing? We rijden verder. 55 mph i.p.v. 65 en komen op een plaatsje Dot Lake. Vier brievenbussen, een kapel, een airstream caravan en een schooltje klein. Allemaal naast een dot van een lake! Dit gebied is zo uitgestrekt en verlaten. We rijden uren en komen pas ongeveer om het kwartier iemand tegen. Ik kom tot het besef dat het leven hier waarschijnlijk veel eenvoudiger is. Minder regels. Minder gejaagd. Maar zeker ook harder in de winter. We rijden een stuk door over heuvels langs eindeloze bossen voor we in Tok aankomen. We gaan naar een Visitor Center. Het is een propaganda ruimte van Alaska. Ieder te bezoeken gebied heeft z’n stand. Er komt een mevrouwtje op ons af. “How can I help you?” Ik vraag of we ergens een douche kunnen nemen en kledij kunnen wassen. We krijgen een foldertje van een motel. 7 dollar voor douche en 4 dollar om kledij te wassen. Zot! Ik vraag of er veel tankstations zijn op de Alcan Highway. Zeker één in Beaver Creek en Haines Junction. We zouden er niet mee moeten inzitten. We voelen aan opgezette huiden van wolf, lynx en vos. Lynx is de zachtste. We bedanken het mevrouwtje en gaan weg. Ik wil misschien een stukje naar het zuiden rijden om een glimp op te vangen van Wrangel & Saint Elias National Park. We rijden al een tijd en komen nog maar aan Tok River. Judith had niet gezwommen in het meertje. Ik vraag of ze niet wil douchen met een rest water. We kunnen proberen. We rijden voor een brug over Tok River op een pad rechts naar beneden. Er staan machines. Ze zijn bomen aan het uitdoen maar vandaag niet. Het is zondag. Ik giet water uit een groot vat en jaag muggen weg. Judith wast haar haar achter de auto. Geen voorbijgangers. We rijden terug naar Tok en gaan tanken. Kredietkaart wordt niet geaccepteerd. We gaan naar een ander tankstation waar er nog een kassa is. Judith betaalt binnen. We rijden terug naar een parkje naast het Visitor Center. Het dondert en bliksemt en begint te regenen. Ik maak spaghetti klaar onder een afdak. Er ligt per toeval een aansteker. Chance. Plots stopt een gele auto. Er stapt iemand kwaad op me af. Ik merk het niet want ik zit gebukt. Bezig met het eten. Het is een native. Hij heeft zich vergist. Hij dacht dat ik de persoon was die z’n vriend in mekaar geslagen had. Hij vroeg sigaretten en zat duidelijk aan de drank. Ik heb nooit echt schrik. Judith wel. We eten spaghetti en babbelen wat. Hij spreekt zeer onduidelijk. Z’n nonkel komt aangewandeld en zet zich erbij. We bedanken voor de kennismaking en vertrekken. Het stortregent. Ik zie plots een moose uit de boomlijn rechts lopen. Een tegenligger had hem bijna te laat gezien. Het beest passeert vlak voor z’n truck. Het komt er met de schrik vanaf. We hebben nu op het eerste en het laatste stuk highway van Alaska een moose zien oversteken. Er moeten er hier toch wel veel zitten. Maar wat een domme beesten zeg. Ze hebben geen inschattingsvermogen. Ze zijn zo groot. Ze denken waarschijnlijk dat hen niets kan overkomen. We passeren Tok River State Recreational Park. We zijn al een paar zo’n zones gepasseerd. Het zijn basis campings met enkel wc’s van de staat. Als je er overnacht moet je fee betalen. Judith gaat naar het toilet. Ik zie een eindje verder een parking links van brug. Het ziet er een goed plekje uit om de laatste nacht in Alaska door te brengen. Het plakkaat voor de brug zegt “Tanana River”.

    19/06: Ik word wakker met een zeer pijnlijke linkerheup. Ik schreeuw het uit van de pijn. Ik kan niks bewegen. Judith vraagt of ik Dafalgan moet hebben. Ik moet dringend naar wc. Ik forceer me. Het gaat beter na wat beweging. Er zal een zenuw gekneld geweest zijn van verkeerd te liggen. We eten een paar boterhammen met choco. We smijten de rugzakken achteraan en rijden over Tanana River. Nanana van Rihanna zit in m’n kop. Het zonnetje schijnt. ( Foto ) We stoppen aan een campground. We wandelen tot aan een meer. Yarger Lake. Ik vraag aan twee Duitse mevrouwen om een foto te nemen van ons samen. We beginnen te babbelen. Ze vertellen uitgebreid over Denali. Ze hebben tot diep in het park gereden voor drie dagen. Ze denken hetzelfde over de vele bomen. Ze staan in de weg. Ze belemmeren het uitzicht op de prachtige vergezichten. Ze zullen de lower 48 ook nog doen. Zion is volgens hen mooier dan Canyonlands. Is genoteerd. We gaan door. We zien een Mercedes Sprinter busje staan met een Duitse nummerplaat “Don't worry” haha. Is waarschijnlijk van hen. We passeren dubieuze tankstations. Ze zijn slecht onderhouden. Verroeste tanken. Het is waarschijnlijk nafte van niet te vertrouwen kwaliteit. We komen een stuk verder aan Tetlin Wildlife Refuge. Een broedplaats voor vogels. Het Zwin is er niets bij. We passeren de USA Customs en komen aan de grens. Judith was er bijna voorbij gereden! Alle bomen op de grens zijn weg. Sjiek zicht. Bye bye Last Frontier, hello Larger Than Life! Pas na 20 minuten rijden komen we aan de Canada Customs. We schuiven aan. We wachten tot een officier, een gezette mevrouw, teken doet. Ze vraagt onze paspoorten. Ze wandelt even naar een andere wagen en komt terug. Ze zegt “Zo België, spreek maar Nederlands, dat kan ik goed.” We zijn verbaasd en onder de indruk. Judith zit aan het stuur en beantwoordt enkele vragen. Of we geen wapens en meer dan 10.000 Canadese dollar bij hebben. Of we van plan zijn de auto te verkopen in Canada en hoeveel hij gekost heeft. Ze vond het een goede deal. We mogen door. We passeren de campground Snag Junction. Het is een beetje hetzelfde systeem als de staatscampings in Alaska maar het oogt properder. De eekhoorns springen in het rond. Het eerste dorpje Beaver Creek is twee keer niks. De landschappen daarentegen zijn overweldigend! We komen ogen te kort. Na iedere bocht en bij het bovenkomen op een hellend stuk valt onze mond open. We steken de White River over en komen aan de machtige Dunjek River. Ik rij eerst over een brug er voorbij maar we zien rechts in de verte prachtige bergen. Er staat een RV beneden aan de rivier. We vinden ook een plaatsje voor Jimmy. Magnifiek. Ik maak noodles klaar. Judith rust een beetje. Er is redelijk wat wind. Ik trek me na de noodles ook terug. We slapen een uurtje. Het is opgeklaard als we wakker worden. Wat een zicht op de Saint Elias Range, de hoogste bergen van Canada. Zouden we Mount Logan zien liggen in de verte? We maken nog chili en groentjes klaar. Het smaakt. Ik stel voor dat we doorgaan nadat er twee cowboys op paarden gepasseerd zijn. De ene had een kettingzaag vast. Ze steken de gigantische rivierbedding over. Een paard strompelde door het diepe slib. Als we ze niet meer zien en het vuur is gedoofd rijden we verder. We passeren Kluane River. Ik stop en lees enkele plakkaten. Vooral de info over de migratie van zalm is interessant. We gaan door. We zien een tegenligger aan de overkant stilstaan. Er zit iets aan de graskant. Een beer!!! Ik vertraag en rij er langzaam voorbij. En draai terug. We nemen veel foto’s en maken filmpjes. Hij (of zij?) lijkt ons niet te boeien. Hij graast op z’n gemak de bloemetjes van de kant. Het is een jonge beer. Duidelijk een grizzly aan de bult op z’n rug te zien. Ik zet de motor af en we observeren. Hij zet zich kort op z’n gat en scheurt tegen de grond. Jeuk. Hij graast waarschijnlijk 100 meter af op het halfuurtje dat we staan te kijken. Af en toe passeert een auto maar die rijden traag voorbij. We gaan uiteindelijk ook verder. Een paar kilometer verder, geen miles meer, zit er nog één bloemen te grazen. Deze kijkt op en lijkt ons wel te bemerken. Hij (of zij) is iets ouder maar ook duidelijk een grizzly. De zon flikkert op de vacht. We blijven opnieuw een tijdje kijken. Nu stoppen er wel auto’s. We gaan door. We zien Kluane Lake links opduiken. De zon gaat onder. We stoppen aan een rustplaats met wc’s voor Destruction Bay. We poetsen onze tanden en gaan slapen. Jimmy wiegelt van de wind.

    20/06: Wakker. Ik was me een beetje met water dat we nog hadden van Dunjek in een grote fruitsapfles. Er zitten grote kraaien aan vuilnisbakken. Ze zijn zeker dubbel zo groot als thuis. We gaan eerst tanken en halen energie bars en water. De pompbediende zegt dat een Canadese dollar ongeveer 0,7 US dollar waard is dus normaal is 1 Euro gelijk aan 0,66 Canadese dollar dus 1/3 van de prijzen doen en we weten wat het kost in vergelijking met thuis. We moeten wel beter opletten met tanken. Het is terug in liter i.p.v. gallon. We rijden verder naar het zuiden. We zien links in de graskant weer een beer. Oh er zitten twee kleine cubs bij! We staan zeker een halfuur te kijken. Er passeert een motorrijder. Hij stopt ook op twee meter van de beren. Dat is durven. Een mevrouw in een Mercedes busje staat er later ook twee meter van. Ze trekt foto’s met een lens die goed is om ze van op twee km te zien hahah. Ze verdwijnen uiteindelijk terug in het bos als ze de bloemetjes beu zijn. We gaan door.

    Photos & Videos

    Comments

  • 20Jun 2017

    5 Kluane National Park 06/20/2017 Canada —

    Haines Junction, Canada

    Description

    We rijden langs Kluane Lake tot Tachal Dal Visitor Center. Op de parking komen we de Duitse tegen die we gisteren ook gezien hebben aan Yarger Lake. Ze moeten door. Het centrum staat vooral in het teken van de Dal Sheep. Een mevrouw zegt bonjour. Ik begin in het Engels. Ik had eigenlijk Frans kunnen spreken. Ze geeft een kaartje met uitleg hoe Sheep Mountain te beklimmen is. Het laatste stuk zou zonder route zijn. We zien wel. We rijden 4km over grindweg tot het Trailhead. We trekken bergbottinen aan en vertrekken. We passeren een groep oudere Duitsers in het bos. We komen na 5 km op een uitkijkpunt. Er loopt een smal pad door de struiken naar het noordoosten. We stijgen. Het pad stopt. Er is minder vegetatie. Ik val na een tijd uitgeput neer. Even recupereren. De top is hoger dan gedacht. We genieten van het uitzicht op de Dunjek Glacier. We geraken na de pauze tot op de de top. We hebben prachtig zicht rondom rond. Er staat een felle wind. Links wandelen er mensen in de verte op een bergkam. We blijven niet te lang. Het dalen gaat sneller. We hebben niet veel energie. We eten en drinken. We nemen een andere weg door struiken. We vinden het beginpad van de eerste 5km. Eens terug aan de auto zitten er redelijk wat muggen. We rijden langs Kluane Lake. Ik verfris me met het gletsjerwater van het meer. Ik begin te knikkebollen en Judith is ook moe. Mount Martha Black duikt op voor onze neus. De berg domineert het landschap. We zijn moe en stoppen aan een rustplaats om een uurtje te slapen. We moeten daarna echter verder. Ons water is op! We komen snel in Haines Junction. We gaan naar een plaats waar we kunnen douchen en de waste doen. Het is redelijk duur maar we vullen ook onze vier waterflessen en onze shampoo pulletjes. Een vriendelijke dikke zwarte van Georgia wordt eventjes Judith haar beste vriendin. We krijgen doekjes om toe te voegen aan de waste. We gaan erna naar het Visitor Center. Het is een groot nieuw gebouw met veel glas. We maken noodles en macaroni & cheese klaar. We slapen erna op de parking.

    21/06: Er staan redelijk wat auto’s en RV’s op de parking. Het is bewolkt. We worden traag wakker. We eten stuutjes en gaan naar binnen. Er is veel uitleg over de champagne indianen. Over hoe de inwijkelingen hun rechten en land afnamen. Wat me vooral interesseert is het hoekje over alpinisme. Ik lees een boek over de eerste beklimmingen van de Kluane bergen. De hoogste in Canada. Saint Elias was eerst beklommen door een Italiaanse graaf. Er stond foto in van vijf Italianen die een pak van 1400 kg trokken. Mount Logan, de hoogste in Canada, heeft een eigen reliëf maquette en routes op kaartjes. Judith ontdekt dat je water kan bijvullen en dat er wifi is. We laten iets weten aan onze familie via Whatsapp. We rijden erna door Haines Junction. We gaan naar een bakker om een broodje. Ze vragen aan Judith “Are you a local?” haha. Ze denken dat ze een indiaan is. Ze zou de helft korting gekregen hebben. We rijden erna richting het zuiden naar Kathleen Lake. We eten er een rijstgerechtje op een bank aan het meer. We gaan erna op pad om de Kings Throne te beklimmen. Eerst een stukje door het bos. We fluiten! Daarna stijgt het meteen flink. Steiler dan gisteren. Leuker pad. We krijgen al snel zicht op de omvang van het meer. We passeren enkele mensen en klimmen links de bergkam op. Het wordt nog steiler. Ik neem rugzak over van Judith. Boven passeren we mensen met een hond. De laatste meneer zegt “You’re almost there”. Allez dan. Eens we rotsen over geklommen zijn is er nog een pad. We wandelen verder maar de adrenaline is eruit. We zien het uiteinde van Kathleen Lake en het verdere Louise Lake liggen. Ik zie een bergkam met sneeuw die nog hoger gaat naar een top rechts. Dat is waarschijnlijk de Kings Throne. Judith komt achter. Ze hoeft niet hoger. Ik ga tot halverwege door de sneeuw maar zie de grijze wolken komen en bedenk dat we nog steil moeten afdalen. Ik ga terug. We dalen samen. Langzaam. Voorzichtig. De zon komt piepen. Godver. Ik had toch tot de top kunnen gaan. Ik baal enorm tijdens het dalen. Eens aan het bos, wat wel even duurde, draai ik bij. We merken opnieuw op dat de bomen speciaal ruiken. We nemen een foto aan Kathleen Lake. Veel wind. We rijden terug naar het Visitor Center. We maken noodles en eten een restje brood. Er komt een mevrouw. Ze is waarschijnlijk conciërge. Ze komt vragen of alles Ok is. Ja hoor, vriendelijk. Dodo tijd.

    22/06: We zijn vroeger wakker dan gisteren. We gaan het Visitor Center binnen, vullen waterflessen bij en gebruiken nog eens de wifi. Ik ga om een Discovery Pass voor de Canadese parken. Deze is gratis dit jaar omdat Canada 150 jaar bestaat. Een mevrouw geeft uitleg over een lange trail naar Mount Decoeli die vlak buiten het park ligt. De top is het enige punt waar je zonder helikopter Mount Logan in de verre verte kan zien liggen als het weer meezit. We beslissen op de parking om de trail niet te doen. We hebben al twee bergen beklommen rond het park en het weer wordt pas beter over twee dagen. We gaan tanken in Fas Gas en halen bananen en fruitsap. We vertrekken richting Whitehorse. Het regent. We hebben de juiste keuze gemaakt. Er zijn wegenwerken. Er komt een meneer uitleggen dat er voor het stadje een camion gekanteld is. Ze zijn nog aan het opruimen. Er mag pas verkeer door rond 13 uur. We komen in file en wachten geduldig. We leggen ons op de matras. Rond 14 uur kunnen we door. Het verkeer kan enkel richting Whitehorse. De camion was gecrasht op het kruispunt. We moeten er nog even wachten. We zien meer dan 20 bussen die jeeps met kajakken en fietsen erop trekken. Die Amerikanen kunnen toch niet bescheiden op pad. Whitehorse is een lelijke industriestad. Er is gelukkig wel een Walmart. We gaan er naar de McDonalds, een BigMac. Judith haar buikje is weer gevuld. We halen eten, vooral noodles en tanken erna. Ik vraag binnen of er een Klondike museum is. Mevrouw in Haines Junction had gezegd dat we deze konden bezoeken met de Discovery Pass. De meneer in het tankstation is niet zeker over het museum. Hij toont een museum op een kaart. We besluiten om door te gaan uit de stad. De goldrush interesseert ons toch niet zo. Het verkeer mindert naarmate we verder uit de stad rijden. Gelukkig maar het was even te druk. We zien een zwarte beer langs de kant. Er rijden redelijk wat auto’s achter ons. Ik vind toch een manier om te stoppen. De beer schrikt van het verkeer en verdwijnt in het bos. We hebben hem toch even kunnen observeren. Hij liep minder waggelend dan de grizzly's. We passeren grote meren. We gaan een kijkje nemen aan een plaats waar boten het water in kunnen. Er is niemand. We rijden tot in Teslin waar er ook een groot meer is. Ik lees over Tlingit indianen. De parking is een no camping area. We rijden dus verder uit het dorpje over een metalen brug. We komen aan een stopplaats. Morley River Recreation Site. Er zitten meute's muggen. We maken snel soep klaar aan een bankje en wandelen rond terwijl we brood doppen. Er kruipt iemand uit een tent naast een fiets. Een Fransman. Hij is net als ons vertrokken uit Anchorage en zal naar Ushuaia gaan. Hij zou er twee jaar over willen doen. We wensen hem “bonne chance” en vertrekken. Er zijn gewoon teveel muggen. Eens de heuvel over passeren we een bord. We zijn in British Columbia. Dat is rap. Ik dacht dat we langer in de Yukon zouden zijn. Nu verbaast het me niet dat we veel meren tegenkomen. We spotten twee stekelvarkens. Het zijn schuwe beesten.

    Comments

  • 23Jun 2017

    6 Northern Rockies 06/23/2017 Canada —

    Summit Lake, Canada

    Description

    We stoppen aan Swan Lake. We kijken uit op het prachtige meer en de omliggende bossen en heuvels! We meppen een paar muggen neer voor we in slaap vallen.

    23/06: We slapen redelijk lang door. De zon zit al goed op de auto als we wakker worden. We hebben een mooie plek gekozen. We hadden de auto wel beter omgekeerd geparkeerd. De achterruit is een beetje vuil wat het zicht belemmert. Er staat een meneer foto’s te nemen. Hij vraagt of we de moose al gezien hebben. Nee dus. Er loopt één door het open grasveld naast het bos. Hij spot nog één met een gewei aan Swan Lake en nog één in het bos. Hij heeft er een zeer goed oog voor. Hij jaagt op moose. Hij schiet één per jaar. Een bull, mannetje, enkel natives mogen ook cows, vrouwtjes, schieten. Z’n frigo is gevuld voor een jaar met een goede bull. Het smaakt naar goede beef zegt hij. Het is weeral een Duitser die hier blijven plakken is. Hij is op weg naar Vancouver voor een trektocht maar hij heeft tijd. We vertrekken. We stoppen na redelijk wat kilometers aan Big Creek Campground. Ik wil me verfrissen in het riviertje maar er zitten teveel muggen. Er staat ook een waterpomp. Judith kuist er de potjes mee. We vluchten voor de muggen. Rond de middag zijn we in Watson Lake. Er is een Visitor Center. We halen er water en laden google maps op de tablet met hun wifi. In het gebouw is er een museumpje over de geschiedenis van de streek. We krijgen een blaadje mee met bezichtigingen van hier tot Fort Nelson. Buiten het gebouw staat een bos van plakkaten. Mensen laten er vooral nummerplaten achter van waar ze vandaan komen. Er was een Amerikaan hiermee begonnen in 1945 toen de Alcan Highway werd aangelegd. In 2016 staat de teller op 83.000 nummerplaten. We tanken vol en zijn weer verder. Het is mooi weer. We eten chips onderweg. We rijden voorbij bisons. Het zijn ferme beesten. We gaan door tot we iets herkennen van op het blaadje dat we meegekregen hebben: Smith River Falls. We rijden een hobbelig baantje met veel gaten op. We zijn bang voor Jimmy. Er is geen plaats om te draaien. Ik rijd zeer traag voor 2 km. We komen bij de mooie waterval. We trekken onze bergbottinen aan. Er zijn nog twee mensen. Een mevrouw en een meisje. We gaan een steile helling af. Er hangt een touw. We moeten een kort stukje door een overgroeid pad en komen dichter aan de waterval. De mevrouw is van Australië en neemt een foto van ons. Ik verfris me maar het helpt niet echt want m’n T-Shirt stinkt. We gaan terug. We zijn opgelucht als Jimmy heelhuids terug op de highway komt! We komen iets verder aan Liard Hot Springs. We staan op de overflow parking. We betalen aan een kotje en gaan tot aan een pad op planken. We komen bij het warmwaterbad. We wandelen er eerst voorbij om speciale plantengroei op rotsen te zien. We wisselen van kleren in kleedhokken en gaan in het warme water. Het sijpelt onder de grond en wordt opgewarmd dichter bij de kern van de aarde. Het komt terug boven aan de rechterkant van het bad. Het debiet is 130 liter per minuut. Ik geraak niet dicht bij de bron. Het is veel te warm! Links verder weg van de bron zitten kinderen. Judith wil niet naar daar. Ze zag er een strontje dobberen. We blijven voor de watervalletjes. We gaan er een paar keer in en uit. Er zitten redelijk wat vliegen. We houden ze van mekaar af. We blijven ongeveer twee uur in het natuurlijke bad. We vragen op het einde aan een Spaans sprekende meneer om een foto van ons te nemen. Hij kon niet goed overweg met de kodak maar het is uiteindelijk wel een mooie foto. We zijn enorm relaxed erna. Ik vraag aan het kotje of ze douches hebben. Nope. We zullen naar sulfer blijven ruiken. Volgens Judith is dit een geur die gelijkaardig is aan een beerput. Iets verder kruisen kuddes bisons en een schuchtere zwarte beer ons langs de kant van de weg. We parkeren aan Muncho Park naast een snelstromende rivier. We krijgen honger! Er zitten teveel muggen. We eten Luncheon Meat, een vettige blok hesp uit conserve met brood. We babbelen nog even voor we in slaap vallen. Enkele tenen hebben koud.

    24/06: We wassen elkaars haar in de rivier. Nu er geen muggen zijn wil Judith champignonsoep klaarmaken als ontbijt. Het smaakt een beetje raar. We rijden voorbij een road construction. Vlak er voorbij stoppen we aan Mineral Licks. Een plaats waar berggeiten komen likken aan stenen. We doen er een wandelingetje. Er zijn geen geiten te zien maar we hebben wel een mooi uitzicht op een meanderende rivier en rotsformaties links ervan. Een beetje verder op de baan staan er drie berggeiten langs de weg. Die waar we dichtstbij rijden is schuw en springt weg juist als we passeren. We rusten aan Muncho Lake. Een smaragd groen meer. Er is een ponton. Het zonnetje schijnt. Er zijn geen muggen. Zalig! Ik val bijna in slaap. Judith maakt twee zakjes noodles klaar. We eten ook cornflakes. Het water is iets te koud om te zwemmen maar ik kan me wel verfrissen. We rijden verder langs het groene meer. We gaan door een prachtige vallei. We stoppen aan Toad River. Aan de overkant ligt een waterval. Een vader en zoon klimmen ernaartoe. Als we verder rijden zie ik een sjieke rots achter ons. Folded Mountain. Een kolos. We verlaten Muncho Park. Het was een mooi gebied. We komen na een tijdje aan een plakkaat waar er een hike is op aangeduid. De Wokkpash Trail. 73km. Ja! Al over gelezen. Genoeg gerelaxt. We maken onze packs klaar om meerdere dagen de natuur in te trekken. We laten Jimmy achter aan de kant van de weg en we wandelen langs een grindweg tot aan een brede rivier. De MacDonald Creek. Oh ooh veel stroming. We wandelen langs de rivierbedding op zoek naar een plaats waar we kunnen oversteken. Ik ga uiteindelijk over een eerste stuk met slippers. IJskoud gletsjerwater komt tot aan m’n knie. Ik steek een groot middenstuk over met hier en daar kleine stroompjes en ik kom tot bij de grote rivier. Ai ai dit gaat niet lukken. Ik weet nu een heel klein beetje hoe Chris uit Into The Wild zich gevoeld moet hebben. We verfrissen ons. Er zit een aangename bries aan het water. Het is 30 graden vandaag. We gaan terug. Geen 4-daagse in de natuur. We eten ketchup chips. Ik rijd traag verder. Nu wil ik zeker de plaats vinden waar de Mount Saint Paul Trail start. We passeren het einde van de Wokkpash Trail, de Cut Trail en de Hoodoos Trail. Hoodoos zijn rotsen die vervormd zijn door erosie. We hadden er enkele gezien aan de zijkant van de MacDonald Creek. We rijden langs een kleine kudde berggeiten. Een soort die hier Stone Sheep worden genoemd. We komen uiteindelijk aan het Summit Lake in het Stone Mountain Park. Links ligt de start van de Trail. Ik zweet en val maar traag in slaap.

    25/06: We zijn snel wakker rond 8 uur. We maken onze rugzakken klaar en vertrekken het bos in. We zijn gewapend met loops, chocolate chip cookies en twee liter water dat gezuiverd is met chloordruppels die Judith gekregen had van Sam. We steken een riviertje over en klimmen door het bos. Ik heb het moeilijk. We laten twee Franse voorgaan. We stoppen af en toe. M'n lichaam wil de berg niet op. Ik forceer me en het lukt om een bepaald tempo aan te houden. We komen via een mooie kam na ongeveer twee uur op de top van Mount Saint Paul. Was dit het? De Fransen vragen het zich ook af. We zien in de verte een obelisk. We denken, is het misschien die? Er komt een sportieve Amerikaan boven. We hoeven geen foto te trekken van hem. "I've got my tripod." ^^ We gaan een andere bergkam af en een vallei in. Offroad! Er is geen pad. De rivier in het dal is uitgedroogd. De Fransen waren sneller naar beneden maar we halen ze bij het klimmen opnieuw in. Het einde van de bergkam is zeer steil. Er zijn veel losliggende stenen. Het is moeilijk klauteren maar we geraken boven. We hebben van hieruit nog beter zicht naar het zuiden op het Northern Rocky Mountain Park! De obelisk is een groene meettoren. We geraken er niet in. De deur is dichtgemaakt met bouten. De Franse komen ook boven. Ze hebben deze zomer gewerkt in een lodge in Yellowknife. Ze zijn van Parijs. Ze nemen dezelfde weg terug. Ik spot een andere prachtige bergkam. We willen proberen langs daar naar beneden te geraken. Onze route zal dan als een hartje gevormd zijn haha. We zoeken een route die niet te steil is. We beginnen naar beneden te klauteren. Het losliggend gesteente maakt het niet makkelijk. De stenen doen denken aan de picos. Ze zijn ook gekarteld en zitten vol punten. Dit zorgt wel voor grip maar zou ook meer pijn doen moesten we vallen. Het is redelijk gevaarlijk wat we doen. Op één plaats is het steil naar beneden in sneeuw. We steken over aan een smal stuk. Nu is het iets minder steil. We komen aan gras. Het regent ondertussen. Het doet eigenlijk deugd. We volgen de rivierbedding. Voor ons duikt een gezinnetje stone sheep op. Ze zijn met vijf en rennen met gemak naar beneden, zelfs een kleintje. Aan de overkant is er een watervalletje. Het duurt nog een tijd voor we terug aan het oorspronkelijk pad komen. We moeten op schuine hellingen, door vegetatie en langs een andere rivierbedding. We zijn blij als we uiteindelijk op het pad staan! Op de parking laten we bottinen en andere zaken drogen aan een bord met uitleg. We maken patatjes met worteltjes en erwtjes klaar. Ik was me erna in de rivier omdat Summit Lake te veel in het zicht is. Het is bibberen maar ik voel me fris. We ruimen de auto op en eten chips. We rijden verder. We zien twee zwarte beren, voor het eerst goed, in het korte gras. Het zijn magere beestjes. We gaan langs een pas waar trucks hun remmen moeten testen voor ze dalen. We zien de zonsondergang op de Northern Rockies. Prachtig! We stoppen niet want de tank is bijna leeg. Ik probeer zuinig te rijden. We zijn zenuwachtig. We rijden Fort Nelson binnen als het wijzertje al even in het rood staat. We vinden geen plaats waar we kunnen slapen. Er zijn overal plakkaten “No overnight parking”. We zien een volle regenboog. We parkeren uiteindelijk op de parking naast een zwembad niet ver van het Visitor Center. Het is opnieuw warm in de auto. We gaan op muggenjacht. We meppen er 30! Het raam staat op een kier... We slapen slecht.

    26/06: We gaan naar een enorm centrum naast het zwembad waar ze schaatsbanen hebben. De WC’s zijn proper. We eten stuutjes met choco op een bankje. We krijgen een kaartje in het Visitor Center. Judith belt er met de familie. Ik schrijf in het gastenregister “Nice place to rest”. Yeah right, kut muggen. Ik pin nog Brugge aan op de wereldkaart waar andere bezoekers hun thuis aangeduid hebben. Er zijn vooral veel pinnen in de Verenigde Staten en Europa. We rijden uit Fort Nelson richting het zuiden. Op het kaartje staan de te bezoeken plaatsen op weg naar Fort Saint John. Er zit niks interessants tussen. We komen uit bos in akkerland. Er is meer verkeer. Het regent dat het giet. Niet erg integendeel Jimmy is gewassen. Later begint het keihard te hagelen. Op twee minuten ligt er 10 centimeter. Op het tegengesteld rijvak is er nog geen auto gepasseerd en zijn er geen sporen. Gelukkig stak een woonbus, zoals er hier veel rijden, ons voorbij vlak voor de hagel viel. Ik kan zijn spoor volgen. Ik vertraag en steek de pinkers aan. Één keer slierde Jimmy een beetje. Na een paar minuten zijn we erdoor. Oef! We bekomen op een stopplaats. We zingen erna vrolijk verder “Don’t worry be happy”. Ik vind een CD van The Offspring die Darin laten zitten had tussen de zetel. Merci man! Het weer slaat om. Het zonnetje schijnt. Geen wolkje meer te zien. Ik begin te knikkebollen. We stoppen aan Restplace Mile 80. We maken een rijstgerechtje klaar en ik rust op de matras op het gras. Judith wast haar haar. Na een uurtje pauze rijden we verder. Fort Saint John is een lelijke stad, net als Whitehorse. We gaan er snel door. We stoppen in het Visitor Center in Dawson Creek. De start en voor ons het einde van de Alaska of Alcan Highway. Die bestaat dit jaar 75 jaar. Een mevrouw legt uit dat we best via Grande Prairie en Grande Cache naar Jasper rijden. Ze toont ook waar de Walmart is. Judith is blij met het eten dat we er halen. Ik ben vooral blij dat we een plaatsje hebben in een relatief grote stad waar we legaal in de auto kunnen slapen. We liggen te babbelen met het raam half open. We hebben zicht op een Dodge pick-up met Airstream die voor ons geparkeerd staat.

    27/06: We slapen lang. Geen zon en geen muggen. Het regent. We gaan in de Walmart om ontbijt. De melk doet enorm deugd! We tanken voor we uit Dawson Creek vertrekken. Volledig vullen gaat niet. Judith moet een een exact bedrag zeggen en ze vraagt om voor 15 Canadese dollar te vullen. We rijden door de regen. Grijze wolken tot in de verste verte. We zetten de muziek luid. Er rijdt iemand uit een oprit de snelweg bijna op. Ik kan er nog juist voorbij. Er kwam een camion in tegengestelde richting. We komen er met de schrik vanaf! We zijn al snel in Grande Prairie. De grootste stad die we tot nu toe doorgaan. De benzine is goedkoper. We rijden er snel door. We gaan van route 2 naar route 40. Buiten de stad is er niks meer, enkel landbouwgrond en bos. Daar hadden we niet op gerekend. De tank geraakt leeg. Ik word ambetant van onzekerheid. We hebben het gisteren nog maar meegemaakt. We leren er niet uit?! Het volgend stadje, Grande Cache, laat op zich wachten. We zien na een tijd bergen. Het is een goed teken. Ik rijd heel traag, niet boven de 1500 toeren. Iedereen vlamt ons voorbij. Op sommige stukken mag je 110 km/u. Ik rijd 70. Het wijzertje van de tank gaat in het rood maar als ik goed gas geef dan komt het er nog boven. We zien een plakkaat: Grande Cache nog één kilometer. Jaaa gered! Er zijn werken. We tanken meteen vol aan het eerste tankstation dat we zien.

    Comments

  • 28Jun 2017

    7 Grande Cache 06/28/2017 Canada —

    Grande Cache, Canada

    Description

    We gaan naar het Visitor Center naast het tankstation. Een meisje toont twee wandelingen. We gaan naar de WC. Ik ben beu gereden. We stoppen even. We doen de Sulphur Rim Trail. Een pad van 7,5 km door het bos tot aan de rand van de Sulphur River die beneden aan een kloof stroomt. We zijn een beetje bang in het bos. Deze morgen had Esther een artikel doorgestuurd dat er een 16-jarige jongen gedood was door een grizzly op de Bird Ridge Trail. Dit was het eerste pad dat we hadden bewandeld in Alaska, nu twee weken geleden. Ik ben het fluitje / kompas vergeten. We zingen luid veel foute muziek. We komen gelukkig geen beren tegen. We zijn blij als we het bos terug uitkomen. De stokken die we opgeraapt hadden ter bescherming gooien we weg. We rijden terug naar het Visitor Center en eten soep met stokbrood onder een afdakje. Er ligt een schriftje dat achtergelaten is door een leerling van het lagere onderwijs. Hij leert over de geografie en de vlag van Alberta. Er staan antwoorden op vragen over de geschiedenis van de oorspronkelijke bewoners. Hoeveel palen heeft een tipi? Hoe wordt een kano gemaakt? De geschiedenislessen in onze lagere scholen waren toch beduidend uitgebreider. Europa is dan ook de oude wereld.. Na het eten plaatsen we Jimmy erna op de parking aan winkels. Verderop is er een parkje waar we de toiletten al gebruikt hadden.

    28/06: Het is opnieuw een grijze dag. De WC's waar we gisteren naartoe konden aan het parkje zijn dicht. Judith gaat om melk. Ik wou nog Mount Lowie beklimmen maar de top van de grote heuvel zit in de mist en de startplaats lag vol modderplassen gisteren. Het is vandaag waarschijnlijk nog erger. We stoppen aan Cache Lake. Er zitten een heleboel zwanen op het strand, met kleintjes. We gaan er naar de WC. We rijden verder. We stoppen voor Hinton om cornflakes te eten. Het giet. We poetsen onze tanden. We rijden over de Athabasca River. Er passeert links een goederentrein. Hier mocht een stopplaats zijn. We stoppen iets verder vlak voor we het Jasper Park binnen rijden. Judith speelt met de tablet en vervormt foto’s.

    Comments

  • 29Jun 2017

    8 Jasper National Park 06/29/2017 Canada —

    Jasper, Canada

    Description

    Aan de ingang van het park vragen ze om de Discovery Pass, die we hebben sinds het Kluane Park, onder de achteruitkijkspiegel te hangen. We slaan af richting Miette Hotspring. Ik stap uit aan Punch Bowl Falls. Het regent. We stoppen aan Pocahontas. Hier was vroeger een mijn, nu is het een camping. Miette Hotspring is een gewoon buiten zwembad. Mensen zitten er opeengepakt. Net als in Liard Hot Springs ruikt het er naar sulfer. We hebben geen zin om erbij te kruipen. We gaan wandelen. We zijn via de bron van het warmwaterbad en oude zwembadcomplex bijna tot de Utopia Pass geraakt. Er zijn veel plassen op het weggetje. We moeten ook door begroeiing. We zijn kletsnat. We rijden erna terug naar de grote baan en stoppen nog eens aan Ashlar Ridge. Die is beter zichtbaar nu. Er zitten herten langs de kant van de weg. We stappen uit om foto’s te nemen. We stoppen aan Talbot Lake. Judith springt in het rond. We slaan voor het stadje Jasper af richting Maligne Lake. Ik stop aan bridge 6. Ik zie op de kaart naast Athabasca River dat de start van de Skyline Trail niet ver hiervandaan is! We rijden ernaartoe. Het is een kleine parking voor 12 auto’s. Er staan er 8. We maken spaghetti klaar als het eens 5 minuten stopt met regenen. We moeten vluchten en in de auto verder eten. We spelen Pictionary op bedoomde ruiten. Vooral Judith haar “berg stront” rebus is een goeie. We zullen hier slapen. Hopelijk is het morgen beter weer en kunnen we aan de Skyline Trail beginnen.

    29/06: We zijn laat wakker. Er staan al wat meer auto’s naast ons. Hier en daar is er blauwe lucht zichtbaar. We moeten ervoor gaan! Ik eet choco en boterhammen. Judith eet cornflakes. We maken de zakken klaar. Er zijn redelijk wat andere hikers. Ze wandelen naar een shuttle bus die hen naar het eindpunt aan Maligne Lake brengt. We gaan info vragen. Het is 30 Canadese dollar. We zullen hier starten. We zijn de enige. De parkwachter heeft deze morgen een plakkaat geplaatst. “Bears frequent this area.” Oh gezellig. Er staat een kaartje bij. Het volledige eerste stuk tot aan de eerste kampplaats is aangeduid. We zullen doorstappen, niet stoppen en veel lawaai maken. We zien verse hoopjes stront liggen. Ik zeg tegen Judith “het zou kunnen van een paard zijn” maar ik betwijfel het. Ze gelooft me ook niet. We zingen liedjes uit volle borst “1234567 zo gaat het goed” en “99 kleine visjes zwemmen in de zee”. Na ieder stuk tekst fluit ik. We blijven verse stront passeren. Na 10 km door dik bos passeert een karretje achter ons. De bestuurder zegt dat we bijna bij het eerste kamp zijn. Oef! We gaan er meteen voorbij. De begroeiing wordt dunner. We rusten en bekomen. Het pad leidt ons naar het volgend kamp. We moeten een brede rivier oversteken om er te geraken. Er zijn banken, metalen boxen, een paal met touw en katrol om zakken in de lucht te steken en hier en daar een lege plaats tussen naaldbomen. Dat is het. We gaan verder en komen in een mooie vallei vol bloemetjes en marmotten. Ze zijn niet zo schuw. We gaan hier en daar door sneeuw. Links beneden ligt een felgroen meertje. Het is soms zoeken naar het pad door de sneeuw. We stijgen en komen op een lange bergkam. We hebben zicht op een reeks bergen die ten zuiden van Jasper liggen zoals Mount Edith Cavell. Deze berg is vernoemd naar een heldhaftige verpleegster die in WOI gefusilleerd werd door Duitsers omdat ze de geallieerden hielp. We komen voor het eerst mensen tegen. Twee vrouwen en een koppel. Het koppel neemt een foto van ons en vertelt dat er verder een steil stuk is naar beneden genaamd “The Notch”. Zijzelf zijn er rond gegaan. Om de hoek is het van dat. Ik ga een kijkje nemen. Ik wandel door de sneeuw en kijk naar beneden. Och het valt wel mee. Het is maar een meter of 3 - 4. Drie Japans uitziende gasten klimmen naar boven gevolgd door een oudere mevrouw die sneller gaat. Judith wacht aan de rand van de sneeuw. Er wachten beneden twee mensen die crampons aandoen. Ik vraag of ik al mag dalen. Het is Ok. Het gaat redelijk vlot. Ik zorgde gewoon dat m'n ene voet diep en stevig staat voor ik de andere beweeg. Ik laat m'n zak beneden. Als de twee naar boven zijn komt Judith een kijkje nemen. Zij denkt dat het wel moeilijk is. Ik ga terug naar boven en breng haar zak naar beneden. Ze hoeft er niet meer aan te denken. Ze twijfelt drie keer, vooral bij het eerste stuk waar je van horizontaal naar verticaal gaat. Ze panikeert telkens. De andere langere route lijkt me gevaarlijker. Ze probeert een laatste keer. Ze geraakt op het verticaal stuk. Yes! Ik denk dat het nu zal lukken. Ik spreek haar moed in. Ze zegt dat ik moet zwijgen. Ze heeft het vooral moeilijk omdat haar benen korter zijn. De gaten liggen ver uit mekaar. Ze is beneden. Oef! Ze reageert haar even af op me. Het is Ok. We gaan verder naar beneden door redelijk losse stenen en een heel stuk door over een schuine sneeuwwand. We rusten op een plaats waar er plakkaten staan. We eten koekjes en vullen waterflessen bij. Judith ziet twee marmotten vechten. Het trekt meer op dansen. Beneden ligt de kampplaats “Curator”. Om er te kamperen moet je reserveren. We gaan er niet naartoe. Het volgend kamp “Snowbowl” ligt op 6 km. We zijn te moe. We gaan boven het pad. We vinden een plaats met redelijk zachte, korte begroeiing. Er vliegt een helikopter over. We houden ons laag en hopen dat ze ons niet gezien hebben. Het lijkt niet het geval. We maken twee keer noodles en macaroni met cheddar klaar. Heerlijk! We wachten tot de zon iets lager staat voor we de tent opzetten. We kruipen in onze slaapzakken en babbelen. Ik geraak maar niet in slaap. Last van een zonneslag.

    30/06: Ik slaap maar een uur of twee. De wekker gaat. Het is 5:30 uur. We blijven liggen en eten koekjes en brood in de tent want het regent nog lichtjes. Judith heeft iets langer geslapen. We bergen de tent op en vertrekken. De gloed van de zon is al zichtbaar in de verte. We geraken niet goed vooruit. Ik kan Judith moeilijk volgen, zeker bergop. Ik ben een beetje lastig. We dalen na Little Shovel Pass. Big Shovel Pass hadden we gisteren nog gedaan. We passeren de afslag naar “Watchtower”. We moeten door diepe sneeuw. We zakken er soms tot de knieën in. We komen bij “Snowbowl”. Het weer is beter. We wisselen van kledij en halen regencovers van de zakken aan een bank. Een Brits-Pools koppel zit te ontbijten. We babbelen kort. Ze vragen naar “The Notch”. Ik zei dat het doenbaar was. We dalen verder. We moeten door moerasgebied. Alles staat blank. Zomp zomp. Het pad is vooral modder. We gaan opnieuw via een mooie vallei het bos in. We vangen een glimp op van bergen ten noorden van Jasper. In het bos zitten deze keer geen beren. Er passeren redelijk wat mensen. We zompen verder naar beneden. Op een plakkaat staat dat het nog 5 km is. We versnellen maar houden het niet vol. We passeren meertjes maar nog niet Maligne Lake. We komen er uiteindelijk. Yes, we did it! 44 kilometer in een dag en half. Het was genieten. We komen op een parking bij WC’s. Ik neem even m’n tijd. We wandelen langs het het meer met prachtig zicht op scherpe pieken. Judith gaat om limonade. We rusten aan bankjes. We laten de tent drogen en maken de laatste cheddar macaroni klaar. We kunnen bekomen aan de waterkant met een magnifiek zicht. Als het laatste hoekje van de tent droog is steken we alles terug in de zakken en gaan we naar een brug om te liften. Het tweede voertuig is al raak. Een RV van cruiseamerica. Een Duits koppel. Ze doen een rondreis voor 3 weken vanaf Seattle. De bestuurster heeft nog 7 jaar in Chili gewoond en vertelt erover. We passeren Medicine Lake. Het is ook een mooi meer maar minder toeristisch. Er zijn veel verbrande en door insecten aangetaste bomen rond het meer. Er is een kijkfile. Er loopt een zwarte beer links. De grootste die we al gezien hebben. Een kind komt uit een dakraam van een auto links van ons om een foto te nemen. De beer had het gezien en draaide zich. Een parkwachter moest op de beer schieten met rubberkogels om hem te verjagen. De parkwachter gaat met de chauffeur van de auto praten. We rijden de parking waar Jimmy staat voorbij. Ze stoppen. We bedanken hen en wandelen het korte stukje terug. We smijten de zakken in de auto en zijn weg. Het is enorm warm! We rijden naar het stadje Jasper. Het voelt Europees aan. Het is verzorgd. We gaan naar het Visitor Center. Ze tonen het Activity Center, een sporthal, op een kaartje. We nemen er een douche. We gebruiken één handdoek. Het is vrouwen en mannen apart, in grote kleedkamers. Judith gaat eerst. Ik wacht even. Het doet enorm deugd. Ik voel me een ander mens. We gaan erna naar een laundromat. Het is druk. We hebben veel waste. De eerste 25 minuten zit onze kledij in een wasmachine erna nog een halfuurtje in een droogtrommel. Judith gaat ondertussen naar een winkel ernaast. Ik val bijna in slaap. Het is 30 graden buiten, binnen waarschijnlijk nog meer door de grote ramen. We vullen water bij in de openbare WC's en rijden naar het westen.

    Comments

  • 01Jul 2017

    9 Mount Robson Provincial Park 07/01/2017 Canada —

    Mount Robson, Canada

    Description

    We rijden Robson National Park binnen. Het is enorm verzorgd. Ik vind het landschap hier nog mooier dan in Jasper. We stoppen aan Moose Lake. Wat een prachtig zicht. Er is een trucker met 7 kinderen. Hij wast zich in het meer en de kinderen spelen. We zetten ons op een stenen bank en eten canned food. De zon gaat onder. ik vind het romantisch. Judith snapt het niet. De trucker komt een babbeltje slaan. Hij vertelt dat het morgen Canada Day is. Het land werd onafhankelijk in 1867. De kindjes komen dicht bij ons zitten. De trucker is ook al meerdere keren in het noorden van het continent geweest. Ze vertrekken. Er komen en gaan redelijk wat mensen. Iedereen wil hier een foto nemen. We gaan een paar keer met onze benen in het water. Ik zou me hier kunnen wassen. We proberen te slapen maar het is warm en er zijn wel wat muggen in de auto. Teveel muggen zelfs! We rijden een paar kilometer verder. Het is al donker. We blijven meppen. We vallen uiteindelijk in slaap nadat ik een hysterische reactie heb.

    01/07: Judith maakt me wakker. Godver, ik was nu eindelijk aan het slapen. Het is veel te warm. We gaan samen op muggenjacht en vallen opnieuw in slaap. Het is bewolkt en het regent een beetje als we wakker worden. We blijven lang liggen. We trekken kleren aan en gaan verder naar Mount Robson Visitor Center. We parkeren in de schaduw. De zon is alweer fel. Het is er druk. Er is een balkon achteraan. Wow! Mount Robson is bijna volledig zichtbaar. We halen cornflakes. Ik schrijf m'n dagboek. Judith gebruikt de wifi. Er is cake en koffie voor Canada Day. Er zijn mensen in typisch Canadees kostuum en er zijn mensen verkleed als moose. Veel mensen hebben vlaggetjes met de maple leaf. Ze zingen het volkslied in groep. Dit is ondenkbaar in België haha. De Belgische vlaggen komen enkel boven als het WK is. We wandelen wat rond het centrum en proberen foto’s te uploaden. Het regent. We maken rijst klaar onder het balkon. We vinden iets verder een plaats waar we kunnen overnachten. We proberen vroeg te slapen maar het is te warm. We gaan nog even op het balkon zitten. Er begint een Amerikaan tegen me te babbelen. Hij vraagt of we de code hebben van de wifi. Judith had er een foto van genomen. Hij is een meteoroloog en reist veel. Hij geeft ons raad langs waar we best naar het zuiden kunnen gaan in de Verenigde Staten. Het is een aangenaam gesprek. We blijven lang babbelen. We krijgen mooi zicht op Mount Robson met de ondergaande zon. Het wordt koud. Tijd om ons terug te trekken. De wekker staat om 5:30 uur voor de Berg Lake Trail!

    02/07: We hebben niet goed geslapen. We blijven nog eventjes liggen. Als ik eindelijk m'n ogen even open krijg doe ik m'n kleren aan en rij aan 30 km/u de Kinney Road af. Ik zie de top voor het eerst volledig liggen. Aan het einde is er een mogelijkheid om te draaien en zijn er enkele bankjes en een brug. Er staan al wat auto’s. We trekken de juiste kledij aan en maken een rugzak klaar. We eten een paar stuten met choco en gaan. Het is 7 uur. De eerste 4,5 km is gemoedelijk tot aan Kinney Lake. Het lichtgroene meer treedt een beetje buiten z'n oevers. Er rond gaat het pad meer op en neer. We passeren een campingplaats. De tenten staan op afgezette houten stukken. Aan iedere tent hangt een reserveringsplakkaat. Ze zijn hier strikt. Daarom moeten we het pad in één dag doen. Alle plaatsen zijn volzet. We steken met brugjes de aanvoer van het meer over en beginnen te klimmen. Op het einde is er een hangbrug met erna opnieuw een campingplaats. Links in de verte over de rivier is er een steile rots waar een aantal watervallen zijn. We komen op het einde van de vallei aan een kolkende massa water die naar beneden stort. We dachten dat dit de White Falls waren maar die liggen nog iets verder. Vanaf hier is het stijgen! Zo goed als alles van de 800 hoogtemeters. We passeren Falls of the Pool en zien de Emperors Falls liggen. We denken dat we er voorbij gaan maar iets verder is er een padje dat ons er zeer dichtbij brengt. Wat een kracht! Er is een rots in de val dat het water alle kanten uitblaast. Ik ga kort in de stroom van het afgeketste water staan. Het is een verfrissende en machtige ervaring. We stijgen nog even verder en komen langs Mount Robson. Hij oogt al een pak kleiner dan van aan het Visitor Center. We zien aan de basis aan gletsjers. Mist Glacier is redelijk vuil. Er ligt afschermend puin rond. Het is de oorsprong van het water van de Valley of a Thousand Falls. We gaan verder door de vallei en komen bij Berg Lake. Er drijven afgebroken stukken ijs van de Berg Glacier. Deze gletsjer is een pak mooier dan Mist Glacier. We komen aan Marmot campingplaats. De WC’s zijn vuil. We eten cornflakes op een bankje. We hebben ook koeken en 3 liter water mee. Er praat een oudere Britse loper met ons. Hij was een kwartier na ons vertrokken. Hij is nog in vorm wou eigenlijk als eerste bij het gletsjermeer zijn vandaag. Mislukt! We gaan verder langs het meer tot de Robson Pass. Er is niet veel te zien. Geen hoogteverschil. Het voelt niet als een pas. Het is de grens met het Jasper Park. Ik zoek een ranger om te vragen of de Snowbird Pass een optie is om een loop te maken maar er is niemand in het rangerstation. Een loper vertelt dat je materiaal nodig hebt om gletsjers over te steken. Het is dus geen optie. We proberen om de Hargreaves Loop te maken via Mum’s Basin. Judith ziet het niet echt zitten en onze voeten hebben kwaaltjes. Judith haar achilles steekt een beetje op. Mijn blinne en compeed plakker springen open. Als we zicht hebben op Berg Lake door de bomen nemen we een foto en gaan we terug. Het was fantastisch mooi hier aan de noordzijde van Mount Robson maar de terugweg is afzien. We rusten redelijk wat. Zo ook aan de overkant van het meer. Ik trek er de pleister van m'n blinne. Een ander koppel dat zeer kort gezwommen heeft trekt een foto van ons. We zijn kapot. We hebben overal krampen. Ik voel delen van m'n lichaam dat ik nog niet gevoeld heb. We komen uiteindelijk om 19 uur terug bij Jimmy na ongeveer 50 km !? wandelen. Die laatste km’s waren een lijdensweg en leken eindeloos ondanks dat we een plattere route voor Kinney Lake genomen hadden door de rivierbedding. We drinken water en rijden terug naar het Visitor Center. Ik heb een kramp in m'n rechtervoet en na een tijdje ook in m'n linkervoet. Ik moet met een limonadefles in m'n linkerhand op het gaspedaal duwen. Het Visitor Center is al gesloten. We rijden naar Moose Lake. Judith ligt al meteen te tukken. We zijn allebei niet goed van de inspanning. We zijn te diep gegaan. Aan Moose Lake besef ik dat m’n schoenen niet in de auto zitten. Ik begin te wenen en word boos! De auto moet georganiseerd worden! Ik maak soep en noodles klaar. Ondanks lichte regen en een aantal mensen op de parking was ik me aan de rand van het meer. Het doet deugd. Ik verander van kledij in een WC. Judith rijdt naar Jasper. Ze ziet niet zo goed in het donker. Ze rijdt enkele parkings voorbij. Het onweer wordt harder. Rechts staat plots een edelhert met een groot gewei langs de weg. Judith kan maar net op tijd remmen. Jimmy komt vlak voor het beest tot stilstand. Het dier kijkt ons een paar seconden aan en steekt dan de weg over. Het verschiet van een bliksem en loopt weg. We stoppen uiteindelijk aan een parking links. Judith verfrist zich in de regen. We gaan doodop slapen.

    03/07: We worden veel te vroeg wakker door muggen. Ze blijven komen hoeveel we er ook meppen. We ontdekken dat ze naar binnen glippen via spleten in het kofferraam. Godver! Griezelig!

    Comments

  • 04Jul 2017

    10 Yoho National Park 07/04/2017 Canada —

    Field, Canada

    Description

    We rijden naar Jasper. Ik denk dat ik misschien schoenen kwijt ben geraakt in het Activity Center twee dagen geleden na het douchen. Er is nog niemand. We parkeren opnieuw naast het treinspoor en de openbare toiletten. Ik organiseer de auto en Judith gaat om ontbijt. Ze werd lastig gevallen door een oud vrouwtje uit Australië dat aandacht nodig had. We ontbijten op een bankje aan de achterkant van de toiletten. Broodjes met confituur en melk. Mm. Het valt zwaar. Judith wast haar haar en ik vul waterflessen. We gaan terug naar het Activity Center. M’n schoenen liggen in de lost and found koffer. Yes! Een mevrouw van de culturele dienst was juist terug van een reis naar Brugge.. zoals zoveel mensen die we reeds tegen kwamen. We gaan tanken en vertrekken op route 93 richting Banff. We stoppen en doen de Five Lakes Valley Trail. Het is een gemoedelijk padje rond 5 meertjes. Er zijn veel zware mensen en gezinnen. We wandelen een uurtje. We stoppen ook aan Horseshoe Lake. Het is een plaats waar lokale mensen komen om van rotsen in het water te springen. Vandaag niet, het is te koud. We komen aan Athabasca Falls. Een machtige waterval die goed verstopt is tussen rotsen. We moeten via een tunneltje en tussen de rotsen om alle hoeken van de waterval te zien. Er zijn zeer veel mensen. Ze drummen om de selfieplaatsen haha. Als we weer vertrekken brandt er een lampje op het dashboard “Service Engine Soon” en “Check Gages”. Oh ooh. Zal ik eens aan Guido moeten vragen. Ik hoop dat het niks ergs is en rij gewoon door. We stoppen aan een uitkijkpunt. Links ligt de bergketen Endless Chain. Ik begin te knikkebollen. We stoppen aan een rivier met uitzicht op onder andere Mushroom Peak. We maken bonen klaar met patatjes. Ik hang handdoeken te drogen aan een struik. Er komt een Chinees. Ze zit zonder benzine. Een Canadees koppel zal aan het volgende tankstation vragen om jerrycan te brengen. We rusten er even. We komen erna bij Athabasca Mountain en Icefield. Er is een glazen, hangende vloer om van ver te kijken en er rijden bussen op de gletsjer. WTF! We gaan dichterbij. Het is wel een grote gletsjer maar hij is niet zo mooi. We mogen er niet op zonder uitrusting en gids. Ik vraag aan een gids hoe het komt dat ze zo strikt zijn in Canada qua regels en natuurmanagement maar dat er hier dan wel bussen op een gletsjer mogen rijden. Het is blijkbaar een traditie. Het is al zo vanaf de jaren 60 en 10% van de opbrengst gaat naar het park. Er gaan zo’n 5000 mensen met de bus op de gletsjer per dag. Ik vind het een redelijk teleurstellende uitleg. We komen even verder het Banff National Park binnen. Alleenstaande bergen en platte valleien rechts creëren een open en wijd gevoel. Het is een fantastisch landschap. We stoppen kort aan Crow Glacier. Vooral de berg links met z’n hoge gletsjer springt in het oog. Verderop is er een afslag naar Yoho National Park. Het is de eerste 2-vaks baan waar we op rijden. Ik krijg een Europagevoel. In de tegengestelde richting is er veel file. Dit zijn waarschijnlijk mensen die terug komen van bij familie waar ze nationale feestdag gevierd hebben. Hopelijk is de file weg als we terugkeren. Er is ook een kijkfile voor een kleine zwarte beer. We stoppen niet. Er is teveel verkeer. Het is niet zoals in de Yukon. We nemen pauze aan een stop waar er uitleg is over de Kicking Horse Pass. Het is een belangrijke plaats voor het treinverkeer in Canada. De treinen gaan er in twee achten door tunnels in bergen over de bergpas. De naam is te danken aan het feit dat de verkenner van de pas er gestampt werd door z’n paard. We rijden verder en komen aan de afslag naar Takakkaw Falls. Ik had een wandeling opgezocht op het internet, de Emerald Triangle die we niet ver van de waterval kunnen aanvatten. Het is een smal weggetje met 3 heel scherpe haarspeldbochten. Leuk! Ik ga een kijkje nemen waar de Yoho River en de Kicking Horse River bij elkaar stromen. De Yoho is wit water, komt recht van gletsjers en de Kicking Horse is groen water, gefilterd in meren. Na enkele kronkels zien we de Takakkaw Falls liggen. Magnifiek! Een steen doet het vallende water opspuiten maar erna stort het de diepte in. We gaan tot het einde van het pad. Wat een natuurkracht whoa! Indrukwekkend! We eten erna macaroni met broodjes en rijden een stukje terug tot een kleine, verscholen parking in een bocht. Het kofferraam is toegeplakt met ducktape. Slaapwel!

    04/07: We slapen lang. We worden wakker met klaarblauwe hemel. Geen enkele mug vannacht. Ik rijd terug naar de Takakkaw Falls parking. We maken rijst klaar en vertrekken richting Emerald Lake dat aangeduid staat op een pijl. Het is ferm stijgen in het bos. We slaan af naar Hidden Lakes. Het pad stopt er. We gaan terug. Bij de volgende splitsing slaan we kort af naar het meer maar ik besef dat we toch beter de Iceline Trail volgen. We zullen waarschijnlijk meer zien. Het is minder door het bos. Het is niet erg moest het geen loop zijn. We komen al snel boven de boomgrens. Er zijn redelijk wat mensen op deze trail. We zien de gigantische gletsjer liggen die de waterval voedt. We stijgen en moeten veel door sneeuw. Een oude meneer spreekt ons aan. Hij vraagt waar we naartoe gaan. Ik zeg geen idee. Hij geeft ons een kaartje. We kunnen een loop maken! Hij en z’n vrouw zijn van San Diego. We bedanken hem. Verder komen we een koppel tegen dat we al gepasseerd waren. Ze zijn van Quebec en spreken Frans met een speciaal dialect. Het lijkt een beetje op het accent van de Provence maar dan sneller. We verstaan maar de helft van wat ze zeggen. We nemen een foto van hen en zij van ons. Het is prachtig hier. We komen op het hoogste punt van het pad, de Iceline Summit. We maken er noodles. Vanaf nu is het dalen in een grote bocht. We passeren een ACC hut en gaan door het bos. Er staan pijlen naar Twin Falls via Marpole Lake. Het is niet zo ver. We gaan over rotsblokken. Tegenliggers zeggen dat we links moeten van het meer. We komen bij een lawinegebied van sneeuw en bomen. Judith hoort iets rechts. “Is Ok het zijn mensen" zeg ik. Ze lachen. Het zijn Vlamingen! Een jong koppel van Gentbrugge. Ze trekken 8 weken rond in Canada. Hij vertelt dat ze 6 dagen alleen op een onbewoond eiland gezeten hebben aan de westkust. Een vliegtuigje had hen ernaartoe gebracht. Ze hadden er een wolf gezien. We zeggen dat de Iceline Trail te doen is. Ik geef het kaartje dat we gekregen hadden. We babbelen even en gaan dan door. Twin Falls is mooi. We hebben alle moeite om een foto te nemen omdat de zon fel blinkt vlak boven de waterval. We wandelen erna terug naar Yoho Valley. Het is nog even dalen door het bos. We passeren campgrounds. We komen bij Laughing Falls. De waterval komt misschien aan z’n naam omdat het water in snokken valt en trekt op een hinnikende lach. We raken uitgeput maar het is gelukkig niet zo ver meer. De paden zijn mooi verzorgd en afgezet. Het trekt even op een minigolf parcours haha. Aan de parking was ik me in de Yoho River. Judith warmt groentjes. Het is warm in de auto.

    Comments

  • 06Jul 2017

    11 Banff National Park 07/06/2017 Canada —

    Banff, Canada

    Description

    We rijden naar Louise Lake. Het is er druk en toeristisch. Er is een mall. We gaan om brood, melk, eieren en chocoladekoekjes. We rijden erna door naar Lake Louse. Er staat een gatlelijk wit hotel naast. Judith wast zich aan kraantjes in propere publieke WC's. Ik vul de waterflessen bij. We gaan een kijkje nemen aan het meer. Het is mooi en kalm. Ik rijd een stukje terug en parkeer achter RV’s.

    05/07: We hebben goed geslapen ondanks dat er een paar jonge gasten in een auto lawaai maakten. Ik rijd het stukje terug naar de parking aan Lake Louise. Er is al redelijk wat volk. De parkeerwachters staan te lummelen. We eten de rest chocoladekoekjes op en koken eieren. We vertrekken links van het meer. De meeste toeristen gaan naar rechts. Goed! We stijgen door het bos via de Saddleback Pass. Judith draagt de rugzak. We laten hem liggen aan een kruising en beklimmen rechts Fairview Mountain. Het is een redelijke uitdaging. Boven zien we de volle glorie van Mount Temple, een stuk van Lake Louise en veel bergen in de richting waar we naar verder zullen rijden. Er zitten eekhoorns. Ze bedelen niet. Ze komen hier waarschijnlijk verkoeling zoeken. Het is meer dan 30 graden vandaag. We hebben al enkele honden in de sneeuw zien liggen om af te koelen. Er zijn 3 meisjes die redelijk wat foto’s nemen. Ze nemen ook één van ons. Er wist één dat Mount Temple niet te beklimmen is op dit moment wegens lawinegevaar. De top van de berg kan slechts 3 weken per jaar veilig bereikt worden. We dalen. Ik ben sneller bij de rugzak. Ik pel een eitje voor Judith en mezelf. Het smaakt. We lopen even verkeerd en dalen dan tot Paradise Valley. We komen in een lawinegebied. Ongeveer 200 meter ligt vol omgevallen bomen op sneeuw. Judith ziet het niet zitten. Ik klauter erover en zie een klein stukje pad in het bos. Het gaat niet verder. Ik daal tussen dichte bomen richting een riviertje en vind het pad terug! Judith volgt. We maken lawaai voor beren. We komen aan een rivier. We volgen even de oever en steken dan over. We stijgen en komen aan een idyllisch meertje naast Mount Temple. Lac Annette. Prachtig. Er is niet veel plaats. Mensen liggen er te rusten op ieder morzeltje grond aan de waterkant. We gaan door. We stijgen en blijven stijgen tot aan de Sentinel Pass. Vanop een afstand ziet het er zeer steil uit. We stijgen in de hitte door losse gravel en sneeuw tot in schaduw. We stoppen en eten boterhammen met choco. Er zijn alpinisten een verticale pilaar aan het beklimmen rechts van ons. Wow! Ze roepen. We stijgen verder. We vinden het pad goed op de bolders. Het is telkens 180° draaien aan hoopjes stenen. Op de pass zijn er 3 mensen waaronder één mevrouw die uit Tsjechië komt. Ze neemt een foto van ons. We hebben zicht op de Valley of the Ten Peaks. Het zijn scherpe, besneeuwde toppen. We dalen ernaartoe via vooral sneeuw. We dalen verder via bos en komen bij Moraine Lake. Er zijn weer heel veel mensen. Een Chinees van Sjanghai neemt een foto van ons. We proberen te liften aan de parking. Twee Braziliaanse meisjes nemen ons mee tot aan een splitsing. We wandelen de rest traag op het voetpad naast de autobaan naar de parking. We gaan naar Lake Louise. Het is nog iets minder donker dan gisteren. We wassen ons aan een rivier met water dat uit het meer stroomt. Heerlijk. Er zijn meer enkele muggen. We rijden naar Banff. We zien Mount Rundle en meren ernaast. De weg ervoor was afgezet tegen wild en het is een 2-vaks baan. De stad is één grote commercieboel. Ik baal enorm. We gaan burgers, McFlurry en veel frisdrank halen in McDonalds. Suiker! We zoeken erna een plaats waar we kunnen slapen. Er staan overal “No overnight parking” bordjes.. We rijden een heuvel op en stoppen op een plaats waar er geen plakkaten zijn. Het is een kleine open plaats tussen bomen en lijkt op het begin van een trail.

    06/07: We worden wakker met een voertuig van een parkwachter naast ons. Er staat één onze nummerplaat te noteren. Fuck fuck fuck. Ik trek m'n broek en een T-Shirt aan en stap uit. “Goodmorning” zeg ik. Hij vraagt of we weten dat we hier niet mogen slapen. Ik zeg dat we gisteravond laat uit Jasper komen en dat we gezocht hadden naar een plaats waar er geen bord “No overnight parking” stond. Hij zegt dat we in elk nationaal park op campgrounds moeten overnachten. Hij vraagt m'n rijbewijs. Ik haal het mapje uit. Hij neemt m'n paspoort en vraagt of ik een criminal record heb. Ik zeg droog “No”. Hij gaat naar z’n voertuig. Het duurt enkele minuten. We komen ervan af met een waarschuwing. Grote opluchting! We rijden terug naar het centrum. We ontbijten aan een parkje nadat we boodschappen hebben gedaan in een winkel die ik gespot had. We vullen water bij aan de washrooms en drogen de handdoeken. We organiseren de auto en gaan naar het Visitor Center. We gebruiken even de wifi. Een mevrouw toont waar er car mechanics zijn en zegt dat we best vanaf Mount Shark Trailhead naar Mount Assiniboine zouden gaan. Er ligt teveel sneeuw vanaf Sunshine Trailhead. Het is één van de beste hikes volgens National Geographic. We beslissen om het Kootenay Park links te laten liggen. Er valt een jongetje flauw. De hulpdiensten komen snel. De jongen komt al terug bij. Ik bied hem water aan. We vullen erna water bij en vertrekken uit Banff. Het is snikheet. We vinden een monteur buiten het centrum die ons wil helpen tijdens z’n pauze. Hij werkt bij het bedrijfje Mountain Mechanics. Hij zegt dat “Service Engine Soon” slaat op het feit dat de olie moet ververst worden. Maar de olie is Ok. De computer geeft het niet goed door. Het zou dan een reset knopje moeten zijn maar hij weet niet precies waar het zit. Het is ook normaal dat als je de motor aanzet dat alle lampjes kort branden. Het is pas een probleem als ze blijven branden. Hij zegt “you are good to go”. De tweede grote opluchting van vandaag! We rijden richting Canmore en even er voorbij oeps. We draaien aan Dead Man’s Flats. Ik moet pissen. Er springen 4 muggen op m’n been terwijl ik bezig ben. Lopen! We vinden route 472 in Canmore. We rijden voorbij een meer en de weg wordt gravel. Dat hadden we niet verwacht. Het zou moeten lukken. Jimmy heeft het nog gedaan met z'n 4x4 banden. We stijgen en komen aan een stuwmeertje op een pas. We stoppen hier even. Ik ga zwemmen. Judith gaat ook heel even in het water. Er gaat een klimmer op de rotsen. Hij springt er af in het water van op 3 à 4 meter hoogte. Als we vertrekken komen er curieuze geiten. Die klimmen een pak sneller! We komen in Spray Valley Provincial Park. Er rijden nog veel auto’s op de gravel. We komen aan een prachtig meer. We zwemmen er niet. Er zitten dazen net als aan het stuwmeertje.

    Comments

  • 08Jul 2017

    12 Mount Assiniboine Provincial Park 07/08/2017 Canada —

    Edgewater, Canada

    Description

    We komen aan de afrit naar Mount Shark. We slingeren langs een groene vallei met een stroompje en bergen in de verte. Overal springen eekhoorntjes weg. We komen aan de Trailhead. Er staan redelijk wat auto’s. We trekken een foto van het plakkaat waar de trail voor morgen op aangeduid staat. We rijden terug naar de eerste stop Bolder Pond. Er is een vijvertje. We zijn er helemaal alleen buiten een schuw hertje. Judith snijdt en stooft groentjes. Ze maakt spaghetti. Onze magen hebben problemen om al dat eten te verwerken. We zijn redelijk verzwakt. Ik heb al twee dagen een ferme koortsblaas en hij gaat nog niet weg. Ik haal lichtblauwe slaapmatjes uit een container. Op één hangt er veel confituur. Ik kuis het af zodat er geen nieuwsgierige beren zouden komen ruiken. We blijven er een aantal uur tot het kouder en donker wordt. We rijden dan terug naar de Trailhead. We stoppen ernaast aan een landingsplaats voor helikopters. Er staan al enkele auto’s en er is geen plakkaat “no camping”. Hopelijk staat er morgen deze keer geen parkwachter aan de auto als we wakker worden.

    07/07: Ik ben wakker en moet pissen. Ik had teveel Nestea gedronken. Ik trek de deur open en loop. Judith wordt iets later ook wakker en moet ook naar het toilet. Ze rijdt dicht tegen een WC kotje want ze is bang dat er een beer zit. We slapen door tot het alarm afgaat en blijven nog een beetje liggen. Ik rijd van de helipad naar de trailhead. We zijn niet betrapt vannacht. :) We eten snacks zonder smaak en stuutjes met choco. We maken de zakken klaar. De blauwe matjes strikken we onderaan vast. In het begin is het een breed pad zonder veel hoogteverschillen. We volgen het naar Watridge Lake en slaan af naar Bryant Creek. We moeten door het bos. Na een paar kilometer staat er een waarschuwing. Er zijn hier in het verleden al aanvallen geweest van grizzly beren. We maken veel lawaai en zingen. We komen na een heel eind eindelijk op een open plek met twee huisjes rechts en later op een groter open stuk. We pauzeren aan een riviertje. We eten de rest van de kersen op. Ik hoop dat het helpt om m'n koortsblaas te verkleinen. Ik eet er 15. Judith veel meer. We houden de pitten bij. We gaan op een voetgangerspad. Het is één kilometer langer dan het pad voor paarden maar het is wel begaanbaar. In tegenstelling tot het paardenpad zijn er geen diepe modderstroken en brede wateroversteken. We beginnen te stijgen. We hebben al een tijd geen mensen meer gezien. Het is snikheet. We rusten even aan rotsen. We gaan dan verder naar de Assiniboine Pass. We kruisen een jonge Slovaak die ons bewondert. Hij is van plan om er twee dagen over te doen om naar Mount Shark Trailhead te wandelen. De pas was ferm stijgen. We zien de top van de berg opduiken links om de hoek. We gaan het Assiniboine Park binnen op de pas. Het is Unesco werelderfgoed. Op een plakkaat staan er redelijk wat regels. We komen iets verder in een prachtige vallei. We volgen een pijltje naar Lake Magog campground. We komen plots veel mensen tegen. Het is niet echt aangenaam. We nemen een plaats in maar het is niet zo’n goede plaats. Judith gaat naar het WC en ik zoek een betere plaats. Ik vind één dicht bij lockers en bankjes die alleen staat. Andere mensen nemen de plaats echter af. We zijn te traag met onze rugzakken. We zoeken verder maar lopen in een rondje. We beslissen om eerst naar Lake Magog te gaan. We zijn kapot. De laatste kilometer was één die veel langer leek. Ik duik met onderbroek en T-shirt het meer in. Judith wordt gek van de muggen. We hebben er al veel gehad in het bos vandaag en er zitten er ook enkele aan het meer. Er komen wolken. Fuck kleren zullen niet meer drogen. We gaan het overflow stuk van de camping opzoeken. Er is niemand buiten één zwaarlijvige man naast een riviertje. We zetten de tent op. Plots vliegt er een zwerm muggen op Judith af. Godver zot! Ik lach het weg en zet tent zo snel mogelijk op. Judith slaat de muggen weg. We smijten de slaapzakken en matjes in de tent. We leggen zakken en schoenen in de zijkant. We duiken de tent in. Geen één mug zit in het binnenste van de tent! Oef! Het is redelijk warm. We wennen en komen tot rust. We zitten in een veilige cocon. Ik steek toch m'n arm naar buiten om buitenste flap naar boven te doen. Het is om een betere verluchting en een uitzicht op Mount Assiniboine te krijgen. Die trekt van hieruit wat op de Matterhorn. We rusten. Een ranger komt tegen andere mensen zeggen dat ze moeten betalen. De vier Amerikanen en Australiërs hebben ook last van de muggen ook al gebruiken ze muggenspray. Ik trek nu en dan een foto van de berg door de opening in de tent. De belichting verandert. Ik voel me redelijk uitgeput. We proberen al vroeg te slapen.

    08/07: We hebben prachtig zicht gehad op de berg vannacht in het donker met de volle maan links ervan. De kodak kon het niet vatten. We worden wakker rond 6:30 uur. We kleden ons volledig aan en springen uit de tent. De muggen zijn lam. We vouwen de tent hard op. Er zijn er zeker honderden geplet. Sterf! We maken dat we snel weg zijn. We volgen een pijl naar Wonder Pass. We gaan langs Lake Magog. Ik vraag aan een Chinese om een foto te nemen van ons. We ontbijten aan het meer. De LunchOnMeat smaakt enorm! Mijn buikje is blij. We komen al snel bij de pas nadat we lodges gepasseerd zijn. We zien Mount Assiniboine niet meer. Judith doet haar jas af. We smeren ons in met zonnecrème en drinken water. Als we weer vertrekken komen er twee mensen op ons af. Ze zijn enthousiast en bang. Er zit een grizzlybeer met twee jongen iets verderop. Ze durven niet verder. De cubs spelen in de sneeuw. De beren zien ons vanaf een afstand en gaan de heuvel op, weg van ons. In het wild zien is toch iets anders dan van in een auto! We besluiten om bij mekaar te blijven. Het zijn Chilenen. Judith praat met het meisje. Ze doet haar PhD in New York. Ik met de jongen. Hij heeft al veel gereisd. Ze hebben ook de Skyline Trail geprobeerd maar ze zijn niet voorbij The Notch geraakt. Er lag teveel sneeuw en ze hadden slecht weer. We gaan samen langs Marvel Lake. Het is vochtiger en er zitten meer muggen. Als we even stoppen krijgt Judith muggenspray. We wandelen eerst en babbelen veel. Het is eens leuk geen lawaai te hoeven maken. We stoppen af en toe om water te nemen. We drinken meer dan gisteren. We wandelen tot op 5 km van de parking. Ze willen stoppen aan een rivier. Wij besluiten om door te gaan. We nemen kort afscheid. Judith stapt snel door. Ze wil er zijn. Ze moet naar het WC. Ze heeft zelfs nog een fleece pull aan! Op het laatste stuk is er geen beschutting van de zon maar we blijven gaan. We komen tegen rond 15 uur bij de auto. Judith laat de stok terug achter die ze er gevonden heeft. Het is extreem warm in de auto. Ik kan het stuur maar net vastnemen. Ik rijd traag door. We eten chips. Ik zie de Slovaak nog in de schaduw op de parking zitten. We stoppen aan het eerste meertje dat ik zie. Het heeft de naam 'Lake Belgium' haha. Het water is grijs. We drogen er de tent en ik klets water over me. Judith verfrist zich ook. Er zijn teveel vliegen. We gaan verder en komen aan een groter stuwmeer. Aan de overkant zouden we ook moeten kunnen geraken. Ik zie auto’s. Ik vind de weg ernaartoe. Ik zoek een schaduwplekje om te zitten, niet te vinden. We zwemmen kort in de Bow River met zicht op mooie rotsen in de verte. We rijden een stukje verder en nemen de afslag naar Kananaskis Lakes. Het Low Lake is langgerekt met modder aan de oever. We blijven niet lang. Het Upper Lake is een pak mooier. We kunnen er makkelijker pootje baden. We willen macaroni maken maar het gas is op. We eten dan maar uit conserven: patatjes, boontjes en maïs. Judith ruimt de auto op terwijl ik dagboek schrijf. We kijken naar de zonsondergang aan het meer. Als we wegrijden staat er een moose en jong op het midden van de weg. We blijven even kijken. Ze gaan door het bos naar een modderpoel om te drinken. Er stoppen enkele auto's achter ons. We gaan uiteindelijk door. Overal zijn er plakkaten met “No Camping”. We verlaten het Peter Lougheed Park. We rijden richting het zuiden op een baan die in de winter gesloten is. We stoppen aan de Elbow Pass Trailhead. Er zijn veel auto’s. We vallen hopelijk niet op.

    Comments

  • 10Jul 2017

    13 Waterton National Park 07/10/2017 Canada —

    Waterton Park, Canada

    Description

    09/07: We slapen echt goed en diep. We ontbijten in de auto. Judith rijdt over de Highwood Pass en langs groene landbouwgrond. Twee paarden hebben een lap grond waar bij ons 1000 koeien op zouden staan. Het dorp Longview is twee keer niks: Twee tankstations, een motel en een klein winkeltje. We rijden langs ranches en petroleum pompen. Dit zullen we waarschijnlijk nog veel zien in de Verenigde Staten. Een ranch had petjes op de omheining. Judith rijdt goed door. We passeren Mount Armstrong en komen in het stadje Pincher Creek. Ze hebben een Walmart. We laten ons gaan. We halen kip met patatjes en salade. We schaffen ook muggenspray aan. Beter laat dan nog later. We eten op een bankje in de schaduw. Het is snikheet. Ze hebben geen gaspulletje. Judith tankt nog voor we verder rijden. Best dat we wat gekocht hebben in Pincher Creek. Twin Butte is ook twee keer niks. We komen in het Waterton Park. We stoppen aan Pass Creek. Jimmy kan in de schaduw staan. Wij kunnen in de schaduw liggen naast het riviertje. Er zijn geen muggen. Yes. We vallen in slaap. We eten erna de rest kip en salade op tussen stokbrood. We voelen ons pompedik! Ik ga de rivier in om een dammetje uit te breiden. Ik probeer ook eens naar de overkant te geraken maar ik raak een slets kwijt en val. Ik trek m'n zwembroek aan en hang andere kleren te drogen. We gaan het hoekje om en wassen ons haar. We zitten erna op een boomstam en kijken naar mensen die fake foto’s nemen. Er komt een hert piepen. Hij durft enorm dicht te komen tot Judith op tafel slaat. Een heerlijke rust namiddag. Ik rijd nog door tot aan het Waterton Lake. We slapen in de hoek van een parking aan het meer.

    10/07: We rijden terug naar het Visitor Center. We vullen water bij en ontbijten. Judith heeft het schitterende idee om de smacks die meer op smakeloze rijstkoek lijkt in de pot met de rest nutella te dumpen. Heerlijk! We rijden langs Parkway richting Cameron Lake. We stoppen aan Rowe Creek. De mevrouw in het Visitor Center had gezegd dat dit het startpunt was om Mount Blakiston te beklimmen. Dit is de hoogste berg in het park. We maken de zakken klaar en wrijven ons in met zonnecrème. Judith heeft geen kledij met lange mouwen en benen mee en geen jas. We hebben slechts twee liter water en canned beef/ brood. We gaan door het bos. De ondergrond is rood, precies gravel. We stijgen langs beige cilindervormige bloemen. We komen aan een riviertje. We stappen over een balk en gaan naar rechts. We stijgen op de zijkant van een heuvel. Voor ons wandelen er twee mensen. We halen ze in. Het zijn park rangers. Ze hebben twee bruine beren zien spelen in de sneeuw. We hebben ze niet gezien. We gaan even voor. Ze hebben schoppen om paden te onderhouden. We klimmen tot het punt waar we op Lineham Ridge komen. Ze halen ons terug in. Ze gaan voor een week naar Lone Lake om samen met andere rangers werken uit te voeren. We draaien langs de ridge. We verlaten hem als we dicht bij Mount Hawkins komen. We klimmen tot de top. We hebben mooi zicht op Lineham Lakes en een waterval. Er is niet echt een pad meer. We klauteren naar beneden door rode, zwarte en gele stenen. We zien links een moeilijk stuk waar we waarschijnlijk niet door kunnen. We gaan daarom een berg langs de rechterkant rond. Het is ferm klauteren. We zakken weg op los gesteente. Het is nog moeilijker aan de andere kant. Fuck. We klimmen tot de top en eten corned beef. Vettige smoet. Ik merk een padje op, toch aan linkerkant. We hebben weer energie. We geraken tot aan het pad en volgen het. Het komt uit op het stuk waar we dachten niet door te kunnen. Het lukt toch. Vlak onder een gat in de rotsen is een doorgang. Yes. We klauteren naar boven tot aan een weerstation. Er is redelijk wat wind. We klimmen verder naar rechts. Het blijft duren. Eens boven is het naar links op de bergkam. We denken dat we er zijn maar we moeten over nog twee heuveltjes. We geraken uiteindelijk op de top! Fantastisch zicht. We kunnen heel het park zien. We blijven niet al te lang. Het is al 15 uur. We nemen een selfie met Ruby Ridge en het Lower Waterton Lake. We zullen moeten teruggaan langs dezelfde weg. Lineham pad zoeken zou waarschijnlijk niet lukken. Het ligt onder de verticale muur met waterval. We missen op Lineham ridge. We wandelen eerst naast het pad omdat we verschoten van donder vlak bij ons en iets verder lopen we te ver door langs de flank. We zijn enorm uitgeput vooral door al het wegglijden op los gesteente. Als we terug in het bos komen zeg ik tegen Judith dat ze iets minder over eten moet bezig zijn. We horen een donder links en een donder rechts en het begint te gieten. We worden kletsnat. We komen terug op de parking. Judith voelt zich niet goed. Er stopt een ranger. Hij vraagt of we beren gezien hebben. We antwoorden: 'Nope'. We rijden naar het Visitor Center. We stoppen alle natte kleren in een zak en trekken warme kledij aan. We eten corned beef, patatten en erwtjes en worteltjes. Ik rijd erna door Waterton Village op zoek naar wifi. Tevergeefs. Er wandelen veel hertjes in het dorp. We gaan terug naar de parking aan de waterkant. Slaapwel.

    11/07: We zijn weer tamelijk vroeg wakker. We hebben geen ontbijt meer. We gaan naar het Visitor Center. We drinken een slok water en volgen het pad naar Bear’s Hump. Dit is een uitkijkpunt op Upper Waterton Lake. We zijn op gewone schoenen. Judith is redelijk uitgeput. We raken er redelijk snel. We blijven even en nemen een paar foto’s. Tijdens het afdalen passeren we eekhoorntjes. Ik rijd door, richting de grens met de Verenigde Staten. We stoppen nog even en eten Smacks met hazelnootpasta. We komen aan de grenspost Chief Mountain Montana. Een officier stelt redelijk wat vragen. “How come you have an Alaskan vehicle? When are you leaving the USA? We at border patrol need exact dates! When are you going back to Belgium?” Het is uiteindelijk Ok. “Drive safe. Cows ahead!”

    Comments

  • 12Jul 2017

    14 Glacier National Park 07/12/2017 USA —

    Cut Bank, USA

    Description

    We rijden een eindje verder naar een uitkijkpunt. Ik leg er natte kleren open en eet iets. Judith rust. We rijden na een tijdje verder langs het gehucht Babb tot het dorp St Mary. We gaan in een winkeltje om brood en gas. Het gas is van een ander merk maar past perfect. Yes. Er is een toegangsweg tot het Glacier National Park. We tonen America The Beautiful Pass en ID kaart aan een toegangsloket. We krijgen een kaart en een krantje van het park. Leuk. We kijken in het Visitor Center naar een 3D maquette. Ik vraag uitleg over twee wandelingen. Judith gebruikt de wifi. Hier start de Going-to-the-Sun Road. Blijkbaar is dit de mooiste weg in het park en de enige die de oostelijke kant met de westelijke verbindt. Judith voelt zich nog niet zo goed dus het wordt een rij- en rustdagje. We rijden langs St Mary Lake. We stoppen aan Rising Sun en eten macaroni op een picnic area. We rijden verder langs een nauwe weg, toch voor hier. We gaan langs het water en komen aan een uitkijkpunt genaamd Sun Point. Het miezert. Hij doet z’n naam dus geen eer aan. Op een meer zien we een mini eilandje. Wild Goose Island. We passeren Going-to-the-Sun Mountain en Siyeh Bend. Erna is de weg echt mooi. We rijden langs een prachtige vallei tot Logan Pass. Er is geen parking. We zien een witte mountain goat met korte horens. Hij gaat weg. We hebben geen foto kunnen nemen. Ook na de pass blijft de vallei mooi. We rijden langs Weeping Wall waar water van sijpelt. Ze geven hier aan alles een naam. We zien Bird Woman Falls links en iets verder Heavens Peak. We dalen verder naast een creek tot MacDonald Lake. Wanneer we langs het meer rijden is er een gezin aan het zwemmen. Hun mobilhome heeft een Frans kenteken. Iets verder komen we op een kiezelstrandje dat uitsteekt. Er zit een boerenfamilie uit Wisconsin met ouderwetse kledij. We laten kleren drogen en rusten. Het water is warm genoeg om te zwemmen. We gaan door tot West Glacier op zoek naar een plaats waar we zouden kunnen slapen. We vinden een kleine parking naast een spoorweg. Het is nog vroeg. We rijden terug naar Apgar Village. We eten soep en noodles op een bankje aan het meer. We gaan er naar WC en poetsen onze tanden. Ik rijd langs een andere kant weg. We komen toevallig op een picnic area aan het meer waar er geen plakkaten staan. We zullen hier slapen. Als ik bijna in slaap val hoor ik de deuren van een auto dichtgaan. Er wandelt een park ranger naast ons. Ik doe kleren aan. Hij was even weg gewandeld en komt terug. Ik leg uit dat we aan het rusten zijn. We komen van Canada. Hij zegt dat we hier niet mogen slapen en hij rijdt weg. Dju. We rijden terug naar West Glacier. 5 minuten verder. We slapen naast de spoorweg.

    12/07: We hebben maar één keer een trein gehoord. Ik heb wel gebloed aan m'n lip. Het kussentje hangt vol bloed. Er stond toch een plakkaat “No overnight parking”. Och ja. Ik rijd naar Logan Pass. We worden getrakteerd op mooie zichten door de opkomende zon. Op de parking staat een ouder koppel naast ons van Israël. Ze denken dat we in Alaska wonen. We doen ons verhaal. Ze zijn al in Chili geweest. Ze raden een paar zaken aan o.a. gletsjers naast Perito Moreno en de Carretera Austral. De mevrouw vraagt of er in Canada beter brood is. We moeten haar teleur stellen. Ze doen ook de Highline Trail. We vertrekken langs de weg rond 7:30 uur. We wandelen vlak naast de autoweg. Er is veel volk. We steken enkele mensen voorbij. Het is zo goed als een vlak pad met mooie vergezichten, dezelfde als vanop de weg. We stijgen over een pasje. Er ligt een beetje sneeuw. We komen een eind verder aan de splitsing naar Glacier Overlook. Het is één kilometer naar Grinnell Glacier. We stijgen ferm. Het gaat goed. Het is steil maar we geraken er relatief snel. We hebben mooi zicht op de gletsjer die nog redelijk groot is. We gaan nog iets hoger en zien enkele meren die gevoed worden door de gletsjer. We vragen aan 3 jongens van Tennesee om een foto te nemen van ons. De jongen die hem neemt heeft voorouders uit Brussel. We genieten nog even van het zicht en dalen opnieuw. We zijn blij dat we de korte omweg opgeklommen zijn. Op weg naar beneden kruisen we vette, puffende Amerikanen die vragen of ze al halfweg zijn. Ik antwoord: "Nee misschien op één vierde hah!" We komen al snel bij een hut. Het voelt plots als de Alpen. We eten de rest van het brood en de choco op een bankje in de schaduw. We dalen het laatste stuk naar The Loop. Het is zwaar puffen. De warmte valt naar beneden op sommige stukken. We zien een autoweg liggen na de bocht. Yes. Ik dompel m'n pet in een stroom vlak ervoor. We nemen een shuttle bus. We hoeven maar een kwartier te wachten. Er is airco. De chauffeur is een oudere, vriendelijke en praatgraag mevrouw. Ze communiceert hoeveel mensen er nog staan te wachten en ze deelt water uit. Het is goed georganiseerd. We vullen flessen water bij aan de Logan Pass. We wandelen nog eens door het in Visitor Center op de pas. We zien de mountain goat in de sneeuw zitten. Deze keer kunnen we wel een foto nemen. We rijden terug naar St Mary en stoppen op dezelfde plaatsen als gisteren. What a difference a day can make. Het zonnetje schijnt fel en we kunnen veel mooiere foto’s maken. We stoppen aan Rising Sun. Ik zwem kort naast de plaats waar er boten vertrekken. Ik voel me een ander mens! We stoppen nog even aan het Visitor Center in St Mary en vullen alle waterflessen. We gaan nog naar een winkel om brood, nootjes en chips. We eten de chips meteen op. We rijden naar Cutbanks. Het weggetje is gravel en niet echt Ok maar we zullen het morgen toch wagen. We rijden terug naar een bocht waar er schaduw is van bomen. We eten macaroni met tomaat en kaas. We ruimen de auto op. Het is weer netjes. :) We gaan vroeg slapen.

    13/07: We slapen uit en blijven liggen. Het doet deugd. Judith staat op en maakt soep. Ik geraak er moeilijk uit. We zien 100 meter verder een mountain lion de baan oversteken. Hij (of zij) had een stomp als staart. We rijden over gravel. Ik ontwijk putten en grote stenen waar ik kan. We passeren loslopende koeien en paarden. Ik zet Jimmy aan een parking voor een camping. We wisselen onze kleren in een WC en maken een zak klaar. We vertrekken samen met twee gepensioneerde rangers. Ze hebben een zwarte beer gezien voor ons. We halen ze in en maken lawaai. Er zijn veel bloemetjes. We gaan een lang stuk door het bos. We passeren een campground. Het gaat moeilijk vandaag voor me. Judith neemt de zak over. Ze stijgt snel over het pad naar de Triple Divide Pass. Links zien we Medicine Grizzly Lake opduiken. We zien af en toe nog mensen. We zetten ons uiteindelijk aan de pas. Het was een heel eind. Er zitten mensen rechts in de schaduw van rotsen. Eens ze weg zijn gaan we naar daar. We eten nootjes en brood. Er komen marmotten snuffelen. Nee, we hebben echt honger. Het is ons eten! Ik gooi een steen. Voila die komt niet meer terug. Als ik iets later geen honger meer heb wil ik gerust een stukje brood geven. Maar de marmot die ik probeer te lokken durft het stukje brood niet te nemen. Hij gaat naar de rugzak en likt het zout eraf haha! Erna begint hij ook aan m’n broek. We beslissen dat de Triple Divide Peak er iets te moeilijk uitziet en vooral het is weer snikheet en we hebben nog maar één liter water. We maken een filmpje met uitleg over de waterscheiding. Judith filmt 5 keer. Ik zei verkeerde dingen of ik kwam niet goed in beeld. Judith struikelde ook eens over een steen, gelukkig zonder erg. We gaan terug naar benden. Ik draag weer de rugzak. We komen een muur tegen waar water van stroomt. Ik ga er even onder staan. Aah verfrissing! Het stuk in het bos duurt nog lang. We steken op het eind 6 oudere dames voorbij. We komen terug samen op de parking. Er biedt ene ons zelfgemaakte brownies aan. Mmm heerlijk. We rusten nog even voor we ons terug over de gravel wagen. Jimmy doet het goed. We passeren mensen op quads die koeien aan het hoeden zijn. We komen terug op asfalt. We rijden richting East Glacier. Het baantje ligt niet altijd even recht maar we krijgen mooie uitzichten. We zien Lower Medicine Lake opduiken. We rijden erlangs. Judith ziet een trapje vlak voor we Glacier National Park zouden inrijden. Ik rijd terug. Het is een hekken met prikkeldraad met een smal pad ernaast. We gaan naar beneden en wassen ons in het meer. Het doet deugd. Het is wel een heel karwei om weer boven te geraken. Ik glijd weg met m'n slippers op het modderig padje. Judith kuist de modder op. We rijden een klein stukje terug tot voor het plakkaat van het park. Hier zouden we mogen overnachten. We maken rijst klaar en slaan een paar muggen dood. Slaapwel.

    14/07: We rijden richting Two Medicine Lake. We komen aan een camping. Ik vraag aan een ranger waar de start van de Pitamaken Loop is. “Over het brugje staan alle aanduidingen” is haar antwoord. We kunnen parkeren op het einde van het meer bij WC’s. Er zijn kraantjes. Yes. We hadden niet veel water meer. Er staat een bordje “No picnic in camping area”. We maken zak klaar en gaan door. Over het brugje is het naar rechts. We maken lawaai voor beren. We komen uit het bos op een open plaats bij een riviertje. We maken macaroni klaar. Degene die niet eet staat op uitkijk. Er passeren af en toe mensen, zelfs lopers. We voelen ons daardoor op ons gemak. We gaan verder het bos door. Er staan heel veel stengels met witte bloemetjes die open komen. Beargrass. We komen op de splitsing naar Old Man Lake en de Pitamaken Pass. We gaan de pas op. We zien het meer liggen onder de puntige berg, de Rising Wolf Mountain. We zullen die omcirkelen. Eens op de pas duiken er rechts meren op. Er is geen schaduw. We gaan nog iets hoger. We moeten kort door sneeuw. We komen aan een bocht met nieuwe vergezichten. Recht voor ons ligt Mount Stinson. Judith maakt eten klaar door sneeuw te koken in een hoekje waar er minder wind is. Er passeren twee gasten van New York. Ze nemen een paar foto’s van ons. Volgens hen zitten we nog niet in de helft. Geen probleem. Het is nog maar 13 uur. Er komt opnieuw een marmot kijken maar hij is schuw en houdt zich gedeisd in de schaduw van z’n hol. We wandelen voor een tijdje langs de bergflank. We hebben mooi uitzicht rechts. Na een bocht zien we opnieuw Old Man Lake links van ons liggen. Iets verder komen we op Dawson Pass. Vanaf nu is het dalen. We zien No Name Lake en de andere kant van Two Medicine Lake liggen. Het stinkt. Ik denk eerst dat het ons zweet is maar het is gewoon de lucht. We dalen door bos. Het wordt weer iets warmer. We stoppen aan een breder riviertje. Het is een goede verfrissing. Een koppel met twee kleine kindjes die we gepasseerd zijn komen er ook naar terug. Judith marcheert het laatste stuk. Ik kan bijna niet volgen. We zijn uiteindelijk relatief snel terug bij Jimmy. We dachten dat het een langere wandeling zou zijn. Er staan enkele gasten te vissen in het meer. We trekken zwemkledij aan in WC’s en verfrissen ons. Zalig! We wassen ons haar aan een lavabo en vullen water bij. We nemen nog een laatste foto van het meer en vertrekken. We gaan opnieuw langs het hobbelige baantje. Doei Glacier National Park! We slaan af naar East Glacier. Ik tank een beetje aan een ouderwetse pomp. De mevrouw in het winkeltje is heel vriendelijk. Ze is in Alaska geboren. Ze geeft een kaart van Montana mee en toont langs waar we naar Yellowstone kunnen. Judith haalt een stuk pizza aan de overkant bij de bakker. Mmm. We rijden naar Browning. Vlak ervoor lopen twee paarden los. De politie zit erachter haha. Na het dorp hebben we fantastische vergezichten. In Europa kunnen we zo ver niet kijken. We zien stormen in de verte. Machtig. De zon gaat onder achter de bergen rechts. Er springt een hert 100 meter voor de auto gezwind over afsluitingen. Het is bang van de bliksem. Ik tank nog een beetje in Choteau. Na Augusto rijd ik bijna een hert aan. Het begint donker te worden. Ik probeer een plaatsje te zoeken om te staan. Alle afslaande onverharde wegen zijn echter toegangen tot velden. We vinden uiteindelijk een parkeerplaatsje aan een historisch punt: Dearborn Crossing Cemetery.

    15/07: We blijven lang liggen. We zijn een beetje groggy. Ik bloed opnieuw aan m’n mond op het kussen. Judith maakt pasta klaar. Ze rijdt vandaag. We steken de Missouri over. De rivier ontspringt niet ver van hier. We zijn snel voorbij Helena. We gaan langs Townsend. Judith geeft gas. In Three Forks gaan we naar links tot Bozeman. We gaan naar de Walmart. Op het gemak. Eerst halen we zaken om broodjes mee te maken. We eten ons buiten pompedik. Ik moet bijna overgeven. De yoghurt en vele melk waren er teveel aan. We sturen iets via Whatsapp naar onze familie. Judith belt eens met haar mama. Daarna slaan we eten in voor een langere periode. We gaan nog eens tanken.

    Comments

  • 18Jul 2017

    15 Yellowstone National Park 07/18/2017 USA —

    Yellowstone National Park, USA

    Description

    We rijden naar Livingston. Volgens een jongen die karren aan het sorteren is op de parking van de Walmart hebben ze daar een laundromat. Zijn job is nodig want Amerikanen zijn te lui en laten hun winkelkar op willekeurige plaatsen op parkings achter. We vragen info aan een motel. Ze wijst naar het einde van een straatje naast de grote weg. Scrub & Bubbles is de naam boven het kotje. We wassen en drogen kledij. Het is nodig. We hadden niks meer. Ik vul de Google reis map aan terwijl Judith de waste plooit. We rijden tot Yankee Jim, een stop aan de Yellowstone River. Het is snelstromend water. Mensen lossen hier hun boot. Judith wordt wat emotioneel. Ze begint te blèten. Ze mist haar familie een beetje. Ze heeft gisteren niet goed geslapen. We eten een boterham met nieuwe choco aan een tafeltje. Mm met cookie smaak. We gaan vroeg slapen. Jimmy is verstopt achter een struik. Het is minder warm en het miezert een beetje.

    16/07: Judith is 26 jaar! We staan op. We gaan naar Gardiner, de noord ingang van Yellowstone. We parkeren aan de Roosevelt Arch. We gaan naar een shop en Visitor Center. Judith belt er met oma en opa. Ik vraag ondertussen wat uitleg. We rijden langs Mammoth Hot Springs, een dorp in het park. We gaan er snel voorbij. We komen via een boardwalk aan een afslag naar een hobbelig weggetje, de Blacktail Plateau Drive. Geen auto’s hier. Het is een mooi weggetje maar ik ben nog niet onder de indruk. We komen aan Petrified Tree. Één van drie versteende redwoods die nog niet weggekapt is. We wandelen naar Lost Lake. Die vinden we sneller dan z'n naam doet vermoeden! Aan Tower rijden we richting het zuiden. We slaan Chittenden Road op. Het is opnieuw gravel. We laten Jimmy achter en beklimmen Mount Washburn. Er is veel wind. Er grazen enkele schapen langs de kant. Er is een uitkijkpunt op de top. We krijgen een beetje honger. We stoppen in Canyon Village. We kijken rond maar Judith vindt haar goesting niet. In een hamburgertent zitten mensen op mekaar geplakt. We halen een ijsje en Pepsi. We bezoeken de Canyon Area. We rijden een brug over om de South Rim te verkennen van de Yellowstone River en Canyon. Vlak aan de brug staat een bison. Hij steekt over! We durven niet meteen terug naar parking iets verder waar we Jimmy staat haha. Uncle Tom’s Trail is gesloten. Artist Point gelukkig niet. We zien de Lower Falls met de prachtige gele canyonranden. Het is duidelijk gesmolten lava. Fantastisch! We rijden terug naar Brink of Upper Falls en erna naar de North Rim. We wandelen naar beneden via een zigzagpad tot aan waar de Lower Falls naar beneden vallen. Wat een massa water. Op Lookout Point staan er vier Mexicanen. Ik neem een foto van hen. We praten even Spaans. Mexico City is niet gevaarlijk volgens hen. Grand View is niet het mooiste punt en Inspiration Point is gesloten. Er staat een kraan. We beslissen om erna verder te rijden naar het westen. Ik rijd rechtdoor op een kruispunt. Judith ziet rook achter een meer en bomen. We komen aan de parking van de Norris Gheyser Basin. We rennen. De zon is bijna onder. Holy fuck! Wat een machtig zicht! Overal geisers en pruttelende putjes. Het ruikt naar zwavel. Wat voel ik me klein. We kunnen mooie foto’s maken door de ondergaande zon. We wandelen op de kleine Porcelain Loop. We rijden erna naar de westelijke uitgang. We zien rook uit Firehole River komen. We parkeren vlak na de uitgang op een parking naast RV’s. We eten patatjes, kip en worteltjes uit blik met mayonaise en ketchup. Judith zegt dat ze een leuke verjaardag heeft gehad.

    17/07: We hadden de wekker gezet om 6:00 uur. We rijden een paar meter weg van het park en tanken. Daarna gaan we naar het zuiden voorbij Madison. Judith smeert boterhammen met choco. Ik rijd langs Firehole Canyon Drive. Je kan hier zwemmen. Het is nog te vroeg. We willen zo snel mogelijk naar de belangrijkste geothermische plaatsen voor het te druk wordt. Er passeert een bison op z'n dooie gemak over de weg. We stoppen eerst aan de Grand Prismatic Spring. Het is een kleine parking. Er is bijna niemand. We kunnen het meer nog niet goed zien. Het is te koud. Er komt teveel stoom uit. We rijden verder langs de Firehole River tot Old Faithfull. De bekendste geiser. Alle winkels en hotels staan er in een cirkel rond. Voor we de parking oprijden spot Judith een coyote of vos in de bocht. Ze had ook al een kariboe gezien. We zetten ons op een bankje op de tweede rij en leunen tegen mekaar. Ze kunnen voorspellen wanneer de geiser spuit. Het is ongeveer om de 90 minuten. We moeten een kwartiertje wachten. Het wordt druk. Er komt iemand voor ons zitten. Het water spuit in snokken omhoog. We zijn ietwat teleurgesteld. We hadden er meer van verwacht. We gaan naar een winkel om melk. Het gaat goed samen met choco cornflakes ook al smaakt de melk raar. Een beetje tussen yoghurt en ijs. We proberen een dichtere parking bij Upper Loop te vinden maar het lukt niet. We laten Jimmy weer op dezelfde parking achter. Echter wel op een andere plaats. Ik moest zoeken. Het wordt al drukker. We wandelen naar Upper Loop. We zijn moe en ambetant. Het is ook al snel zeer warm. Ze hebben alle geisers en pools een naam gegeven. Ze blijven maar komen. We lopen zeker twee uur rond in het fantastische surreële landschap met als uiteinden Morning Glory Pool, Judith haar lieveling, en Punch Bowl. Als we wegrijden is het al enorm druk. Wat een massa mensen! We gaan naar Black Sand Basin. We nemen enkele foto’s van families en zij één van ons. Er staat een groep scholieren die uitleg krijgen. We luisteren even mee. We gaan dan naar Biscuit Basin. Het is er nog drukker. Ik krijg Jimmy maar net geparkeerd. Er reed juist één weg. Vooral Sapphire Pool blijft bij, een vijver die echt mooi blauw is. We gaan erna terug naar de Grand Prismatic Spring. Hopelijk is hij deze keer wel zichtbaar. We moeten een eind ervan langs de weg parkeren. Ik had het wel gedacht. We wandelen langs Firehole River. Het is een drukte van jewelste. Het meer is veel beter zichtbaar! Als de damp onze richting uitvliegt is het bakken en braden. De oranje rand is enorm. Er zijn veel bacteriën en micro-organismen. Het is even genoeg geweest. We draaien in het bos een picnic ruimte op. Ook hier is het druk. We maken rijst klaar en maken een conserve tonijn open. We eten erna koekjes op een bank waar Texanen zaten. Ze zeiden geen woord tegen mekaar. We rusten kort op de bank. Het is al 15 uur als we weer verder gaan. We stoppen en bekijken de Firehole Lake Drive, Fountain Paint Pots en Artist Paintpots voor we als laatste in de Back Basin van Norris rondwandelen. Porcelain Circuit was mooier met de ondergaande zon gisteren. We vangen een vlaagje. Het was eerst de bedoeling dat we naar de East Entrance rijden maar we veranderen van gedacht. Ik wil een extra dag in het prachtige park. Het eerste nationale park in de wereld. We zullen naar de North-East uigang rijden. We gaan naar het noorden. We passeren Roaring Mountain voor we even moeten wachten. Er zijn werken. We rijden een behoorlijk eind in colonne. We wandelen nog kort in Upper Terrace in Mammoth. In het centrum van het dorp op een grasveld staan er redelijk wat herten. Ik was me kort in de WC’s en vul water bij. We rijden langs Tower-Roosevelt naar de Silver Gate. Het is donker. Er steekt een hert vlak voor ons over! Het giet kort. We zien bliksem in de verte. De Silver Gate is een commercieel dorp. We rijden naar borden van Gallatin Forrest. We mogen er ook niet staan. Judith rijdt naar een kleine parking naast WC’s vlak bij de ingang. De voorbije twee dagen waren een rush. Snel foto’s trekken in een massa volk rond de geothermische attracties in het westen van het park. Het mag iets kalmer zijn in het oosten.

    18/07: We zijn weer vroeg wakker. Ik laat Judith uitslapen. We rijden richting The Thunderer. Ik ben nog moe. Ik herinner me een andere plaats van gisteren dan de trailhead die we passeren. We rijden nog even door maar komen in Lamar Valley. We gaan terug. We maken ons klaar om de berg te beklimmen. Er ligt een rivier in de weg, de Soda Butte Creek. We geraken er niet over. We rijden terug naar The Bernadette, euh Barronette Peak. Judith zet er foto’s over want het kaartje in de kodak is vol. Ik rust nog even op de matras met het raam achteraan open. Heerlijk! Mensen staan er met megalenzen naar geiten te kijken op de rotswanden. We vertrekken voor een volgende poging maar na de heuvel stopt het pad haha. We zien een hert met twee jongen. We druipen terug af naar Jimmy en rijden verder. De Lamer Valley is prachtig. Kudde’s bisons, eindeloos. De landschappen veranderen. We rijden op een stuk waar we al gereden hebben maar deze keer stoppen we aan Tower Fall. We wandelen naar de Yellowstone River. We gaan erna opnieuw over Dunraven Pass naast Mount Washburn. We volgen de rivier langs Mud Vulcano en Le Hardys Rapids tot aan Yellowstone Lake. We gaan naar WC en Visitor Center. Een mevrouw raadt enkele stops aan naast het meer met mooie uitzichten. We nemen een douche aan de camping. We betalen voor één maar ik neem gewoon ook rap één. We voelen ons beter. We stoppen eerst aan Indian Pond en Storm Point. We wandelen een loop van 3 km door grasland langs het meer en bos. Als we terug uit het bos komen staat er een bison niet ver van ons in een open grasveld. We gaan er in een bocht rond. Achter ons moeten nog mensen dit doen. Dan komt er nog een bison uit de richting van een meertje. We moeten weer uitwijken. We zijn opgelucht als we er voorbij zijn. We rijden langs Steamboat Point. Erna is er een opstopping. Er ravotten twee grizzly beren in de verre verte tussen de bomen. We praten er kort met een meneer uit Parijs die van Chicago naar Seattle gaat. Judith ziet de beren, ik niet. We eten erna Alfredo macaroni aan Lake Butte. Mmm. Het is een plaatsje iets boven het meer. We kijken naar de zonsondergang. Als we verder rijden wandelt er een bison over de weg. We gaan de Sylvan Pass over en slapen aan de East Entrance naast een bord van Shoshone National Park.

    19/07: We slapen zeer goed en nog eens lang. Het doet deugd. We gaan opnieuw door de East Gate, terug de Sylvan Pass over. We ontbijten er. Iets verder ligt Eleanor Lake, de start van de wandeling naar Avalanche Peak. We gaan door het bos. Er zijn redelijk wat mensen. Er is een bergkam boven en er zijn enkele mensen. Zo ook een koppel waarvan de pa van het meisje het moeilijk heeft om boven te geraken. We eten een paar koekjes. We hebben uitzicht op Yellowstone Lake met verschillende eilandjes van rechts naar links: Stevenson, Dot en Frank Island. Het Tetons massief is al zichtbaar in de verte. Rond de middag zijn we terug aan de auto. Ik was me in een stroom. We rijden opnieuw langs het meer. Er is meer volk. Het doet denken aan de zee. We komen aan Lake Village. Er staat een groot, geel, lelijk hotel. Nee, we rijden door. We stoppen aan Bridge Bay. We eten ravioli en noodles op een bankje in de schaduw. Er is een klein haventje. We wandelen erna naar Natural Bridge, een steen die een brug vormt door erosie. Het is niks speciaals. We wandelen terug en naar de overkant van de weg. Het is een uitkijkpunt op het meer dat afgesloten was voor verkeer. We worden iets verder verrast op een brug: links ligt een prachtige vallei en meanderende rivier, rechts ligt een waterval: Lewis River en Falls. Voor we Yellowstone verlaten stoppen we aan Moose Falls. Het is een prachtige waterval. Er staan plakkaten. We mogen er niet zwemmen of zelfs maar het water aanraken!

    Comments

  • 20Jul 2017

    16 Grand Tetons National Park 07/20/2017 USA —

    Alta, USA

    Description

    We komen in de Rockefeller Jr. Drive, een verbindingsweg van Yellowstone naar de Tetons. Rockefeller heeft dit gebied opgekocht en aan de overheid gegeven. Er staat “No camping beside road”. Fuck, had ik niet op gerekend. We rijden door. We zien de Tetons liggen aan Jackson Lake. Prachtig!! We gaan het park uit naar het oosten. We vinden een plaatsje aan een rivier. We eten een soort stovers, Duitse patatten in zure saus en worteltjes en erwtjes met nog soep. Een feestmaal! We worden aangevallen door muggen. De spray helpt niet zo. We verzetten ons na het eten. Ik zet Jimmy iets verder aan een inkombord van het park met zicht op de bergen. Het is tijd om te slapen. Ik sta ’s nachts nog op, moet pissen. Ik zie de mooiste sterrenhemel uit m'n leven!

    20/07: We staan op als er mensen wegrijden nadat ze foto genomen hebben aan het bord. We rijden het park in en over een dam. We vinden een WC. Ik volg een baantje naar Signal Mountain. Het is geen al te mooi zicht. Er staan teveel bomen. We eten cornflakes. We gaan naar Jenny Lake Visitor Center, een tijdelijk gebouw. We vullen water bij en koken en eten eitjes. Ik ga naar het ranger station. Ze melden dat er teveel sneeuw is op de Paintbrush Pass. Dat zullen we wel zien! We maken zakken klaar. We vertrekken vanaf Jenny Lake rond 12 uur. We passeren een plaats aan het meer waar veel toeristen foto’s nemen. Het doet deugd om nog eens te wandelen. We gaan een brugje over voor String Lake en wandelen er rond. Er passeren 4 ruiters te paard. Ze gaan op een pad waar ze niet mogen. Hun uitleg bevalt me: "we are rebels”. We komen ze iets verder terug tegen. Ze zien een kleine grizzly beneden in het bos. Wij zien hem niet. Het begint te regenen. Ze gaan terug. Wij gaan door. Plots giet het! Hagel als babygunbolletjes. We schuilen onder bomen en maken lawaai tegen beren. We dachten eraan om de tent op te zetten maar de hagel duurt niet lang. We gaan verder. We kruisen redelijk wat mensen die op de terugweg zijn. Ze zijn overduidelijk niet voorbereid op regen. We moeten door plassen. We proberen ze te ontwijken door aan één kant van het pad te blijven. Drie gasten doen minder moeite. Ze stappen er gewoon door haha. De regen mindert en stopt. We komen op een open plaats. We maken noodles. Judith neemt Nurofen. Ze voelt zich niet zo goed. We komen verder aan enkele sneeuwstukken. Judith denkt dat we niet verder kunnen maar het pad kronkelt erlangs. We gaan over boomstronken. We komen bij Lower Paintbrush Campzone. We eten een koek. Ik ga even kijken hoe een kampeerplaats er uitziet. Het is gewoon een plat stuk aarde. Er staat één tent. Een meneer in oranje poncho staat iets verder. We stoppen best niet. Verder ligt er meer sneeuw. We komen bij de Upper Paintbrush Campzone. Het pad is even moeilijker te vinden. Ik heb de kaart van het ranger station in m’n hoofd. We zouden moeten naar het noorden gaan. Lake Solitude ligt bovenaan op de kaart. Judith is kapot. We vinden twee plaatsen waar we de tent kunnen zetten maar ik wil de pas en/of het meer eerst zien. Ik ga op verkenning maar ik heb het gevoel dat ik lang weg blijf en ik ga terug. We gaan samen nog een stuk verder richting het noorden. We klauteren zoveel mogelijk over steen en grond. We ontwijken de sneeuw, die is te glad geworden, meer ijs. We vinden een afgeschermd plaatsje ver weg van een gele tent die we gepasseerd zijn. We zien zowel de vallei waar we naar boven geklommen zijn als een meer in de verte beneden. Is dit Lake Solitude? We maken pasta klaar. Er zit gelukkig redelijk veel in het pakje. We hebben niet veel eten mee: nog 2 eitjes, 2 energie bars en een noodle zakje voor morgen. We zetten de tent op en genieten van het uitzicht. We gaan slapen, meer rusten eigenlijk. We liggen op de grond.

    21/07: Er blaast felle wind tegen de rots links voor ons. Het maakt veel lawaai. Ik dacht af en toe dat er misschien een dier tegen onze tent aan het snuffelen was. Ik had alles met een geur in de duikzak gestopt: eten, afval, T-Shirt met deo geur. Ik had de zak weg van de tent onder struiken gelegd. Ik praat even met Judith rond 3 uur. Het malen van gedachten stopt. Erna slaap ik toch wat. We kruipen uit de tent rond 7 uur. We eten elk een ei en drinken wat water. We hadden gisteren stenen horen vallen rechts op de steile helling dus we zullen links afdalen naar het meer. We kunnen goed dalen langs stenen en grond. Als we over sneeuw moeten is het vlak. Best want is het nog meer ijs dan gisterenavond, enorm glad. Judith heeft er minder last van. We steken kort stuk sneeuw over waar water onder stroomt en dalen steil langs een stroom tot bij het meer. Er ligt nog veel ijs in. We zoeken een pad naar links. Er zou één moeten zijn als dit Lake Solitude is. We gaan rotsen op maar het is te steil. We gaan terug naar beneden, door bos. We moeten een steil stuk sneeuw door. Ik stamp gaten in het sneeuwijs. Rechts is het bijna verticaal naar beneden. Ik ben er niet gerust op. We zijn blij als we terug op de grond staan. We gaan langs een massa sneeuw door tegen de rotsen te blijven. We kruipen uit het gat en zien de vallei voor ons. Links ligt een meer en rechts ook. In de verte rechts ligt een vallei die lijkt op die waar we uitkomen. Hunk, dit klopt niet. Judith stoot zich op de rotsen. Ze is gefrustreerd. We rusten even. Ik begin te panikeren. We zijn de weg kwijt. We denken na. Volgens mij was de kaart niet correct georiënteerd. De top van de kaart is niet het noorden maar het westen! Fuck!! We kunnen het best teruggaan. Dit moet lukken. We moedigen mekaar aan. Ik ben even van slag. Judith gaat eerst. We nemen een iets andere route over rotsen om het steile stuk sneeuwijs door het bos te ontwijken. We komen terug aan het onbekende meer. We nemen dezelfde weg terug naar boven. Het is een ferme inspanning. We zijn redelijk kapot. We stoppen op het hoogste punt van de pas en maken noodles. We zien twee mensen via sneeuw klimmen naar het westen. Dat moet de Paintbrush Divide Pass zijn! Één persoon glijdt uit. De andere kruipt tegen een rots en trekt hem omhoog. Ze doen er lang over. Het lijkt niet zo lang en moeilijk. Ik wil het ook proberen. Ik mag van Judith. Ze blijft zitten. Ze is te moe. Ik klim naar boven zonder rugzak en ik begin eraan. Ik kijk naar m’n voeten, niet naar de afgrond rechts. M'n linkerhand zoekt steun tegen de muur sneeuw links. Het is gelukkig niet meer zo glad als deze morgen. Ik zorg dat m'n ene voet stevig vast zit voor ik de andere beweeg. Ik houd een goed tempo aan. Ik kom op een stuk waar de persoon viel. Links is er een rots, rechts een serieus gat in de sneeuw. Ik moet ertussen op de sneeuw wandelen zonder dat m'n handen houvast kunnen bieden. Griezelig. Het lukt. Ik klim verder. Het wordt ietsje steiler. Ik kom op het einde. Yes! Ik bewonder even het uitzicht. Jaaa, iets verder is er een plakkaat. Dit is effectief de Paintbrush Pass! Ik kruis een Spanjaard. Ik heb zicht op Lake Solitude voorbij een bocht. Ik haal de twee mensen in die voor me klommen en vraag of ze een foto willen nemen van me met het meer. We praten nog even over de klim voor ik terug ga. De Spanjaard is de berg links aan het opgaan. Ik pep me op om te dalen. Ik word nu meer geconfronteerd met de afgrond. Ik kan er niet naast kijken. Ik ga trager. M'n rechterhand bevriest in de sneeuw. Ik stop af en toe en steek hem onder m'n linkeroksel om op te warmen. Eens voorbij het moeilijke punt weet ik dat het zou moeten lukken. De afgrond is minder stil. Ik zou zeker op tijd kunnen remmen moest ik vallen. Ik ben opgelucht als er terug stenen onder m'n voeten liggen. Ik vertel alles aan Judith. We nemen de rugzakken en dalen samen dezelfde weg die we gisteren geklommen zijn. We zien veel meer. Het weer is een pak beter. De laatste loodjes naar de auto zijn enorm zwaar. We denken constant aan lekker eten, van thuis, zo’n honger! Op de parking openen we op de stoep meteen drie conserven. Vooral de LuncheOnMeat doet enorm deugd. Ik was me aan een waterkraan. We kijken op de kaart naast het tijdelijke Visitor Center. Het is zoals ik dacht. Noord en west zijn omgewisseld. We zijn naar het Grizzly Bear Lake en de Leigh Valley gewandeld. Daar zijn geen paden. Het was pure wildernis! Ik organiseer Jimmy. We rijden naar Jackson. We zien twee speciale antilopen met grote ogen langs weg. We hopen op een Walmart en een McDonalds maar we vinden er geen. Het stadje is wat als Banff, te commercieel. Het voelt wel meer Amerikaans door de countrymuziek in de saloons. We tanken vol en rijden teleurgesteld terug. We parkeren en slapen aan het bord van de Tetons.

    22/07: We staan op als er niemand meer aan het infobord staat. We rijden terug, door de ingang. Ik parkeer deze keer aan String Lake. We komen vanaf hier sneller aan Cascade Canyon. Ik heb gisteren twee mensen in het meer zien springen, is misschien iets voor na de wandeling. Ik maak zak klaar terwijl Judith ontbijt. We vertrekken rond 8 uur. We zijn WC papier en het kompas vergeten. Judith gaat er terug om. We gaan langs String en Jenny Lake en door de Cascade Canyon. Het was niet echt klimmen en zoveel was er niet te zien door de vele bomen. We eten wat cornflakes op de splitsing tussen de South en de North Fork. De North Fork gaat naar het gebied waar we gisteren waren. We nemen de South Fork. We passeren een vader en zoon van Idaho. Ze zullen de Hurricane Pass nemen en het Alaska Basin volgen. Hun auto staat aan de andere kant. We nemen foto’s van mekaar. We stijgen verder voorbij de kampeerzone tot een splitsing. Er is hier al meer te zien. We zetten ons en eten groentjes uit blik. We beslissen om de Avalanche Trail te doen. Er zal meer te zien zijn en het moet lukken. Het is nog maar 12 uur. Er passeren twee gasten. We halen ze iets verder terug in. We babbelen even. Ze geven tips over Utah. Één heeft er een jaar gewoond. Ze zijn vriendelijk. We stijgen verder door een prachtig landschap! We komen op de Avalanche Divide, het eindpunt. We hebben zicht op Snowdrift Lake en The Wall. We zetten ons op een steen en eten cornflakes. De twee gasten komen er ook aan. Ze gaan elk een kant uit om foto’s te nemen. Achter ons vallen er stenen en sneeuw uit een gat naar beneden. Het pad heeft z’n naam niet gestolen. We nemen foto’s van mekaar en gaan terug. We dalen niet zo snel. We lopen kort verkeerd en nemen foto’s. Later passeren we iemand die gehoord heeft dat er een grizzly cub niet zo ver zit. We maken lawaai. We zien hem zitten na een bocht. Op 5 meter voor ons, rechts in lang gras. We verschieten een beetje. Ik denk "foto nemen? Nee, kijken als mama nergens in de buurt is!" We roepen luid “Hey bear!”. Hij gaat weg over een heuveltje. We schatten hem 1 of 2 jaar oud. We zijn wat op ons ongemak. We maken meer lawaai. Als we na een eind weer mensen tegen komen zijn we wat geruster. We waarschuwen hen en dalen verder. Ik voel me goed. Judith voelt zich iets minder. Ze heeft last van haar buik. Ze snijdt haar knie aan een tak. De zon staat al laag als we langs Jenny Lake wandelen. We zien een hert op ons pad. We gaan nog zwemmen in het String Lake. De zon is al onder maar het meer is nog warm genoeg. We eten twee macaroni ’s op een bank en gaan terug naar Jenny Visitor Center. Ik vul water bij en schrijf een boodschap op het suggestiebord met krijt. We rijden het park uit. Ik ben een beetje droevig. Het zijn de laatste Rocky Mountains. Het is al donker als we voorbij Jackson zijn. Ik ben moe. Ik rijd traag. Er zijn redelijk wat auto’s achter ons. Er staan borden “No camping on roadside” maar foert het wordt te gevaarlijk. Ik rijd op een turnout net na een splitsing. We zijn South Park al gepasseerd. Dju, wou er een foto haha. :P

    23/07: Judith is sneller wakker. Ze rijdt vandaag. Ze klopt op het raam. Ik verschiet, geen ranger haha. Oef! We rijden over Snake River langs verlaten bergen. Er komen meer heuvels en akkerland. We komen in de Star Valley. Het is zondag. We zien mensen in fel witte hemden naar de kerk gaan. We stoppen op een rest area voorbij het gehucht Etna. We rijden over de Salt River. Het is een redelijk verlaten stuk land. Het valt op dat zelfs in de kleinste dorpjes de Post Office er een groot en proper gebouw is. Het landschap golft. 13 miles naar Montpelier en 23 naar Paris. Haha er zullen hier Fransen gewoond hebben. Bij ieder dorp staat een plakkaat met de population. Bij Paris stond er 450 haha. De grote Mormoonse kerk valt op. We komen aan Bear Lake. Halverwege zijn we in Utah. We zijn niet lang in Idaho geweest. Het is vooral een meer om met boten op te varen. We vinden niet echt een leuke plaats om te zwemmen. We rijden door, de Geneva Pass over. We stoppen op een uitkijkpunt. We dalen door een vallei met mooie rotsformaties gecreëerd door de Logan River. We zien links door de struiken kort twee kajakkers navigeren.

    Comments

  • 25Jul 2017

    17 Antelope Island State Park 07/25/2017 USA —

    Centerville, USA

    Description

    We komen plots in een grote stad, Logan. Het doet denken aan Dresden door de lange, brede straten. Judith vindt een McDonalds. Ze haalt een paar hamburgers en een salade met Ranch dressing. Het smaakt en er is goede wifi. We gaan iets verder in de straat naar de Walmart. We springen ook binnen in de Sportmans Warehouse. Judith trekt een foto bij geweren en visgerief. Er komt iemand vragen of we hulp nodig hebben. Het is een visser en jager. We staan even te babbelen tot de winkel sluit. We gaan terug naar de airco van de Walmart. Er is geen goeie wifi. Ik kan geen foto’s downloaden. Ik rijd terug naar de parking van de McDo en update onze Google map. We eten op een bankje aan de Walmart. Ik verneuk de saus van de bonen. Judith is niet blij! We doen nog een wandelingetje op de parking. Judith haalt chips en cola. Slaapwel.

    24/07: We hebben niet zo goed geslapen. Er zijn vrachtwagens containers komen halen vroeg deze maandagmorgen en een felle zon laat ons niet uitslapen. We halen ontbijt en eten op het bankje. We gaan naar Antelope Island. We komen uit de drukte van Salt Lake City plots op een rustigere baan. Er is niets van verkeer. Het is geen nationaal park maar een staatspark. Onze America The Beautiful Pass is niet geldig. We betalen 10 dollar aan een meisje in een kotje. De Great Salt Lake ligt zowel links als rechts van ons. We kunnen stoppen waar we willen. We zijn alleen. We gaan eerst naar een haventje. Het is verlaten. Er zitten enkel veel spinnen. We rijden naar de trailhead voor Frary Peak, het hoogste punt van het schiereilandje. Jimmy moet werken om op de parking te geraken. Het is steil omhoog. Het pad is 5 km en 600 meter stijgen. Dat moet lukken. Het ontbijt ligt op onze maag. Judith heeft er ferm last van. We komen maar enkele mensen tegen. Het is enorm vochtig en warm. We puffen. Îk doe m'n T-Shirt op m’n hoofd. Het pad is redelijk plat tot we de bergkam opdraaien. We schuilen in de schaduw van een grote rots niet zo ver van de top. Judith stijgt beter en is als eerste boven. We hebben een magnifiek zicht, rondom rond op het zoutmeer. Ik daal iets sneller dan Judith. Ik val omdat ze enorm traag gaat. De hitte weegt. We dalen zo snel mogelijk. Twee vrouwen voor ons vragen of we water nodig hebben. Vriendelijk. Het is Ok. We zijn er bijna. Ik kan het stuur bijna niet vastnemen. Het is 37 graden! We rijden naar het strand. We doen zwemkledij aan en staan onder buitendouches. Verfrissend! We wandelen naar het meer. Het doet meer denken aan de zee met de zoute geur. We konden het al ruiken en zelfs proeven op de berg. Er zitten miljoenen vliegjes vlak aan en op het meer. Ze vliegen weg en bijten niet. Het water is lekker warm. Het wordt kouder als we dieper gaan. Judith heeft nog last van haar maag. We gaan terug om cola en de GoPro. Als we de GoPro aansteken is het kaartje vol, d’oh! Judith gaat terug heen-en weer. Ik dobber op het water en probeer naar een eilandje te geraken maar stop en val bijna in slaap tijdens het drijven. Heerlijk. Judith is terug. We filmen en maken foto’s. We plakken een beetje en blijven lang in het water. Ik ben verbrand ondanks de zonnecrème. We douchen lang en wassen ons haar met een fles in een apart kot. We rijden nog naar het gesloten Visitor Center en het Lady Finger Point. Het is een punt waarop je goed Egg Island kan zien. Dat is het eilandje waar ik naartoe wou zwemmen. Er mag niemand komen blijkbaar. Het is een broedplaats voor vogels. Ik stoot m'n linker teentje aan een steen. Het vel is er af. Ouch! Judith haalt een plakker. We maken eten klaar op een overdekt bankje. Er komen mensen naast ons zitten. Ze zijn hier om naar vuurwerk te kijken. Het is de viering van het ontstaan van Utah vandaag. De mormoonse Brigham heeft zich hier gesetteld zoveel jaar geleden. Als de zon bijna onder is rijden we verder richting Salt Lake City. Ik ben te moe om het drukke verkeer, het donker en het vele vuurwerk te trotseren. We stoppen aan een Walmart in Centerville. We koelen af in de airco en kijken naar producten. We krijgen een mail waarin er staat dat we geen auto verzekering hebben. State Farm vraagt additionele info. Ik antwoord. We zijn doodop en gaan slapen.

    25/07: We slapen goed ondanks pijnlijk verbrande schouders, een gevolg van het uittrekken van m'n T-shirt gisteren. Het heeft geregend en is afgekoeld. We eten bananen en gaan een nieuwe vracht conserven halen. We bellen allebei nog eens naar onze mama. We vertrekken rond 12 uur. Ik rijd door de drukte van Salt Lake City. Het is beter te doen nu het niet meer donker is. Er steken er wel veel rechts voorbij. We volgen de Interstate 15 naar het zuiden. Het wordt kalmer. Ik mag 80 mph maar rijd 65-70. Ze moeten me maar inhalen. Judith slaapt. Het landschap blijft een paar uur hetzelfde. Het is dor. We gaan door een wijde vallei tussen twee heuvels. Het is bewolkt.

    Comments

  • 27Jul 2017

    18 Zion National Park 07/27/2017 USA —

    Springdale, USA

    Description

    Ik tank in Fillmore. We zijn rond 17:30 uur in Cedar City. We gaan om gas naar Sportmans Warehouse en vinden een Walmart. We halen er een kippetje en Amish potatoe salad. Er komt een oude mevrouw babbelen op de parking. Ze heeft nog als mormoonse missionaris gewerkt in LA. Hun RV staat naast Jimmy. De kip is nog niet koud als ze gedaan heeft met babbelen. We peuzelen met onze handen. We gaan vroeg slapen. Ik geraak moeilijk in slaap door pijnlijke schouders.

    26/07: Als 'k wakker wordt merk ik dat er bubbeltjes op staan. Ik drink veel water en leg er een handdoek op die Judith nat gemaakt heeft. We gaan op zoek naar het goedkoopste tankstation. Ik kan niet overdraaien door een auto achter me en draai de freeway op richting het noorden, d’oh! Ik neem de eerste afslag en rijd terug. Het is enkel goedkoop als je cash betaalt. We rijden naar de overkant. Het is 4 cent duurder maar we kunnen er met visa betalen. We gaan naar Kolob Canyons. We moeten inchecken in het Visitor Center. We krijgen een krantje. De weg is roze. Het doet aan tennisgravel denken. Het past hier wel. De rotsen komen tevoorschijn. Prachtig! We rijden tot het eind. Ik drink veel water en ga naar een WC. We wandelen op het Timber Creek Overlook Trail. Het is een kort padje met uitzicht op rotsen. Ik vraag aan twee roste kindjes om een foto te nemen. Ze hebben er maar weinig zin in. We zijn snel terug. We rijden naar Lee Pass. We eten koekjes en crackers op een bankje in de schaduw. We vertrekken. Judith draagt de rugzak. We gaan langs een plakkaat “Entering Zion Wilderness”. We passeren de rotsen. De natuur is anders dan wat we gewend zijn. Het is dor. Er groeien cactussen en er zitten hagedissen. We passeren bordjes die kampeerplaatsen aanduiden. Ik heb last van de warmte en m'n verbrande schouders. Gelukkig is er iets verder een stroom, de La Verkin Creek. Ik kan er m'n schouders nat maken. Ik voel me veel beter. We komen na een uurtje of twee bij de splitsing met de Hop Valley Trail. We zetten ons even. Het is nog een halve mile naar de Kolob Arch. Het pad wordt dunner. Er staat een plakkaat dat de plantengroei in het gebied hersteld wordt. We gaan de andere kant uit. We volgen een stroompje. Judith gaat eerst. We stoppen aan een plasje met watervalletjes. Judith verkent verder maar ze vindt niks. Ze komt terug. We wassen ons. Er springen waterschaatsers en dikkopjes weg wat er op duidt dat het proper water is. We gaan verfrist terug. We nemen toch het pad aan het plakkaat. Bingo! We klimmen omhoog tot we zicht hebben op de boog. We eten crackers met tonijn op een rots. Op de terugweg komen we nog mensen tegen die verkeerd gelopen waren en op zoek zijn naar de boog. Als we op de terugweg opnieuw aan de La Verkin Creek komen, 'plonsen' we erin. Aaah, het doet zo'n deugd. Ik verlies de plakker aan m'n teentje, het is niet erg, is al goed hersteld. Ik kon op een bepaalde plaats niet eens staan. De zon is al laag als we teruggaan. Er springen padden weg. We zien ook een grote haas en een antiloop. Judith gaat voor. Ze wil cola. Ik kom achter en neem foto’s van de laatste zon op de rotsen. We rijden door langs Toquerville tot voorbij Virgin. Het is al donker. We stoppen naast de weg. Het is weer warm om te slapen.

    27/07: We slapen slecht. Het is niet afgekoeld vannacht. Judith ontbijt op de kofferbak. We rijden het Zion National Park opnieuw in. Er zijn werken. We moeten 10 minuten wachten. We passeren enkele trailheads en zien mooie kliffen. We verlaten het park even. Ik rijd op een gravelweg richting Lava Point. Er is een camping. We zetten Jimmy aan een picnic area in de schaduw. Judith doet een tukje. Ik ga broek wisselen in een WC. Er springen twee herten weg. Ik vraag aan een koppel dat aan het ontbijten is waar de 'Subway' is. Dit is een slot canyon die op een metrolijn lijkt. Het is blijkbaar een eind terug. Ik ga eerst eens Lava Point bekijken. We kunnen van bovenaf in de verte de Zion Canyons zien. Judith is wakker en komt mee een kijkje nemen. Er staat een ouder koppel van Florida. De mevrouw toont ons een kaart. De start van de wandeling naar de Subway staat aangeduid aan de South Fork Trailhead. De wandeling is 7 miles met 300 meter hoogteverschil. Dat is te doen. We rijden het stukje terug. Op de parking staat een ranger. Hij komt naar ons als we plakkaat lezen. We hebben een permit nodig om de wandeling te kunnen doen. Het is een vriendelijke ranger. We zullen vandaag rusten en morgen Angels’ Landing en The Narrows doen. We rijden naar Springdale. We vullen water bij aan het Visitor Center. We rijden een stukje door. Er is een groter Visitor Center met een kraan waar het water sneller stroomt. We verzetten Jimmy naar de grotere parking en gaan naar een riviertje. Het is de Virgen River die de Zion kloof heeft uitgeslepen. Ik stoot m’n linkerschouder aan een tak, een blaasje van verbrand te zijn springt open. Ouch! Judith maakt ravioli. We blijven niet te lang. Er is veel slib. Ik wil nog iets doen vandaag. We nemen een gratis shuttle bus naar Weeping Rock. Het is maar een paar meter wandelen tot de rots waar er water van valt. Er is veel volk, een Yellowstone drukte. We gaan terug op de shuttle naar de Zion Lodge. Er is een groot grasveld met een boom in het midden. We rusten in de schaduw ervan. Als het pad naar de Emerald Pools in de schaduw ligt vertrekken we. We steken de Virgen River over. De kliffen zijn overweldigend. We stijgen tot aan de eerste poel. Het water sijpelt van rotsen zoals bij de Weeping Rock. Hoger komen we aan de tweede poel. Het water stroomt eruit in een stroom dat naar een waterval leidt. We klimmen nog een stuk. De derde poel is het mooiste. Het is niet de poel op zich maar de omgeving. Gigantische verticale rotswanden omringen namelijk de plas. Ze zijn zo groot dat ze moeilijk te vatten zijn op foto. Er zijn redelijk wat mensen, gezinnen met kleine kinderen. We horen Nederlands, Frans, Spaans, … We blijven een tijdje voor we dezelfde weg terug naar beneden dalen. We hebben meteen een shuttle. We zitten achteraan een accordeonbus. We wiebelen van links naar rechts. Een raampje staat open. De wind doet deugd. We eten brood met vlees en couscous op een bankje op de parking. We doen er sloppy Joe saus op. Wat is dat voor een platte ketchup. We wassen ons in de Virgen River. Het koelt m'n rug af. Ik rijd het park uit en draai een doodlopend straatje in in Springdale. We slapen naast een houten hek op het einde van het straatje.

    28/07: Vannacht ben ik eens wakker geworden omdat er een auto met het opschrift ‘Zion Arborist’ met z’n lichten op ons scheen. Niemand stapte uit. Hij draaide alleen maar. Oef! We zijn wakker om 6 uur. Ik krijg Jimmy niet gestart. Judith snapt dat de reden hiervoor is dat de versnelling niet in 'park' staat. Ik rijd terug naar dezelfde plaats op de parking. Jimmy zal in de schaduw staan. We maken een zak en gaan op de shuttle tot aan de stop 'The Grotto'. We beginnen aan de wandeling naar Angels’ Landing. Het gaat goed. We stijgen langs een flank. Niemand van de shuttle haalt ons in. We steken een recht stuk door en draaien naar rechts. Er volgen heel wat korte haarspeldbochten. We komen erna aan een splitsing. Het is tijd om te klauteren. Er zit een groep van 17 jongeren voor. Misschien best, hierdoor klimmen we traag en veilig. Er hangen kettingen maar niet overal. Het is te doen maar op sommige punten krijg je toch de kriebels van de dichte afgrond. Het moeilijkste is mensen kruisen. We komen boven op een lange bergkam. We kunnen drie valleien inkijken. We zien de Zion Canyon in 2 richtingen en de oostelijke uitgang van een kloof. Er staat een homokoppel van Roeselare dat een tour doet in West USA. We eten koeken en genieten van het uitzicht. Dalen is iets moeilijker maar het gaat ook wel. Het was het meest avontuurlijke pad tot nu toe. We nemen dezelfde weg terug naar de shuttle die ons naar de stop 'Temple of Sinawa' brengt. We eten de koeken op en nemen de Riverside Walk. Op het einde gaan we het water in. Het is een beetje wiebelig. Veel mensen hebben speciale schoenen en een stok gehuurd. Wij zompen in onze bottinen. Het gaat ook. We houden mekaar vast als we door diepere stukken water gaan. Judith draagt de zak met camera. Ik moet haar recht houden. De kloof van The Narrows wordt dunner. We komen na een eind aan een splitsing. We gaan rechts. We moeten over smalle stroomversnellingen. Stukken hout helpen hier en daar maar het beste is om in de smalle stukken gewoon door te stappen. Judith raakt uitgeput. We hebben conserve met patatjes en groentjes al op. Ze stopt. We rusten. Er zitten mensen die de canyon afgedaald zijn met touwen. Ik klauter nog een stukje door tot aan een waterval. De rots ernaast ziet er glibberig uit. Ik ga het niet proberen. Ik neem een foto en we gaan terug naar de splitsing. We verkennen nog een stuk in de andere richting. Best. De canyon is machtig. We komen aan een pilaar waar de zon op schijnt. Judith stopt. Ik ga nog één bocht verder na een open plaats met een rots in het midden en kom in een fantastische gang. Ik ga terug en overtuig Judith om die nog te bekijken. We gaan erna de hele weg terug. We zompen naar het punt waar we uit het water zijn. We zijn ferm vermoeid. We zetten ons op een muurtje. Een koppel uit North Carolina babbelt tegen ons. Hun zoon is er blootsvoets ingegaan. We denken dat we hem gezien hebben. We gaan terug naar de shuttle. We moeten er even wachten. Het is file. Een Duitser praat tegen me. Op de bus babbelen er Vlamingen. We maken een family pack macaroni klaar. Judith eet er vis bij, ik vlees. We wassen ons, vullen water bij en gebruiken de wifi. We rijden de oostelijke ingang van het Zion park uit door een tunnel. Het is niet verlicht en redelijk smal. Judith rijdt. Ik film en maak foto’s.

    Comments

  • 29Jul 2017

    19 Bryce Canyon National Park 07/29/2017 USA —

    Cannonville, USA

    Description

    We stoppen naast de weg. Slaapwel.

    29/07: Coyotes huilden vannacht. We slapen er goed door. We ontbijten op de kofferbak. Judith rijdt naar Bryce Canyon. We passeren een groen landschap en komen eerst aan de Red Canyon met mooie rode rotsformaties. We stappen kort uit. Iets verder ligt Bryce Canyon al. Bij het binnenrijden rijdt er een Hollander in ons gat. Lap. Er is niks te zien aan Jimmy. De trekhaak heeft ons beschermd en is Ok. De nummerplaat van de huurauto van de Hollander is wel geblutst. We gaan eerst tot het einde van de Bryce Canyon. We rijden op de heenweg via uitkijkpunten Swamp Canyon, Fairview Point, Natural Bridge, Ponderosa Canyon en Rainbow Point. We doen een korte wandeling die Bristlecone Loop heet. Voor de parking vraagt een mevrouw “Is it far? Do you have the same view again?” Hah wat een vraag. Hoe kun je nu niet onder de indruk zijn van dit buitenaardse landschap? Blijf dan thuis trut! Op de terugweg stoppen we aan Black Bird Canyon en Agna Canyon. We hadden er voorbij gereden op de heenweg. We willen naar Bryce Point maar de parking is vol en er staat een ranger die auto's tegenhoudt. Hij kijkt naar onze nummerplaat. “From Alaska? God bless you!”. Haha. We gaan naar Inspiration Point. We hebben al redelijk wat gegeten maar Judith maakt nog rijst klaar. We wandelen via de rim naar Bryce Point. Het amfitheater is overweldigend!! We gaan via de uiterste kant van de Peekaboo Loop naar het meest zuiderse punt van de Navajo Loop. We vervolgen via Queen’s Garden Trail. Er staat een rots die zogezegd op Queen Victoria lijkt. We zien ook veel rotsen die op andere zaken lijken: kip, smurf, neus. Net als in Zion zijn er veel Vlamingen en Hollanders. We gaan van Sunrise Point naar Sunset Point. Een Japanner staat op de perfecte plaats voor een panorama foto. Ik wacht m'n beurt af. Er steekt toch wel een Hollander voor zeker. Ik spreek hem aan. Wachten vriend! We doen ook nog de rest van de Navajo Loop en best. Het is prachtig! We dalen langs Thor’s Hammer via smalle padjes naar beneden en kronkelen terug naar boven. De zon piept even. Het is al de hele dag bewolkt, goed om te wandelen. We rusten even voor we terug naar Inspiration Point wandelen via de rim. We passeren aan het Visitor Center om water bij te vullen. Ik vraag wat de beste route zou zijn naar Canyonlands. Ik krijg een nieuw kaartje van de omgeving. Vriendelijk. Judith rijdt langs Tropic tot vlak voor Cannonville. Ze parkeert naast de kant van de weg.

    30/07: Ik vind een kadaver van een hert als ik ga pissen. Judith rijdt verder op de Scenic Byway 12 - All American Road. We gaan voorbij Escalante naar Torrey. Het is een prachtig landschap. Judith maakt een kort slippertje in een bocht waar nieuw asfalt ligt.

    Comments

  • 31Jul 2017

    20 Capitol Reef National Park 07/31/2017 USA —

    USA

    Description

    We komen in Capitol Reef National Park. Er is geen toegangspoort. We stoppen op een panorama. We wandelen weg van het pad tot we een ranger spotten. We wandelen achter rotsen via een zijstraatje terug naar de auto. We stoppen erna aan het Visitor Center en vullen water bij. We volgen de Scenic Byway van 10 miles. We passeren het huis van een mormoonse settler. Het rotsen van het reef is magnifiek! We rijden tot het einde. We wandelen de Capitol Gorge in. Dit pad werd vroeger gebruikt als een smokkelroute. Het is er snikheet. We wandelen op een stuk dat anders nog open is om te rijden. Het is nu afgesloten wegens flash flood gevaar. Na iedere bocht krijgen we een nieuw zicht. Gladde rotsen wisselen ruwe met gaten af. De weg stopt en we komen in een canyon. Er zijn rotsschilderingen maar of ze echt zijn? We gaan tot de potholes waar er water in zit. Ze waren niet makkelijk te vinden. We puffen en rusten in de schaduw. Zo ook af en toe op de terugweg. Als we terug bij Jimmy zijn heeft Judith het schitterende idee om brood te beleggen met tonijn en maïs. Mmm. We vullen opnieuw water bij aan het Visitor Center. Judith rijdt Capitol Reef uit. Het landschap erna blijft fantastisch met de Luna Mesa en andere rotsformaties. Je kan zien aan de zijkant van verschillende heuvels dat ze gebruikt worden om met quads en motorbikes op te crossen haha. Judith twijfelt om te tanken in Hanksville. We doen het niet. Het is een lange rechte baan naar Green River. Ik zit aan m’n voeten te prutsen. We gaan er naar de Burger King. Judith laat zich gaan. 4 hamburgers, 2 hotdogs, chicken nuggets, 2 goede! pakjes frietjes en frisdrank. Het is al donker als we terug buiten zijn. We waren de laatste. We gaan tanken. De dop zit er niet op. Judith heeft bij de laatste tankbeurt vergeten ze er terug op te draaien. Ik vraag in een tankstation of ze er geen hebben. Hij toont me een rommelkot. Ik mag er in zoeken. Ik vind er geen. We rijden verder met ducktape op de opening van de tank. Judith vraagt aan een volgend tankstation. Ze hebben één voor ons! Yes. We gaan door tot een rustplaats vlak voor de afslag naar Moab. Er zitten coyotes en kakkerlakken. Slaapwel!

    31/07: Ik was m'n haar aan de lavabo en help met het wassen van Judith haar haar aan een beschut bankje.

    Comments

  • 01Aug 2017

    21 Canyonlands National Park 08/01/2017 USA —

    Moab, USA

    Description

    We rijden naar Canyonlands. We passeren enkele campgrounds. Aan de toegangspoort kijkt een ranger niet eens naar ons paspoort. We komen aan het Visitor Center. Er staat een kraantje buiten om water aan bij te vullen. Perfect! Het park is verdeeld in drie stukken. Enkel het noordelijke gebied genaamd Island in the Sky tussen de Green River en de Colorado is toegankelijk voor niet 4x4 voertuigen. De andere gebieden The Maze en The Needles zijn voor 4x4 voertuigen. Dat gaan we Jimmy niet aandoen. Naast het Visitor Center ligt Shafer Canyon. Het is een machtig vergezicht! We rijden naar de Mesa Arch. We zitten er te wachten in de schaduw van een boompje tot er minder mensen zijn. We nemen enkele foto’s. Eigenlijk is het uitzicht op de canyon erachter veel mooier dan de boog zelf. We rijden naar het einde, Grandview Point Overlook. We stoppen kort aan Birch Canyon en Orange Cliffs. We wandelen aan de overlook tot het einde. Ik klim op een rots. Ik heb rondom rond zicht. Plots merk ik mensen op onder een rots naast me. Ik haal Judith als ze weggaan. We zitten er ook even onder in de schaduw. Pech voor andere fotojagers die naar boven komen! We gaan terug en rijden naar een picnic area. We eten couscous, rode bonen met pork en noodles onder een afdakje. We zitten vol. We gaan erna naar de Green River Overlook. We kunnen twee meanders van de rivier zien. We rijden door naar Upheaval Dome. Ik had vooraf de Syncline Loop opgezocht, een wandeling er rond, maar het is te warm en we zien dat het uitzicht op het pad niet verbijsterd mooi zou zijn. We gaan naar de twee overlooks. De dome ziet er uit als een steengroeve. Ronduit lelijk haha! Op de tweede uitkijk is het even fris. We krijgen een wolk en wind cadeau. Er staat een jeanet op de top van een rots. Hij blijft maar selfies trekken en z’n haar goed leggen. Man toch. We gaan terug. We rijden opnieuw langs Whale Rock. Die zou ook leuk zijn om op te klauteren maar ik heb de Aztec Butte op het oog die iets verder ligt. Het is kort stijgen om getrakteerd te worden op een uitzicht. We zien alle plaatsen waar we vandaag geweest zijn. Er is een schuilplaats die vroeger door indianen gebruikt werd. We blijven er even. Ik laat de dop van de waterfles vallen op weg naar beneden. Het is even zoeken om hem terug te vinden. Op de parking vraagt een Oostenrijkse naar muggenspray. Ze begint te babbelen. Ze bewondert ons als we ons verhaal doen. Ze reist ook in het westen. Ze vertelt dat de Highway 1 die langs de kust van San Francisco tot LA loopt ergens is afgesloten wegens landverzakkingen. We zullen wel zien. We passeren aan The Neck, het smalste stuk van het plateau Island in the Sky. Ik was me aan de Shafer Canyon Road Overlook. We hebben mooi zicht met de ondergaande zon. We vullen water bij in het Visitor Center. Het is snikheet dus we gieten alle vier de flessen vol! We rijden op de terugweg een campground op. Het is niet gratis zoals aan Lava Point in Zion. Ik rijd het park uit. Ik zoek een slaapplaats op de snelweg richting Moab. Ik rijd twee betalende baantjes op. Ik vind iets verder een brede strook naast de weg. Perfect. We smullen macaroni cheddar en kruipen in onze slaapzakken.

    01/08: Qua tijd zitten we al in de helft van Noord-Amerika. We zitten nu het meest oostelijk van onze tocht maar we hoeven ons zeker niet op te jagen om de vlucht in LA te halen. Naast ons zijn er mooie rotsformaties die we in het donker niet hadden gezien. De zon zit er al fel op.

    Comments

  • 02Aug 2017

    22 Arches National Park 08/02/2017 USA —

    Monticello, USA

    Description

    Op naar Arches. Er is niemand in het hokje aan de ingang. Judith heeft het goede idee om eerst tot het einde te rijden en de langste wandeling, de Devils Garden Trail, te doen voor het te warm wordt. We gaan langs een Finn, een langgerekte zandsteen die wat op een boot lijkt. We starten de loop langs links. We passeren Landscape Arch. Er is een stuk van gebroken in 1991, Judith haar geboortejaar. Hij is nog steeds de langste ter wereld. We passeren de Partition Arch en de Navajo Arch. Er is teveel volk naar m’n zin. Ik ben een beetje moe. We rusten aan de Black Arch View. We horen een Aziaat ‘Nigga’ zeggen als hij er komt haha. We rusten verder in de schaduw van de Double O Arch. We wandelen naar de Dark Angel. Een alleenstaande rots die al van ver zichtbaar was. We volgen het pad verder naar de Private Arch. We komen op het Primitive Path. Er zijn geen arches meer maar het pad is leuk! We springen over rotsen. Op een bepaald punt ligt er een plas. Mensen geraken er niet over. Ik klauter links omhoog en er terug af. Judith volgt. Daarna doen andere mensen ons na. Het is na de middag als we de trail bijna afronden. We gaan naar de Tunnel Arch en de Pine Tree Arch waar er veel schaduw is. We rusten aan een picnic area op een bankje in de schaduw. Conserven eten doen deugd. We gaan naar de Skyline Arch. Ik klauter ertegenover op een rots omhoog. Twee jongetjes zien me van beneden en roepen “Wow, there’s a guy up there!” haha. Op naar de Sand Dune Arch. Die ligt in de schaduw van twee Finnen. Ik klim erachter en er rond. Heel steil en leuk! Ik klim ook eens op een rots die ervoor stond in de toegangsgang. Dit is nog leuker! Ik trek een foto van de Broken Arch. Het wordt echt warm. Jimmy z'n thermometer geeft meer dan 40 graden aan! We gaan enkel nog naar de viewpoints: de Fiery Furnace, de bekendste Delicate Arch en de Balanced Rock. De Windows Section is gesloten wegens wegenwerken. Ik neem enkele foto’s van op een afstand. We hebben 11 arches gehunt! We rijden terug langs de rotsen aan het begin van het park. We vullen 6 liter! water bij aan het Visitor Center. We rijden naar Moab. We stoppen aan een winkeltje en halen zonnecrème en eten. We gaan erna naar McDo om een ijsje en een drankje. De airco doet enorm deugd. Judith plaatst Jimmy op de Craigslist van LA. Ik rijd door uit de stad. Het is al donker. Het koelt een beetje af. We stoppen aan Kane Springs Rest Area. We wassen ons in een afgesloten WC. Er is veel lawaai van truck(er)s.

    02/08: We blijven liggen. Judith wast twee onderbroeken, een T-shirt, een bh en een handdoek. We ruimen de auto op en ontbijten. De nieuwe chocobolletjes smaken! We wassen nog kleren en leggen ze verspreid in Jimmy.

    Comments

  • 03Aug 2017

    23 Page 08/03/2017 USA —

    Page, USA

    Description

    We rijden richting het zuiden. We passeren Wilson Arch, Monticello, Er zijn wegenwerken voor het meertje Recapture Reservoir. We hoeven niet te zwemmen. Het is ‘maar’ 24 graden. We passeren Blending en Bluff. We komen in een landschap met rode stenen en grond. We kruisen een Belgische nummerplaat! We rijden langs Mexican Hat, een dorpje aan de San Juan River genoemd naar een platte steen die er balanceert. Bij het indraaien van de Valley of the Gods maakt de auto een raar lawaai. Ik vrees even voor schade. Judith neemt een kijkje. Op het eerste zicht is er niets te zien. Ze denkt dat het de remmen waren. Ik rijd niet ver op het gravelpad. We komen aan Monument Valley. Ik stop langs de kant. Er stoppen nog mensen. Ik vraag twee keer om een foto te nemen. Ze zijn niet perfect maar Ok. We rijden langs de rotsen. We hebben al redelijk wat zo’n landschappen gezien in Utah. We vinden het zeker mooi maar niet meer indrukwekkend. We komen aan de staatsgrens met Arizona. Ik rijd door tot Kayenta. We drinken frisdrank in McDo. Slechte wifi. Het regent. Het is een armzalig stadje. Ik tank aan de Shell voor prepaid 40 dollar. Hij klikt al af aan 36. Ik blijf doorduwen tot 40. De brandstof geraakt er nog in. We passeren het gehucht Tsegi. Er ligt een mooie canyon achter. De weg naar de splitsing met baan 98 naar Page is kaarsrecht. Rechts naast ons staan elektriciteitspalen en ligt een spoorweg. Het begint te regenen. Het koelt goed af. We komen aan Page. Er is een lelijke Navajo powerplant. We passeren Antelope Canyon. Ik wou al een kijkje nemen maar het begint te gieten! De kloof ligt waarschijnlijk volledig onder water. We rijden naar Page zelf. Ik ga snel naar een WC in de Burger King haha. We vinden een Walmart. Het is nog te vroeg om niks meer te doen. Judith wil naar de Pizza Hut. We vinden een kleine, dure zonder buffet. We eten er niet. Ik rijd door naar Lake Powell. Ik vraag me af of de ontdekkingsreiziger die de Colorado in kaart gebracht heeft wel wou dat een stuwmeer naar hem genoemd werd. We stoppen aan de Glen Canyon Dam. We staan er boven op de brug. We gaan tot op de parking van het Visitor Center. We eten brood met corned beef en maïs. Ik pruts eelt van m'n voeten. Judith kan er niet goed tegen. We gaan de bocht om tot het Lake Wahweep Viewpoint. Ik parkeer zo zodat we schaduw hebben als we in de kofferbak zitten. We kijken naar de zonsondergang vanop een steen. Als het donker wordt gaan we naar de Walmart. Ik parkeer aan de achterkant het gebouw. Judith gaat om ingrediënten en maakt een salade. Slaapwel.

    03/08: We slapen voor het eerst met het kofferraam open. We staan iets te dicht bij de leverzone waardoor we af en toe lawaai hoorden. Judith is eerst wakker. Ze gaat naar de WC in de Walmart. Ik kom achter. Het is een uitgestrekt landschap vanop de parking. We gaan om yoghurtjes. We rijden naar de Antelope Canyons. Er zijn er blijkbaar twee. We moeten 8 dollar betalen voor de parking alleen! Het is 48 dollar per persoon voor één van de twee canyons. Zot! Drankverslaafde maffia indianen! We beslissen om het niet te doen. We rijden naar Antelope Point. We zwemmen er tot de middag in een kalme baai. Er komt meer volk. We vinden een plaatsje in het centrum van Page waar er bankjes staan op een groot grasperk in de schaduw. We eten macaroni. We stoppen opnieuw aan de Glen Canyon Dam. We gaan naar binnen. Er is airco! We vullen water bij. We rijden door naar Wahweep Marina Beach. Er is een haventje en aan de overkant van het meer zijn er witte kliffen. Er is wat volk. Ik leg de fles water in het meer aan struiken. Judith verlegt alles omdat er beestjes in de zak kruipen. Ik vergeet de fles. Ik ga nadien zoeken maar hij ligt niet meer tussen de struiken. Ik vind hem 20 meter verder in het water. We waren bijna onze waterfles van in Anchorage kwijt! Het weer slaat om als Judith een dutje doet. Er komen hoge golven. Ik amuseer me met er tegenaan te springen We blijven tot 17 uur. We wassen ons haar aan een WC. We eten Smacks. We laten er enkele vallen en voorzien zo een mierenkolonie van eten. Ik rijd langs de Scenic Drive. We hebben uitzicht op de dam en de rivier. We verkiezen de rivier. We stoppen aan een uitkijkpunt. Er zitten twee Fransen met een drone te spelen die geen last heeft van de wind en tot 4 km ver gaat! We gaan terug naar de Walmart. We doen inkopen voor langere termijn en halen een kippetje om op te peuzelen. Judith maakt opnieuw lekkere salade. We gebruiken nog even de wifi. We hebben perfect bereik in de auto. We liggen op de matras en kijken op de tablet.

    04/08: Judith had het kofferraam gesloten. Ze opent hem opnieuw. Er komt een kolibri aangevlogen. Hij slurpt nectar uit een bloem die tegen de auto staat. We zoeken ontbijt. Judith vindt vers gebakken stokbrood! We nemen mayonaise aan een balie en halen vlees voor erop. Mmm! Melk is lang geleden en smaakt ook. Het is aangenaam bewolkt.

    Comments

  • 05Aug 2017

    24 Grand Canyon National Park 08/05/2017 USA —

    North Rim, USA

    Description

    We gaan naar Horseshoe Bend. Het is moeilijk om er een foto te nemen die vat waar we staan. Ik hang daardoor een parttime vieze kloot uit. Er zijn massa's Chinezen. Ik rijd door tot voorbij Marble Canyon. Ik ben te moe. Judith neemt over. Ze rijdt nog door tot voorbij Vermilion Cliffs, een gehucht. We rijden terug en slaan een wegje naar Lees Ferry in. Dit is de plaats waar de meeste boottochten op de Colorado door de Grand Canyon starten. We maken puree klaar met een rest melk. Het is smullen met stoofvlees. Er worden twee busjes met natives gedropt. Ze zijn op kamp. We wandelen eens in de Colorado rivier. Het is een tikkeltje kouder dan Lake Powell! Wel verfrissend. We wassen ons aan een lavabo. Ik klim omhoog op rotsen om overzicht te hebben op de omgeving. We gaan door. We stoppen aan de brug over de Marble Canyon. Judith rijdt verder. Ik val in slaap. Het regent. We stoppen aan Little Colorado River in Cameron. We tanken nog eens. Iets verder kunnen we een stuk van de canyon zien. We wandelen langs Navajo indianen die brol proberen aan te smeren. Het is niet de eerste keer. Ik rijd nog een stukje door het Kaibab National Forest. We zien veel crossmoto trails. We gaan het Grand Canyon park in. De ranger aan de ingang zegt dat ons linkervoorlicht uit is. Shit. We gaan eerst naar de WC en dan naar de rim. Daar ligt hij dan. Het is een enorme kloof met heel veel lagen. Ons eerste zicht is meteen een pareltje: Desert View met zonsondergang. We klauteren over een omheining naar beneden waar er minder volk is. Na een tijd gaan we weer naar boven. We gaan via de Watchtower terug naar Jimmy. Ik rijd een stuk terug. Judith ziet RV’s staan op een crossmoto pad. We zetten ons erbij. Het zijn Chinezen. Ze maken een groot kampvuur verstopt achter hun RV.

    05/08: De Chinezen zijn al vertrokken. Het is bewolkt. Ik rijd richting Desert View. Judith gaat naar de WC. We stoppen aan Navajo, Lipan en Moran Point. Er is redelijk wat mist. Het klaart een beetje op bij de Grandview Point. Hier stond vroeger een hotel. We rijden naar het Visitor Center. We nemen een kijkje aan Mather Point. We gaan met de auto tot aan Yavapai Point. Er is een zeer klein geologisch museum. Ik rijd erna door tot aan The Village. We zetten de auto voor een lodge en gaan aan de Rim Trail naar links. We passeren de Trailview Overlook. Hier start de Bright Angel Trail die helemaal tot aan de Colorado gaat. We blijven even op Powell Point, Hopi Point en Pima Point. We moeten onze jassen aandoen. Het regent eventjes. Na de middag komt de zon piepen. Het pad is meestal macadam en zo goed als links ernaast ligt een busroute. We eten tonijn, brood en koekjes. Rond 16:30 uur zijn we aan Hermits Rest. Dit is de meest westelijke stop op de South Rim. We willen er de bus terug nemen maar de chauffeur doet niet meer open. De volgende dan maar.. We wandelen rond, voorbij een winkeltje en een parking tot op een pad en terug. De chauffeur van de volgende bus is grappig. Hij doet alsof hij piloot is. “In a few minutes we will start landing, make sure seatbelts are on and tables and seats are in upright position. Thank you for flying Grand Canyon Airlines” hahah. Ik bedank hem voor de goede landing. We gaan naar de backcountry office. Er hangt een papiertje met “Overnight Parking for hikers D”. Yes. We laten Jimmy er staan en gaan naar de zonsondergang kijken op het begin van de Bright Angel Trail. We eten rijst en spaghetti.

    06/08: We staan op, ontbijten kort, maken zakken en gaan terug naar Bright Angel Trailhead. Hier start onze tocht door de canyon! We zijn gemotiveerd en beginnen de afdaling. Er staan mules met ruiters. Ze waren juist voor ons vertrokken. We halen ze in aan het eerste rusthuisje. We mogen passeren van de gids. Het pad stinkt naar kak en pis van de mules. We dalen af. We drinken nog niet zoveel omdat er nog schaduw is. We passeren het tweede rusthuis. We komen in Indian Garden. Het is plots groen. Dit hadden we niet verwacht. Van aan de rim lijkt de canyon onbegroeid. We kronkelen erna verder naar beneden. We zitten iets meer in de zon. Na een bocht zien we de Colorado al liggen. Het is bijna 11 uur. Dat is snel. Er staat "beach access, no swimming". Er zijn snelle rapids. We zien een bootje passeren. Nadat we een stukje langs de bruine Colorado stijgen gaan we een brug over. We praten aan een waterkraan met een meneer die gestrand is omdat z’n mule pijn heeft aan z’n poot. Hij zegt dat er op de South Kaibab Trail geen water is. We rusten aan de Phantom Ranch op bankjes waar mules normaal afgespoten worden. Het is niet de beste plek. We gaan door op de North Kaibab Trail. We kronkelen door een gigantische kloof. De ene bocht hebben we schaduw, de volgende weer niet. De zon zit op z'n hoogste punt en de thermometer op het kompasfluitje geeft 45° aan. We leggen ons op een muurtje net als ’s morgens naast een stroompje dat koelte biedt. Nadat we uitgerust zijn gaan we verder. We komen op een opener stuk. De hitte weegt. Er is bijna geen schaduw meer. Tegenliggers zeggen dat er verder een waterval is. We geraken er niet. Een rivier blokkeert het pad. Er komen wolken. Yes!! We gaan verder. Het pad begint geleidelijk te stijgen. We gaan een bruggetje over tot Manzanita. We hebben er koud water, WC’s en schaduw van bomen. Hierna is het feller stijgen. Rechts aan de overkant van een vallei liggen de Roaring Springs. Hier komt al het water uit de kraantjes aan de South Rim vandaan. We klimmen links verder tegen de rotsen. Het is prachtig om zicht te krijgen op alle lagen van de canyon. We steken een brug over, kronkelen omhoog en gaan door een gat in een rots, Supai Bridge. Het is nog 500 meter klimmen. We komen aan de Kaibab laag, de bovenste. We duwen door tot aan bomen. Ja! Het is 18:30 uur. We zijn aan de noordkant. Een campsite is naar links. We volgen het Bridle Path. Er is een winkeltje. We kopen brood, een appel, cheesestrings en zouten pretzels. De strings smaken naar niks. We wandelen door naar de lodge want er is geen uitzicht hier. Er zijn teveel bomen. We gaan naar het Bright Angel Point. Ik haast me om de zonsondergang te zien. Judith komt achter. We vinden elkaar terug als de zon juist wegzakt. We gaan naar een fastfoodtent want het restaurant ziet er poepsjiek uit. Ze hebben geen pizza meer. We hervullen frisdrank vier keer. We wandelen erna terug naar het uitkijkpunt, helemaal tot het einde. We zetten ons aan de rots. Er zitten nog mensen om de hoek. Als ze weggaan kruipen we in onze slaapzakken. We liggen naar de sterren en de felle maan te kijken. We horen lawaai van krekels, de Roaring Springs en vleermuizen. Er passeren nog enkele mensen.

    07/08: Het regent. Shit. We vluchten naar de lodge. We zetten ons eerst buiten op bankjes maar gaan dan in de inkom op zetels zitten. We rusten nog een uurtje. Bij zonsopgang gaan we terug naar de rotsen van het Bright Angel Point. Er zijn redelijk wat mensen om 5:30 uur. We nemen terug het vlakke Bridle Path. Pff, het gaat niet goed. We maken ons klaar aan de trailhead. Dalen gaat al beter. Er ligt een bijna-dood eekhoorntje op pad. We zijn rond 9 uur terug aan Mansanita. Het dalen ging een pak vlotter dan het stijgen gisteren. We vullen alle flessen en ik was me. We eten de rest lunch-on meat waar we al aan begonnen waren bij zonsopgang. We komen snel bij Cotton Wood. We praten kort met twee oudere meneren terwijl we water vullen. We steken snel een relatief platter stuk door. De Ribbon Falls konden we niet bij. De brug is defect. Hij ziet er gewoon slecht onderhouden uit. Aan het kloofgedeelte is het warmer dan gisteren. We rusten op de zelfde rots. Er is minder schaduw. Het duurt een tijdje voor we aan Phantom Ranch zijn. Ik leg me in de Bright Creek onder bomen. Zo verfrissend! M'n lichaam kan afkoelen! We eten groentjes en een rest brood. We vullen water bij en vertrekken rond 15 uur. We klimmen het South Kaibab pad op. We steken een zwarte brug over en stijgen fel. We kronkelen en houden een goed tempo aan. We rusten hier en daar in de schaduw. We komen na een tijdje aan Nipp Off Point. We draaien erna rond een rots via een open stuk en opnieuw kronkelen we langs rotsen. We komen aan Skeleton Point waar we zowel diep in de westelijke als de oostelijke kant van de canyon kunnen kijken. We rusten even, drinken Pepsi en eten zouten pretzels. We zijn normaal al over de helft. We zien het volgende Rest Point al liggen. Het duurt wel even voor we er zijn. Vanaf hier is het nog 300 meter stijgen. We komen plots veel mensen tegen aan het Ooh Aah Point. Kop op, nog een duwtje. We hebben fantastisch uitzicht achter ons. De South Kaibab Trail is de mooiste van de drie paden die we door de Grand Canyon genomen hebben. We komen op de zuidelijke rand als de zon juist onder gaat. Een meneer die zeer enthousiast is, met een gezin uit Quebec, vraagt of hij een foto mag nemen van ons. We zijn zijn helden haha. Hij filmt ons zelfs kort. We nemen shuttlebussen terug. Eerst de gele, dan de blauwe lijn. Jimmy staat er nog. We eten pasta in het donker op een bankje. Er wandelt een kudde herten over parking D als ik op de matras in slaap val.

    08/08: We zijn wakker rond 6 uur. En euforisch! Wat een tocht was het! 80 km met 6000 m hoogteverschil in twee dagen in temperaturen van meer dan 40 graden! We rijden naar de Bright Angel Trailhead. We maken gebruik van waterkraantjes en de WC. Ik praat kort met een mule houder. Er lopen ultrarunners in één dag wat wij gedaan hebben in twee. Straf.

    Comments

  • 09Aug 2017

    25 Lake Mead 08/09/2017 USA —

    Boulder City, USA

    Description

    We rijden naar Williams en nemen afslag 133 naar de originele Route 66. Er zijn veel gekke huizen in Seligman. Minder op het vervolg van de weg want dat is een deel van het Hualapai reserve. We stoppen in Kingman. We hebben contact met het thuisfront in McDo. We krijgen blijkbaar de waarborg niet terug van het huis dat we gehuurd hebben. We voelen ons bestolen. We blijven er even. We gaan door tot Hoverdam. Lake Mead is ervoor even zichtbaar. Het is heuvelachtig. We komen aan inspectie voor de dam nadat we over een brug Nevada binnen gereden zijn. “Roll down back window please. Is there anything under the mattress?” Ik antwoord: “Just folded seats”. Ik krijg respons “Oh ok, go ahead.” Haha echt grondig zijn ze niet. De eerste parking is betalend. Ik rijd tot het einde van het baantje over de dam. We koelen even af in schaduw om de hoek. We gaan dan naar een lagere parking met uitzicht op de dam. We wandelen langs het overloopgedeelte en op de dam. Het Visitor Center is al gesloten. De toegang zou veel gekost hebben. Wat een verschil met de toegankelijke Glen Canyon Dam. We rijden door tot het uitzichtpunt op Lake Mead en het Visitor Center. Er is een kraantje met koud water! We eten op een bankje in de schaduw. We rijden erna naar Boulder Beach. Het is 18 uur en nog 40°C! Het water doet enorm deugd! We blijven als laatste in Lake Mead tot we koud krijgen. De zon is al lang onder maar het is nog steeds 40°. We drogen in 5 minuten. We rijden terug naar het Visitor Center. We laten de koffer open en proberen te slapen.

    09/08: We zijn vroeg wakker. We hebben geen ranger gezien. We rijden naar het strand. Het hekken is nog niet open. We ontbijten op tafeltjes en tellen wat we uitgegeven hebben in de tweede maand. Een ranger doet het hekken open. Het water in het meer is kouder en dus verfrissender dan gisterenavond. Er staat een oudere meneer in het water die in zichzelf praat als Judith uit het meer komt. “Fucking children of the fucking devil, stay on your fucking side”. Ok. We negeren hem en reageren niet haha. We wassen ons haar in de WC’s voor we verder rijden. We stoppen een paar keer aan uitkijkpunten met uitzicht op het meer.

    Comments

  • 10Aug 2017

    26 Las Vegas 08/10/2017 USA —

    North Las Vegas, USA

    Description

    We rijden naar Las Vegas. Ik bereid me voor op drukker verkeer. We passeren de luchthaven en zien de Walmart. We kopen brood en veel beleg. We maken het lekkerste broodje tot nu toe! We rijden erna naar het noorden en slaan dan af naar het westen. We rijden via de Trump Tower naar Las Vegas Boulevard. Wat een drukte plots! We vinden een McDonald’s. Er is airco! We blijven er even. We laten de auto staan en wandelen The Strip op. We gaan voorbij een nagemaakte piramide en een sfinx tot bij een groot casino in de vorm van een kasteel, the Excalibur. We gaan eens binnen. We zijn verbaasd. Het is één grote hal slotmachines. We mogen geen foto’s nemen van de security. We gaan de straat over naar de Tropicana, de MGM Grand en de Cosmopolitan. Het zijn één voor één hotels met casino’s die ook vol slotmachines staan. De WC’s zijn decadent. Judith wil zelf niet meer gokken. We zien buiten clochards om eten vragen. Het contrast is te groot met mensen die geld verspillen. De Bellagio en de Cesar’s zijn te kitsch voor woorden. Gefaket Italiaanse barok. De fonteinen ervoor springen omhoog op muziek van Viva Las Vegas. We draaien voor de Mirage. We hebben er genoeg van. Het laatste waar we binnen gaan zijn de Cola en M&M winkels. We zijn telkens de McDonald’s binnen gewandeld, zeker 4 verschillende, om het bekertje van de eerste bij te vullen. Alle casino’s gebruikten hetzelfde parfum. Er zijn veel proppers op straat die kaartjes uitdelen. Het is menselijke oppervlakkigheid en armoede troef. Geef ons maar de natuur. We rijden terug naar de Walmart. Een kippetje, salade en mosterdpatatten doen deugd. Er praat een veteraan met ons. Hij is nog in Europa gestationeerd geweest. Hij komt arm over. Nadat we nog eens rondwandelen in de Walmart trekken we ons terug in Jimmy. Het is nog snikheet! Judith gaat om Arizona Ice Tea. We proberen te slapen. Ik wordt kletsnat wakker. Ik droog het zweet af met een handdoek.

    10/08: We slapen tot 4:30 uur. Er komt security zeggen “Sir! Sir! Sir! (heel stilletjes) This Walmart does not allow people to sleep on the parking lot." Hij is ook vroeg. Ik bengel waarschijnlijk al meer dan een uur uit de kofferbak. Ok, geen probleem. Ik blijf kalm. We zijn blij dat we Las Vegas uitrijden. The Strip is verlicht. We stoppen vlak buiten de stad op de Late Night Trailhead in Red Rock National Park. Er is een WC. We slapen verder tot 7:30 uur.

    Comments

  • 11Aug 2017

    27 Death Valley National Park 08/11/2017 USA —

    USA

    Description

    Er zit felle zon op Jimmy. We horen muziek van verzamelende coureurs. We ontbijten traag en organiseren de auto. We rijden richting Pahrump. We zoeken een laundromat en showers. We tanken bij het laatste tankstation van het verloederde stadje. De bediende is onvriendelijk. Hij heeft showers maar wil niet zeggen waar er een laundromat is. Het is Ok. De benzine is het goedkoopste dat we al gehad hebben. Prepaid 40 dollar maar tank al vol bij 32 dollar. Pahrump is lelijk. Er zijn ook casino’s om te gokken. Vaarwel Nevada! We komen in Shoshone, California. We stoppen aan Visitor Info. Er staat een verroeste auto voor het huis. We worden gegroet door een vriendelijke meneer. Er is misschien een laundromat in het RV Park. We gaan vragen aan de overkant. Nope, guests only. Ik was me aan een fonteintje. Heerlijk. We rijden het Death Valley National Park binnen. We hebben nog 3 liter lauw water. We komen via 2 passen aan Mormon Point bij Badwater, het laagste en warmste punt in Noord-Amerika. Jimmy geeft op een bepaald moment 49° aan! Er lopen veel mensen op het zout. We blijven echt niet lang. De warme lucht is om te stikken. Ik rijd iets verder naar Devil’s Golf Course, een zouten oneffen grond. Het baantje ernaartoe was slecht. We volgen de Artist Drive. Het is bergop. Jimmy heeft het lastig. Ik hoor de motor hard blazen om koel te blijven. Het metertje gaat soms boven de normale 210°F. We slenteren omhoog. We stoppen aan Artist Palet en beklimmen een heuveltje. De warmte valt op ons. Het baantje is leuk, kort draaien tussen rotsen. We stoppen aan het Visitor Center in Furnace Creek. We hebben geluk. Er rijdt een auto weg onder een afdak. Jimmy kan in de schaduw staan. We vullen alle waterflessen bij. We eten tonijn, maïs en brood en de rest Smacks. Een ranger zegt we vrij mogen kamperen en dat het rond de 30° is in de bergen. Badwater is het laagste punt in Noord-Amerika en heeft het record van warmste temperatuur over 5 dagen: 57°C. We rijden naar Dante’s View. We gaan opnieuw traag op het einde. Ik excuseer me aan de chauffeur achter ons. Wat een zicht! Judith bekomt in de kofferbak. Ik klim naar Dante’s Peak. We wandelen erna samen een stukje bergaf naar links van de parking en terug. Op de terugweg stoppen we bij Zabriskie Point. Fransen van Lyon trekken een foto van ons. De zon gaat onder als we verder rijden. We stoppen aan Flat Sand Dunes en wandelen tot in het zand. Judith crasht een beetje. We stoppen in Stovepipe Wells en halen cola en een appel in een general store. Ik wiebel op een schommelstoel buiten en was me aan de WC. Ik rijd van Emigrant naar Wildrose in het donker. Overal springen er muizen, konijnen en coyotes weg. We vinden met een zaklamp een WC en een waterkraantje op de gratis kampeerplaats. We eten koekjes, wassen ons en doen dodo.

    11/08: Het is eindelijk wat afgekoeld vannacht waardoor we goed slapen. We draaien Jimmy en genieten van schaduw en wind. Ik knip m'n snor en baard met een schaartje. Nadat we een ranger en een koppel van Ontario gepasseerd zijn wassen we kleren. We maken zakken en rusten terwijl de kleren drogen. We vertrekken goed na de middag richting Charcoal Killns. Het zijn hutjes waar hout verbrand werd tot houtskool. We reden al een stuk op onverharde weg maar na dit punt wordt de weg nog veel slechter met diepe geulen en grote stenen. We stoppen aan de eerste camping die we tegenkomen, Thorndike. We eten cornflakes en ravioli. We vertrekken gepakt en gezakt de berg op. We komen al snel bij Mahogani Flats. We draaien rechts op het pad en tekenen een register. We gaan langs bomen en draaien naar rechts. Het uitzicht verandert van Death Valley naar Pinamint Valley. We gaan naar links tot op de bergkam voor de top van de Telescope Peak. We stoppen halverwege de kam en zetten de tent. We eten en drinken. Er passeren twee mensen. We gaan nog een stukje naar boven en genieten van de zonsondergang. Als het donker is wordt het snel koud. We gaan terug naar de tent. Het is dodo tijd. Het waait enorm!

    12/08: We slapen niet zo goed. Ik vreesde dat de tent ging wegwaaien en m'n buik deed pijn. We ontbijten stevig en gaan de berg op. Het gaat zeer moeilijk. We rusten veel. We komen op de top dezelfde mensen tegen als gisteren. We babbelen wat. We blijven even maar niet te lang. We hebben geen water mee. We dalen redelijk snel en halen ze opnieuw in. We ruimen de tent op en gaan terug naar de auto. Het duurt redelijk lang. We zijn pas om 15:30 uur bij Jimmy. We eten en drinken iets. We hebben nog water in de oceanbag. We hadden deze gevuld want de grootste fles heeft een gat. Het water smaakt naar plastiek maar we hebben tenminste water. We stoppen opnieuw aan de Charcoal Killns. We beklimmen Wildrose Peak. Er zijn geen rozen maar veel dennenbomen. We zien niet veel tot we boven komen. We hebben er beter zicht op de andere kant van Death Valley en de Pinamint Mountains. De zon gaat juist onder als we terug bij Jimmy zijn. Er staat een gast van Detroit naar sterren te kijken. Jimmy overleeft het stuk vuile gravel opnieuw op de terugweg. Ik rem voor twee ezels op de weg voor we Wildrose camping opnieuw opdraaien. Er zijn veel meer mensen vanavond. We eten noodles en macaroni. We slapen met de koffer open.

    13/08: Er gaat een alarm van een auto af. Godver. We hadden langer kunnen slapen. We ontbijten opnieuw in de kofferbak. We wachten tot mensen weggaan om ons haar te wassen. Ik rijd het baantje terug waar we ’s nachts naar boven gereden zijn. Echt tof. Veel draaien en keren en dan weer door een vallei. Er zijn geen andere auto’s. We rijden richting Pinamint Springs. Er is een tankstation met buitensporige prijzen: 4,6 dollar voor een gallon benzine. We gaan de pas op. We rijden via een slechte gravelweg, waar toeristen met gehuurde auto's niet op durven, tot halverwege Father Crowley Viewpoint. We hebben zicht op de Pinamint Valley waar we doorgereden zijn. Op het einde van de vallei is er een speciale formatie van zandduinen die we zagen vanaf Telescope Peak. We rijden via een landschap met rare palmbomen naar het dorpje Keeler. Population 50 haha.

    Comments

  • 14Aug 2017

    28 Mount Whitney 08/14/2017 USA —

    USA

    Description

    We zien de Sierra Nevada liggen door smog. We gaan naar de McDo in Lone Pine, tanken en gaan naar een winkeltje. We rusten en eten in een park. We rijden ’s avonds naar Whitney Portal. We parkeren vlak aan de trailhead. We gaan een kijkje nemen. Judith beslist om nog een paar uur te slapen op de parking. Het lukt niet goed. Ik ben te zenuwachtig. We staan op om 23 uur en maken onze zakken. We vertrekken rond 23:20 uur. We zien hoofdlichtjes. We gebruiken zelf ook een draailichtje. Ik schijn schuin op m’n benen en ga eerst. We komen al plakkaten tegen “permit required”. Geen ranger te zien. :)

    14/08: We stijgen via bos. We hebben het lampje nodig. De bomen houden het licht van de maan tegen. We horen water. We moeten af en toe door stroompjes die op het pad liggen. We missen een scherpe bocht en wandelen eens verkeerd. De maan schijnt op gigantische rotswanden. Prachtig! We steken twee groepen van 8 mensen voorbij. Ze gingen bijzonder traag. Na een tijdje stijgen hebben we de lamp niet meer nodig. Er zijn minder bomen die het felle licht van de maan tegenhouden. Er steekt ons iemand zeer snel voorbij. “Ow didn't see you there, wish I had your eyes.” Het is een jonge gast die de klim al eens geprobeerd heeft tijdens de winter. Het was toen mislukt door een sneeuwstorm. We komen aan een plaats waar tenten staan. Het Trail Camp. Het pad draait enorm vanaf hier. De beruchte 99 switchbacks komen eraan. We gaan goed vooruit alleen krijg ik koud met enkel een hemd en vestje. Ik heb geen pull mee. Als we al goed hoog zitten besluiten we op rotsen iets hoger in onze slaapzakken te kruipen. Het gaat niet goed. Er is weinig plaats en het is zeer steil. Judith maakt noodles. Het helpt een beetje. De zon komt maar zeer traag op. We besluiten om door te gaan. Oh zo koud! We komen na enkele bochten bij een fantastisch uitzicht op steile kliffen van de westelijke kant van de Sierra Nevada. We dalen een stukje. Er is splitsing. 1,9 miles naar Mt Whitney. We laten er onze zakken liggen. Het is opnieuw stijgen. We zitten aan de verkeerde kant van berg. De zon schijnt er niet! De combinatie van weinig tot geen slaap, de koude en de hoogte vreet aan me. Ik ga heel traag omhoog langs een prachtig pad met veel dropoffs. Na het rotsgedeelte moet er hard geklommen worden naar de top. We nemen een steiler stuk zodat we niet door de sneeuw moeten. Ik stop na iedere paar stappen om op adem te komen. Boven staat er een hutje. We nemen een paar foto’s. Judith tekent het register. Ik vergeet de koude even. Als we terug naar beneden gaan begin ik te waggelen. Iemand biedt eten aan. Het is Ok. We zijn bijna terug bij de rugzakken. We hadden plaatsjes gezien waar tenten stonden, die zijn nu weg. We leggen ons er in de zon in onze slaapzakken en warmen op. We slapen zelfs een uurtje. Ik voel me erna veel beter. We dalen verder op de John Muir Trail. We praten veel met voorbijgangers. Zo ook met een oude mevrouw met een gigantische rugzak gevolgd door twee oude meneren met nog meer mee! We komen in een groen landschap aan Guitar Lake.We eten brood met choco. Er vraagt ene waar we naartoe gaan. Seven Pines. Ze rolt met haar ogen als we zeggen dat we geen kaart hebben. We gaan via meertjes en riviertjes naar een nog groener landschap. We leggen ons aan het Timberline Lake. Ik probeer weer te slapen, met m'n hoofd in de schaduw van een boom. Ik was m'n voeten erna in een riviertje vlak naast ons. We dalen verder. We komen bij een splitsing. We weten niet welke kant op. Ik zet me. Judith gaat naar het Crabtree Ranger Station. Er passeert een mevrouw. Ze toont een kaart. Ok, ik weet waar we naartoe moeten. Judith komt terug. De rangers vroegen vanalles. We moeten eens gaan praten. Lap! Ik wil gewoon doorgaan maar Judith heeft precies heel veel schrik! We gaan praten. De rangers zijn heel vriendelijk. We doen alsof we van niks weten. Ze leggen alles uit. Het is nog meer dan 40 miles met bergpassen. Ik zie het zitten maar zeg dat we hun raad zullen volgen om terug te keren vooral omdat we weten dat we in fout zijn. Judith schrijft nog onze namen op een blaadje. Nu moeten we zeker terug. Een ranger biedt nog een matrasje aan en vraagt of we naast het station blijven slapen maar dat willen we niet. We bedanken hen en gaan terug. Judith neemt een poopbag mee haha. Godverdomme eh! Hetgeen we juist niet mochten doen hebben we gedaan! Het is ferm verneukt. Judith zit met een enorm schuldgevoel. Dat hoeft nu ook niet. Ik kan niet meer. Ik zet de tent op op een stuk met gras en stenen. We eten macaroni. De grond is schuin en ik kan niet slapen. Judith geeft Nurofen en legt een jas onder me.

    15/08: Ik slaap toch uiteindelijk een paar uur. Judith staat al op en ontbijt. Ik blijf liggen. Ze voedert me met choco mariakoekjes. Ik voel me een pak beter. Slapen heeft deugd gedaan. We stijgen snel. We zijn terug op de pas voor we het weten. We zullen nu in de afdaling zien waar we gisteren in het donker geklommen zijn. We tellen de bochten en komen exact aan 99. We eten na het Trail Camp. We zakken relatief snel. We zien de rotsen waar de maan op scheen. Het water dat we hoorden was een waterval. Het gaat zo vlot, ik zit met het gevoel "wat als." Ik wou dat we toch aangedrongen hadden om verder te gaan. Ik mag er niet meer aan denken. We zijn al snel terug bij Jimmy. We rijden naar het zuiden. Het Visitor Center in Lone Pine sluit. We kunnen geen water meer vullen.

    Comments

  • 16Aug 2017

    29 Sequoia National Forest 08/16/2017 USA —

    Springville, USA

    Description

    Vlak voor Coso Junction is er een rest area. Ik voel me slecht. Ik wou dat we nog in de bergen zaten. We kunnen er water bijvullen. De matras zal deugd doen. Ik organiseer de auto. Ik lees een boekje over Yosemite en probeer m'n gedachten te verzetten.

    16/08: Ik blijf liggen terwijl Judith haar haar wast. We ontbijten onder een afdak. Straffe chili noodles. Ik rijd richting het zuiden. We tanken in het gehucht Pearsonville. We krijgen de muggenspray niet van onze ramen. We nemen een afslag naar het westen. We steken een pas over voor we aan Lake Isabella komen. Ik zie een laundromat maar die is toe getimmerd met houten platen. We kopen eten in een winkel ernaast. We rijden tot bij het groene meer en eten op de kofferbak. De olive meat en de patattensalade smaken. Het meer zit vol algen. We rijden verder. Ik was me in een WC. Het doet deugd. Er staat een plakkaat op de parking dat de algen in het meer schadelijk zijn en dat er niet mag gezwommen worden. Best dat we dat niet gedaan hebben. Er zijn wel veel boten op het water. We rijden via Wafford Heights naar Kernville waar we naar een ranger station gaan. We krijgen een kaartje van het Sequoia National Forest. We meanderen erna mee met de Kern River. Het is een prachtig baantje. Judith slaapt. Ik stop en spring toch eens in het koude riviertje. We rijden door nadat 'k al het drijfhout van op de oever terug in het water gesmeten heb. We passeren een waterval en kronkelen omhoog. We komen aan het pad Walk of a 100 Giants. Ik parkeer aan een day use area van een camping. We lijken piepklein naast de sequoia’s. De wandeling is niet zo lang. We vinden de General Sherman Tree niet. We gaan een winkeltje binnen om te vragen waar die is. We moeten blijkbaar 5 dollar betalen voor de parking. De Sherman ligt nog naar het noorden, in het Sequoia Park niet Forest. We nemen een baantje door het bos naar Dome Rock waar we een mooi uitzicht hebben op de omringende bossen. Ik zit nog met wrok dat ik m’n gedacht niet gezegd heb tegen de rangers. Judith rijdt verder. Ze krijgt een fantastisch baantje voorgeschoteld. We kronkelen door de bossen. Ik ben niet gewend om op de passagiersstoel te zitten en hou me vast. We passeren Camp Nelson. De baan kronkelt langs de flank de vallei in. We eten een stuutje en slapen op een stuk asfalt links van de weg.

    17/08: Ik rijd de rest van het prachtig baantje naar beneden tot Springville. We passeren Success Lake. Google maps toont via wifi een laundromat en een Walmart. We gaan eerst naar de laatste om eten. Worstjes smaken. Erna gaan we naar de laundromat. Het is een oud kot. Goedkoop maar het duurt even en onze kledij is niet grondig gewassen. We proberen onderweg tevergeefs om een mail te versturen via wifi vanop de parking van een Burger King. We rijden door naar het Sequoia National Park langs Kaveah Lake. Het is moeilijk om een uitzichtpunt te vinden op het meer. Na het dorpje Three Rivers betert het landschap en bijgevolg m’n humeur.

    Comments

  • 18Aug 2017

    30 Sequoia National Park 08/18/2017 USA —

    USA

    Description

    We krijgen aan de ingang een stickertje om op de voorruit te kleven. Dat is de eerste keer. Het baantje kronkelt en stijgt nog meer dan gisteren. Fantastisch. We kruipen uit het dal. We stoppen kort aan Hospital Rock voor een WC en water. Verder zijn er wegenwerken. We hebben geluk, moeten niet wachten. Muziek staat luid. We draaien rond Moro Rock en komen in Sequoia land. We parkeren aan een museum. Ernaast ligt de Sentinel Tree. Dit is een gemiddelde sequoia waarvan de grootte op de grond is afgetekend. Het is toch enkele 100 meter wandelen van de ene markering naar de andere. We gaan langs de Rimrock Trail en een stukje van de Congress Trail naar de General Sherman Tree. Dit is de grootste boom ter wereld gebaseerd op het feit dat hij de stam heeft met de grootste massa. Er staat een wachtrij om een foto te nemen. We wandelen er eens rond en staan erna in de rij. Mensen die al in Brugge geweest zijn en Triple Karmeliet lekker vinden nemen foto van ons. We gaan erna de rest van de Congress Trail af. Sequoia's krijgen namen als The President, Senate, House haha. De mooiste boom vond ik de Chieftain Sequoia door een ronding hoger in z'n stam. We volgen de Alta Trail terug naar het museum. We zochten nog naar de Washington Tree maar vinden hem niet. De zon is aan het zakken. We rijden op een klein baantje naar Moro Rock. Er zitten muggen. We klimmen op trapjes tot boven waar we een magnifiek uitzicht krijgen! We kruipen onder een reling om betere foto’s te nemen. Eens terug op de parking merk ik dat Jimmy zijn voorlichten nog aan staan. Gelukkig is de batterij niet plat. Ik rijd erna door in het donker. We missen de afslag naar Tunnel Log, een omgevallen boom waar je met je auto onder kan rijden. We stoppen op de baan aan een stukje naast de weg. Ik manoeuvreer om erin te geraken. We proberen te slapen maar er stopt een auto. Hij rijdt door. De chauffeur dacht waarschijnlijk dat er een camping was. Ik rijd een stukje verder. We draaien de San Joaquin Far Horizons groepscamping op. Er is niemand. Ik rijd een stukje open plaats in het bos in. We staan hier beter verscholen. Slaapwel.

    18/08: De wekker gaat om 5 uur. We blijven een halfuurtje liggen voor we verder rijden. We stoppen kort aan een uitzichtpunt met veel keienhoopjes. De temperatuur van de motor stijgt en geeft “Service Engine Soon” weer aan. Shit! We stoppen aan de Kings Canyon Visitor Center. We onbijten, gaan naar de WC en vullen water bij. We gaan eerst naar de General Grant Tree, de breedste sequoia aan de stamvoet. We zijn niet zo onder de indruk. De sequoia’s gisteren in de Giant Forest waren indrukwekkender.

    Comments

  • 19Aug 2017

    31 Kings Canyon National Park 08/19/2017 USA —

    USA

    Description

    We rijden op de Kings Canyon Scenic Byway door de prachtige kloof. We passeren een afgebrand tankstation. Deze staat aangeduid op een kaart en we hadden gehoopt er te kunnen tanken. Onze tank is nog tussen ¼ en ½ vol. Hopelijk raken we nog tot aan het eindpunt en terug uit de kloof. De Kings River stroomt naast ons en gaat hevig tekeer. We gaan naar het Cedar Grove Visitor Center. Ze weten niet veel maar zeggen dat we enkel vuur mogen maken op de campgrounds. We maken pasta en saus op Moraine campground er niet ver van. Er is bijna niemand. We rusten en wassen ons. We rijden tot Roads End. Er staat een hok met een ranger. We halen een Wilderness Permit voor de komende dagen. Het is een verouderd betaalsysteem waarbij ze een afdruk nemen met inkt van onze kredietkaart. We krijgen een grote plastieken bear canister. We rusten en maken onze zakken. We babbelen. We geraken niet meteen in slaap op de parking aan de Copper Creek Trailhead.

    19/08: We slapen niet zo goed. We nemen crackers, noten en een lat chocolade uit een bear storage. Ik stop de meeste crackers nog in m'n linker broekzak. We groeten de ranger rond 7:30 uur. Het eerste stuk is door bos. We gaan relatief snel. We steken Bubbs Creek over, eerst over een brugje dan over enkele losse boomstronken. We draaien omhoog uit het bos. Er zijn kleine lastige vliegjes die naar ons hoofd komen! Ze meppen vergt veel energie. We passeren twee mensen die een grote beer gezien hebben. Het zien er stoefers uit. Dat zal wel meevallen. We klimmen tot we niet meer kunnen. We rusten in een bocht in schaduw en aan een stroompje. We eten stuten met corn en tuna. Er passeren drie mensen. Ze zijn al in Brugge geweest. En nog 2 mensen. Ze hebben dezelfde waterfilter. We sukkelen met de onze. Het is los waar het zakje aan het mondstuk zit. Waarschijnlijk is de lijm losgekomen in de hitte van Death Valley. We komen op de John Muir en Pacific Crest Trail. Joepie. We klimmen en kronkelen langs rotsen naar boven. Rae Lakes staat aangeduid. Glenn Pass niet. Raar. De meren liggen nochtans voorbij de pas. We klimmen verder via meertjes. Het miezert een beetje. We werden gewaarschuwd om op te letten voor bliksem maar boven de pas zitten er nog grote gaten tussen de wolken. We doen onze regenjassen aan en de zeilen over de zakken. We passeren een ijsmeertje. Vanaf hier is het steil omhoog! Onze eerste pas is een feit. We zien Rae Lakes liggen. In het dalen gaan we over stukken sneeuw. Ik val eens omdat ik vermoeid ben. Er staan vandaag al meer dan 19 miles op onze teller. M'n rechter schouder doet pijn. Het is wennen aan de zware rugzak. We zetten de tent niet ver van het meer en een camouflagetent. We nuttigen welverdiend Mexicaanse rijst. Judith drogeert me met Nurofen. Ik val meteen in slaap.

    20/08: We staan op. De zon zit op een rots naast ons boven het meer. Mensen aan een tent achter ons wijzen. Er zitten twee herten. We ruimen op, eten iets en volgen een pad links van het meer. We passeren tenten rechts. We stijgen. Dit klopt niet. We zouden aan de andere kant van het meer moeten uitkomen. Ik heb geen zin om terug te gaan. We zien het einde van het meer. Het is te doen om af te dalen. We gaan offroad. Het is hier en daar klauteren maar het lukt. We komen terug op de John Muir Trail. We hebben nog maar weinig water. We proberen de filter nog te gebruiken maar het lukt niet goed. Een Nederlander die tot in Yosemite zal proberen te geraken vult zijn waterfles met filter voor ons aan een riviertje die over het pad loopt. Z’n filter past op alle gewone flessen, handig. We bedanken hem. We steken iets verder een hangbrug over. Het is wankelen. Hij piept en kraakt. We komen op een splitsing naar Paradise Valley. Dit is de korte tour die de meeste doen. Dit pad ligt naar links. Wij gaan naar rechts. We duwen door naar de Pinchot Pass. Ervoor is er een lawinegebied waar stenen bomen en struiken opzij geduwd hebben op een stuk sneeuw met een rivier onder. We gaan links via platte bomen en struiken. Judith heeft het lastig. We stoppen aan een rivier. Ik was me. Judith maakt eten klaar in de schaduw. We eten een handje chips en bestormen de pas. Het is niet al te lastig. We worden getrakteerd op een prachtig zicht op meren en scherpe kliffen. Mount Pinchot ligt rechts van ons. Het regent maar er zijn geen wolken boven ons. We vullen water bij nu we hoog zitten. Er zit geen vuiligheid in van vegetatie. We dalen langs meren links van ons tot in het bos. We zien herten op een open stuk gras. Een vriendelijke mevrouw zegt dat het nog 2,5 miles dalen is tot aan een rivier. Daarna zal het pad weer stijgen. We zetten uitgeput de tent neer naast dennenbomen niet ver van de rivier.

    21/08: We vragen aan mensen waar de beste oversteekplaats is. We zullen natte voeten hebben, zoveel is zeker. Het is eerst een stukje op stenen tot aan een boomstronk. We klauteren erover en strompelen tot op de overkant. Ik val bijna. We wisselen iets verder van sokken. Ik hang de natte aan m'n rugzak om te drogen. Als we dichter bij de Mather Pass komen wordt het weer slechter. We doen lange mouwen aan. Er komt mist opzetten. De klim valt nog mee. Het regent. In de afdaling zijn er twee stukken waar het pad weg is en we over rotsblokken moeten klauteren. Er ligt glibberige sneeuw. We stoppen lager om iets te eten en het klaart op. We krijgen plots een prachtig zicht. Hoera! We maken een bocht langs de Palissade Lake van het noorden naar het westen. We dalen de Staircase af. Het is ferm naar beneden het bos in. Er liggen veel grote boomstronken op het pad. Het duurt lang. We eten tonijn maar niet op ons gemak want er zijn muggen. We komen uiteindelijk bij de splitsing naar de Middle Fork van de Kings River. Het pad stopt bij de Palissade Creek. De ranger had ons gewaarschuwd dat dit de moeilijkste hindernis op onze loop zou zijn. We zoeken naar een goede oversteekplaats. Na snelle, zigzaggende rapids op rotsen is er een dieper stuk met minder stroming. We stoppen alle belangrijke zaken in de oceanbag, ontknopen onze rugzakken zodat als we ons evenwicht verliezen we ze kunnen lossen en zoeken allebei een stevige stok. We steken handje in handje de rivier over. Judith heeft het moeilijk. Het water komt tot boven haar midden. Ik raak tot tegen een grote steen en trek haar ernaartoe. Na de steen is er geen stroming meer. De oversteek is een feit. Het is ons gelukt! We klimmen een steile wand omhoog en vinden het pad. Het is niet meer zo duidelijk als de JMT. We trekken lange kledij aan en banen ons een weg erdoor de vele begroeiing. We komen in de prachtige canyon van de Middle Fork. Er zijn zoveel verschillende soorten bloemen, bessenstruiken en bomen. We zien een koppel kolibries. Er ligt een kajak langs de kant. De rivier is wild. Hier kun je toch niet op kajakken? Het pad klimt en daalt langs het water. We passeren de Devils Washbowl, een stroomversnelling tussen rotsen. We stoppen uiteindelijk op een rots naast het pad waar we beneden drie kajaks zien. Ik ga een kijkje nemen. De kajakkers zitten lager. Ze zullen vlak aan het water slapen. Dat lukt hier dus wel. Zot! Wij rusten hoger in de tent op de harde rots.

    22/08: We slapen niet zo goed. De matrasjes zijn dat niet. We gaan verder de canyon in. We komen op open velden. Erna kruisen we een koppel dat ons waarschuwt. Er is geen water meer voor lange tijd. We waarschuwen hen voor de oversteek van de Palissade Creek. We vullen bij aan een stroom die over het pad loopt. Er zit een beetje vuiligheid in maar niets ergs. We voegen druppels toe. We kruipen uit het dal. We zien niet veel. Zelfs niet als we boven komen. Er zitten bomen in de weg. De ondergrond is van zand en granietkorrels. We zakken bij iedere stap een beetje terug. We passeren twee mensen en vier paarden. Ze snijden boomstronken af die op het pad liggen. We stoppen halverwege de klim voor twee pakjes noodles. Eens boven moet ik naar het WC. Ik voel me niet zo goed. We klimmen nog een stuk, volgen een recht stuk en dalen kort tot aan een riviertje waar veel muggen zijn. We stijgen tot een splitsing. Er staan meren aangeduid naar de andere kant. Oh, ik weet waar we zitten. We stijgen voor de verandering naar de Granite Pass. Het is een prachtig zicht achter ons. De pas ligt om de hoek. Het is verder dan we dachten. We zijn uitgeput. Ik moet nog eens naar de WC. Ik gebruik de verplichte poopbags van het Crabtree rangerstation die Judith meegepakt had haha. Er zijn nog steeds muggen op de pas! We zitten hier toch hoog? Ik krijg Nurofen en een kussen van Judith. Ik geef het kussen in de loop van de nacht terug.

    23/08: We staan groggy op onder een stralende hemel. De muggen zijn er nog. We kunnen niet genieten van het uitzicht. We dalen een stukje en moeten opnieuw klimmen. Dju toch, had ik niet verwacht. Ik ventileer even tegen een oudere wandelaar die aan een meertje gekampeerd en gevist heeft. We dalen de rest van de weg via zigzaggende paden door het bos. We stoppen om water bij te vullen op een hoek. We proppen de laatste stuten in onze mond. We warmen op op de laatste flank. We zien de parking al liggen! We zijn herenigd met Jimmy om 13 uur. Onze epische en langste trektocht zit erop. We brengen de bear canister terug. Ik schrijf onze passage in het register en we vullen water bij. We ruimen de zakken op. De tent is nog nat en moet drogen. We gaan naar de Muir Rock. Er springen mensen af. Hier heeft John Muir een toespraak gehouden voor de klimassociatie van California. Er staat geen plakkaat. Raar. Jimmy pruttelt enorm als hij start. Ik wil geen risico nemen. Ik rijd in één stuk door naar Hume Lake waar een tankstation is. Judith trekt foto’s onderweg van de Kings Canyon. Ik stop één keer maar laat Jimmy in park staan terwijl we een foto van ons samen met de kloof laten nemen door een vriendelijk oud mevrouwtje. We komen aan het meer via een kronkelweg. Iets later stopt het mevrouwtje er ook. We maken pasta en bonen. Ik zwem kort tussen kajaks en peddelaars. Het doet zo’n deugd! We rijden naar de Grant Grove en het Visitor Center. Judith gaat naar de lodge. We kunnen douchen in de kampeerzone. Ik kruip mee in de vrouwendouche. Het is 1 dollar voor 15 minuten water. We zijn weer volledig proper! We brengen de sleutel van de douches terug naar de lodge en rijden richting Fresno.

    Comments

  • 24Aug 2017

    32 Fresno 08/24/2017 USA —

    Fresno, USA

    Description

    Er rijdt een mens voor me die remt in ieder klein bochtje. Achter ons rijden al zes auto’s met bestuurders die het ook ferm op hun heupen krijgen. Ik stop uit frustratie. De remmen ruiken verbrand. Het werd gevaarlijk. We dalen verder af en rijden de stad in. Ik rijd af in een ruwe buurt. Ze vragen een ID in een tankstation. De winkeluitbater legt ons de weg uit naar de Walmart. We halen alles voor belegde broodjes en eten ons buikje weer vol. Er rijdt een security zoals in Las Vegas. Ik rijd naar een grotere Walmart. Daar rijdt er ook één! Ik leg me even. Judith zoekt op het internet een lijst met Walmarts waar je niet mag slapen. Ik rijd heel moe naar een derde Walmart. Hier zijn er geen borden of security. Ik word nog twee keer wakker. De eerste keer van luidruchtige jongeren. De tweede keer van een zware camion.

    24/08: Het is tijd voor een rustdag na de zware inspanningen van de voorbije dagen. We kunnen blijven liggen. Judith gaat om een groot ontbijt. Stokbrood, vlees, chocolade, melk en yoghurt. We halen nog eten en ik vul m'n dagboek aan nadat we donuts hebben verorbert. Ik update de map. We gaan in de namiddag naar de McDo om een ijsje en frisdrank. We antwoorden naar State Farm, veranderen Craigslist en kopiëren foto’s. Judith haalt een dubbele hamburger met twee vleesjes. We gaan erna terug naar de Walmart om salade. We zitten veel in de airco. Het koelt gelukkig wat af ’s avonds. Het was leuk om vandaag te rusten en iets te horen van het thuisfront. We babbelen voor het slapengaan.

    25/08: We blijven liggen. Judith gaat naar het WC en om ontbijt. Het is tijd voor een volgende lading donuts, yoghurt, vlees en brood. We rijden uit Fresno. Het is een redelijk grote stad. Er zijn heel veel autodealershops. Buiten de stad wordt het landschap snel dor en heuvelachtig.

    Comments

  • 26Aug 2017

    33 Yosemite National Park 08/26/2017 USA —

    El Portal, USA

    Description

    We komen bij het Yosemite National Park. Er is veel rook. Het ruikt naar vuur. Het bos staat in brand! We stoppen in Wawona. We eten donuts op de rand van een fontein die niet werkt. Een ranger zegt dat we naar Tuolumne Meadows moeten voor een permit. We rijden verder en kronkelen in de bossen. We zien de vallei links van ons bijna niet door de rook. We komen aan Tunnel View. Er is helaas zo goed als niks te zien van Yosemite Valley door de rook. We rijden de vallei in. We wandelen naar Bridalveil Falls. Veel mensen klimmen op rotsen ook al staan er plakkaten dat het niet mag. Het is een overrompeling. El Capitan is toch beter zichtbaar vanaf de weg in de vallei. Ik zoek een parking in de massa. Ik vind een plaatsje aan lodge/camp 4. We nemen de shuttle bus. We stappen uit aan de Mist Trail. Dit is het begin van de John Muir Trail. We zullen het einde, een stuk van het midden en het begin ervan gezien hebben. Het is ferm klimmen tot Vernall Falls. Ik test m'n conditie, twee trappen tegelijk. Het gaat goed. Ik trek door tot aan de prachtige waterval. We komen verder aan een meertje, Emerald Pool. We nemen de langere weg naar Nevado Falls via Clarks’ Point. Hierdoor zien we Half Dome en Liberty Cap liggen. We rusten in de Merced River boven de Nevada Falls. Ik spring op rotsen. We nemen een andere, steilere weg terug naar beneden. Het is opletten met los zand op granietsteen! We nemen erna een shuttle terug. We wandelen met chips naar de Yosemite Falls. De Upper Falls kan je enkel van ver zien. De Lower Falls kunnen we dichter naar gaan. Ik rijd naar de 4 miles Trailhead. We kunnen morgen misschien de Pohono Trail doen. Het wordt al donker. We eten tomatensoep met brood. Ik ben te moe. Ik leg me op de matras. Naast ons parkeert er een busje. Het zijn twee Australiërs. Ze doen de afwas. Er komt een ranger. Ze moeten weg. Ik ga nog naar de WC en rijd ook door, uit het park naar El Portal. We worden tegengehouden door een ranger, z’n lichten flikkeren en schetsen achter ons. Hij houdt ons tegen en vraagt “License and registration please”. Een voorlicht werkt niet. We moeten de verzekering tonen. We zitten met een wannabee flik! We vinden in El Portal een stuk aan de kant van de weg naast Yosemite lodge waar we veilig van de weg staan. Slaapwel.

    26/08: We slapen goed. We stoppen aan de WC’s bij de ingang en ontbijten stevig. We rijden door naar Tioga Road. Er zit een toeterende bus achter ons. Ik hou me nochtans aan de toegelaten snelheid. Er is nog altijd veel rook in de vallei. We rijden het bos in. We stoppen aan Tuolumne Grove. We wandelen één mile op onze sletsen. Het is geen vetten. Er zijn drie levende en twee dode sequoia’s. We gaan het pad terug naar boven. Ik rijd verder. We komen na enige tijd aan Olmsted Point. We gaan de hoek om naar een overlook. We zien Clouds Rest en Half Dome liggen. We zitten te kijken naar mensen die komen en gaan. Als de zon komt piepen nemen we een foto richting Tenaya Lake. Een afgeborsteld tandpasta-smile koppel vuit LA vraagt of we ook een foto van hen kunnen nemen. We stoppen aan het meer en eten energie bars, tonijn en maïs met brood op een bankje. Er zijn veel mensen. We rijden verder naar Tuolumne Meadows. Daar zijn er nog meer mensen. We gaan het Visitor Center en het Wilderness station binnen. Teveel bureaucratie. Het wordt niks. We zullen dagtochten doen. We zetten Jimmy aan de kant van een smal baantje en stijgen door het bos tot aan de Lembert Dome. We kruipen de rots schuin op. We gaan na de top ook iets lager. We krijgen zo een mooier uitzicht op de meadows. We zitten even te praten. We nemen een schuinere kant terug. We passeren Tioga Lake en Ellery Lake en nemen de Tioga Pas. We gaan naar Mono Lake Visitor Center. We bekijken een exhibit. Vooral de tufa, een soort stalagmieten, vallen op. Ik rijd naar de andere kant van Lee Vining. Het zicht op de Sierra Nevada bergketen vanop de snelweg is precies zoals aan Mount Whitney. Ik draai over en rijd terug. We nemen een grintweg richting het meer. Aan een service station staat er een plakkaat: drie miles naar South Tufa. We zien het liggen. Het ziet er sjiek uit. Er is een parking. We wandelen naar de rotsen tot aan de rand van het meer. Er is een drone die veel lawaai maakt. We kunnen mooiere foto's nemen als de zon komt piepen. Judith gaat naar de WC. We doen erna de rest van een trailtje. Ik vergeet een melkfles. We eten aan de parking op een bankje. Ik rijd erna dezelfde weg terug. Ik dacht een plaatsje te hebben gezien om te slapen maar de weg is er verhoogd met zand. We kunnen er niet geraken. Ik rijd een ander wegje op. Er is begroeiing in het midden. Ik hoor planten kletsen tegen de onderkant van het chassis. Ik zet Jimmy op een kruising van paden tussen de planten. Hier staan we wel goed. Het is dodo tijd.

    27/08: We zijn wakker als de zon opkomt. Ik rijd terug langs Tioga Road tot een beetje voorbij Tenaya Lake. Ik kan mooie foto’s nemen onderweg met de opkomende zon. We eten stuten met choco. We maken een zak en zijn weg. Het is 7 miles naar Clouds Rest en 12 naar Half Dome, . Dat is niet weinig. We stappen stevig door. We zijn rond 11 uur boven op de eerste berg. Wat een surreëel zicht! We zetten ons en eten stuten. We hebben geen mes mee om de conserve van de tonijn open te doen. Shit. We dalen een ferm stuk en gaan opnieuw het bos in. We komen een oudere meneer tegen op een open plaats. Ik vraag info over permits om Half Dome te beklimmen. We zouden misschien een kans hebben als er mensen extra plaatsen hebben, normaal zijn er 6 mensen per permit. We dalen verder. We komen op een splitsing met de John Muir Trail. Er staan plots veel tenten. We zien de Half Dome liggen in de rook van de bosbranden. Een ranger vraagt permits aan een grote groep op de eerste bocht. We doen rechtsomkeer. Ik begin rond te vragen. We hebben geluk, een groep van 5 Russen uit LA heeft een extra plaatsje en hun vijfde persoon, een dik meisje, geraakt er niet. Ze zit ver achterop. Ze willen niet wachten. We kunnen dus allebei mee! Woohoo! We bedanken hen uitvoerig. We mogen voorop klimmen. Eerst een stuk op trappen in de rotsen dan komen we aan de kabels. Er zijn redelijk wat mensen aan het dalen. Ik ga eerst met de rugzak. Er liggen handschoenen. We nemen er geen. Het is enorm steil! Het zou niet lukken zonder de kabel. Ik moet een paar keer stoppen aan houten balkjes die op de grond liggen en houvast bieden. Ik trap op m'n adem en babbel met een Canadees. Ik draai een beetje en zet me op een minder steil stuk aan de kant. Judith steekt voorbij. Ze is alleen boven. Ik kom achter. De top is een grotere oppervlakte dan ik dacht. Er zijn veel bedelende eekhoorns. We gaan eerst naar links en erna naar rechts. De Russen komen ook boven. We bedanken hen opnieuw en dalen. We zijn alleen op de kabels. We gaan een pak trager, genieten van het uitzicht en nemen veel foto’s. We komen op de terugweg de vijfde persoon tegen. We herkennen haar omdat ze hetzelfde T-shirt aanheeft als de andere vier Russen. We moeten het hele eind nog terug. Judith vult water bij aan een stroom in het bos. We nemen het Forsynth Trail, rechts van Clouds Rest. Het is ferm klimmen door een verbrand stuk bos. We sterven een beetje maar het was het echt waard. Op 2,5 miles gaat de zon onder. We zien niet veel meer. Judith komt achter. Met behulp van de kodak kunnen we onze weg vinden in het donker langs boomstronken, stenen en door riviertjes. We zijn rond 21:30 uur terug bij Jimmy. We lessen onze dorst en schrokken koeken naar binnen. Ik rijd richting El Portal. We wassen ons aan de WC’s en maken rijst. We staan op dezelfde plaats als twee dagen geleden. Onze benen zijn stijf.

    28/08: We blijven liggen en nuttigen een ferm ontbijt. We zien een plakkaat “no overnight parking”. Haha we mochten hier toch niet staan. Ik rijd opnieuw het park in naar Tunnel View. We klimmen door het bos langs vervelende vliegjes naar Inspiration Point. Er is absoluut niks te zien! Het is een oude verloederde parking zonder uitzicht door de vele bomen. We zullen de Pohono Trail niet doen. We gaan terug naar beneden. De rook is wat opgeklaard. We hebben het beste zicht op de vallei tot nu toe. We rijden naar de vallei en passeren opnieuw El Capitan. We stoppen aan Merced River en wassen onze voeten. We gaan naar de WC’s bij de uitgang. Ik tank een klein beetje in El Portal. We volgen de Merced River en rijden naar Mariposa. We tanken en gebruiken wifi aan een Burger King. Het is een enorm dor landschap. Er staan plakkaten langs de weg “Thank you firefighters!”. We stoppen in McDo van Merced. Het is te warm, meer dan 40 graden. We blijven een uurtje of twee in de airco. Ik chat kort met Sven. Na de middag vertrekken we weer richting Modesto. Het wordt drukker. We slaan af naar het westen voor Manteca. Er is file. Ik rijd af aan Walnut Creek. De buurt voelt Europees aan. Er zijn kleding merkwinkels en om te parkeren moet je betalen. Ik rijd door naar de Walmart van Martinez waar een plakkaat staat “no overnight parking”. We gebruiken de wifi en eten op de parking voor we doorgaan.

    Comments

  • 30Aug 2017

    34 San Francisco 08/30/2017 USA —

    SF, USA

    Description

    Ik sla af aan Port Costa. We volgen een mini kronkelbaantje langs de inham van de zee. Het is leuk rijden na de 5-vaksbanen vandaag. We stoppen voor Crocket langs de kant van de weg. Er passeren flikken. Ze spreken ons aan in verband met een vluchtmisdrijf. We hebben geen geblutste auto gezien. We slapen met zicht op de baai.

    29/08: We zijn af en toe wakker door getuut van treinen. Er is een spoorweg beneden aan het water. We proeven de Apple Blasts. Gekleurde ronde cornflakes met veel suiker. Judith lust ze. Er is file op de Alfred Zampo Bridge. We moeten 5 dollar betalen om de brug over te mogen. Dat hebben we nog net in cash. Judith moest centjes samen scharrelen. We rijden via Vallejo, een havenstadje. We stoppen aan San Pablo Bay, Pool 1. Er is veel vuilnis. Ik rijd verder op de 101 richting het zuiden, San Rafael. Ik ga twee keer de freeway af om een smal baantje te zoeken die langs de baai gaat maar tevergeefs. We rijden af vlak voor de tol van de Golden Gate Bridge aan Fort Baker. De beroemde brug ligt in de mist. Er is een museum van de baai maar het is betalend en er is een meute kleine kinderen. Er staan vervallen bunkers. We vragen aan een mevrouw of we tol kunnen betalen met visa. Ja is het antwoord. We kunnen gewoon doorrijden. Ze sturen normaal een brief op op basis van de nummerplaat. Ik rijd Sausalito binnen. Een mooie baan langs de kust, kleine huisjes tegen rotsen. We voelen ons in Italië. We gaan naar een WC en een Visitor Center. Een mevrouw geeft een kaart van het Marin Headlands Park naast de Golden Gate Bridge. We rijden via Coastal Trail naar Hawk Hill. Er is helaas veel mist. We wandelen rond in bunkers. We rijden iets verder en wandelen naar Point Bonita Lighthouse. Er is een poort op slot van gang onder een rots. Er klimmen twee jongens over de rots. Dat gaan we toch niet doen. We passeren aan Bird Island Overlook. Het is een witte rots vol vogelkak. We eten erna puree en stovers op een bank naast Jimmy. Het smaakt enorm. Het klaart wat op. We stoppen aan het Visitor Center die net een kerk lijkt. We vullen water bij. We wandelen langs een lagoon naar Rodeo Beach aan de Pacific Ocean. Het water kletst tegen de rotsen. Er zitten surfers in het water. We zien dieren duiken in de lagoon. We dachten eerst dat het zeehonden zijn maar ze komen uit het water als we terug wandelen. Ze zien er kleiner uit. Het zijn otters. Ze hebben vier poten en een smalle staart. Er vliegen heel veel vogels die op pelikanen lijken. We stoppen aan de Golden Gate Overlook. Nu het opgeklaard is hebben we veel beter zicht op de wolkenkrabbers van San Francisco en Alcatraz Island. Het is enorm druk op de brug als we erover rijden maar we staan nooit stil. Rechts liggen er rotsen, links een megastad van 825 000 inwoners. Ik rijd na de brug naar rechts, weg van het centrum. Best, het is spitsuur en filerijden. We gaan richting de zee. We slaan af naar rechts aan Judah Street. Het is een typische San Francisco straat van uit de films. Een tram, veel hoogteverschil en uitzicht op de zee. Ik weet nog altijd niet wat de verkeersregels zijn als er op de vier richtingen op een kruispunt stopborden staan. Ik wacht gewoon. Is het elk op z’n beurt en de eerste die aan de kruising komt mag eerst door!? We nemen een kijkje aan het strand. Het is veel mooier dan de Belgische kust. Het oogt niet volgebouwd. We gaan op wandel in de straten achter ons, op zoek naar wifi en WC’s. We gaan tot Sunset Boulevard en dan tot Taraval. Er zijn enkel woonhuizen. Als we terug aan de kust boulevard komen zijn er publieke WC’s. Yes. We wandelen een stuk terug om het toertje blok volledig te maken. We maken noodles klaar. Ik ga een foto trekken van de zonsondergang. Er liggen sokken, een stuk tapijt, een deken en een lege fles wodka in de duinen. We zitten op een bankje tot het volledig donker is.

    30/08: Het is bewolkt en kouder. Als de auto achter ons weg gaat rijden we naar de WC’s aan het einde van Taraval. Erna gaan we de heuvel op naar links. We moeten opnieuw veel inefficiënte 4-way stops voorbij. We rijden richting het centrum en tot het einde van een parkje dat links van ons opduikt. Ik zet Jimmy links naast de baan. De DMV ligt iets verderop. We beginnen te wandelen richting het Financial District. We komen op de straat Market. We vinden een Starbucks met wifi. Judith verandert de foto en de prijs van Jimmy op Craigslist. In het begin van de straat zien we veel sukkelaars. Het contrast met de afgelekte gebouwen van banken is enorm. We zien het stadhuis links liggen. Er is een kleine markt op een plein ervoor. We passeren het bekende trammetje. Er staat een hele rij mensen te wachten haha. Daar doen we niet aan mee. Judith wandelt kort Forever 21 binnen. Ze vindt niks. De maten zijn groter dan in Europa. Op het einde van de straat komen we op de Ferry Building. Er zijn veel dure eetwinkeltjes. We gaan er naar de WC en kijken aan de achterkant uit op de baai. De zeekant is mooier, minder bebouwd en industrie. We gaan via Mission Street. Er zijn iets minder wolkenkrabbers. We passeren het Yebba Arts YNBA park waar er een expositie is over Martin Luther King. We beginnen honger te krijgen maar het is allemaal enorm duur in het centrum. We passeren een busje met Peruvian Food. Het ziet er heel goed uit. Dit is hoop dat het eten in Zuid-Amerika beter zal zijn. We komen na een tijdje stappen op het kruispunt met Main Street. De brug met de freeway ligt boven ons. Eronder is er een skatepark aangelegd. Er zijn hier meer skaters dan bij ons. Judith vindt San Francisco vuil, een beetje Europees aanvoelen, hele lange straten. Ze stuurt berichtjes naar familie telkens we een Starbucks passeren. Er zijn er veel! Enkel Peete’s Coffee kan concurreren. Walgreens is de meest voorkomende winkelketen. Een paar straten voor we terug bij de auto zijn ruiken we heel lekker vlees met paprika uit een taco zaak op de hoek. We hebben helaas geen cash meer en zullen er wel niet met de visa kunnen betalen. We eten energie bars en maken pasta klaar op een bankje in het parkje naast waar Jimmy staat. Ik neem erna een kijkje in de DMV. Ik wil weten welk papierwerk er nodig is bij de verkoop van een auto. Aan alle loketten staat er echter een lange file en ik laat het voor wat het is. Een bill of sale opmaken en de strook van de title overhandigen zullen wel voldoende zijn. Ik rijd naar rechts en via enkele straten kom ik terug op Market. Ik rijd richting de zee. Ik sla verkeerd af en rijd vlak langs de zee richting het noorden. We passeren de zoo. Ik kan draaien op een parking. We rijden langs Merced Lake, niet die van Yosemite. Er ligt een ferm park naast waar mensen golfen.

    Comments

  • 01Sep 2017

    35 Highway 1 09/01/2017 USA —

    Avila Beach, USA

    Description

    We rijden via heuvels met kartonnen huisjes langs de Highway 1. We passeren Pacifica. We gaan door een tunnel. Er staat een oude bunker met grafiti op een rots. Ik stop en neem een kijkje. Judith komt achter. We wandelen erna de Devils Slide Coastal Trail af. We zien walvissen in de verte! Ze spuiten water en er vliegen veel vogels op af. Eén komt een stukje boven en is bijna even groot als een vissersbootje. We wassen erna Jimmy's ruiten met drinkwater en zeep. De muggenspray van in Death Valley is er eindelijk af. We rijden door. We stoppen aan Half Moon Bay. Er zijn veel surfers. Ik parkeer voor een busje aan een parallel baantje. Er brokkelt een rots af aan het strand. We stoppen aan Starbucks. Ik stuur een berichtje naar mama voor haar verjaardag. Morgen vertrekken ze op reis naar Zuid Frankrijk. We stoppen aan de Burger King. Judith rijdt op een borduur. Bovendien rijdt ze achteruit wanneer er een witte jeep komt. Ze is overstuur en gaat aan de kant. Ik neem over. Ik stop aan een wandeling. Er zijn WC’s maar ze zijn op slot. Het is afgesloten wegens tekenseizoen. Ik pis achter het kotje. We draaien af richting Redondo Beach. We komen uit op een straat met grote villa’s en een golfterrein. Er staat een hokje. Er komt een gast naar buiten. Ik doe teken ‘laat maar’ haha. Bekakte boel! Het voelt net als toen we met de oude Honda met geplakte bumper in la Knokke rondreden. :P We passeren San Gregorio en Pomponio. Er zijn stranden waar er water ligt achter het strand in plassen. We stoppen aan de kant van de weg. Twee minuten later stopt er een RV voor ons. Judith moet nog naar de WC maar er stopt nog een Mercedes busje vlak achter ons ook!

    31/08: Het is mistig als we wakker worden. We moeten allebei naar de WC. Judith rijdt naar het volgend strand, Pescadero Beach. De WC's zijn ronduit vuil. We verschuilen ons goed in de duinen. We rijden langs Pigeon Point. Er staat een vuurtoren in de mist. We komen in Santa Cruz county. De zon komt piepen. Er zien een paar surfers. We tanken in Santa Cruz en stoppen erna op een viewpoint. Er is niks te zien. Er staat wel een plakkaat met uitleg over de ontdekking van de baai van Monterrey Bay door de Spanjaarden. We komen erna opnieuw in de mist. Er is veel landbouw rond het haventje van Moss Landing. We stoppen aan Lovers Point in Pacific Grove. We eten noodles en rijst. Er zitten schooiende meeuwen, eekhoorns en zeeotters. We rijden langs de kustlijn. Pebble Beach is betalend. We rijden naar Carmel-by-the-Sea. Judith rijdt door een verzorgde buitenwijk met zeer smalle straatjes. We doen geen moeite om naar de zee te gaan. We zien dat het in de mist ligt. We volgen nog heel eventjes de Highway 1 maar slaan dan af naar Carmel Valley. Er zijn jammer genoeg landverzakkingen aan Big Sun en Ragged Point. We nemen een binnenbaantje naar Carmel Valley Village. De temperatuur klimt van 15 naar 40 graden! Er zijn veel wijnproeverijen. Het baantje wordt smaller. De midden markering ontbreekt. We kronkelen door het bos en komen opnieuw in een zeer droog landschap waar wijngaarden kilometers ver uitstrekken. De boeren hebben hier veel meer plaats amai. We komen terug op een grotere baan vanaf Greenfield. Judith vlamt door tot Paso Robles. We stoppen enkel aan een rest area. We wassen ons haar en vullen water bij. We rijden door tot San Luis de Obispo. Het wordt drukker. We willen wifi. Judith neemt de laatste afslag van de stad. We zien een Starbucks. We gaan eerst om eten in een winkel die Food 4 Less heet. Het is een simpele winkel. De prijzen zijn ongeveer dezelfde als in de Walmart. We eten ons buikje rond achteraan de Starbucks op een bankje. We hebben geen reacties op Craigslist voor Jimmy. Ik maak 7 nieuwe aan advertenties aan op deelgemeenten van LA en plaats nieuwe foto’s. Judith contacteert twee auto opkopers. Ik rijd in het schemerdonker naar Avilla Beach. Er is een gezellig haventje. Een kampvuur op het strand trekt volk aan. De kade staat vol RV’s. Ik wandel met m'n voeten in het water. Ik rijd erna door het dorpje. De straten lopen fel omhoog. Er zijn enkele bars. Er staan plakkaten "No overnight parking". We rijden juist buiten het dorpje een steile straat op. We komen op een hobbelig stuk losse aarde. We zien rechts Avilla Beach en links Pismo Beach. Het is een leuke plaats. We zullen hier slapen.

    01/09: We worden wakker door een felle zon. Geen wolkje aan de hemel. We hebben prachtig zicht op beide stranden. We ontbijten op de kofferbak. Er stopt een auto zonder bumper naast ons. Hij vraagt of we geen marihuana moeten hebben. No thank you haha. We klauteren op een rots voor we doorrijden. Pismo Beach is deftig. Grover Beach iets minder. Het is er goedkoper om te tanken. De Highway 1 gaat hier verder van de zee terug langs landbouwgrond. Judith ziet een boer op een zeer oude tractor. Er staan overal mensen gebukt in de velden. Ze plukken hier nog met de hand. We gaan door Guadalupe. Het is een armtierig dorpje. We passeren Vandenberg Air Force Base. De ingang ziet er precies uit als een pretpark. We rijden een stukje te ver richting Lampoc en komen aan Gariota Beach State Park. Het is te betalen om tot aan het strand te geraken. We rijden verder en passeren nog twee zo’n stukken. Belachelijk. Ik zeg m’n gedacht eens aan het laatste strand El Capitan Beach. De persoon in het hokje reageert gelaten. Hij krijgt waarschijnlijk nog zo’n reacties. We komen aan Goleta. Er is een plakkaat: Beach Access. Hier is het wel gratis. Er zijn zelfs WC’s en een douche. Ik ga zwemmen. Het water is wat vuil. Er drijven planten en zwarte plakkende stukjes. Komen die van het boorplatform die we in de verte zien liggen? Ik blijf er niet lang in. We babbelen op een bankje in de schaduw van een palmboom en eten koekjes die smaken naar iets tussen picnics en vitabis. We wandelen een stukje naar links. Ik voel m'n schouder branden. We douchen en gaan terug naar Jimmy. Ik rijd door de rest van Goleta naar Santa Barbara. We parkeren Jimmy op een parking waar je twee uur mag staan. Er is wifi aan het Visitor Center op de hoek. We hebben geen reacties gekregen op Craigslist. We panikeren een beetje. We googlen vanalles en contacteren dealers en auto opkopers. We wandelen erna aan het strand. Er is een boulevard met palmbomen. Op het strand jaag ik verschillende soorten meeuwen weg. We zien de Channel Islands, een natuurpark, liggen met boorplatformen ervoor haha. We stoppen aan het goedkoopste tankstation. Het is hopelijk de laatste keer tanken. Meneer is een mechanieker. Ik vraag hoeveel Jimmy hier waard zou zijn. Hij zegt 1500 dollar. Dat is precies wat wij dachten. Hopelijk lukt het ons. Ik rijd verder langs de 101. De zon gaat onder. Ik zoek naar een slaapplaats op doodlopende private roads langs de zee. We komen verder op een lang stuk vlak naast de oceaan. Er staat een eindeloze rij RV's. Ik stop tussen twee en ga vragen of zij hier slapen. Ze blijven allebei niet: "No parking 21-6 o'clock". Jaja, het kan toch niet dat iedereen nog zal weggaan? We maken noodles klaar en slapen er toch.

    02/09: Ik kan niet goed slapen. We gebruiken voor het eerst de schermen op de voorruit tegen licht maar de golven en de freeway maken teveel lawaai. Ik heb wat negatieve gedachten over de USA. Ik zeg ze iets te luid. Judith wordt er wakker van. Er klopt iemand op de ruit. Het is een zat mens dat ons bang maakt “You will go to jail if the cops come here.” Ze vraagt een lift tot het einde van de straat. Haar vriend passeert in een auto. Ze gaat mee met hem maar komt later terug aankloppen. Ze heeft weer ruzie gemaakt. We zullen maar voeren. We zijn nu toch wakker en mogen hier niet staan. Blijkbaar moet ze veel verder, naar Fillmore. Dat stadje ligt niet op de weg. Ik ventileer negatieve ervaringen over de USA. Het mens babbelt erdoorheen en blijft herhalen dat we ons voorlicht moeten herstellen. “Cops are jerks.” Als we haar afzetten op een parking bij haar auto en werk geeft ze ons 60 dollar. Dat kunnen we niet aanvaarden maar ze blijft maar aandringen. Goed dan, kunnen we dan eten mee kopen tijdens onze laatste week in dit gekkenland. We vertrekken en ik rijd in het donker op een kronkelweggetje tot vlak voor Moorpark. We slapen er een paar uur naast een boom op een stuk naast de weg. Er staan rijen citroenbomen rond ons. Er zijn veel vliegen als we opstaan.

    Comments

  • 03Sep 2017

    36 Los Angeles 09/03/2017 USA —

    Los Angeles, USA

    Description

    We rijden door langs de Santa Monica hills naar Malibu. Het is er iets properder maar het stelt echt niet zoveel voor. Om toegang te krijgen tot een bar op het strand, Paradise Cove, moeten we 35 dollar parking betalen. Euh nee! We zetten Jimmy iets verder. We wandelen langs het strand. Ik wil eens zwemmen maar de stroming is ferm, te krachtige golven. Ik durf uiteindelijk toch. Het is een ferme inspanning om er terug uit te geraken. We kuisen het zand af aan de kofferbak. Ik rijd een stuk verder naar Bluffs Park. Het is verzorgd. Judith kan eindelijk naar een WC. We rijden langs de kust. Het is overal minimum 20 dollar om te parkeren. Zot! Het wordt ferm drukker. Er rijden fietsen tussen het verkeer. Dit is gevaarlijk. We slaan af aan Santa Monica Pier. Ik vraag aan een kotje dat dienst doet als Visitor Center of er ook ergens een plaats is om te parkeren zonder te betalen. "Nope!" is het antwoord. We laten snel een foto nemen en gaan weer door. Het ziet er ferm lelijk uit. Precies de pier van Blankenberge². We rijden langs Venice Beach. We stoppen in een straat waar er een plakkaat staat “No parking 7:30 – 9:30 am”. Er staan nog auto's. We nemen een kijkje links en rechts aan het strand. We vinden aan beide kanten douches. We gaan terug om kleren en shampoo en gaan naar links. Het is een lang strand met palmbomen en een fietspad erachter. Hier en daar zijn er volleybalnetten. Als we terug bij de auto komen hangt er een parkeerboete aan de ruitenwisser. 93 dollar. Yeah right! Judith vraagt uitleg aan mensen in een tuintje. Ze leggen uit dat je niet mag staan aan een rode stoeprand. Het is redelijk afgebladerd en dat wisten we ook niet. Het is geel in Europa. Ach ja dat is een boete die nooit betaald zal worden of heel misschien door het Arctic Hostel in Anchorage haha. We rijden via de Marina del Rey en een omweg op de Manchester Avenue waar we kort stoppen aan een Starbucks voor wifi. Er leeft een koppel in armoede aan de zijkant van het gebouw. Ze maken ruzie om eten op een versleten matras. We rijden verder langs de LAX luchthaven tot Torrance. We stoppen aan de Walmart. Dat is lang geleden. Er is geen versafdeling en we zien security rijden. Ik update Cargurus en Cars.com en antwoord op mails. We eten colesla. We dachten dat er patatten zouden inzitten maar het is deze keer niet zo. Scherpe smaak. We eten erna veel ijs. Het is duidelijk een achterbuurt. Er lopen allerlei soorten volk! We voelen ons nooit echt onveilig. Ik check mails. Niks! We zijn zenuwachtig en proberen te slapen.

    03/09: Ik kom twee keer wakker door de warmte en muggen. Niet te doen! We zetten ons aan de zijkant op bankjes. De Walmart is gesloten. Een heel team ruimt de parking op. Judith vindt het precies zoals na een festival haha. We rijden een straat verder maar overal zijn er de bekende plakkaten “no parking”. We zetten ons op de parking van de Starbucks, op een plaats waar er voordien een volgepropte oude RV stond. Hoe is die weggeraakt? We zien geen plakkaten. Ik word nog één keer wakker omdat er een Chevrolet sportbak toertjes rond ons reed. Als we wakker zijn rijden we weg. Ik volg de 101 en 405 naar het noorden. We rijden langs de wolkenkrabbers van Downtown. We rijden af aan Hollywood. Het verkeer viel mee op deze zondagmorgen. We parkeren in Hobard Boulevard, een straat met villa's en palmbomen. Judith vraagt aan twee voorbijgangers of we er mogen staan. Ja hoor. We wandelen naar Griffith Park. We rusten op stenen aan een parking en eten mariakoekjes. We klimmen erna verder naar het Observatory. Er zijn WC's en waterkraantjes. Binnen is er welgekomen airco. Er staan plakkaten met uitleg over astronomie. We blijven even. Achter het gebouw is er een balkon met mooi zicht op de gigantische stad van 10 miljoen inwoners. Het bekende Hollywood Sign is er ook zichtbaar. We wandelen naar Mount Hollywood via Dantes View. We passeren gelukkig een waterkraantje onderweg. In de verte zien we bosbranden. We hadden al een helikopter zien overvliegen. We blijven niet lang op de top. Het is veel te warm! We nemen een kortere route naar beneden. Het is zeer steil dus we gaan traag. We wandelen terug naar Jimmy en eten conserven op het gras ernaast. We wandelen erna naar de Walk of Fame op Hollywood Boulevard. Als we nog maar pas aan de sterren zijn haalt er een weirdo ons in onder een stelling en begint raar te doen. Hij beweegt z'n mond zonder dat er lawaai uitkomt. Hij kan er niet tegen dat we een andere taal spreken. Hij zegt: “Can you make something happen for me?” Ik bied water aan. Dat had ik beter niet gedaan. Het is een vieze kerel. We gaan er niet meer van drinken. We herkennen niet veel namen van de sterren. Als we er herkennen, liggen er meestal een paar samen. We krijgen chocolade in de Disneywinkel. Judith gaat in het terugkeren nog eens binnen en krijgt nog een latje haha. Er staat een lange rij aan Madame Toussaut. De straat doet enorm denken aan The Strip in Las Vegas. Er worden veel kaartjes uitgedeeld, vooral van bus tours om huizen van beroemde mensen te gaan spotten. We wandelen het hele eind terug. Het is een slordige, vuile straat. We rijden in Griffith Park en ik was me aan een WC. We rijden via de 101, de 107, de 5 en de 118 naar de Walmart van Porter Ranch. We gaan er om pizza. We kunnen hier waarschijnlijk niet slapen ook al is het een groen bolletje op de Walmart lijst. We zien security rondrijden. Ik had de sleutel laten liggen op een bankje. Er zit een gast naast. Hij lacht eens. We vragen of we zijn Amerikaans telefoonnummer voor Craigslist kunnen gebruiken. Hij toont ons een App die random Amerikaanse nummers creëert. Dit zou de oplossing kunnen zijn. Hij vraagt of we hem naar de trein kunnen brengen. Hij heeft water gekocht om te verkopen. Het is een dakloze. Er is politie aan het station. We blijven er niet. Ik zie op de terugweg een park, Mason Park. De meneer die we gevoerd hadden had erover verteld. Mason was een cult-massa moordenaar. We wandelen een ommetoer naar Starbucks voor wifi. Het lukt niet met een fake Amerikaans nummer. Craigslist wil er jammergenoeg geen bericht naar sturen. We gaan terug naar de auto. Judith gaat naar de WC in een winkel. Ik vind er in het park. We wassen zweet van ons aan een kraantje. Hopelijk hebben we morgen wat meeval.

    04/09: Het is een beetje bewolkt en afgekoeld. We rijden op de parking aan de toiletten. We wassen Jimmy. Ik ga over de vuilste plekken en het dak. Judith komt achter en werkt het perfect af. Ze heeft veel meer geduld. Jimmy blinkt. Ik haal de matras en alle spullen eruit. Ik smijt de topper in de vuilbak. Die heeft toch wat vuiligheid tegengehouden. Ik kuis de binnenkant af. Judith krijgt de kruimels er zelfs uit met enkel een natte doek, geen stofzuiger nodig. Ik klop de matjes uit en vul water bij. We steken alle spullen er terug in. Teamwork. Jimmy straalt. We rijden naar de Walmart. We eten donuts op een bankje aan de ingang. Ik spreek enkele mensen aan. Eerst een onvriendelijke die ijs zit te schrokken. Dan een oude dame uit Oeganda. Ze is zeer vriendelijk maar heeft geen telefoon. Tenslotte een oudere mevrouw die op een taxi zit te wachten. Ze bleef maar babbelen, Ze is een Trump aanhanger. Ze vertelt dat we Jezus moeten accepteren in ons hart of dat we naar de hel zullen gaan... Judith ging tevergeefs haar verloren horloge zoeken in het WC. Ze laat koffie achter. Judith spreekt een meisje aan die werkt in de Walmart. Ze heet Olga en is oorspronkelijk van Belarus. Ze helpt ons met haar GSM. Yes! We kunnen Craigslist updaten. We rijden naar de Burger King. Ik speel spelletjes om credits te krijgen zodat we kunnen bellen naar onze oma's morgen. Ik vind een “Wanted” lijst op Craigslist. Yes, we kunnen mensen contacteren die op zoek zijn naar een auto in de regio. We werken goed samen. Ik bel, sms en mail naar mensen. Judith schrijft op kladblok op de tablet. We drinken veel en eten twee hamburgers. Plots contacteert Olga Judith op Instagram. Ze wil komen kijken naar de auto met haar stiefpa. Het is een vriendelijke Iraniër. Hij doet een toertje rond de blok. Hij is bezorgd over het lampje “Service Engine Soon”. Ik toon het bericht van Guido waarin staat dat het enkel van de computer komt. Hij toont zijn auto, een Isuzu. Hij is er zeer trots op. Judith babbelt ondertussen met Olga. We rijden erna terug naar Mason Park. Ik ga voetballen met 5 gasten. Er zijn er een paar van Mexico. Ze spreken Spaans en Engels. Ik smijt hier en daar een paar Spaanse woorden tussen. We stoppen als het donker wordt. Ik heb me geamuseerd! Judith heeft ondertussen gegeten en gebeld met haar mama. Er kwam een gast vragen of ze brood moest hebben. Hij sloot het gesprek af met “Jezus loves you.” Judith antwoordde “Thank you.” haha. Ik eet mac & cheese. We wassen ons aan een kraantje. Ik voel me op het gemak om te slapen op het plein dat genoemd is naar de seriemoordenaar.

    05/09: We wandelen naar de WC. Judith vergeet dat haar GSM in haar zak zit van de pull die ze vasthoudt. Hij kletst op de stoep. Het scherm is kapot. De touch is onbruikbaar. We komen gek!!! We gaan naar de Walmart. Er zijn wat problemen maar het lukt om TextMeUp op de tablet te krijgen en we hebben de credits nog oef! Judith gaat om brood, worstjes en yoghurt. We bellen eens naar onze oma's. Het doet deugd. We gaan naar een elektronica winkel. Ze doen geen herstellingen. We moeten naar Northridge Mall. Ze hebben er niks op voorraad voor Sony. Ze delen beneden free food samples uit. We gaan terug en stoppen in de McDo. Er zijn geen laders of wifi. Er is wel wifi buiten aan de Walmart voor hun carts. De tablet laadt traag op. We werken minder snel dan gisteren. Het vlot niet. Mensen aanspreken is ook moeilijk. Veel ouderen komen op het bankje naast ons zitten. We spreken Spaans tegen een meneer en een mevrouw van El Salvador. We eten pizza en ijsjes. We worden wanhopig. Ik pas de prijs aan naar 1250 dollar. We krijgen niks concreet. Judith spreekt een meisje aan als het donker wordt. Ze is geïnteresseerd. Ze zal haar pa vragen om geld en ook haar vrienden op de hoogte stellen. We rijden naar Mason Park. We wandelen naar de McDo. Judith vult haar bekertje nog twee keer, de sugar addict. Er is een printerwinkeltje ernaast.

    06/09: We gaan naar het printerwinkeltje om 8 uur. Het zou moeten open zijn, maar er is niemand. Ik ga het kantoor ernaast binnen. Ik kan de documenten voor de vlucht, de auto en het hostel afdrukken dankzij de vriendelijke meneer. We gaan terug naar de Walmart. Een student die geïnteresseerd is kan pas 's avonds komen. We spreken wanhopig mensen aan. Er is nog een jonge gast die een auto probeert te verkopen. Het Walmart personeel is zeer vriendelijk. Melvin, Bryana en Paul zijn zeer enthousiaste, zwarte mensen die ofwel Jimmy zelf willen kopen of het vragen aan vrienden. Er komt echter niks concreets van. Een meneer zegt ga naar Shermanway, een straat waar auto's staan die privaat te koop zijn. We zien niet echt iets. We gaan naar een dealer op de hoek. Hij wil maar 300 dollar geven of zelf niet. We gaan naar de straat en noteren alle nummers die op de papiertjes op de auto's liggen. Er kunnen mechaniekers tussen zitten die misschien willen kopen. Olga, het meisje die ons geholpen heeft met Craigslist stuurt een bericht. Of we willen komen bbq'en? We zeggen Ok. We rijden nog naar Mason Park. Ik spreek er mensen aan. Één marginale familie is geïnteresseerd. De zoon doet een toertje rond het park met Jimmy. Hij belt naar z'n ma. Hij heeft misschien geld. Ik verfris me een beetje en we gaan naar Lassen Street. Er is een poort. Iemand komt naar buiten, gaan binnen. We zoeken huis 154. We vinden het niet. De nummering is onlogisch. Mensen zijn onvriendelijk als we vragen waar het is. Uiteindelijk wandelen we er per ongeluk langs. Olga en vader Tourani staan op de veranda. We geven een fles wijn. Ze zijn dankbaar. Sepehr, de vriend van Olga, komt buiten. Het is een klein ventje. De familie is van Iran. We eten kip en rijst. We mogen Jimmy op de oprit zetten. We slapen daar.

    07/09: We komen maar één keer wakker van een mug. We douchen ons samen. We krijgen een enorm uitgebreid ontbijt. De oudste zoon is terug van zijn nachtdienst in de Walmart. Hij zet vanalles op de tafel en schenkt zelf in. We voelen ons ongemakkelijk. Ze tonen Teheran. We gaan met Sepehr naar een mechanieker die ze kennen. Hij biedt maar 400 dollar. Slik! Een andere mechanieker wil Jimmy zelfs niet overnemen. We verlagen de prijs naar 800 dollar op Craiglist. De familie helpt extra blaadjes afdrukken. We parkeren Jimmy op straat en kleven ze duidelijk zichter op de ramen. We krijgen opnieuw lekker eten. We gaan samen met Sepehr om Belgisch, Chinees en Russisch bier. Ze drinken en roken veel. We gaan 's avonds bowlen. Ik speel goed, veel strikes in de eerste ronde. Sepehr gooit raar en ook één keer te vroeg voor Judith. Ze gooit erna voor hem. Het was leuk. Sepehr betaalt alles ondanks dat 'k aandring om de helft te betalen. We rijden langs Topango Canyon naar de oceaan. We krijgen prachtig zicht op de verlichte vallei van Los Angeles. Ze stoppen aan een Japans restaurantketen Yoshinawa. We zijn niet normaal verwend geweest vandaag!

    08/09: We slapen aan één stuk door op de grond in hun kamer. Er is hoop via de App. Er is iemand geïnteresseerd. Ze komt met een taxi. Ze klinkt enorm nerveus. Het is een negerin. Ze is redelijk grof. Ze heeft geld bij. Ze wil het wel niet geven om te tellen nadat ik rond de blok rijd om te tonen dat de auto perfect werkt. Ze wil er zelf mee rijden maar heeft geen rijbewijs bij. We laten haar toch rijden. Sepehr stelt voor om mee te gaan. Hij kent de weg. Hij gaat met haar naar de 7 Eleven waar een maat van hem werkt. Ze stoppen alle briefjes door een apparaat die test of ze vals zijn. Ze zijn Ok. Z'n maat had zelf even z'n werk stilgelegd. Een klant moest wachten met tanken haha. We zitten op de stoep. Ik maak de bill of sale op. Het geeft vertrouwen. Ze kalmeert. Ze probeert nog bij Judith om de prijs te laten zakken naar 700 dollar maar het pakt niet, bij mij ook niet. Het is echt een onvriendelijk mens. Ze is niet eens gelukkig met haar koopje. Ze krijgt er zelf de matras bij... Ze roept nog “hey where are the keys?” Ze zaten nog in het contact. Ze rijdt de hoek om naar rechts. We zullen je missen Jimmy! Vaarwel! We tellen het geld nog eens. Het klopt. We maken onze zakken. We mogen erna de auto gebruiken van de vader, de Isuzu, om naar DMV te gaan. Wat een vertrouwen! We staan buiten in de rij. De DMV van Alaska is niet gelinkt aan die van de Lower 48. We moeten een mail sturen naar hen. De rij was grappig georganiseerd. De security wees waar de mensen moesten staan. Op een dag vind je de job van je leven. We gaan erna naar banken. We kunnen nergens geld op onze Europese rekening zetten. Western Union vraagt teveel en het meisje aan de kassa wist niet goed hoe het werkte. Ze was enorm nerveus. We halen Proseco. We praten met vader Tourani. Hij oogt een wijze man. We eten, spelen kaart en gaan 's avonds met een vriendin van hen naar The Ocean, een bar met buikdanseressen en waterpijp. Er is wel geen sfeer. We rijden terug. We babbelen met de moeder. De wekker staat.

    09/09: De moeder steekt het licht aan. Ouch! Ze maakt ontbijt en voert ons. Sepehr en Olga slapen door. We nemen kort afscheid. De moeder voert ons naar de bus die stopt aan Terminal 3. We moeten bijbetalen voor bagage omdat we ze niet vooraf ingecheckt hebben. Godver! Dom! De security is grondig. Het gaat traag. We wachten aan gate 141. We hebben veel beenruimte op het vliegtuig van Interjet. Het zit maar halfvol. We krijgen koekjes en drinken en slapen. We vullen een douaneblad in. We berekenen hoeveel we uitgegeven hebben in Noord-Amerika. Ik schrik even omdat 'k het eten en de benzine dubbel geteld had. Het is Ok. Hopelijk heeft Jimmy nog een lang en gelukkig leven! We zullen je missen betrouwbare vriend! Bedankt om ons zo ver te brengen!

    Comments

  • 09Sep 2017

    37 Ciudad de Mexico 09/09/2017 Mexico —

    Centro, México D.F., Mexico

    Description

    9/09: We landen in Mexico City en raken makkelijk door de douane. Onze zakken komen op de band. We moeten een blaadje tonen met hetzelfde nummer als op de zakken. Het is een goed systeem. We zoeken lockers en vinden er na heen-en weer wandelen. We wisselen dollars in Mexicaanse pesos. Één dollar is ongeveer 17 peso. Daarna nemen we de metro. Na twee keer overstappen komen we in het centrum. Gezellig. We wandelen een marktje in en lopen door lange straten vol kraampjes. Ze verkopen er eten, in de metro ook al. We halen gebakken bananen met twee sausjes, heerlijk! Daarna doen we een toertje, we slaan twee straten rechts in. We eten maïs met straffe kruiden en limoen, maar de tacos van een kraampje zijn nog lekkerder en de rode saus nog straffer. We komen terug bij de metro en vragen de weg aan een politieagent. La Plaza de la Constitution es todo recto. We passeren een kerk, op een pleintje ernaast staan er acrobaten. Ze babbelen teveel, we blijven niet lang. Het plein staat vol witte tenten. Het is ondertussen donker. De gebouwen er rond zijn verlicht. Ze vieren de dag van de onafhankelijkheid van 15 september die komt. We wandelen links rond een plein naar de McDo. Judith gaat naar de WC. We draaien een gezellig straatje in, Calle Regina. Het is een leuke buurt met veel bars. Het doet ons aan Madrid denken. We slaan een iets ruiger stuk in, naar de winkelstraat terug bij het plein. Daarna gaan we een tent in op het plein. Ze verkopen er allerlei eten dat we niet kennen. We proberen iets tussen vlees, deeg of patat met schilfers kaas en saus, ajuin. Mm. Wandelen rond de kerk. Judith verschiet van gillende vrouw en hond. Terug naar metro. We halen er net voor nog eten met onze laatste pesos. Ik haal twee sportdrankjes uit een hoge frigo voor een klein meneertje. Judith lacht. We hebben ons misrekend, 4 pesos te kort, maar het is Ok. Wow, dit kan niet in Europa. De metro is nog ietwat druk, sluit om middernacht. We halen onze bagage en leggen ons aan een oplaadpunt in de luchthaven.

    10/09: We rusten/slapen. Ik vind geen wifi. Rond 5:30 uur worden we langzaam wakker. We gaan naar vueltas internacionales van Interjet. We checken bagage in, geen extra kosten, oef! Daarna rusten we aan gate 20. Het is moeilijk om te rusten, ik geraak niet in slaap op die vervelende stoelen. De gate verandert naar 33. Terwijl we wachten bel ik eens naar Steef. Ze is bij mama. Het doet deugd om iedereen nog eens te zien. Oeps we zijn de laatste op het vliegtuig. We hadden mensen zien aanschuiven. Het is wel heel snel gegaan. Oef, weer veel beenruimte. We krijgen twee kleine zakjes chips en een drankje. Het eerste stuk van de vlucht slapen we. Judith heeft nog honger. We eten onze laatste koekjes.

    Comments

  • 10Sep 2017

    38 San Jose 09/10/2017 Costa Rica —

    Sabana Sur, San José, Costa Rica

    Description

    We landen in San José en zien vanuit de lucht dat de stad wat verspreid ligt in het groen. Het is bewolkt. We wisselen de helft van onze dollars. De wisselkoers is wat minder, maar Ok. We hebben Colones, de munt van Costa Rica nodig. We gaan vlot door de douane. Ze stelden maar één vraag, hoe lang blijf je? Judith antwoordt “euh, 1 maand ongeveer waarschijnlijk”. Ze lachtte ook, de foto op m’n paspoort is niet meer hoe ik eruit zie. Judith neemt de bagage van de band. We wandelen naar buiten. We worden aangeklampt door een meute taxichauffeurs. Nee, we nemen de bus. We tonen de tablet met de route naar ons hostel aan de buschauffeur. Hij is niet echt vriendelijk. Een andere passagier gelukkig wel. Hij slaat een praatje en vraagt aan de chauffeur om te laten weten wanneer we eraf moeten. Ik help de raampjes sluiten. Hij is dankbaar. We stappen af en slaan de hoek om naar rechts. We stoppen onder een afdakje, want het regent. We zitten aan een parkje, 'Parque La Sabana'. Ok we moeten gewoon langs het park blijven volgen en naar rechts. We passeren een voetbalstadion. Ik merk Bryan Ruiz op op een poster. Het hostel ligt in een doodlopende straat. Een meisje opent de deur en geeft handdoeken. Ze toont de kamer. Oef rust. Judith krijgt honger. We gaan naar de McDo op de hoek van het park. Er zijn geen winkels meer open, het is zondag. We eten lekkere patatjes. Het is hier wel niet meer zo goedkoop als in Mexico. We douchen. Dat doet enorm deugd! We zetten ons nog wat aan tafeltje, oef er is goede wifi.

    11/09: Judith maakt me wakker. We moeten stilaan opstaan of we zijn te laat voor ons ontbijt. We krijgen een bordje brood, kaas, banaan en ei. Het smaakt, maar er is niet zoveel. We wandelen naar het centrum, langs en door het park. Er speelt een fanfare uit het niks. Waarschijnlijk schoolkinderen. Muzikale opvoeding? We wandelen langs de groezelige Avenida 10 en slaan linksaf, we passeren een druk ziekenhuis. Er staat een rij ambulances op straat. We komen in voetgangersstraten. Aangenaam. In Parque Braulio Camillo staat er een grote koepel. We kronkelen door straatjes en halen mini colaatje, redelijk duur. Judith wil een kokosnoot proeven. Het smaakt naar water met een aangelengd smaakje. Er komt een bedelaar. Hij heeft een GSM, ja zeg hallo... We praten tegen mekaar in het Nederlands. Hij gaat weg. We wandelen de trappen op langs een geel gebouw. Enkele straatjes verder is er nog een parkje, Parque Central. Het standbeeld van veldslagen staat in het midden. We wandelen onder een brugje en komen bij een volgend ziekenhuis. Wat een drukte weer. We banen ons een weg terug. Zigzag passeren we o.a. een treinstation en nieuwe kraampjes. We halen stokbrood in een winkel, een zakje patatten, groenten en 2 stukken kip langs de straat en op een marktje. Terwijl Judith in de rij stond voor de kip, vraag ik aan de verkoper die vlees in stukken hakt wat een gemiddeld loon hier is, want ik ben verbaasd over de (hoge) prijzen. Hij denkt zo’n 300 dollar per maand. Unk dan kunnen ze zich echt niet veel permitteren. Halen ze dan eten rechtstreeks bij de boer? Of ergens op straat? Ik zeg dat ik ook zo iets verdien om hem niet ongemakkelijk te laten voelen. We komen via een mooi plein aan een postkantoor terug op de grote baan richting park/ hostel. Er vallen enkele spetters. Judith wast kleren. We betwijfelen of ze zullen drogen. Ik maak eten en stel paar vragen aan de receptie. Er is een gebouw van het ministerie van toerisme in San José. Misschien kunnen zij ons helpen aan een cruiseschip naar Zuid-Amerika. Er is geen malaria in Centraal-Amerika. Oef. Pillen zullen niet nodig zijn. Goed voor onze nieren. We laden foto’s op Facebook. Daarna douchen we en denken we na over de route die we willen volgen en zaken die we willen bezoeken. Misschien eens naar Irazu. We voelen ons wat verloren zonder Jimmy en met minder voorbereiding.

    12/09:We zijn iets later wakker. We krijgen hetzelfde ontbijt als gisteren maar met hesp i.p.v. kaas. Eerst douchen we, daarna wandelen we naar Instituto Costaricense de Turisme. We wandelen langs een baantje dat uitkomt op de Panamericano 1. Oeps. We passeren een winkelcentrum. Dry Clean USA heeft geen aparte droogkasten, dju. We slaan rechtsaf, naar beneden, geen voetpad, veel verkeer, baantje kronkelt weer omhoog. We komen op een druk rondpunt. Aan de overkant ligt het. We krijgen gehoor en worden in het kantoor van een vrouw gevraagd.We krijgen boekjes. Ze zal zien wat ze kan doen. Ik geef mijn e-mailadres door. Het zal waarschijnlijk niks worden. We stoppen op de terugweg aan een winkelcentrum. We halen tandpasta, shampoo en brood. We eten het brood op op een bankje, het heeft kaassmaakje. Daarna keren we terug naar ons hostel. Ik kom een beetje slecht. Judith boekt een huisje voor 2 dagen. De wifi valt plat. We gaan een gaspulletje zoeken om te koken, we steken Parque Sabana over. In het hostel hebben we een paraplu gekregen, vriendelijk. Het is regenseizoen. We steken drukke straat over, geen gas in de winkel. Onze stekker is kapot. We vinden één in winkeltje, maar die is te duur. We gaan de McDo binnen ertegenover en sturen er mails naar de parken van Chirripo en Corcovado. Deze zijn vooraf te reserveren. We nemen een refill (ook al hebben we het gevoel dat dit hier niet meer het gebruik is zoals in Noord-Amerika) en nemen mayonaise mee. We keren terug door het park en zien een mooi stuk met een vijver en houten beelden van dieren die we nog niet gezien hadden. Terug in het hostel maakt Judith eten. We zullen kledij achterlaten in de kast bovenaan. Het is te zwaar om alles mee te nemen. De gewassen kledij is zo goed als droog. We eten, maken onze zakken, douchen en gaan uiteindelijk slapen.

    13/09: We worden wakker omdat een jong Frans koppel waarmee we gisteren gebabbeld hadden, naast ons rare geluiden maakt. OMG, hebben zij geen schaamte? We maken zelf ontbijt en vertrekken zwaar bepakt langs de grapefruitboom. We wandelen een laatste keer door Parque Sabana en een via kerkhof (waar de graven betegeld zijn zoals een badkamer) naar Transportes Tracopa, een busterminal. We halen tickets naar Parque Manuel Antonio en wachten op vastgemaakte tuinstoelen.

    Comments

  • 13Sep 2017

    39 Manuel Antonio 09/13/2017 Costa Rica —

    Quepos, Costa Rica

    Description

    Er is airco in de bus. We rijden uit San Jose in de file. We passeren een peagepost om de 5km. Eens we uit de stad zijn, is er maar één rijstrook. Er rijden soms trucks aan 40km/u. Het landschap wordt zeer groen, dat heb ik nog nooit gezien. We steken een brug over. Aan de linkerkant van de rivier zitten grote krokodillen. Daarna komen we bij het strand Jaco Beach. Er hangen veel reclamepanelen en er staan heel wat verkoopstandjes langs de weg. De bus stopte zelf aan zo’n standje. Even pauze. We rijden voorbij Quepos, een klein, druk stadje. We kronkelen omhoog en omlaag naar Manuel Antonio. Als we uit de bus stappen naast het strand, stapt een dronkaard op ons af. We zoeken ons hotel. We vragen wat rond, maar de mensen weten White Sands, het huisje dat Judith geboekt heeft, niet liggen. Ze zoeken op Google. Het is een eindje terug. We klimmen omhoog, het zwaar met de rugzakken en de vochtigheid. Het zweet druipt van ons. We