Mahangu Plane deine nächste Reise gemeinsam mit Freunden und verwalte Reisedokumente. Erstelle kostenlosen Reiseblog und lade Fotos und Videos hoch. Fasse die Höhepunkte deiner Reise in einem Film zusammen. Einfachheit die besticht, absolute Privatsphäre und keine Limiten für Fotos oder Videos.

Trip América del Sur América del Sur 10.10.2017 - 15.02.2018   Colombia - Ecuador - Peru - Bolivia - Argentina - Chili - Paraguay - Brasil. Pieter Vancaillie (BE) Judith Mahieu (BE)
Argentinien Bolivien Brasilien Chile ... und 4 mehr

América del Sur

Folgen

Colombia - Ecuador - Peru - Bolivia - Argentina - Chili - Paraguay - Brasil.

Means of Transport
Boot Bus / Truck Zu Fuss Motorrad Flugzeug Zug
  • 10Oct 2017

    1 Bogota 10.10.2017 Kolumbien —

    Suba, Bogotá, Kolumbien

    Beschreibung

    Dit is een reisdagboek van 4 maanden in Zuid-Amerika. We doorkruisten gedeeltelijk 8 landen.
    We namen 66 bussen over 7200 km. We reden 8750 km op een 150 cc moto. We legden 3750 km af met 21 liften.
    We bezochten 19 parken en bewandelden 21 paden waarvan 10 meerdaagse.



    10/10: Een harde landing. Een bus brengt ons naar de terminal. We boeken een hotel in Quito om de douane te misleiden. Het is niet nodig. Ze vragen enkel ons beroep en adres waar we zullen verblijven. We halen bagage van de band. Aeropuerto El Dorado ziet er een deftige luchthaven uit. Een supermodern gebouw. We halen Colombiaanse Pesos uit de muur en gaan op zoek naar een bus. We spreken enkele mensen aan. De mensen zijn hier op het eerste zicht veel vriendelijker en behulpzamer dan in Panama. De bus werkt opnieuw met een kaartje. We stappen over aan de halte Portal El Dorado. De volgende bus gaat naar de wijk La Candelaria, het oude stadscentrum. Het systeem van de bus werkt als een metro. De toegang is met draaihekkens. Als je je kaartje scant kan je de bus een bepaalde tijd nemen. We komen aan het Parque de las Periodistas. Er is wifi. We zoeken via maps de weg naar het hostel. We passeren Plaza de Bolívar. Hotel San Paolo di Torino ligt op de hoek. Ik zie het bordje. We nemen een draaitrap naar boven. Mevrouw aan de incheckbalie zegt dat we moeten wachten op een collega. We laten zakken in het hotel en gaan naar de Exito, een supermarkt, op de hoek van het Bolivarplein om te eten. Als we terugkomen blijkt dat onze reservatie niet goed was doorgegeven via booking. We krijgen een achterkamertje deze nacht. Morgen een grotere kamer met wifi. We nemen een lange, warme douche met kleine straal en surfen wat op internet in zetels van een gemeenschappelijke ruimte. De laatste kwalificatiematchen voor het WK van de groep met Zuid-Amerikaanse landen worden gespeeld. Ik kijk mee op een schemerig oud schermpje naar Colombia-Peru. Het wordt 1-1 en de kwalificatie voor Colombia is binnen. We horen wat vuurwerk buiten. Peru gaat naar de barragematchen. Het is koud. De dekens zijn kort. Ik slaap niet zo diep.

    11/10: Ik blijf even liggen. Ik voel me niet zo goed. We staan op en gaan naar Exito om ontbijt. We krijgen er gratis chocomelk, kaas en gebakje. We vertrekken naar Monserrate. Politie wijst ons de weg naar het Parque Las Aguas. We verdwaalden eerst rond Plaza del Chorro de Quevedo, een gezellige oude buurt met veel creatief beschilderde muren. Na universiteit Los Andes stijgen we en zien we een treintje de berg op gaan. We stijgen langs een mooi aangelegd stenen pad naar Monserrate. Het is een ferme inspanning! We passeren krotjes waar mensen dingen verkopen. We gaan boven het sanctuario binnen. Het is verzorgd met mooi altaar. Mensen zijn er aan het bidden. Naast de kerk ligt een straatje waar allerlei prullaria en eten wordt verkocht in krotjes. We doen een toertje en zetten ons erna op een trap voor de kerk. Een aantal groepen scholieren willen met ons op de foto. Ze nemen interviews af van ons. Ik stoor me niet en eet terwijl een broodje. Aan het uitkijkpunt staan we te babbelen met een ouder koppel van Buenos Aires. Ze nemen een foto van ons. We nemen een kijkje bij de kabelbaan. Het is te duur voor het korte stukje. We passeren Paseo de los Cruces en dalen via dezelfde trappen. Beneden nemen we ook dezelfde weg terug. Op weg naar het hostel stappen we binnen bij Oficina de Turismo op de hoek. Een mevrouw kan ons niet veel info verschaffen over de aankoop van een fiets of moto. Ze toont enkel een mapje van Bogotá waar ze een mooi fietspad op aanduidt. We leggen onze zakken in een nieuwe, grotere kamer en verkennen de stad verder. We gaan via overheidsgebouwen die door het leger worden bewaakt naar de presidentswoning. Er staan wachten. We horen getrommel een straat verder. Het is de presidentiële garde. Ze zijn een oefening aan het houden op het binnenplein. We passeren erna Iglesia St Ignatius de Loyola en Iglesia Candelaria en klimmen nog naar een kerk in de louche achterbuurt Barrio Egipto. We gaan terug naar het hostel om de waste. We brengen ze naar Lavanderia Extra Rapido. Morgen om 12 uur mogen we er terug om. We vinden nergens een plaats waar we zelf de waste kunnen doen. Het is hier de gewoonte dat het een service is leggen ze uit. We schuilen voor een stortbui op de terugweg in de Exito. We zoeken nog wat op internet. Ik vind op forums dat auto’s en moto’s kopen en verkopen in Zuid-Amerika in hetzelfde land moet gebeuren. Damned. We denken eraan om misschien fietsen te kopen. We gaan vroeg slapen.

    12/10: We slapen heel slecht. Een baby in de kamer rechts naast ons weende heel luid. Hij is waarschijnlijk ziek. Ik chat kort met gasten van badminton. We gaan erna op zoek naar een sportwinkel. We gaan eerst eens naar links aan Calle 10. Er ligt een park. Tercer Milenio. Het is niet mooi. Twee flikken op een moto komen ons waarschuwen. Er zijn veel dieven en druggebruikers blijkbaar. We moeten weg. We vinden uiteindelijk een sportwinkeltje aan Parque Santander naast Museo de Oro. Ze hebben geen gaspulletje. En ook niet in een winkel op de hoek van Calle 10 en 19. We krijgen wel een tip. En een goeie. We vinden een straat vol sportwinkels en in één van hen een gaspulletje als die van de Decatlon! Ze hebben wel geen geschikte slaapmatjes. We gaan terug naar het hostel. Judith belt kort met familie. We gaan erna om de waste. De kledij zit in plastiek. Het ruikt lekker. We wandelen terug naar kleurrijke studentenbuurt. We vinden een leuk plaatsje om te eten waar er veel locals zitten. Recetas de la Abuela. De keuken is ingericht in een container. Gratis soep vooraf, colicero en bord vol. Het doet deugd. We wandelen erna terug naar het hostel. Er zijn protesten tegen de overheid aan het Bolivarplein. De gebouwen zijn bedekt met zwart gaas. Er is veel politie en leger opgetrommeld. Als we de weg naar het busstation willen vragen aan Oficina de Turismo moeten we langs een controlepost van de militaire politie. Ze willen de inhoud van m’n rugzak zien. Erna rusten we in het hostel. We hebben het gevoel dat we de wijk Candelaria van de 8 miljoenstad beginnen te kennen. De zon schijnt. We gaan een laatste keer naar Plaza de Bolivar. Het zit vol duiven en er zijn veel ijsverkopers. Fietsen lijkt ons op het tweede gedacht toch geen goed idee. We zouden er veel te lang over doen. We nemen nog een kijkje waar we morgen de bus moeten nemen. We maken onze zakken. Ik lees op Wikipedia het levensverhaal van Simon Bolivar. Een lange, warme douche. Stokbroodje. Slapen.

    13/10: We horen de baby weer vannacht. Hij was al iets stiller. We wandelen naar de Transmilenio. het is niet ver. We kopen ervoor een empañada met rijst, vlees en ei en een ronde bol deeg die een beetje hol is vanbinnen. De bol vonden we het lekkerst. Mensen op de bus en de politie helpen ons. We stappen over van lijn 2 naar de K86 bus. We gaan eruit aan Maluka. We wandelen een paar blokken en passeren een dome. We passeren een winkelcentrum links en zien de Terminal Salitre liggen. Het is precies een inkomhal van een luchthaven maar dan met bakkerijen en kippenkraampjes. We kopen (dure) tickets naar Pereira van de maatschappij Bolivariano. De bus vertrekt zo goed als meteen. Het zijn genummerde plaatsen maar er zijn genoeg lege plaatsen dus we zitten samen. Het duurt lang voor de bus buiten het centrum van Bogotá is. De snelheid wordt bovenaan op een monitor getoond. Die gaat niet veel boven de 30 km per uur. Aan het einde van de stad komen er nog mensen op de bus. Ik vraag aan een jonge gast of hij wil wisselen. Nee, het is een beetje een asociaal ventje. Hij zegt niks. Het landschap verandert. De bus steekt een pas over en daalt richting een dal. We passeren Melgar. Er komt wat reliëf in het landschap. We stoppen aan een wegrestaurant bij Ibargue. Een Venezolaan biedt chips aan. We praten wat met hem. Hij gaat naar Armenia op een finca, een boerderij, werken bij een vriend. Na de stop kronkelt de bus nog meer. Een prachtig landschap! Ik wil zelf rijden. Het doet me denken aan het stuk Italië na Mercantour maar grootser. Judith wordt niet zo goed. Ze kotst in de roze ocean bag met onze paspoorten. Gelukkig is er niks aan te zien. We wisselen van plaats zodat ze dichter bij de WC zit. We gaan een majestueuze pas over. De chauffeur steekt voorbij in bochten over een dubbele lijn met tegenliggend verkeer. Yikes!

    Kommentare

  • 14Oct 2017

    2 Salento 14.10.2017 Kolumbien —

    Salento, Kolumbien

    Beschreibung

    Armenia is een vuile stad. Er is file. Het stuk erna naar Pereira gaat sneller. We passeren Salento en rijden Pereira in. Ik baal. Zo’n mooi landschap heel de dag en we worden afgezet in een commerciële stad. De straat waar het hostel ligt is de ergste. Er staat geen foto van de omgeving op booking. De prijs is maar voor één nacht. Best. Judith laat zich gelden tegenover het meisje aan de balie. We gaan naar het shopping center en de Exito aan de overkant van de straat. Judith maakt spaghetti. De elektriciteit valt uit. Een koude en donkere douche.

    14/10: We slapen slecht in een stapelbed in een gemeenschappelijke ruimte aan straatkant. Er zijn ramen i.p.v. muren en er was veel lawaai van muziek en verkeer. We staan vroeg op. We maken ontbijt: platano, rest groenten, eieren en beetje brood. We verkennen Pereira. Het is een stad met afgelekte shopping malls en lelijke straten. We passeren enkele kerken, een grote brug met koorden en muren met creatieve schilderingen. Een lichtpuntje. Ik wil zo snel mogelijk weg uit de stad. Mevrouw van het hostel wil booking annuleren en beschuldigt ons van eieren stelen. Het is waar haha! We wandelen terug naar de terminal. We kruipen in een kleiner busje naar Salento. Het duurt een tijdje voor die vertrekt. We rijden een stuk terug langs dezelfde weg als gisteren en nemen dan de afslag op een kronkelbaantje. Judith heeft een plastiek zak vast. Als we uitstappen gaan we eerst richting kerk. We vragen erna de weg naar Valle de Cocora. We stoppen in een hostel waar we onze spullen mogen leggen. We maken ons klaar en gaan langs de weg. Ik steek duim omhoog. Het is meteen raak. We proppen ons erbij in een grijze SUV. Het is een familie van Medellin, uitgesproken als Medegin. Ze wonen nu in Bogota. Meneer vertelt over de FARC. De oorlog is nog steeds aan de gang ondanks wat de media zegt. Ze zet ons af helemaal op het einde. Hij rijdt even op stenen. Ze voegen Judith toe op Facebook. We hebben Valle de Cocora in zicht. We gaan verder door het bos. Meneer naast een paard zegt dat we terug moeten. Als we terug wandelen kruisen we de familie die ons gevoerd heeft. We gaan samen toch langs het bos. Er komen twee andere meneren van boven. Ze zeggen dat we geen loop kunnen doen. De familie daalt. Wij stijgen verder. Het is een ferme inspanning. Vooral omdat we terug moeten dalen om rivieren over te steken. We komen uiteindelijk bij Refugio Argentina. Een Duitse herder en een mevrouw groeten ons. Ze zeggen dat we kunnen kamperen en een meneer toont ons een kaart van de omgeving van 1994! We gaan verder. We zoeken een plaatsje voor de tent maar vinden er geen. De hond loopt er rond. Judith is er bang van. We gaan terug. We worden nu vergezeld door twee gidsen. We gaan verder en vinden een betere plaats. We zetten de tent. Judith merkt op dat het nieuwe gaspulletje niet werkt! De sluiting is anders. Om te blèten. We verzamelen dingen om te verbranden. Het gaat niet. Zelfs niet als ik gevaarlijk doe en gas laat ontsnappen uit het pulletje met een kurkentrekker. De bladeren en het hout schieten nooit aan. Het is te vochtig. Judith blijft proberen maar tevergeefs. We eten een paar stuten en slapen.

    15/10: We hebben koud gehad vooral aan onze voeten. Ik ruim de tent op. We eten brood en muesli bars en kruipen onder een omheining naar rechts. We dalen tot aan een rivier. We zien enkel een drassig pad aan de overkant dus we steken over. We stijgen enorm. Het pad stopt. We zien mensen aan de overkant van de vallei wandelen. Is dit een koeien pad? We dalen, steken de rivier over en gaan terug. Waar onze tent stond gaat er een pad naar boven. Stom! We stijgen en halen de mensen in die we gezien hebben. Het is de gids van gisteren met een Belg en een Duitse. We komen aan een krotje. Erna is er een splitsing. We gaan links. Stijgen! We komen in een mooie vallei met speciale bomen. We stijgen nog. Er is een splitsing. We laten zakken achter en kijken of we een berg kunnen beklimmen. Het pad verdwijnt en Judith trapt op haar adem. We gaan terug en dalen. We komen drie meisjes tegen die we gisteren ook tegen zijn gekomen toen we een riviertje overstaken. Ze zeggen dat Finca Primavera niet langs hier is. Shit zeg. We zitten weeral verkeerd. We moeten helemaal terug. We verliezen zeker een uur. Ik vloek. Als we langs de juiste afslag gaan, staan er een 5-tal koeien op het pad. Ik jaag ze op tot ze ergens naar de zijkant lopen waar het minder steil is. We steken rivier over en klimmen opnieuw. We komen op een open veld met meer koeien. Ik inspecteer een open ronde. Ik vind twee paden, één drassig dat daalt naar een rivier en één smaller dat stijgt naar het zuiden. Het laatste is de beste optie. Het eerste is waarschijnlijk gewoon grond dat door koeien vertrappeld is. We stijgen opnieuw tot een pas. We gaan eerst rechts maar zien nog een pad liggen in de verte links. We gaan kijkje nemen. Er zijn enkel hekkens, te weinig pijltjes! We gaan opnieuw langs rechts en dalen. We zien een gebouw door de mist. Yes! Het is Finca Primavera! We krijgen warm suikerwater net als in de vorige hut. Het fornuis is bezet. We mogen aparte gasbrander met fles gebruiken van Marcella, een meisje dat met vrienden Vulcan Tolima beklimt. We maken een papje van rijst en pasta. Het smaakt niet echt maar we hebben tenminste iets binnen. Als we opnieuw doorgaan schijnt de zon. We doorkruisen een prachtige vallei! We passeren Finca Playa en de 3 mensen van deze morgen. We zien rechts de Tolima tussen de wolken piepen. Nice! We stijgen een stukje en zetten de tent op een plat stuk naast kleine boompjes.

    16/10: Het was heel koud vannacht. Ik bevries bijna als ik de zakken naar buiten breng. We ruimen de tent op en vertrekken snel om te bewegen, om warm te krijgen. We stijgen een beetje tot Laguna del Encanto. We dalen erna tot aan een vallei met hekkens en riviertjes. Het is een uitdaging om de eerste over te steken. Het is een ferme sprong. We zitten erna vast tegen een hekken op een fijne oever. Het is ons evenwicht bewaren op de afgrond tussen het hekken en het riviertje. We vinden een doorgang door het hekken. We halen erna onze zakken weer op die we over de draad hadden gesmeten. We gaan verder door een zeer uitgestrekte vallei. We draaien naar rechts en moeten twee keer ferm dalen en stijgen om riviertjes over te steken. Erna ferm stuk stijgen. We zien rechts in de verte een bruine waterval. Als we boven komen draaien we naar rechts. Na een paar bochten langs dezelfde typische bomen als gisteren zien we een hekken. We zien beneden een gebouw. Twee mannen die de Tolima een stuk beklommen hebben zeggen dat het de Thermales de Cañon zijn. Yes! Dit was ons doel! We dalen tot de hut en vragen of we mogen koken. Don Gerardo, een oud meneertje, is de wacht. Hij maakt weer suikerwater voor ons. We koken erna noodles op z’n houtvuur. Er komen twee zussen naast ons zitten. Later ook de twee mannen die we al tegen kwamen. Het zijn vrienden uit Bogotá. We babbelen. We moeten een kijkje nemen aan de warmwaterbron. Het is een warm poeltje. We gaan er niet in, hebben niks om ons af te drogen. Het water van de afwas is ook warm aan onze handen. Als we willen doorgaan krijgen we nog een beker suikerwater. Don Gerardo toont welke plant hij gebruikt. Judith schrijft een bedankje in z'n schriftje. Ze lijkt op een latino volgens het meneertje haha. We stijgen tot het hekken en gaan nadien rechtdoor langs bergkam naar beneden. Dit klopt niet! Het is niet de weg waar we vandaan kwamen. We gaan terug omhoog en langs de flank naar beneden. Als we na een tijd opnieuw in de vallei komen is de Tolima volledig zichtbaar. Wauw! We pushen onszelf om minstens tot de Laguna te geraken. We hadden in het doorgaan op een plaats gelet met stro naast een steen. De stro kan misschien voor meer isolatie zorgen dan de koude grond gisternacht. Als onze tent er staat passeert de gids met het Duits koppel nog. We proberen opnieuw vuur te maken voor het donker wordt. Tevergeefs, het stro is te vochtig.

    17/10: We slapen weer slecht. De stro heeft niet geholpen maar we hebben het overleefd. We ruimen op en gaan door rond 7:30 uur. We passeren Finca la Playa en Finca Primavera. In de laatste vullen we ons water bij. Er zit wat vuiligheid in. Mevrouw kijkt boos als we doorgaan. We stijgen. Het pad ligt vol plassen. Het is volledig kapot getrapt door koeien en paarden. Mist. Miezert. We volgen Estrella de Agua bij een splitsing. Er lopen drie mensen voor ons. We proberen ze in het zicht te houden. We dalen langs een drekkig pad. Het wordt erger als we het bos induiken. We moeten op de rand wandelen en langs de zijkanten prutsen. Ik ga rapper met m'n lange benen en wacht een paar keer op Judith. We krijgen honger en hebben enkel nog droge stuten. We komen bij Estrella de Agua. Er zitten redelijk wat mensen bij een groot huis op een open plaats in het bos. De drie die voor ons liepen zijn Brusselaars. Er is een Duits koppel met gids en een lange magere Hollander die nog de Santa Marta Trek zal doen. We stijgen en dalen. Het pad wordt beter. Het is minder drassig. Judith staat net op tijd onopvallend naar plakkaat te kijken met uitleg over wilde dieren wanneer Brusselaar voorbij daalt van achter ons. Ze moest dringend. We moeten veel brugjes oversteken. Ze zijn heel eenvoudig gemaakt, veel ijzerdraad. Er passeren paarden. Die hossen onder de brugjes recht door de riviertjes. We komen uiteindelijk uit het bos in Valle de Cocora. De palmbomen met gigantische stammen groeten ons opnieuw. De zon schijnt maar we zijn te moe en lui om zonnecrème aan te doen. Het is nog een eindje naar de straat. Liften lukt niet, alle auto’s zitten vol. We nemen een jeep. Het zit vol Hollanders, praten over ‘party’ en ‘vetgaaf uitgaan’. Het is om slecht van te komen. Ze doen allemaal hetzelfde. We worden afgezet aan het centraal park van Salento. Het is duidelijk toeristisch. Ik zet me. Judith gaat om cake, bananen en Valle fruitsap. Goed! We wandelen naar het hostel waar we spullen liggen achter gelaten hadden. Er is nog een kamer vrij. Een gezinsruimte met drie bedden. We nemen hem. Een goede, warme douche doet deugd. We krijgen koffie en thee. Aah! We halen een kip en patatten in het winkeltje. We praten met een Frans koppel in de keuken. Meneer van het hostel is de kalmte zelf. Hij komt af en toe eens piepen. Na de afwas gaan we vroeg slapen. Al onze spullen liggen op het derde bed. Het is een boeltje.

    18/10: We staan traag op. Ik voel me volledig uitgerust. Zalig! Judith maakt ontbijt. Ik maak de zakken. We krijgen extra boterbrood, thee en koffie. Mmm. We maken een wandelingetje naar Mirador. Trappen op. We vinden het een mooier zicht op de achterliggende bergen dan op Salento zelf. We halen Valle fruitsap. We nemen kort afscheid van de familie die Hostal Jericó runt na nog een douche. Het waren zeer hartelijke mensen. We schrijven goede commentaar op hun Facebook. We wandelen naar het busstationnetje. Twee Italiaanse zitten tegen Fransman te praten. Ze zijn ook al maanden aan het reizen in Midden-en Zuid-Amerika. We staan recht voor hen in het busje. Het is maar fair. Zij waren al langer aan het wachten. In het busstation van Armenia delen de Italiaanse ons mee welke de goedkoopste busondernemingen zijn. Vriendelijk. We gaan eerst op zoek naar een supermarkt. Niks te vinden. Het is een beetje een louche buurt. We vinden een bakkertje en een goede comedor, El Buen Gusto. Na het eten nemen we een busje van Tax Belcalzar naar Cali. Ik zit aan een raam links. Er is geen wifi ondanks een sticker die zegt dat er wel is. Judith valt in slaap op m’n schouder. Het landschap wordt platter. De chauffeur rijdt een reeks zeer trage camions voorbij. We gaan door vijf peage stations. Ik zet het raam goed open. Ik eet een broodje met kaas in op een stop.

    Kommentare

  • 19Oct 2017

    3 Cali 19.10.2017 Kolumbien —

    El Calvario, Cali, Kolumbien

    Beschreibung

    We zien de Farallones, een groene gekartelde bergketen, van ver liggen. We rijden Cali binnen. Er is geen wifi in het busstation Ruta de Americas. Judith vraagt info. We wandelen door een levendig rond parkje. We nemen een Mio bus. Het is weer een soort metrosysteem zoals in Bogotá. We kopen een kaartje dat ingeslikt wordt. De bussen zitten PROPVOL. Judith is maar net mee als de deuren dicht gaan. We nemen E21 maar gaan te ver zeggen verschillende mensen. Eruit. Het lukt net. De rugzak was een hel. Mensen duwden en ik moest reling vasthouden waardoor het gewicht op m'n schouders kwam. We nemen de T31 naar 2 haltes terug. Als we afstappen is het even wandelen en een nieuwe gewone bus nemen. Deze werkt met een kaart die geladen moet worden. Judith vraagt aan een meisje of we twee ritten kunnen kopen. Ze vertelt ons ook waar we moeten afstappen. De straat is steil omhoog. We komen bij een parkje. We gaan rechts en vinden een hostel. We hebben keuken, wifi en warme douches. Ok! Tostaky heet het. We hebben een kamer met twee stapelbedden voor ons. Eerst een douche dan eten. Ik neem zouten cake. Judith Mexicaanse rijst. Ik vind maar geen kaart van de Farallones! Aargh.

    19/10: Ik slaap goed. Judith minder. Ze bleef wakker om misschien te bellen naar haar oma maar het was niet nodig. Ze was gemist. Ze was gisteren jarig. We kruipen bij mekaar als we wakker zijn. Douche. Ontbijtje. We krijgen niet zoveel maar wel vanalles en de boter doet deugd. We vragen aan mevrouw of er een winkel is die campinggas verkoopt. Ze stuurt ons naar een buurt vol winkels, Calle 15. We kijken onze ogen uit naar wat een brol er hier allemaal ligt. Geen enkele winkel is gespecialiseerd. Het is één grote markt. Ze verkopen alles waar ze hun handen kunnen op tikken. Judith vraagt een paar keer aan politie. Ik in winkels. Tevergeefs. We zijn het beu. We wandelen naar rivier. We moeten rond tenten waar ze boeken verkopen. Er is een betoging aan het stadhuis. We gaan door een park, opnieuw een brugje over en komen bij Kathedral La Ermita. Het is een mooie barok kerk maar de omgeving, man toch, vlak naast een vuile baan die ondergronds gaat. We zijn toch verwend in Brugge. We blijven de rivier volgen. We steken een eindje verder over. We halen cake en Sprite in een mini supermarktje. We zetten ons aan het Parque El Gato. De kat is het symbool van de stad. We wandelen erna terug naar Barrio San Antonio. We zetten ons aan het kerkje. Er komen veel schoolkinderen en twee opgetutte meisjes. Sweet 15? We gaan weer naar het hostel en rusten even. We vinden een winkel die gespecialiseerd is in kampeermateriaal, Extremo, naast het Parque del Perro. We klimmen eerst langs de rechterkant van Parque San Antonio. Er is een lange weg naar Cristo Rey. Een Jezusbeeld dat uitkijkt op de stad. Judith steekt haar duim uit. Er stoppen twee gasten. Jonathan en German. We rijden helemaal naar het standbeeld. We mogen de parking niet betalen. ‘Tranquilo’ is hun antwoord. We voegen ze toe op Facebook. We babbelen wat met uitzicht op Cali. Ze nemen ons weer mee naar beneden. We vragen hoe we ze kunnen bedanken. Bier en chocolade opsturen zeggen ze haha. We wandelen naar beneden over een kronkelende voetgangersbrug. We vinden onze weg naar Parque del Perro en de winkel. We mogen ruilen. We krijgen wel een kleiner formaat maar zijn tevreden dat we iets gekregen hebben. We gaan naar Calle 5 en halen eten in een winkel. Het is er goedkoper dan de Exito. Het is wel even wachten aan de kassa. We wandelen een heel eind terug naar het hostel. De zak weegt. Hij heeft geen handvat. Judith maakt lekker eten met koolsalade. We rusten wat te lang in het keukentje. Ik heb niet veel zin meer om naar de lichtjes van de stad te gaan kijken in het Parque San Antonio. We gaan toch. Judith moet nog chips en cola hebben.

    20/10: Ontbijt en laatste douche in de propere badkamer. We wandelen naar Calle 5 en nemen metrobus Mio T31 naar laatste halte Universidades. Daar zegt een supervisor tegen me dat er geen normale bussen rijden vandaag naar het dorp Pance. We moeten een andere bus buiten het metrostation nemen. Ik ga door een draaihekken. Ik vraag het aan de chauffeur van een busje. Hij zegt dat er ook gewone rijden vandaag. Lap. Ondertussen heeft er een oudere meneer met Judith gesproken. We moeten de A14 nemen naar Buenaventura. Daar zijn er wel busjes naar Pance. Judith vraagt aan de politie of ik er terug over mag. Ze lachen haar uit. Erna vraagt ze het aan de persoon met de badge, de supervisor. Neen! Schandalig. Hij had verkeerde informatie gegeven! Ik betaal opnieuw een ticketje en scheldt luid in het Nederlands. Ze hebben het gehoord. Ze keken wat beschaamd en terecht. Buenaventura is een universiteit. We hebben net het laatste Recreaciones busje gemist. We moeten twee uur wachten tot 12 uur. Doeme toch! Judith lift. Na een tijdje stopt er een koppel met een witte Kia. Luide muziek. Hobbelig weggetje. Ze zetten ons af op de hoek aan het kerkje van Pance. We wandelen een brugje over en vragen aan een mevrouwtje de richting naar Pico Pance of Pico de Loro. We moeten terug. Rechtsaf aan het kerkje. We komen een meneer tegen. Hij zal ons tonen waar we zakken kunnen leggen als we de bergen ingaan. We komen op een groot erf met veel mishandelde honden. Een mevrouwtje toont ons een kotje. Veldbedden. Och ja. We laten spullen staan in twee zakken en gaan tot het einde van de straat. Er staat een bord met opschrift Parque Nacional. “No acampar al Pico de Loro.” We steken een brugje over. Rio Pance stroomt onder ons. Een oud meneertje zegt dat het aan het derde brugje naar links is om naar Pico Pance te gaan. Het tweede brugje is gemaakt met paletten. Het derde met bamboe en ijzerdraad. We gaan naar rechts want we denken dat het derde brugje nog moet komen. We proberen te stijgen bij een splitsing. Zowel links als rechts loopt het dood. Er is teveel groen. We gaan terug naar het vorige brugje. Er komt juist een meneertje. Jorge heet hij. Cabañas over een vierde brugje zijn van hem. Hij zegt dat we naar links moeten. We stijgen ferm. We passeren een huisje in het bos. Pancho Villa. Niemand. We stijgen verder. We komen bij een volgend huisje. Refugio Amor y Paz. Er komt een gast naar buiten. Gopul heet hij. Hij zegt dat het pad verder gesloten is. Lap. Hij legt uit dat we papieren op uithangbord moeten lezen. We praten met hem. Hij zegt dat hij ons niet kan tegenhouden maar zou toch graag hebben dat we op papier zetten dat hij ons geïnformeerd heeft. Dat doen we. We plaatsen er ook onze tent op een leuke plaats. We hebben uitzicht op Pance en een stukje van Cali. Gopul geeft iets om te drinken en te eten nadat Judith interesse toont in z'n groentetuin. Hij giet een brouwsel uit een blauwe bidon in een halve kokosnoot. Het is gegist maïssap aangelengd met alcohol en fruit, limoen en kruiden. Het smaakt een beetje raar maar niet perse slecht. Hij en een Portugese vriendin die er aan het werk is zijn vegetariërs. Ze timmert een muur op de eerste verdieping. Gopul legt uit dat dit heilige grond is. Vroeger liepen er boodschappers van 4 meter groot van de Inca naar de Maya cultuur. Ze aten enkel quinoa. Ok! Is genoteerd! We eten een pakje noodles en kruipen in de tent. Gopul komt marihuana aanbieden. Het is de beste die er is. Het groeit hier in de bergen. Hij heeft ze gestolen van de FARC grapt hij. Ik bedank vriendelijk.

    21/10: Het was al donker gisteravond. Er zijn veel muggenbeten op onze kieten. Het heeft hard geregend. Onze tent heeft wederom stand gehouden. We kruipen er wat laat uit. Het is al 7:00 uur. Een stuutje, water bijvullen en de jungle in naar boven. Het is klauteren. Alles is nat. Schoenen, broek, zeil van rugzak. Bijna nergens zijn er open plaatsen. Bomen en andere planten zijn volledig over het pad gegroeid. We hebben een machete nodig. Het enige dat af en toe toont dat we goed zitten zijn gekleurde lintjes op takken en het kompas dat het westen aanduidt. Judith krijgt een crise. Het gaat niet meer. Ik vind het ook niet meer leuk. Het geklauter is gekkenwerk. We zouden onze zakken en kledij kapot maken. We stoppen na ongeveer drie uur stijgen. We hebben enkel planten en mist gezien. We dalen. We zijn rond 12 uur terug aan Refugio Amor y Paz. We maken noodles en dalen verder. Gopul en het Portugees meisje gaan ook naar Pance. Ze gaan een pak sneller dan ons. Judith glijdt een paar keer uit. Ze zit er volledig door. We steken opnieuw twee brugjes over. We pauzeren even aan Rio Pance. Ik steek m'n voeten in het water. Er komen vlinders op m’n sokken, schoenen en broekuiteinden zitten. We gaan naar Villa Sandra, de plaats waar we de rest van kledij achtergelaten hadden. We mogen de keuken gebruiken. Een meneer die nog op Tenerife gewerkte heeft toont hem. Het is vlak naast een kippenhok. Er zit een konijn naast het aanrecht. Wat een vuile boel. We gaan naar het dorpje en zoeken een winkeltje. Bij het tweede halen we wat groenen en Valle fruitsap. We blijven even zitten op het voetpad. We gaan navragen waarom er geen water uit de douche komt. De pompen zijn defect. Hij toont twee plaatsen die niet afgeschermd zijn waar er water druppelt. Ok, shit zeg. We wassen ons half met zwemkledij. We gaan erna koken in de ‘keuken’. Ik wil er zo snel mogelijk weg. Wat een onhygiënisch boeltje. We eten voor ons krotje. Het smaakt. We proberen vroeg te slapen. Het gaat niet. Het is vochtig. Er is geen raam en het bed is harder dan de grond!!

    22/10: Opruimen. Er is niemand wakker. De mishandelde honden blaffen. We willen weggaan maar het hekken is op slot. WTF. Is dit een gevangenis? We roepen. Een jonge gast maakt het onvriendelijk mevrouwtje wakker. Ze vraagt de prijs voor twee nachten omdat er wat van onze spullen lagen de eerste nacht. Ah nee eh, ik zeg dat we daar, wijs naar boven, gekampeerd hebben gisteren. Eén nacht is uiteindelijk Ok. Ze haalt met tegenzin wisselgeld en opent het hekken. Adios! We voelen ons bevrijd! Wat een vuile boel was dat. We waren waarschijnlijk de enige gasten in zeer lange tijd. We wachten op een hoek van de straat op de bus. We hobbelen terug naar Cali tot Jardin Plaza, de halte naast Universidades. We zien veel fietsers onderweg. Er is een evenement vandaag. De chauffeur had weer teveel aangerekend. We gaan naar de Jumbo supermarkt. We halen empañadas en een divers ontbijtje dat we buiten op een bankje opsmullen. We gaan erna op zoek naar een bus richting Popayán. We zien een aftandse staan op de hoek van de autoweg. Jup, dit is er één. We wringen ons in de laatste twee zitjes. We plaatsen zakken in de middengang. Als er achter ons uit moeten zetten we ons achteraan. Er zit een asociale gast voor Judith. We moeten paspoort tonen aan politie. Een klein baby’tje zit aan m’n rugzak te sabbelen. Ik lach eens naar de jonge ouders.

    Kommentare

  • 23Oct 2017

    4 Ipiales 23.10.2017 Kolumbien —

    Kolumbien

    Beschreibung

    We zijn rond 12 uur in Popayán. We gaan eerst naar WC in Exito. We wandelen over een voetgangersbrug naar het centrum. Alle gebouwen zijn wit. Er zijn zeer veel banken. We zetten ons in Parque Calzas op een bankje. Er komt een meneer met ons babbelen. Hij heeft nog in het buitenland gewerkt. Hier is er geen werk zegt hij. Het voelt ook zo aan als we verder wandelen. Er is weinig leven. Het is een dode, artificiële stad. We gaan tot een kerkje en doen toertje blok. We hebben het meeste van het centrum snel gezien. De zakken beginnen te wegen. De wifi in het parkje is te traag. We gaan terug naar de Exito naast de busterminal. We zitten er een paar uur. We halen frieten, kippen nuggets en cola in een combiverpakking. Er komt een jonge Spanjaard met ons babbelen. Hij is bang voor corrupte Ecuadoraanse douane. Hij geeft een zakje Fristi die hij en z’n vriend niet lusten. Hij heeft dezelfde rugzak als mij en vroeg waar je het best geld zou kunnen verstoppen. Hij had al z’n reisgeld in Spanje afgehaald en wisselt telkens aan de grens. De banken rekenen hem teveel aan. Amai, die heeft duidelijk stress. Judith boekt een hostel in Quito zodat we een bewijs van verblijf hebben aan de douane. We wachten buiten aan de terminal. Het is al donker. Er speelt een slechte film met robots en grote monsters. Er stoppen zeer mooi versierde bussen van de maatschappij Transipiales. Wij hebben tickets van Supertaxis. Het is ook een grote bus. Hij zit wel al goed vol. We kunnen niet meer naast mekaar zitten. Judith zit vooraan naast een meisje dat al lag te slapen. Ik zit twee rijen erachter naast een oudere mevrouw met een dekentje. Ze wil blijven zitten. We kijken nog even naar een andere slechte film, Precious Cargo, met Bruce Willis in het Spaans. Ik heb last van m’n buik.

    23/10: De weg kronkelt voor dood. Het is moeilijk slapen. Ik ben hoogstens een paar uur weg. In Pasto stappen veel mensen uit. We zetten ons naast mekaar rechts vooraan. Er is meer beenruimte. Judith heeft een slaapzak. Ze legt hem over ons. Het is iets minder kronkelen en wordt licht. We zien een mooi golvend landschap. We komen in een vuile stad die hier en daar opgeknapt is door in felle kleuren geschilderde muren. De binnenplaats van het busstation is hier een voorbeeld van. Het is ferm koud als we stoppen. Judith gaat net als in Pasto naar de WC. Ik ruil een korte voor een lange broek en trek m’n twee pulls over mekaar aan. We eten een ontbijtje dat we nog hadden. Brood, hesp en mayonaise. We gaan erna op zoek naar transport. We vinden een cooperativa taxi naar de Las Lajas basiliek. De huizen onderweg zijn vuil en niet afgewerkt. We rijden langs een vallei. Rechts zien we het torentje van de basiliek piepen. De basiliek ligt in een minder mooie buurt dan foto’s laten uitschijnen. Er staan leuke spreuken en veel bedankingstegeltjes langs het pad naar beneden. Er is een mis aan de gang. We wachten tot ze gedaan is voor we binnen een kijkje nemen. De plaats waar het religieuze gebouw ligt is veel mooier dan het gebouw op zich. We gaan terug naar boven. Het miezert. Er rijden twee jeeps met Britse nummerplaten een parking op. Het zijn twee Britse koppels die van de East Coast van de U.S.A. komen en normaal naar Buenos Aires gaan. Nice. Ze kamperen op hun daken. We nemen opnieuw een cooperativa naar de busterminal. We gaan van daar in een collectivo naar de grens. We worden afgezet aan de andere kant van een brug. We zijn al in Ecuador haha. We wandelen de Puente Rumichaca terug over naar de migratie van Colombia. Er zijn posters met de waarschuwing dat drugssmokkel bestraft kan worden met de dood. Dat is even slikken. We houden elkaars zakken in de gaten. Er zijn maar twee loketten open. Het duurt even maar we krijgen een stempel zonder vragen of problemen. Judith geeft de laatste pesos uit aan chips en fake cola.

    Kommentare

  • 24Oct 2017

    5 Cayambe 24.10.2017 Ecuador —

    Ecuador

    Beschreibung

    We steken de brug terug over naar de migratie van Ecuador. Onze zakken moeten buiten blijven. Alle loketten zijn open. Judith moet vragen beantwoorden. Ik niet, krijg meteen m’n stempel. Dat is lukraak. We nemen een busje naar Tulcan terminal. Er praat een gast tegen me met tattoos die rechts van me zit. Hij stinkt naar rook. Judith zit op m’n schoot. We springen op een grotere bus richting Ibarra. De vloer is gekuist. De limoengeur is bedwelmend. Er passeren verkopers. De bus wordt een halt toegeroepen door de Policia Narcotica. We moeten onze paspoorten tonen. De gast die naast me zat op het busje moet uitstappen. De bus rijdt verder zonder hem. Ow. Ze hebben waarschijnlijk iets gevonden. Het landschap golft nog steeds maar er zijn minder bomen en groen en meer landbouwveldjes dan in Colombia. Er speelt een ouderwetse lachwekkende karatefilm op TV. De bus zet ons af aan een drukke baan in Ibarra. We gaan links het centrum in. We smijten de zakken even af in een hoekparkje. We nuttigen kippenchips en vort drankje met nasmaak van vlierbessen. Na een stukje wandelen zetten we ons voor de Iglesia de la Merced op een bankje in een park. Ik doe een wandelingetje. Judith let op de zakken. Ik ontdek een gelijkaardig park iets verder. Ik vind geen hostels. Judith heeft meer geluk met de wifi por la gente. We wandelen rond met de zakken maar bedenken ons. We willen niet op de mercado Otavalo met rugzakken rondlopen dus willen we liever daar een hostel. We hebben het gevoel al een indruk te hebben van Ibarra. Op weg naar de busterminal krijgen we te horen dat de bekende indigena mercado enkel op zaterdag gehouden wordt. Ok, dat gaat dus niet door. We gaan door naar pueblo Cayambe. We stoppen nog in Otavalu om over te stappen. Er zijn veel onafgewerkte gebouwen. Er heerst een ferme crisis sinds de val van de Sucre. De vorige munt die genoemd was naar de onderluitenant van Simon Bolivar en verlosser van Ecuador. We eten lekker deeggebak met suiker. Het doet aan oliebol denken. Er zit een beetje kaas in. Mmm. Er is bijna niemand op de bus. Een is een volgende slechte film: Matt Damon en een Chinees leger vechten tegen groene monsters. De boxen piepen zo hard dat het pijn doet aan onze oren. Pueblo Cayambe is groter dan gedacht. Het is geen klein bergdorp. We vinden een hostel met een felrode gevel op een hoek van een straat. De kamers zijn proper. Rust. De douche blijft even warm. We gaan om de hoek gaan eten in een comidor waar veel volk zit. Een oude mevrouw doet BBQ op straat. Straf sausje. We zijn moe. Judith slaapt snel. Ik update map en kopieer foto’s van Colombia.

    24/10: We blijven een tijdje liggen. Zalig! We worden traag wakker en wandelen naar het centrum. Het is meer een stad dan een dorp. We gaan bakkertje Panarte op de hoek van de straat binnen. We zetten ons in centraal parkje naast stadhuis en kerk. Op de hoek van het plein is er een tourist office. Ze bellen er gids. We halen wat uit winkeltje en wachten op trappen. Er komt een klein meneertje. Hij zegt dat je gids nodig hebt voor alle bergen met gletsjers in Ecuador. Er is vanalles niet inbegrepen in z’n prijs zoals materiaal en toegang tot de berg. Cayambe staat niet zo hoog op m’n verlanglijstje. We laten het vallen. We hebben mooi zicht op de berg vanaf het plein. We wandelen de historische straat in en vinden Plaza Dominical. Het lege marktplein lag een beetje verstopt. Judith haalt koekjes voor op de bus. We gaan terug naar het hostel. Een douche en we zijn weer op pad. Een straat verder kunnen we een bus nemen naar Quito. We zetten ons op de laatste rij. Goed zicht op het landschap. Er zijn veel betonnen verstevigingswerken naast de autobaan. Er zijn drie vakken in perfecte staat. Het duurt niet lang voor we in Quito binnenrijden.

    Kommentare

  • 25Oct 2017

    6 Quito 25.10.2017 Ecuador —

    Bellavista, Quito, Ecuador

    Beschreibung

    We moeten aan het busstation opnieuw een gele metrobus nemen. Hij staat heel vaak stil. Het verkeer stropt. Een jonge gast zegt waar het centrum is. We moeten eruit aan de halte Marín Central. We halen de tablet uit. We zitten dicht bij het hostel dat Judith opgezocht had. Het miezert een beetje. We klimmen naar de Basilica del Voto Nacional. Het is er niet ver van. Een oud mevrouwtje woont in een appartement ernaast. Een jonge gast is eigenaar van het klein appartementje. We hadden niet geboekt maar vragen of er nog plaats is. Hij geeft zijn minikamertje met een goede matras. Enkel het bed past erin haha! We gaan naar de supermarkt en doen een toertje. We zien Plaza Grande en Iglesia de San Francisco. We zoeken een panaderia, niet te vinden. Vlak naast het hostel vinden we dan toch een winkeltje dat broodjes verkoopt. We maken rijst en platanos. De broodjes zijn voor morgen. Salade over. Ik leer een alternatieve Vlaming kennen in het keukentje die in Barcelona woont met z’n Spaanse vriendin. Hij vertelt over z’n reis naar Togo. Ik wil vroeg slapen maar doe het toch niet, zit te lang op te zoeken. De jonge eigenaar die vroeger samen was met een Noorse slaapt in de zetel.

    25/10: Ik heb last van m'n buik. Wakker rond 6 uur. Het alarm gaat af. Broodjes in zak en gaan. We wandelen straat naar beneden en komen aan Calle Vargas. Naar links. We blijven wandelen tot bushalte IESS. We nemen een blauwe bus naar Mitad del Mundo. We stappen snel af aan de Téléferico. We moeten voetgangersbrug over en omhoog. Ferm omhoog. We klimmen langs brede lege baan. We passeren een zielig pretparkje. De kabelbaan gaat pas open om 9 uur van maandag t.e.m. vrijdag. Lap! We moeten nog uur en half wachten. De tijd gaat snel voorbij. Er komen twee bedelende hondjes snuffelen. We smeren zonnecrème. We ritsen broeksuiteinden aan. We zijn de eerste die opstappen. We zitten naast een ouder Amerikaans koppel van Colorado. Ze vertellen hoe ze verliefd werden. Meneer z’n slaapzak was nat tijdens het kamperen en dus moest hij wel bij haar kruipen haha. We trekken boven een foto van mekaar op een uitkijkpunt. We voelen aan onze ademhaling dat we hoog zitten. We passeren een kapel en een plaats voor paarden. We draaien links omhoog. Het Rucu Pichincha pad op. Quito ligt achter ons. Wat een gigantisch uitgestrekte stad. Vooral van links naar rechts oogt de stad groter dan Bogotá. We stijgen een uur langs een open veldweg. We draaien erna rechts van de berg die we voor ons zagen liggen. Steil omhoog. Het is een zandpad. We glijden weg. Ernaast ligt gelukkig een iets harder pad. Ik klim tot aan en over rotsen. Ervoor kon je in een kloof naar beneden. Dit pad leidt naar Guagua Pichincha, de vulkaan die iets hoger ligt dan Rucu maar te ver voor een dagtocht. Judith trapt op haar adem. Ik wacht op de rotsen. Plots is er veel mist. We klimmen samen een stukje hoger. Ik geraak over zeer steile rots. Judith klimt terecht links ervan. Het is iets makkelijker. Ze wou opgeven maar dat zou zeer spijtig zijn geweest. We piepen boven een paar meter verder. Er komen twee meisjes achter met helmen. Ze zijn lid van een alpinistenclub. Er zijn twee roofvogels die vlakbij landen. We eten broodjes. Ze schooien. We dalen als laatste.

    We nemen onze tijd voor foto’s. We dalen via het zand. Judith valt. Haar broek is vuil. We dalen tot de kabelbaan. Het begint te hagelen. We sprinten het laatste stukje. Op weg naar beneden stopt de kabelbaan plots. We hangen te bengelen. Dit is niet leuk! Ik ben bang. Hij start gelukkig snel weer. We dalen tot de bushalte. We halen ijsjes in een winkeltje. We nemen een bus tot Mitad del Mundo. Het duurt lang voor de bus er is. We moeten rechtstaan. Het is spitsuur. Het miezert. Het is betalen om tot bij het monument te geraken waar de evenaar ligt. We zien het al liggen. Het is een recente constructie. We trekken foto van op een afstand. Het is er overstroomt. Er staan er drie te borstelen. Het helpt niks. We nemen meteen een bus terug naar het centrum. Het gaat iets sneller en we kunnen zitten. Het stoeltje is wel nat. We stappen af aan Avenida America en stappen naar Vargas. We eten onderweg een stuk pizza in comedor voor studenten. Het doet zo'n deugd! De zon gaat onder en de verlichting springt aan in Quito. Het heeft iets magisch. Zeker met bergen en mist op de achtergrond. We gaan naar het winkeltje om de hoek. Hot dogs met tomaat en bbq saus. Relaxen. Douchen. Slapen.

    26/10: We worden wakker door getuut van gasleverancier. Judith haalt fantastisch ontbijt. We wandelen naar het Parque El Ejido. We vragen een paar keer naar Mercado La Mariscal. Het is een blok met smalle gangetjes vol zakken, kledij en pruts. Zogezegd gemaakt door indigenas maar we betwijfelen het. Mensen spreken ons meteen aan met “la orden”. Judith koopt een muts. We wandelen terug naar het hostel. Er is een protest aan de gang onderweg. We rusten. Judith belt met Sam en Nami. We wandelen erna naar de Mirador Panecilla, een engelbeeld op een heuvel midden in de stad. Onderweg eten we broodjes, een kommetje worst, patatjes en groentjes en een stuk watermeloen. Het is ferm stijgen door ruige buurt. Judith ziet nog iets om te eten. Soep en ferm bord met drankje voor 1 Dollar. Hoe krijgen ze het voor mekaar. Bijna bij de top lopen er veel honden los. We zijn op onze hoede. We denken aan Guido die gebeten is in Thailand door een straathond. Het zijn redelijk wat trappen op. Boven hebben we een mooi zicht op de zuidkant van de stad. We dalen langs trappen via een mooiere buurt. We komen op een lang stuk met trappen en bankjes. Later staan we op een open plein met een standbeeld van Sucre. We gaan onder een boog rechts van het plein. We doen een toertje. We zien enkele goedkope plaatsjes om te eten. We draaien en zetten ons kort op een klein pleintje. Er komt een schoenenpoetser die zegt dat m’n schoenen vuil zijn. Het is Ok zeg ik. We zetten ons op een bankje op Plaza Grande. We zien vanalles passeren. Vooral een oud meneertje met een afgestorven voet op krukken doet ons wat. We gaan om eten naar een winkel en terug naar restaurantjes. We vinden kip met frietjes en een beetje groenten. Judith heeft nog honger. Het miezert. We gaan naar een straatje met comedors en proppen ons vol met soep, bord vlees, patatten en maïs. We gaan erna in de regen terug naar het hostel. We proberen straten te kiezen waar er afdakjes zijn. De jonge gast van hostel vraagt aan Judith om waste uit te halen. Hij wist niet welke bh’s van haar of van z’n vriendin zijn haha! Ik lees wat op de tablet. We maken zakken en gaan naar buiten om nog eens de lichtjes van Quito te zien. Vlakbij is er een plaatsje op een parking maar er zit een herdershond te blaffen. We gaan naar de hoek van de straat, naar het einde van Calle Galagapos, trappen op en naar links tot aan een hoek. Daar hebben we ook mooi zicht op de stad. Erna douchen en slapen in nieuwe iets grotere kamer voor dezelfde prijs. We hadden het goed geregeld.

    27/10: Warme chocomelk! Platanos en eieren. Judith gaat om zak broodjes voor erbij en onderweg. We wandelen naar de metrobus. We moeten rode nemen naar busstation van Quitumbe. Het is één keer overstappen. Het duurde even voor we de stad uitkwamen. In Quitumbe nemen we een bus die op de parking achter de poepsjieke terminal staat. Deze rijdt naar Machachi.

    Kommentare

  • 28Oct 2017

    7 Latacunga 28.10.2017 Ecuador —

    Latacunga Canton, Ecuador

    Beschreibung

    Iedereen stapt uit aan de marktstraat. Wij gaan tot de busterminal. Er staat een rij bussen met opschrift 'El Chaupi' op maar slechts enkele rijden er effectief naartoe. We zitten alleen tot de bus weer de marktstraat passeert. De chauffeur draait de Panamericana op en slaat een klein baantje in. Op het centraal plein in El Chaupi staat een standbeeld van een mevrouw die een koe melkt. Er komt meteen een auto naar ons als we uitstappen. Hij raadt dat we naar Campo de la Virgen moeten. We kunnen echter nog niet meteen mee. We moeten eerst een deel van ons gerief kwijt. We mogen het achterlaten op de hoek in Andes Alpes van een vriendelijk mevrouwtje. Het is een locatie voor berggidsen met een bar en restaurant. We smijten er alles op een zetel. We vinden een andere auto aan centraal plein voor de kerk. Het is duidelijk een boertje. Hij voert ons naar een gebouw van de overheid. We moeten onze naam, ID en leeftijd geven en een document ondertekenen dat we op de hoogte zijn van de risico’s in het hooggebergte. We zeggen dat we tot de Refugio willen wandelen maar eigenlijk zouden we de Illiniza Norte willen beklimmen. Het boertje voert ons via een alternatieve hobbelweg, de normale weg is ondergelopen, naar Campo de la Virgen. Na een uur en half stappen zijn we al bij Refugio Nuevos Horizontes. Onderweg komen we iemand tegen die zogezegd de Refugio openhoudt. Hij wou dat we al betalen om de tent te zetten. Yeah right. Ik zeg dat we nog niet weten waar we de tent zullen zetten. Het begint te hagelen. We schuilen in de WC’s. We maken er thee en eten broodjes. We zien een tamme vos. Ik vind geen plaats zonder sneeuw. We gaan een eindje verder. We vinden een plat stukje grond tussen Illiniza Sur en Norte. Ik schop wat stenen weg en zet de tent. We eten wat en drinken thee. Judith kruipt al in de slaapzak. Het is koud, 0 graden. De grond is nog kouder. We kruipen samen in één slaapzak en liggen op de andere. Het lukt niet goed. Rug doet pijn. Judith geeft een pijnstiller. We vloeken op mekaar. Onze tenen bevriezen. Het sneeuwt! We duwen de sneeuw met onze voeten van de tent. Judith ligt schuin tegen me. We zien ieder uur van de klok. De rits van de slaapzak doet raar. Bloedsmaak in m’n mond. Het is moeilijk om te ademen. Een beetje zon op de tent. Eindelijk!!

    28/10: Ik kruip uit de tent. M'n voeten zijn bevroren. Het is een sneeuwlandschap inclusief op de tent. Ik kan al pissend m'n naam schrijven. Ik veeg de tent zo goed mogelijk proper. Er blijft ijs plakken. Handschoenen zijn koud en nat. We maken zakken. Ik steek de tent in een gewone plastiek zak. De Illiniza Norte ligt bedekt met sneeuw en ijs. We beginnen er niet meer aan. We glibberen naar de Refugio. Ik trek een touwtje los aan de deur. Het is niet op slot! Er is niemand en er zijn bedden. Hadden we dat geweten! Er zitten wel gaten in de muur. Het is hier ook enorm koud. We eten een broodje en dalen verder. Er zijn veel wolken. We zien toch de Cotopaxi in de verte. Sneeuw stopt na een zigzagflank. We passeren een 5-tal mensen die klimmen. Als we op de parking komen na twee uur staan er een heleboel. Ze zullen het niet makkelijk hebben op de Illiniza Norte. We wandelen erlangs en dalen het stuk te voet dat de auto ons gisteren gevoerd heeft. We komen geen auto’s tegen wel enkele honden die een erf bewaken. Judith krijgt het weer. We nemen stokken in de hand om ons te verdedigen. We halen spullen op. We bedanken mevrouw en vragen het kaartje van de gids. Er staat al een bus op het pleintje. Hij moet eerst het toertje van het dorp doen. We wachten aan de overkant van de straat. Ik vind geen vuilnisbak. Judith haalt Fanta. We zitten vooraan. Mensen moeten voorbij onze zakken stappen. Dat hebben we een beetje slecht gekozen. Als we uitstappen zeg ik dat we niet veel kleingeld hebben. Het is Ok. Hij zegt dat we genoeg hebben. Raar dan had de chauffeur op de heenweg ons in ‘t zak gezet. We stappen uit in de hoofdstraat van Machachi. We zien paar standbeelden, kraampjes en een kerk. Ik wacht op straat met zakken terwijl Judith eten haalt in een winkeltje en een bakker. Ze vraagt aan drie verschillende mensen of er een kampeerwinkel in het dorp is. Nope! Het begint ferm te regenen. We beslissen om door te gaan naar Latacunga. Cotopaxi is voorlopig on hold. We steken de Panamericana te voet over. Een helper van een bus doet teken. We kunnen meteen mee. Best zouden anders kletsnat zijn. Er is geen bushalte met afdak. We zitten apart want de bus is vol. Ik val in slaap maar veel rust is me niet gegund, weer een vervelende verkoper! We stappen uit aan Terminal Terrestre. We wandelen de verkeerde kant uit. Een jonge gast zegt brug oversteken. We gaan terug. Wat voor een brug! Het loopt overvol met mensen die vanalles verkopen voor “un dolarito”. We zetten ons op een plein en maken hotdogs. We wandelen wat rond. We vragen prijzen aan hostels. Één is te duur, te hip. Ander is iets ouderwetser, krijgen we ook een beetje van af. We zijn kapot. Nemen er een kamer. Na een paar minuten rust gaan we op zoek naar een matrasje. Brug opnieuw over en naar rechts tot aan een winkelcentrum. De speciaalzaak voor kamperen is veel te duur. Er liggen enkel snobmerken. We vinden een opblaasmatras in een kinderwinkel. We nemen hem. Testen op het bed in onze kamer. Hij lijkt perfect. Judith haalt mini pizza rolletjes. Het is niet veel. Het straatvoedsel was beter in Quito. We mogen een deel van ons gerief hier laten. Douche. Slapen.

    29/10: Judith voelt zich een beetje ziek. We ruimen het rommelboeltje in de kamer op. We laten het extra gerief in een kamertje onder de trap achter. We vergeten de sleutel af te geven. Het mevrouwtje komt tegemoet gewandeld in de straat. Ik zeg meteen “Lo siento.” We zien op de voetgangersbrug alle vulkanen in de omgeving liggen: Illiniza Sur, Cotopaxi en Tungurahua. Wow! We gaan een winkeltje binnen in de busterminal. Melk uit een zakje. Judith haalt een pizza. We nemen een bus naar Saquisili, een minder groot stadje. We wandelen langs een marktje. We gaan het centrum uit richting noordwesten. We wandelen op een gewone macadam weg. Er rijden redelijk wat trucks. Er is een pijl naar Cochapumba. We gaan richting het westen. Het dorp staat niet op het kaartje van de loop die we willen doen. We passeren grond met veel honden. Judith wordt hysterisch. Ze verstijft. We kunnen geen kant op. Ik steek duim omhoog. Een vriendelijke meneer geeft ons een lift terug naar de markt. Judith koopt mandarijntjes en kalmeert een beetje. We zoeken een bus richting Sigchos. We zitten op de hoek van straat. Er zijn een massa honden aan de overkant. Ze worden gevoederd. Een oud meneertje dat oversteekt zegt dat we verder in de straat moeten wachten. Als we wandelen passeert de bus. Hij stopt voor ons. We zijn mee. We rijden door een prachtig landschap. De dorpjes worden kleiner. We gaan door Toacaso. De Illinizas liggen links achter ons. We dalen en stijgen door diepe valleien. We volgen een meisje met een rugzak in Sigchos. We wandelen op gravelweg, door kleine padjes, nemen afkortingen. Het meisje heeft gezelschap gekregen van een jongen en nog een meisje. Een meneer in een truck had gezegd dat we terug moesten nadat we stuk geklommen waren waardoor we de mensen die voor ons wandelen tegenkomen. We babbelen. De jongen heet Zen en is van Melbourne. Het meisje Christel en is van Frans Zwitserland. Het meisje dat met ons in de bus zat is Duits. We komen samen in Isinlivi. We zoeken wat om te eten. De hostels zijn te duur. We halen wat in een winkeltje. We vinden plaats onder het dorp tussen twee gebouwen. Ik vraag aan voorbijgangers in een auto of het zou mogen. "Tuurlijk" zeggen ze, "Er woont niemand." We zetten de tenten naast mekaar en maken eten. Zen en Christel gebruiken lang ons gaspulletje om pasta te maken. Wij kort voor noodles. We praten. Mooi zicht als de zon onder gaat. Het wordt snel donker en koud. We gaan slapen. Een paard naast ons blijft grazen.

    30/10: We zijn vroeg wakker. We klimmen naar het dorp en gaan in een winkeltje om cakejes en mandarijnen. We eten op de stoep. Er passeren schoolkinderen. Ze zeggen allemaal “hola”. We ruimen op. Zen en Christel zijn ook wakker en doen hetzelfde. We dalen af en passeren een rivier. Erna is het klimmen. We komen op een erf van een boer. Hij zegt dat het pad over de steile helling voor ons ligt. Ik ga eerst, m'n conditie is goed. Ik ben snel boven. Ik wacht. We draaien rond de bergflank. Een volgend boertje zegt dat Chuychilan naar rechts is. We zien een grote kloof. We beslissen om deze niet te doorkruisen maar de flank te volgen naar het zuiden. We passeren opnieuw honden. Judith blijft kalm omdat we met vier zijn. Het gewone pad gaat teveel naar links, naar een dorpje. We gaan rechts een kleiner pad op en komen in velden terecht. We dalen langs kleine schaapjes. We moeten ijzerdraad over. Ik zet m'n voet op een stok om de draad naar beneden te krijgen voor Judith. We rusten er net als na de steile helling daarnet. We gaan langs een huisje. Het boertje dat we op de top van een steil heuveltje hadden zien staan zegt dat we terug moeten. Er is niks om de rivier over te steken. We luisteren niet en gaan via velden recht op de rivier af. Rechts zit een witte lama. Er ligt een houten plank. Het moet lukken. Ik ga eerst. Enkel m'n linkervoet plonst eens in het water omdat er een rots los ligt. Zen, Christel en Judith volgen. Ze deden hun schoenen af. Nu is het stijgen! We gaan via velden naar een hoofdweg die ferm is beschadigd door waterstromen en verzakkingen. Verder wordt het pad los zand. We kronkelen naar boven. Ik ga opnieuw voorop. De weg blijft maar komen. Uiteindelijk staan er een paar huisjes. Mensen zijn aan het werk op de velden. Ik spreek een meneer aan. Hij ziet dat ik moe ben. Z’n vrouw gaat naar hun huisje. Ik rust naast z’n veld en babbel wat met hem. Zen, Christel en Judith komen eraan. Het meneertje volgt ons. Hij zegt dat we moeten rusten. We leggen ons tussen de kippen en geiten. Plots roept hij ons. We gaan binnen. We zetten ons op bedden. Er staat een tafel tussen. Hun dochter steekt de TV aan op een muziekzender. We krijgen kip, patatten en wortel met warme melk. Allemaal eigen kweek. Vooral de kip en melk smaken anders, echt goed. De kippen krijgen enkel maïs. De melk is aangelengd met suiker. We zijn niet de eerste verdwaalde die hij voedt. We vragen wat we hem moeten. Het is niet veel. We zoeken een winkeltje in een dorp verderop. Het is echt klein. Pucara heet het. We vinden één maar er is niemand. Een meneertje dat cement aan het maken is heeft zogezegd ook een winkeltje. Hij doet het huisje aan de overkant open en toont een paar planken in een rek. We nemen wat koekjes. Het is duur maar hij kan niet rekenen. Hij vraagt aan ons om op te tellen. Jawadde. We gaan richting de bergrand die de rand van Quilotoa moet zijn. Stijgen! We kruisen geiten. We gaan langs een flank. Links ligt een ravijn. We vrezen dat we er nog door moeten. Ik kom boven en zie dat het niet zo is, het pad stijgt geleidelijk tot de rand. Ik ga goed door. Ik volg het pad niet. Korte pijn rechtdoor de berg op! Het is een zware inspanning. Ik moet klimmen met handen en voeten op rotsen. Ik kom boven. Woooow! Ik ben op de rand van de Quilotoa krater. Het grote, groene meer en de rotsflanken maken indruk. Ik ga op zoek naar een plaats om de tenten te zetten. Ik vind niet veel. Een klein stuk halfschuin gras. De andere komen halfuurtje later op een andere plaats boven. Ze hebben ook een wow gevoel. Zen en ik kijken nog eens aan andere kant maar we vinden geen betere plaats. We zetten de tenten op het kleine grasstuk. Judith blaast opnieuw de matras op. Wat een prachtige plek. We hebben geluk. We eten noodles en tonijn. De zon gaat onder. Het wordt snel koud. We gaan vroeg slapen.

    31/10: Het alarm is niet afgegaan. Zen z’n telefoon was uit. Oef! Judith heeft niet zo goed geslapen. Ze werd geplet tussen mij en de tent. Onze tenen zijn weer bevroren. We hebben opnieuw een zalig uitzicht! De zon schijnt en geen wolkje aan de lucht. We eten koekjes. Genieten. We gaan langs de rechterkant van de krater. Het lijkt korter. Het pad gaat op en neer. We voelen ons een beetje uitgedroogd. We hebben niet veel water meer. We kruisen en praten met een Brits koppel uit Manchester. Ze gaan naar Galapagos eilanden net als Christel. We komen na een 20 minuutjes in het dorpje aan Quilotoa. We kopen brood in een winkeltje en vullen de waterflessen bij aan een kraantje naast een hostel. Het is ferm toeristisch in vergelijking met het verlaten bergland dat we gisteren doorkruist hadden. We leggen ons aan het uiteinde van het dorpje op een stuk gras. We wachten op een bus. Er komt geen. Een meneer in een pick-up zegt dat de volgende pas binnen 2 uur passeert. We gaan mee met hem. We zijn met 8, er zijn nog 4 Britse meisjes mee. De prijs is Ok. We zitten achteraan in een overdekte laadbak. We zijn moe. De Britse meisjes stappen uit aan een druk rondpunt. Ze gaan naar Quito. We kruipen vooraan. Best want de chauffeur neemt een omweg die hobbelig is. Ik leer hem wat kennen. Het is een boer uit Zumbahua, een dorp dat we gepasseerd zijn. Hij is tevreden over zijn socialistische overheid en president Lenin die niet afstamt van z'n naamgenoot uit de Sovjet periode! Zoals beloofd zet hij ons af aan de busterminal. We halen met z’n vieren elk twee pizzastukken aan de kiosk. We bekomen! We nemen kort afscheid. Zen gaat mee met Christel richting Quito. We denken dat hij een beetje verliefd is. Judith haalt eten in een winkel naast het station. Ze neemt haar tijd. Ik let op de zakken. We nemen een bus richting Quito. We vallen in slaap. De helper moet tikken om ons wakker te krijgen. We worden gedropt langs de kant van de Panamericano. Er wacht een pick-up ons op. Het is duur om ons naar de campingplaats naast de Cotopaxi te voeren. Ik krijg er bijna de helft van af. We zijn moe en gaan er op in. We moeten ons opnieuw registreren zoals aan de Illinizas. De weg verandert halverwege van macadam naar goede gravel. De kampeerplaats La Rinconada heeft WC’s, een eetplaats en een cafetaria die gesloten is. We zetten de tent naast bomen en struiken. De Cotopaxi is maar voor een stuk zichtbaar. Mist is de boosdoener. We doen een wandelingetje langs de Ruta de Evacuacion. We smekken een soort M&M’s die Judith gekocht heeft. Mm. We gaan de hoek om en zien de Ruminahui, een ferme vallei en de Illinizas. We gaan terug. Er staat nog één ander tentje. We praten met de eigenaars: een Spanjaard Bañard en een Braziliaan Maricon. We delen hotdogs en tonijn. We houden samen een vuur aan en babbelen. We kruipen rond 19 uur onder fel maanlicht in de tent.

    01/11: Onze voeten hebben weer koud. Judith is wat verkouden. Ze heeft een pijnlijke keel. Ze heeft Dafalgan genomen vannacht om te kunnen slapen. De zon komt op de tent piepen. We stappen uit en wandelen met ons ontbijt naar de overdekte bankjes. We warmen ons aan de zon en chocomelk. We blijven even zitten en brengen alles terug naar de tent. We wandelen via de grootste weg net als gisteren. We gaan een pak verder deze keer. We steken brugjes over, passeren een dood paard en een slijkerig stuk. We blijven even hoog. Het is een pad zonder hoogteverschil. We draaien rond bergflanken die maar blijven komen. We wandelen 3 uur. Plots is het pad is niet meer onderhouden. We gaan terug. Het weer slaat om. We horen de ene donder na de andere. Spetters. De Ruminahui is zichtbaar door de wolken. Hij is wit geschilderd door het onweer net als lagere flanken van de Cotopaxi. Dat is snel gebeurd. Het is koud. Ik heb enkel een pull en een KW aan. We stappen goed door en schuilen onder het afdak waar we ontbeten hadden. Er zitten twee jonge gasten. We delen eten met hen. Ze geven een kaart en een omschrijving van het pad naar El Altar. Het weer slaat weer om. De zon! Ik wil nog eens naar de meren gaan kijken. We krijgen een lift. Ze liggen om de hoek. Prachtig. We wandelen er rond. Er zijn muggen. Op de terugweg zien we twee fietsers. Ze stoppen aan de camping. Het is een Chileens koppel. We gaan eten onder het afdak. Als we terug naar de tent wandelen verlichten de laatste zonnestralen van de dag de Cotopaxi. Magnifiek! We worden uitgenodigd door het koppel hun grote tent. Ze tonen ons de weg die ze afgelegd hebben en de apps die ze gebruiken. Ze geven polipolea, iets voor de keel, aan Judith. Het zijn grappige mensen. Leute makers. Ze lachen veel. We gaan vroeg slapen. Het is warmer dan gisteren. Judith ronkt opnieuw met de hulp van Dafalgan.

    02/10: We zijn vroeg wakker. Er is mist. Het is kouder dan gisteren. We gaan opnieuw ontbijten aan bankjes. We geven onze namen aan het Chileens koppel dat nog maar net wakker is en vertrekken. Na een paar bochten snel wandelen rijdt er een truck van het Ministerio del Ambiente achter ons. Een ranger neemt ons mee naar de ingang van het park. Yes! We wandelen verder naar de Panamericano. Er stopt opnieuw een auto. Een koppel met hun dochter. De meneer is religieus. Hij geeft een kaartje van Jezus. We moeten het lezen en onze zonden goedmaken. We hadden gezegd dat we niet getrouwd zijn. Ze nemen ons helemaal terug mee naar Latacunga. Wat een geluk! Judith gaat om bananen en fruitsap. We bekijken wat GSM’s van rare merken en zetten ons in het centraal parkje achter de hoek van het Hostal Central. We halen de rest van onze spullen in het hostel. De tent kan drogen. We sorteren alles. We wandelen voor de laatste keer over de brug van Latacunga. Ik ga om broodjes. Ze zijn meteen op op de bus. We zitten links. Er stappen mensen uit in Ambato. We zetten ons rechts. Tevergeefs de Chimborazo ligt in de mist. Judith slaapt. We stappen uit aan een grote baan.

    Kommentare

  • 05Nov 2017

    8 Riobamba 05.11.2017 Ecuador —

    Riobamba, Ecuador

    Beschreibung

    Riobamba lijkt een lelijke stad. We nemen een blauwe bus naar het centrum. We vragen de weg. We vinden een hostel op een hoek. Nuca Huasi heet het, betekent ‘mijn huis’ in het Quichua, de taal van de indigenas van Ecuador. Judith belt eens naar haar mama en papa. Ik test een douche: warme en goed stromend! Ik leer een Rus kennen in de balie. We wandelen naar Parque Sucre en eten salchipapa’s, dit zijn frietjes met stukjes worst, en hamburgers. Het vult! We zoeken Andean Adventures. We gaan de straat helemaal af. Er zijn redelijk wat mensen. We verdwalen. Politie stuurt ons weer de juiste kant op. Een oude meneer helpt ons ook. We vinden het huis. Er zijn blaffende honden bij de buren. We vinden geen bel. We wandelen terug en kruipen samen in ons bedje.

    03/11: Het deken was iets te klein! Ik kijk wat op de tablet. We vertrekken rond 6 uur naar de Terminal Terrestre. We nemen de bus rond 7:30 uur. We hadden broodjes en melk gehaald onderweg. Ik mors melk in de bus bij het scheuren van het zakje. We zitten blijkbaar op iemand z’n plaats. Ow, het is met tickets. Ik stap af en haal er vlug twee. Best, de bus is vol. We gieten melk in bekertjes. Er zingen kinderen op de bus. Chimborazo komt dichter in al z’n glorie. Whoa! Wat en kloefer! We Stappen uit aan het Visitor Centre. We registreren. Er zijn propere WC’s. We beginnen te wandelen. Ik steek m'n duim omhoog en lach naar de bestuurder van een versleten busje. Het is meteen raak. Het is leuk ingericht vanbinnen: bedje, keukentje, opbergruimte. Het zijn Colombianen. Ze komen van Peru en Chili. Ze brengen ons helemaal naar Refugio Carrel genoemd naar de broers die de slapende vulkaan beklommen. Fantastisch! Ik ga binnen en vraag naar John Paredes. Hij is er nog niet. We klimmen naar tweede refugio: Whymper. Deze is genoemd naar de eerste die de Chimbo beklom (en ook de Matterhorn!). We babbelen met twee Belgische die op stage zijn n een ziekenhuis in de buurt. Judith heeft het lastig. Ze is nog wat ziek. Ze blijft aan de hut op 5050m. Ik haal een groep in dat aan het trainen is en steek hen voorbij. Het is lastig. Ik glij uit op losse stenen en sneeuw. Ik draai links naast een grote rots, een bergflank op. Ik ga zo hoog mogelijk tot aan zwarte lavasteen. De top ligt juist in de mist als ik een foto wil nemen. Ik daal opnieuw. Ik passeer de groep. De gids neemt foto’s van me. Ik ga terug mee naar boven en babbel met een Duitser. Hij toont zijn horloge met hoogtemeter. We zitten op 5350m. Ze maken deel uit van een club. Ze acclimatiseren net als ik. Ik daal opnieuw, redelijk snel. Judith komt het laatste eindje tegemoet. We gaan samen naar de laagste refugio. Ik babbel kort met John. We wandelen nog kort naar links. Een Ecuadoraan die nog in Zwitserland is geweest neemt foto’s van ons. We dalen. We krijgen weer een lift van een gezin uit Ambato. Ze stoppen aan vicuñas en lama’s. Ze nemen ons helemaal terug mee naar Riobamba. De meneer heeft er gestudeerd. Hij rijdt rond en toont enkele pleintjes. Wat een geluk weer. We rusten op de kamer en gaan erna opnieuw hamburgers halen in Parque Sucre. We proeven erna eens de typische Cerdo Hornado in Mercado Santa Rosa. Het is een marktje met aparte hokjes waar de namen van de kwekers op staan. Ze roepen naar ons. We kiezen lukraak een mevrouw uit. We delen een bordje. Het is lekker. We wandelen erna rond waar we een lift gekregen hadden. Als we rond zijn rusten we wat op ons bed in het hostel. Ik vervang een lamp in onze kamer waar een meneer niet bij kon. We wandelen naar John Paredes van Andean Adventures. We babbelen vooral over veiligheid. Omdat zij de hutten uitbaten zijn zij altijd de eerste die moeten reageren bij een ongeval. Ze zijn sneller geïnformeerd dan de politie. Ik teken een papier en betaal het voorschot. We gaan terug en kruipen samen in het ander bed dat niet aan het raam is.

    04/11: We zijn wakker rond middernacht. Een luidruchtige voetbalploeg neemt z'n intrek in het hostel. Kinderen kloppen en smijten met deuren, roepen en tieren, WC’s zijn bezet. Ik ben zenuwachtig en geraak niet snel terug in slaap. Judith slaapt er gewoon door. Ongelooflijk toch. Ze neemt een warme douche als ze opstaat. We halen rubberen botten bij John. We doen inkopen en nemen een bus vanaf Terminal Oriente naar Penipe. De bus dropt ons aan de splitsing naar LaCandelaria. We wachten in een bushokje samen met een jong koppel uit Quito. Het duurt lang. We proberen tevergeefs te liften. Er zijn niet veel auto’s. Een taxi neemt ons mee tot Releche. We moeten ons registreren. De ranger neemt foto’s van ons haha. We krijgen een kaartje. We stijgen langs velden. Judith kan niet vooruit. Ik neem na een paar bochten haar rugzak over. Het pad wordt slijkerig. Het is moeilijk om te zien met de extra zak op m’n buik. We doen een paar keer haasje over met het koppel uit Quito. Judith neemt haar rugzak terug als het echt slijkerig wordt. We zitten soms vast en moeten mekaar eruit trekken. Er passeren paarden. We hangen vol modder, zeker als ze snel passeren. We kruisen een mevrouw met haar dochter. Ze zeggen nog drie stroken en het zal beteren. De modder droogt inderdaad geleidelijk op. We dalen en stijgen links langs de bergflank. We steken redelijk wat zwaarbeladen mensen voorbij. We komen uiteindelijk na een bocht in Valle Callones en zien een hut. In de vallei loopt een wild zwart paard. We leggen ons even en genieten van het prachtig zicht op El Altar, de bergengroep vol besneeuwde pieken voor ons! We eten vanillekoekjes. We vragen aan de hut eigenaar, die de broer is van de ranger die foto’s van ons nam, of we de tent naast de hut mogen plaatsen. Het is te duur. We vullen fles bij en wandelen door de moerassige vallei. Een Ecuadoraan die nog in Brugge is geweest van een groep die uitrust aan een riviertje toont ons hoe we aan het meer kunnen geraken. We gaan tot aan een helling met bomen tussen Lago Amarillo en de vallei. Ik zet de tent en blaas de matras op. Judith maakt thee en noodles met tonijn en een rest ketchup. De laatste zon van de dag doet deugd.

    05/11: We slapen goed. We zijn wakker rond 4:30 uur. We willen niet uit de slaapzakken kruipen. We blijven liggen tot 6 uur. Het is bewolkt. Onze voeten zijn ijzig koud, vooral de dikke tenen. We maken warme chocomelk. Het duurt een tijdje. Ik vraag de weg naar Lago Amarillo aan mensen die een ouderwetse paarse tent aan het opruimen zijn. Het pad ligt rechts. Judith heeft het ferm lastig om te stijgen. Ik wacht aan een stuk met een schuine rots. Ze heeft last van haar adem. We geraken tot bij het uitkijkpunt op Lago Amarillo. Wow! Mensen nemen foto’s. We blijven niet al te lang. Ik praat met een gast die ook nog naar Patagonië gaat. Hij legt uit dat alle bergen van El Altar, net als de naam van de berggroep zelf, iets te maken hebben met religie. De Obispo (bisschop) is bijvoorbeeld de grootste piek aan de rechterkant. We blijven niet al te lang. Het dalen gaat beter. Judith rust. Ik ruim de tent op en wat vuiligheid af met WC papier. Ik prop alles in zakken. We zompen terug rechts van het moeras. Het pad is niet echt beter. We vullen water bij aan de refugio. We dalen langs paarden. Een paar stukken zijn nog omhoog, de rest is dalen. Het pad ligt er iets minder slijkerig bij dan gisteren. Er blijven zwaarbeladen paarden langs ons rennen. We rusten aan een grasveld. We dalen veel sneller dan dat we gisteren stegen. We zijn al aan Releche om 13:30 uur. We kunnen mee met een witte SUV van mensen uit Quito. Ze droppen ons aan de bushalte. We hoeven maar een paar minuten te wachten aan de splitsing. We slapen een beetje op de bus. Judith haalt broodjes in panaderia Chimborazo in Riobamba. Ik eet ze allemaal op voor we terug bij het hostel zijn. Judith moet uitleggen aan de receptie dat we reeds betaald hebben. Het was niet goed doorgegeven. We ruimen onze spullen op. We nemen een douche en wassen de botten. Rust. De zijkant van m'n schenen zijn geschaafd door rubberpinnen aan de binnenkant van de botten. We eten allebei twee hamburgers van ons favoriete kraampje. Judith morst met cola. Ik begin zenuwachtig te worden voor morgen. We gaan terug naar onze kamer. We luisteren wat muziek op Youtube en babbelen.

    06/10: Ik ben vroeg wakker en ga naar WC. Ik blijf erna nog wat liggen. Ik maak zak klaar. We vergeten bijna de botten mee te nemen. We passeren een bakkertje. Ik eet wat brood. Er zijn al mensen bij John. Hij moet weg. M’n gids is er al. Fabian heet hij. Yes, al van gehoord, is een goeie. Taxi is wat laat. Ik help drank voor de refugio in te laden. We gaan terug naar het bakkertje om brood en melk. We wachten een paar minuten op de stoep en in het huis. Ik denk bij ons afscheid aan onze eerste kus. We zwaaien. Ik zie vanuit het achterraam van de taxi Judith wegwandelen tot ze de hoek omgaat. We laden onderweg brood en melk in. De chauffeur heeft de Chimborazo al 15 keer beklommen. Hij is 29 jaar. Hij zegt dat ik niet te snel mag gaan en moet geloven in mezelf, dan zal het lukken. Ze zetten me af aan de ingang. Ik moet opnieuw een blaadje tekenen. Ik neem water en dikste pull en wandel alleen langs het mountainbike pad. Ik vind een Blackberry, hij werkt maar is geblokkeerd. Hopelijk koopt Judith geen nieuwe GSM. Ik ben rond 12:00 uur bij Refugio Carrel. Ik wandel een paar 100m op het pad ernaast om gehuurde schoenen te testen. Het zijn precies kleine stelten. Het is wennen. Ze geven wel meer grip dan m’n afgesleten bottinen. Er zitten twee vicuñas dicht bij de hut als ik terug kom. Ik krijg almuerzo van Fabian. Soep en brood. Ik zeg dat ‘k de blauwe route nog eens zal doen. Ik moet terug zijn voor 17 uur. Dan is het cena. Het eten valt zwaar. Ik zet me even aan een steen. Iets verder praat ik tegen een ouder koppel van Rome. Het zijn aangename, oudere mensen. Ze hebben al veel gereisd. Ze hebben een zoon van mijn leeftijd. Hij heeft 6 maanden rondgetrokken in Azië met moto’s. Ik kom pas rond 15 uur bij refugio Whymper. De route erna is zwaarder. Ik moet stappen corrigeren door losse stenen. Er is minder sneeuw. Ik zit even verkeerd denk ik. Ik kom toch terug aan het eindpunt rond 16 uur. De wolken verdwijnen even. Ik kan een paar foto’s nemen. Ik blijf een kwartiertje en daal dan redelijk snel. Ik ben terug in de Carrel hut rond 16:45 uur. Tevreden. Ik rust even op de kamer. Er komt iemand vragen of ik al cena moet hebben. Ok. Een bord soep met kip deze keer. Ik ga naar buiten met nog mensen voor de mooie zonsondergang. Een buschauffeur neemt een foto van me. Hij heeft een groep klimmers afgezet. Ik kan hen helpen. Ze weten de klim omstandigheden door de foto’s die ik deze namiddag getrokken heb. Ik praat met een Italiaans koppel. Ze zullen waarschijnlijk als enige langs de rode route proberen te klimmen. De rest zal via de blauwe route stijgen en dan de technische route volgen. Ik ga vroeg slapen. Ik ben kapot. Ik mis Judith. Ik wil ermee praten. Midden in de nacht gaat er een alarm af. Ik denk ‘zet dat eens af’. Ik besef dat het geluid vanuit mijn zak komt. Oh nee, die Blackberry. Ik haal hem zo stil mogelijk uit. Ik ga naar de WC beneden en haal de batterij eruit. Ik sluip terug naar de dormitorio op kousenvoeten. Ik steek de GSM in een vakje in m'n slaapzak.

    07/10: Er is veel volk weg uit de slaapzaal. Fabian en een andere helper liggen nog naast me. Ze vragen of ik een GSM heb. Ik gebaar van niks: "Nee, enkel camera en GoPro." Er staat een oud Tv'tje aan. Fabian zegt dat we normaal de rode route zullen nemen. Het is koud genoeg. Er is geen lawinegevaar. Alle mensen die gisteren gestegen hebben, hebben het gehaald behalve één oudere meneer en een mevrouw die ziek is. Ik krijg een gigantisch ontbijt. Ik rust erna. Ik praat met Fabian. Hij zegt hetzelfde. Ik moet geloven dat ik het kan en positief denken en veel water drinken. Ik vul fles bij. Ik krijg soep en popcorn als almuerzo. Ik doe er wat suiker bij. Ik probeer opnieuw te slapen. Ik ga een paar keer naar de WC. Rond 15 uur ga ik naar beneden. Ik doe de crampones aan en mag het heeuveltje op en af wandelen. Eerst de punt plaatsen dan platte voet. Ik moet achterover leunen in het naar beneden gaan. Ik heb veel meer grip. Het went snel. Ik leg kledij op een hoopje in de dormitorio. Ik steek camera en GoPro in de zak samen met 2 liter water. Ik ga opnieuw rusten. Diego van de keuken komt me halen voor de cena. Hij vraagt wat ik moet hebben. Ik kan best niet teveel eten, geen soep. Enkel kip, rijst en rode kool. Fabian komt vragen hoe ik me voel. Fysiek Ok. Mentaal minder. Ik mis Judith om tegen te praten. Hij babbelt wat met me. Hij legt de route uit. Het is nog niet zeker maar we zullen normaal normale rode route nemen. We zijn normaal de enige dus er is minder kans op vallende rotsen. We gaan samen slapen rond 18 uur. Ik geraak moeilijk in slaap. Ik heb een onrustige ademhaling en hartslag. Ik ben nog niet geacclimatiseerd. Ik slaap wel aan één stuk tot 22 uur. Fabian steekt het licht aan. Ik leg alle kledij en materiaal op een tafeltje tussen de twee dormitorios en neem het daarna mee naar beneden. Ik doe drie paar sokken aan, een broek, extra beenbeschermers, was moeilijk, wist niet dat ze met velcro open konden en een jas, de camera moet in een binnenzak anders kan de valbescherming niet aangespannen worden. Ik steek m'n dikke groene pull in de zak. Het lijkt niet zoo koud buiten. Ik voeg twee paar handschoenen toe, extra wanten en een bivakmuts. Mijn gewone muts laat ik achter. Ik pas de helm aan en zet het lichtje erop. Ik drink coca thee en eet een halve chocoladekoek en een hap pasta. We stappen de donkere nacht in. Fabian heeft een veel zwaardere zak met veiligheidsmateriaal. We gaan traag tot refugio Whymper. Het eten speelt op. Ik laat veel boertjes. Fabian stopt tussen de hutten en kijkt wat op z’n gsm. Bekijkt hij het weerbericht? Ik mag rusten aan de hut. Het is nog niet nodig. Ik doe lippen balsem aan van marraine. We stijgen langs een laguna dat niet zichtbaar is. We gaan een eerste keer naar links. Het is een plat stukje. Ik kijk eens rond. Er zijn geen wolken, een paar sterren en de top zijn zichtbaar. Het begint ietsje steiler te worden. Fabian wiegelt van links naar rechts en zet kleine stapjes. Ik volg z’n tempo. We komen aan een steile wand met zeer los gesteente.

    08/11: We doen een touw en crampones aan. M’n linker crampon zat niet goed. Fabian helpt me tot hij goed aangespannen is. De ijsbijl moet in de hand aan de kant van de bergflank. Bij iedere bocht is het dus wisselen. Het eerste stuk gaat hij keihard. We moeten. Er is risico op vallende stenen. We zien lichtjes boven. Er zijn redelijk wat mensen die hoog gekampeerd hebben. Ik ga kapot. Ik kom erna geleidelijk in m'n ritme tot op een nieuw steil stuk waar hij sneller gaat. Het is puffen en lucht happen. We komen boven op El Castillo 5500m hoogte rond 1:30 uur. We zijn er een halfuur vroeger dan voorzien. Er is een smalle bergkam. Ik zet me even op m'n knieën en drink water. We stijgen een beetje met afgronden links en rechts. We halen een gids en twee oudere Duitsers in. We komen op een rotsflank. Ik leg de ijsbijl neer klauter met beide handen. Ik plaats traag de crampones op uitstekende rotspunten en trek mezelf op. Stap per stap. Fabian ging eerst en hield het touw tussen ons strak. De oudere Duitsers komen niet achter. We moeten kort op los gesteente en komen dan aan de gletsjer. Het eerste stuk is glad ijs. Ik stamp ferm uit voorzorg. Daarna is er sneeuw. Dat gaat een pak makkelijker. We komen tot bij andere mensen die voor ons zaten. Fabian babbelt met een andere gids. Ik zit en leg me even en drink water. M'n handen krijgen koud. Ik haal de extra dikke wanten uit de zak. Ik heb er nu al drie paar aan. Fabian trekt aan m'n touw. Ik zeg dat ‘k me precies een hond voel haha. We gaan de groep voorbij. Er zijn kleine crevasses links en rechts. Ik begin ferm af te zien. Ik zet m’n stappen te snel en moet ertussen een paar seconden rusten. Ik krijg even een beter moment en kan traag het tempo aanhouden zoals het hoort. We komen tot bij een groep. Ik heb geen energie en leg me. Fabian zegt dat ‘k moet drinken. Hij haalt het water uit. Het is al wat bevroren, net als m’n tenen. Ze doen enorm pijn. Ik probeer m’n dikke tenen te bewegen. Aauw! Het is erger dan in El Altar. Het is alsof er iemand met een hamer op slaat. Fabian zegt dat het slechte schoenen zijn. Ik moet stampen met m'n voeten in de sneeuw. Het helpt niet zoveel en ik verbruik energie. Ik zeg hem dat de klim het niet waard is om m'n tenen te verliezen. Hij zegt dat het mogelijk is om in één uur ledematen te verliezen aan permafrost. Het zal wel nog niet zo ver gevorderd zijn. Hij klim verder. Ik volg. Een paar mensen waar we daarnet achter zaten zijn al wat verder. Het gaat niet. Ik ween en vloek. Ik zeg dat ‘k wil dalen. Ik vraag hoe hoog we zitten. Hij toont GSM met hoogtemeter: 5914m. Is al meer dan 1000m hoger dan Mont Blanc. Zeg hem dat ‘k nog tot 6000m wil proberen te gaan. Ik forceer het. Ik wil er zo snel mogelijk zijn voor m’n tenen bevriezen. Maar dat gaat natuurlijk niet op deze hoogte. Ik leg me plat om m’n buik met de helm tegen de sneeuw. Leeg. Gedaan! Tijd om te dalen. Ik moet eerst gaan. Het is onwennig. We komen bij een oudere Duitse mevrouw met een gids. Fabian steekt haar tussen ons touw. Ze daalt dus achter me. Ik ga iets te snel zegt Fabian. Ik leg uit dat ‘k m’n tenen niet kwijt wil en ga toch iets trager. Ik volg gemaakte voetstappen van links naar rechts. Wat een zicht! Ik besef hoe hoog we zitten en hoe steil we geklommen hebben!! Ik voel me stilaan slechter. De adrenaline die er was om het doel te bereiken valt weg. Ik denk aan Judith. Ik moet terug geraken. Er komt een heel moeilijk stuk op ijs. Fabian wijst waar er een makkelijkere route is in sneeuw. We komen opnieuw bij de rotsflank. Het dalen is een pak moeilijker. Op het gemak, ik zet me. Ik ben aan het draaien. Ik neem de stokken aan van de Duitse. Ik waggel op het pad waar we omhoog gekomen zijn links. Jezus, wat is dat steil. De flank van El Castillo is zoo smal. Het is beangstigend. We gaan verder en naar rechts deze keer. De oranje route. Hier is er geen gevaar op vallend gesteente. Links ligt een rots. Ik voel wat opkomen. Ik moet spugen. Ik leg de ijsbijl links en zeg "oh nee", draai naar rechts en zet me op m'n knieën met bivakmuts open. De kip van gisteren ligt eruit. Ik leg me op m'n rechterzij en spuug nog drie keer rechts naar benden op de flank. Ik verontschuldig me in het Spaans en het Duits. Fabian klopt op m’n schouder. Het is beter nu. Hij haalt opnieuw water uit voor me. Ik waggel verder naar beneden. Ik heb het heel moeilijk. Zo weinig energie. Het is constant happen naar adem met m'n hart op volle toeren. Hij haalt het soms niet meer. Ik ben bang. Ik stop als we een bocht omdraaien. Ik zie het einde niet. Ik zet me op m’n gat. Ik zeg dat ‘k niet meer kan. Ik produceer opnieuw een sorry. Fabian haalt weer water uit. Ik zeg dat ‘k me precies een klein kindje of een gepensioneerde voel. Hij lacht eens. De crampones mogen uit. Fabian doet ze af en draagt ze. Ik waggel verder. Ik stuik twee keer op m’n gat. De Duitse achter me ook. Ik waggel verder op de veiligere oranje route. We komen bij ronde grijze tenten. Ik leg me languit op m’n rug(zak). De Duitse wenst me beterschap en verdwijnt in een tent. Ik eet chocoladekoekjes en neem even de tijd om te recupereren. Fabian wijst en zegt dat we tot Punto Negro geraakt zijn. De plaats waar de normale rode route en de technische Whymper route samenkomen. Het is toch een referentie. Ik neem een foto. We dalen verder. Hij zet zich halverwege op een steen. Ik vertel over m’n pa. Ik ben opgelucht dat ‘k heelhuids terug beneden zal geraken. De top is zichtbaar. We zien twee groepen van de drie die het gehaald hebben. Het laatste stuk gaan we door een vallei. We zijn terug in de hut rond 7 uur. Fabian maakt coca thee en gaat rusten. Ik eet de andere helft van chocoladekoek op die er nog ligt en de empañada van kip die nog in de rugzak zat. Ik ga erna ook in de slaapzak. Ik slaap tot 9 uur. Ik ben groggy. M'n hart doet pijn. Ik strompel de trap naar beneden. Ik krijg nog een coca thee. Fabian is alweer bezig aan de bar. Wat een beest. Het is zwaar om te eten. Ik ruim spullen op. Ze hadden ze boven gelegd. De taxi is er al. Diego komt me helpen. Judith zit in de bar. Oef! We geven mekaar een dikke knuffel. We vertellen mekaar veel. Een oudere Belgische die we gekruist hadden op Quilotoa komt proficiat zeggen. Ik weet niet waarom. Het is mislukt. Ik vraag nog Fabian z’n Facebook. Hij schrijft de info op een keukenrol. Ik bedank hem dat hij zo goed voor me gezorgd heeft. Net als Diego in de keuken. Ik kruip samen met Judith op de achterbank van de taxi. Ik val bijna in slaap. De chauffeur zet materiaal af aan het huis van John en voert ons naar het hostel. Ik ben stik kapot. Judith maakt de zakken en geeft de tablet. Ik laat iets weten aan mama. We wandelen in de felle zon naar de Terminal Terrestre. Er is een bus naar Cuenca binnen een uur. Ik leg me uitgestrekt op de zakken en een stoel en gebruik Judith haar pull als kussen. We eten nootjes, koekjes, brood en drinken yoghurt. We gaan kwart voor op de bus zitten. Best, hij vertrekt te vroeg. We zetten ons achteraan aan het raam als de doorkruist. Er zijn twee slechte actiefilms op TV. Ik voel me recupereren.

    Kommentare

  • 09Nov 2017

    9 Cuenca 09.11.2017 Ecuador —

    San Blas, Cuenca, Ecuador

    Beschreibung

    Het is al donker als we in Cuenca aankomen. Judith heeft nog de meeste energie. Ze vindt een bus naar het centrum. We vinden Hotel Check In. Een stapelbed. Ik maak de onderste klaar. Ik neem een douche. Judith gaat om groenten en maakt eten. Er is een grote keuken en een eetplaats boven naast een dakterras. We hebben uitzicht over de stad.

    09/10: Ik slaap goed aan één stuk. Ik ben een beetje teleurgesteld dat ‘k niet meer foto’s en filmpjes gemaakt had! Ik lees m'n dagboek nog eens na. We gaan ontbijten. We krijgen niet veel maar het uitzicht is mooi. Het is een Australiër in de keuken. Hij doet wat werkjes om geld te sparen. We gaan op verkenning in Cuenca. We komen bij de gigantische Cathedral Santa Ana. Ik mag geen foto’s nemen binnen. De mis is bezig. Ik neem toch één van achter een pilaar. Ik tits Judith. De frustratie van de mislukte klim moet eruit. We komen bij de kerk die we gisteravond gepasseerd hebben en één die erop trekt met veel duiven op een plein ernaast. We dalen iets verder de trap af tot Paseo 3e Noviembre. We wandelen langs de Tacobamba rivier. Er staat een plakkaat: "Hou de stad proper, dit is reflectie van z’n inwoners." Een mevrouw is kledij aan het wassen in de rivier. We komen aan het plein van San Francisco. Het wordt gerenoveerd. De mevrouw van het koppel van Rome die ik gekruist had als ik op de blauwe route aan het trainen was schudt aan m’n mouw. “Pieter”. Ik moet opbiechten dat ‘k het niet gehaald heb. Ik wens hen veel plezier op de Galapagos. We vinden een gaspulletje. We gaan terug naar het hostel om te kijken of het past op ons kopstuk. Ja, het past. We gaan na de middag eens de andere kant uit aan centraal plein. We passeren het stadhuis, een koepelvormig hoekgebouw en een kerk om tot bij het park aan de San Blas kerk te geraken die gerenoveerd wordt. In de straat op weg ernaartoe eten we in een comedor voor studenten. We verdwalen wat. We eten mandarijntjes op een pleintje. Op een ander plein naast een colegio en een kerk zit ik te scharten aan een korst op m'n linkerbeen. We gaan nog eens terug in de kathedraal. Er is geen mis meer bezig. Voor we terug gaan naar het hostel gaat Judith naar een kapper. De punten van haar froefroe worden bijgeknipt. We gaan om groenten en brood voor morgen. We lekken aan een ijsje. We zetten ons op het terras en erna in een zetel binnen. Judith gaat naar een winkeltje. Ze wil haar GSM laten herstellen want de Blackberry dat ‘k gevonden had doet het niet goed. Ik zoek wat op en maak eten terwijl ze weg is. Ik zet foto’s over. We doen snel de afwas. Er is een vervelende, betweterige Amerikaan in de keuken. We maken zakken. Douche. Update map. Ik geraak moeilijker in slaap dan gisteren.

    10/11: Judith doucht. We krijgen weer hetzelfde ontbijtje. We zeggen dag tegen Danilo, een Colombiaanse jongen in een ander stapelbed waar ik wat mee gebabbeld had. We wandelen met zware zakken richting het parkje waar de stadsbus ons afgezet had. Er passeren enkele bussen maar ze gaan niet richting Terminal Terrestre. Uiteindelijk rijdt er wel één. We hadden de straat al een eind afgewandeld. Twee mensen geven pasaje aan ons want de machine in de bus geeft geen wisselgeld. We vinden een bus die naar Loja gaat. We moeten door een hekken, veiligheidscontrole. Amai. Ze checken niks. We zijn een beetje lastig voor mekaar omdat we slecht en weinig geslapen hebben. Het is een prachtige weg. We kronkelen door een groen, bergachtig landschap. Judith wordt niet goed. We verzetten ons achteraan naast de WC. We houden zakjes bij de hand. De dulce de leche potje is uitgelopen. Shit. Fast & Furious 8 is op TV. Na vier uur zijn we in Loja.

    Kommentare

  • 11Nov 2017

    10 LaBalsa 11.11.2017 Ecuador —

    La Balza, Ecuador

    Beschreibung

    Er is maar één busmaatschappij die naar Zumba gaat. We komen 2 dollar cash te kort. Ik kan geen geld afhalen. Judith toont onze paspoorten. We mogen door. Best, de volgende bus is pas om middernacht. We zetten ons allebei aan een verschillende kant, aan een raam. Judith komt naast me zitten als er meer mensen opstappen. We zien redelijk wat villa’s met zwembaden in de buitenwijken van Loja. We krijgen ticket. We mogen minder betalen. Ik eet broodjes. Judith niet, ze voelt zich nog niet goed genoeg. Ik slaap een stukje. We passeren dorpjes. De bus wacht telkens een paar minuten om mensen op te pikken. De weg wordt slechter. We komen in een fantastisch landschap. Wat een niemandsland. Het is (te) snel donker. Er is weer Fast & Furious op tv, de vijfde film deze keer. We vrezen dat Zumba zeer klein zal zijn. We zien toch wat verlichting. Judith blijft in de busterminal. Ik wandel de straat af naar het centrum. Ik moet rennen voor honden. Ik probeer de enige twee bankautomaten. Ze werken niet. Fuck! Aan de kruidenier zou ik enkel geld krijgen met een Pichincha bankkaart. Ik spreek mensen aan op straat. Een oude meneer haalt een zakje brood als ik probeer de Blackberry te verpatsen. In een bakkertje geeft er een meisje 5 dollar. Ik koop er Fanta mee. Ik krijg nog 4 dollar terug! Ongelofelijk, wat een solidariteit. Ik wandel de lange straat terug naar Judith in het donker. Er zoeven jonge gasten voorbij zonder helm op moto’s zonder lichten. De honden zijn kalm deze keer. We leggen ons boven in de busterminal op de matras. We slapen goed ondanks insecten.

    11/11: Ik sta op en ga naar WC. Ik was een plek uit m'n T-Shirt. We maken ons zorgen. We hebben niet genoeg voor de bus. Judith praat met de chauffeur. Het is Ok. We mogen elk 2 dollar betalen i.p.v. 2,25. Ik verpats de Blackberry. We kregen hem niet opgeladen en de gegevens op het SD-kaartje dat erin zat verdwenen. Ik krijg er 10 dollar voor. Het was allesbehalve goed onderhandeld maar beter of meesleuren of wegsmijten voor niks. We voelen ons weer iets zekerder. De bus is geen normale bus. Het is een camion met open zitplaatsen. Het doet denken aan een paardenkoets. We leggen de zakken achter ons. Ze verschuiven een beetje. We hobbelen een uurtje op gravel. We kronkelen door dorpjes in een prachtig landschap. We mogen toch minder betalen ook al zeg ik dat we nu genoeg hebben. Doodeerlijke behulpzame Ecuadoranen. Het is niet normaal. We komen in het gehucht LaBalsa. Er steekt een mevrouw ons voorbij aan de migratie van Ecuador. Een politieman voegt ons toe in een Excel lijst. We krijgen een stempel in ons paspoort als bewijs dat we Ecuador verlaten hebben. We steken te voet een brede brug over de Rio Blanco over en gaan een gebouwtje van de migratie van Peru We krijgen een klein, roze stempeltje. We zijn in Peru! Er staat een zwart busje. We steken de zakken op het dak. Ze liggen vast met een simpel touwtje. We kunnen geld afhalen in San Ignacio zegt de chauffeur. We rijden langs verharde wegen. Er liggen veel stenen op de baan. Er rijden redelijk wat gemotoriseerde driewielers. San Ignacio is duidelijk groter dan Zumba. De chauffeur zet ons af aan een bankautomaat dat werkt! We hebben Soles, de Peruviaanse munt! We zijn gered! De vriendelijke chauffeur zet ons af op een binnenpleintje waar er collectivos zijn die naar Jaén rijden. Ik haal eten om de hoek. Judith let op de zakken. Ik vind bananen. Andere passagiers waren ongeduldig. Ik was nochtans snel terug. We rijden goed door op kronkelbaantjes. Het is warm. De airco haalt het niet. We stoppen aan een fruitkraam. Het wordt nog warmer. We stoppen in Jaén op een kleine parking.

    Kommentare

  • 12Nov 2017

    11 Trujillo 12.11.2017 Peru —

    Trujillo, Peru

    Beschreibung

    De chauffeur zei dat we naar Chiclayo moeten voor we naar Huaraz kunnen. We nemen een driewieler. Hij zet ons af aan drie verschillende busterminals. De eerste zegt dat we naar Trujillo moeten. De derde is het goedkoopst maar moeten we wachten tot vanavond. We gaan terug de hoek om. We kunnen daar een bus nemen die om 16 uur vertrekt. We eten wat. Er zit een kip in een doos in de laadruimte haha. De bus vertrekt. Twee jongens die alles ingeladen hadden komen snoepjes verkopen. Ze worden toch wel betaald? We stoppen. Er is politiecontrole. Ze nemen onze ID kaart en controleren de passagierslijst. Ik erger me aan de persoon voor me die zijn stoel volledig naar achter plooit zonder me iets te vragen en aan de persoon achter me die met z’n voeten in m’n rug stampt. Er is toch een verschil in opvoeding merkbaar. Er is geen airco of wifi. Het maakt allemaal niet uit. We gaan door een machtig landschap!! Ik hang met m'n hoofd uit het raam, mond open. Het wordt jammer genoeg donker. Ik zie waar we heen rijden door lichten van zware trucks. Er zijn slechte Chinese actiefilms op TV. Ik was in slaap aan het vallen als we stoppen aan een wegrestaurant. We eten een derde keer kip met rijst. Ik slaap erna met af en toe een oog op de weg. Ze maken ons wakker in Trujillo. We worden eruit gezet aan een rondpunt. We gaan een winkeltje naast een tankstation binnen. We kopen om het uur iets en wachten tot het licht wordt.

    12/11: De mevrouw wil kuisen. We moeten even naar buiten. We gaan niet meer naar binnen ondanks dat er één zegt dat het een gevaarlijke buurt is. We steken het rondpunt over. Twee mannen zeggen dat we niet naar Transporte 14 moeten. We gaan terug. Een taxichauffeur zegt van wel. We gaan weer terug. We gaan Calle Moche af. Het wordt licht. Een meneer die plastiek flesjes verzamelt zegt dat we er bijna zijn. De poort is nog gesloten. Een taxichauffeur legt uit dat die maatschappij enkel ’s nachts rijdt. Er komt iemand buiten die dit bevestigt. De taxi voert ons naar een andere maatschappij genaamd Linea. De eerste bus naar Huaraz vertrekt om 9:30 uur. Judith gaat om broodjes. We eten ze meteen op. Er is voetbal op het scherm in de wachtzaal. Komende woensdag is de barragematch voor het WK tussen Peru en Nieuw Zeeland. We checken onze bagage in en stappen op. Er zijn leren zetels. We hebben een massa beenruimte. Ik val meteen in slaap. Ik kom wakker in Chimbote. Het is een vuile stad. We kunnen de Stille Oceaan zien. De bus stopt kort aan de terminal. Het is een enorm droog landschap. De weg erna is in zeer slechte staat. De bus draait na een tijd de bergen in. We kronkelen tot op een pas.

    Kommentare

  • 17Nov 2017

    12 Huaraz 17.11.2017 Peru —

    Huaraz, Peru

    Beschreibung

    De Cordillera Blanca ligt half in de wolken. Er is politiecontrole voor we de stad Huaraz binnenrijden. We zien veel arme boeren op de flanken die wonen in krotjes. Ik ga naar de WC in de busterminal. Ze lossen de kippen uit de laadruimte. Judith zoekt hostels op maps.me We wandelen in de hoofdstraat en komen op Plaza de Armas. We vragen de prijs aan hostels in de straat erachter en een straat verder op een pleintje. Het is duurder dan op Booking. Een derde hostel is lichtjes goedkoper. Het is een kamer aan de zijkant van een huisje van een oud mevrouwtje. We halen koeken, nemen een lauwe douche en gaan slapen. We zijn zombies.

    13/11: We blijven liggen. Ik bel eens naar mama en chat met Simon. We wandelen terug naar Plaza de Armas. We vinden een artisanaal marktje in een ministraatje. Judith vindt de kledij specialer dan in Ecuador. We gaan om eten in een supermarkt. Het is niet goedkoop. We eten cake op een bankje. We drinken Pepsi. Het helpt tegen onze buikpijn. We wandelen erna de hoofdstraat af tot we bij een rivier komen. We draaien een marktstraatje in. Er ligt overal groenten en fruit op straat. Het stinkt. We doen toertje blok en draaien terug richting het hostel. En de WC! Judith belt met Margot. We gaan erna naar meer toeristische pleintjes en komen bij Café Andino. Judith koopt nootjes bij een mevrouwtje die ons het gebouw aangewezen had. Er is niemand in het café en in een kantoortje in een hoek aan de trap waar er normaal een gids zit, is er ook niemand. We hadden gehoopt hier info te krijgen over de wandelingen in de omgeving. Het stond aangeraden op het internet. We gaan terug naar de veel te drukke marktstraten. Er staan geen prijzen op het brood. Judith haalt wat groenten op de 1e verdieping in het gebouw binnen. Het is er te druk. Ik zet me uitgeput op een bankje op de Plaza de Armas. Judith gaat om nog eten. We lossen het eten in de kamer en gaan op zoek naar de plaats waar we morgen een bus kunnen nemen. Calle Simon Bolivar is vol collectivos. Bingo. We gaan eten. Na enkele restaurantjes vinden we één met frietjes. We halen geld af. We dwalen rond aan Plaza de Armas. De indigena kraampjes gaan open. We kopen een oliebolkoek en hamburger in een omgebouwd VW busje als dessert. We nemen een douche en kijken naar Running Wild met Bear Grylls en Shaquille O’Neil op bed voor we in slaap vallen.

    14/11: We blijven liggen. Judith doucht. Het oud mevrouwtje houdt wat spullen bij van ons. We wandelen naar een collectivo. We halen brood en ontbijten. Een broodje met eierkoek is niet incluido bij de chocomelk. We hebben een magnifiek zicht op de Cordillera Blanca vanuit het busje. Wat een kloefer is de Huascaran! Het is niet normaal! Ik ben ferm onder de indruk! De chauffeur rijdt snel. Het piept luid als hij over de 90km/u gaat. Dat is dus bijna heel de weg haha. We stoppen kort in Yungay. We gaan eruit in Caraz. We wandelen een paar blokken. We nemen een auto naar Cashapampa. We zien dat locals minder betalen als er één uitstapt aan een dorpje ervoor. De chauffeur stopt kort om z’n koffer te herstellen met ijzerdraad. Als we uitstappen spel ik hem de les. Het is opnieuw hetzelfde liedje als in Nicaragua. Hij rekent zogezegd meer aan voor onze zakken terwijl er een oude meneer zware juten zakken mee had. We merken een duidelijk verschil tussen Ecuador en Peru. We worden hier minder als personen maar als gringo’s met geld behandeld. De gemiddelde Peruviaan is meer toerisme gewend dan de Ecuadoraan. Een ranger springt uit een auto. We moeten ingang betalen voor het Parque Huascaran. Ik praat kort met de ranger. We stijgen door een geul die ik al gezien had vanuit de auto. Het is warm. We volgen een rivier links van ons. We rusten een paar keer en eten bananen en cake voor ze slecht worden. We passeren een paar ezels en mensen. We komen op een eerste campingplaatsje. Een gids zegt dat het nog 2 uur naar Llamacorral Camping is. Deze is aangeduid op maps. We stoppen onderweg en eten zouten koekjes. Ik heb last van m'n darmen. We komen na een uurtje en half aan Llamacorral. Er staan een paar tenten achter een muurtje. We wandelen er een beetje voorbij. We vinden een plat stuk gras. Oef de zak mag af! Onze schouders hielden het niet meer. We zetten de tent. Ik blaas de matrasjes op. Judith maakt eten. Maïssoep met brood. Het smaakt en vult! We gaan nog even naar de rivier. We genieten van de laatste zon die we het laatst zien op de Taulliraju rechts in de verte.

    15/11: We slapen niet zo goed. Het was warm maar ik heb veel liggen draaien. Judith staat op met heimwee. Ik ook een beetje. Terwijl Judith op haar gemak ontbijt ruim ik alles op. Er passeren mensen. Twee curieuze hondjes komen snuffelen. Ik eet een halve pak vanillekoekjes op. Het is vals plat. We passeren twee meren waarvan het eerste overgroeid is. We zetten ons even na het tweede. We denken dat het ferm stijgen zal zijn en eten de rest van de pak en nootjes op. Opnieuw passeren enkele mensen ons. We gaan verder. We komen op een brede zandvallei. Een meneer en enkele ezels vergezellen ons. Ze hebben het moeilijk. Ze zetten zich af en toe. We komen aan een rivier. Mensen die ons ingehaald hadden komen langs de zijkant. Er is een splitsing na de brug. We gaan links zoals de meeste mensen en klimmen via een zigzagpad naar boven. We komen om de hoek op een grasveld. Dit is Mirador Alpamayo. We zien enkel het onderste van de gletsjer. De top van de Alpamayo ligt in de mist. Judith maakt broodjes met avocado, tonijn en tomaat. Ik heb weer last van darmen. We laten zakken liggen en stijgen traag tot aan een meer. Een fransman met dreadlocks van een groep neemt een foto van ons met de prachtige gletsjer. Judith voelt zich zwak. We blijven niet te lang. Het miezert op de terugweg door de vallei. Gelukkig heeft het niet door de zeilen van onze zakken geregend. We volgen een zijlings pad en komen bij de volgende kampeerplaats: Taullipampa op 4250m. We zetten de tent. Het regent. Ik pomp matras op onder een paar platen van een vervallen WC kotje. We wachten in de tent tot het stopt met regenen. Ik heb opnieuw last van m'n darmen. Judith maakt noodles. We zitten op een fantastische plaats. We zijn omgeven door bergen, jammer van de wolken. Hopelijk is het morgen beter. We duffelen ons in en slapen.

    16/11: Ik piep buiten. Er zijn iets minder wolken. We nuttigen twee zakjes cornflakes als ontbijt, die met chocosmaak zijn het lekkerste. We ruimen op. Judith haalt water en wordt achtervolgd door een kleine bruine stier. We beginnen te wandelen. Het is stijgen. De groep is al vertrokken. We halen een meisje in met hoogteziekte. Ze gaat heel traag. Een meneer van dezelfde groep blijft bij haar. De kokkin haalt ons in met muziek. Ik geraak snel boven in een goed tempo. Judith volgt op 2 minuten. We zijn op Punta Union 4750m ! We hebben mooi zicht op de dichtstbijzijnde bergen, een meer en de vallei waar we uitgeklommen zijn. De Taulliraju blinkt. Heel eventjes is de top van de Artesonraju zichtbaar. Dit is de berg in het logo van Paramount Pictures. De Alpamayo blijft in de mist. We blijven het langst. De gepakte ezels zijn al gepasseerd. We dalen op ons gemak. We voelen spetters en doen een regenjas aan. We halen de groep in. Ze zaten te rusten aan een meertje rechts. Er is veel zon en plots ook regen en weer zon. Gek weer. We dalen verder. Judith krijgt honger. Als het stopt met regenen zetten we ons op een grasveld met zicht op de Chacraraju. De meneer die het meisje hielp zet zich bij ons. Het is een Canadees van Montreal. Meer mensen zetten zich bij ons. We komen te weten dat de Fransman reist met een werkloosheidsuitkering. Judith maakt noodles met tonijn en tomaat. Als we verder dalen begint het weer te regenen. We komen snel bij de Paria Campingplaats. Er is niets te zien behalve het plakkaat. Het begint plots te hagelen. Het zijn bolletjes zo groot als babygun kogeltjes. Auw m’n hoofd. De KW houdt niks tegen. Er galmt en flitst snoeiharde donder en bliksem vlak boven ons. We schuilen onder bomen maar het helpt niet zoveel. We gaan verder als we mensen van de groep zien passeren. Ik krijg Judith haar muts, haar kap houdt de hagel wel tegen. We gaan door een witgeschilderde vallei. Paarden trekken zich niks aan van het onweer en grazen op het gemak verder. We zien enkele alpaca's. Ik was even gestopt maar het regent weer harder. We haasten ons naar het kamp: Huaripampa. We zien een WC tent staan. Links van een boom zitten enkele lokale mensen gehurkt met flesjes drank voor zich. Gek! We plaatsen onze tent onder overgroeiende takken rechts van de boom. Judith pompt de matras op. We doen alle natte kledij af en kruipen in de slaapzakken. We waren onderkoeld aan het geraken. We komen niet meer uit de tent. Rust.

    17/11: Ik slaap niet. Judith een beetje. Ze hangt kledij te drogen, haalt water en maakt champignonsoep. We doppen er broodjes in. Ik doe uiteindelijk natte broek aan. We ruimen alles op omdat de zon niet fel genoeg is. De natte kledij kan niet drogen. Onze zakken zijn nat en vuil. We dalen een stukje en moeten ons registreren aan de grens van het Huascarán park. We komen stilaan terug in de beschaving. In het dorp Huaripampa schooien er mensen. Eerst een oud meneertje, of we geen snoepjes hebben, dan een jongetje die ons de weg wijst die zegt ‘regalame’ en dan een mevrouw of we niks hebben tegen de hoest. We kunnen er drie keer niet op ingaan. Ik vul water bij aan een bocht. We wandelen te ver en missen een afslag naar Vaqueria. We worden opgepikt door een busje dat passeert. De meneer vraagt geld. We kruisen een ander busje. Deze gaat naar Yungay. We stijgen in de mist via een zigzagbaan. Op de pas gaan we door een stuk dat duidelijk weggeblazen is in de rotsen. De chauffeur stopt. Een korte pauze. De top van de Huascaran ligt in de mist. We dalen. De weg is in slechte staat en draait en keert. De chauffeur duidt een plaats aan waar er busje rechtdoor geslipt is. Er staan enkele kruisen. We zien het meer van Llanganuco liggen. Ook de bergen Pisco en opnieuw de Chacraraju zien we kort door de mist. We passeren het begin van het pad naar Laguna 69. We zijn te moe, uitgeput van de hagel en de slechte nacht. De Toyota Hiace rijdt het park uit door een indrukwekkende kloof. Als we verder dalen zien we dat de kloof de splitsing vormt tussen de nevados van Pisco en de gigantische joekel Huascaran. Ik had een stukje van de achterruit gekuist met een doekje als we gestopt waren op de pas. Ik kan daardoor iets beter zien/ foto’s nemen. Ik baal toch dat we niet even kunnen stoppen. We eten in Yungay in een restaurantje op de hoek van het centraal park. We nemen erna opnieuw een collectivo naar Huaraz. Er is weer niemand aan Café Andino. We komen de Spanjaard tegen met dezelfde zak als mij die we in Popayan gesproken hadden. Hij gaat morgen naar Laguna 69. Ik baal. We hadden beter doorgebeten en geprobeerd!? Terug in het hostel douchen en rusten we. Ik leg alles open om te drogen. Judith gaat om hamburgers naar het VW busje op het pleintje en om een nieuw adapterstukje. Dat van Elbia uit Guapiles, Costa Rica werkte niet meer.

    18/11: Ik heb weer ferm last gehad van m'n darmen deze nacht. Ik stap ook met het verkeerde been uit bed. Judith maakt de zakken klaar. We halen broodjes bij de bakker en bananen en vlees in de supermarkt. Ik ontbijt op de Plaza de Armas. Er is weer niemand in Café Andino. Geen derde keer goede keer. We halen geld af. De bank rekent pas achteraf kosten aan. We konden niet meer annuleren. Dat is ook niet zoals het hoort. We gaan terug naar het hostel, betalen het mevrouwtje en gaan op zoek naar een bus die naar Chiquian gaat. Aan busjes naar Caraz zeggen ze dat het niet ver van het hostel is. Lap. We moeten terug. Er is een busje om 14 uur. We laten onze zakken er liggen en gaan eerst om eten. Judith gaat ook naar de toeristische dienst tegenover Plaza de Armas. De Cordillera Huayhuash wordt ons afgeraden. Het gaat niet zonder gids. Op dit moment is er rond de bergketen zeer slecht weer. Vooral het laatste geeft de doorslag om er niet naartoe te gaan. Damned. De deur van de busmaatschappij is op slot. Het is middagpauze. We gaan op zoek naar de goedkoopste bus naar Lima. Judith wacht er. Ik ga terug om de zakken. Ze zeggen dat het maar een klein beetje regent in Chiquian. Ze moeten natuurlijk hun tickets verkopen. Ze zeggen dat de toeristische politie het ons afgeraden had omdat er een jonge Canadees verdwaalt was in het gebergte en ze willen herhaling vermijden. Ik doe het verantwoordelijkste, annuleer de bus naar Chiquian en haast me terug naar Judith die wacht aan de bus naar Lima. Ik moet lopen met twee rugzakken. Ik zweet als een rund! Ik haal het net. We kunnen nog juist mee. We kopen tickets op de bus. We eten chocobolletjes. We passeren langs een meer en Conococha en dalen via een kloof. Er zijn veel scherpe bochten. Onze waterfles valt. Gelukkig op niemand z’n hoofd. We passeren watermeloenvelden. Het wordt droger. Er volgen zandvlaktes. We komen bij de kust op de Panamericano Norte. Twee vakken in perfecte staat worden niet gebruikt. Ze zijn afgezet met betonblokken. Dit terwijl we veel in de file staan. WTF? Er staan krotjes rechts op de stranden van de Stille Oceaan. Een gigantisch stuk land is eigendom van een mijnbedrijf. We zien camions op en af rijden. Het wordt donker. We leggen ons achteruit als de persoon achter ons uitstapt.

    Kommentare

  • 19Nov 2017

    13 Lima 19.11.2017 Peru —

    Lima District, Peru

    Beschreibung

    We zien lichtjes in de verte, veel lichtjes. Lima is een gigantische stad. We rijden langs een grote, louche buitenwijk met krotjes tussen zand. Er zijn geen straten. Er liggen hier en daar banden die in brand staan. Er is een plakkaat met het opschrift ‘Quien entre nunca sale’. Hard. De bus blijft even rijden door Lima. We stoppen aan Terminal Norte, een modern gebouw, precies een luchthaven. We rijden nog even verder, nu ja rijden, de bus staat meer stil in het centrum. We worden afgezet in een vuile buurt. Ik schud de buschauffeur de hand en bedank hem. Hij heeft het goed gedaan, zeker aan een zot rondpunt onder een verkeerswissel. Ik had er niet willen rijden. We gaan eten in een comedor aan de overkant van de straat. Ze hebben goede frieten! We zoeken erna een hostel, die aan de overkant waar ik voor het eten een kamer gevraagd had in de lobby heeft plots geen kamer meer. De inkom van een ander hostel in de straat ziet er afschuwelijk uit. Een ander dichter bij het centrum is te chique. We vinden één met vlaggen op de voorgevel om de hoek van een druk kruispunt: Hostal Tauro. Het ziet er Ok uit tot we de kamer instappen. Het is een muffe, vochtige ruimte. Er zijn bloedvlekken op de lakens. Er staat een spiegel recht tegenover het bed. Is dit een rendez-vous hotelletje? Ja hoor, je kan kamers per uur huren haha! Een warme douche en slapen in de slaapzakken.

    19/11: We slapen heel goed. Judith zoekt online een bus naar Cusco. We willen hier niet nog een nacht blijven. Ze boekt snel. De bus vertrekt vandaag om 16 uur. We laten de zakken in de kamer en wandelen door Lima. We gaan richting het noorden. We vinden een bakkertje en zetten ons met broodjes op de Plaza de Armas. Het plein is groot. De kathedraal en een gebouw van de overheid springen het meest in het oog. Er is één of andere religieuze stoet bezig. We gaan richting de Malecon, een rivier. Het trekt op niet veel. De straat na de brug over de rivier is volledig geel. Het voelt voor het eerst een beetje toeristisch. We eten bananen. We gaan via een andere weg terug naar het zuiden. We passeren de San Francisco kerk. We herkennen verder in de straat een plein met een standbeeld van een man te paard waar we gisterenavond laat hebben rondgedwaald: Plaza San Martin. We komen op Avenida via vuile straatjes. Er is een doordringende urine geur. Het is een lelijke straat met veel verkeer en bijgevolg smog. Het Sheraton Hotel valt op in z'n grootte en lelijkheid. We gaan terug richting het hostel. We maken zakken en checken uit. We wandelen naar de bushalte. Het is een halfuurtje. We passeren rechts een park waar we de ingang niet van vinden. We halen tickets en wandelen rond in de buurt. Het nationaal voetbalstadion is vlakbij. Hier scoorde Farfan een paar dagen geleden tegen Nieuw-Zeeland waardoor Peru naar het WK gaat. We zetten ons op Plaza Manco Capac. Een Inca koning die met z’n zus trouwde. We halen eten en drinken in een supermarkt op de hoek. Judith gaat een paar keer terug. Ik let op de zakken. Het wordt warmer. Ik verzet me in de schaduw. We gaan erna naar de busmaatschappij. We wachten in de terminal. Er is voetbal op TV. Oude meneertjes verkopen drankjes aan de ingang. Een stout meisje is lastig voor haar mama. Er zit een demente mevrouw naast Judith. Een gek smijt iets op het raam. We checken de bagage links in. We zitten boven vooraan. Judith had het zo geboekt. Fantastisch. We kunnen alles goed zien. De bus van Econociva vertrekt. We rijden langs Pisco en Ica. Er zijn twee wraakfilms op TV. Cold in July en John Wick. De laatste is cool. Na Ica zijn er problemen met de bus. We staan 4 uur stil. Ik leg me helemaal achteraan over twee zetels met m'n benen over de middengang.

    20/11: We vertrekken opnieuw rond 2 uur. Ik heb last van m'n darmen. Gelukkig is er een goede WC met luchtverfrisser op de bus haha. Ik leg me terug achteraan, benen gestrekt, over vier plaatsen. Judith ligt vooraan in een bolletje. We slapen een uurtje of 2-3. We zijn voorbij Nasca als we wakker worden. Hier zijn er door Inca's figuren in het landschap getekend. Judith ziet één gezichtje op een bergflank. Ik een vogel. Meer zien we niet van de fameuze Nasca Lines. Veel toeristen vliegen in kleine vliegtuigjes over dit droge landschap om de figuren te spotten. De bus klimt. We komen aan asfaltwerken. We babbelen met een meneer waar we gisteren mee stonden te praten aan een wegrestaurant. We verliezen een uurtje of twee. De bus stijgt in de altiplano. We zien meren, alpacas en vicuñas. Er zijn er twee die vlak voor de bus wegrennen. We dutten. We dalen vallei in via kronkelwegen. Het doet wat aan de Ardèche denken maar grootser. We stoppen halverwege tussen Nasca en Cusco in een dorpje aan een tankstation. Ik was me aan een lavabo buiten. Het is warm in de bus. Er zijn geen ramen vooraan. We eten soep en kip met rijst. Het winkeltje ernaast is niet open. We dalen verder via een kloof tot de stad Abancay. Erna is het opnieuw stijgen uit de stad. We zien witte toppen in de verte. Er is een slechte film op TV: Hachi. Een hond die iedere ochtend blijft wachten jaren na de dood van z'n baasje gespeeld door Richard Gere. Het wordt donker. De films verslechten zowaar. Er spelen nu kortfilms met een moraal. In één discussiëren een moordenaar die spijt heeft en een gierige geldwolf met een engel en een duivel. De moordenaar gaat naar de hemel. De geldwolf naar de hel. De Peruvianen in de bus kijken met volle aandacht. Voor ons is dit belachelijk. Ze komen hier toch een paar decennia achter.

    Kommentare

  • 01Dec 2017

    14 Cuzco 01.12.2017 Peru —

    Wanchaq, Cusco, Peru

    Beschreibung

    We komen in Cuzco na 30 uur op de bus! We wandelen in het donker naar het centrum. Het doet deugd na zo lang zitten. De hippe Inka Wild Hostal heeft niet dezelfde prijs als op booking. Het is dubbel zo duur. we gaan naar La Estrellita, een hostel dat het tof Chileens fietserskoppel aan de Cotopaxi aangeraden had. Er is nog een kamer vrij. Er is een binnenplein. We halen iets om te eten om de hoek. We douchen. Er is warm water maar niet lang. We leggen de matrassen op mekaar. Het slaapt niet zo goed. We gaan elk terug in een bed.

    21/11: We slapen echt lang, tot na 10 uur. Het is nodig. We krijgen een lekker ontbijt buiten op het pleintje. Oplos koffie, broodjes met boter en lichtbruine suiker en een spiegelei. Ik praat met drie motorrijders. Het zijn twee Australiërs en een Britse. De Britse heeft haar Honda gekocht in Colombia. Ze heeft er geen rijbewijs voor en als de politie het vraagt toont ze haar autorijbewijs. Dit is al telkens gelukt tot nu toe. Ze kennen een straat in Cuzco waar er moto’s worden verkocht. We babbelen. We zouden kunnen stoppen waar we willen zo ook op verlaten, rustige plaatsen. Met de bus komen we telkens in drukke busstations en steden terecht. We zouden meer vrijheid hebben en gaan dan ook de straat bekijken. We gaan alle motorwinkels binnen en doen een babbeltje. We zullen er eens over nadenken. We gaan erna via de Avenida del Sol naar het centrum. We stoppen kort in het hostel. Judith haalt groentjes. Cuzco is gezellige stad! Vooral de Plaza de Armas en de Plaza San Francisco vallen op. Er zijn veel kerken en steegjes. Het is de mooiste stad die we al tegen gekomen zijn in Amerika. We stijgen via trappen tot Sacsayhuaman, stenen ruïnes van de Inca’s op de rand van de stad. Ik moet dringend naar het WC. Ik spring een klein muurtje op m de weg af te snijden. Ik mag niet van de kuismevrouw. Ze zal de politie moeten verwittigen. Ik repliceer “Necesito ir al baño.” Ik ga toch naar binnen. Ze staat te wachten als ik naar buiten kom. Ze begeleidt me naar de ingang. Het is duur om de sites te bezoeken. We zien de bekende stenen al aan de zijkant. We nemen de foto en gaan terug naar beneden via een andere route. We passeren een kerk met een plein waar we mooi zicht hebben op Cuzco. We gaan terug naar de straat met moto’s en beslissen om de zwarte moto 150cc van het merk Ronco te kopen in de winkel op de hoek. We zitten er comfortabel op en er is plaats om een rek achteraan er op te zetten. Samuel maakt de papieren op. Hij gaat mee met ons om geld af te halen. Het lukt uiteindelijk met alle kaarten in verschillende banken. Erna gaan we naar een notaris. Het paspoortnummer moet op het document vermeld worden. Ik heb enkel m'n identiteitskaart bij. We gaan naar het hostel, een internetcafé en terug naar de notaris. Ik moet een vingerafdruk op het document plaatsen. Jawadde. We gaan terug naar de motorwinkel. We krijgen een kopie van het document van de notaris en we betalen. We moeten morgen terug komen. We halen spaghetti. We koken samen. Het smaakt enorm met Parmezaanse kaas. Afwas. Douche en slapen.

    22/11: Judith doucht. We ontbijten. We gaan toch terug naar de motorwinkel. Ik test de moto in een straatje. De remmen zitten rechts, de versnellingen links. Ik geraak al in tweede. Neutraal is licht omhoog klikken. We krijgen een kopie van het verkoopdocument. Judith gaat om fruit. We zoeken een bus naar Maras. We vinden een collectivo aan Puente Grau. We worden afgezet aan een kruispunt. Het is te ver om te wandelen. We moeten een taxi nemen. Die brengt ons naar Moray. We betalen veel om binnen te mogen in de archeologische site. Er zijn drie cirkelvormige terrassen. De functie ervan is onbekend. We wandelen er 40-tal minuten. Ik duik eens onder een balustrade. Het mocht niet jaja.. De chauffeur brengt ons na z’n middagdutje naar Salineras. We zien op een kaartje op het ingangsticket dat er een wandelweg is die richting Ollantaytambo gaat. We betalen de chauffeur en wandelen langs de zoutvakjes via een vallei naar de rivier. We nemen een collectivo. We staan recht tot er mensen uitstappen. Er ontsnapt een cavia in het busje. Ik vraag of het een huisdier is. "Nee, is om op te eten!" is het antwoord haha. Ollantaytambo is mooi. Er zijn veel smalle straatjes en een centraal plein. We zien de archeologische site tegen de bergflank liggen. Wow! We klimmen naar boven langs de trappen. Er is veel wind. We gaan naar rechts. Judith trapt stenen los vlak naast het pad. Ze heeft een Inca stad bezoedelt! Vernieling van cultureel erfgoed! We dalen af via een andere flank. Er zijn nog ruïnes op een flank aan de andere kant van het dorp waar een gezicht van een Inca links op de berg is uitgehouwen. We wandelen langs oude waterkanalen naar de ingang. We komen op een parking. Er zijn enkel tourbussen. We gaan terug naar de Plaza de Armas. Judith houdt een auto tegen. Het is een keramiekverdeler. Hij wil hetzelfde als een collectivo. Dat is uiteraard Ok. We babbelen. Hij zet Bob Marley muziek op. Hij zet ons voor een kleine prijsje nog af aan Chinchero. We zien de ruïnes vanop een afstand vanaf een uitkijkpunt. Het is minder spectaculair als wat we vandaag al gezien hebben. Er stopt een Frans koppel met een jeep. Ze trekken de wereld rond op zoek naar een plaats om te wonen. Ze zullen waarschijnlijk terug gaan naar Brits Columbia. We geven hen gelijk! De meneer zet ons af niet ver van Plaza de Armas in Cuzco. We maken de rest spaghetti. We babbelen met een meisje van de Krim. Ze fietst al vanaf Colombia met haar vriend. We drinken thee. Douchen en slapen.

    23/11: We slapen uit en ontbijten rond 8:30 uur. Ik snij alle broodjes door om net als Judith beide kanten te kunnen beleggen. We leggen extra spullen in het fietskot. De Australische en Britse motorrijders die ons de motorstraat getoond hebben rijden vandaag naar Bolivië. We zwaaien. We wandelen naar Acropata Avenida. We vinden een collectivo naar Mollepata. Het is een felblauwe auto met een derde rij zetels in plaats van een koffer. Iedereen stapt uit in Limatombo. De chauffeur zet materiaal af en brengt ons naar het bergdorp Mollepata. We betalen vanuit de auto de ingang aan een mevrouw. We worden gedropt aan een pleintje. De chauffeur wijst waar de Salkantay Trek begint. We vragen aan omstaanders en kijken op maps. We verdwalen niet! Ik merk dat het kompas niet meer aan m'n rugzak hangt. Is het gepikt of er gewoon afgevallen? We komen stilaan uit het dorp. Hier en daar staat nog een huis. Het is klimmen!! Zwaar klimmen! Zweten! We stoppen en zetten ons in de schaduw. We eten bananen. Aan een kruising wijst een boertje ons de weg. Er staat een plakkaat. We moeten opnieuw ferm stijgen, meer dan 1000m. We passeren een mirador met een lopende waterslang en een WC. Ik heb iets verder last van m'n darmen. We blijven stijgen langs de bergflank. We zien rechts een autoweg. We komen aan de Mirador Chinchikuma. De WC is niet open. We zetten ons aan overdekte bankjes en nuttigen thee, koekjes, noodles, wortels en tomaten. Ik klim een stukje en zet aan een kanaaltje de tent op. Ik blaas de matras op en smijt hem al in de tent. We denken dat we de Salkantay al zien maar het is de Tukarway in de verte. We trekken ons terug als het kouder wordt. Er passeert een herder met een hond. De laatste pist tegen de zijkant van onze tent. Helaba?!

    24/11: De tent is nat van de dauw. We eten chocopops. We wandelen naast het kanaaltje. Het is mistig maar het klaart iets later op. We zien rechts in de verte om de hoek de Salkantay verschijnen. We wandelen op een zeer smal pad, links het kanaaltje, rechts de afgrond. Een jongen die een kruiwagen duwt zegt dat er niks is in het laatste dorp Soraypampa. We moeten groenten vragen in de eerste refugio die we tegenkomen. We krijgen wortels en tomaten. De meneer waarschuwt ons voor slecht weer. We gaan een paar huizen en tenten voorbij. We eten appels. Er vertrekt juist een groep van 20-tal jongeren. We stijgen en klimmen uit het dal. We doen haasje-over met de groep. Zij stoppen veel. Wij gaan iets trager door de rugzakken. We zetten ons aan een splitsing en maken een broodje tonijn. We stijgen tot aan een groene vlakte. Het is pittig. Ik vul water bij. Een gids neemt een foto van ons. Hij grapt "10 Soles" haha. We komen als eerste op de Abra de Salkantay, het hoogste punt van de trek. Een helper neemt een foto van ons. Hij heeft waarschijnlijk nog nooit een kodak in z’n handen gehad. Hij kauwt samen met andere helpers coca bladeren. We blijven tot we te koud krijgen. De groep is al een tijdje vertrokken. We eten een pak vanillekoekjes. De Salkantay is zo goed als de hele tijd in de mist gebleven. Jammer. We horen lawines. We zien meer als we dalen. We komen terecht in een mooie vallei. We blijven gaan terwijl de groep stopt. Het is nog vroeg. We komen na de vallei in een groen landschap met links en rechts steile wanden. Er zijn veel muggen en vliegen. We passeren een plat stuk gras rechts. Ik vraag aan een boertje dat links voor z’n huisje zit of we er mogen kamperen. Betalen… We gaan door. We passeren verder een schuin stukje gras die iets hoger ligt. Ik zet te tent. Het is te schuin en er is onvoldoende ruimte. We eten er en gaan verder. We beginnen moe te worden. Het is donker. We zetten de tent op het midden van het pad. Er passeert een ruiter. Zijn paard verschiet, hinnikt en balkt. De ruiter zegt dat we er niet kunnen slapen want er zullen nog paarden passeren deze nacht. Het dorp Chaullay is maar 5km. We komen er al snel. We vinden een stuk gras maar het is niet plat genoeg. Veel buitenlandse toeristen zijn aan het eten op terrassen aan huizen. Ik vraag aan een mevrouw of we de tent niet op gras mogen zetten naast hun woning. Ze zegt dat we hem beter op de eerste verdieping plaatsen want het zal hard regenen vannacht. Ok, oef. Dat is vriendelijk. We maken de tent vast aan stokken en een stoel.

    25/11: We horen harde regen op de platen boven ons. Als de zon komt piepen ruimen we langzaam op. We bedanken de mevrouw en halen bananen en cola in haar winkeltje. We wandelen op een weg. Aan Colpapampa steken we de Rio Santa Teresa over. Het is steil stijgen en nog eens. De rivier zit rechts van ons en is al snel ver onder ons. Ik spreek met twee gasten. Het is normaal 4 uur naar het dorp LaPlaya. Het is snikheet. We stoppen aan het eerste riviertje dat we kruisen. We wassen ons. Het doet enorm deugd. Ik zeep m'n T-Shirt in. We stijgen en dalen langs het pad. We passeren hier en daar hokjes met mensen die fruit en drankjes verkopen. Judith slurpt grenadillas. Jekkes! We komen in Sahuayaco, een redelijk groot dorp. We wandelen overal voorbij. We hebben normaal nog genoeg eten bij. We steken een rivier over over een gammel houten brugje waar er geloof het of niet ook geladen vrachtwagens over rijden. We wandelen opnieuw op de weg. We stoppen af en toe en rusten in de schaduw. Zo ook onder een voetgangersbrug in een bocht. We vinden iets verder een onafgewerkt huis. We denken eraan om hier te kamperen maar ik merk een huisje op er niet ver vandaan waar er geluid is. Er liggen ook karton en een tandenborstel op de grond in een andere ruimte. We zouden ons hier niet op ons gemak kunnen voelen. We wandelen verder. We slaan rechts een wandelpad in. We moeten trappen op die door de Inca's gelegd zijn. Ik geloof het. Er zijn veel campinkjes. We wandelen er voorbij. We komen aan een overdekt bankje in een bocht. We denken kort om daar te slapen maar het is niet realistisch. Er is te weinig plaats. We klimmen een stuk verder en zetten de tent weer in het midden van het pad. Er zijn geen paardensporen, wel veel vliegjes. We eten in de tent. Er passeert een meneer met een hond. Ze zeggen dat we er niet kunnen slapen. We beloven dat we dat zullen doen maar het al bijna donker en we vallen toch in slaap. Ze kunnen onze schoenen stelen!

    26/11: Maar dat is niet gebeurd. Het heeft wat geregend, ook als we wakker worden miezert het nog. Er zijn veel wolken. We hadden de wekker gezet maar bleven nog wat liggen. Ik groet een meneer die al aan het werk is tussen de bomen op de flank. We moeten verder stijgen. We hebben het zeer moeilijk. We zijn allebei ziek. Keelpijn is het verdict. Ik zet me aan het eind van de trappen. We eten de laatste bananen. Het gaat al iets beter. We stijgen tot we een mirador passeren. Het is een camping, geen Machu Picchu te zien. Er zijn teveel wolken. We dalen en komen bij een archeologische Inca site genaamd Llactapata. Het zijn twee heropgebouwde vertrekken met een midden gang waar een greppel op uitkomt. We zetten ons aan stenen. Judith maakt champignonsoep. De wolken verdwijnen, het klaart op. We zien Machu Picchu in de verte tussen twee bergen verschijnen! De oude Inca stad lijkt niet zo groot vanaf hier. We dalen verder. We passeren een lodge met een grasveld. Daarna is het echt steil naar beneden. Ik heb last van de zware rugzak en een zeer felle zon. We dalen tot aan een brug door een prachtig Jurassic Park-achtig landschap. We volgen de rivier en wassen ons iets verder aan de rechterkant in een verscholen zijrivier. Het doet deugd. Er liggen ferme rotsen achter ons. We komen na een bocht aan een hokje verderop waar we ons moeten registreren. Verder is er een treinspoor met links ervan allemaal kraampjes. Een meneer zegt dat het wandelpad rechts omhoog is. We kunnen niet meer. We zetten ons bij verlaten banken en maken pasta. We volgen erna gesterkt de treinsporen. Het loopt vol mensen, vooral in tegengestelde richting. Dit is absurd! De prijzen van de treinen zijn te hoog. Er wandelen kleine kinderen, oude mensen, iemand in een rolstoel wordt voortgeduwd op de keien! Dit hoort niet, een wereldwonder zou beter toegankelijk moeten zijn! Er zijn hier en daar kraampjes en campings. Er rijden een viertal treinen voorbij. Ze tuten lang vooraf. We moeten even wachten aan een spoorwissel. Er legt iemand een muntstuk op de sporen. De trein rijdt erover. Z'n maten lachen. We gaan in een bocht rond Huayna Picchu. Er volgt een stortbui. We schuilen kort. We komen aan een brug. Dit is de ingang naar Machu Picchu. We wandelen een camping oper links van. De verantwoordelijke komt pas later. We gaan naar het dorp iets verderop: Aguas Calientes. Er zijn veel hostels. We vragen aan twee de prijzen en gaan het treinstation binnen. Er is een gek verschil. Het is 3 dollar voor Peruvianen om de trein te nemen naar Ollantaytambo en 65 dollar voor buitenlanders. Dit is racistisch! We zetten ons op een centraal pleintje. We doen eens zot en eten pizza. Ik haal broodjes in een winkeltje om de hoek. Erna gaan we samen om groenten, fruit en kaas in het marktje. We gaan terug naar de camping. Een mevrouw zegt dat we tickets voor Machu Picchu in het dorp moeten halen. We zullen dus morgen terug moeten. We eten aan banken onder een verlicht afdak. We drinken Inca Cola om het einde van de trek te vieren! Het heeft een ananassmaak. Ik zet de tent onder een boom naast het voetbalveldje in lang gras. Een koude douche doet deugd.

    27/11: Er was een ferme stortbui vannacht. De seconden tussen de donder en de bliksem waren nooit minder dan zes. Ondanks het onweer hebben we goed geslapen. De zon schijnt als we opstaan. Judith smelt kaas om op een broodje te doen. Mmm! We wandelen terug naar Aguas Calientes. De goedkoopste tickets, met toegang van 13-17 uur, worden pas verkocht vanaf 11:30 uur. We wachten op een bank op het centraal pleintje. We maken er een rustmoment van. We halen broodjes, bananen, Inca cola en pastilles voor Judith haar keel. Gidsen roepen namen af. Een dronkaard vecht met een zwarte straathond tot de politie hem meeneemt. Er huppelt een Peruviaanse naakthond voorbij. Wat een lelijk gedrocht! Het lukt om tickets te krijgen met onze identiteitskaarten in plaats van onze paspoorten die we vergeten waren. Oef! We wandelen terug naar de camping. We maken onze zakken en registreren voor de brug. En nu, klimmen maar! Ondanks dat Judith ziek is gaat ze snel. We stoppen nauwelijks en het is steil. Het is een pad met grote trappen. We halen redelijk wat mensen in. We komen boven 5 minuten voor we binnen mogen. Perfect. We eten de bananen op. We gaan Machu Picchu links binnen. Een beetje stijgen en we hebben mooi zicht op de Inca stad. We vragen meteen aan mensen om enkele foto’s te nemen van ons. We volgen Circuito I en gaan richting Inca Bridge. We gaan terug als we beseffen dat dit ver wandelen is weg van de stad. Het regent kort. Ik ben sad panda. We schuilen onder een boom. We laten een nieuwe foto nemen die al beter is. We gaan erna naar Inti Punku, the Sun Gate, het vroegere toegangspunt tot de stad. Nu is dit het eindpunt van de Inca Trail. We volgen trappen schuin omhoog op de bergflank. We passeren een huisje waar de bewaker van de stad vroeger woonde. Een Spanjaard neemt een foto van ons en wij van hem. Aan het eindpunt neemt een Chinees een foto van ons. Machu Picchu lijkt alweer een pak kleiner vanaf hier. De weg die de commerciële bussen volgen is lelijk. Die heeft geen plaats in het prachtige landschap. Een oud Engels koppel dat een korte trek gedaan heeft videochat met hun dochter. We dalen opnieuw. We moeten een lama voorbij die ons wat volgt. Het is al 15 uur. De helft van onze tijd is al op! We passeren kleine lama’s en gaan de stad in. Er ligt een zonnewijzersteen. We maken een lus. We bewonderen poorten en gaan door vele vertrekken onder andere de Temple of the Condor en de Temple of the Sun. Bij de laatste stond een gids die zei dat er stenen gezichten zijn. Dat vinden we voor interpretatie vatbaar. We zetten ons vermoeid maar voldaan op een bankje 10 minuten voor we buiten moeten en aanschouwen de stad. Die heeft twee gezichten, er zijn delen die duidelijk gerestaureerd zijn en er zijn ook ruïnes waar niks mee gebeurd is en die op instorten staan. Het is groter dan we dachten maar vooral de locatie is fantastisch. We dalen 50 minuten op de trappen. We krijgen honger. De groep jongeren van aan het begin van de Salkantay trek is op de camping. Ze nemen de banken in beslag. We zetten ons op een bankje aan een schommel en maken een heerlijk potje. Noodles, wortel, tomaat, tonijn en kaas. Als we dik zijn gaan we douchen. Er zit een prachtige vlinder in de vrouwen WC. Die is ontsnapt uit de vlindertuin die aan de achterkant van het sanitair blok ligt. Ik babbel kort tegen de helper die een foto van ons nam op de pas terwijl ik water bijvul aan de afwaspomp. We kruipen in de tent.

    28/11: Het regent heel de nacht. Non-stop. Er komt geen druppel door de tent. Judith smelt opnieuw kaas. We krijgen warm water van de helper. We maken er thee mee. Ik ruim op. We gaan door rond 8 uur. Het miezert en is bewolkt. De arme jongeren zullen Machu Picchu niet goed zien. We hebben nog geluk gehad. We volgen opnieuw de sporen. We stoppen één keer en eten een broodje. We zijn snel aan de kraampjes die het einde van de treinsporen aanduiden. Er staat een Toyota Corolla. De chauffeur geeft een prijs die we fair vinden. We wachten op vierde man die niet komt. We betalen elk 2 sol meer. We rijden naar Santa Teresa. De Argentijn van Salta die vooraan zat stapt uit. De chauffeur wisselt olie en pikt twee andere mensen op aan een collectivo station na twee toertjes rond het plein. We rijden via een prachtig en gevaarlijk gravelbaantje naar het dorp Santa Maria. We slingeren links langs een steile rotsflank. Rechts diep in een vallei stroomt een rivier. De flank tegenover aan de andere kant van de vallei is dichte jungle. Wat een geografie. De chauffeur tuut na iedere bocht. We gaan eruit in Santa Maria. De chauffeur geeft een 2 sol muntstuk terug in plaats van een 5 sol stuk. We zien het. Goed geprobeerd want ze trekken op mekaar. Er komen redelijk wat mensen van collectivos op ons af. We laten ons niet opjagen en eten fruit. Ik ga de prijs vragen voor een gewone bus in een restaurantje waar je tickets kan halen. Als ik buiten ben stapt een mevrouw op Judith af. We mogen mee met een collectivo voor een lagere prijs maar we moeten zwijgen tegen andere passagiers. Deal. We stappen in een Toyota Hiace. De weg is macadam nu maar het is nog steeds slingeren. De chauffeur is dik. We eten kip en rijst met een hamburger in een wegrestaurant. We praten met een gepensioneerde mevrouw van Reno. We komen erna op een magnifieke bergpas. We dalen tot Ollantaytambo. Er stappen mensen op. We okaatseb de zakken op onze schoot. De rest van de weg kennen we. Rond 17:30 uur worden we gedropt aan de Plaza de San Francisco in Cuzco. We gaan naar de winkel en het hostel. We krijgen een kouder en vochtiger kamertje op de binnenplaats. We wisselen nog naar kamer 11, aan de voorgevel, gelijkaardig aan 7 waar we voor de trek zaten. We maken macaroni carbonara. Het smaakt anders dan thuis door maïsmeel. We babbelen met een jong koppel van Kortrijk. Ik neem een warme, wispelturige douche en schrijf m'n dagboek. Judith slaapt.

    29/11: We slapen uit. Het doet deugd. Het ontbijtje nog meer. We ruimen op en hangen de tent open aan stoelen in de zon. We zitten wat op de achterbank van een auto die los tegen een muur van de binnenplaats staat. We zitten op internet, downloaden maps en chatten met het thuisfront. Ik loop de straat af op zoek naar de goedkoopste lavanderia. In het hostel is het dezelfde prijs. We zetten een zak met waste in de hoek. Ik ga imprimerias af. Ze kunnen niet helpen om m'n internationaal rijbewijs aan te passen of die van Judith te dupliceren met mijn gegevens. In de meeste raden ze aan om naar de straat tegenover de universiteit te gaan. We wandelen tien blokken na de middag. Na wat vragen vinden we een jonge gast in een leren jas achter een computer die bezig is op Photoshop. Hij kan het zegt hij. We eten oliebollen. We moeten hem volgen. Hij kan het niet maken in een internetcafé. Er is teveel politie. We volgen hem. Ik leg in een parkje uit welke gegevens anders moeten. Hij neemt Judith haar rijbewijs en mijn internationaal rijbewijs mee. Hij zegt dat hij binnen 20 minuten terug zal zijn. Hij moet naar een locatie waar hij niet binnen kan met ons. Hij komt terug na 2 uur! We staan te schuilen onder een afdakje. Het was ondertussen aan het regenen. Judith is direct. Het is niet goed gedaan. Het is op gewoon papier, inkt is uitgelopen, gegevens staan niet op één lijn. Hij geeft de rijbewijzen terug en wandelt weg. Oef. We zijn opgelucht. We gaan om eten in een winkel en terug naar het hostel. Ik maak pannenkoeken en ze lukken goed! Net als de carbonara saus smaken ze anders door maïsmeel. Judith maakt een tortilla. We stoven groenten en koken patatten voor morgen. We babbelen met een oude meneer die iedere avond naar TV kijkt in de keuken. Ik update map. Het is koud in onze kamer als we gaan slapen.

    30/11: We nemen een (te) warme douche. Ik begin me te scheren met een bic mesje in de kamer en doe verder aan de lavabo. We nuttigen hetzelfde ontbijt. We gaan naar de motorwinkel. Een kaartje met het eigendomsbewijs is nog niet klaar. We halen de moto uit. We leggen uit hoe het rek zou moeten zijn aan een mechanieker om de hoek. We moeten terug komen rond 12 uur voor de prijs. We gaan naar Mercado Wanchaq. Ze hebben er touw en plastiek. We rusten aan de kerk en in het hostel. Judith belt met het thuisfront. We eten gebakken platanos en de rest tortilla voor we terug naar de moto gaan. Het rek is te duur. Hij zal het met goedkoper materiaal maken. We komen morgenochtend terug. We halen touw en een plastiek zeil in Mercado Wanchaq. We leggen het in onze kamer. We gaan op wandel. We worden veel aangesproken op Plaza de Armas vooral voor massages. Nee! We komen in de buurt waar we voor het eerst in Cuzco kwamen. We eten een hamburger, gaan de Orion supermarkt binnen en halen vier soorten broodjes. We eten ze op onder een afdakje al schuilend voor een hagelbui. We halen geld af en gaan weer richting het hostel. Aan dezelfde kerk als vanmorgen is de school gedaan onderaan de straat. Er staan verkoopstertjes. We nemen popcorn, een soort slagroom en een pizza'tje. In een winkeltje halen we chips en een piñadrankje. We leggen ons in bed en fretten. Judith valt in slaap. We krijgen de waste terug, mooi gestreken. Ik kijk op Youtube naar voetbal. Judith warmt het eten dat we gisteren klaar gemaakt hadden. We neem een warme douche. We gaan slapen. Hopelijk is morgen het kaartje van de moto in orde.

    01/12: Judith doucht. We ontbijten. We gaan met de rugzakken naar de moto. Fernando, de mechanieker, is van Popayan Colombia. Hij heeft een mooi rek gemaakt. Het moet nog gemonteerd worden. De papieren zullen normaal pas rond 16 uur in orde zijn. We gaan terug naar het hostel en praten met motorrijders. We leren niks nieuws bij. We leren een Franse fietser kennen. Jean-Claude. Het is een oudere meneer. Hij heeft al overal gefietst en heeft veel verhalen te vertellen. Hij werkt twee maanden als fotograaf in een school en reist 10 maanden ieder jaar voor al meer dan 30 jaar! Wat een gek. We voegen hem toe op Facebook. We tonen hem de App Maps.me. Hij is opgetogen en installeert het. We doen een toertje. We halen souvenirs: een lamazak en sleutelhangertjes. Ik spring een gebouw binnen voor een SOAT, een motorverzekering. Ik zie op een TV scherm dat België een gunstige loting krijgt voor het WK in Rusland volgende juni. We gaan opnieuw naar Mercado Wanchaq. Judith haalt veel eten voor weinig Soles. We downloaden alle maps op de gsm en de tablet. Judith belt met haar familie. We gaan terug naar de moto. Ik oefen nog wat. De papieren zijn niet klaar. We moeten wachten tot maandag! Dju toch. Ik zoek een collectivo naar Rainbow Mountain. Ik voel me slecht en Judith ziek. We maken pasta en babbelen met de Fransman. Ik betaal voor de vier nachten. We beslissen om morgen te gaan kamperen. Ik neem opnieuw een warme douche om op te warmen en beter te kunnen slapen.

    02/12: We ontbijten. Het fietserskoppel van de Krim is terug. Ze hebben de Ausangate trek gedaan. Het was heel koud. We praten ook met een Duits koppel dat al meer dan een jaar aan het fietsen zijn vanaf Seattle. We krijgen een broodje van hen. We leggen extra spullen weer in het fietskot en trekken de deur van het hostel achter ons dicht. We wandelen naar de plaats waar ik gisteren al een kijkje nam. Een meneer zegt dat er bussen zijn naar Sicuani links naast het voetbalstadion. We vinden het. Een busje zet ons af na twee uur rijden aan het dorpje Checacupe. Een meneer met Toyota zet ons af in een straat op het einde van Pitumarca. Judith haalt frisdrank in een winkeltje. We wachten op de stoep. Na vijf minuten passeert er een camion. Iedereen stapt in met een laddertje achteraan. We doen mee. We hobbelen over een grindweg langs dorpjes. Judith zit op haar zak net als de indiginas. Ik sta recht. We stijgen. Het begint te miezeren. Iedereen is ondertussen uitgestapt. We worden afgezet op een parking waar veel collectivos staan. Er stapt meteen iemand op ons af. Hij wil geld. We negeren hem en volgen een pad. Er staat een gebouwtje met het opschrift "entrada tiquet." Het ziet er absoluut niet officieel uit. We doen alsof we al betaald hebben aan enen op de parking. “We gaan hier niet om de 100m betalen eh!” zijn m’n letterlijke woorden. Ze laten ons door. Ik had gelijk. Ze beseffen zelf dat de organisatie hier niet op punt staat. We stijgen. We eten macaroni van gisteren. We worden veel aangesproken ‘of we geen paard nodig hebben’. We zetten de tent op een plat stuk naast het pad. Ik blaas de matras op. Als we eten komt er een boertje. Het is zijn grond. We moeten betalen. Ik geloof er niks van. De alpacas zijn misschien van hem maar de grond niet. Ik negeer hem na een tijdje. Ik eet, het moet niet koud worden. Hij zegt dat hij later vanavond zal terugkomen en als we er nog zijn dat we moeten betalen. We zien de Ausangate piepen, een grote witte massa in de verte. We ruimen op en gaan verder. We zijn niet echt onder de indruk van de montaña de siete colores of Rainbow Mountain tot we ertegenover staan op de pas hoger dan 5000m. Pas als je op de heuvel er recht tegenover staat kun je goed de kleurschakering onderscheiden. De kleuren zijn niet zo fel als op foto's waarschijnlijk omdat het bewolkt is of de foto's bewerkt? Het miezert bovendien. We dalen een stukje. Het is plat rechts naast het pad. We zetten de tent als de laatste zonnestralen schijnen. Het is een machtige plek.

    03/12: We slapen niet veel. Onze tenen hebben ijskoud. Dit is niet moeilijk. We hebben veel sneeuw van de tent moeten stampen vannacht. Ik doe ’s morgens de handschoenen onder m'n sokken aan m'n voeten. Judith stapt uit en neemt een foto van het prachtige sneeuwlandschap. Ik ben nu blij dat het boertje ons weggejaagd heeft of we hadden de 7-kleurige berg niet gezien haha! Tent wordt langzaam opgewarmd door de zon ook al is er veel mist. We krijgen lekker warm. We stappen uit en ruimen op. Judith volgt een laag pad. Ik verken en klim naar boven. Het is glibberig. Ik zie haar rechts onder me wandelen. Ik volg de bergkam. De
    andere vallei ziet er beter uit. Er zijn minder wolken. Ik zie de pas. Judith komt erbij. Er is minder sneeuw. We wandelen op een rode grond. Wat een fantastisch landschap! We hebben het zwaar. We kronkelen langs bergflanken en alpacas met uitzicht op een groen-rode vallei. We komen bij een lodge. Op slot. Ik heb last van m'n darmen. We stijgen erna via een pas. Traag maar gestaag maar we treuzelen wel niet. Ik hoop dat het weer niet omslaat. We zijn blij als we de pas bereiken. We dalen erna in de vallei. We passeren een huisje met honden en verder een wei met alpacas. Één heeft lang haar als Samson, één met bruin haar wil z’n gezelschap niet en spuwt erop. We zetten ons even en knabbelen aan een welverdiende wortel. We volgen een grindweg. Er komen opnieuw honden blaffen. Ik smijt met stenen en maak me boos. Ze lopen weg. Als we in een kloof duiken begint het kort te hagelen. Er wacht een indigena vrouwtje ons op voor haar huisje. Ze vergezelt ons naar de weg. We wandelen een paar meter en worden ingehaald door een busje. Die neemt ons mee naar Pitumarca. We wandelen naar de plaza. Judith haalt een ijsje onderweg. We halen wat brood en noodles in een winkeltje. Erna gaan we om een plateautje met de super combo kip, frieten, spaghetti en rijst haha. We zetten ons op de stoep. Er komen honden. We verplaatsen naar een bankje. We belonen twee, geduldige, onderdanige honden met de rest van de kippenbout. Die gaat in één hap naar binnen! We wandelen erna richting Checacupe. We zoeken een kampeerplaats langs de weg. We vinden een beschut plat stuk op een helling links hoog boven de weg. We babbelen voor we de tent opzetten. We hebben nog noodles, een wortel en een tomaat. Het zal deze nacht wel warmer zijn dan de vorige.

    04/12: Het is inderdaad zo. We zijn vroeg wakker. We staan op, ruimen op en beginnen te wandelen. We zijn na een uurtje terug in Checacupe. We wachten op de stoep op een busje. Er komt al snel één. Ik toon ticket van de heenreis. Het is dezelfde prijs. We stappen op. Een meisje met heel hoog stemmetje vraagt pasaje. We kunnen zitten als er mensen uitstappen. De zon schijnt fel op het raam. Na twee uur zijn we terug in Cuzco. We gaan naar de Orion supermarkt om ingrediënten voor pannenkoeken. Enkel melk halen we nog in een winkeltje naast het hostel. Kamer 11 is nog vrij. Een douche doet deugd. We moeten even wachten. De keuken wordt gekuist. De pannenkoeken mislukken maar smaken nog. We gaan naar de moto. De papieren zijn nog niet binnen. Ik krijg een kopie van het aankoopcontract. We gaan naar SUNARP, een overheidsdienst. We gaan eerst het verkeerde gebouw in. Aan de receptie zeggen ze dat we naar Calle Infancia moeten. We passeren een parkje. Hier zeggen ze dat we het origineel contract moeten tonen. Judith wacht. Ik loop terug naar Samuel die me het origineel meegeeft. M"n milt stekt. Ik krijg het kaartje en moet een register tekenen. Yes! Eindelijk! We gaan terug naar de moto. Voor een nummerplaat moeten we naar de bank. Ik had het verkeerd verstaan. Het ging om een atelier naast de bank. Het atelier is gesloten. Een mevrouw doet open. De nummerplaat zal klaar zijn om 18 uur. We gaan terug naar de moto. Samuel zegt waar we de SOAT, de motorverzekering, kunnen krijgen. Het is niet ver, links om de hoek. Ik ga er naar de WC. Judith vraagt of een verzekering voor één maand mogelijk is. Hier wel! Yes! Ze vragen m'n rijbewijs. Judith gebaart van den dommen geeft m'n paspoort. We gaan erna nog merci zeggen in de winkel. We eten churro onderweg onderweg naar het hostel. Ik haal nog papier, m'n dagboekjes zijn bijna vol. We gaan eten in de straat. Er heerst een stamcafé sfeer. Het is lekker, soep en twee verschillende gerechten voor 3 sol, geen geld. Er is een oude Atilla de Hun film op een TV’tje. We doen erna nog een wandeling via de Plaza de Armas. We nemen er afscheid van Cuzco. Als we terug in het hostel zijn staan er twee moto’s met Belgische nummerplaat op de binnenplaats. We babbelen een hele tijd in de keuken met het Belgisch koppel die met hun Husqvarna moto’s de wereld rondtrekken. Ze komen van Afrika en het zuiden van Zuid-Amerika. Ze geven me motorrijder tips. Het is heel koud als we in bed kruipen.

    05/12: M'n voeten hebben koud. We nemen samen een lekker warme douche. We gaan ontbijten en praten weer met de Belgen. We gaan met alles dat we hebben naar de moto. Er moet nog olie in. Ik oefen in het steegje en ga tanken. Ik val als Judith de lamazak nog probeert te ruilen. Er loopt benzine uit. Iemand helpt me om moto weer recht te trekken. Hij weegt 110kg. Het lukte niet alleen. Ik beef. We kopen een helm voor Judith. De helm die we bij de moto krijgen is Ok voor mij. Die heeft een vizier tegen de zon en een leren nekbescherming. We vertrekken. We doen er heel lang over om door Cuzco te geraken. Er is teveel verkeer. We nemen een zijstraat en duwen de moto op het voetpad. Het is zwoegen. We krijgen de motor niet aan met de gewone elektrische starter. Er helpt een mechanieker. Hij zegt dat de toevoer van de benzine verstopt zat en prutst aan een buisje aan de linkerkant. Ik gebruik het manuele starterspedaal. Ik zal dit nog een paar keer doen. Ik kan af en toe een stukje rijden in straten met minder verkeer. Ik rijd op een plein voorbij politie. Judith wandelt. Ik wacht af en toe. We komen op de expresweg parallel met de Avenida de Caltina. Het begint te regenen. We zien het niet meer zitten. Ik parkeer de moto onder een bushokje en ga op zoek naar poncho’s. Judith doet erna voor lange tijd hetzelfde maar tevergeefs. Het stopt met regenen. We gaan samen verder op de moto. Ik rijd links met beide pinkers aan door de modderstraat. Het is meteen een uitdaging. De motor hangt vol modder. We komen op de Avenida de Cultura, de laan die de stad uitgaat. Er is een fietspad op de middenberm. Oef! Ik maak er maar al te graag gebruik van. Er is minder en minder verkeer. Ik rij eerst een paar stukken alleen. Judith wandelt. Erna zitten we samen op de moto. Ik rij op de rechterkant van de weg aan 40 km/u. Ik kan niet sneller. Raar. We rijden de stad uit. Ik schakel in vijfde versnelling op een stuk omhoog en de motor valt uit. Het is al 18 uur. We zetten de tent langs de kant van de weg, een beetje verscholen na een heuveltje. M'n armen doen pijn. Slapen.

    06/12: We horen redelijk wat verkeer. En een hond. We worden wakker gemaakt op onze slaapplaats naast Pikillacta. Een meneer zegt dat ze er straks komen werken. Er moeten camions passeren. Ok. Opkrassen dus. Ik krijg Ronco niet in gang. Er passeert een moto. De chauffeur kijkt en zegt net als de mechanieker gisteren dat de gastoevoer niet goed werkt. Hij krijgt hem wel aan de praat voor ons met het manuele pedaal. We geraken in het dorpje Piñipampa. Er is niks te zien. We tuffen verder aan 40 km/u tot Andahuaylillas. Daar is er meer leven. We eten lekkere belegde broodjes. We vinden een automechanieker een eindje verder in de straat. We moeten even wachten. Hij is nog bezig aan een auto. We duwen de motor naar een poort waar er nog een mekanieker zou zijn maar een mevrouw legt uit dat niemand ons er kan helpen. We gaan terug naar de automechanieker. Alvaro heet hij en hij heeft de auto hersteld. Hij kuist onze moto, haalt hem uit mekaar en prepareert hem voor lange afstanden. Ik test samen met hem. Ik zit achterop. Hij gaat aan 80 km/u! Yes!! Hij legt uit dat ik de motor mag laten grommen. Ik moet later schakelen, pas aan 6000 toeren in plaats van 2000. De motor start ook meteen met de elektrische startknop op het stuur. Oef! Ik vraag hoeveel ik hem moet voor z’n tijd. Het is echt niet veel. We bedanken hem en rijden opgelucht verder. Ik ga sneller! Aan 60-70km/u! Yeaha! We stoppen in Checacupe. Ik praat met een taxichauffeur. Judith haalt een drankje in hetzelfde winkeltje als toen we hier passeerden voor onze trek langs de Rainbow Mountain. We passeren peaje. De meneer zegt dat moto's rechts kunnen doorrijden zonder betalen. Dit zal zo zijn voor alle peajes! We houden een plaspauze in Sicuani. We cruisen over de altiplano. Er is redelijk wat wind maar absoluut niet veel verkeer. Het schakelen gaat goed. We stoppen in Santa Rosa. Judith haalt broodjes en boter. Mm. We warmen wat op. We moeten verder tanken in Ayaviri. Er is maar één pomp die 90 benzine heeft. Ik babbel met de pompbediende. Er passeren hier blijkbaar veel Europese motorrijders. We gaan langs Pucara. Het is remmen voor rompe muelles, vluchtheuvels, vooral in dorpjes. Het lukt goed.

    Kommentare

  • 07Dec 2017

    15 Lago Titicaca 07.12.2017 Bolivien —

    Copacabana, Bolivien

    Beschreibung

    We nemen de afslag naar Lampa niet. Locals denken niet dat alles geasfalteerd is naar Puno. We moeten via Juliaca, een grote stad. Het wordt donker. Er passeren camions die windstoten produceren. We stoppen en eten caldo de pollo. We warmen een beetje op. Ik rij de stad binnen in het schemerdonker. We gaan over een druk zanderig kruispunt. Ik rij verkeerd. Naar het westen, de stad uit. We moeten terug. Er zijn overal driewielers, motors en bussen die zich niet aan rijvakken houden want die zijn er niet. Ik moet draaien. De straat is plots eenrichting. Er is een spoorwegovergang met een zwaar beschadigd wegdek. Ik val. M'n linkerbeen heeft een bubbel op de scheen. Ik rij traag door een smalle, veel te drukke straat. Judith gaat al wandelend even snel. Een hostel is iets te ver van waar we zijn. Ik geraak niet door de file. Een ander hotel is te duur. We zoeken uit met maps.me waar we uit de stad kunnen. De route volgen die we in gedachten hebben gaat niet. Er zijn overal éénrichtingsstraatjes. Om de hoek zien we een plakkaat "hostal". We mogen de moto binnen plaatsen. Een meneer helpt ons. We nemen een warme douche en gebruiken de wifi.

    07/12: Ik word wakker 's nachts. Ik heb honger. Judith schilt wortels. Ze snijdt haar vinger. Ik haal een grote plakker uit. Ik kijk op tablet. Ik slaap een paar uur voor een jongetje in de aanpalende kamer tegen z'n ouders schreeuwt. ‘Quiero mi plata!’ Hahah. We blijven wat liggen voor we opruimen. We gaan om eten. De voetgangersstraten en een marktje zijn vlakbij. We eten twee broodjes kaas en een warm gebak met patatten en vlees. Er zitten stukjes bot in?! We halen brood, kaas, wortels, tomaten en water voor onderweg. Een meneer helpt de moto terug naar buiten door het portaal. Het is opnieuw nipt. Hij wil weer niet starten. Met het pedaal wel. Ik rij voorzichtig door een drukke straat. Rechtsaf op de Avenida. De weg is kapot. We hobbelen hier en daar op een onverhard stuk. Ik heb geen idee wie voorrang heeft op kruispunten. We moeten door een straat met veel vuilnis langs verloederde gebouwen om de stad uit te rijden. Het is een lange rechte baan naar Puno. Het is een leuk kronkelbaantje voor het stadje. Ik val stil aan lichten. We eten wat. Ik rij via kronkelstraatjes het stadje in. Het is absoluut niet druk in Puno. Het is aangenaam rijden, op het gemak. Ik rij er in één trek door. We zien het Titicaca meer al liggen. Het water is heel blauw met de felle zon erop. We rijden erlangs. Ik stop aan een overdekt bankje. We rijden door tot het dorpje Plateria. We stoppen op een kruispunt en gaan naar links. We krijgen een recht stuk baan en erna weer leuk kronkelen op de R74. Wat aangeduid staat als een stuk brug op maps.me is een verhoogd gravelstukje. Eerst valt de motor stil maar bij een tweede poging hobbelen we erdoor. We kronkelen verderop asfalt en erna naar links weer op gravel. We tuffen in tweede versnelling. We rijden de toer rond het onbekende schiereiland. We hebben zicht op het gigantische meer. Het doet meer aan de zee denken. We passeren boertjes in traditionele kledij, schapen, koeien en honden. De motor valt stil op stuk steil naar boven. Het ging niet in tweede, had vroeger in eerste moeten schakelen. Judith stapt af terwijl ik de moto tegenhoud. M'n rechterknie krijgt een ferme duw. Judith maakt lekkere broodjes. Ik zoek een plaats om de tent te zetten maar op het enige plat stuk zitten er varkens. We draaien naar rechts en dalen soms al glijdend. We komen op een splitsing. Judith vraagt aan boertjes waar er asfalt is. "Naar rechts" is hun antwoord. We komen na een paar km terug op een herkenbare weg. We passeren twee meisjes die op weg zijn naar hun schooltje. Ze willen mee maar we hebben geen plaats duh. We tanken in Acora. Erna rijden we in één ruk door naar Ilave. Ik krijg koud. We gaan naar het centraal plein. Het stadje oogt gezellig. Judith vindt een hostel waar de moto binnen kan staan. We gaan kip eten ernaast. Het regent. Er is geen warm water in de douche. We gaan vroeg slapen.

    08/12: We kijken naar foute muziekclipjes op TV. De douche en de WC’s zijn vuil! We gaan eerst een ontbijtje zoeken op een marktje. We vinden weer broodjes met kaas. Mm. We wandelen rond de markt. Judith vindt boter en confituur. Er is een leuke sfeer rond het plein. Er staan twee auto’s voor de moto in de parking. Gelukkig vinden ze de twee eigenaars en kunnen we naar buiten. Ik sta te prutsen met de startknop. Mensen lachen. Er komt een meneer helpen. Hij toont dat je heel weinig aan de gas moet draaien. Onze schuld. Ronco werkt perfect. Ik bedank hem. We rijden over een oranje metalen brug het stadje uit, weg van het vuile hostel. Het eerste stuk is rechtdoor dan kronkelen we langs het Titicaca meer. We komen aan het stadje Juli. Ik rij tot een groot gebouw omringd met hekkens. We laten de moto even staan. Bijna iedereen is traditioneel gekleed. Ik vraag waarom aan een meneer op de hoek van de straat. Er is een feest voor Virgen de la Concepcion. We wandelen door enkele straten. Het is één grote markt. We halen trucha die uit het meer komt en sappige watermeloen. We eten aan de moto. Ik rij erna vlak naast het meer tot Yunguyo. We stoppen aan een schooltje. Judith haar poep doet pijn. Ik heb last van m'n linker pols. We drinken en houden een plaspauze. Ik eet wat broodjes. Judith vraagt aan een mevrouw hoeveel Boliviano een Sol is. "Twee" is haar antwoord. Ik rij 2km. We zijn aan de grens met Bolivia. We zien de Arco de Kasani liggen. Ik zet de moto op een parking achter het douanegebouw. Eerst stempel bij migratie van Peru. Ze vroegen naar papiertjes die we ontvangen hadden toen we Peru binnen kwamen. Gelukkig heb ik die bijgehouden. Erna gaan we naar de douane. De douanier vraagt om onze moto te brengen. Hij kijkt naar de nummerplaat en vraagt de titulo en m'n paspoort. Ik moet een document ondertekenen en bijhouden. De douanier legt uit dat we één jaar buiten Peru mogen blijven met de moto. Ik zou het document moeten voorleggen als we terug in Peru zijn. Dat zal niet gebeuren maar dat zeg ik hem uiteraard niet. We rijden door de boog en naar de douane van Bolivia. We krijgen hier ook een document van de douane. De moto mag 90 dagen in het land blijven. Erna naar migratie. De migratie gaat vlot. We vullen een blaadje in. Het is makkelijk. Judith wisselt 13 sol in 27 Boliviano. We rijden naar Copacabana. De vertragingsdrempels zijn harder! We rijden een straat naar beneden in tot aan het strand. Ik rij een eindje verder en terug. We laten de moto aan een standbeeld van twee Inca's staan. We wandelen de dijk af. Het oogt toeristisch. Judith gaat naar een publieke WC. Er is geen sjas. Ze moest een emmer vullen en erin kappen. We berekenen de kosten die we gemaakt hebben in Peru op een bankje. We rijden terug langs een laan met bomen. Er is een motorbende links, beneden aan een grasveld. We vragen of we er de tent bij mogen zetten. Ze gaan een feestje bouwen vannacht. We willen slapen dus laat maar. We rijden verder. Het pad wordt te hobbelig. We gaan terug. Judith vindt een plat stuk naast een boom. We zetten de tent en eten aan het meer.

    09/12: Judith is vroeg wakker. Ze heeft last van haar maag. Ik slaap door. Ik voel me een beetje ziek, keelpijn. Er was regen, bliksem en donder vannacht. Ik was me in het meer. Het is te koud om te zwemmen. We ruimen op. We rijden naar het centrum van Copacabana. Het is een levendig dorp met een drukke markt. We halen geld af en kopen bananen, nootjes en brood. We kruipen op Ronco en rijden terug naar het baantje waar we van kwamen. We rijden via een prachtig landschap langs het Titicacameer. Heerlijk die bochten en geen verkeer. We stoppen langs de kant. Er komt een oud meneertje met schapen heel traag aangesluffert. Ik geef hem wat nootjes. Hij is moeilijk te verstaan. Hij moet geen banaan want hij heeft coca bladeren in z’n mond. We dalen erna naar het dorpje San Pedro de Tiquina. We duwen de moto op een ponton. De bootsman zei om te lachen 1 dollar per kg dat de moto weegt haha. We moeten Ronco goed vasthouden. Hij beweegt ferm. Er zijn bussen op andere pontons! De jonge gast die het ponton bestuurt vaart op het einde tegen een ander ponton. Hij had niet genoeg gedraaid. We zetten ons op een bankje. We voelen ons allebei niet zo goed. Judith spot ratten. Ik rij door langs het meer. Er zijn stukken uit de weg en langs de kanten ligt er nieuw verhoogd asfalt. We zien de Illampu door de wolken. Wow! De Condoriri bergketen is ook zichtbaar. Het miezert. We stoppen aan Huarina. We vinden een trucha kraampje met een afdak voor Ronco. De forel smaakt maar werd bewaard in plastieken potten, niet echt hygiënisch. We zullen er nog last van hebben.

    Kommentare

  • 10Dec 2017

    16 La Paz 10.12.2017 Bolivien —

    Macrodistrito Centro, La Paz, Bolivien

    Beschreibung

    We rijden erna door tot aan een tankstation waar we stoppen omdat het te hard begint te regenen. We staan te klutteren onder het afdak. Als het iets minder regent rijden we weer verder. El Alto is een vuile voorstad. We rijden er recht door. Er zijn geen rijvakken. Onze schoenen, sokken en broek zijn kletsnat. Het verkeer is een chaos. Vooral de collectivos die willekeurig, soms vlak voor onze neus, stoppen om mensen er in-en-uit te laten zijn ambetant. We komen aan een lus. Ik rij eerst verkeerd naar het zuiden. We stoppen en duwen Ronco over een voetpad. Erna stuurt maps ons in een rondje rond een markt. We vinden Avenida Civica maar die is in een te slechte staat. We volgen de autopista naar het noorden. Het klinkt niet zo maar het is eigenlijk een gewone straat. We krijgen een fameus uitzicht rechts op de gigantische stad LaPaz die in een vallei ligt. We draaien in aan Avenida Entre Rios. We passeren Plaza 14 Septiembre. Vanaf hier is het stapvoets. Er is een markt. We passeren het Museo Ferraviario, het enigste mooie gebouw tot nu toe. Ik cirkel tussen het verkeer. In de file rijden met een moto is leuker. We vinden uiteindelijk het hostel van Ioverlander. Het duurt even voor er een meneertje komt. We krijgen een vuile kamer. Een lekker warme douche warmt ons op. We eten aan een tafeltje van een niet gebruikte receptie.

    10/12: De kamer stinkt. Er ligt duivenkak op het afdak en er is vocht op de muur. We veranderen van kamer. De mevrouw vraagt geld. We willen niet de volle pot betalen. De zoon trekt foto’s van onze ID-kaart. Hij is duidelijk zat. Voor hem is het Ok als we minder betalen. We gaan naar Parque Riosinho en eten de rest van onze broodjes met een colaatje. We passeren het Teatro Municipal en komen op het centraal plein. Er staat uitleg over hoe het gerechtsgebouw er vroeger uitzag. Er is al kerstversiering. We wachten voor het overheidsgebouw. We vragen waar de rest van het centrum is aan een jonge gast. Hij zegt dat het dit plein is en misschien een markt, Mercado Lanza, iets verderop. We gaan ernaartoe. Het is zondag. Er zijn bijna geen kraampjes open. We herkennen de omgeving. We zijn hier gisteren met de moto doorgereden toen er markt was. Het is nu een pak rustiger. We komen aan de Basilica de San Francisco. Ik babbel met een gast die een beeldje probeert te verkopen. Het is uit een pre Inca periode. Hij zegt “van de tijd voor er mensen waren, nog voor de dinosauriërs zelf!” haha. Wie heeft het dan gemaakt beste vriend?! Die heeft niet goed opgelet in z'n geschiedenislessen. Ik knik verbaasd en beleefd. Ik lees wat over de kerk. Hij is ouder dan de stad. Ik neem een foto binnen ook al mag het niet. We kopen zelfgemaakte koekjes en vers fruitsap. We wandelen via een vuile straat naar Parque San Pedro. Er staat een mooi standbeeld en een kerkje maar ook een gevangenis. We gaan erna naar de Avenida Mariscal Santa Cruz. Dit is de centrale laan. We komen bij standbeelden van Simon Boliver, Cristobal Colon en Sucre op een wandelstrook in het midden. We gaan over een plein en komen in een straat vol studenten. Ze krijgen hun examenuitslagen. Judith gaat naar een publiek WC. We gaan een kijkje nemen aan het Parque Central maar het is absoluut geen park. Er zijn werken. We gaan terug en komen via een ander parkje op het rondpunt Reina Isabel I. We wandelen over de brug Puente de las Americas. We gaan richting het voetbalstadion. Er staat een standbeeld van het 'pre dinosaurus' beeldje op het rondpunt ervoor. We gaan naar een Burger King vooral voor de WC’s en de wifi. Ik bel eens naar mama om te laten weten dat we een moto gekocht hebben. Judith stuurt ook berichtjes naar het thuisfront. We gaan erna naar Plaza de Uyuni met Torre de reloj Big Ben. We eten goed in een Mega Burger. We stijgen erna tot de Mirador Killi Killi. We hebben een mooi zicht op de kuil van de stad. De majestueuze Huayna Potosi kijkt over LaPaz uit met z'n 6088 meter. We rusten in de schaduw. We dalen naar het centraal plein. We halen een lekker naranja ijsje en zetten ons op de trappen van het museum. Een hondje zoals uit Men in Black dartelt rond in een kerstpakje. Een zatte zot zit luid te preken tegen de museumpoort. We gaan naar het plein voor de Iglesia de la Merced. Er kamperen mensen als protest tegen het invoeren van abortus. Judith gaat naar de winkel op de hoek. Erna gaan we terug naar het hostel. We zetten ons buiten aan een tafeltje. Ik kijk op maps en Ioverlander. Judith stooft groentjes. Het gas werkt niet. De gast komt een knop open draaien. We eten lekker in het keukentje. We nemen een stomend hete douche en kruipen in bed.

    11/12: Deze kamer stinkt niet. Ik blijf liggen. Judith bakt broodjes en warmt de rest van het eten. Het smaakt enorm en helpt tegen m'n keelpijn. We laden de motor, gaan rechts de hoek om en rijden het verkeer in. We komen aan een rondpunt. Er is markt. Ik moet een straat omhoog, fel omhoog. Het lukt niet om de moto te starten. Ik ga terug. Ik wil via de Avenida Montes een toer doen om aan het verkeer te ontsnappen. Aan het standbeeld van Bolivar is er echter een betoging. We gaan over het voetpad. We rijden via het Parque Central en het voetbalstadion over de Puente de las Americas waar we gisteren over gewandeld hadden. Een flik aan een rondpunt laat me tegen richting rijden omdat we op een slechte plaats halt houden. We vinden een tankstation op het einde van de straat. De prijs voor buitenlanders is 8,8 boliviano per liter. Lol! Ik vraag om te verlagen naar 6 boliviano per liter. Het gaat niet. Ze hebben een officiële teller. We rijden verder. We gaan rechts de brug over en kronkelen naar boven op de Avenida Mario Mercado. Ik moet een hefkraan passeren die zo goed als stilstaat. Onze tank is bijna leeg. We geraken maar net boven. De motor sputtert al. We vinden een tankstation op de Avenida Civica. We kunnen er niet tanken. Ze hebben het systeem niet om benzine te verkopen aan buitenlanders. Ze steken de schuld op de overheid. Ze kunnen een boete krijgen. Ik blijf koppig zitten tot Judith zegt dat er om de hoek een ander tankstation is waar we wel kunnen tanken. Ik foeter als ik wegga. Het is de bedoeling dat zoveel mogelijk mensen me horen en over het corrupte systeem nadenken. Wat een achtergesteld racistisch gedoe. Het meisje aan de pomp van het tankstation om de hoek is nerveus. Judith staat voor onze nummerplaat zodat ze niet gefilmd kan worden. Ze houdt ons wisselgeld, is Ok. Het is goedkoper dan het normaal tarief voor buitenlanders. We kunnen tenminste weer verder. We zijn opgelucht. We komen na de drukte van nog een markt op de rustigere Ruta Nacional 1. Achter ons links ligt een lange bergketen. Het hagelt kort. We stoppen in het gehucht Ayo Ayo. We halen eten in een winkeltje op de hoek en praten met een meneer die naast ons zit. Hij vertelt over de harde winters die ze hier trotseren op de altiplano. Ik rij door tot Patacamaya. Dit is de laatste beschaving voor een tijd. We kopen eten aan een kraampje langs de weg.

    Kommentare

  • 12Dec 2017

    17 Sajama 12.12.2017 Bolivien —

    Chungara, Bolivien

    Beschreibung

    Er volgt niemandsland. Af en toe zien we een vrachtwagen. Dat is het. Het zonnetje schijnt. We zien de Sajama, een vulkaan waar het eerste nationaal park van Bolivia naar genoemd is, in de verte liggen. We sluipen langzaam dichter in het uitgestrekt landschap. Er is veel erosie met dorre begroeiing. We rijden langs flamingo’s aan de Rio Desaguero. Er zijn veel lama boerderijen. We stoppen rond 19 uur aan een verlaten huisje tussen km 105 en 110. We zetten de tent in een ronde waar normaal waarschijnlijk lama’s in worden geschoren. Het zorgt voor een beetje beschutting. We genieten van een indrukwekkende zonsondergang. We eten noodles en blijven grabbelen in een zak met grote popcorn.

    12/12: Judith heeft last van haar darmen. Ik van m'n snotkop. We blijven liggen. Het is nog koud. We wachten tot de zon de tent verwarmt. We ruimen op. De Sajama ligt in de mist, twee andere vulkanen op de grens met Chili niet. We stoppen in het dorpje Lagunas. Er zijn meren. We nemen foto’s. We praten met een ventje die een lift probeert te krijgen naar de grens om z’n lamavlees, die in een zak in de zon ligt, duurder te verkopen. Hij zegt dat we benzine kunnen vinden in het volgend dorp, Tambo Quemada, op zo’n 20 minuten. We rijden door. We passeren een tankstation en rijden door tot de grens. Ik zet de moto op een parking voor camions. We komen het koppel tegen van de Krim. Ze hadden een bus genomen van Cuzco tot voor LaPaz. Ze fietsten tot hier via afgelegen baantjes. Ze hadden het moeilijk om eten te vinden. Ze zullen route 95 nemen in Chili. Ik zie dit niet zitten. Het is onverhard en de moto verbruikt teveel dan. We gaan tanken. Judith onderhandelt de prijs. We krijgen een volle tank aan 7 boliviano per liter. We nemen dezelfde weg terug. Sajama blinkt vlak voor ons. We stoppen nog eens aan Lagunas en genieten van het uitzicht. Aan de splitsing naar Cospata zijn er twee restaurantjes. We gaan de linkse binnen. Ze hebben enkel iets dat Charque heet. Het duurt een tijdje voor het klaar is. We krijgen een bord maïs, patat, ei en gedroogde lama. Ik vind het Ok. We nemen een kaarsrechte baan, RN27. Die is nog minder druk dan de RN4. Wat een niemandsland zijn we in beland. Er is veel wind. We vinden een plaats om de tent te zetten een stukje van de weg naast een rots. Judith rijdt ook eens met de moto op een verlaten stuk. Ik sta te kijken. Ze is er snel mee weg. Het schakelen gaat vlot. Ik stoot m'n knie tegen het rek tijdens het terugplaatsen van de moto. De zon is te fel. We rusten in de schaduw. Ik ga foto’s trekken van de zonsondergang. Ik stoot m'n linkse tenen tegen de rand van het wegdek. Ik heb last van m'n darmen. We nemen Ibuprofen voor het slapengaan. Judith ligt schuin. Ik stel me vragen bij de wegenstructuur hier. Gloednieuw asfalt in perfecte staat waar niemand woont terwijl de wegen in steden kapot of onbestaande zijn. Goed voor ons maar voor de bevolking hier?

    13/12: De zon zit op de tent als we wakker worden. We eten wat brood naast de rots in de schaduw. Er is geen wolkje aan de lucht. Ik ben ziek. Judith heeft slecht geslapen. Ik rij de moto voor de laatste keer door de zandweg. We hebben geslapen in de linkerbocht op route 27 voor de site van Pumiri. We stoppen in Turco. We halen eten in een winkeltje op een hoek. We geven de waardeloze poncho’s aan een jonge gast. Wat verder steekt een moeder struisvogel met vier jonkies de baan over. Ik rij terug om te kijken maar ze zijn al weg gehuppeld. We steken de Rio Barras over en zien weer een paar flamingo’s. Er zitten vicuñas na de bocht. We zullen er nog veel zien vandaag. We stoppen niet aan Corque. Het dorp ligt weg van de baan en lijkt niet groot. Er zijn veel mensen op de straat in Copacabanita. De vrachtwagenchauffeurs moeten stoppen en papieren invullen. We eten soep in een winkeltje. Er zitten zwarte, slijmerige stukken in. Het is niet zo lekker. We kopen WC papier. Een gast aan de auto zegt dat de weg volledig in asfalt is tot aan Uyuni. Yes! We hoeven de industriestad Oruro niet te passeren. Ik rij goed door tot Andamarca dat een mooi centraal pleintje heeft. Judith vraagt aan een straatverkoopster of er groenten en fruit zijn. Nope. We eten koeken in de schaduw van een boom. We rijden verder en komen aan Lago Poopó. We kunnen zeer ver kijken maar het is geen meer. Pas in de verre verte zien we water. Het is ferm uitgedroogd. De lama’s worden opgejaagd door een mevrouw met een hond en een meneer op een fiets. Ik rij door tot Orinoca. Ik ben kapot. Judith haalt zakjes chips en een chocolade bar. Ik rij door tot bovenaan het dorp. We halen ijsjes, kip en een overrijpe banaan in de winkel op de hoek van de straat. De pauze heeft deugd gedaan. Erna gaan we terug naar de hoofdweg. Er is een tankstation met een blauwe en rood geschilderde tank. De bediende heeft een politie-uniform aan. Hij wil onze douanepapieren en ons paspoort. Hij vraagt waar we laatst tankten en voor hoeveel. We zeggen vol voor 8 boliviano per liter in LaPaz. We weten zo goed als zeker dat het geen flik is. Het leek alsof hij niet kon lezen als we de papieren toonden maar we moeten het ook niet zoeken. We zijn al blij dat we benzine krijgen bij pietje precies de fake flik. We rijden niet veel verder door een zandstorm. Ik vertraag. We zien misschien 10 meter ver. Ik moet het stuur goed vasthouden. Rechts is er een onweer. We rijden op een langgerekte baan rechtdoor. We passeren Santuario de Quillacas. Ik moest hier rechtsaf voor het dorp maar ik rij door. We komen in een vallei met veel wind. We vinden nergens een beschutte plaats om de tent te zetten. Ik stop en leg me even. We moeten door voor het volledig donker wordt. We komen in een spookdorp, Condo K. We vinden maar twee mensen. Judith vraagt of we er mogen kamperen. Het is Ok voor hen. We zetten onze tent na een grondige inspectie van het gehucht uiteindelijk in de kerk. De toegang is half dichtgemetseld. We kruipen over een onstabiel muurtje. Er zijn geen ramen. De wind giert fel door. We eten een broodje noodles sardinesaus. Ik voel me ziek. Ik snotter veel. Judith snijdt twee zakdoeken uit een uitgerekt T-Shirt. Ik moet niet meer prutsen met WC papier. Eindelijk weer een deftige stoffen zakdoek. We horen griezelige lawaaien ’s nachts. Er passeert een trein.

    14/12: Ik heb last van m'n darmen 's nachts. Pooped in the house of the lord! Ik zie een prachtige sterrenhemel. De lawaaien komen van twee waterflessen die hangen te bengelen tegen mekaar. Ik word wakker door het getjilp van een grote vogel. Judith ruimt op. Ik voel me zwak. We klimmen na een paar broodjes terug over het primitieve muurtje. Judith wandelt naar de weg. Ik rij achter. We zijn na een paar minuten al op de F30. Ik snuit m'n neus aan Sevaruyo. We stoppen een beetje verder aan een mirador, een uitkijktoren op een heuvel. Er passeert een kudde lama’s. De herdershond die ze opjaagt komt een kijkje nemen. We rijden verder tot Rio Mulato, een dorp. We eten er bananen. Ik ga vragen bij een garagist of hij motorolie heeft. De vriendelijke meneer zegt dat hij het juiste type niet heeft. We vragen het best in Uyuni. Judith haalt slecht fruitsap, koekjes die naar limoen smaken en nootjes. Er passeert een trein. Hij blokkeert de weg. Ik rij over de rails en op een zandweg als hij juist de overweg verlaat. We zien erna veel vicuñas in een geel oranje landschap. De grootste groep zit rechts na een bocht op een afstand in een waterpoel. We rijden voorbij Chita tot Colchani.

    Kommentare

  • 15Dec 2017

    18 Uyuni 15.12.2017 Bolivien —

    Uyuni, Bolivien

    Beschreibung

    Ik laat de moto bijna vallen naast het Salar de Uyuni plakkaat. Hier ligt één van de ingangen tot de zoutvlakte. Ik voel me te zwak. Ik rij door naar Uyuni en incasseer heel veel wind! De laatste kilometers duren lang. Ik eet twee ijsjes. Het doet deugd aan m'n keel. We vinden erna het Hostel Wara del Salar. We droppen de zakken binnen. Judith haalt eten op de markt. Douche. Spaghetti. Judith zet moto binnen. Ik mocht nog niet, de gang was nog in gebruik. Ik zit op de wifi en neem Dafalgan.

    15/12: Ik voel me echt ziek. Ik blijf in bed liggen terwijl Judith platanos bakt. Na het ontbijtje voel ik me iets beter. We eten ijsjes en gaan tanken. Ik word in het zak gezet. We halen water, koekjes en WC papier. Ik rij terug richting Colchani. Ik neem een rotslecht baantje richting de Salar. Het zit vol gaten en is oneffen tot en met. Het betert eens we op de zoutvlakte zijn. Ik moet enkel opletten op de stukken waar er al veel op gereden is. Daar zijn er ook gaten in het zout. We gaan eerst naar Ojos del Salado. Een plaats waar Er staat een gezin te lanterfanten. We wachten even om een foto te kunnen nemen. Erna rijden we naar een monument van Dakar, één van de vele. Een Tsjech neemt een foto van ons. Ernaast ligt een zouthotel. De grond, stoelen en tafels zijn verhard zout. We beslissen dat we zullen proberen naar Isla Incahuasi te rijden. Het is absurd rijden in de witte vlakte. Ik heb geen oriëntatievermogen. Rijden we wel de juiste richting uit? Halverwege ben ik te zwak. Ik leg me even. Na een eind zien we de top van het eilandje dichterbij komen. We hebben een oriëntatiepunt en we halen het yeaha! We wandelen tussen de cactussen. Ik rij erna de hoek om. Er is een parking. Er staan een mobilhome, een jeep, een moto en een fiets. Er zijn WC’s en een restaurantje. We moeten betalen om naar een mirador te gaan. Laat maar. Ik rij rond de Isla en terug naar af. Ik heb een betere baan te pakken. Het gaat iets vlotter. Bij het Dakar monument liggen er autobanden. Ze zijn handig om de kodak op te plaatsen om dieptefoto’s te nemen. We amuseren ons voor een anderhalf uur. Nu ja, we vloeken en schreeuwen af en toe als het niet lukt. We zijn het beu na een tijd. We gaan terug naar Colchani op de afschuwelijk afgebrokkelde weg. We zijn blij als we weer asfalt onder de banden hebben. We eten koekjes in Uyuni. We wandelen wat rond in het centrum. We halen een lekkere taco carne en een opnieuw een oplader. We nemen erna de moto naar het treinkerkhof. We rijden weer op een slecht baantje. De verroeste treinen op pensioen stellen niet zoveel voor. We kruipen eens op één. Er zijn een paar andere mensen. We gaan terug naar het centrum. Judith haalt eten om salade te maken voor morgen. We nuttigen een rest spaghetti. Een lange, warme douche doet deugd. Judith stuurt foto’s door voor de jaarlijkse kalender voor haar oma en opa. Er zijn luidruchtige Aziaten in het hostel.

    16/12: We zijn vroeg wakker. Ik blijf liggen en stel mails op in notities om naar collega’s te sturen want de wifi werkt niet. Judith maakt salade en het ontbijt klaar. Het is smullen! We ruimen onze rommelige kamer op. Ik ga naar een motorhandelaar om de hoek. Ze verkopen er ook kerstversiering. Speciale combinatie voor koppelverkoop. Z’n dochter toont dezelfde olie als in Cuzco. Motul, yes. Ik ga eerst geld afhalen dan is de vader daar. Onze oude olie is pikzwart. We hebben iets te lang gewacht. We moeten in de toekomst sneller wisselen. De vader wisselt de olie en rekent niks bij, had ‘k niet verwacht. Judith haalt lekkere empañadas op de hoek. We rijden naar een zuidelijker tankstation. De bediende zijn hoofd is bedekt met een sjaal. Ik vermoed voor opstuivend zand. Het is precies een bandiet. Judith denkt aan Bane van Batman. Er speelt goede Westerse muziek. Bolivianen gaan voor. We wachten even. Achter ons staat een motorkoppel uit LA. De jongen geeft ons een kaartje van z'n Instagram: The Motorcycle Diarrheas. Haha! Herkenbaar! Steve, zijn pa woont in Salta. Ze zijn op weg naar daar. We rijden rechtdoor op asfalt. Een beetje een saaie baan tot er werken zijn. Ik moet door zand rijden. Het is niet gemakkelijk om de moto recht te houden. Judith stapt af. Ik rij door en laat de moto staan als ik na een heuvel kan zien waar het wegje naartoe gaat. Ik wandel een stukje terug tegemoet. Er volgt een splitsing. We wachten tot we een auto zien passeren en volgen dezelfde weg.

    Kommentare

  • 18Dec 2017

    19 Villazon 18.12.2017 Bolivien —

    Villazon, Bolivien

    Beschreibung

    De weg is in goede staat tot Atocha. We eten salade en wandelen eens door de markt straat. We vinden erna de weg uit het dorp niet! Het loopt dood aan een busstation. We moeten rond naar waar we vandaan kwamen en onder een brug door een plas. We komen opnieuw op een zandweg die weinig stabiliteit biedt. Het duurt een tijd voor we buiten het dorp terug op asfalt komen. We klimmen op de altiplano. We komen veel stukken tegen met verse macadam. Ik negeer de plakkaten van de werken en rij over de verse stukken. Zo ontwijken we een paar gravelstukken. We kruisen werkmensen. Ze zeggen er niks van, integendeel, doe maar haha. Op één stuk ligt er een gat in de weg na een berg stenen. We moeten terug en over een smaller gravelbaantje. Ik val bijna aan een dikke zandstrook. M'n schoenen zijn stoffig. Het is ferm omhoog erna. Ronco haalt het niet in eerste! Of toch net wel! De motor viel juist uit wanneer het opnieuw plat werd. Wat zijn we blij als we langs het plakkaat ‘inicio asfalto’ rijden. We komen bovenaan een pas. Het landschap doet denken aan de Grand Canyon. We krijgen leuke bochten voorgeschoteld. We kruisen veel camions met ladingen zand. Het zijn ferme werken. We krijgen zicht op een vallei. We kronkelen naar beneden. We zetten de tent links onder naaldbomen niet ver van waar mensen wonen. We eten noodles. Er zijn blaffende honden. De op en af rijdende meute trucks stopt pas ’s nachts.

    17/12: Als we wakker worden is het al warm buiten. We zitten goed verstopt. Judith bakt broodjes. We hebben nog maar weinig water. Ik rij de baan op. Lap, de asfalt is meteen gedaan. Ik moet links naast een bareel en hobbelen maar op gravelbaantje. Ik praat met een straatwerker. Hij zegt dat het zo blijft tot het stadje Tupiza. Shit! Ik kan niet goed genieten van het prachtig landschap. Het doet aan Utah denken. Er volgt nog één asfaltstrook en het is gedaan. Vooral de grote stenen en diepe kiezels zijn lastpakken. Ik moet ook plassen oversteken, m'n voeten worden nat. Één keer valt de moto door wegzakkende kiezels op het einde van een plas. Ik moet bekomen. Ik doe m'n beklag over de weg aan een vrachtwagenchauffeur die door de plas rijdt en vraagt of alles Ok is. Hij zegt dat het nog 7km is. Dat moet lukken. De plassen blijven komen. Mensen wassen hun auto’s erin. En in een riviertje. Het zijn zo goed als allemaal jeeps. Ik zet de moto naast een klein parkje in Tupiza. We bekomen op een bankje. Judith haalt een ijsje. Ik babbel tegen een meneer die naast me zit. Hij bevestigt dat de rest van de weg naar de grens asfalt is. Dat is een opluchting! We gaan naar de zondagsmarkt. Het is te druk. We zetten ons en eten kip en vlees. Een grote lap, ben ik niet meer gewend. Het doet deugd. De gevolgen zullen echter minder zijn. We hebben hier nog geen frigo's gezien?! We likken nog een waterijsje op voor we weer vertrekken. Ik rij links de eerste brug over en kom dan op een grote baan. Het kronkelt. Ik moet door een tunnel. Ik zie geen steek, beangstigend. Verder stopt de baan met kronkelen. Het gaat wel nog op en neer. In ieder dal en op de rechte stukken is er felle wind. Ik stop. Pauze in het dorp Mojo. We eten brood en druiven. Ik heb last van m'n darmen. Ik geef nog een duwtje door een vlak, droog landschap langs de laatste Boliviaanse lama’s. We komen aan een boog die de intrede tot de stad Villazon inluidt. Dus niet LaQuiaca, zo zal de Argentijnse kant heten. We vinden een goedkoop hostel. We dumpen alles in een kamertje en doen een korte broek aan. We wandelen langer dan een uur op een grote markt en geven onze laatste bolivianos uit aan allerlei kleine spullen die we nodig hebben. We liggen erna even in bed. Ik voel me nog niet perfect maar al minder ziek dan in Uyuni. We gaan nog naar het centraal park om de hoek. Op de hoek ervan zijn er kraampjes. We nemen een hamburger en kip met frietjes. We drinken een piñadrankje erbij. We wandelen in het donker terug naar onze kamer.

    18/12: We zijn vroeg wakker. Ze kloppen op de deur. Een verkoper. Of we geen ontbijt willen. Lol! Laat de mensen eens slapen. Judith eet druiven. Ik brood met suiker. Judith wast zich. Het is koud en regenachtig buiten. We blijven in de kamer en kijken TV. We zien eerst een programma over het 12 jarig plurinationaal en democratisch Bolivia onder president Evo Morales. Een goed nieuws show, niemand in Europa die dit zou pikken. Het is te kinderlijk rooskleurig haha. Daarna zie ik PSG die Rennes vernedert. Neymar en Mbappé vinden mekaar. De regen mindert. We binden de zakken vast op het rek onder de ingang van het hostel. Judith haalt twee empañadas. We rijden naar de grens. Ik laat de moto onder een afdak staan ook al mag dit niet van een Boliviaanse flik. We krijgen geen exit stempel. Raar. De uitleg: "Zeg dat je aan deze grensovergang Bolivië hebt verlaten. Ze zullen het verstaan." De stempels zijn op zeker. We staan in de rij van de Argentijnse migratie. Het is een simpel hokje. Een meisje komt uit pauze. Er zijn geen problemen. Ik geef het document van de moto aan de Boliviaanse douane. Listo. We stappen de Argentijnse douane binnen. We worden opnieuw geholpen door een vriendelijk meisje. Ik krijg een document voor de moto. Ze vragen niet naar m'n rijbewijs. Een verzekering kunnen we halen in LaQuiaca. We moeten enkel nog door de controle van de politie. We maken de zakken los en leggen ze op een band die ingebouwd is in een Mercedes Sprinter busje. Ze gaan door een scanner. Dat was het. We mogen door. Het ging vlotter dan we dachten. Hallo Argentinië!

    Kommentare

  • 19Dec 2017

    20 Purmamarca 19.12.2017 Argentinien —

    Purmamarca, Argentinien

    Beschreibung

    Links op het einde van de straat is er een tankstation. We berekenen dat het ietsje duurder is dan in Bolivia maar ze geven hier tenminste meteen benzine en het is zeker betere kwaliteit. We kunnen met visa betalen. Ik zie in het kantoortje dat er andere stopcontacten zijn. Een vriendelijke pompbediende legt uit dat we de stekker van Bolivia normaal kunnen plooien zodat ze past. We zien een voetgangersstraat rechts omhoog lopen. Het voelt aan als het centrum. We gaan een kijkje nemen. De enige verzekeringsmaatschappij in het stadje is gesloten vandaag. De bank Macro rekent veel aan om geld af te halen. We rijden rond het kerkje. Ervoor staat er wat uitleg in een parkje over de Ruta 40 en de noordelijke provincie Jujuy. Een mevrouw zegt dat er nog een bank is om de hoek. Er staat een lange rij. Er is geen geld blijkbaar. We stappen een bakkertje binnen. We vragen of we met visa kunnen betalen. Neen maar de Braziliaanse eigenaar blijft maar babbelen met ons. We gaan uiteindelijk terug naar de Macro bank. Er zit niks anders op dan daar geld af te halen. We halen erna een broodje en water aan het busstation. Het was zoeken, bijna alles in het stadje is gesloten. We rijden door. Er zijn een paar onverharde stukken in het begin van RN9 en waar er asfalt is zitten er ferme gaten in de weg. Het eerste dorpje dat we tegenkomen is Abra Pampa. We halen pudding en cola met brood in een hoekwinkeltje. Het mevrouwtje was de vriendelijkheid zelve, hu hum. We rijden erna rechts van een ferm onweer. Gelukkig voelen we maar een paar spetters. We passeren een politiecontrole. De flik zegt niks en doet teken met z'n hand dat we mogen doorrijden. We zien de eerste Argentijnse lama’s. Na de pas wordt het droger. De weg daalt. We rijden naar beter weer. Het landschap wordt droger, veel cactussen. We stoppen na Humahuaca aan een stenen bushokje. Rustpauze. We eten. We rijden erna door tot Tilcara. We krijgen zicht op mooie rotsformaties. Het is een zeer toeristisch dorp. Er zijn meer hostels dan huizen van inwoners. We informeren aan een camping. Het trekt op niet veel. Ik rij door. Het wordt donker. Ik rij rechts van de weg naar beneden na een uitkijkpunt. We zetten de tent naast een struik.

    19/12: Verbazend genoeg slapen we goed. We hoorden bijna niks van het verkeer. Het is mooi weer. Ik heb last van m'n darmen. Er liggen enkele mensen begraven op een paar meter van onze tent. Er staan kruisen. We hebben een luguber gevoel. We zetten ons op het gemak aan een stenen bushokje. Judith maakt broodjes met olie, suiker, mayonaise en tomaat. Mm. Gisteren waren er toch al wat veranderingen merkbaar: vlees in frigo’s, oude Franse auto’s in plaats van versleten jeeps en minder praatgrage mensen in Argentinië. We berekenen onze uitgaven in Bolivia. Het is belachelijk weinig! Ik schrijf dagboek voor we naar de mirador gaan. We hebben er beter uitzicht op een lelijk dorp en de mooie rotsformaties. We ruimen op en gaan door. We komen snel bij de afslag naar Purmamarca. Ik rij de eerste afslag naar het centrum voorbij. We zien de gekleurde rotsen al waar het dorp om bekend staat. We rijden terug en laten de moto naast een rij bomen staan. We wandelen het toeristisch dorp in. We eten yoghurt en banaan op de rand van een voetpad in de schaduw. Het is al warm. We wandelen tot aan de gekleurde rotsen. En er rond. Er is een hotelletje dat afgewerkt is in klei die bij de omgeving past. We gaan terug en nemen een foto voor de rotsen. Het is te betalen als je een heuveltje ernaast op wil. Daar heb je waarschijnlijk een beter zicht. Dat vinden we niet nodig. Het dorp heeft een leuk centraal pleintje. Ik leg me in de schaduw terwijl Judith verkopers afgaat. Ze vindt de mooie warme sokken die ze wou. We eten tortilla onderweg naar de moto. Voorbij de afslag naar de RN9 worden we tegen gehouden door een flik. Het is een jonge gast. Hij vraagt enkel ons paspoort. Oef!

    Kommentare

  • 20Dec 2017

    21 Salta 20.12.2017 Argentinien —

    Salta, Argentinien

    Beschreibung

    Het landschap wordt plots groener. Ik krijg snel koud. We stoppen aan een uitkijkpunt naast een brede rivier. Ik doe er jas en handschoenen aan. We moeten een paar stukken door gravel aan werken. Het is hobbelen op een leuk dalend baantje. Er zijn veel wolken maar het regent niet. We rijden Jujuy binnen op de autostrade. Ik voel me een beetje onveilig omdat we te traag rijden. Wat een kasten van huizen zien we plots! Het zorgt voor een lichte cultuurshock. Ik stop aan Rio Xibi Xibi. Er zijn betalende parkeerplaatsen. We eten koekjes en zijn weg. Ik zet de moto op het voetpad. Er staan er nog. We eten elk een hotdog met kaas. Judith schudt mini frietjes op die van haar. We wandelen een paar blokken naar het centraal plein. Er zijn palmbomen en er staat een standbeeld in het midden. Het doet wat aan Frankrijk denken. De straten rond het plein zijn minder mooi. Judith gaat naar een grote Carrefour. We rijden het centrum uit. We vinden de RN9 terug in een achterbuurt. We rijden weer wat te traag maar we komen al snel buiten het centrum in een groene regio. Ik sla af aan El Carmen. We zitten verkeerd. We eten boudoirs op een bankje. We rijden erna door naar Embalse Las Maderas. We passeren een meer en visclubs. De macadam gaat over naar gravel. We rijden een dijk over en zetten ons op stenen naast een rolbrug. We eten popcorn. We hebben eindelijk wat rust of nee toch niet. Er ligt hier en daar stront en er komen vliegen op af. Er zitten een paar vissers lager aan het meer. We zetten de tent en eten noodles. De zon gaat langzaam onder. Ik ben de warmte en de muggen niet meer gewend en kom zot.

    20/12: Ik val dan toch uiteindelijk in slaap en slaap goed. Het is al 7:30 uur. Er is niemand meer. De SD kaart in de kodak is vol. Na controle blijkt dat de foto's van de Chimborazo en Cuenca weg zijn. Ik kom gek. We ruimen heel traag op. We zijn de enige aan het stuwmeer. Ik rij het wegje terug omhoog, is niet makkelijk, er liggen veel grote stenen. We kronkelen op gravel en komen op een fietspad. Leuk. Er passeert een moto in tegengestelde richting en dan een auto. Hunk! We kronkelen door dichte jungle, precies Costa Rica. Het baantje draait en keert. Het is echt leuk rijden. De Yungas Ruta heet het baantje. Als het iets minder bebost is kijk ik eens naar het landschap rechts. Dat deed ik beter niet. Ik mis de volgende bocht en rij in de berm en terug op de baan zonder erg. Het wordt even breder en weer smaller. Iets verder passeren we La Caldera, een dorpje aan de overkant van een brug. Ik zie een groot standbeeld. We passeren El Carmen en Vaquera. Het wordt drukker. We stoppen aan een legerbasis en kijken op maps. We rijden langs een mooi rondpunt met een standbeeld en oude tanks. We stoppen en drinken een colaatje. We slaan een straat links in en komen in een drukte. We slaan rechts af en stoppen. Een hostel met goede commentaren op Ioverlander ligt rechts in deze straat. We vinden het niet maar wel een gelijkaardig hostel met dezelfde prijs. Een kale meneer toont ons een kamer en helpt de moto naar binnen sleuren. De douche doet deugd! We verkennen het centrum van Salta op slippers. We wandelen richting een park en eten pizza en salchipapas, frietjes met stukjes worst, in een kinderspeelparadijs. We zakken erna af richting het centraal plein 9 de Julio. Het is enorm warm. Er zijn flamenco dansers onder de bomen. We staan even te kijken tot het gedaan is. We gaan erna de winkelstraat in, alles is gesloten. Ze hebben de siësta geërfd van Spanje. Ik vind het niet erg. We doen een toer en zien twee kleurrijke kerken. We gaan naar McDo. We blijven even zitten: WC, wifi en airco. We vinden erna een supermarkt. We vergeten de groenten te wegen. Twee Nederlanders die achter ons staan in de rij wachten geduldig terwijl ik heen en weer spurt naar de groenteafdeling. Ze gaan van Cartagena naar Rio. We zoeken een bank maar vinden er geen die niks aanrekent. We gaan terug naar het hostel. We eten een stokbroodje met groentjes, mango en lekkere paté. Ik stuur een paar foto’s door naar mama als back-up. Ik vind de foto’s terug van Ecuador. Yes! Hiep hiep! We drinken Sidra del Valle om het te vieren. Judith is moe. Het duurt even voor we in slaap vallen.

    21/12: Ik slaap weinig. Er zaten veel muggen in de kamer. Ik heb er 8 gemept. Alles is opgeladen dankzij een tussenstuk dat we konden lenen. Douche. We moeten eruit voor 10 uur. We maken de zakken. We duwen de moto door de voordeur. Judith gaat kijken of ze nog zo’n tussenstukje hebben in een winkeltje. Jammer genoeg niet. We rijden de straat Cordoba uit, tot helemaal uit het centrum. We stoppen aan een supermarkt in Los Cerrillos. Van alle dorpjes die we passeren is La Merced het mooiste. Het is verzorgd en er zijn veel parkjes. Er zijn steeds minder huizen. We stoppen in La Viña. Ons gat doet pijn. We draaien voorbij een groene top en het landschap verandert.

    Kommentare

  • 22Dec 2017

    22 Cafayate 22.12.2017 Argentinien —

    Cafayate, Argentinien

    Beschreibung

    Het is droger. Er zijn meer rotsen. Als we stoppen om van het uitzicht op een vallei te genieten verandert het weer plots. Er steekt wind op. We krijgen een paar druppels op ons hoofd. We houden pauze aan de Garganta del Diablo. Een kloof. Ik klauter binnenin op rotsen. Als we terug buiten komen zien we donkere wolken. We doen onze jas en poncho aan. Een paar meter verder is het uitkijkpunt Tres Cruces. Ik doe een wandelingetje naar boven. Erna is de weg nat. Ik ondervind geen last. Het koelt af. We kronkelen naar boven langs een bergflank en komen in magnifiek landschap. Het doet aan Utah denken. We zien drie kuddes geiten wandelen en een zwerm groene papegaaien vliegen. Er liggen grote stenen op de baan. Rechts zien we plots een ferme modderstroom! Er gaat kracht van uit. Beangstigend. We rijden voorbij een steile muur en de Obilisco. Daarna draaien we naar rechts op een baan naar beneden. Rechts is een groene vallei. Op het einde van de baan aan wijngaarden is het naar links. We stoppen op het centraal plein van Cafayate. Judith zoekt water. Ik blijf bij de moto en eet brood met confituur en suiker. Daarna vind ik de camping van Rafa. Hij helpt onze moto binnen plaatsen. We zetten de tent tegen de muur naast andere. Judith vindt haar schoenen niet, waarschijnlijk ergens verkeerd gelegd in het hostel in Salta. Haar slippers trekken op niks meer. We laten ze achter. We wandelen eens rond in het stadje. Er is niet veel te beleven. Het lijkt alsof er enkel het centrale plein is. Gelukkig is een winkel waar ze visa aanvaarden. We hebben weer WC papier haha. We maken pasta en gebruiken de wifi. Ik praat met een Colombiaan en kort met een Ecuadoraan. Het zijn redelijk alternatieve mensen met leuke verhalen. Ik update map. We zitten binnen aan een tafel met Franse die in Quebec wonen. Ze delen honingwijn en lamaworst met ons. Ze hebben een wandeling gemaakt vandaag. Ze wilden naar watervallen gaan maar het is niet gelukt. Ze raakten de weg kwijt. Ze doen een toer in Argentinië met een huurauto. We kruipen in de tent als het al donker is. Het is warm. Ik ben een beetje zat van de witte wijn. Ik heb bijna een liter alleen op. Het miezert.

    22/12: Alles is droog gebleven. Ik heb last van m'n darmen. We douchen samen. Het is koud water maar het is warm genoeg buiten. Het doet deugd. Er zijn veel muggen in het kotje. We gaan snel naar buiten. Judith gaat naar de winkel. Een oudere mevrouw biedt me een deegkoekje en thee aan. We drinken melk en eten brood. We ruimen op, betalen en gaan door. Rafa was familiaal. We rijden 50km naar Quilmes vanaf daar is begint voor ons de beruchte Ruta Nacional 40. We rijden op redelijk moeilijke gravel tot Santa Maria. We nemen het baantje naar Amaicha del Valle. Het is makkelijkere slechte asfalt. We pauzeren aan een tankstation op rondpuntje. We zijn al snel in Santa Maria. Het is groter. We halen brood, worstjes, mayonaise en tomaat in een winkel van een Chinees waar we met visa kunnen betalen. We zetten ons aan het centraal plein in de schaduw op een bankje. We moeten proppen om het op te krijgen. Ik steek m'n voeten eens in het water van een fontein. Ik heb kriebels. Ik sta vol puntjes al van aan het stuwmeer voor Salta. Na het eten ga ik naar een VW busje kijken dat ook aan het plein staat. Ik vind de Amerikaanse busjes toch iets meer hebben. We rijden het stadje uit op de Ruta 40. Er zijn veel bochten. Ze staan eerst goed aangeduid maar dan één niet. Ik haal het niet. De moto ligt op de grond. Dat worden blauwe plekken. We krijgen hem weer recht. Het metaal voor de knieën staat wat krom. Beter of mijn knie haha. Ik geef er een stamp tegen. Het staat weer recht. Verder is er een stukje gravel als we een rivierbedding door moeten. We komen aan een kruispunt. We zetten ons kort aan een bushokje. We gaan rechts. Ik rij wat voorzichtiger. We komen verder in een lange vallei. Er valt regen! Het water druppelt door m'n helm en klettert op m’n handen. We drogen nadien snel alleen m'n sokken blijven kletsnat. De wind wakkert meer en meer. Ik hoor de motor niet meer zelf. We rijden langs een fietser met een Tsjechische vlag. Hij geraakt niet vooruit. We zijn niet te beklagen. Er stopt een auto. Ze vragen of ze iemand moeten meenemen tot Belen. Vriendelijk maar nee. Het baantje kronkelt langs een rivier. Leuk. We stoppen aan een winkeltje. Een meneer zegt dat ze vijf blokken verder motorolie verkopen. Judith haalt water. Het rijdt vol brommers in het grote dorp. Bijna niemand heeft een helm en de meeste zijn duidelijk minderjarig. De eerste winkel heeft het juiste type olie niet meer. Een beetje verder bij een winkel van een oudere meneer is er wel Motul. Er is een werkplaats ernaast. We hoeven niet bij te betalen voor de wissel. De mechanieker voert de wissel een pak sneller uit dan de vorige keer en hij stelt met een schroevendraaier de motor bij zodat hij in neutraal lagere toeren draait. Het klinkt veel beter. We rijden door de rest van Belen en Londres. We vinden een baantje weg van de hoofdweg. We stoppen er naast grote struiken met naalden. Judith maakt lekkere pasta op het zeil van de zakken. We gaan goed vooruit. Het is nog snikheet. We zweten. Ik moet ‘s nachts, als het al donker is naar de WC. Slechte timing. Er komt een auto gevolgd door een brommer. Ik zet me gehurkt aan de overkant en kijk weg. Ik hoop dat ze me niet zien. Ik hoor stemmen. Ze zijn 20 meter verder gestopt. De deuren slaan dicht. Ik hoor geen stemmen meer. Ik kom na een paar minuten uit m'n schuilplaats en wandel traag naar de tent. Ik ben terug veilig. Ik hoop dat we niet verraden zijn. Ze rijden weg na korte tijd. Was het een rendez-vous'tje?

    23/12: Ik heb weeral last van m'n darmen. We ruimen snel op. Er zijn donkere wolken boven ons en in de richting waar we vandaan kwamen. We rijden door. We gaan op een kruispunt voorbij de politie naar rechts. We zitten verkeerd. We stoppen en eten frosties en gaan terug, de andere, juiste richting uit. We moeten 5km de RN60 volgen. Daarna nemen we een afslag langs een gehucht. We dalen langs twee bochten en moeten plots zware wind verduren door een vallei. Het is moeilijk om de moto op baan te houden in volle snelheid. Ik schakel naar derde en stop af en toe om m'n armen te laten rusten. Het is de felste wind tot nu toe. We zien de rest van vallei niet in de verte door een zandstorm. Ik rij naast een slang. Judith spot een struisvogel. We komen een beetje na 12 uur in Chilecito. Judith ziet links een winkel. We kunnen met visa betalen. Het zijn weer Chinezen. We zetten ons opnieuw op het centraal pleintje. Het stokbrood is lekkerder dan gisteren en belegd met verse kaas en een soort hesp. Er is een YPF tankstation op de hoek. Er is file maar ik moet er tanken. Ronco is bijna leeg. We rijden verder. We komen in Valle de Miranda. Er zijn veel wolken. We voelen een paar spetters. Ik kronkel een pas omhoog tot 2040m. De afdaling is iets minder steil. Als we stoppen om een foto te nemen wandel ik even en rijdt Judith een stukje. We rijden opnieuw op een recht stuk naar Villa Union. Ik stop aan een groot rondpunt. Ik babbel met een gast aan een tankstation. Hij zegt dat het normaal niet veel regent op dit moment van het jaar maar nu wel. We kunnen het merken aan de riviertjes en de passen die de weg kruisen. M'n gat doet pijn. Ik moet even stoppen. We komen op een weg met veel op en neer stukken. Langs de berm hebben ze waterafvoer stukken gegraven. We stoppen rond 19 uur aan een overdekt hutje langs de kant. Er staat Loco Fredy op een steen. Het is nog zo’n 200km naar San Juan. Er zitten veel vliegjes. Ik kom gek. De vloer is van beton maar heel slecht gegoten en met stenen in. Ik zet de tent dus weg van de baan tussen struiken en op zandgrond tussen twee waterafvoer stukken. Judith maakt pasta. Ik schrijf dagboek. Het is al donker.

    24/12: De zon komt op rond 6:30 uur. Er is geen wolkje aan de lucht. We ontbijten aan stoeltjes na weeral ferme last aan m'n darmen. We ruimen op. Het is al warm. De moto geraakt moeilijk in gang maar doet dan toch zijn ding. We slaan rechts af voor Huaco. We passeren best uit voorzorg langs Jackal voor benzine. Wat een leuk baantje. We kronkelen omhoog tussen de rotsen. Sommige stukken zijn niet meer dan 3 meter breed. We rijden langs een bergflank en komen aan een uitzicht op een stuwmeer. We dalen erna tot in Jackal. Er is file aan de YPF. We wachten even. Er staat een wifi tekentje op het winkeltje. We zetten ons even binnen en sturen berichten naar onze familie voor kerst. We rijden erna door op een lang, saai stuk van de Ruta 40. M'n gat doet pijn van het slechte asfalt. We stoppen aan een boom. Er zitten vliegjes. Judith schelt een wortel. We delen ook een blikje slechte erwtjes met suiker. We volgen een rechte baan links omhoog.

    Kommentare

  • 25Dec 2017

    23 Potrerillos 25.12.2017 Argentinien —

    Potrerillos, Argentinien

    Beschreibung

    We zijn bijna bij San Juan. We passeren een industrie zone en rijden dan over slechte gravelstukken aan obras. Aan een winkeltje waar ze geen visa accepteren zegt een meneer dat er een Vea winkelketen is waar ze dat wel doen. We rijden ernaartoe. We gaan om brood en beleg maar onze visa's met chip worden niet aanvaard aan de kassa. Lap. We hebben honger! En we stonden al lang in de rij. Ik vloek en we wandelen weg. Er zijn restaurants om de hoek. Judith bestelt een pizza en haalt salade, kip en een beetje frietjes met sausjes. We schrokken het naar binnen en rijden richting McDonalds. Ervoor is er een YPG. Er is wifi yes. We nemen een drankje en een ijsje. Judith belt met haar familie. Ik zeer kort met familie Vancaillie - Vandewalle die voltallig aanwezig is. De verbinding valt jammer genoeg snel weg. Ze eten kalkoen aargh. We rijden erna naar het hostel. De prijs is duurder dan op Ioverlander. Als ik zeg dat we weggaan daalt de prijs. We betalen voor twee nachten maar Judith vraagt later nadat ze naar een winkeltje is geweest één nacht terug. San Juan is een dode stad. Er is niks te doen. We krijgen een kamer boven. Er is goede airco. Ik stoot m'n rug tegen een te laag stapelbed. We nuttigen chips en Sprite. Ik ben echt moe. Ik val zeer vroeg in slaap. De mevrouw van het hostel zei toch dat er niks te doen is voor kerst in San Juan. Judith chat met haar familie.

    25/12: Ik wandel naar de WC beneden. Er ligt stront in de keuken van de hond. Netjes is anders. We nemen samen een douche. Koud water doet meer deugd dan warm. Het is al ferm warm buiten. Er is een ‘ontbijt’: koffie, melk, thee en koekjes. We drinken de melk leeg en eten alles wat we vinden in de keuken op de boord en in de kasten. Cornflakes, een stukje brood en boterkoek. We draaien alle koekjes binnen. Sam reageert op een bericht vlak voor we willen vertrekken. Hij is de laptop gaan halen. Judith haar familie zit bij Lisa. Ik bind de zakken op de moto. Judith belt. Ze heeft geen geluid. De laptop gaat rond en ze kan iedereen eens zien. Ze babbelt kort met oma en opa. We gaan door. De meneer opent het hekken voor ons. Ik rij via een desvio uit San Juan. M'n gat doet pijn. We stoppen eens aan een boom. Het is een zeer saai stuk weg. Er is niks te zien. We rijden Mendoza in. Het wordt drukker, nu ja, drukker dan in San Juan. Ik stop als het centrum niet meer aangeduid staat op een kruispunt. Een meneer zegt dat we naar rechts moeten. We rijden op een brede laan met grote populieren aan beide kanten. Alles is dicht! Zelfs de McDo. Judith spot een kiosk op een hoek dat open is. We eten elk een broodje. De banken rekenen teveel aan om geld af te halen. We rijden langs het centraal plein. Er zijn werken aan de gang. Er is niks te beleven. Zijn we dan zo verwend met de kerstsfeer thuis? We rijden via een omweg uit het centrum. Ik stop op een splitsing aan een Shell tankstation. Judith haalt een pot ijscrème uit de frigo. Ons kerst dessert! We zetten ons op comfortabele lederen zetels in de airco met wifi. We rijden door met een volle tank. De weg voelt als een autostrade. We voelen ons onveilig met onze 60 km/u. Het duurt een tijdje voor we aan de RN7 komen. Het is een rechte lijn langs wijngaarden naar de bergen. We kronkelen langs een meer. Ik neem de afslag naar Potrerillos. Judith ziet een eetkraampje. We nemen een Milanesa. Onze kerstmaaltijd! De schnitzel in een broodje smaakt enorm! Ik praat met een Chileense motard van Santiago. Hij verkiest Argentinië om naar het zuiden te rijden. Het is minder duur dan Chili en er valt normaal minder regen. Er staat een bord op de straat aan het meer dat waarschuwt voor overstromingsgevaar. We mogen er niet kamperen. We rijden een stukje terug, over een brugje naar links. We komen op een groot grasveld. Het zit vol mensen aan het meer. Hier zitten ze dus voor kerst. We gaan zwemmen om de hoek. Het is te doen, niet te koud. Judith wil erna naar een tankstation. Ik ben te moe. Ze maakt groentjes en pasta klaar die we nog hebben. Het is al donker. Er rijden auto’s weg van het meer. Niet op de tent jongens! De matras ligt goed!

    26/12: De zon is al op. Dit is een prachtig plaatsje om wakker te worden. Er is niemand meer. We zijn op ons gemak. We ruimen op. Ik was het potje af in het meer. We vertrekken. De supermarkt is nog niet open. We twijfelen of we terug naar het tankstation moeten rijden om eten. We doen het niet, best, om de hoek is er nog een klein winkeltje open waar we brood, churros, bananen en appelsap halen. Het is een ferm ontbijt. We eten het meteen op aan de moto. We hadden al honger. Ik rij door op asfalt. We passeren nog een winkeltje. Ze aanvaarden geen visa. De weg wordt een grindpad van redelijk slechte kwaliteit. Het bergdorp Vallecitos zal niet groot zijn. Er vraagt een meneer met een Franse baret of we z’n hond niet gezien hebben. Nee is ons antwoord. De weg wordt slecht! Ik ontwijk ferme putten en stenen. We passeren hutten. Er is niemand te zien. We rijden helemaal tot aan een skistation. Het was echt moeilijk. De zwaarste weg tot nu toe. Vooral in de bochten is het gekkenwerk. We hobbelden op een gegeven moment zo erg dat ‘k dacht dat de vering het zou begeven. Er zijn twee Braziliaanse gasten aan een auto. Hun Spaans is moeilijk te verstaan door hun Portugees accent. Ze hebben 2500 km gereden. Ze zullen morgen proberen een berg te beklimmen. We laten spullen in een hok dat open was naast een huisje. We leggen alles op een rek met een zeil erover. Het wordt een ééndaagse. We hebben niet genoeg eten meer bij ons om meerdere dagen op te teren. We stijgen tot een eerste kampeerplaats Los Veguitas. Het is een open plaats met waterstromen. We klimmen fel door richting Pico Franke. Het pad loopt uit en stopt. Er zijn veel lastige dazen! Judith wordt zot. We vinden het pad terug dat naar andere toppen gaat. We stijgen via een doorgang tot een tweede kampeerplaats Piedra Grande. We worden iets verder aangesproken door parkrangers die we inhalen. Ze schrijven onze naam en paspoortnummer op een blaadje. We moesten blijkbaar ergens registreren. We stijgen verder. We trappen op onze adem. We zitten nog niet zo hoog maar de lucht hier is zo droog. Ik krijg een ferme loopneus. We komen in de wolken en krijgen koud. We hebben geen pulls mee. We duwen door langs een mooie rots met waterval tot we het derde kamp El Salto bereiken. Er staan een paar tenten. De onze ook! We praten kort met twee gasten en dalen weer, zo snel mogelijk om warm terug warm te krijgen. Ik was wat duizelig. Ik stop in een bocht en wacht op Judith. We eten wat brood. Erna loop ik om warmer te krijgen. Ik steek in m’n kop dat de Brazilianen met de rest van onze spullen weg zijn en stap goed door. Ik wacht op Judith aan het eerste kamp. De Brazilianen komen op me afgewandeld. Oef! Ze zeggen kort gedag en dalen al. Als Judith komt gaan we erachteraan. Ze zullen aan hun auto slapen. Ze vragen of we mee-eten. We willen dalen om voor zonsondergang beneden te zijn. Ik wil het baantje niet af als het donker is. Ik bind zakken op de moto terwijl Judith nog wat eet. Ronco wil niet starten. Het is waarschijnlijk door de koude en de hoogte. Judith krijgt hem uiteindelijk aan. We dalen heel voorzichtig. Iedere bocht in eerste. Ik probeer aan de binnenkant te blijven. We passeren een hond die achter ons zit. Na een uurtje komen we weer op asfalt. We gaan in Potrerillos naar een tankstation. Ze aanvaarden geen visa. Dan gaan we naar het winkeltje waar ze ook geen visa aanvaarden. We kopen toch wat. We stoppen aan een eetbusje. Het is jammer genoeg gesloten. We zien een kampeerplaats langs de kant van de weg. Er liggen een paar tamme honden. We eten koekjes en drinken fruitsap. Er zitten een paar jonge gasten naast ons met moto’s. De tent staat onder een boom. Het ziet zwart. Het regent een beetje. Plots is er bliksem en donder tegelijk. Het is een ferme knal. We verschieten. Het onweer zit vlak boven ons. We horen geblaf.

    27/12: We zijn wakker rond 7 uur. Er zijn groenwerker het gras aan het afdoen. Er ligt een beetje modder aan de rechterkant van de tent. Het kon erger. Veel andere stukken staan blank. We zetten ons op een steen om te ontbijten. Opruimen duurt iets langer. De zeilen en de onderkant van de tent moeten drogen. We rijden de brug over en volgen de RN7. We rijden weg van het meer en volgen een dikke modderrivier Rio Mendoza. Een scherpe bocht naar links heeft de naam ‘curva de Guido’ haha. Ik heb het gevoel dat we stijgen maar we gaan nog vooruit in vijfde. We steken voor Uspallata een brug over de rivier over. Ik zie rechts supermarkt Atomo. Ik ga recht naar de WC. Ik ben juist op tijd. Het is een grote winkel. We laten ons gaan. Deo, slippers, eten. We zetten ons voor het gebouw. Vooral de yoghurt drink in een zakje smaakt. We smijten het vuilnis in een container. Er staat een roestbak van een Ford Falcon. Er rijden er veel. Ik rij een stukje te ver in de verkeerde richting. We moesten naar links in plaats van rechts aan een splitsing in Uspallata. Ik ga geld afhalen. Judith blijft bij de moto en spullen. De automaat is niet aangeduid met een “B” maar met een “Link”. Yes, we weten dat die minder aanrekenen. Ik vind een winkeltje waar ze campinggas verkopen. Ze aanvaarden visa, net als in de winkel. Er staat een flik buiten het stadje. Hij vraagt enkel de titulo. Het dal erna is breder, een grootser landschap en meer wind! We stoppen aan Plaza de Vacas. Judith haar poep doet pijn. Het is één van de ingangen naar het Aconcagua park. We rijden door tot Horcones de hoofdingang van het park. We doen een zeer kort wandelingetje naar een mirador. We zien de hoogste berg van Zuid-Amerika slechts langs een zijkant, de rechterflank. We betalen ingang en rijden 1km verder. We laten de moto en onze spullen op een parking. Er is een kort pad langs een meertje. We babbelen met Denise, een Braziliaanse mevrouw. Ze zegt dat we zeker naar Isla Chiloë moeten. Er staan plakkaten met uitleg. Een groot stuk van de Aconcagua is afgescheurd zo’n 10 000 jaar geleden. De grond was afgezakt tot voorbij het punt Confluenza. Aconcagua betekent “stenen beschermer” in het Quechua. Hij ligt voor een stuk in de wolken, de beschermer. We rijden terug. Judith gaat naar de WC in het visitor center. Ik vul water bij. We rijden een stukje terug tot Puente del Inca. Het is een steenbrug in speciale kleuren. Er is een kerkje er voorbij dat je niet bij kan. Mensen proberen brol, zogezegd van indigenas, te verkopen in kraampjes. We dalen nu langs de RN7. Er zijn veel vrachtwagens met nummerplaten van allerlei nationaliteiten: Bolivia, Paraguay, Uruguay.. Ze vervoeren merchandise dat duurder verkocht kan worden rond de hoofdstad van Chili. Tijdens het dalen hebben we mooier zicht op de vallei maar er is ook meer wind dan in het doorgaan. Het zit zwart voor ons. We voelen slechts een paar spetters. We tanken in Uspallata en eten Milanesa. De vorige was iets beter. Er staan twee versierde brommers aan de YPF. Ze zijn van Colombianen. Ze gaan ook maar 60km/u. Het regent wat. We stoppen aan een stuk naast de weg naast Rio Mendoza. We denken even om hier te kamperen maar we durven niet. Als de rivier buiten z’n oevers treedt zouden we ferm in de problemen komen. Het is een machtige rivier die we moeten respecteren. Na de bocht stopt een flik ons, een echte flik, niet het is geen jonge gast zoals vorige die ons tegenhielden. Hij vraagt m'n rijbewijs en de verzekering. Ik geef de titulo, toon het aduanas document en geef uiteindelijk m'n Belgisch autorijbewijs. Hij kijkt er eens naar en oordeelt dat het Ok is. Hij vertelt over koekjes van België die een vriend van hem opstuurt. Jules Destrooper haha. Hij houdt het verkeer tegen met z’n collega zodat we makkelijker kunnen vertrekken. Oef. We ontsnappen hahah! We zijn terug aan het meer van Potrerillos voor het donker is. We zetten de tent opnieuw aan de rand van het groot grasveld. De rode wijn van de streek past goed bij worst en pasta. We liggen te babbelen morsen met chips in de tent. Ik val als een blok in slaap.

    28/12: Ik heb hoofdpijn en ben een beetje misselijk. De wijn was te lekker. Ik blijf liggen. We eten verkruimelde cake. Ik ga zwemmen in het meer terwijl Judith de potjes wast. De zon is al fel. Ik glibber op dikke modder langs de kant om er weer uit te komen. We gaan terug naar de tent. We hebben allebei last van onze darmen. Ik schrijf dagboek op een steen in de schaduw. We ruimen op en vertrekken rond 12 uur. Het water van het meer is felblauw door de stralende zon. We rijden een stuk terug op de RN7 langs wijngaarden. We gaan voor een brug naar rechts en zijn terug op de Ruta 40.

    Kommentare

  • 30Dec 2017

    24 Ruta 40 30.12.2017 Argentinien —

    Las Lajas, Argentinien

    Beschreibung

    Het is een drukke twee-vaks baan. Er is niet veel te zien. We passeren een YPF en een Atomo. We zijn nog maar juist vertrokken. Ik rij door. We komen in Tunuyan. Zowel de Carrefour als de Vea en de Atomo zijn gesloten. Siësta! We vloeken en rijden door. Ik sla af in San Carlos en rij tot het centraal plein. We eten koekjes in de schaduw. Een meneer met een brommer zegt dat we terug naar de Ruta 40 moeten om olie te wisselen. Anderlechtfans zouden zich thuis voelen in het dorp. Alles is paars-wit geschilderd. We stoppen aan een Shell. Er is airco, wifi, water en motorolie van het merk Shell, van dezelfde soort als Motul. Een technieker komt pas om 16 uur. We wachten en bellen eens naar het thuisfront. Er komt een oud rood Frans autootje opgereden. Een oudere meneer en een jonge gast stappen uit. Ik krijg een glas vruchtensap van de jonge gast. Hij toont z’n andere auto op een foto van z'n GSM, een zwarte oldtimer. Machtig. De oudere meneer is fan van de Boca Juniors. Het duurt eventjes maar het is goed gedaan. We gaan erna naar de Vea om de hoek. Het is nog even wachten tot de siësta gedaan is. We kunnen niet met visa betalen. De chips nekken ons weer. Ik neem een afslag oen volg de Ruta 40. Na 50km staat er een blokkade. Er zijn werken. Ik neem een desvio naar Agua Torre. Het trekt er niet op. Ik heb alle moeite om de moto recht te houden. Er zijn teveel losse stenen. Ik rij na een paar km terug. Er komt een camion achter ons. De passagier is op de hoogte van de werken. We kunnen normaal passeren zegt hij. Ik rij door op het resterende asfalt. De zon zakt. De Andes keten ligt rechts van ons. Prachtig. We komen aan het begin van de werken. Ik rij links. Een hekken staat open. Op een splitsing gaan we links. We zien een meneer in een bocht met vier honden. Hij zegt dat we juist zitten. Ik daal op een krullende zandweg naar een riviertje. Ik inspecteer de bodem en rij erdoor. We kronkelen verder. We passeren twee huisjes en worden achtervolgd door honden. Wat verder kruisen we een pick-up. De twee mannen zeggen dat we op een onafgewerkte weg tot El Sosnead kunnen. We rijden naar boven en stoppen langs een brede zandweg. We laten de moto aan de kant van de weg staan. Ik krijg hem de zandheuvel niet op. Ik zet de tent in korte struikjes. Judith maakt pasta met spinazie, salami en tomaat. Het smaakt! Er is niemand in de verste verte.

    29/12: Judith duwt me. De zon piept nog niet. We ruimen snel op. De rits van m’n zak is los aan één kant. Fuck. Ik pruts om het begin los te maken en krijg hem er weer in. We gaan door. We volgen een stuk op zandgravel. Er was net een auto gepasseerd. Het moet dus lukken! We rijden tot aan onafgewerkte brug. Als we dichter gaan zien we dat er een brugje naast ligt. Oef! Best want de rivier is breed en wild. Er ligt asfalt verder. Soms stukken die vers zijn waar we naast rijden, soms nog met een gat waar we er even af moeten maar het is beter dan de omweg van gisteren. We kunnen goed door rijden. Op het einde is er een hekken. We geraken niet tot bij de andere weg. Er komen twee mannen. Ze vertellen dat er eerder deze week een fietser door de werken gereden is. Ze doen de poort open. Ze zijn aangenaam. We rijden El Sosneado voorbij. Het tankstation trok op niks. Een groter dorp Malargüe ligt al op 50km. We tanken als we het dorp binnenrijden. Het is goedkoper. De pompbediende legt uit dat we een petroleumregio binnen gereden zijn. We zetten ons om te bekomen. We gaan erna naar de Atomo. Deze is wel open. Een yoghurtdrankje doet weer deugd. We vinden erna, nadat Judith het vroeg aan het busstation, de camping municipal. Het is mogelijk om er gewoon een douche te nemen. Heerlijk!! Het water is warm maar dat is eigenlijk niet nodig. Het is snikheet buiten. We eten de kaas en het fruit op. Ik douch nog een tweede keer. We wassen onze T-Shirts. Zo hebben we lekker fris als we weer vertrekken. We rijden Malargüe uit. Het is niet zo’n goed asfalt. Aan een rondpunt is er een desvio. Lap. Het begint weer. We volgen een kiezelpad. We rijden over een brug de Rio Grande over. We komen in Bardas Blancas. Er is niks. We volgen de Rio Grande. Het is een mooi landschap maar ik kan er niet echt van genieten. De weg bestaat uit kiezels. "ripio suelto" staat er op een plakkaat. Het wordt afgewisseld met korte stukken oud versleten asfalt. Waarom zo'n korte stukken? We stoppen aan een rij bomen. Er komt een meneer. ZIjn naam is Carlos-Pedro. Hij is al 77 jaar. Dat zou je niet zeggen. Hij vertelt over z’n voorouders, z’n land en de weg die nog erger zal worden. Er loopt een kalkoen rond. Hij valt mensen aan langs vanachter. Een vervelend maar mooi beest. We rijden na een lange babbel verder. We komen aan de pasarela, een stukje waar de rivier door een smalle strook zwart lavagesteente gaat. Erna is de baan reteslecht. Ik hou het na 20km even niet meer. M'n armen, rug en nek doen pijn. Ronco ziet af. De vering piept als een oude te zwaar beladen camion. We vragen aan een meisje en een vrachtwagenchauffeur die uit tegengestelde richting komen hoe lang de slechte weg nog duurt. Zij zegt 30km, hij 20km. Shit. We steken de Rio Grande voor een laatste keer over en rijden verder. Ik wil vertrekken op asfalt morgen en rij dus door op de ripio. Het wordt een ferme beproeving. Ik rij richting de laagstaande zon, er is veel zijwind die zand omhoog stuwt en de baan ligt vol oneffen hobbelstukken, zandstroken en kiezelstroken. Ondanks alles rij ik in vierde. Ik wil eruit zijn! De zon staat al laag als we in de verte een bocht naar links met asfalt zien. Yeees! We rijden langs huisjes naast meertjes en in een kleine vallei. Er is geen plaats om te kamperen. Er zijn overal stenen. We zien bomen in de volgende vallei. Ik vraag aan een oudere meneer die voor z’n domein zit of we de tent ergens mogen plaatsen. Het mag. We zetten hem op een stukje zand naast een stroompje beschut door bomen. Best er staat een ferme wind. We eten verse groentjes in de tent. Er waait een beetje zand binnen.

    30/12: We slapen redelijk goed. We eten lekkere koekjes als we wakker worden. Ik heb last van m'n darmen. We ruimen op. Het is een zandboel! Er is nog niemand wakker en we gaan ook niemand wakker maken om te bedanken. We rijden door. Het is bewolkt. We zijn snel aan Rio Barancas. We komen in de provincie Neuquen in de regio Patagonië. Er staat een houten huisje met het opschrift "info turistico" maar het is niet open. Er komt een flik van ernaast. Hij zegt dat de Ruta 40 tot Bariloche allemaal asfalt is. Yes! Er komen vier hondjes knabbelen aan m'n schoenen en veters. Ik doe het nekding en m'n handschoenen aan. Als we het volgend dorpje binnen rijden staat er op een plakkaat ‘Puta Ranquil’ het moet ‘Buta’ zijn haha. We stoppen aan een grote metalen slede, kerstversiering en eten lekkere koekjes. Het is bewolkt. Judith vindt haar poncho niet. We beseffen dat hij gisteren op de hobbelweg van tussen de zeilen is gevallen. Dju toch. We rijden door. Het spettert toch wel zeker. We stoppen als we een stuk gestegen zijn door een uitgestrekt landschap. We zien rechts vulkanen. Er stopt een motorrijder. Hij vraagt of we problemen hebben. Vriendelijk. "Nee, we zijn gewoon gestopt om te genieten van uitzicht" is ons antwoord. We krullen langs een kronkelbaan naar rechts door een trekgat. Wat een wind weer tegen de bergflank. Verder zigzaggen we naar beneden tot Chos Malal. Ik rij voorbij het stadje en dan staat het centrum aangeduid in de richting waar we vandaan komen. We stoppen op het centraal plein. Er is een tankwagen aan het lossen bij de YPF. Ik parkeer de moto. We gaan eerst naar een winkel met smalle gangen. We moeten alles vragen aan verschillende toonbanken. Brood, kaas, vlees.. Zoals het vroeger in de kieskeur was. Ouderwets. We eten broodjes met worst en paté. Er komt een artiest een babbeltje slaan. We moeten z’n vriend bezoeken in Ushuaia. Hij vertelt ons dat Chos Malal 'gele grond' betekent. De plaats is zo genoemd door indigenas omdat ze de gele grond gebruikten om potten te maken. We gaan erna naar de YPF. Er is blijkbaar een rij, zegt de pompbediende. Ik moet één blok omgaan, een tweede. WTF?! Ze staan een straat verder nog aan te schuiven. Als ik passeer zegt een mevrouw in rood autootje dat ik bij de moto ervoor mag inschuiven. Dat is vriendelijk. De verklaring voor de file is dat het het enige tankstation is in verre omstreken en dat mensen naar familie moeten voor eindejaar. Ik babbel met de gast met de moto. Hij studeert burgerlijk ingenieur en werkt als taxichauffeur en in verzekeringen. "Ik wil naar het buitenland na m'n studies" zegt hij meerdere keren "omdat er hier geen werk is." Hij legt uit dat ons appelsap zo sterk en vies smaakt omdat we het moeten mengen met water. Aaah haha! Judith wachtte binnen en komt als ik bijna bij pomp ben. Het heeft een uur geduurd. Als we het stadje buiten rijden staat er flik. Hij vraagt m'n rijbewijs maar als ik de titulo geef en zeg dat de rest van de documenten in de zakken zitten, is het Ok. Hij noteert de info op een blaadje en we mogen door, over een brug. Hij waarschuwt ons voor de sterke wind en terecht! Judith rijdt een stukje. Ze heeft het moeilijk om aan te zetten. Ze geraakt niet goed aan de grond met haar voeten. Ze rijdt maar een 2-tal km. Er is meer zon dan vanmorgen. We stoppen aan een brug en eten chips. Ik rij snel door naar een plaatsje waar ik me kan verstoppen. Ik heb last van m'n armen. Het is een 60-tal km naar Las Lajas. We krijgen koud op het einde. Ik zit met muziek in m’n hoofd. We rijden een brug over en de camping municipal op. Een vriendelijke meneer die op decamping werkt leent ons z’n oplader. We zetten de tent onder een boom naast een grote ronde tafel. De eigenaar komt. We betalen en hij helpt ons om onze oplader van Bolivia te plooien. De vorige meneer bindt een touwtje rond de paal om de druk hoog te houden. De batterij laadt op. Prachtig haha. Fijne pasta met ketchup en een wortel is ons avondeten. Ik ga een kijkje nemen aan de rivier. Judith wast kledij. We kunnen een warme douche nemen in een afgelekt sanitair. Precies een hotel. We gaan slapen. We voelen ons op ons gemak op een propere camping. Morgen is de laatste dag van 2017.

    31/12: We zijn laat wakker. We hebben een beetje koud gehad. Ik had m'n pull gezocht. Ik had beter de zijkant van de buitentent toe gedaan. Alle waste is zo goed als droog en alles is opgeladen. Perfect. We smijten alles van in de tent op de grote ronde tafel en ruimen op. De meneer van de camping vraagt komt een babbeltje slaan en vraagt om een logboek te tekenen. We willen door. Het zijn een 250-tal kilometers tot Junin de los Andes. Las Lajas ziet er een Ok dorp uit: een mooi pleintje, een mercado chino en een dinosaurus museum. Als we het dorp uitrijden denk ik dat het hier wel goed was. We zijn er misschien te kort gebleven.

    Kommentare

  • 02Jan 2018

    25 Bariloche 02.01.2018 Argentinien —

    San Carlos de Bariloche, Argentinien

    Beschreibung

    We stoppen aan een brug en wandelen een pijnlijke poep weg. We stoppen verder aan een plakkaat om koekjes en chips te eten. We zien de top van een vulkaan voor ons verschijnen. Het landschap verandert, minder zanderig. We rijden langs naaldbomen, rivieren en meertjes. We passeren de gehuchten San Ignacio en La Rinconada. Het is stijgen en de tank is bijna leeg. Dat is snel gegaan. Het wijzertje gaf niet de juiste hoeveelheid aan. Ik leg me plat en hoop dat er minder weerstand is. Bij nog een stuk omhoog is het van dat. De motor sputtert en valt uit. Er stopt een auto. Tom is de naam van de bestuurder. Judith gaat mee om benzine naar Junin, een 10-tal km verderop. Ik denk dat ze nog even wegblijven en wandel naar plakkaten. Tuut tuut, daar zijn ze alweer. Ik ren terug. Tom reed blijkbaar als een gek. Hij doet 2000km per week voor z’n werk. Judith heeft een grote bidon benzine mee. We morsen door de wind. We gieten eerst in een kleiner flesje van appelsap. We morsen nog altijd maar minder. De gemorste benzine verdampt meteen. We kuisen het toch af. Het wijzertje toont meer dan een halve tank. Daar gaan we weer. We komen snel in Junin en stoppen aan het tankstation. De eigenaar van de bidon, een bediende, heeft een mooie Falcon. We zetten ons in het winkeltje en gebruiken de wifi om onze familie al een gelukkig nieuwjaar te wensen. We stoppen erna aan een winkel. We vinden geen asado. Junin lijkt klein. We rijden door. We vangen koude wind. Het landschap wordt nog groener. We tanken vol aan een YPF en rijden naar het centrum van San Martin. We laten de moto staan en wandelen even door de hoofdstraat. Het is enorm toeristisch. We vinden een paar mogelijkheden om te eten maar beslissen niet. We rijden door en komen aan het meer Lago Lácar. Ik rij er langs omhoog en stop aan de zijkant op een smal parkeerplaatsje. Ik leg me even op een muur. We zijn moe. We gaan te snel. Een meneer neemt zeer slechte foto’s van ons en ik neem er een paar van hem met zijn familie. Hij woont in Neuquen en is advocaat. Hij geeft zijn Whatsapp. Hij zal ons folklore muziek van z'n regio doorsturen. We rijden verder een smal slecht baantje naar beneden, een camping op. Een meisje zegt de prijs, te duur. Er komt een meneer. Hij verlaagt de prijs een beetje. We beslissen om te blijven. Ik zet de tent op terwijl Judith de matras opblaast met behulp van een pompje dat we van de buren gekregen hebben. Zij hebben veel vlees op de barbecue. Argh! Judith maakt vuur. Ze haalt hamburgers. Ik bak ze in ons klein potje. Het past perfect! Het smaakt, samen met cider. We krijgen koud rond 23 uur. Het vuur is gedoofd. We kruipen in de tent en horen muziek.

    01/01: Gelukkig Nieuwjaar! Het is mooi weer aan Lago Lácar. Er zitten mieren rond en in de tent. We ontbijten wat lager aan een tafeltje. We hebben brood, casero, dat meisjes ons gisteren verkocht hadden. We ruimen op ons gemak op. We nemen elk een warme douche voor we het baantje weer naar boven hobbelen. We gaan terug naar San Martin. We laten de moto aan het meer staan. Ik voel eens aan het water. Het is frisjes. We wandelen opnieuw langs de hoofdstraat. Er is niks open net als op kerstdag in Mendoza. We vinden één bakkertje dat aan het werk is. Er staat een mand met verpakte boterkoeken van gisteren. Heche en al año pasado haha! We nemen vier pakjes. We eten binnen al eentje op aan een tafeltje. We wandelen terug via de chique straat. Het doet aan Zwitserland denken. De moto klinkt een beetje raar, luider en ik moet bruter schakelen. Zou de olie weer vervangen moeten worden? We rijden terug langs de mini camping en Lago Lácar. We starten aan de Ruta de los siete Lagos. We draaien en kronkelen tot Mirador Pili Pili, genoemd naar een boomsoort. We eten nog een pak boterkoeken. We stoppen aan watervalletjes Cascada Vuliñanco en aan Lago Falkner, een meer waar mensen langs zitten alsof ze aan het strand zijn. Het is toch nog wat te koud voor een zwembroek. Er hangt een gespietst varkentje. Dit is een deftige asado! We wandelen het strandje af. Ik wil foto’s nemen van Judith maar ze voelt zich dik vooral aan haar hoofd. Wat natuurlijk pure nonsens is. We rijden erna een rivier over. Rechts verschijnt Lago Villarino. We stoppen ietsje verder. We krijgen een mooi zicht op het meer met witte toppen erachter door een gat tussen bomen. Ik rij een kort stukje terug. Er is zicht op beide meren. Villarino op de voorgrond en Falkner kleiner in de verte. Op de volgende stop Lago Escondido is er niet veel te zien. Hij is goed verstopt. Ik spring over de afzetting en ga plassen. Ik kan tot bij het meertje komen. Voor een goede foto sta ik in het meer op een boomstronk. We rijden door tot waar er een paar auto’s geparkeerd staan. Er staat een plakkaat: "Cascada Nivinco 2 horas ida y vuelta" Ok! We komen na een paar meter wandelen aan een riviertje. We hebben al iemand op blote voeten zien lopen dus we weten hoe laat het is. Judith strubbelt, ik toon het goede voorbeeld. Onze broeken zijn nat maar ze zullen snel drogen. We moeten door een dik bos en komen aan een rivier. We wandelen over dikke kiezels aan de oever. Ik zie de waterval al liggen. Eerst enkel de rechterkant ‘ach is niks’ dan de volledige waterval ‘wow’. Het is een muur van water. We zetten ons en eten een derde pakje boterkoeken. Ik wil een foto nemen van Judith maar er zit een koppel op een rots voor ons. We gaan eerst naar boven. Het is moeilijk op de afgesleten bottinen. Wauw, boven zijn er nog watervallen die minstens even mooi zijn. Precies zoals op foto's van de Plitvice watervallen van Kroatië maar er is hier waarschijnlijk veel minder volk. Ik ga wat dichter maar kan niet zo lang in het koude water blijven staan. Ik neem een foto van twee gasten en zij nemen er één van mij. De foto is slecht dus ik delete hem haha. We schuiven terug aan en gaan voorzichtig naar beneden. Ik neem een foto met Judith die al beneden aan de eerste waterval staat. Er staan mensen op maar een pak minder dan er werkelijk zijn. Wat een massa plots! Weg hier! We wandelen terug naar Ronco. We rijden naar Lago Correntoso en Lago Espejo langs vele paarse bloemen. Er vliegen roofvogels. Het overtrekt. Iedere zonnespriet doet deugd. In de bocht zien we een kampeerplaats. Een mevrouw die haar tent opzet zegt ons dat we er gratis mogen kamperen. We moeten enkel registeren bij de ranger. Haar huis is ernaast. Ze is met kinderen aan het spelen. Ze stelt ons een paar vraagjes en het is Ok. Ze heeft niks genoteerd. We zetten de tent wat verder van het meer, tussen een struik en een boom. Ik blaas de matras op terwijl Judith vuur maakt. We eten noodles en het laatste pakje boterkoeken. Het hout fikt goed. Wat een prachtige eerste dag van het jaar! Judith ‘fat face’ haalt water om alle pasta klaar te maken. Ik krijg het vuur maar niet gedoofd, het smeult goed. Ik gooi water en zand erover en kruip in de tent.

    02/01: Het heeft geregend vannacht, niet hard maar wel heel de nacht door. Soms lag ik met m'n gat tegen de grond, de matras lost. Bij het opruimen is de tent ferm vuil door de natte en de grond. De moto start niet goed. Hij valt meteen uit. Ik krijg hem net lang genoeg aan om te gaan. Het regent. Broek, schoenen en sokken zijn snel kletsnat. Judith heeft geen poncho meer maar ik vang het meeste op. We stoppen aan Villa d’Angostura. Een toeristisch dorp. Het lijkt erop dat er meer logement mogelijkheden zijn dan inwoners. Er is een YPF! We zetten ons en bekomen even. Twee andere motorrijders hebben hetzelfde idee. De heren zitten aan een tafeltje naast ons. Ze rijden met twee Honda’s met 125cc motor. Ze gaan 90km/u! Ze zijn van Cordoba. Ze geven wat tips in verband met het onderhoud van moto's. Er is hier geen motorolie te vinden. We nuttigen een Pepsi en een paar croissants. Er komt een hond binnen. We gaan erna naar de supermarkt aan de overkant van de straat. Ik hou het niet uit. M'n voeten zijn te koud. Ik ga terug naar de moto die onder een afdak staat achter het tankstation. Die hond zit er toch wel vastgebonden zeker. Er is een auto bijgekomen onder het afdak. Pas als Judith komt om de hond op z’n plaats te houden krijg ik de moto weer buiten. Hij was te curieus. Zijn halsband kwam telkens verstrikt te zitten. Als we vertrekken miezert het weer maar het betert. We zien even zon. We stoppen aan het Lago Nahuel Huapi. Het is ferm groot. We eten een paar broodjes met paté. Judith haar helm staat op een boomstronk. Ze stuikt hem omver. Hij ligt beneden. Lap. Ik haal touw van het rek en bind hem rond Judith. Ze daalt om de helm te halen. Ik hou het touw stevig vast. De helm is gelukkig niet diep gevallen. Ze kan er snel bij. We rijden verder. We draaien, de rugwind wordt zijwind! Geen wonder dat we fietsers hadden zien wandelen. Na een stukje rechtdoor rijden we Bariloche binnen. De puntige bergen erboven zijn spectaculair! We stoppen aan het centraal plein. We wandelen door de winkelstraat en gaan op het einde naar een Carrefour. Het is duurder dan thuis. We slaan eten in voor een trektocht van een paar dagen. We zetten ons aan het zeer winderige Lago Nahuel Huapi. We rijden erna door tot Hostel Casona, te duur. Een Zwitserse motorrijder die er te gast is waarschuwt ons. De pas naar de Carretera Austral is onderbroken. Er is een landverzakking geweest door de vele regen in Chili. Yay goed nieuws hu hum. We rijden door. Judith denkt dat ze een camping ziet maar het is een winkel met kampeergerief. De uitbater komt naar buiten en zegt dat er een mooie camping is aan Lago Gutierrez. We gaan eerst naar het begin van de weg waar de wandeling begint. Het is gravel. Ze rekenen schandalig veel aan om spullen op de camping te laten terwijl we zouden gaan wandelen. We gaan weg. Judith slaat een beetje door. Ik had een andere camping gezien iets verder, niet vlak aan het meer. Het is er gemoedelijker. We gaan om vlees en ander eten in de supermarkt Todo nadat de tent er staat. Judith krijgt een vuur aan. Ik schrijf dagboek. Er komt een meneer. Hij heeft een zak kolen en wil helpen koken. Hij is een beetje gek, in de goede zin. Hij legt patatten in de kolen. Hij snijdt wortels middendoor en haalt het middelste stuk weg met een mes dat hij uit z’n achterste broekzak haalt. Hij sprenkelt veel zout op het varkensvlees en smijt stukken op de BBQ. Heerlijk! Ik help hout sprokkelen. Zijn naam is Jorge 'el loco' Maumari van Cordoba. Hij is op weg naar Ushuaia. Hij heeft er 20 jaar gewoond en gaat op bezoek bij z’n zoon. Zijn andere, jongere zonen komen dag zeggen, één heeft Asperger. We krijgen nog kip die hij over heeft! Ongelofelijk wat een gastvrijheid. Het vlees heeft enorm deugd gedaan.

    03/01: We zijn wakker rond 7 uur. We ruimen al wat op. Ik zeg goedemorgen aan Jorge als ik hem passeer om naar het WC te gaan. Hij komt met pakken koeken die hij nog over heeft. Niet te doen. We nemen elk om beurt een warme douche. Ik hoor water buiten op het dak, lap, regen. We wilden juist gaan wandelen. We zetten alle spullen onder een afdak aan de WC. We wachten. Jorge ook, zijn tent is te nat. Hij haalt uiteindelijk een plastiek zak om hem in te steken en vertrekt al teutend. Merci man! Goeie rit!! Ik haal de moto door de regen. Ik zet hem onder het afdakje van het welkomstplakkaat. Ik steek m'n voeten nog eens onder een warme douche, schoenen aan, plastiek zakken er rond en we rijden weg rond 12 uur. Het was moeilijk. De motor had niet veel zin. We hobbelen door ferme plassen. Oeps we zijn vergeten te betalen. We rijden terug richting Bariloche. We stoppen aan een YPF niet ver van het centrum. De plastiek zakken hebben echt niet geholpen. Ik droog m'n handen in de WC en doe slippers aan. Ik bestel een kleine koffie en een latte choco. Ik dacht dat het chocomelk was. Er is wifi en een USB oplaadstation. Er komt een meneer tegenover ons zitten. Hij stelt zich voor als Don Parapente en is vol van zichzelf. Hij reist al 13 jaar en steekt al vliegend grenzen over. Dat mag niet van de douane. Hij heeft enkel het beste materiaal. Wij zouden beter naar een winkel, Raid, om de hoek gaan. Ze hebben er beter materiaal dan hetgeen wij aan hebben. Hij geeft z’n jas aan me en neemt de mijne waar er ondertussen een ferme scheur in rechter oksel zit. Hij wil een windtunneltje maken van een arm om z’n camera recht te houden als hij vliegt met z'n parapente haha. Judith heeft raak op Couchsurfing. We mogen bij een gast slapen. We moeten een 12-tal km terug rijden. Het is ferm bibberen in de regen. Ik had nog niet warm gekregen. We hyperventileren. Hij staat met een Fiat langs de kant van de weg. We volgen twee slijkstraatjes naar een houten huis. Ik sta te klutteren. Hij zegt dat ik een warme douche moet nemen. Het is een directe gast. Juan Blanco is z’n naam. We leren mekaar wat kennen. We warmen de kip die we van Jorge gekregen hadden en delen. Hij toont Fallout op z’n playstation. We doen de afwas. We kijken samen naar een fantasie film. Bright met Will Smith. Het doet deugd. We slapen op een matras!

    04/01: Juan is weg rond 8 uur. Hij is gaan werken. We slapen uit. We ruimen op en maken ontbijt. Nu ja het is al middag, middagmaal dan zeker. We rijden naar Bariloche. Er is weer veel wind maar geen regen. We vinden enkele Motul reclames aan een rondpunt, geen olie. Op een eerste plaats doen ze geen moto’s, op een tweede plaats is er geen plaats. Hij mag geen olie wisselen op straat. Aan een tankstation vinden we een meneer die we mogen volgen naar z'n werkplaats. Hier lukt het wel. De meneer die onze olie vervangt is op reis geweest naar Spanje, België en Nederland vorige augustus. De banken in Europa rekenen ook teveel aan aan hem. Het duurt niet zo lang. We kunnen met visa betalen. We rijden erna naar de Raid winkel die we niet vinden. We gaan een Todo supermarkt binnen. We halen eten, veel verse dingen. We vinden erna wel de winkel van Don Parapente maar hij is gesloten. We wachten niet. We gaan terug naar Juan z'n huisje. Er regent een beetje. Het is bewolkt. We zijn lui vandaag. De GSM is plat, geen internet. We zoeken juist iets op Netflix als Juan thuis komt. Hij raadt ons een serie aan, Ascension. Hij heeft gelijk, is echt goed. Truman Show maar met 600 onwetenden op een fake ruimteschip. We verslinden de serie. Zes afleveringen terwijl Juan om gas gaat en kip met rijst kookt. Mm. Heerlijk. We grappen over zijn en Judith haar zus. Hij gaat om een vriendin als we rond 12 uur in bed kruipen. Één van de laatste dingen die hij zegt voor hij vertrekt: “Si hay ruida, pues somos todos adultos.” Haha.

    05/01: Als we wakker worden horen we hem praten. Hij vertrekt. We staan op. We ontbijten en ruimen op. We rijden naar links richting Llao LLao. Het is een chique buurt. Koud. Voorbij een huis dat op een rots gebouwd is er een golfterrein langs de Bahia Lopez. We zetten de moto op een parking naast het strand en een hotel. We wandelen door bossen tot aan rotsen. We worden getrakteerd op een prachtig zicht. De Brazo Tristeza is een mooie, lange fjord. We komen een gids tegen. Ze zegt dat Cerro Lopez niet bereikbaar is vanaf hier. Er is teveel wind en het is normaal 8 uur wandelen. We rijden terug naar Tacul Playa. Een moeilijk baantje met veel gaten en modder. Het is steil op de laatste parking in het bos. We gaan naar enkele miradors. De eerste ligt op een ingestorte bunker met zicht op de fjord Brazo Brest. De tweede is een klein strandje waar er een familie zit. We blijven er niet. De derde is ook aan een strand. Hier is er geen wind. We blijven even zitten op rotsen en warmen op in de zon. We wandelen een stukje terug en passeren een andere parking. Er hangt een lint voor het begin van de wandeling naar Cerro Llao Llao. We kruipen er onder. We stijgen door het bos en komen veel mensen tegen. Weinigen laten zich hier dus intimideren door een lint. We arriveren op de prachtige mirador Llao Llao. We zien de twee fjorden en het grootste stuk van het Lago Nahuel Huapi en een lang eiland. Er is veel wind. De top stelt niks voor. Er staat een lelijk huisje. Ik vind m’n handschoenen niet. We gaan terug naar het strand. Ze liggen op de rotsen waar we even zaten. Ik had ze waarschijnlijk uitgetrokken om een foto te nemen. We rijden door met de moto tot waar de wandeling naar Refugio Lopez start. Het is al te laat. Na 15 uur mag je er niet meer aan beginnen. Dat doen we dus ook niet en rijden verder. We stoppen aan Punto Panoramica en eten de lekkerste brownie met chocolademelk. Een raam houdt de wind tegen. Een beetje verder in de bocht is er een nog mooier uitzicht. We zetten ons op een bank. We stoppen verder aan een brug en gaan een kijkje nemen aan de beide kanten van Lago Moreno. Er rijden twee auto’s op de baan vlak voor me. Ik kan ze ontwijken. We gaan naar de Todo winkel en halen onder andere bier en oregano. Juan komt enkele minuten voor ons thuis. Zijn buurman is mee. Hij praat snel. We zitten een aantal uur te babbelen. Erna eten we kip en maken we salade klaar voor morgen. Juan laat ons maté en Fernet proeven. Het smaakt allebei sterk. De thee smaakt fel door de overvloed aan kruiden. De Fernet door de overvloed aan alcohol haha. Het heeft iets tussen hoestsiroop en vlierbessen. Juan probeert de waterkoeler te repareren maar het lukt niet. We gaan uit. Juan voert ons. Er zijn een pak jonge mensen in de houten chalet La Luna. Juan trakteert het eerste rondje. Wij het tweede. We drinken artisanaal blond en rood biertje. Ze spelen leuke gejaagde carnaval muziek. Om snel op te dansen. We blijven niet te lang. De muziek stopt al om 2 uur. Als we terug zijn, wil Juan ons nog een slaapmutsje 'ultima hoja' geven: Jägermeister met cola.

    06/01: We blijven tamelijk lang liggen. Judith heeft klein katertje. Juan is al wakker. We ontbijten samen. Het is al 12 uur als Juan ons naar Lago Gutierrez voert. Hij wandelt nog mee naar Cascade de los Duendes, smurfen, en een stukje tot aan een splitsing. We nemen kort afscheid. Judith beseft een bocht verder dat we de waterfles niet mee hebben. Ik wandel terug naar het watervalletje. Ik had hem er laten staan om een foto te nemen. Ik voel dat we gisteren uit zijn geweest. Het pad stijgt traag door het bos. We stoppen aan een boomstronk om salade op te eten die Judith gemaakt had: patatjes, worstjes en salade in veel mayonaise. Het is moeilijker stijgen met ons rond buikje. We zien toppen rechts door de begroeiing. We komen aan Refugio Frey. Er staan plakkaten dat we moeten registreren. Ik ga de hut binnen. De registratie moet normaal vooraf gebeuren maar het is nu al te laat om ons nog weg te sturen. We mogen blijven. Ik krijg een plakkaatje om aan de tent te hangen. Hij vraagt om de plaats proper te houden, om de WC te gebruiken en om 100 Pesos. Zouden we terug krijgen na controle van onze plaats. Ik zeg dat we geen cash bij ons hebben. Het is Ok. Ik vind een plaats dicht bij hut maar het waait er teveel. Ik ga een flank rechts af en vind een plaats die beter verschuilt is. De grond is een beetje nat maar er is minder aanhoudende wind. Het is niet vanzelfsprekend om de tent te zetten. Ik moet de touwen vast maken aan stenen die een muurtje vormen. Het regent en is enorm koud. We kruipen al vroeg in de tent. Het is moeilijk om te blijven liggen. De matras heeft een bubbel gekregen. We slapen niet (goed). Er zijn toch veel windstoten die de tent doen schudden.

    07/01: We staan op als we wakker zijn. Judith gaat naast de hut op een muurtje uit de wind zitten en maakt soep. Ik ruim de tent op. M'n vingers en voeten, natte sokken, bevriezen bijna. We vertrekken rechts van Laguna Tonchek. Er liggen scherpe puntrotsen achter. Het is een beetje zoeken maar na het meer is het pad wat duidelijker. We klimmen al klauterend en komen aan Laguna Schmoll. Wat een wind. We gaan omhoog over een strook sneeuw en klauteren dan weer over rotsen. We komen via een doorgang aan een fantastische pas met uitzicht op Lago Nahuel Huapi in de verte. We praten er met een koppel van California die op huwelijksreis is. We nemen foto’s van mekaar. Het dalen is moeilijk. Het is steil en de ondergrond is los. Judith komt achter. Ik wacht af en toe. We komen in een dal. Bomen bieden bescherming tegen de felle zon. We stijgen opnieuw nadat we over een paar riviertjes sprongen. We komen op rotsen. Een gast met een didgeridoo van Buenos Aires rust voor ons. We zetten ons erbij en babbelen. Hij heeft z’n leven omgegooid. Na vier jaar ingenieur studeert hij nu muziek. We stijgen mee door de sneeuw tot de volgende pas. We krijgen zo mogelijk een nog mooier zicht op prachtige bergketens! We blijven zitten om ervan te genieten. Laguna Jakob komt steeds dichter als we dalen. Ik ga even voor Judith om de tent nog open te kunnen zetten nu er nog zon is. Hij is nog nat van deze morgen. Ik steek een groep jongeren voorbij. Als ik een brug over wil zegt de gids van een groep ‘dejar pasar’. De groep begint de woorden te zingen. Ik doe een orkestmeester na als ik passeer en bedank de gids. Ik vind een plaats onder een boom niet ver van tijdelijke hutten in de vorm van witte bollen. Ik ga terug maar vind Judith niet. We hadden afgesproken aan de bollen. Ik zet me op een rots en laat m'n sokken en schoenen drogen. Als er al een trage groep aankomt ga ik eens terug. Judith zat op de hoek aan een witte bol. We gaan samen op de rots zitten. We warmen pasta met wortel en spuiten er ketchup op. We vangen de laatste zonnestralen en gaan slapen.

    08/01: Ik moet ‘s nacht naar de WC. Het is ijskoud. Ik pis aan een vijvertje niet ver van de tent en doe een warmere pull aan. Een rots is mooi verlicht door de maan. Ik blijf liggen ‘s morgens. Judith wil opstaan maar ik zit als een mummie opgerold en denk dat het nog donker is. Een tijd later zit de zon fel op de tent. Ow, wakker worden. Judith maakt soep. Ik ruim op. Als we de kampeerzone verlaten neem ik nog koekjes en Judith sinaasappels mee van jongeren bende. Ze lagen te slingeren op het pad. We zien het als een compensatie voor hun lawaai. Het is prachtig weer. We dalen langs een rivier na een laatste blik op Laguna Jakob. Er is hier en daar schaduw. We steken tamelijk wat mensen voorbij. Ik jut Judith wat op. Het dalen mag sneller gaan. We willen graag snel terug zijn. In tegenstelling tot de voorbije twee dagen stappen we vandaag wel goed door. We kruisen weer jongeren. We komen na 3 uur stappen aan boerderij El Tambo met paarden. We volgen een weg naar rechts. We steken de rivier over en krijgen een lift van een Waal tot aan een kruispunt naar het zuiden. Daarna neemt een oudere meneer met een klein autootje ons mee tot aan Lago Nahuel Huapi. We gaan naar een Todo supermarkt. Als we buiten komen krijgen we nog een lift van een roestbak van een pick-up tot aan de straat niet ver van Juan z’n huis. We douchen. Judith belt met Esther en Sam. Ik snij en kook patatten. Judith vindt een paar vluchten naar Europa maar we boeken nog niks. Juan komt thuis. Hij wil naar het strand. We gaan mee. Achter ons botst een oude zware tegen een nieuwe lichte auto als Juan remt om te parkeren. Ouch. Er zijn veel mensen aan het meer. Er zit een maat van hem. De helikopter van de president vliegt over Villa La Angostura. We blijven er even voor we terug gaan. Wij koken als we terug zijn. We zitten wat te zwanzen. Hij gaat slapen. We doen de afwas. We horen geritsel in de kamer. We denken dat het een muis is maar we vinden er geen.

    09/01: De wekker gaat af om 7 uur. Juan moet gaan werken. We ontbijten samen. We hadden de zakken gisteravond al gemaakt. Het is een aangenaam afscheid. We schrijven mooie recommendations voor elkaar op Couchsurfing. Juan toont een knop onderaan de moto die we kunnen gebruiken als het te koud is ‘s morgens om te starten. Die zorgt ervoor dat er meer benzine en lucht naar de motor gepompt wordt. We rijden richting het centrum. We tanken aan de YPF en gaan naar de Raid winkel. Hij is weer gesloten lap. Het is nu 9 uur. Het is pas open om 11 uur. We gaan door. We volgen een baan rechts aan het rondpunt richting Ruta 40. We passeren Lago Gutierrez en het laatste meer van de Ruta de siete Lagos: Lago Guillelmo. We stoppen. De berm aan de parking is schuin en bestaat uit kiezelstenen. De moto blijft staan met op de pekkel maar valt als ik m'n linkerbeen ophef. De 110kg moto komt op m'n rechterknie terecht. Ouch! Het doet pijn. Er loopt benzine uit. Omstaanders helpen om de moto recht te trekken. Het zijn Fransen. Een oudere meneer is dokter. Hij voelt aan m’n knie. Hij is niet gebroken, maar heeft wel een ferme kap die bloedt. Ik voel me beter na de shock. Het piekt wel enorm. Ik reageer me onterecht af op Judith die zich niet laat doen. Het doet pijn in het begin als we weer vertrekken maar het betert. We zien prachtige bergen rechts van El Bolson. We kopen eten in een Todo op de hoek en eten de rest van gisteren. We rijden even verkeerd in het stadje. Ik corrigeer met een binnenweg via gravelstraatjes. Er is een campingwinkel rechts op de hoek. Hij is net gesloten: siësta. Ik stop één keer voor Esquel omdat ‘k dacht dat er beest in m'n pull gevlogen was. Er komt een desvio van 8km door obras. Het is een goeie omweg. We stoppen aan een tankstation. Er stopt een auto met een Chileense nummerplaat. Ik vraag info aan het gezin dat uitstapt. We kunnen door aan Villa Santa Lucia en er is veel asfalt op de Carretera Austral. Yes!

    Kommentare

  • 10Jan 2018

    26 Carretera Austral 10.01.2018 Chile —

    Chile

    Beschreibung

    We rijden door tot Trevelin. We worden getrakteerd op een blinkende bergketen als we naar rechts kijken! In het stadje gaan we naar een toeristische post, een houten huisje aan een park. Ze bevestigen de info van de Chilenen. Hoera. We gaan naar een YPF. Judith boekt een vlucht van Sao Paulo naar Parijs. Over een maand zouden we moeten opstijgen. Wat bezorgen we onszelf weer stress haha. We rijden een stukje door op vuile ripio. We vangen stof van sneller rijdende auto’s. De zon gaat onder. We installeren ons op een verscholen stuk rechts van de baan na een brugje.

    10/01: Ik lig zo goed als de hele nacht te piekeren hoe we in godsnaam op tijd in Sao Paulo zullen geraken. Alle mogelijke situaties komen in m’n gedachten. Het is lang geleden dat ‘Don't worry be happy’ van Bob Marley me moest kalmeren. Ik ben groggy bij het opstaan. We eten droog brood en een restje koekjes. We rijden het grindpad verder af tot Las Cipreses. Daar zegt een meneer dat de douane verder is. We kronkelen op steentjes en zien een gebouwtje. De douaniers nemen ons voor op een lading mensen die uit een bus komt. Oef! We geven papier af van de moto. Dat ging snel. Een paar meter verder is de douane van Chili. Er zijn een paar mensen voor ons maar het gaat ook snel. Ik babbel met een Duitse motorrijder terwijl het document voor de moto opgemaakt wordt. Hij kon door de landverzakking niet naar ten noorden van Villa Santa Lucia rijden en moest dus deze richting uitkomen. We halen de zakken van de moto en vullen een papier in. Een meneer van het Ministerio de Agricultura doorzoekt ze. Ze zijn Ok, geen verboden voeding. We mogen gaan. Het is een nieuw asfaltbaantje tot Futaleufu. We halen geld af in een bank op de hoek van een plein en rijden door. Het asfalt duurt niet lang. Ripio suelto achter een bus. We moeten even wachten aan werken. We komen een eind verder aan een magnifiek meer dat rechts opduikt. Lago Yelcho. Wooow! Wat een natuurpracht. We zetten ons even. ( Foto ) We komen op een strook asfalt vlak voor Villa Santa Lucia. We zien de impact van de landverzakking. Het was een gigantische modderstroom. Een deel van een berg is een paar dagen geleden door een massa aan neerslag weggezakt. Een deel van het dorp is met de grond gelijk gemaakt. Wat een ramp. Het gebied is een oorlogszone. Er lopen overal militairen en reddingswerkers. Niemand woont er nog. We moeten er snel door. We krijgen weer asfalt erna. Niet veel verder zijn er weer werken. We babbelen met een jonge motard in de schaduw. Het zijn pas effen gelegde stenen. Ik let op voor slipgevaar. We komen aan een dorp. Het is druk om te tanken. Die gast is er ook en toont op een kaartje dat er 50km verder nog een dorp is, Puyuhuapi, met een tankstation. We zijn er snel. We gaan er eerst naar een buurtwinkel en zetten ons aan water op bankje. We ruiken zout. Dit is de zee. Een fjord genaamd Brazo Queulat. We tanken. Het wegje naar het tankstation is vol putten. Na het dorp is er een desvio. En wat voor één. We moeten een bootje op haha. Het duurt niet lang. Ze zijn de weg opnieuw aan het aanleggen links naast het water. Verder zijn er nog werken. We moeten over halve asfaltstroken. We rijden langs de Queulat fjord. Geen wolkje aan de lucht. Een grote massa water met witte toppen in de verte. Prachtig. De baan wordt erger erna. We nemen haarspeldbochten omhoog naar de pas van Queulat. Er liggen te grote stenen in de binnenkant van de bochten. Ik neem een keer de buitenbocht maar er komt een auto. De chauffeur wacht misschien één seconde. Dat is niet hoffelijk. Het is zeer moeilijk om opnieuw aan te zetten op het slechte wegdek omhoog. Het lukt me! Wat een baantje. Het zit vol putten vooral in de schaduw waar je het niet kan zien. Het dalen is iets minder steil. We passeren de waterval Cascada de Condor. We hadden al één zien vliegen boven ons. Deze pas was de grootste uitdaging tot nu toe! We dalen tot het dorp Villa Amengual. Er is weer asfalt. Er staat een mooi, kleurrijk, houten kerkje. We eten in een oude ingerichte bus. Rond om rond zien we prachtige witte toppen. We rijden nog door tot aan Lago Las Torres. We vinden een plaatsje om te kamperen bij Franse fietsers vlak naast het meer. Het zijn echt overweldigd vandaag door de natuur langs de Carretera Austral. De kleuren lijken hier feller, het water in de rivieren is zo puur, de toppen van de bergen zo wit. Wat een dag. Wat een landschap!

    11/01: Ik had wat last van m'n knie maar ik heb toch een paar uur geslapen. We nemen een foto samen met de fietsers voor ze vertrekken. We eten puree en groentjes als ontbijt. We ruimen op en vertrekken langs Lago Las Torres. We kronkelen op de Austral tot een splitsing naar Puerto Aysen. Daar volgen we een andere weg. Het eerste stuk is een leuk baantje, smal, veel bochtenwerk. De motor maakt een raar lawaai tijdens het wisselen van versnelling. We gaan niet tot het dorp. We rijden richting Coihaique. Het is zo allemaal asfalt in plaats van gravel en het is maar 5km langer. We komen weer op de Austral voor het stadje. Op de hoofdstraat vinden we een minimercado. We laten ons gaan. Een kip! We peuzelen hem af in een parkje. We gaan erna naar een Shell. Er is geen WC. We rijden richting het zuiden. We wachten kort aan werken. Er zijn veel fietsers langs de kant van de weg. Enkele zijn in het rond aan het slaan. We rijden de kloof in naast een riviertje. Er is veel wind. M'n poep doet pijn. We stoppen langs het riviertje. We worden aangevallen door wespen. Daarom waren de fietsers dus aan het slaan. We kronkelen een ferme pas af en krijgen zicht op machtige bergen. Wat een scherpe pieken heeft Cerro Castillo. We rijden tot het dorp aan de voet Villa Cerro Castillo. De baan verandert in gravel vanaf hier. Er staat een felle wind. We twijfelen even maar rijden dan toch door. In de eerste bocht liggen er veel losse grote keien. De felle wind dwingt me op de kant rechts. Shit! Ik verlies kort de controle over de moto maar we vallen niet omdat ik m'n rechtervoet op een hoop keien kan zetten. De motor valt uit in tweede versnelling. Het is even bekomen. Een auto passeert. De chauffeur rijdt terug. Een meneer stapt uit en zegt dat het beter wordt. Judith beslist dat we niet doorrijden. Het is de verstandigste keuze. We rijden richting het grootste meer van Chili Lago Gral Carrera. In Puerto Ibanez leren we twee Argentijnse motards kennen op een plein. We gaan naar een winkeltje om een lekker ijsje. Als het op is rijden we richting de ferry om het meer over te steken. Eerst is er geen plaats meer dan plots toch wel. Onze moto’s gaan er als laatste op. Mario en Jorge, de motards van op het plein, helpen Ronco vastmaken. We gaan naar boven. We tonen babbelen en tonen mekaar foto’s. Als het donker wordt gaan we alleen naar binnen. De boot begint te wiebelen. Hij gaat snel. We zijn er al bijna en moeten naar de moto. We komen aan in Chile Chico en gaan samen naar een winkel en een camping. Het is al goed donker. Jorge’s laat het licht van z'n moto aan om de tenten te kunnen zetten. We babbelen over truco, een soort manillen en maté, de straffe thee, voor we gaan slapen.

    12/01: We slapen goed op de camping. Mario was al vroeg wakker en ging foto’s nemen van de zonsopgang. We douchen. De warmte is zeer moeilijk regelbaar. Het water is gevaarlijk heet! We ontbijten goed omdat we de groenten moeten opeten. Ze mogen de grens niet over. Moeten groenten opeten, mag grens niet over. We zeggen gedag aan Jorge en Mario en wensen hen het beste. We komen snel aan de grens en gaan beide douaneposten redelijk vlot voorbij zonder problemen. Het niemandsland tussen beide was nog een eindje. We zien backpackers wandelen.

    Fotos & Videos

    Kommentare

  • 16Jan 2018

    27 El Chalten 16.01.2018 Argentinien —

    El Chaltén, Argentinien

    Beschreibung

    Ik babbel over voetbal met Argentijnse flikken wanneer ze de zakken doorzoeken. Er is een feest in Los Antiguos. Net als Chile Chico is het een gezellig grensstadje. We moeten omrijden voor kraampjes. We zien een meer en passeren nog een controlepost waar we oranje lintjes krijgen. We mogen door zonder controle. Er steekt wind op. We rijden rechts van het ferme meer waar de ferry ons over bracht gisteren. We gaan in Perito Moreno naar een supermarkt en tanken. We vullen een extra 1,5 liter fles. De wind geeft ferme snokken. Het is afzien. We nemen pauze in een bocht en eten brood. Het is koud. We stoppen opnieuw in Bajo Caracoles aan een tankstation zonder benzine. We gaan binnen om op te warmen. Een broodje en vooral warme chocomelk doet deugd! We kopen een brik. Ze warmen tas per tas op voor ons aan een machientje. We zien het niet echt zitten maar we moeten door. We zien veel guanacos. Het zijn net als vicuñas schuwe beesten. Ze zijn wel iets groter en hebben een donkerdere vacht. We blijven doorrijden tot we onderkoeld geraken. Ik stop. Er is nergens beschutting. Ik leg me op de grond en bibber. Ik schreeuw het uit van de koude. We vinden een paar meter verder afvoer onder een bocht. Het is een goede schuilplaats voor de wind. We zetten de tent en lopen om warm te krijgen. Popcorn, cornflakes en een wortel is ons avondeten. We zetten de wekker.

    13/01: We slapen goed. We blijven een uur liggen nadat de wekker afgaat. We ruimen op en vertrekken rond 8 uur. De wind begint al op te bouwen. Het eerste stuk tot de bocht aan Las Horquetas is zwaar afzien. Ik krijg weer koud door het beuken tegen de wind. Na een lange bocht komt de wind in onze rug. We zien veel guanacos en een paar struisvogels met kleintjes. Voor Gobernador Gregores vangen we weer wind. We zijn blij als we in het stadje geraken rond 11 uur. We hebben 160km afgelegd in 3 uur. We rusten in de YPF waar de verwarming aanstaat. Er zit een Nederlander. Hij heeft een ferme BMW moto. Hij wou er gisteren de brui aangeven. Hij vroeg zich af wat hij hier deed. De wind is te gek voor woorden. Hij komt van Halifax op de oostkust van Canada en Prudhoe Bay, de noordelijkste stad van Alaska voor hij helemaal tot hier reed. De zot. We gaan na een uurtje opwarmen op zoek naar een winkel. Er rijden een paar motards op de parking. Er begint één te praten tegen me. Hij zegt dat Torres del Paine enorm duur is. Hij geeft een tip dat rubberhandschoenen onder m’n andere zouden helpen om de wind tegen te houden. Ik zoek en vind een paar gele in de WC. We vinden opnieuw een La Anonima winkel, dezelfde keten als in Perito Moreno. We eten bananen en gebakjes als we buiten komen. We rijden het stadje uit in dezelfde richting als we vandaag kwamen maar dan op een splitsing naar links. Het is een stukje gravel bergop. Er staat een Brusselaar te liften om de hoek. Hij zegt dat er drie auto’s gepasseerd zijn in een halfuur. Er ligt eerst nog een stuk asfalt maar dan begint de pret. 70km stenen vreten. Enkel in de helft is er een kort stukje slecht asfalt. We rijden langs een meer. Als er een auto in tegengestelde richting komt springen er twee guanacos vlak voor ons de baan over. Ze zijn aan het spelen. Ze lopen snel, waarschijnlijk zo'n 80km/u. We moeten af en toe rusten om te bekomen van het vele schudden. Mijn armen, schouders, polsen en rug worden ferm belast. De zwaarste stukken weg zijn deze waar er veel keien liggen. Er zijn sporen gemaakt door auto’s maar ik heb alle moeite van de wereld om er op te blijven. De beukende zijwind jaagt me opzij. Op het einde van de gravel worden we van de weg geblazen. Ik duw de laatste meters door de keien. Asfalt oef! Ik rij nog even door. Judith spot net als gisteren een afvoerbuis die kan dienst doen als schuilplaats aan de zijkant van de weg. We vreten ons vol met puree, groentjes, worst en brood. Het is moeilijk om de tent te zetten. De wind is minder fel als op de weg maar nog voelbaar. Morgen proberen we naar El Chalten te geraken.

    14/01: Ik slaap slecht door de wind en omdat de matras lost. We blijven liggen en eten koekjes. Het is weer wind fretten op de eerste strook dan is het rustig tot het spookdorp Tres Lagos. Het is zondag, alles is gesloten. We rijden door, tegenwind. Ronco heeft het lastig. We slaan af richting El Chalten. Het turquoise Lago Viedma ligt links van ons. We zien een prachtige groep bergtoppen in de verte. Ik hoor dat de motor het niet haalt. Ronco valt stil. En nog eens. Ik stop, te moe. Er stoppen drie Argentijnse motards. Ze nemen een kijkje. Ze zeggen dat het lawaai van de ketting komt. Gelukkig is het niet de motor. Ze hurken en krijgen de bescherming van de ketting los. Ze wrikken de ketting in de juiste positie. Ze stellen de voorrem bij. Één van hen rijdt een stukje om te testen. Hij vindt het een fantastische rijervaring maar merkt op dat het stuur veel te los staat. Hij kraakt een stuk plastiek af om het stuur vaster te kunnen zetten maar ze hebben de juiste sleutel niet. Ik vind het mooier zo hah. Ze zijn van Buenos Aires. Als we er naartoe rijden wil de kerel die hem getest heeft er 200 dollar voor geven haha. We bedanken hen. We kunnen weer verder. We stoppen aan het ingangsbord van Parque Glaciares. We eten een koekje en drinken een beetje water. We moeten nog 10km volhouden. Er is een kleine YPF. Er is altijd benzine zegt de bediende. Er is file. We zullen terug komen. We komen in de gezellige hoofdstraat van El Chalten. De ongelooflijk mooie berggroep rond de Cerro Torre blinkt! We zetten ons met eten van de supermarkt op een houten bank in de vorm van een rugzak. We zien een hostel dat goedkoper is dan in San Juan. Dat had ik hier niet verwacht. We boeken voor één nacht. Ik rust op de kamer. Judith belt met Esther en krijgt een oplader van iemand. Ze gaat nog naar een winkel. Ik maak de zakken voor morgen en douch. Het is zalig opwarmen na drie dagen vechten tegen de koude wind. Ik snij groenten en kook rijst in een drukke keuken. Het is een ferme maaltijd. We proppen ons vol. Er zit een groep Israëliërs aan tafel en een Canadees die vol is van zichzelf. Hij is vandaag gaan wandelen en deed oefeningen aan een uitzicht op een waterval. “I had to get my upper body going.” Buhaha! We wandelen nog eens door het dorp en gaan dan vroeg slapen. Een Amerikaanse vader en dochter nemen de bovenste van twee stapelbedden. Wij hadden spullen al op de onderste gelegd.

    15/01: De vader snurkt. We zijn wakker rond 6:30 uur. Ik kruip nog even bij Judith. We staan op rond 8 uur. We eten elk een banaan en brood. Ik bind de zakken aan op het rek. We rijden naar de parking waar de Fitz Roy Trek begint. Het is redelijk bewolkt vandaag. Een meneer waar we mee aan tafel zaten was ferm teleurgesteld. We laten de moto met de helmen achter. Er staat een ronde tent aan de start van het pad. We babbelen kort met een ranger. We hoeven niet te registreren. We wandelen door het bos naar boven tot aan een uitkijkpunt. Er zijn veel mensen op het pad. We komen na 4km bij het uitkijkpunt op de Fitz Roy. Enkel de gletsjers aan de basis zijn zichtbaar. D’oh. We zagen hem gisteren beter van op een afstand. We willen een korte wandeling maken naar mirador maestri en dan een loop terug naar El Chalten maar we vinden het kortere pad langs het meer niet. Een pad dat we vinden dunt uit en stopt. We beginnen aan een langere wandeling. We gaan via het pad Madre y Hija. We slaan af naar het zuiden voor Tres Lagos. We passeren twee meren rechts van ons. Het meisje dat voor ons wandelt neemt een foto. We gaan weer een stuk door bos. We wandelen goed door. Judith heeft last van bubbels op haar voet, ik van de zijkant van m'n linkerbeen. Als we een berg zien na dalen zetten we ons en eten we tonijn, tomaat en crackers. Het werd tijd. We hadden honger gekregen. We gaan richting Laguna Torre. We komen opnieuw veel volk tegen. We kruisen de Brusselaar die stond te liften aan Gobernador Gregores. Hij had ons gezien, sukkelen waarschijnlijk, op de gravel. Het meer is niet zoo mooi en de bergtoppen erachter onzichtbaar maar de gletsjer op het einde is reusachtig. We blijven een dik kwartier aan de rand van het meer. We komen op de terugweg de meneer van hostel tegen die teleurgesteld was over het weer. Het is een Spanjaard. Z'n Spaans heeft een mooier accent dan dat van Zuid-Amerikanen. We nemen de afslag naar El Chalten. Het is dalen. Judith komt achter. Ik wacht af en toe. Fitz Roy komt piepen als we bijna terug in het stadje zijn. Ik ga naar de moto. Judith naar een winkel. We zoeken een mechanieker om de olie te wisselen. We vinden uiteindelijk één maar hij is niet open. Een Portugees die we aangesproken hadden op straat passeert er ook. Hij is van Sao Paulo. We wisselen contactgegevens. We tanken en betalen cash. Dag El Chalten, je was magnifiek! Ik kijk nog geregeld in de achteruitkijkspiegel als we met wind in de rug wegrijden.

    Kommentare

  • 17Jan 2018

    28 Perito Moreno 17.01.2018 Argentinien —

    Argentinien

    Beschreibung

    We rijden langs Lago Viedma en tot voor een uitkijkpunt op Lago Argentino, een 120-tal km. Er is een dalletje naast de weg. Er ligt een roestig autowrak en een kadaver van een guanaco, de perfecte plaats om te kamperen. Het kadaver zorgt voor vervelende vliegjes. Judith maakt choclosoep en pasta. We eten in de tent.

    16/01: We worden wakker omdat we op de grond liggen. De matras lost meer en meer. We ruimen op en nuttigen een stuk brood en een slok fruitsap. We smullen een schelletje sinaasappel en we zijn weg. Er is meer wind dan gisteren. Het weer is overtrokken aan Calafate. We rijden het stadje in in de regen. We zoeken zo snel mogelijk het centrum en een tankstation. We zetten ons in de YPF. We bekomen met twee empañadas en chocomelk. Er is geen wifi of verwarming pff. We gaan naar een supermarkt, weer een La Anonima. We halen er een nieuw matrasje. We stoppen aan een gebouwtje van een toeristische dienst. We warmen op aan een kacheltje. We krijgen info dat het nog drie dagen zal regenen. Het klaart een beetje op. We gaan ervoor. Ik rij tot op 50km van de Perito Moreno gletsjer als het weer hard begint te regenen. Ik moet terug of de kans bestaat dat we zullen onderkoeld geraken. Op de rand van Calafate vragen we aan een rood huis op de rechterkant of we de moto er mogen plaatsen. Het is Ok. We liften. We staan met onze duim omhoog broodjes met mango en kaas te eten. Niemand stopt. Pas na meer dan een uur neemt er meneer ons mee naar de splitsing met Punta Banderas. Hij werkt er als kapitein op een schip. Hij vertelt dat het 200 euro kost om naar de Upsala en Speghazini gletsjers te varen. Het is zijn verjaardag vandaag. We bedanken hem en wensen hem nog een mooie verjaardag als hij ons afzet. We wandelen verder aan het kruispunt zodat ook auto’s die van Punta Banderas komen ons moeten passeren. Er stopt na een kwartiertje een auto met Spanjaarden van Barcelona. Ze brengen ons naar de parking vlakbij de Perito Moreno gletsjer. We nemen een busje een heuvel op en komen bij de gigantische gletsjer! Wooow! Er zijn metalen trappen en wandelpaden gemaakt op de flank. We gaan naar het tweede balkon en nemen de rode route links en erna de blauwe route rechts. Er vallen brokken van de gletsjerrand. Het weer klaart op en we zien hem goed liggen. Tot ver in de diepte. De reflectie in de kloven is felblauw. We zien condors vliegen. We nemen foto’s van mensen en zij van ons. We halen net de laatste bus terug naar beneden om 18 uur. Er is file. Er is een accident gebeurd met een bus op de enige toegangsweg. We mogen niet verder gaan om te vragen aan mensen of we mee kunnen met iemand. We vragen aan de chauffeur van de eerste auto die staat te wachten in de file. Het is meteen bingo. Het is een koppel van Londen. Ze zijn op huwelijksreis. Ze rijden nog terug naar de parking boven, naar het restaurant. Ze gaan iets drinken. Wij wachten op rotsen met zicht op de Perito Francisco P. Moreno! Het duurt misschien een klein uurtje voor we nieuws krijgen dat de weg ontruimd en terug open is. We zien in het passeren de gecrashte bus op z’n zij in de berm liggen. Het is aangenaam babbelen met de Britten. Ze zijn tegen de Brexit. Ze zetten ons af aan het rondpunt voor het rode huis. We babbelen kort tegen de eigenaar. We hadden hem juist verstaan. We mogen onze tent opzetten in z’n tuin naast een boom. We zijn moe en doen het meteen. We verschieten als de dochter komt zeggen dat we gerust de badkamer mogen gebruiken. Wat een gastvrijheid weer. We testen het nieuwe matrasje.

    17/01: Het is goedgekeurd. We blijven even liggen want we horen spetters. Het valt mee. We ruimen op. Er staat een container aan het rondpunt. We zwieren het kapot matrasje van Latacunga erin. Doei en merci! We gaan eerst naar de La Anonima. Er zijn WC’s. We zetten ons in een parkje met een stevig ontbijt. Banaan, brood met paté, melk! en een yoghurtje. We gaan op zoek naar motorolie. De eerste mechanieker gaat open “wanneer hij daar zin in heeft.” Lap luie Argentijnen godverdomme. De tweede mechanieker is een lesbische en heeft geen tijd. Ze moet vertrekken naar haar ander werk. Ze is al laat. We gaan terug naar het lubricentro voor auto’s. Ik vraag vriendelijk of ze ons ertussen kunnen nemen. Het is Ok. Het is een onvriendelijke meneer. Hij neemt z’n tijd. Het is duur. We kunnen eindelijk door om 12 uur. De wind komt van rechts. We rijden toch 60 km/u. Rond 15 uur zijn we in La Esperanze. Er is een YPF, yes. Er is goeie wifi. Sam vraagt of we meegaan naar de Filipijnen in maart. Tuurlijk! Hij zal kijken voor vluchten. We nemen een milanesa en frietjes om terug op krachten te komen. Er hebben mensen die al weer weg zijn veel overgelaten. Een andere motard van een groep let er ook op. Ik geef een bord aan hem met een bijna volledige milanesa en vraag “compartimos?” als onze bestelling juist klaar is. Ik geef het bord aan hem want ik zou het verschrikkelijk vinden als het eten weggesmeten wordt. Ik schrok. Ik zit erdoor. Ik ga tanken. Ik mag per uitzondering met visa betalen. Het regent schuin. Een paar van de groep motards verzetten hun moto. Ze staan te kijken naar Ronco. De Peruviaanse nummerplaat trekt aandacht. We vertrekken na het bijvullen van een waterfles Het motregent. We rijden naast grijze wolken. Er komt plots een enorme windstoot van over een bergje links van ons gevlogen. Ik stop en bekom. We zijn niet gevallen.

    Kommentare

  • 18Jan 2018

    29 Torres del Paine 18.01.2018 Chile —

    Chile

    Beschreibung

    We rijden door tot Tapi Aiki. Er is een tankstationnetje en een puesto fijo van de overheid. We zetten de tent naast die van Franse fietsers die niet verder konden vandaag. De te felle wind hield hen tegen. De wind giert nu nog tegen de paar struiken die beschutting bieden. Judith maakt pasta om de hoek van de WC en douche. Ik ga GSM opladen. Een meneer die voor de dienst wegenwerken werkt was vroeger als hij jong was nog aan de slag in de metaalsector. Ik kan wat babbelen met dat ik ook nu een paar jaar in die sector zit. Hij is zot van machines. Hij rijdt nu met een gigantische sneeuwruimer in de winter. Het is nog redelijk klaar na 22 uur.

    18/01: Het heeft geregend vannacht. We hebben redelijk geslapen. Er zit nog één fietsster. Ze heeft een katje. Het komt in onze tent. We ruimen op en gaan tanken. We halen de pompbediende uit z’n bed. We vullen een flesje cola met benzine. We zien de torens van Torres del Paine al liggen in de verte. Het is redelijk bewolkt. We duiken een gravelbaantje op tot de douane van Argentinië. Er is veel wind en een beetje regen. Het houten douanegebouwtje binnen stappen is een beetje schuilen. Een lange rij mensen die uit een bus komen hebben voorrang. Ik maak me even boos en er komt een derde rij bij voor particuliere voertuigen waardoor we sneller kunnen verder rijden. Er ligt asfalt aan de Chileense kant van het niemandsland. Er staan opnieuw bussen aan de douane... We moeten wachten. We smijten uiteindelijk de zakken eraf, vullen papieren in, eten brood en mango en zijn weer verder. Na een kort bezoek aan een winkeltje krijgen we een afwisseling van gravel en asfalt voorgeschoteld. Het is een Ok baan. We passeren Lago Sarmiento en komen aan de ingang Lago Amarillo van het Torres del Paine park. We krijgen te horen dat je vooraf moet reserveren om naar Valle Frances te gaan. D’oh. We betalen een gewoon ingangsticket. Het is vervelend dat er geen eten of benzine te krijgen is op zo’n toeristische plaats. We rijden naar Salto Grande. Ik heb veel problemen met de gravel en de beukende wind. Het baantje kronkelt veel en de wind blaast ons van de weg. Één keer gaan we naar de kant door een windstoot. Ik kan gelukkig m'n voeten zetten op stenen. We worden beloond voor ons doorzettingsvermogen met een prachtig uitzicht op Lago Nordenskjöld en de achterliggende afwisselende berglijn. Ik ben kapot op het gravelbaantje tussen twee meertjes waar de wind weer toeslaat. We doen een kwartier over de laatste kilometer naar een cafetaria. Daar zetten we de moto tegen het gebouw. Hij staat ingesloten, zo kan hij zeker niet omver vallen. Het zal moeilijk zijn om hem weer los te krijgen. Ik ga praten met een elektricien die bezig is achter een container naast een huisje aan de overkant. Hij vertelt dat de wind goed meevalt vandaag. Vorig jaar was de container weggewaaid! We zouden het aan de mevrouw van de cafetaria moeten vragen of we er mogen slapen. Ze is formeel. Het mag niet! Ik moet wat bekomen van de helse rit. We bestellen een broodje en cola voor we de wandeling naar Salto Grande maken. De waterval ligt om de hoek. We worden er bijna weggeblazen! We zetten toch door naar Mirador Cuernos. En terecht! Pra-chtig zicht! We zijn alleen met een gezin met jonge kinderen. We nemen foto’s van mekaar. We waaien terug en zien een gordeldier spurten op z'n korte beentjes. Ik probeer me mentaal klaar te krijgen om terug te rijden. Het gaat goed. De wind zit in onze rug en dan is er geen meer. We kunnen genieten van het prachtige landschap en nu ook het baantje. De zon daalt. We gaan naar WC in visitor center Lago Amarillo en zoeken een kampeerplaats. Vlak buiten de grond van het park is er een camping met zicht op de torens. Het is wel duur. We kunnen niet verder zoeken of de benzine zal op zijn. Ik vraag raad aan een meneer die aan het werk is op een veld ernaast. Hij zegt dat alle grond van dezelfde dueño is, de eigenaar van de camping. Lap. Er zit niks anders op dan de tent daar te plaatsen. We zetten hem op naast een bende Franse. De meeste zijn fietsers. We eten pasta. Het is al donker als we de douche zoeken. Hij is opnieuw slecht regelbaar maar het water is tenminste warm. De deur kan niet gesloten worden dus leggen we er een steen tegen. Er zitten grote gaten in de dakplaten. Het is een vuil kotje! Hopelijk is er niet teveel wind vannacht. Het muurtje van houten platen naast de tenten stelt niet veel voor. Tot morgen torentjes.

    19/01: We slapen diep. Het miezert als we wakker worden. Als het stopt ruimen we op. Alles op het rek en naar Lago Amarillo. We moeten links over een brugje. De houten planken liggen niet effen. Na 7,5km gravel komen we aan een parking. Een parkeerwachter vraagt onze namen en nationaliteit om een register aan te vullen. Ik zet de moto aan de rand onder een boom. We laten helmen eraan. We eten brood met salamipaté. We volgen een groep mensen die goed doorstappen. We gaan een brugje over en draaien naar rechts omhoog. We houden een goed tempo aan. Ik leg een knobbel in de riem van de lamazak. Hij snijdt maar hangt beter dan in El Chalten. We stijgen door bos en steken redelijk wat mensen voorbij. We zetten ons eens om zonnecrème aan te doen. Het weer is gek: zon, regen en wind. We zeggen aan een oudere meneer voor ons om op te letten met z’n stokken. Hij zwaaide ze bijna tegen Judith. “Er zijn hier teveel mensen.” is z’n norse Duitse reactie. Het is wel waar. We vangen nog meer wind als we de hoek omgaan en in een vallei komen. Het pad gaat op en neer langs een flank. We komen bij Refugio Chileno die naast de rivier ligt. Er staan oranje tenten op platformen op een flank in het bos. We nemen de rechter splitsing. Op de terugweg zullen we andere nemen, denk dat dat padje korter is. We stijgen op stenen in het bos. Het is nog één km. We hebben een goed tempo. Het is leuk wandelen. Ik ga snel naar boven en steek veel mensen voorbij. Judith komt een paar meter achter. We draaien uit het bos op een bergflank. Er liggen grotere stenen op het pad. Ik zie de torens al liggen achter een heuveltje maar er staan een touw en een verbodsbord. Het pad draait weg naar rechts beneden hunk. Voorbijgangsters zeggen dat ik juist zit en dat het niet ver meer is. Ik kom bij het meer met de meest iconische plaats van het park. De torres van Torres del Paine. Ik ga een kijkje nemen. Als Judith er is eten we samen een zakje koekjes. We zetten ons erna dichter aan het meer. Chinezen nemen gemaakte foto’s. Een Australiër die vooraan op een rots zat en waarschijnlijk op redelijk wat foto's zal staan neemt een foto van ons. We dalen erna. We moeten veel wachten op stijgende mensen. We zetten ons kort aan de refugio. Judith moet even bekomen. Het kortere stukje pad was gevaarlijk verzakt. We worden op de rest van de terugweg weggeblazen door de wind. Ik vlieg op een gegeven moment drie meter vooruit. Judith zat een paar meter achter me. Ze viel half en zette haar hand. Iemand hielp haar recht. Er zitten vuil in onze ogen. We zijn blij als we weer in het bezoekerscentrum zijn. Onze laatste wandeling zit er op! Onze bottinen zijn ferm versleten. Judith haalt fanta en een broodje. Ik vul water bij in luxe WC's. We kruipen op Ronco en zijn weg. We gaan trager als vanmorgen op de gravel omdat er meer wind is. Ik wil nog naar Cascada Paine rijden. Het is maar 4km vanaf de camping maar we worden meteen weggeblazen vanaf ik afdraai. We zijn te moe. We gaan het niet riskeren. We rijden richting het zuiden en passeren opnieuw Lago Sarmiento. Na een bocht komt er een recht stuk. Ik hou de moto bijna niet op ons rijvak. De wind dwingt me naar links. Ik heb alle moeite om niet tegen afkomende auto’s te rijden. Twee keer na mekaar was het bijna raak. Ik stop aan een bushokje voor Estancia Lazo. We wachten af. De wind mindert niet. Judith blaast de matras op en maakt een rijstgerechtje. We zullen hier proberen te slapen. We horen de wind op de houten platen razen de hele nacht en het geloei van koeien. De stank van uitwerpselen pakt op m'n adem. We slapen niet goed.

    20/01: Het is een beetje koud. De zon schijnt al fel rond 8 uur. We horen nog wind maar als we opruimen merken we dat het minder fel is dan gisteren. Ons ontbijt bestaat uit puree en tonijn. We rijden terug naar de grenspost. We gaan weer naar hetzelfde winkeltje om brikjes melk en koekjes. Judith gaat naar de WC van de douane.

    Kommentare

  • 20Jan 2018

    30 Punta Arenas 20.01.2018 Chile —

    Punta Arenas, Chile

    Beschreibung

    De 60km naar Puerto Natales gaan snel voorbij. We pauzeren aan de zee op een mooie dijk met veel kunst. We hebben zicht op witte toppen in de achtergrond. Judith heeft het koud. Ze trekt een extra pull aan. We zoeken en vinden een supermarkt, de Unimarc. Het is er slordig. Judith denkt dat het hier goedkoper is dan in Argentinië. We eten al meteen een zak koekjes en yoghurt. Ik vraag aan drie oudere meneertjes aan de bushalte of ze een werkplaats voor moto’s weten zijn. Ik vraag het nog eens aan een meneer die z'n auto aan het wassen is en aan een fietswinkel. Er is één in dezelfde straat. Hij is niet geïnteresseerd. De douane import is hetzelfde bedrag voor een grote of een kleine moto. Een 150cc is het niet waard voor hem. Dju. We rijden door naar Punta Arenas na een laatste keer tanken aan een Petrobras waar we cash betalen. Buiten het stadje staat een plakkaat 'Ruta Fin del Mundo 9'. Het zullen normaal de laatste 240km zijn voor ons met Ronco. We stoppen geregeld door pijn aan onze poep en om te eten. Ik eet veel om het tekort aan slaap te compenseren en wakker te blijven. Er staan veel auto’s in Villa Tehuelle. Er is een rodeo aan de gang. We rijden langs veel schapen en bloemen in een uitgestrekt landschap met weinig reliëf. We spelen onderweg een zak chips, twee pakjes koeken en twee liter piña frisdrank naar binnen. 50km voor Punta Arenas staat er links op een parkeerstuk een groep motards. Ik stop en vraag of er iemand onze moto wil kopen. Een paar lijken geïnteresseerd. Één kerel, Christian, vraagt of we al logement hebben. Hij geeft de sleutel van z’n huis! We mogen er logeren terwijl hij op weekend is. WTF yes. Absurde gastvrijheid. We passeren een meer en komen op de Straat van Magellaan. Er ligt een park naast met BBQ en kampeerplaatsen. We gaan erna naar het centrum op zoek naar Christian z'n huis. De nummering is raar. We moeten een paar keer omrijden. Judith zoekt uiteindelijk al wandelend en vindt het huis op een hoek. We gaan langs bij een motorwinkel, waarvan de eigenaar geïnteresseerd is in Ronco en Café La Guarida voor motards waarvan de eigenaar niet geïnteresseerd is in Ronco. We eten brood, soep en tortellinies. Er klopt iemand op de deur. Christian z’n vriend, Cid, komt het sleuteltje geven van het zijhekken en de code van wifi. Ongelofelijk. We douchen en maken het bed. We berekenen de kosten die we gemaakt hebben in Argentinië. Het valt mee voor de afstand die we afgelegd hebben en de tijd die we er geweest zijn.

    21/01: We slapen diep in het grote bed. We plaatsen de moto online op Yapoo, Mercado Libre en Facebook. Ik kopieer documenten op USB stick. We wandelen eens rond in Punta Arenas. De Unimarc is nog niet open. We praten met twee oude ventjes op de hoek van de straat. Ze vertellen over de tijd van Pinochet en de koude in de winter. Ze vragen of ‘het’ legaal is waar we wonen. We vragen "wat, dat we niet getrouwd zijn?" "Nee" is het antwoord, "samen zijn met een minderjarige." Haha, ze dachten dat Judith nog een kind was! We halen eten. Er zijn geen copycenters open. Het is zondag. We wandelen een toertje naar de zee en terug naar het huisje. Het miezert en is koud. Ik update map. Het is veel werk. Judith boekt een weekendje naar Barcelona met Esther. We rusten. In de namiddag gaan we naar de Plaza de Armas. In een kiosk met toeristische informatie vragen we waar de dichtstbijzijnde pinguïnkolonie is. Dat is Isla Magdalena maar te duur om er te geraken. Bovendien zijn er maar een 100-tal op dit moment, geen duizenden zoals op Antartica. Als we terug naar het huisje gaan is er iemand. Fernando, een Argentijn van Buenos Aires. Christian doet blijkbaar ook aan couchsurfing. Fernando lift veel. "Het is makkelijk", zegt hij. Goed nieuws! Ik schrijf een blad met verkoopinfo en hang het op de moto. Ik zet Ronco goed zichtbaar aan het begin van de drukke winkelstraat. De zon schijnt. We maken hamburgers, patatten en groenten. Fernando eet mee. Het lijkt ons een speciaal ventje. Christian en de andere motards zijn terug. Het is gezellig. We babbelen met Christian als z’n motorvrienden weg zijn. Hij is al veel in Europa geweest en lijkt een open geest te hebben.

    22/01: We slapen diep. Ik geraak bijna niet wakker. We ontbijten. Ik vijs het rek eraf met Fernando. We gaan samen naar het cementario. Er staan veel ronde, gesnoeide bomen en grote mausolea. Fernando maakt filmpjes met uitleg die een bewaakster ons verschafte. We gaan erna op zoek naar iemand die de sleutel van Christian z’n huis kan kopiëren. We vinden niets. Ik wil een fles terug brengen naar de Unimarc maar het gaat niet. Er stond een bedrag op waarvan ik dacht dat het statiegeld was. Het is echter de korting die je krijgt als we dezelfde fles opnieuw zouden kopen. De meneer van de motorwinkel kan pas deze avond een bod doen. Christian komt rond de middag. We gaan naar de Aduanas. Joseline, een vriendin, zegt dat ze Ronco zal kopen. Hoera! We moeten Ronco binnen brengen om 15:30 uur. We vertrekken iets vroeger om een toertje te doen naar Cerro Mirador waar we uitzicht hebben op Punta Arenas en een groot cruiseschip aan de kust. We worden begeleid door een douanier en plaatsen de moto in een loods aan Puerto Prat. We krijgen een document. Dag betrouwbare Ronco. Bedankt voor alles! We mogen de Peruviaanse nummerplaat houden. We gaan naar de Unimarc om ingrediënten voor lasagne. We snijden groenten. We luisteren naar muziekgroepen, Murga en Calle 13, op TV dat Fernando aanraadt. We gaan pas op het laatste nippertje naar het notariaat omdat Christian en Joseline lang zitten te tetteren. Een mevrouw zegt dat ze geen document meer kan opstellen. We hebben het gevoel dat ze geen zin meer heeft om het vandaag in orde te brengen. Het is het einde van haar werkdag. Ik ben een beetje pissed als we terug in Christian z’n huis zijn. Ik kalmeer door verder lasagne te maken met Judith. We kijken TV en eten laat. Christian heeft verhalen over andere couchsurf ervaringen. We moeten ferm lachen met Amerikanen die hamburgers in z’n toaster wilden proppen en een Israëliër die een kaars niet wou doven omdat het sabbat was. We zetten ons erna in de zetel. Fernando rookt een Cubaanse sigaar en drinkt whiskey. Christian legt een oude documentaire op over de astronaut van Palenque, een archeologische site in Mexico. Het is moeilijk om wakker te blijven bij de saaie vertoning. We slapen diep.

    23/01: We zijn wakker rond 7 uur. We douchen kort en maken de zakken. We zijn nog aan het ontbijten als Joseline komt rond 8:30 uur. Ze neemt een half dagje vrij. Ze werkt voor de overheidsinstelling van de parken Conaf. Ze moet guardaparques bezoeken, ook in Torres del Paine. Een werkomgeving om jaloers op te zijn. Er staat een rij mensen aan een ander notariaat. De poort gaat juist open. Eerst zegt er een mevrouw dat het ook niet zal lukken maar als ons nummer verschijnt en we staan bij een andere typist, een jonge gast, maakt hij gewoon het document op dat we nodig hebben. Een vingerafdruk van mij en Joseline later staan we in de rij om het document te laten ondertekenen. Ze haalt de rest van het geld af. We gaan samen naar de douane. Ze krijgt goed nieuws. Ze geeft ons het geld in de auto. We gaan terug naar Christian z’n huis en zeggen gedag. We hopen dat Ronco haar zo goed zal behandelen als hij ons behandeld heeft. We eten de rest lasagne en doen de afwas. Fernando is juist wakker. Hij laat ons buiten. Judith schrijft iets op een karton om Christian te bedanken. Ik zet m'n versleten bottinen buiten in een metalen mand waar normaal vuilzakken in worden geplaatst. Ze zijn meteen weg. We gaan eerst naar een wisselkantoor. We wisselen het geld van de verkoop van Ronco in een smak Argentijnse 100 pesos briefjes. We wandelen een lange laan af richting Tres Puentes. Ons liftavontuur begint met een pick-up die ons 7km verder meeneemt. Raul is de naam van de chauffeur. We zetten de zakken aan het bushokje. Er is een druk bezocht winkeltje niet veraf. Ik praat met een meneer die buiten komt. Hij neemt ons mee helemaal naar de splitsing van de wegen naar Puerto Natales en Rio Gallegos ook al is het 40km voorbij z’n huis. Sergio is z’n naam. Hij is oorspronkelijk van Osorno. Hij wenst ons succes. We wandelen een stukje tot aan waar een grindweg begint. Het verkeer stopt niet. We staan te ver, op een stuk waar de meeste voertuigen optrekken. We gaan terug naar de bocht. Een goed idee blijkbaar want de eerste auto stopt meteen. Een gezette, jonge gast stapt uit en maakt plaats op de achterbank.

    Kommentare

  • 24Jan 2018

    31 Hacer dedo 24.01.2018 Argentinien —

    Caleta Olivia, Argentinien

    Beschreibung

    Het zijn twee broers van Neuquen. Fuka is 18 en rijdt, Nico is 23. Hij is vrachtwagenchauffeur in het bedrijfje van z’n vader, Don Ramo, Ze doen vervoer van brede machines. Het lukt om de grens makkelijk over te steken. We hebben geen problemen dankzij het document van de douane. De broers moeten documenten afhalen in Rio Gallegos. Een vuile stad. We wachten op de autostrade aan een afrit. Nico geeft de documenten af aan twee camion chauffeurs die passeren. Nadien is Nico niet goed. Hij moet spugen. Hij steekt de schuld op Chileens vruchtensap. Fuka rijdt goed door. De zon zakt. Ze bellen naar een hotel aan een tankstation in Piedrabuena. We geven ze de rest van onze Chileense pesos. Het is al donker als we in San Julian komen. Ze hebben de helft van een huisje gehuurd en trakteren. Wat een chance weer vandaag. Een douche. We slapen met vier op een kamer.

    24/01: De wekker gaat af. Puerto San Julian heeft een mooie pier. De zon komt op. De broers leggen het ontbijt uit: melk, facturas, wat croissants zijn, brood en boter. We ruimen op en zijn weg. We vergeten handdoeken die we in de kast open gehangen hadden om te drogen. We zijn op de baan rond 7 uur! We rijden langs veel guanacos. Faku rijdt bijna een struisvogel omver. Het beestje kan nog juist op tijd wegduiken. We komen aan de Atlantische Oceaan. We stoppen voor Caleta Olivia. Nico wil ons marinas, zeeleeuwen, tonen. Ze zitten samen gepakt op het strand in de baai van Valdez. De helft is lui, de andere helft zit rare lawaaien te maken en hun kop omhoog te steken. Prachtig om er alleen en zo dichtbij te komen. We rijden door naar Comodoro Rivadavia, een grotere stad. Het is rnorm warm. Ik dump m'n warmste pull in vuilbak. Er zitten toch bruine plekken op waar de kleur weg is. Judith had bij Christian bleekmiddel in plaats van wasmiddel gebruikt. We gaan papieren halen van Nico z’n auto die hij wil verkopen. We zoeken erna een plaats waar ze pizza hebben. Mithre heet het restaurant. We nemen empañadas, een grote pizza en een kleinere. Het is redelijk duur. Wij betalen. Zo doen we ook eens iets terug. We gaan naar een camion kijken en rijden erna naar de haven. De twee camions van gisteren aan de afrit komen machines lossen. Het mag pas morgen van de douane. Faku en Nico zetten ons af aan een benzinestation in het noorden van de stad. Judith weet een meneer te overtuigen met een pick-up. Mijn duim had niemand laten stoppen. Sergio is z’n naam. Hij is politicus en vertegenwoordigt de provincie Chubut. Hij vlamt goed door. Hij start z’n turbo telkens weer op als hij uitvalt. Er is iets mis met de computer. We stoppen aan een tankstation. Hij trakteert ons op fanta en een koekje. Als we verder rijden toont hij struisvogels. Hij jaagt ze wat op haha. Hij zet ons af aan de YPF ten noorden van Trelew ook al ligt z’n huis ten zuiden van de blijkbaar welvarende stad. We eten broodjes en laden de GSM op. Ik steek m'n duim nog eens uit voor het donker wordt. Er stopt meteen een rode Chevrolet. Gustavo neemt ons een eindje verder mee naar de YPF van Puerto Madryn. Hier zijn normaal ballenas, walvissen, te bezichtigen maar het is nu niet het seizoen. Judith vindt niks in de winkel. We laden de GSM kort op en gaan de tent zetten tussen bomen op een grasveld achter het gebouw. Er loopt een stinkend stroompje.

    25/01: We slapen zeer goed. We halen croissants en fruitsap in de YPF. We gaan liften. Er is nog niet veel verkeer. Er stopt een camion. Een andere lifter die we gisteren gezien hebben zit er in. Rodrigo is z’n naam. De chauffeur heet Daniel en is zeer serieus en komt een tikkeltje agressief over. Hij snakt naar een meneer dat hij niet op de weegschaal moet want z’n camion is leeg. We stoppen in Sierra Grande en halen brood en confituur. We krijgen koffie. We rijden erna door naar San Antonio waar we stoppen aan de YPF om watertank bij te vullen. Het gaat niet snel genoeg. Hup naar ander tankstation en dan op een grindweg naar een bedrijf om te lossen. We mogen niet voorbij de barrière. We eten een milanesa en wachten in de schaduw van het eetkotje met Rodrigo. Hij reist veel en heeft nog geen slechte ervaringen gehad met liften. We drinken koude maté als Daniel terug is. Hij is slechtgezind. We gaan terug naar de YPF. Rodrigo vertrekt en gaat nog proberen liften. Ik heb er ook zin in maar ze hadden al eten gehaald en Judith voelt zich verplicht om te blijven. Ze betaalt de helft van het vlees. We halen toch de zakken uit de camion. Daniel geeft z’n gordeldier dat in een luik zit wat water. We zeggen ook dat we nog zullen proberen te liften, dat we stress hebben om onze vlucht te halen maar eigenlijk willen we weg van hem. Daniel is te negatief en gefrustreerd. We gaan de rij auto’s af die staan te wachten om te tanken. Er zit niemand tussen die ons wil meenemen. We gaan naar de Shell aan de overkant van het rondpunt. We leren er andere lifters kennen. Sofia en Herman. Ze raden ons aan om niet verder te liften. Het is moeilijk en gevaarlijk ‘s nachts. Er staat een rij campers. We zetten onze tent naast die van hen. Het is een afgelegen grasveldje met een boom, een goeie plaats. We voelen ons weer op ons gemak. We delen brood, gebakjes, wentelteefjes en thee. We babbelen voor we in de tent kruipen.

    26/01: We slapen diep. Brood met confituur als ontbijt. Ik krijg twee kapotte bodems van bierblikjes om een vuurtje mee te maken van Herman. We nemen kort afscheid. De camion van Daniel staat er nog. Judith vraagt om te liften aan het tankstation. Ik wandel een beetje verder om ook duim te kunnen uitsteken naar auto’s die uit de YPF komen. Judith roept. Ze heeft beet. Ik ren terug. Aldo is z’n naam, een klein zwart autootje. Hij is fysiotherapeut. Hij heeft nog rugby gespeeld in Nieuw-Zeeland, Ierland en Italië. Hij wil graag terug naar Europa. Hij rijdt goed door. We steken de Rio Negro over en zijn iets later in het stadje Rio Colorado. Hij laat ons achter aan een Petrobras. We gaan naar WC, eten brood en gaan erna de rij auto’s weer af. Niks. We wandelen naar een splitsing iets verder. Er is politiecontrole. Perfect. De auto’s moeten remmen. De politie zegt wel dat we ons moeten registreren. Vriendelijk. We gaan kotje binnen en beantwoorden enkele vragen. We moeten iets voorbij de controle staan. We hebben snel beet. Een ouder koppel uit Neuquen. Jorge en Norma. Jorge heeft in de petroleumsector gewerkt. Hij is op pensioen en is gek van voetbal. Hij weet alles over Messi. Ze zetten ons af in Bahia Blanca aan weer een Petrobras. Ze vragen een selfie en we moeten onze gegevens geven. Ze hebben twee dochters die graag met buitenlanders babbelen. Dat zal er wel niet van komen. We drinken cola in tankstation en nemen elk een ijsje. Het is weer snikheet vandaag. Het is nog maar 13:45 uur. We vragen aan brandweer en politie een strategische plaats om te liften. Ze weten het niet goed. We gaan wandelen in de hitte. Er staat een camion geparkeerd. De chauffeur was blijkbaar op ons aan het wachten. Z’n naam is Luis. Hij brengt graan van haven naar haven. Hij oogt stiller en stabieler dan Daniel, gelukkiger. Hij brengt ons 10km verder naar een YPF aan het stadje Coronel Dorriego. We eten een zakje koekjes. Judith spreekt een meneer aan aan de pomp. We kunnen meteen weer mee. Diego heet de chauffeur. Hij is praatgraag. Er zit een hondje in z’n auto. Z’n vakantie is juist begonnen. Hij gaat naar Mar de Plata. Er vliegt een vogeltje tegen z’n ruit. Hij lacht er eens mee. Hij zet ons af in Tres Arroyos aan een YPF. We kunnen de GSM opladen dankzij een mevrouw die er werkt die ons haar oplader leent. We wandelen richting een splitsing en gaan langs een groot landbouwbedrijf met machines. We zijn gewoon aan het wandelen en klein autootje stopt. Hij rijdt terug voor ons. Lol. Er zitten drie jonge gasten in. Ze liften ook veel. Ze nemen ons een stukje mee naar Chavez waar ze ons droppen aan een rondpunt. De zon staat al laag. Er stopt nog een pick-up. De chauffeur heet Ernesto. Hij werkt in een familieboerderij. Ze hebben 1500 koeien en graan. Hij heeft niet lang geleden een zoontje gekregen en is overduidelijk trots. Hij straalt. Er ligt een typische baret van een gaucho op z’n dashboard. Hij brengt ons naar de Petrobras van Benito Juarez. We zoeken een plaats om de tent te zetten. Ik vraag een trucker of hij blijft staan aan de zijkant van parking vannacht. Hij bevestigt. Het stoort niet als we onze tent ernaast plaatsen op een stukje gras. We staan beschut. Een koord aan z’n laadbak piept maar het stoort niet. We vallen snel in slaap. Zes liften vandaag. 700km afgelegd, nog 400 naar Buenos Aires.

    27/01: We slapen diep. Judith gaat vragen of er douches zijn. Ik heb 12 minuten warm water met één fiche. Heerlijk. Ik droog me af met een T-shirt. Het winkeltje van de Petrobras heeft geen prijzen. We gaan naar de YPF aan de overkant van het rondpunt. We halen croissants en koekjes en zetten ons op een bankje aan de achterkant van het gebouw. Judith gaat terug om fruitsap. We wandelen naar het rondpunt. Judith babbelt met een andere lifter. Een raar ventje. Hij kust haar hand. Ik sta verder om auto’s die uit YPF komen tegen te houden. Judith wandelt naar mij. De rare meneer roept nog na “Que linda mujer”. Hij heeft een schroef los. We wandelen een eind verder. Voor een bocht is er een strook waar auto’s kunnen stoppen. Er stopt een oude Renault van het jaar 84. De chauffeur heet Matias. Hij zegt dat we echt slecht staan en dat hij ons daarom meeneemt want niemand anders zal daar stoppen haha. Hij is cipier. Hij transporteert gevangenen. Hij zet ons af in Charril aan een bocht met treinsporen. Een mevrouw met een kindje neemt ons mee. Sabrina heet ze. Ze zegt dat ze voorzichtig rijdt al sinds haar tiende verjaardag haha! Ze zet ons af aan de YPF van Azul. Ze moet naar een verjaardagsfeestje. We laden kort de GSM op. We wandelen voorbij een wegomlegging. Onze duimen hebben geen succes. We stoppen aan een Petrobras. Er staat een eetkraam. Judith haalt een lekkere lomito. Ik doe m'n handen op mekaar in een smeekgebaar en er stopt een camion met twee aanhangwagens met koeien voor het slachthuis. Voor het instappen moet ik de zakken aangeven. De koeien zijn bang als ze me opmerken. Ik krijg een lading stront over me heen. In m’n haar, m'n baard, op m'n short en m'n T-shirt. Ik krijg papier van de trucker om me mee af te kuisen. Nicolas is z’n naam. Ik praat met hem terwijl Judith slaapt. Hij dropt ons in Cachari. Een klein dorpje met een slachthuis waar de wraak zoet zal zijn. We wandelen naar een bushokje als er al een nieuw autootje stopt. Een zwarte clio. Ik wou kledij wisselen maar dat is dus nog niet gebeurd. Judith zit vooraan. Mijn beurt om te rusten. De chauffeur is een oudere meneer. Hij is nog dokter geweest maar kon het werk niet aan door. De vele stervende kinderen werden hem teveel. Hij dropt ons in Las Flores. Ik ga eerst naar WC van YPF. Ik wissel, was en hang kledij te drogen en kuis m'n haar uit met zeep. Judith haalt cola en een ijsje. Ze stuurt berichten op couchsurfing. Het is na 15 uur. We stappen weer naar een bushokje. Judith steekt al haar duim uit terwijl ik de zakken arrangeer. Er staat een auto te wachten om over te steken. Judith kijkt eens alsof ze al de hele tijd staat te wachten. Er passeert ondertussen een rij auto’s van links waar die auto ook moet voor wachten. De chauffeur ziet dus dat er geen enkele stopt. Hij stopt wel voor ons. Yes. Antonio is z’n naam. Hij rijdt naar een stad ten zuiden van Buenos Aires, La Plata. Hij is fysiotherapeut en bezig aan een master. Hij kwam een vriend bezoeken in Las Flores. Hij belt naar z’n vrouw en neemt ons mee naar z’n huis. We mogen de badkamer gebruiken. Hij geeft brood met confituur. Z’n vrouw Mariana heeft familie in Spanje. Ze werkt bij moordzaken. Antonio geeft z’n laptop. Judith boekt een hostel. We krijgen een stekker en een zak met fruit en muesli bars cadeau. Ze voeren ons naar het centraal plein van La Plata en tonen ons met trots de kathedraal van hun stad. Ze zetten ons erna af aan het treinstation. Het kaartjessysteem werkt nog niet goed. We mogen passeren. We nemen kort afscheid van het koppel dat ons ferm geholpen heeft.

    Kommentare

  • 28Jan 2018

    32 Buenos Aires 28.01.2018 Argentinien —

    San Nicolás, CABA, Argentinien

    Beschreibung

    Er zijn redelijk wat bedelaars in de trein. We babbelen. Het uurtje en half gaat snel voorbij. We komen aan in de laatste halte Constitucion in het centrum van Buenos Aires. De politie zegt dat er geen SUBE kaartjes meer te krijgen zijn. Ok, we gaan buiten naar bus 28. Er zitten twee alternatieve meisjes. Ene wil dat we Engels praten. Ze betalen onze rit, geven een SUBE kaartje en helpen ons het hostel te vinden. Wow. Het is een dormitorio. We douchen eerst en drogen ons af met lakens. Wat op tablet. We slapen naast mekaar op het bovenste bed van stapelbedden. We sturen nog een foto naar Antonio. Het is warm in de kamer. Er zijn drie andere personen. Ik word later wakker gemaakt. Ik lig blijkbaar in een Fransman z’n bed. Ik bied m'n excuses aan, wil helpen verwisselen maar het is Ok. Hij neemt een ander bed.

    28/01: Ik slaap goed door tot 8:30 uur. Ik maak Judith voorzichtig wakker. Ik smijt wat in de lamazak, slotje op de kast en we gaan buiten. We vinden een panaderia, medialunas de miel, om de hoek. Ze hebben lekkere broodjes met vet en facturas, boterkoeken. We gaan eerst naar Plaza de Mayo. Er zijn werken. Er staat een rij mensen aan de Casa Rosada. We gaan de kathedraal binnen. Er staan twee wachten bij de resten van San Martin. Ze wisselen mekaar af om de twee uur zegt een meneer. We wandelen via de grote Avenida 9 de Julio. We wisselen er onze laatste 10 000 Chileense pesos voor 200 Argentijnse. We zien de bekende obelisk al van ver liggen . De straten zijn breed, groot en verzorgd maar er is nog geen kat wakker. Het is zondag. We steken over aan de obelisk. Hier is voor het eerst de Argentijnse vlag gehesen. We wandelen richting Plaza Lavelle. Ze zijn een film aan het maken. We komen ietsje verder op de Plaza Libertad, een mooi rond plein. We steken de avenida weer over en halen fris fruitsap. We zetten ons op een bank na een standbeeld van dezelfde San Martin te hebben gepasseerd. De nationale held van Argentinië. De schaduw doet deugd. Het is snikheet. We komen aan een toren en het treinstation Retiro. We gaan kort naar binnen en langs de baai tot barrio Puerto Madera. Het doet een beetje aan de Antwerpse scheepsdokken denken. We wandelen langs de oude grote baan. We gaan in de Carrefour om een yoghurtdrankje. We drinken het op op Plaza Dorrego. Er zijn er tango aan het dansen. We zitten even te kijken. We zijn dicht bij het hostel en houden een siësta, een uurtje platte rust. We gaan erna terug naar hetzelfde pleintje. De markt van San Telmo is tot leven gekomen. Alle kraampjes zijn gezet en er zijn veel meer mensen dan vanmorgen. We halen lekker ijs op de hoek in ijssalon Massera. Banaan mm. We kuieren door Parque Lezama. Er staat een standbeeld van Pedro de Mendoza, de stichter van Buenos Aires. Verder ook een groot raar standbeeld dat een gedenkteken is die de band tussen Argentinië en Uruguay symboliseert. We komen aan een park met zicht op het stadion van de Boca Juniors. Er is een waterkraantje. We wandelen door de achterbuurt van barrio La Boca tot de Caminata. De toeristische buurt met gekleurde huisjes, kunst, eettenten en tango. We rusten. Judith koopt een juweeltje. Ik babbel met de verkoper. Hij heeft veel gereisd. Hij raadt ons Paraty en Trindade, stranden in Brazilië, aan. We gaan parilla eten op een hoek van een straat waar het minder toeristisch aanvoelt. Het smaakt enorm. Het is een eind terug naar het hostel. We nemen zo goed als dezelfde weg. Veel muzikanten spelen percussie op straat waar de markt nog half aan de gang is. Ze zorgen voor sfeer. Ik neem een koude douche. Ik blijf even op zodat alle foto’s gedubbeld worden naar google photos. Het is laat, al na 12 uur. Alle bedjes in de dormitorio zijn bezet en het licht is al uit.

    29/01: Judith maakt me voorzichtig wakker. Het is al 8:30 uur. We nemen samen een koude douche. We drogen ons af met lakens en maken de zakken. Ik ga al naar beneden. We moeten nog betalen. Het is goedkoper met kaart. We gaan naar Carrefourtje op de hoek om drinkyoghurt en appelsap. Judith weet nog waar het bakkertje van gisteren was, de andere kant van de straat op. We nemen weer de zelfde lekkere facturas. We wandelen via de drukke winkelstraat Florida. Wat een verschil met gisteren, zoveel mensen. Vele roepen ‘cambio’ en ze verluiden als ze ons zien. We komen weer aan Parque San Martin. We gaan het treinstation Retiro in waar er ook een pak meer mensen zijn dan gisteren. Judith zet zich met yoghurt. Ik ga vragen welke trein we moeten hebben en hoe ik het gekregen SUBE kaartje kan opladen. Het minimum is 20 pesos. Ok. Het werkt niet. We moesten een ander poortje nemen. Een meneer laat ons door. We moeten de lijn Juarez nemen. De trein vertrekt juist als we erop zitten. We gaan tot Villa Ballestre waar we overstappen. Er is geen krediet meer. We laden nog eens op. De volgende trein vertrekt pas om 12:30 uur. We wachten een uurtje. Ik eet broodjes met veel boter en poets m'n tanden. Daar is hij al. Het is warm op de trein. Ik zet de raampjes open. Judith slaapt. De stad dunt uit, we passeren velden. We stappen uit aan de laatste halte Zárate om 14:30 uur.

    Kommentare

  • 30Jan 2018

    33 Iguazu 30.01.2018 Paraguay —

    Presidente Franco, Paraguay

    Beschreibung

    We vragen hoeveel een bus kost. Het is allesbehalve weinig en we zouden moeten wachten tot 19:00 uur. Laat maar. We wandelen de hoofdstraat af. We halen een ijsje. Om de hoek zitten blaffende honden. Ik kan ze niet wegjagen. We wandelen erlangs. Een Straatje verder is er politie met shotguns een huiszoeking aan het uitvoeren. Een leuke buurt hu hum. We steken de brug over en gaan aan een rondpunt naar links. Judith zoekt WC’s maar ze zijn op slot aan de YPF. We gaan naar de peaje. We mogen er liften. Er zijn wel open WC’s. We steken onze duimen omhoog. Er komt een ander koppel na ons. Ik ga vragen waar ze naartoe gaan en zeg als er een auto stopt dat we zullen vragen of ze ook mee mogen. Zij zullen hetzelfde doen voor ons. Het is warm. We smeren ons in. Er stopt een grote, witte Renault bij het ander koppel. Ze stappen in. Ik ga vragen of we er nog bij kunnen. Yup. De chauffeur heet Victor. Hij rijdt met camions voor z’n werk. Net als de gast van het koppel. Perfect, ze kunnen praten. Hij stopt om de zak die nog aan Judith haar benen ligt in de koffer te leggen. Hij stopt ook aan een YPF voor een korte pauze. We krijgen cola van het ander koppel. Victor babbelt graag. Hij heeft een harde jeugd gehad. Hij wil z’n dochters geven wat hij nooit gehad heeft. Hij rijdt ons vier helemaal naar Concordia 400km verderop. De zon zakt al als hij ons afzet aan een tankstation. We nemen kort afscheid. Het ander koppel lift verder. Wij eten lomito aan een kamperkraampje. Mm schnitzel. We zoeken een plaats om de tent te zetten. Een bediende wijst naar een plaats, iets verder aan bomen, Ok. We drinken nog frisdrank, laden GSM op en gebruiken de wifi. Ik kijk voetbal op youtube. Er komt camion chauffeur vragen of we mee willen met hem morgen. Hij gaat richting Brazilië. Het is een Braziliaan. Roger is z’n naam. Hij zal vroeg opstaan, om 5 uur. We gaan naar de tent. Het alarm staat.

    30/01: We ruimen op in het donker. Roger staat al voor z’n truck vlak naast de Braziliaanse vlag. Hij is water aan het warmen voor maté. Hij vertelt over z’n land, zijn dochter en zijn werk. Ik heb alle moeite om wakker te blijven. Judith ligt te slapen. Hij brengt ons tot aan een tankstation naast de stad Uruguaiana. We bestellen slechte croissants en churros. We staan te koekeloeren op een stuk weg tussen een afrit en de snelweg. Niemand stopt. We staan er zeker een uur. Het is een slechte plaats. Judith gaat babbelen. We kunnen mee. Het zijn twee auto’s, één van de pa, Lucas, een rode Renault en één van de zoon, Matias, een zwarte Toyota. Judith gaat mee met de pa, ik met de zoon. Hij vertelt over voetbal en z’n opleiding als kinesist. Er speelt goede moderne muziek, remakes. Ze zijn al 12 uur aan het rijden. Z’n pa is autoverkoper. Het is de eerste keer voor Matias dat hij meegaat. Ze droppen ons aan een tankstation in Santo Tomé. Het was aangenaam. Ik krijg nadien te horen van Judith dat Matias geen rijbewijs heeft. Hij is 17. En er hing geen nummerplaat aan de Toyota. We bekomen even voor we weer post vatten aan de kant van de weg. We wachten weer langer dan een uur in de hitte. We warmte wordt ons teveel. Gelukkig stopt er een oude Mercedes camion. We kruipen in de laadbak bij drie mannen die aan de wegen werken. Zodra de camion vertrekt vangen we wind. Oef dat is beter. We passeren velden met koeien, kruiden en veel naaldbomen. De camion stopt in Gobernador Virasoro. We kruipen er weer uit en bedanken hen. We houden een pauze in de Shell waar er airco is. Sam antwoordt dat de vluchten naar de Filipijnen geboekt zijn. Yes. We staan te puffen in de hitte. Ik krijg een zonneslag. Het lukt niet om duim te blijven uitsteken in de felle zon. We gaan vragen aan mensen. Ze zijn allemaal van in de buurt. Een Paraguayaan zegt hetzelfde. :x Er stoppen bussen maar de chauffeur zwaait al dat we niet meekunnen. Wat is dat nu.. We wandelen naar de andere kant van het stadje. Er is een gescheiden autoweg, aparte stroken voor doorgaand en plaatselijk verkeer waardoor we niet goed kunnen liften. Op het einde is er een bedrijf waar veel camions oprijden. Hier komen de stroken samen en is er plaats voor voertuigen om te stoppen. Alleen stopt er NIKS! We zijn ten einde raad. Stopt hier ons liftavontuur? Ik ga vragen wanneer er een bus zou komen aan de ingang van het bedrijf. De volgende is om 20:30 uur. We steken onze duimen tevergeefs nog een uur op. Iedere chauffeur wijst dat hij hier of daar in moet. Ze zijn allemaal van hier. We druipen af naar het bushokje. Er zit een jonge gast. Hij stapt ook op de bus. De zetels zijn zeer comfortabel en er is airco. Hij rijdt wel traag en doet omwegen om dorpjes te passeren zie ik op maps. Het is al donker. Ik vraag of ze ons kunnen afzetten aan de YPF in Posadas iets buiten het centrum. Hij rijdt 1,5km te ver want we mogen er enkel uit aan een halte. Wat een verschil met de andere landen in Zuid-Amerika. Pietje precies. Dit is de eerste en de laatste bus in Argentinië! We wandelen doodop terug. We vinden een groot grasveld achter de YPF. Ik zet de tent en blaas de matras op. Judith maakt pasta. Het is warm. Ik zet de zijflappen open.

    31/01: We zijn wakker door de zon om 7:15 uur. Naar WC in YPF. Er zijn geen douches. Ik verfris me aan een kraantje. Ik heb ferm gezweet gisteren en vannacht. Ik ruim op terwijl Judith haar haar wast. We wandelen langs de vuile straat. Er ligt een stinkend lijk van een hond. We willen eerst naar een groothandel gaan maar zien dan iets verder een kleiner winkeltje. We halen eten en nemen een groene bus. We worden afgezet aan de overkant van de straat waar de terminal is haha. We drinken melk en eten cornflakes. We nemen een gele bus die ons recht naar de migratie naast Rio Parana brengt. We wachten in de rij. Het schuift niet. Ik ga vragen waarom. De trein is defect. Waarom zeggen ze dit dan niet? Iedereen staat te wachten voor niks. Een paar minuten nadat ik het ben gaan vragen roepen ze het af. Ah. We wandelen tot aan de brug. File in de hitte. Het is onmenselijk. Wat een slechte organisatie. De douaniers aan de trein zouden hier moeten komen helpen... We schuiven traag. Mensen steken voorbij. Na een uur zijn eindelijk onze paspoorten gestempeld. De douanier moest de stempel nog uit een zak halen haha. Niet veel internationale mensen passeren hier precies. We staan in de volgende rij om een bus te nemen. Oef hij heeft airco. We rijden de brug over de brede rivier over. Er is file aan de overkant om Argentinië binnen te komen. Kalmer richting Paraguay. De stempel onder het afdak van de Paraguayaanse douane is rond. We wisselen 100 pesos voor 250 000 guarani. Ik leer dat het woord Aguyjé "dank u" betekent in het Guarani. Dit is zowel de munt als de taal van Paraguay. We nemen dezelfde bus verder naar de terminal van Encarnacion. Er zijn veel winkels met elektronica. De buurt doet wat aan de stad David in Panama denken. Geamerikaniseerd. We eten empañadas. Er is een bus om 12 uur. Er zijn veel opdringerige verkopers. Er is airco op de bus. Oef! We zitten goed. We rijden de stad uit over een brug en zien een licht golvend landschap met veel akkers. De aarde is fel oranje op de niet geasfalteerde zijbaantjes. We zien grote landbouwmachines van John Deere en New Holland en stenen huizen, hier en daar nieuwbouw in een groene omgeving. Judith dut wat. Ik ook maar korter. De felle zon zit op de linkse ramen. We verzetten ons naar de rechterkant. De huisjes worden kleiner. We passeren af en toe een bruine rivier met bomen langs maar vooral landbouwgrond en bedrijven met grote graansilo’s. Werkers en camion chauffeurs zitten in de schaduw aan de kant van de weg maté te drinken uit een dikke thermos. We horen na Santa Rita een meneer achteraan de bus luid telefoneren in het Guarani. Het komt over als een brabbeltaaltje tussen Spaans en Portugees. Ik zie een alligator kruipen op de hoek van een veld. De bushokjes zijn betonnen bogen. We komen aan in Ciudad del Este. Ik zie vanuit het raam security met shotguns voor een apotheek, banken en een winkelcentrum. Het is een kalme busterminal. Judith haalt koekjes. We wandelen via de achterkant van een voetbalstadion en komen op een grote straat. Er staat een plakkaat. Ik vraag aan een gast of het een bushalte is. "Ja", is het antwoord. Het is een aangename kerel, Diego is z’n naam. Hij is architect in opleiding. We nemen een bus naar Tres Fronteras. Het is gewoon rechtdoor tot het einde van de straat. De chauffeur zegt dat de douane niet meer open is. Het is Ok. We kopen brochettes op straat en eten in een winkeltje onderweg. We dalen af. Er rijden veel moto’s. We komen bij de Rio Parana die we vanmorgen overstaken. We zien links Brazilië en rechts Argentinië liggen met ertussen de Rio Iguazu. We mogen de WC en de douche gebruiken van de meneer die voor het gebouwtje van de douane zit. Ik zet de tent als het donker is. Er is lawaai van honden en stereo's van auto’s die iets verder blijven staan. Ze zijn van mensen die net als ons genieten van het uitzicht.

    01/02: We zijn vroeg wakker na een harde nacht. Er zitten mieren in onze tent. Er gaat een spoor tot aan de broodzak. Die is voor de vuilbak. Er hangt een stekkerbox aan een boom. De GSM kan opladen. Ik ruim op terwijl Judith de laatste Guarani gaat uitgeven. Het is rustig. Beetje bij beetje komen er mensen, niet veel. Judith komt terug met ons ontbijt: empañadas en yoghurt. Er komt een mevrouw in het loket rond 7:30 uur. We kopen tickets en gaan naar de douane, een houten trailer naast het gebouwtje. We krijgen weer een ronde stempel. De overzet is een platform met een duwbootje naast. Er komen auto’s bij. Het platform vertrekt iets na 8:30 uur. Het is gelukkig bewolkt. We varen de Rio Parana over en de Rio Iguazu op. We meren rechts aan in Argentinië voorbij een oude boot. We zien de brug naar Brazilië al liggen. We wandelen naar de migratie. Een klein kotje onder een afdak. Onze rugzakken gaan door een scanner in een Mercedes busje zoals in LaQuiaca. We wandelen een kronkelwegje naar boven. We vragen aan een pleintje waar we de bus kunnen nemen naar de watervallen. Het is vlakbij. We wachten even. De bus heeft comfortabele zetels. De bus gaat eerst naar de terminal en dan naar Parque Nacional de Iguazu. De ingang is precies dat van een pretpark. De tickets zijn in dezelfde vorm als Perito Moreno. We regelen in een winkeltje een sleutel van een locker. Beide zakken kunnen erin. Wat een commerce boel na de ingang, winkeltjes die van alles verkopen. Ik vraag info aan een stand en krijg een foldertje. We volgen het groene pad tot aan een treintje. We moeten een nummertje trekken. We hebben eentje voor een treintje binnen een halfuur. Een massa volk staat te wachten. Er lopen beestjes rond met lange snuiten, Coaties. Er zit een gast ze te voederen terwijl er duidelijk plakkaten hangen dat het niet mag. Het treintje is krap. Vier personen op een rij. Het gaat traag. Als we uitstappen is er bijna geen plaats om te wandelen. Zoveel mensen. We gaan een lang metalen wandelstuk over. Het is wringen om treuzelaars voorbij te steken. De zon is verstikkend. Er stroomt zoveel water onder ons. De rivier is precies één groot meer. We komen aan het einde op de Garganta del Diablo. Wat een massa water valt hier naar beneden. Wat een kracht! We zijn een paar seconden verstijft. Dan besef ik dat er hier veel te veel mensen zijn. Het is drummen om vooraan te staan, als je even staat te kijken komen er achter je met camera’s. Mensen vragen om foto’s te nemen. Wat een drukte. Ik kan er niet van genieten. Er is geen organisatie. We zijn weer weg. Gelukkig is er geen wachttijd voor het treintje terug. We eten frietjes al wandelend naar het bovenste circuit. Er zit een alligator links aan de ingang beneden in het water. We passeren langs een uitkijk op de watervallen. Prachtig! Er is hier gelukkig minder volk en meer schaduw. We wandelen erna langs Salto Chico, Eva en Adam en staan uiteindelijk aan de plaats waar water in de Salto San Martin naar beneden stort. We wandelen een lang stuk terug. We zitten achter een oude mevrouw met een kindje dat bijna niet meer mee kan. We passeren een vuurtoren en gaan een lager circuit binnen. Hier hebben we nog beter zicht op alle watervallen. Wow. We smeren ons eens in, beter laat dan niet. We zien een varaan en apen. We komen op een muur van water waar we daarnet boven langs gewandeld zijn Salto Bosetti. Er is weer meer volk. Na een paar kleinere watervallen verlaten we het circuit. We vullen waterfles bij. Aan de trein steek ik m'n kop onder een douche. We halen de zakken uit de locker en nemen een bus terug richting de terminal rond 16 uur. We zijn zo’n 6 uur in het park geweest. In de terminal stappen we over op een andere bus naar de grens met Brazilië. We krijgen snel een exit stempel van de Argentijnse douane. We springen dezelfde bus op. We gaan de brug over die we vanmorgen gezien hebben vanop de overzet. Er staat een rij aan de migratie van Brazilië. We leren een vader, moeder en zoon van Colombia kennen. De ouders halen bessen van struik. Hun zoon, Carlos, doet een doctoraat in Sao Paulo. We stappen af aan de terminal met een Chinese. Judith vertaalt naar het Engels voor haar. We gaan naar een supermarkt. Er is een wisselkantoor. Judith gaat om eten. Ik schuif aan. Ik besef dat de wisselkoers zeer slecht is. Ik wissel niet veel: 440 pesos voor 57 reais. Het was even aanschuiven. Muntstukken moesten ze niet hebben die geven we aan twee Israëliërs die ook onze kar vroegen. We gaan terug naar de terminal en betalen om aan een draaihekken binnen te mogen. We krijgen geen ticket en de poorten staan open. Absurd. We leren twee Spanjaarden van Barcelona kennen. We wachten aan de verkeerde halte. Dan komt er toch een bus. Het is al donker. We komen aan een terminal. Er is maar één maatschappij meer open. Er is geen bus meer naar Rio de Janeiro of Sao Paulo, wel Curitiba. We nemen hem. We kunnen in pesos betalen maar krijgen weer een zeer slechte wisselkoers. We staan onder druk want de bus vertrekt zo. We gaan mee.

    Kommentare

  • 03Feb 2018

    34 Rio de Janeiro 03.02.2018 Brasilien —

    Centro, Rio de Janeiro, Brasilien

    Beschreibung

    Judith zit naast een mevrouw, ik naast een jonge gast. We eten stuutjes met kaas. We krijgen een beetje koud van de airco ‘s nachts. Ik mag een dekentje van de gast gebruiken, vriendelijk. Ik kom af en toe wakker. Het is groen buiten. De bus stopt aan een buffetrestaurant. Judith gaat naar WC. Het is een nieuw gebouw. Ze moet een kaartje nemen bij het binnen gaan om op te schrijven wat ze neemt. Dat had ze al weggesmeten. Ze moest het tonen om terug naar buiten te gaan. Ze laten haar gelukkig door.

    02/02: We zijn wakker door een flikkerlicht van de politie. Een mevrouw betast Judith. Ze zag er verdacht uit met haar kap en armen gekruist. Er komt een drugshond snuffelen door de bus. We rijden nog een halfuurtje en komen aan in de terminal van Curitiba. Het is een open betonnen gebouw. Ik sorteer spullen en schrijf dagboek. Er komt een dronkaard bedelen. Hij laat m’n hand bijna niet los. We negeren hem en hij gaat weg. We hebben wat pech bij het boeken van de volgende bus, de laatste goedkope plaatsen van een bus die vertrekt om 10 uur zijn juist weg. We boeken één die vertrekt om 15 uur en zullen ‘s nachts naar Rio rijden. Er is wifi in de terminal en Judith vindt een hostel op booking. We zoeken een supermarkt. We wandelen door mercado municipal. Het is er gezellig maar ze hebben niet wat we zoeken. Een meneer wijst een andere winkel aan. We laden een kar en gaan terug naar de terminal. De straten er rond zagen er Ok uit. Een zwerver die een woordje Frans kan vertelt ons dat Curitiba de meest Europese stad van Brazilië is. Hoeven we dus niet te bezoeken. We wachten tot de bus komt. We gaan naar beneden en voorbij poortjes. We vertrekken op tijd. Het is warm, de airco haalt het niet. We vallen in slaap. De bus stopt halverwege. Ik zie bij de persoon naast ons dat er USB opladers zijn in de bus. Die kunnen we gebruiken. Het landschap is zeer groen en er zit wat reliëf in. Er hangen veel paarse bloemen aan de bomen. Het wordt donker als we Sao Paulo binnen rijden. We rijden langs een grote verkeerswissel, drie niveaus met een brug in het water. We steken een rivier over. Ik zie veel voor en achterlichten van een massa auto’s. De rijen appartementen blijven maar komen. Opnieuw is de terminal een groot betonnen open gebouw. Het is wel wat drukker dan Curitiba. We vinden de poort 14 waar de volgende bus vertrekt. Ik val bijna in slaap op een stoeltje. Het is weer een bus van de maatschappij Cometa. Er zijn geen opladers deze keer. We vertrekken op tijd om 23:35 uur.

    03/02: Ik slaap een beetje. Judith ook in haar slaapzak. We komen aan in de terminal van Rio de Janeiro rond 6 uur. Het is nog donker. We zetten ons op de grond voor een infopunt. Het gaat open. Het is een transgender. Het voelt raar. Judith vraagt de weg naar het hostel. Bus Troncal 2 moeten we hebben. We gaan de straat op, rechts aan de overkant is het busstation. De zon komt al op. We stappen op. De chauffeur zegt dat we het hostel zullen passeren. Hij verwittigt ons echter niet en rijd heel z’n toer. We volgen de kustlijn, de stranden Copacabana en Ipanema. Hij zegt sorry en zal teruggaan. Het is Ok, nu hebben we de stad al eens gezien. Het is groezelig, veel grafiti, veel armoede en mensen op straat. Het oogt niet zo gestructureerd als de autowegen rond Sao Paulo. We worden afgezet op een paar honderd meter wandelen van hostel Cruz de Ouro. Het ziet er een verzorgd gebouw uit in tegenstelling tot de omgeving. We mogen al meteen op de kamer yes. Douchen en tukje doen. We rusten tot de middag. Ik ruim op en was kleren terwijl Judith nog slaapt. We gaan erna langzaam op stap. De mevrouw aan de receptie legt uit welke bus we moeten nemen richting het bekende beeld Cristo Rey. De juiste komt maar niet, een andere buschauffeur zegt dat we andere moeten nemen, alleen hebben we deze ook nog niet gezien.. Er passeren carnavalgangers, mannen in jurkjes, vrouwen in niemendalletjes, één met een bloempot op z’n kop, mario en luigi,.. We gaan te voet op zoek. We passeren een winkel en halen yoghurt en water. We moeten klimmen door een achterbuurtje. Het is zweten. Er staat een plakkaat naar Corcovado. Dit is de berg waar het beeld opstaat. We volgen de pijl. Het treinstation nemen is geen optie meer. We zijn de andere kant uitgewandeld op een baantje langs bomen. We zien het beeld liggen in de zon. Er zijn geen voetpaden. We vragen aan een busje. De chauffeur wil de prijs niet zeggen. Pas als we uitstappen maar het bedrag hebben we niet in reais, wel in pesos. Hij rijdt maar een paar km omhoog. We betalen veel. We moeten de ingang ook betalen. Het is met een ticketsysteem. We wachten een paar minuten en nemen weer een busje. Als we de trappen opgaan weten we hoe laat het is. We zitten volledig in de mist! Dat is snel veranderd. Godver. We zijn terneergeslagen. We hoeven niet perse mee met het eerste busje naar beneden. We blijven wachten in de hoop dat de wolken nog zullen verdwijnen. Tevergeefs. Iets na 17 uur gaan we weer naar beneden. Eerst een busje en dan beginnen we te wandelen. Het doet deugd. We slaan af aan een mirador en doen een omweg van een paar 100 meter. Hier hebben we wel fantastisch zicht op de stad en de omringende omgeving. Vooral de Pau de Acucar, de suikerbroodberg, springt eruit. Er is niet zoveel volk. We nemen een paar foto’s en blijven even kijken. We dalen het stuk verder tot aan een bushalte waar we de 007 nemen naar central. We worden gedropt in dezelfde straat als deze morgen. Er staat een wit VW busje, zoals er hier zoveel zijn, op het kruispunt voor het hotel. Deze is omgebouwd tot een eetkraampje en ze maken hamburgers! We nemen er twee en eten ze op op een krukje ernaast. Ik neem een douche, laad de kodak op en knip m'n baard wat af met een schaartje. We hebben nog eens een bed in plaats van een bus om de nacht door te brengen.

    04/02: Ik zet de waaier uit in de loop van de nacht. Ik was kledij van Judith terwijl ze doucht. We gaan ontbijten. De GSM laadt verder op in de badkamer. Het is buffet. Ik prop me VOL: acht broodjes met kaas, hesp, ei, cake, bananen en een liter chocomelk. Ik moet me even leggen erna. Judith zoekt de locatie van marktjes op op internet. We gaan erna op zoek naar een bank maar we vinden geen. Kappers die we gisteren gespot hadden zijn gesloten. We blijven rechtdoor wandelen. Er zijn veel eettenten en winkels open. We volgen de menigte en komen uit aan brede lanen en een standbeeld. Carnaval! Wat een hoop mensen. We wandelen langs Parque do Flamengo en komen bij voetbalveldjes. We kijken even. Het gaat goed op. Elke ploeg een goal, hadden er meer kunnen zijn, counters gemist. We vragen erna aan de overkant aan security van een groot gebouw waar er een bank zou zijn. Ik versta geen snars van het Portugees. Hij deed teken met z’n hand en zei metro dus we gaan rechts een straat in. De metro is gesloten tijdens carnaval. We vinden een andere bank maar de opties staan enkel in het Portugees. Uiteindelijk vinden we wel één met de optie English. We halen water en gaan verder naar het pleintje Sao Salvador. Er is een gezellig marktje met in het midden muzikanten. Ik denk dat iedereen mag meedoen. Er komt een blinde jongen bijzitten met een drum. We blijven wat zitten. Erna gaan we via de wijk Botafogo. We wandelen langs een strand met uitzicht op een haventje en de suikerbroodberg. We gaan door een tunnel en komen een paar straten verder aan winkeltje. We halen drinkyoghurt en zetten ons in een parkje waar de mannen die voor de gemeente werken ook aan het rusten zijn. Er is een WC. We passeren prulkraampjes en komen bij het bekendste strand van Brazilië, Copacabana. Er liggen waterslangen met gaatjes. Zo is het fijne zand nat en dus niet te warm om op te wandelen. Mensen trekken zich niks aan van hun zwemkledij. Ze hebben net zoals de carnavalgangers geen last van schaamte. Het is druk maar niet om over de koppen te lopen. We wandelen langs de rand van het water. De stroming van de Atlantische Oceaan is enorm. Wat een golven, ze zuigen je terug. Ik wil er toch eens in. Ik overleef vier golven. De laatste sleurt me ondersteboven, m'n hoofd raakt de grond. Ik krijg water binnen. De kracht is nog groter dan die van de Stille Oceaan op Malibu. Douche en terug naar de dijk. Het is een brede baan zonder verkeer. We wandelen via binnenstraten een heel eind tot het einde van Rua Reinha Elizabeth de Belgica. We komen op een gigantische meute carnavalgangers op het strand Ipanema. Ik vind dit strand mooier door de bergen op de achtergrond. We blijven niet. We gaan op zoek naar een bus. Ik gooi iets in een vuilbak aan de overkant van de straat en bus Troncal 1 stopt juist. Ik doe teken en spurt over voor twee auto’s. We zijn mee. Er zitten veel uitgeputte, verkleedde mensen op de bus. We staan even recht, dan gaan er weg en kunnen we zitten. Best, de chauffeur rijdt schurtig. We stappen uit aan een groot gebouw aan Central. Een zatlap raakt maar zeer moeilijk wakker. Hij wordt nadien streng gefouilleerd door politie. Een paar straten verder zijn we aan het hotel. Een warme douche. Judith eet restjes die we nog hadden. We rusten op bed voor we in slaap vallen.

    05/02: We slapen niet zo goed. We hadden last van lawaai, muggen en de fijne matras. We ontbijten rond 8 uur. Ik hou me in deze keer. Ik eet goed maar overdrijf niet. Als we terug in de kamer komen merken we dat de GSM die ik in badkamer had gelegd om op te laden er niet meer is. Judith gaat naar de receptie. Ik vraag aan gast die kamertje heeft vlak naast de badkamer of hij iets gezien heeft. Judith komt terug. De kuisvrouw had hem uit veiligheid meegenomen. Oef! We krijgen een oplader gekregen. Vriendelijk. We gaan erna naar de kapper. We zoeken de goedkoopste uit in een straat waar er enkele zijn. De kapper snijdt me met een mesje in m'n nek. Alcohol erover. Pieken! Hij doet vooral de zijkanten eraf en een stukje haar van Judith. Het duurt maar een kwartiertje of minder voor beide. We nemen een douche en ruimen op. We vinden een laatste keer onze weg door het doolhof van het hotel. Het miezert. We wandelen naar Central. We nemen een trein naar Santa Cruz. Er zijn veel roepende verkopers. We stappen uit in het laatste station. Aan het loket verstaan ze ons niet. We vragen of we ticket terug mogen inruilen. Het is geen trein maar een bus naar de volgende bestemming. We kijken naar de bussen naast het station. Er staat op Itaguai. Dat is hem. Een verkoper komt aan m’n schouder. Ah neen eh man! Vragen mag aankomen niet! We zitten niet lang op de bus. We zetten ons even in een stationnetje. Judith vindt geen winkeltje. Ze haalt een flesje water aan een karretje.

    Kommentare

  • 07Feb 2018

    35 Praia 07.02.2018 Brasilien —

    Trindade, Brasilien

    Beschreibung

    Op de volgende bus zitten we iets langer. Het is Ok want het miezert buiten. We zitten hier goed. We doen een tukje. De kustlijn is mooi, veel groen. We stoppen in Mangaratiba, een dorpje aan de zee. We zien grote eilanden. We gaan naar een winkeltje om yoghurt en een warm, krokant brood met paté. We wandelen stuk tot Praia de Jaco. Er is wat volk hier en daar langs verlaten kiosken. We zetten ons onder een afdak want het miezert meer. We hebben veel bekijks. Een oude meneer komt ons waarschuwen dat het een gevaarlijke buurt is. Even later stopt er politie. We mogen er niet kamperen. Ze voeren ons een heel eind tot het busstation in Moro Da Serafin. De chauffeur doet z’n best om Engels te praten. Het is grappig. Hij rijdt agressief en gebruikt z’n sirene om sneller te kunnen gaan. We nemen een bus tot Angra Dos Reis, een grotere stad. We worden afgezet aan de zee. We zien toeristeninfo aan het haventje. Een meneer toont waar er goedkope hostels zijn. We stappen een duur hotel binnen. Er staat een dikke gast, Silvio. Hij wandelt met ons naar een goedkoper hostel in een ruige buurt. We vinden het niet Ok. Hij wandelt naar een ander hostel die op een plein aan de vismarkt ligt. Dit is wel Ok. We bedanken hem. We krijgen een eenvoudig kamertje met WC en douche die we meteen gebruiken. We zetten ons op stoeltjes naast een terras en doen een poging om te babbelen met een oudere meneer en een jonge gast. Het gaat maar moeilijk. Dat Portugees is precies Russisch. Er komen twee gasten marihuana roken. Nee merci. We trekken ons terug in de kamer. Er zijn redelijk wat muggen. We liggen op een dun matrasje zonder vering. We zetten een luide waaier aan.

    06/02: We slapen Ok. Judith staat vroeger op en contacteert mensen op couchsurfing. Alles is opgeladen. We wandelen langs de vismarkt tot aan de centrale straat waar we naar een winkel om ontbijt gaan. We zetten ons naast een kader met de naam van de stad aan het haventje waar we gisteren passeerden. Ik ga nog eens info vragen. Er kan niet wild gekampeerd worden op Isla Grande. Laat maar dan. We zullen waarschijnlijk mooiere eilanden zien in de Filipijnen. We staan in de rij voor een bus naar Mambucaba. Het is een raar systeem. Er staat een hekken met een kaartjesverkoper vooraan en een hekken achteraan de bus. Het is een groene weg. We zien maar af en toe de zee. We stoppen te vroeg op advies van twee oude mevrouwtjes. We zetten ons in een bushokje en eten en drinken onze goestjes: karamelnootjes en druivensap. We beginnen erna te wandelen. Het is geen voetgangersvriendelijke weg. We blijven aan de zijkant waar er ook fietsen rijden. Er rijdt een busje van een parking aan de overkant. Een meneer en drie vrouwen nemen ons mee. De rest van Mambucaba is lelijk. We rijden er voorbij. Ze zetten ons af aan een straat die naar de zee gaat nog voor Tarituba. We zien een campingplaats. De prijs om te kamperen is eerst Ok maar meneer belt naar zijn baas en het is plots het dubbel. Laat maar. We wandelen eens naar het strandje. Er liggen veel bootjes. We gaan terug naar de straat en zetten ons in een bushokje. We wachten niet lang op een bus naar Paraty. Een ietwat zatte meneer die ook in het hokje zit probeert wat info te geven. We verstaan er niks van. We nemen een bus naar het stadje Paraty. We wandelen van de busterminal tot de oude stad. We komen aan bankjes aan het water waar er veel versierde bootjes in dobberen. Ik vind een schuilplaats op Ioverlander. We gaan op zoek. De plaats ligt links van een parking verdoken tussen struiken en strand. Judith vindt er enkele reais. We wandelen door de oude stad met onze zakken en zetten ons aan een parkje. Er proberen er fruit uit een hoge boom te krijgen. We wandelen een parking en een brugje over naar het nieuwere deel van het stadje. Er is een mooie stenen pier. We gaan eens met onze voeten in het water. Het is een strand met vervelende kiezeltjes. Ik vermaak de rits van de zak die weer openscheurt. Judith zoekt en vindt een WC aan een bar op het strand waar ze moderne luide muziek spelen. We wandelen terug over het brugje en willen eten klaarmaken op het gras maar het begint te regenen. We zoeken onderdak, onder een boom, een andere boom en uiteindelijk een zeil. Ik ben een beetje down. De regen mindert. Judith maakt noodles met groentjes. We twijfelen om op hostel te gaan. We doen het niet. We wandelen door het gemiezer naar de parking. Er is niemand. We zetten de tent iets minder ver, achter een paar dikke struiken. Het is vochtig en warm. We horen lawaai van vogels en drukte op het pleintje. Het regent veel. We zijn bang dat het moeras achter ons omhoog zal komen maar beseffen dan dat het eigenlijk niet. Het moeras is verbonden met de zee.

    07/02: We liggen niet te drijven maar hebben wel slecht geslapen. We negeren de wekker en blijven liggen. We kruipen uiteindelijk uit de tent en zien kort de felle zon. Er gaan mensen naar het haventje. We ruimen op en wandelen via de oude gevangenis en de kleurrijke bootjes naar het centrum. Judith gaat naar een winkel terwijl ik op de zakken let. We vinden het busstation. We ontbijten op ons gemak op een bankje: brood met paté, melk en boul-de-berlin. Er komen duiven schooien. We zien Trindade staan op een bus. We stappen op en rijden Paraty uit. Na het gehucht Patrimonio slaan we een kronkelbaantje in. Wat een hoogteverschil. Ik hoop dat ze de remmen van de bussen regelmatig nazien. We komen op een strand, gaan over een rots en komen in het zeer toeristisch dorpje Trindade, uitgesproken als Trindajee. Het spettert. We vinden een meneer op straat die vraagt wat we zoeken. Händzi is z'n naam. Ik vraag of hij een plaats heeft om onze zakken te laten voor een paar uur. Hij neemt ons mee naar een krotje op de rand van het dorp tegen de heuvel. Hij verhuurt campingplaatsen, verkoopt kokosnoten en doet zich voor als een echte ondernemer. We laten de zakken achter in de kamer van hem en een maat. Judith haalt water. We komen op een eerste strand. Het is zeer toeristisch en staat vol parasollen. We klimmen rechts ervan op een padje maar het loopt dood. We gaan terug en komen op een tweede en derde strand die veel mooier zijn omdat er geen commerce is. We gaan een kort stukje door bos, eerst klimmen dan dalen. We komen op een vierde strand. Wow. We denken kort om hier te blijven maar op het eind is er nog een pad dat naar een natural pool gaat. Het is nog vroeg. We gaan weer door bos. Het is 650 meter glibberen door modder en op steile rotsen en trappen. We doen er lang over maar vallen niet. We komen op het einde aan rotsen in de zee. Het is er druk. Mensen zitten waarschijnlijk hier omdat het water er kalm is. We zien krabben en gestreepte vissen. We zwemmen in ons ondergoed. We zijn wat beschaamd en zitten het meeste van de tijd onder water. We blijven misschien een uurtje, nog niet. We eten koekjes en gaan terug langs het glibberpad. We wandelen de witte stranden opnieuw over. We halen de rugzakken. Het is raar. Händzi en z’n maat zitten voor het krotje, niks te doen. De zakken zijn verplaatst naar een tent die ervoor staat. We bedanken hem. We wachten op een bus onder een bladerdek dat een motorparking voorstelt. Een oude meneer zit er te schaken tegen zichzelf. We stappen van de bus in Patrimonio en zetten ons aan een afgedekte bushalte. Er zitten reggae hippies op de splitsing naar Trindade. Ze luisteren naar slechte muziek. Er lopen kippen rond en twee straathonden leggen zich voor ons. Uiteindelijk komt er een bus die ons iets verder afzet aan watervallen. Ik ga snel een kijkje nemen. Er staat een standbeeld voor de waterval. De volgende bus is er al. Judith roept. Ik spurt terug. De bus slaat af langs een klein baantje waarvan de weg kapot is. Het is zo'n gehobbel dat we denken dat de bus uit mekaar zal vliegen. Een camion zat met z'n spiegel tegen de bus tijdens het kruisen. We komen op een mooi strand Picinguaba. Er stappen mensen op die ook richting Ubatuba moeten. Het regent als we in het stadje aankomen. We wachten aan de terminal. Er zijn er aan het werken met hamers op teensletsen. We wandelen rond in het centrum. Alle hotels en hostels zijn duur. Een mevrouw zegt dat er een goedkoop pension is. Een dronkaard spreekt ons aan in een straat waar het zou moeten zijn. We wandelen terug en babbelen met een groep oude meneertjes. Zij zeggen dat het pension niet meer bestaat. Het was vroeger aan de overkant van de straat. Er is wel een camping, een beetje wandelen naar een strand dat verderop ligt. We vinden het strand. Er staan er met tenten onder een kiosk. Ze zeggen dat het eigenlijk niet mag. We gaan verder. De camping is evenveel als een hostel. We wandelen verder. M'n rug begint pijn te doen. We zetten ons. Een mevrouw en dochter zeggen dat er nog een camping is. We volgen. Het strand loopt ten einde. Het water is te diep. We zetten de tent op het einde naast struiken. We eten nootjes, drinken water en proberen te slapen. We zweten.

    08/02: We slapen slecht. De zon komt op. Ik ga wandelen met m'n voeten in de zee. Er passeren veel lopers 's morgens vroeg. We staan traag op. Judith maakt ontbijt. Ik probeer de kodak en de gsm op te laden aan de batterij die moeilijk doet. We ruimen op en wandelen het hele eind terug naar de supermarkt en het parkje. Judith gaat om eten. Ik wissel van broek in de WC. We staan te wachten aan een halte naast het park. Ik was m'n voeten aan de Shell om de hoek. De bus brengt ons naar Caraguatatuba. Het is geen mooi landschap, teveel bebouwing. In de terminal is er geen wifi of een oplaadstation. Dju. Ik wil antwoorden op Whatsapp naar Carlos, de doctoraat student die we aan grens leren kennen hebben. We konden blijven slapen bij hem in Sao Paulo. Judith vraagt een ijsje in een tegenoverliggende pizzeria. Ik laad GSM op met batterij. We vingers doen pijn van te duwen. Ik krijg hem 25% opgeladen. Er komt een schooier op z’n knieën rechts van me zitten. Ik versta er niks van. Hij blijft brabbelen en trekt aan z’n T-shirt. Het ziet er Ok uit. Ik snap het probleem niet die van mij is vuiler. Ik negeer hem. Hij gaat uiteindelijk weg na een paar minuten. We nemen een nieuw busje naar Sao Sebastiao. We zien een mooiere kustlijn. De bus zet ons iets te ver af. Een andere toeriste legt uit dat we een straat terug moeten. We vinden wifi van Ecobus in de terminal. Yes. We trakteren onszelf op ijsjes en cola. We blijven er even en sturen nieuws naar familie. We nemen rond 17 uur de laatste bus van de dag. De chauffeur is goedlachs. We stijgen, dalen en kronkelen langs mooie stranden. We zitten op een voorkeursplaats voor ouderen en zwangeren. Een dikke negerin vraagt om te zitten. Judith staat recht. Het raampje zit op hoofdhoogte. De wind doet deugd. We zitten later weer naast mekaar en eten koekjes. Er is een schrijnend verschil tussen de huizen links, luxe, naast de kustlijn en de krottenwijkjes rechts op de heuvels. We worden afgezet aan Praia de Boraceia. We stappen naar het strand naast Condominio Residencial Reserva Beach. De zon zakt al. Het is een ferm strand. We vinden een plaatsje naast een boom vlak voor de luxe huisjes. Judith maakt soep. We doppen brood. Ik zet de tent. We worden aangevallen door muggen. Het is weer heel warm in de tent.

    09/02: We zijn vroeg wakker. Ik heb beter geslapen dan de voorbije twee nachten. De lichten van de huisjes staan niet meer aan. Het was handig vannacht. We konden het strand goed zien. Ik ga foto’s trekken van de zonsopgang terwijl Judith verder slaapt. We brengen alle spullen naar het zijpad waar er geen zand is. We wandelen een paar kilometer tot een bushalte voor de mercado. De GSM is plat. Hoe kan dat nu. De bus die we nemen stopt zeer veel. We hebben niet het gevoel dat we doorrijden. Hij doet alle omliggende wijken van Bertioga. De chauffeur zet ons uiteindelijk af aan de terminal. Er is één busmaatschappij. We wandelen een eindje verder op zoek naar een volgend gewoon boemelbusje. De vissers zeggen dat de boemelbusjes meer werk zijn. Het zal langer duren en duurder zijn om tot in Sao Paulo te geraken. Ok, we gaan terug naar de ene busmaatschappij. We wachten. Het meisje aan de kassa heeft geen zin om ons te helpen. Wij moeten het ticket zogezegd op de bus kopen maar alle andere mensen krijgen wel tickets. Als de bus komt moeten we ons haasten en zijn er geen plaatsen meer naast mekaar. Lap trut. Omdat er niemand aan het raam zit kunnen we wel samen zitten. De airco doet enorm deugd. We zien weer veel paarse bloemen langs de weg. We eten de laatste koekjes en vallen in slaap.

    Kommentare

  • 13Feb 2018

    36 Sao Paulo 13.02.2018 Brasilien —

    Sé, São Paulo, Brasilien

    Beschreibung

    We stoppen in hetzelfde station in Sao Paulo als toen we de nachtbus namen. We moesten hier overstappen richting Rio de Janeiro. We geraken niet op de wifi. We wisselen 500 pesos in 62 reais voor we ons richting de metro begeven. Een mevrouw, Carla, helpt ons. Ze spreekt Engels en heeft een Belgische vriend Geert. Ze kan z’n naam bijna niet uitspreken haha. We stappen over op de groene lijn tot de halte Trianon Masp. Als we uitstappen ruiken we hamburgers. We nemen één. Het is twee straten wandelen naar het hostel Mama Brasil. We zitten eerst in het verkeerde gebouw. Een Duitse gast legt ons uit dat we ernaast moeten zijn. Het is een çva hostel. De douche doet deugd. Er is een leuk binnenpleintje naast de keuken. We blijven binnen. We laden de kodak, gsm en tablet op en maken pasta en rijst. Ik babbel met een Mexicaan van Durango. Hij heet Esgar. Hij heeft er ook al een hele reis opzitten. Bijna een jaar is hij van huis. Hij heeft de Huayna Potosi in LaPaz beklommen. Het is hem gelukt in twee dagen. Het was zeer steil en technisch. Het is redelijk bewolkt op de foto's die hij toont. We gaan laat slapen. Het is redelijk warm in de kamer. Er is geen waaier. Ik heb last van muggen en heb teveel cola gedronken.

    10/02: Slecht geslapen. We gaan ontbijten. Het is dik in orde. Zeer divers: soorten koekjes, toast, fruit en beleg. Judith maakt goede croque monsieurs met kaas, hesp en tomaat. We zitten tegenover de Duitser van gisteren. Julius is z’n naam, zoals z’n vader. Hij heeft nog in de US park service gewerkt Hij gaat naar Porto Alegre om verre familie te bezoeken. Het is een speciale kerel. We ruimen op na het stevige ontbijt want het hostel is bezet. We kunnen niet verlengen. We wandelen terug naar de metro en gaan tot de eindhalte Vila Madalena. Het is warm. We stijgen een paar blokken tot Rua Bruxelas. We vinden Hostel Brazil Backpackers niet. We gaan terug. Het is een gewoon huis. Er staat geen plakkaat. Een gast van Peru checkt ons in. Ik kan met visa betalen. Het lijkt slordiger dan het vorige hostel en we krijgen bedjes die er wat krakkemikkig uitzien. We moeten wachten tot 14 uur om in te checken. We laten de zakken in de inkom want er is een camera. We gaan naar een parkje om de hoek. We zetten de tent open om te drogen en liggen te luisteren naar folklore muziek van Neuquen. Er zijn er een soort volleybal aan het spelen met een bal met pluimen. Ik denk aan badminton. We gaan terug naar het hostel. We krijgen andere bedden toegewezen. Ze lijken steviger. En een locker waar beide zakken in passen. Perfect. Op de muur staan er blocos geschreven. Dit zijn carnavalfeestjes in de straten. Vooral Barrio Pincheiros heeft een stevige lijst. We wandelen ernaartoe. Het is veel dalen en stijgen. Het wordt drukker op een kruising. Goeie muziek ontbreekt. We eten iets tussen cake en brood en wandelen een toertje. Het begint te regenen. We schuilen even in een Adidas winkel. We gaan terug via het Cementario Sao Paulo en Beco de Batman, een straatje vol graffiti. Er zitten mooie dingen tussen. De enige referentie naar Batman is een rond raampje met het bat teken. Deze wordt waarschijnlijk verlicht als het donker wordt. Het miezert.We gaan het hostel voorbij en naar de supermarkt Pau de Acucar. We maken vlees en pasta en snijden veel groenten. Judith voegt boter toe aan de pasta. Het smaakt enorm. We leggen de rest van het eten in de frigo met labels. We zitten in de zetel, elk met een schermpje. Ik krijg een mail van Lise. Ik zou vroeger terug mogen komen werken. Er speelt zeer goede muziek in de keuken via een IPad in boxjes. Ik neem een douche en droog me af met een T-shirt voor het slapen gaan.

    11/02: We slapen goed ondanks dat het warm is in de kamer. We drinken melk en zijn naar buiten. Naar de Pau de Acucar om brood en cupcakes. Er is een feestje met verkleedde kinderen. We stijgen door een straatje en komen aan de andere kant van een parkje. We komen op de Avenida Estados Unidos. We wandelen een flink stuk. Het blijft duren. Er zijn veel villa’s, één met een Ferrari voor de deur. Dit zal een enorm contrast zijn met andere stukken van Brazilië. We nemen pauze in de McDo. We moesten al een tijdje naar de WC. De airco en een softijsje doen deugd. Het is in de 30 graden. We komen een eindje verder aan het Parque Ibirapuera. Er staat een groot standbeeld. Het doet denken aan het Retiro in Madrid maar met nog iets meer activiteit. Er zijn voetbal, volleybal en basketbalvelden. Er is een stuk afgedekt vol skeelers, skateboards en ander rollend geweld. We blijven kijken naar voetballers en een meisje dat skeelert. Het Japans paviljoen ziet er niet speciaal uit en is te betalen. Net als het Afrikaans museum. We blijven in het park tot rond 15 uur. We wandelen via poort 10 naar metro Paraiso. De straat ernaartoe wordt steeds drukker. Er is een menigte onder een brug voor carnaval. Het loopt vol homo’s, geen gewone, echt erover. Het is enorm onwennig. We kruipen omhoog over een hekken, tussen stenen langs een plaat en we staan op de brug waar de mensenmassa niet minder is. Judith vraagt aan politie waar de metro is. Het is aan de overkant van de straat. We gaan erin maar het is niet te doen. We krijgen bijna geen adem. Mensen lopen mekaar te pletten. We nemen de verstandige beslissing om er terug uit te gaan. We wandelen de hele Avenida Paulista af. Het is een ferm eind door de winkelstraat vol wolkenkrabbers. Op het einde liggen de daklozen achter een seksshop, weer een extreem contrast. De laatste loodjes terug naar het hostel wegen zwaar. We hebben een 20-tal km gewandeld vandaag. We springen nog binnen in de Pau de Acucar om pepsi en pizza. Ik douch en was een short. We warmen de rest van het eten van gisteren op. We babbelen kort met de gast van Peru. Hij is van Trujillo. Een gast die hij kent begint Frans en Nederlands te praten als hij hoort dat we van België zijn. Alex is z’n naam. Hij heeft gestudeerd in Europa. We zijn versteld van hoe goed hij Nederlands kan. We kijken op onze schermpjes.

    12/02: We slapen lang. Het is al bijna 9 uur als we wakker worden. Judith doucht. Koude melk en mango is ons ontbijt. We wandelen richting metro Sumaré. Het is kalm. We stappen af in Sao Bento. We zijn verdwaald. De gebouwen rond ons zijn gigantisch waardoor we het moeilijk hebben om ons te oriënteren. We gaan eerst richting het postgebouw maar dan de andere kant op, richting Mercado Municipal. Er zijn drukke en ongeordende winkelstraatjes. We stappen een Japanse marktplaats in en zetten ons op een bankje. Het is even beeld zonder klank. Ik wil graag kindjes binnen een paar jaar maar Judith weet het nog niet. Er zit zand in de machine. We geraken er wel uit. We wandelen uiteindelijk door het kleine marktje. Aan de overkant van de straat ligt de Mercado Municipal die veel groter is. Er zijn kraampjes met vlees, vis en fruit aan eetplaatsen. We bestellen Mortaleda, een krokant broodje met een massa hesp en Pastéis, een gefrituurd randje met zongedroogde tomaten, groentjes en gesmolten kaas. Het laatste smaakt best, het eerste vult het meest. We eten in de gemeenschappelijke eetruimtewaar het rustiger is dan aan de apart standjes. We wandelen langs de achterkant uit de mercado. We gaan weer door ongeordende, vuile straatjes richting het Teatro. Mensen duiden ons de weg aan. De GSM is plat. We krijgen een stortbui op onze kop. We wachten even onder een afdak van een glazen gebouw waar we kunnen zitten. We gaan naar rechts en een brug over als het mindert. We zien het theater liggen. Het is het enige oude gebouw te midden van alle nieuwe hoogbouw. We verdwalen in de straten er rond. We komen in een bloco. De zon komt weer piepen en het is snel snikheet. We vinden dat er toch niet veel sfeer zit in die straatfeestjes. Het is meer een excuus om te drinken. We vinden uiteindelijk de weg naar Cathedral Da Sé. Er ligt een plein voor met grote palmbomen een beide kanten. Er zijn veel zwervers. Er staan er een paar te preken. Het is pure onzin. Waarom luisteren mensen? Man toch. We nemen een kijkje in de kerk. Het is groot maar er is niet veel versiering. Er tukken mensen op de banken. We gaan om de hoek een kijkje nemen in de Japanse wijk Liberdade. We hadden ervan gehoord van het koppel van Barcelona in de bushalt van Iguazu. We vinden het niet zo speciaal als hen. Het is een redelijk vuile en te drukke wijk. We halen eten in de Japanse winkelketen Marukai. We eten wentelteefjes met pudding, ice tea en citroentaart in een mini parkje. We gaan terug naar metrohalte Sao Bento van vanmorgen. Judith wou langs winkels passeren maar we nemen per ongeluk een andere weg. Op de metro is het drukker dan vanmorgen. We zitten tegenover mekaar en babbelen. Er komt een gekke negerin. Ze babbelt luid en Judith kan niks zeggen. Ze stampt op Judith haar voet. Judith vlucht naar mij. Het gekke mens stapt verder in de wagon. Even later slaat ze hard op een raam waarop een mevrouw weg wandelt. De gekke stapt gelukkig uit. We wandelen terug naar het hostel. Ik neem een douche. We eten pizza en kijken naar The Office, de Engelse versie op een TV via Netflix. We zijn steeds minder bezig met reizen en meer met gewoontes van thuis. Nog twee dagen en we vliegen terug naar onze oude wereld!

    13/01: Ik heb nog opgezeten tot 2 uur door naar voetbal en de National Geographic Feed op Judith haar Instagram te kijken. We slapen tot rond 10 uur. We ruimen op. Onze bedden en de locker moeten vrij zijn om 12 uur. We mogen de rest van de dag nog in het hostel blijven. Leuk. We gaan een laatste keer naar de Pau de Acucar om inkopen voor vandaag en morgen. We kijken naar The Office. Ik kom slecht van David Brent. We gaan om mango en maken pizza. Judith belt met thuis. We vertrekken. We zijn weg uit het potter hostel. Ik ben een beetje opgelucht. Het was onwennig tussen al die homo’s. We nemen drie metrolijnen: groen, blauw en rood. Bij het overstappen trotseren we weer een menigte carnavalgangers. We stoppen in Tatuape. We staan in een rij om een bus naar Guarulhos Airport te nemen. Ik koop snoepjes met de laatste reais muntstukken. De bus zit vol. Hij stopt aan terminal 1. Er stapt bijna niemand uit. We blijven zitten. Aan terminal 2 leegt de bus en dus stappen we uit. We gaan naar de WC. We wisselen reais naar dollar als souvenir. Air France is aan terminal 3. Het is even stappen. Er is een telefoon als infodienst. Ik ga info vragen aan de verkoopdienst van Latam Airlines. Ik krijg een ticketje. Ze vertellen me dat alles geregeld is voor de vlucht morgen. We twijfelen over de inbegrepen treinconnectie. We moeten morgen de zakken inchecken. We gaan terug naar de zitzone in terminal 2. We eten koekjes en ijsjes. Ik bereken de totaalkosten van de reis. We zijn tevreden. Er is geen 24u gratis wifi, slechts een uur en dan betalen zoals in Panama. Ik blaas de matras op. Judith haalt iets bij Starbucks zodat we internet hebben. Het werkt niet goed en is ook maar 90 minuten. Ik krijg koud en kruip in m'n slaapzak. Er zitten muggen. Ik wandel wat rond.

    14/01: We slapen een beetje en eten koekjes. Judith zet zich op stoeltjes. Er passeren veel verkopers. Dit zou niet mogen in een internationale luchthaven. Ik maak een lijst van alles wat we kwijt zijn. Het is best niet weinig. We ruimen op. Ik schik de rugzakken. We gaan naar terminal 3. We printen de tickets opnieuw af in de verkoopdienst van Latam Airlines. Er staat duidelijk SNCF op het papiertje. We moeten navragen in Parijs welke trein we precies zullen moeten nemen. We koken twee keer restjes noodles buiten het gebouw op een bank. Judith is ze beu. Ik moet van het tweede pakje alles alleen opeten. We checken in rond 17 uur. We wandelen door de gates tot het einde. We moeten er nog 2 uur wachten. Er is voetbal op een scherm. Het is Real Madrid vs PSG op een TV naast een restaurant. Real wint onterecht met 3-1. Het is er redelijk koud. Ik krijg weer last van m’n keel. We checken in. We zitten in het midden van rijen met 3-4-3 zitjes. Er zitten dus mensen aan onze beide kanten. We krijgen gelukkig dekentjes. We kijken redelijk wat afleveringen van de Big Bang Theory seizoen 10. We eten en proberen te slapen.

    15/01: Het gaat niet zo goed. Halverwege de vlucht is de mevrouw links van ons even weg. We nemen de kans aan om naar de WC te gaan en rond te wandelen. Een stewardess zegt dat we moeten wegblijven uit eerste klasse. Bijna alle zetels zijn er leeg. Flauwe trut. We kijken een paar afleveringen en proberen weer te slapen. ‘s Morgens krijgen we een klein ontbijtje. We nemen verschillende dingen en delen met elkaar. We kunnen nog net het seizoen uitkijken vooraleer we landen in Charles de Gaulle. Er is een systeem met glazen schuifdeuren, scanners voor paspoorten en vingerafdrukken. We wachten op onze rugzakken. Ze komen niet. We spreken een meneer aan. Hij belt en vijf minuten later vallen onze zakken van de band. Yes. Via een treintje komen we bij terminal 2. Daar is de SNCF. We krijgen tickets voor de TGV bij het loket van Air France. We halen een broodje in een Relay. Judith gebruikt de wifi. Ik ga een WC zoeken. Het is bitterkoud tijdens de laatste minuten wachten op het perron. Het zijn zeer comfortabele stoelen. We vallen half in slaap. De trein stopt kort in Lille. We halen een Go Pass in Brussel. De trein naar Oostende heeft vertraging. We nemen de volgende trein naar Knokke. Hij zit redelijk vol. We moeten rechtstaan. We kunnen weer zitten na Gent. We kijken onze familie terug in de ogen als de schuifdeuren open gaan op het perron van Brugge.



    Nawoord

    In de maanden erna beseffen we dat we een buitengewone reis gemaakt hebben. We hadden ons vooraf voorgenomen om van Alaska tot Patagonië te gaan om zoveel mogelijk natuurpracht te bewonderen. De reis was niet altijd zonder gevaar maar we hebben het er zonder kleerscheuren vanaf gebracht en we weten dat het geen verloren tijd is geweest!

    Kommentare