Mahangu Plan you next vacation together with friend and manage travel documents. Create a free travelblog and upload photos and videos. Sum up your travel hightlights in a film. Simplicity that impresses, absolute privacy control and no upload limits.

Trip Corsica Corsica 05/25/2019 - 06/09/2019   GR20. Pieter Vancaillie (BE) Judith Mahieu (BE)
France

Corsica

Follow

GR20.

Means of Transport
Bus / Truck Foot Plane Train
  • 26May 2019

    1 Bastia 05/26/2019 France —

    Bastia, France

    Description

    Bompa is gestorven begin mei. Ik heb veel verdriet. Ik krijg een keelontsteking de week voor de reis en blijf donderdag en vrijdag thuis. Ik haal stijgijzers af in de Decathlon. Vrijdagavond gaan we luisteren op Marc z'n werk naar anekdotes van zijn GR20 ervaring van vorig jaar op het noordelijke gedeelte. Hij ging op pad met Koen, Joost en Sigurd. Morgen vertrekken we zelf om de epische wandeltocht volledig tot een goed einde te brengen. We hebben twee weken.


    Dag 1: We staan op. Zakken zijn al gemaakt. Bernadette en Gwijde voeren ons naar de achterkant van het station waar we een Flixbus nemen naar Lille om 9 uur. De bus gaat naar Parijs en stopt in Tourcoing en Lille Europe. We stappen af. Dit treinstation geeft ons een leuk gevoel. Het is waar Guido ons afgezet had voor onze eerste reis alleen samen 7 jaar geleden. We wandelen de brug over naar Lille Flandres. Aan de overkant van de straat is er een halte voor een navette naar de luchthaven. Een Algerijn komt kijken naar de prijzen en zegt dat ze schandalig zijn. Hij geeft ons de raad om de metro te nemen naar het voetbalstadion Pierre Mauroy. Daar wachten we een halfuurtje op een bus naar de luchthaven Lesquin. Ons metroticket is nog geldig voor de bus. Het is lang wachten op de vlucht. We eten stuutjes en chocoladenootjes. Ik leg me en rust. Judith zit op de wifi. We spelen op een voetbaltafel en een spelletje op gsm met springende dino als wifi niet werkt. We kunnen mijn rugzak inchecken die alles bevat wat niet in handbagage mag. Hij weegt 16kg. Rond 19 uur stijgen we eindelijk op. We zitten apart. Het vliegtuig schudt als we door de wolken gaan. Geen eten of drinken. Na twee uur landen we al in Bastia. Het is al donker. We vinden een bus die ons naar het centrum brengt. We wandelen over een groot plein omringd door palmbomen met twee standbeelden in het midden richting het adres van de AirBNB die we geboekt hadden. We passeren gezellige pleintjes met drukke terrasjes. We wachten een tijdje voor de deur vooraleer er iemand opduikt. Sylvia neemt ons helemaal mee naar de vijfde verdieping. De trap heeft grote stenen treden. Het oogt een zeer oud gebouw. Als we het appartement binnen gaan is het contrast groot. Heel modern. Ze geeft een korte rondleiding en is weer weg. We douchen en maken een rijstgerechtje klaar. Bed tijd.

    Dag 2: We zijn vroeg wakker. We eten muesli. Judith krijgt het niet op. We laten een dankbriefje achter en gaan de stenen trap af. Ik smijt Judith haar kapotte handtas die we gebruikten als handbagage in een container. Via het grote plein en een laan met populieren die licht stijgt komen we bij het station. We kopen tickets naar Calvi. De trein zal na 10 uur vertrekken. Judith haalt nog twee flessen water van 1,5 liter die perfect in de zijkanten van haar rugzak passen. We zitten links vooraan. We gaan door een tunnel naar het zuiden. Het spoor is vlak tot aan Ponte Leccia. Daar verandert de trein van bestuurder en richting. De trein gaat trager en stijgt door het achterland. Nadat we door een tunneltje gaan aan Pietralba is het weer dalen naar de kust. We gaan niet helemaal tot Calvi. We stappen uit aan de legerkazerne van het vreemdelingenlegioen Camp Raffali iets na 13 uur en beginnen te wandelen. Na twee ronde punten werken Judith haar glimlach en duim. Er stopt een jeep. Het is een oudere meneer die terug naar Calenzana rijdt nadat hij is gaan stemmen in Calvi. Hij vertelt dat soldaten van het vreemdelingenlegioen de Monte Cintu vorige week tevergeefs hebben proberen te beklimmen. Ze zakten tot aan hun schouders in de sneeuw. Hij meldt ook dat het weer pas zal beteren binnen enkele dagen.

    Comments

  • 27May 2019

    2 Calenzana - Vizzavona 05/27/2019 France —

    Calenzana, France

    Description

    We worden gedropt aan een restaurant iets na 14 uur. We bedanken de man en wandelen door steegjes omhoog. De GR20 is meteen aangeduid als "Mare e Monti". Een Duitser met trekzak neemt een foto van ons aan de rand van het stadje. We stijgen meteen fel langs verbrande bomen en komen boven in weides met koeien met uitzicht op Calvi achter ons. We wandelen kort verkeerd naar links en komen de Duitser terug tegen rechts. Hij heeft de officiële route gevolgd, wij blijkbaar een alternatieve. Het miezert. Ik steek de camera weg en we plaatsen de overtrekken over de rugzakken. We stijgen fel door een bos met naaldbomen. Het is wennen aan het gewicht van de rugzak. Na een tijd komen er meer en meer rotsen en voor we het weten is het klauteren. Op een stuk hangen er kettingen rond een scherpe rots. We moeten eerst omhoog en dan fel naar beneden na de kam. Ik kan niet goed bij de grond. Judith komt na me en geeft eerst haar rugzak. Het lukt ons maar het was niet zonder gevaar in de regen. Na nog meer stijgen krijg ik stekende pijn in de rechterkant van m'n rechtervoet. Na de Ardennen had ik nog een week last van een gelijkaardige pijn in m'n linkervoet. Ik vloek, vertraag en strompel verder omdat 'k dit keer niet zo lang wil sukkelen. Ik kan Judith haar stokken gebruiken. Na een bocht naar linksboven zie ik een grasveld rechts. We zijn doodop, krijgen koud en besluiten om te stoppen en af te wachten tot het weer betert. We zetten de tent voorbij een boom op een zo goed als plat stuk. Judith gaat er eerst in en kruipt in de droge slaapzakken. Ik volg als ze geïnstalleerd is. We eten crackers met confituur en warmen op. We zitten op 2,5 km van de afgebrande Refuge d'Ortu di U Piobbu. Ik heb al blinnen op beide hielen en kleef er Compeed plakkers op.

    Dag 3: Niet zo diep geslapen. We horen stemmen van mensen die passeren. Het is al na 10 uur. We ruimen op. Als we eraan beginnen komt er een kleine mevrouw voorbij. We stijgen verder en komen al snel bij de ingestorte refuge. De driehoekige aparte wc hokken zijn nog het enige dat recht staat. Ze werken ecologisch, zonder water. De urine en uitwerpselen komen op een schuine rubberen band terecht. De urine gaat langs beneden eraf. Door te stampen op een metalen buis verschuift de band en vallen de uitwerpselen langs boven eraf. Insecten zorgen voor de afbraak. We schuilen in één die al lang niet gebruikt werd en eten crackers met confituur. De zon komt voor het eerst eens piepen. Als we verder over een rivier moeten, neem ik een moeilijkere weg. Er ligt een steen los. Ik sukkel erin. Beide schoenen zijn nat. Twee jonge gasten steken ons voorbij. Nadat we ook overgestoken zijn merk ik een overtrek op. Ze zijn hem verloren. Ik breng hem terug. Ik doe m'n botten uit, duw op de steunzolen en pers 'k m'n sokken uit. Weer verder. Er komen meer rotsen en mist. Hier en daar ligt een beetje sneeuw. Het pad wordt technisch. We klauteren traag langs rotswanden. Er roept iemand naar ons. Het is de kleine mevrouw van deze morgen. Ze vindt het vervolg van het pad niet. Ze klautert door een smalle gleuf omhoog. Ik volg. Ze kruipt door een opening waar ik niet in pas maar vindt erna geen pad. We gaan terug. Judith zoekt beneden, ik iets terug ook beneden. De mevrouw gaat naar boven. Ze vindt het pad. We volgen. Nu ja, komen even achter. Ze gaat snel omhoog. In de steile afdaling halen we haar net in. Door de mist zien we pieken opduiken. Het is een machtig zicht. Het is een Braziliaanse van Maracaiba. Ze geeft yoga en haar Frans is uitstekend. Vorig jaar heeft ze de GR20 ook gedaan. Ze is deze morgen vertrokken in Calenzana! We komen samen met haar in Refuge Carrozzu. De gardienne is kort en toont ons een klein plaatsje. We zetten snel de tent. Judith bukt. Er zit een ronde scheur net op de verkeerde plaats achteraan haar stretchbroek. Het begint te gieten! We lopen naar de douches. We gaan samen in een kot en trotseren ijskoud water om ons te verfrissen. Na de douche gaan we door de regen terug naar de hut. Alle tafels zitten zo goed als vol. Judith leent een aansteker en krijgt het gasfornuis in gang. We maken twee zakjes macaroni carbonara klaar. Smullen. Mensen zitten zich te warmen en kledij te drogen aan een houtkacheltje. We laten ook natte pulls hangen in de hut. Als we terug bij de tent zijn merken we dat er een plasje water aan de zijkant staat. We verplaatsen de tent naar een hoger gelegen plekje op twee europallets en kruipen erin. Ik vloek en herorganiseer alles.

    Dag 4: We slapen niet al te best. Judith heeft koud gehad. Haar slaapzak is een beetje nat. Ik sta eerst op, eet muesli bars op een bankje en ruim op. Na ongeveer een uur zijn we gepakt. We gaan voorbij de hut. De Braziliaanse haar tent is al weg. Die zien we niet meer terug. Het is opgeklaard. De zon schijnt. We passeren de helipad. Er landt juist een helikopter met bouwmateriaal. We dalen een kort stukje door het bos tot aan een lange hangbrug. We gaan over na mekaar. De ondergrond bestaat uit metalen platen met grip die uit mekaar liggen. Ik moet dus naar de grond kijken om niet in de ruimte tussen de platen te stappen. Een beetje wind maakt dat ik me niet al te op m'n gemak voel. Voor Judith is het een makkie. We gaan links en stijgen langs de prachtige kloof op gladde steenplaten waar er kettingen hangen om ons aan vast te houden en op sommige plaatsen op te trekken. We draaien rechts omhoog. Het is wennen aan de zon. We draaien langs de flank terug naar links en stijgen opnieuw fel de wolken in. We zetten ons even naast een bivakplaats en doen een blikje tonijn open. Nadat we bekomen zijn stijgen we verder in de mist. We komen aan een vallei met sneeuw. Het pad loopt erdoor en stijgt. Er zijn voetstappen en in het begin gaat het gemakkelijk. Na een tijd is de hellingsgraad groter en op een overgang zegt Judith dat het niet meer gaat. Ik haal de stijgijzers uit. We bevestigen ze. Het gaat een pak makkelijker nu. We blijven staan ook naast de voetstappen. We komen al snel boven. Aan de andere kant van de pas is er geen sneeuw meer. De stijgijzers mogen terug in de zakjes. We klauteren omhoog en omlaag op rotsen en wandelen langs flanken door de mist tot een volgende pas. Daar zien we heel kort Refuge Haut Asco liggen beneden door de wolken. Het is een enorm steile afdaling over rotsen. Het duurt nog meer dan een uur voor we er zijn. Het laatste stuk is door bos. We dalen even te snel en zitten kort verkeerd. Eens we de refuge vinden zetten we ons op een houten bank op het terras en nuttigen net als gisteren een Cola. Dit zal een goede gewoonte worden. Ik zet de tent op achter de refuge, zo wordt de wind wat tegen gehouden. Ik zie een meneer die stretch oefeningen doet en lach in m'n vuistje. We wassen kledij en nemen een (zeer) hete douche. In de eetruimte is er weer een gasfornuis ter beschikking. We maken een rijstgerechtje klaar. Dit is het laatste warme eten dat we meenamen. Ik prop me al vol met Bastogne koeken nog voor de rijst klaar is. Er zitten mensen te praten over types stijgijzers. Morgen zullen de meeste zeer vroeg vertrekken, rond 4 uur al. We zien wel. We gaan vroeg slapen en zetten zoals gewoonlijk geen wekker.

    Dag 5: Voor het eerst slaap ik goed en aan één stuk door. Bij het opstaan voel ik me echter echt niet goed. De tent opruimen is een heel werk. Ik leg me op de bank naast de waslijn. Ik geef het andere pakje Bastogne koeken weg aan een Fransman die voorbij wandelt. Ze zijn niet goed gevallen gisteren. We vertrekken. Ik probeer gewoon Judith te volgen door het bos. We moeten meteen een rivier over. Ik neem m'n tijd want 'k sta wankel op m'n benen. Eens voorbij het bos hebben we zicht op scherpe, besneeuwde toppen. We stijgen links ervan fel omhoog. We krijgen een steil stuk langs rotsblokken via kettingen voorgeschoteld. Eens we wat hoger zijn rusten we kort, drinken we en nemen we een hapje van een Snickers. Er volgt een goed begaanbaar maar mogelijk nog steilere zigzagklim. Rechts boven ligt een steil sneeuwveld. Ik zie er mensen op. Ik hou de sneeuw in het oog. Het blijft zo goed als constant in de schaduw. Geen lawinegevaar dus. We komen bij een Frans koppel dat zit te rusten. We doen mee. Om de hoek begint de sneeuw. We doen de stijgijzers aan. Er komt iemand naar beneden van rechts en blijft op een rots staan waar de splitsing is met een pad naar links. Hij kijkt om zich heen. Ik denk dat hij aan het genieten is van het uitzicht. Als we hem passeren komt hij vragen of we naar de Monte Cintu gaan of de GR20 volgen. Als we het laatste bevestigen zegt hij "Can I follow you, I don't want to die alone." Haha. Ik probeer een goed tempo aan te houden. Judith laat een gaatje. Het hagelt kort. Goed, ook minder lawinegevaar. Ik wacht op een steen. De Duitser gaat eerst. Het wordt steiler en steiler. Ik kijk nog eens op het kompas. We gaan de juiste richting uit. Ik doe teken naar de Duitser met m'n arm. Hij zet door. We komen op een steil stuk met hard ijs tussen twee rotsen. Er zijn geen voetstappen meer. Hoe is hij hier over geraakt? Judith blokkeert iets verder. Ze durft niet meer verder. Ze moet de stijgijzers vertrouwen en doorzetten. Ik doe m'n rugzak af en daal vlak achter haar om aan te moedigen. "Je kan het, het gaat lukken, stap per stap." Ze geraakt opnieuw aan voetstappen die tot de pas leiden. Ik kom achter maar geraak ook boven. Een rood witte steen! We zitten juist. Monte Cintu is naar links. Rechts is er een lagere top waar ik naartoe wandel vooraleer af te dalen. We blijven niet lang door koude wind. Ik eet nog een hapje Snickers. Als we iets verder een foto met timer nemen van ons samen merk ik op dat m'n rechter handschoen weg is. Ik klim een stuk terug maar vind hem niet. Iets verder stoot ik m'n rechterknie tegen een steen omdat 'k me niet goed kon coördineren met een stok. Ik vloek. Het doet ferm pijn. Ik moet even gaan zitten. We gaan via een steile flank naar een volgende pas vooraleer we afdalen. Het bevroren Lac Cintu ligt links beneden. Judith wandelt een paar meter achter me en roept plots "help". Ze hangt ondersteboven met één voet en stijgijzer in de sneeuw boven haar lichaam. Ik snel terug en help haar recht. We blijven dichter bij mekaar tot aan de volgende pas. Het laatste stuk is een zigzagje omhoog. We dalen met grote stappen tot we niet meer kunnen en rusten op een rots links van de sneeuw. Het restje van de Snickers gaat op. Het is hard van de koude. We gaan steil omlaag in een smal stuk met diepe sneeuwstappen tot aan de rand van de sneeuw. De stijgijzers mogen uit. We klauteren nu via rotsblokken naar beneden tot aan Refuge Tighjettu. Ik ben kapot maar ga er toch rond en zoek een goede plaats om de tent te zetten. Ik zet hem naast de hut op houten planken. Ik moet eerst koeienstront wegtrappen. Eens alles klaar ligt om te slapen zoek ik Judith op binnen in de hut. De Duitser zit er naast een jonge gast. Er is een winkeltje. Judith haalt er spaghetti en saus. Er is opnieuw een gasfornuis ter beschikking. Ik begin al aan het tweede en laatste tonijnblikje. De rest van het blikje vliegt in de spaghettisaus. Het smaakt enorm! Iedereen in de hut is nog aan het wachten op het avondeten. Ik schrijf kort m'n dagboek en vraag de Duitser z'n naam. Hij antwoordt "Super German". Haha en uiteindelijk Daniel. De jonge gast heet Julien en is van Quebec. Op het stuk met steil ijs zonder voetstappen dacht hij na over z'n testament of het wel correct opgemaakt is haha. Hij had z'n ene stok een paar keer in de wand geduwd en daarop gesteund. Het is het zotste dat hij al gedaan heeft. We lachen ermee. We blijven nog even in de hut aan een andere tafel en sneukelen zoete nootjes terwijl de anderen hun avondmaal eten, ook spaghetti. Tijd om in de tent te kruipen. M'n rechterknie heeft een bloedplek maar het doet niet zo'n pijn. Het hoogteverschil tot nu toe was ongelooflijk. Wat een ruig gebied hebben we doorkruist.

    Dag 6: Eens wakker ga ik pissen in het bouwvallige Franse wc. Er zit een gat in de muur waardoor ik uitzicht heb op de prachtige vallei waar we straks naar dalen. We ruimen op, deponeren vuilnis in emmers in de hut, vullen zoals gewoonlijk water bij en vertrekken. We komen al snel bij een bergerie. Daniel verorbert er een taartje, z'n tweede ontbijt. Het is mooi weer. De zon schijnt al. We houden iets verder halt om ons in te smeren en petjes op te zetten die Bernadette op het laatste moment meegegeven had met Judith. Ik neem een grappig hoofddeksel dat bestaat uit een klep die ik omhoog zet en een rode driehoek stof die ik aan mekaar knoop. We gaan door het bos langs rechts en volgen de flank. We stijgen tot aan een pas. Het laatste stuk is klauteren tussen rotsen en door een stukje sneeuw. Aan de pas kijken we op maps.me en merken we dat er een pad is naar links beneden de vallei in waar we naartoe moeten. De GR20 gaat nog naar rechts boven naar Refuge de Ciottulu. We wandelen naar links beneden en volgen een rivier links van ons. Er komen redelijk wat mensen in de tegenrichting naar boven. We rusten op een rots. Daniel haalt ons in. Hij zat voor ons maar had in de hut iets gedronken. De gardien was blijkbaar een onvriendelijke oudere meneer volgens hem. Na de rustpauze laten we de rugzakken iets verder achter en nemen een zijpad naar een waterval, Cascade de Radule. Het is warm door de zon en dan weer koud door de wind. Er is een bankje in de schaduw. We stijgen terug naar de zakken en gaan een brug over de rivier over. We gaan rond een flank langs een bergerie en duiken het bos in. We gaan op en neer en komen aan een stuk met grote rotsen in het bos waar het pad niet zo goed te volgen is. Het is zoeken naar rood witte verf. Nog een duwtje en we komen aan een baan. We nemen links een bocht naar beneden en komen aan een hotel. Ernaast ligt Castel de Vergio, een kampeerplaats. Er staan houten banken op een rij. Na onze Cola haalt Judith nog soep in het winkeltje. Ik zet de tent om de hoek en maak de stijgijzers proper. We nemen een goeie warme douche en wassen kledij die we ophangen aan een houten omheining. In het keukentje is er enkel een zeer grote pot. We lepelen de soep eruit en doppen krakotten. Het restje drink ik op. Er zitten twee Walen voor ons. Na het eten zit er geen zon meer op de rij banken. We zetten ons op een lager bankje naast de baan waar er wel nog zon is. Als de zon daar ook weg is kruipen we in de tent.

    Dag 7: Goed geslapen. We ruimen op, verzamelen de kledij en drinken melk. We steken de baan over en duiken aan de overkant rechts het bos in. Judith haar rugzak zit niet goed. Ik moet de riemen bijstellen achteraan vanboven. Een Italiaans koppel en een Fransman die ons al bekend voorkomen steken voorbij. We volgen hen omhoog langs een flank. Ze stoppen en kijken achter zich. We hebben uitzicht op de bergketen die we de voorbije dagen doorkruist hebben. Ze stijgen sneller dan ons omdat ze zich niet aan de paden houden maar lukraak de heuvel opstormen. We houden verder halt op een schuine kant en drinken water. Iets hoger hebben we ook rechts uitzicht. Als we verder stijgen rusten we kort en eten gesuikerde nootjes. Mmm. We komen iets verder boven op een platte pas met veel wind. Er vliegen veel roofvogels. Ik tel er minstens 5. Ze gebruiken de thermiek om minder kracht te verliezen tijdens het jagen. We dalen tot aan een prachtig meer in een groene vallei, Lac de Nino. We rusten aan de overkant op een rots. Iets verder zitten er paarden. Ze lijken half wild. Judith is bang. Haar stokken hebben nu ook een ander nut. Ik ga eerst. Een curieus zwart paard blijft even achter me wandelen maar laat ons dan gerust. We gaan kort iets te ver maar beseffen het snel en gaan terug langs een padje en gewoon door het veld tot aan een rivier en het correcte pad. We steken de rivier over. Twee hengelaars wandelen de overkant van de oever af op zoek naar vis. We gaan kort door een stuk bos waar we pauzeren in de schaduw van een boom. Op de rand van het bos staat een oude knotwilg met uitstulpingen in de stam. Hij straalt wijsheid uit. Hoeveel eeuwen zou hij hier al staan en hoeveel wandelaars zouden hem al gepasseerd zijn? We komen erna na een bergerie in een nieuwe grote vallei met koeien. In de verte zien we Refuge de Manganu liggen. Na een kort klimmetje zijn we er. Er zitten enkele bekende koppen op het terras. Er is geen winkeltje. We hebben gelukkig nog spaghetti. We zetten de tent op de dichtste plaats en zetten ons aan het terras. We praten kort met Daniel. Hij is blijkbaar al 42 en heeft twee kinderen. We maken de spaghetti binnen klaar. De saus is flets. Er zit geen vlees in. Een mevrouw van Waregem komt borden halen. Ze heeft vandaag 30 km gewandeld met 3 Franse vrienden. Het was iets te veel. We halen een jeton om een warme douche van 6 minuten te nemen. Ernaast staan er weer driehoekige ecologische wc's. We kruipen proper gewassen vroeg in de tent.

    Dag 8: De meeste tenten zijn al opgeruimd. Ik eet granola en ruim op. We vertrekken en moeten meteen een riviertje over. We stijgen, fel! Judith komt een beetje achter omdat ze vaak stopt om te wisselen van kledij en om haar stokken weg te steken. De zon piept voor ons en verlicht mooie pieken in een vallei boven ons. We draaien lichtjes naar links en komen aan sneeuw. Hetzelfde Franse koppel als aan de pas naar Monte Cintu is er hun stijgijzers aan het aandoen. We doen mee. Een ouder meneertje gaat zonder. Er zijn voetstappen. Het koppel gaat eerst maar we halen ze snel in op het korte stuk sneeuw. We kruisen het meneertje dat alweer naar beneden komt en moeten daardoor even op schuin ijs. Geen probleem. We zijn snel boven aan de pas. ( Foto ) Er ligt nog meer sneeuw en links een ijsmeer, het Lac de Capitello. Alles ligt in de felle zon. Er vliegt een gele reddingshelikopter over. We vrezen lawinegevaar en dalen zo snel mogelijk door sneeuw en korte stukken met stenen. Eens we aan een steil stuk aan rotsen naar beneden komen doen we zo snel mogelijk onze stijgijzers af. Ik ga eerst en gebruik een ketting. Aan één stuk slinger ik over een rots en bengel ertegen. Geef de raad aan Judith om het daar zonder ketting te doen. Eens beneden klimmen we een laatste schacht door sneeuw en zijn we aan een pas. De mevrouw van Waregem staat er met de 3 Franse vrienden. We volgen ze even op de bergkam tot ze van kledij wisselen. We draaien naar links en klauteren over bolders en door stukken sneeuw. We passeren een Chileen. Op een bepaald moment is het steil naar boven. We komen in een licht stijgende sneeuwvlakte. Eens boven ligt er geen sneeuw meer. We dalen redelijk snel tot Refuge Pietra Piana. De bekende gezichten zitten er op een bank. Ik zet me erbij in de schaduw. We bekomen. Judith haalt een Cola. De Chileen komt iets later ook aan. Hij is van Santiago en gaat met een beurs gaan studeren in de Verenigde Staten. We volgen de bende op een halfuurtje en nemen hetzelfde alternatieve pad, de Route des Crêtes. De rood witte markeringen zijn vervangen door gele. Het is avontuurlijk klauteren langs rotsen en ferm stijgen tot we op de bergkam zijn. Judith duwt zwaar door op een bepaald stuk. M'n tong hangt op m'n knieën in een poging om te volgen. We komen tot kort bij het Italiaanse koppel. We pauzeren en gaan er niet voorbij. Na een top is het steil dalen tot op een overgang waarna we links afdraaien naast een flank rotsen rechts. Op een gegeven moment loopt het pad omhoog en moeten we naar bovenaan de rotsen! Het is steil en het laatste eind is over rotsen met weinig houvast. Ik ben blij als we boven komen aan de rand. Hier is het platter en zien we in de verte het pad naar rechts beneden draaien. We zien de Refuge de l'Onda al liggen in de verre verte. De afdaling langs verschillende paden met veel losse grotere stenen op de lange heuvel blijft maar duren. Er komt geen einde aan. M'n knieën en voeten doen zoveel pijn. Ik leen Judith haar stokken en strompel als een oud ventje naar beneden. Ik zet me een tiental minuten als het echt niet meer gaat. Na de pas is het kort stijgen en dan weer dalen om tot bij de hut te komen. We zetten ons op het terras. De bende zit er ook. Daniel ziet er belabberd uit. Hij heeft ook afgezien. Ik leg me. De Compeed plakkers komen mee als ik m'n sokken uit doe. De Italiaanse meneer geeft een stukje worst. We gaan de tent zetten in de omheinde weide. Judith haalt goede saus voor bij de spaghetti. We maken ze buiten klaar op een overdekt gasfornuis en eten ze op aan een lange bank ernaast. Ik ga erna een fiche halen voor een warme douche. Op de cabine staat dat er maar 2,5 minuut warm water per fiche is. Ik laat de warme douche voor Judith en neem zelf een koude in een hok naast de wc's. Ik trotseer ijskoud water, bibber en schud maar ik ben overtuigd dat het meer verfrissend en beter is dan een warme douche. Ik was en hang kledij op in een knobbel aan de omheining. We zitten nog even te praten op de bank voor we in de tent kruipen. 's Nachts moet ik pissen en zie de meest uitgebreide sterrenhemel die ik ooit heb gezien. Wat voel ik me klein!

    Dag 9: We zijn sneller klaar dan de anderen en vertrekken voor hen. De benen voelen zo slecht nog niet. We stijgen uit het dal waar de refuge in ligt en draaien langs links de flank op. We steken een Oost Europees koppel voorbij die kort verkeerd loopt. Het is echt steil omhoog tot de Muratellu pas. We zijn er als eerste. Het Italiaanse koppel en de Fransman volgen kort na ons. Ik neem een foto van hen en zij van ons. Daniel en Julien komen erna ook boven. Links ligt de Monte d'Oro. We dalen samen. Judith en ik gaan als laatste. We draaien langs afgebrande bomen tot in een gewoon bos. De rest verkoelt er zich in een beekje. We gaan verder samen met Daniel. Hij daalt iets sneller en we zijn alleen. We komen meer en meer mensen tegen, vooral gezinnen met kinderen. We volgen links een rivier. We komen aan een splitsing, rechts is naar Col de Vizzavona. Dit is een afkorting voor mensen die niet stoppen in Vizzavona. We gaan links en rusten aan de waterval Cascade des Anglais. Ik spring tot er vlak voor op een steen en zit erna links ervoor in de schaduw van een boom met m'n voeten in het water. Iets verder komen we aan een terras. We twijfelen om iets te drinken. Judith merkt Daniel en Julien op die er al zitten en het Italiaans koppel en de Fransman komen ook juist. We zetten ons erbij. Judith neemt een Cola en ik drink m'n eerste Pietra biertje. Ons eerste doel hebben we bijna bereikt. Als we weer vertrekken gaat de groep de verkeerde kant uit. Ze gaan terug en de brug over terwijl het voorbij het terras door het bos is. Ik roep hen na. Ze overleggen met de barman en marcheren dan in de juist richting. We hebben alle moeite om hen bij te houden. Aan de weg gaan ze naar links terwijl we weten dat het naar rechts is. We laten het weten aan Daniel en Julien maar ze volgen de rest. We gaan alleen naar rechts en naar een gite d'etappe naast een hotel. Judith vindt het gebouw er slecht uitzien, het ruikt muf als we binnen een kijkje nemen. Ze had verwacht dat we in het dorp Vizzavona zouden uitkomen maar dat ligt nog 5 km verder. Ze is kort teleurgesteld. We gaan terug naar het pad waar er een andere gite d'etappe is. We kunnen er onze tent zetten. We halen een worst en chips in een winkeltje. De anderen komen terug. De Fransman is de enige die stopt en naar het dorp doorgestapt is. We douchen en zetten ons in de schaduw op zetels. Daniel steekt z'n hoofd door een raampje van het aanpalend houten chaletje en zegt "No disturbing please". Ik verschiet. We zitten op z'n terras. Hij trakteert op Cola en nog een Pietra biertje. We delen de worst en chips. Iedereen komt erbij zitten. Julien z'n geld is bijna op. Daniel heeft de oplossing: "you could sell your body" haha. We gaan eens mee eten vanavond in het restaurant. Onze beloning voor het doorkruisen van het noordelijke deel. We zitten samen aan een tafel in een klein zaaltje. Ik zit tegenover Judith in het midden. Links zit het Italiaans koppel. Ze heten Stefano en Francesca. Ze zijn van de Valle d'Aosta. Rechts zitten Daniel en Julien. Stefano vertelt dat Corsica vroeger bij Italië hoorde maar dat de Corsicanen te moeilijke mensen waren en dat Italië het eiland verkocht heeft aan Frankrijk. Ik praat vooral met Julien. Hij had vooraf hier een extra nacht geboekt en zal hier nog een dagje blijven. We eten groentesoep, een kommetje met witte bonen en stukjes gezouten spek en salami en als dessert een zware kastanjecake. We proeven allemaal een stukje en besluiten om de rest te sparen als ontbijt. We blijven niet al te lang zitten en trekken elk naar onze tenten.


    Overzicht van de noordelijke etappes van onze GR20

    26/05: Calenzana - Voor Refuge d'Ortu di U Piobbu ( 14:00 - 19:00 uur )
    27/05: Voor Refuge d'Ortu di U Piobbu - Refuge de Carrozzu ( 10:00 - 19:30 uur )
    28/05: Refuge de Carrozzu - Refuge Haut Asco ( 9:00 - 18:00 uur )
    29/05: Refuge Haut Asco - Refuge Tighjettu ( 8:00 - 17:00 uur )
    30/05: Refuge Tighjettu - Castel de Vergio ( 7:45 - 15:00 uur )
    31/05: Castel de Vergio - Refuge de Manganu ( 7:45 - 16:00 uur )
    01/06: Refuge de Manganu - Refuge de l'Onda ( 8:00 - 17:00 uur )
    02/06: Refuge de l'Onda - Vizzavona ( 8:00 - 14:00 uur )

    Photos & Videos

    Comments

  • 04Jun 2019

    3 Vizzavona - Conca 06/04/2019 France —

    Vivario, France

    Description

    Dag 10: We horen Daniel en de Italianen al vroeg vertrekken. Enkel Julien z'n tent staat er nog. We ruimen op, eten de cake op en gaan op een breed pad door het bos. Iets verder zitten we niet meer op het pad dat maps.me aanduidt. We gaan terug en een smaller, stijgend pad op door het bos. Ik ga echt niet snel. Ik voel me niet zo goed en ga echt niet snel. Teveel gegeten of zijn het de biertjes? Ik ga te traag voor Judith. Ach we zullen er wel geraken. Ik ga eerst, ze volgt vlak achter me. We komen boven de bomen en smeren ons in. Het gaat iets beter vanaf hier. Ik twijfel op een splitsing en ga links omhoog verkennen. Het loopt dood. Terug en naar rechts. Om de hoek hebben we zicht op steile flank met scherpe pieken. Deze kortere maar meer technische variant is minder duidelijk aangeduid dan de GR20. We klauteren links op en af de steile flank tot vlak onder de pieken. We komen geen mensen meer tegen. We stijgen naar rechts en gaan de hoek om. Ik ga over een rots en moet steil naar beneden. M'n rugzak zit tegen de rots achter me en ik word vooruit geduwd. Ik draai me om en zit even vast. Ik ontspan, kan m'n voet draaien en het lukt uiteindelijk om te dalen. Judith slaagt er ook in. We komen onder de scherpe pieken en stijgen naar rechts. Iets verder moeten we verticaal omhoog op een grote rots. Er hangt een zekering. Ik zie geen mogelijk en ga via een rots rechts waar ik wel plaatsen op vind om m'n voeten te plaatsen. Ik draai eromheen met de afgrond achter me en geraak boven. Ik neem Judith haar rugzak aan. Ze komt via dezelfde rots boven. We geraken uiteindelijk tot op de pas. Links van ons ligt de berg waar we omheen gedraaid zijn, de Pinzi Corbini. Het dalen is minder steil. Er liggen echter hier en daar nog stukken sneeuw die we niet echt vertrouwen. We gaan traag maar zeker en het lukt ons om bovenaan de skipiste van Refuge de Capanelle te geraken. Het was een leuke en avontuurlijke variant. We volgen de skipiste vol grote stenen naar beneden tot aan de hut. We zijn er rond 12:30 uur. We vullen water bij en stoppen aan de splitsing van GR20 en de route naar Lac de Bastani. Er passeren teveel mensen op de GR20. Ik zou graag terug een variant nemen naar het meer boven. Judith wil echter de GR20 volgen. Ze was bezorgd vanmorgen omdat we niemand tegenkwamen. Ik plooi uiteindelijk, ook omdat 'k nog veel sneeuw gezien heb boven. We volgen de GR20. Ik tel de mensen. Dat vindt Judith niet zo leuk. Ik stop ermee. We zien Monte Renoso en dalen dan in het bos. Het terrein is minder steil en we stappen goed door. We houden maar één keer pauze op een steen. Er zit een groot insect met twee antennes op z'n kop. We hadden al zo één gezien gisteren op het terras. We passeren een bergerie met paarden waar er muziek speelt en dalen tot aan een brug. Benen beginnen zwaar te wegen. We duwen door in het bos tot Col de Verde. Er zijn kampeerplaatsen aangelegd in terrasvorm. Daniel komt hallo zeggen als we onze Cola drinken. Ik zet de tent. We douchen. Judith maakt spaghetti klaar in een zijgebouwtje waar een fornuis is. Oudere Duitse mevrouwen zijn er de afwas aan het doen en laten warm water staan voor ons. We gaan vroeg slapen.

    Dag 11: We zijn tamelijk laat wakker. Naast ons ligt een meneer in z'n slaapzak op z'n niet opgezette tent. Hij wordt niet wakker als we opruimen. We vertrekken laat en stijgen door het bos. We kruisen al enkele mensen die naar beneden komen. Ik duw door, Judith volgt. Het gaat goed vandaag. We komen uit het bos en gaan een flank op. Op de pas hebben we zicht op de Middellandse Zee. Ik voel me voor het eerst sinds lang op een eiland. We volgen een pad naar het zuiden tot aan Refuge de Prati. We wandelen er voorbij en vergeten water bij te vullen. We stijgen en komen op een pad tussen rotsen terecht. We hebben zicht op een steile top waar er boven een kruis op staat, Punta della Capella. Ik gooi m'n rugzak af als we eronder zijn en klim bolders op omhoog. Er liggen veel kleine uitwerpselen. Het is moeilijker om te klimmen dan gedacht maar ik zet door en geraak over steile rotsen tot bij het kruis. Ik daal via een andere weg en geraak terug bij Judith. We doen de rugzakken op en gaan verder. Het is steil en we zijn moe. We rusten op een rots met zicht op een mooie vallei voor we verder gaan. We komen op de pas beneden en gaan door het bos. Er zou een bron moeten zijn aan een verloederd huisje maar Judith vindt niks. We stijgen hard, keihard door het bos de flank op tot we op de kam zijn. We zweten ons te pletter. We volgen de kam tot op de top Punta Furmicula. Er is niet veel plaats om te zitten. Iets verder stort ik in. Ik had al een tijd honger maar dacht dat het wel zou gaan. Ik zet me in de schaduw van een rots en eet chocolade granola. Er passeren enkele mensen. We dalen verder. Achter een hoek linksonder zien we plots Refuge d'Usciolu liggen. Het is nog even voor we er zijn. Er is een file aan een container links. Ik zet me in de schaduw. Judith gaat in de rij staan. Het is de plaats waar alles besteld wordt. Als ik wat bekomen ben van een halve zonneslag vul ik het water bij. Het is er druk en er komen nog mensen toe dus ik ga de tent zetten beneden. Ik vind een plaatsje dicht bij een hok waar er een douche en Franse wc in is. Er is iets verder ook een overdekte gootsteen en gasplaat maar helaas zonder potten. Ik ga terug naar de hut boven en vindt Judith in de schaduw met een Cola. We willen eerst eten maken. We vinden een muf keukentje waar er oudere mensen aan een tafel zitten. Ze wijzen naar een kast waar er potten in zitten. Judith krijgt een zeer oud gasfornuis zonder knoppen aan en maakt veel spaghetti klaar. We draaien een lange bank om en eten aan een andere tafel. Een oudere mevrouw heeft een T-shirt aan met Chimborazo op. Ik vraag of ze de grootste vulkaan in Ecuador beklommen heeft. Ja hoor, samen met een vriendin. De hele groep is van La Reunion, een Frans eiland naast Madagascar. Het is een vrolijke bende krakers. Als we goed gevuld zijn en de spaghetti op is gaan we terug naar de tent beneden. We kruisen de Duitser die de foto nam van ons in Calenzana. Hij stelt het goed. Hij had de sneeuwetappe doorkruist met een Fransman en op een bivak geslapen waar hij koud had. Er zat zelf dooi op z'n tent 's morgens. Er is een file aan de douche en de deur staat scheef uit z'n hoek. We wassen ons aan de gootsteen. Als ik in de tent kruip merk ik toch dat m'n benen nog teveel kriebelen. Ik ga nog m'n onderlichaam wassen in het hok.

    Dag 12: We zijn één van de laatste tenten. Goed geslapen dus. Judith vertelt dat er vannacht een geit vlak naast de tent stond aan mijn kant en heel luid "meeeh" blaatte. Ik draaide me blijkbaar gewoon om en sliep verder haha. We ruimen traag op en gaan naar boven, links van de hut. We klauteren meteen weer over een rotsige bergkam. Na een rots staan er rood witte aanduidingen maar het pad loopt naar beneden. Er loopt een mevrouw die aan de hut dezelfde tent had als ons. Het loopt er dood zegt ze. We draaien en kruipen door een kloofje. Het pad gaat verder naar rechts. Na de bergkam dalen we en duiken het bos in. We passeren een open, legale bivakplaats. We wandelen snel. Voor ons ligt de minst steile pas tot nu toe. Het is meer een glooiende overgang. We gaan rechts ervan naar beneden langs een rivier, rusten onder een grote boom in de schaduw en passeren bergeries de Basetta. Als we iets verder weer rusten in de schaduw kijk ik op maps.me. We zitten op de GR20 maar we wilden eigenlijk een kortere variant nemen. Het is nu niet anders. We zetten door en komen via bos en mooie, groene rivierbeddingen al stijgend langs andere bergeries, Matalza en I Croci. We stijgen verder en nemen een apart wandelpad dat kleiner en minder duidelijk is. We stijgen in de zon naar een pas. We rusten kort in de schaduw van een boom voor de laatste duw tot de top. Op de pas zien we opnieuw de zee en linksonder piept Refuge de Asinau. Judith daalt traag, zeer traag. Ze heeft last van haar voeten omdat haar bottinen ferm afgesleten zijn. Het pad is steil en ligt vol grote losse stenen. Op een bepaald punt ben ik te lui om te stijgen en blijf onderaan. Op een punt is de rots te steil maar ik spring toch en kwets m'n linker wijsvinger. Vervelende plaats voor een wondje. Ik wacht in de schaduw tot Judith bij me komt en blijf nog even zitten. Ik haal haar toch weer in. Ze vloekt dat ze zo traag gaat. We geraken er wel. De afdaling duurt meer dan een uur. We zijn blij als we bij de hut komen. Judith gaat binnen. Ik ga de tent zetten. Ik vind een plaatsje dicht bij de douches. Een Duits koppel tegenover ons heeft dezelfde tent. Ik vind Judith terug in de schaduw van de hut met een Cola en een zak chips. We bekomen samen en zoeken dan de douches op. De deur zit niet goed vast. Hij gaat open. Judith staat ervoor als ik douch en dan sta ik ervoor als Judith doucht. Na ons komt een oudere Duitse meneer. Ik neem een platte steen en zet hem voor de deur om hem tegen te houden. Naast de hut is er een klein hok waar het gasfornuis staat. Er is één kleine pot met een steel. Judith maakt spaghetti terwijl ik kledij was en ophang in knobbels. Ik smijt alle spaghetti in de pot maar daardoor brandt ze aan. Er is een houten bank ernaast. Er komt een groep jongens en meisjes van Quebec naast ons zitten. Hun Frans is zo raar. Het klinkt als een verzonnen taaltje met Engels accent. We schrokken ons vol met spaghetti. De pot is overvol en Judith gaat om een tweede sauspotje. Als we vol zitten rusten we nog wat op een rots met uitzicht op de vallei. Als we gaan slapen kruipt Judith er eerst in. Een plaatsje onder ons zitten twee meisjes. Éen ervan vraagt aan me of ik al eens een gasbrander heb gebruikt. Ze denkt dat hij niet werkt omdat ze geen vlam ziet maar hij werkt, de lucht vibreert erboven. Het waait veel. De tent schudt deze nacht.

    Dag 13: We zijn weeral één van de laatste tenten. Enkel de mevrouw die gisteren kort verkeerd zat aan de rots met dezelfde tent is er nog. We ontbijten op een bank en dalen verder. Judith gaat traag en vloekt. Ik heb niet zo goed geslapen door de wind en kan er even niet tegen. Ik ga voorop en wacht aan een splitsing. Erna gaan we terug samen verder. We steken een rivier over en draaien naar rechts het bos in. We komen aan splitsing. We kunnen kiezen voor een technische kortere route over rotsen of de gewone, langere GR20 door het bos. We kiezen het laatste en hopen stiekem vandaag al in Conca te geraken. Het pad is niet zo steil. We maken snel kilometers en halen mensen in. We stoppen enkel om ons in te smeren en voor een slok water. We draaien naar links en krijgen zicht op mooie pieken. We klimmen op een pas. De mevrouw waarvan haar tent er nog stond haalt ons in. We komen boven en iets verder aan een drukke baan, de Col de Bavella. Wat een kakofonie van lawaai en mensen hier! We wandelen links op de baan naar beneden. Links van ons liggen de naalden van Bavella. We komen aan een splitsing. Judith vindt een winkeltje. Vlak voor ze sandwichen wil kopen, zeg ik dat er ook fruit ligt. We nemen nog bananen en een sinaasappel. We staan aan een kraantje met drinkbaar water als een bus ons achteruit bijna omver rijdt. Er stroomt een horde oude mensen uit die meteen het restaurant aan de overkant binnen strompelen. We gaan de bocht om en eten het fruit meteen op waar het iets rustiger is. We dalen door het bos en komen op een iets bredere weg tot we weer een smaller pad omhoog opgaan. Vanaf nu is het hard stijgen tot op een pas. We zweten ons te pletter. Op de pas werkt de camera niet. Hij zegt dat er data gereset moet worden. Ik flip even maar het lukt. Alle foto's staan er nog op. We dalen fel en steken een meneer voorbij die een gigantische rugzak draagt. We komen bij Refuge de Paliri. We vullen water bij aan een bron en gaan links van de hut naar een grasveldje. We eten mueslibars en sultana koeken. De gardien toont ons het pad naar Conca. Het loopt vlak naast het terras. We gaan via het bos langs machtige rotsformaties. Wat een zicht links van ons! Erna rest ons een ferm klimmetje. Eens over de pas kruisen we Portugezen. Ze vragen naar water. We bieden er aan maar ze hoeven geen. Ze zijn uiteindelijk niet zo ver van de hut. We dalen geleidelijk een lang eind. Het is hier droger. De zon schijnt fel. Ik geraak oververhit. Gelukkig komen we aan een riviertje en iets verder in een vallei aan watervallen en een meertje, Rau de Punta Pinzuta. Ik ga er recht op af. Rugzak en bottinen af, camera aan de kant en erin met short en T-shirt. Judith komt er ook in. M'n voeten en vooral dikke tenen krampen samen. Ay ay ay. Het doet zo'n deugd maar moet er terug uit. Als we verder gaan merken we dat het bad ons echt deugd gedaan heeft. Onze voeten en benen zijn vernieuwd. Nog 5 kilomter en we zijn in Conca. We klimmen over een pas door een smalle gleuf tussen rotsen en dalen. We zien het stadje liggen tussen het groen! We dalen verder door smalle loopgraven tot we op een weg staan. Ja, we zijn er geraakt! Nu ja, we moeten nog helemaal door het dorp tot aan de gite La Tonnelle waar we onze tent kunnen plaatsen. Het ligt naast het kerkhof. Zo dood zijn we niet haha. We betalen voor de camping in het restaurant. De schotels met biefstuk friet passeren vlak langs ons. Whoa, zo goed maar zou slecht zijn. Ik zet de tent achteraan in het midden. We smoefelen de sandwichen met paté al op. We nemen een goede, warme regelbare douche. De beste tot nu toe. We gaan terug naar het dorp en een volkscafé dat we gepasseerd waren. We bestellen twee panini's. Eén met kip en mayonaise en één met kaas en ham. De eerste smaakt het best. Ik drink er een Pietra biertje bij van het vat en in het juiste glas. Het is ook al de beste tot nu toe. We wandelen voldaan terug naar onze trouwe tent in het donker.


    Overzicht van de zuidelijke etappes van onze GR20

    3/06: Vizzavona - Col de Verde ( 8:00 - 16:30 uur )
    4/06: Col de Verde - Refuge d'Usciolu ( 8:00 - 16:00 uur )
    5/06: Refuge d'Usciolu - Refuge d'Asinau ( 8:00 - 16:30 uur )
    6/06: Refuge d'Asinau - Conca ( 8:00 - 20:00 uur )

    Comments

  • 07Jun 2019

    4 Porto-Vecchio - Fautea 06/07/2019 France —

    Zonza, France

    Description

    Dag 14: Ik smoefel chips in de tent. Leuke manier om wakker te worden op m'n 30e verjaardag. We ruimen traag op en vragen naar een navette in het restaurant. Er moet blijkbaar gereserveerd worden, dat kan nog lang duren. De prijzen zijn bovendien op een blad genoteerd dat op de voorste zetel van het busje kleeft. Ze zijn niet mals. We wagen onze kans met uitgestoken duim. Judith lacht vriendelijk naar de bestuurster van de tweede auto die passeert. Het is meteen raak. Het is een oudere Duitse mevrouw die naar Porto-Vecchio rijdt om boodschappen. Ze is ongeduldig en rijdt goed door. Ze zet ons af aan een grote supermarkt Leclerc. Wat een geschenk. We halen een kippetje, stokbrood, mayonaise en kaas. Om de hoek vinden we een parkje niet ver van een rondpunt. We zetten ons op een stenen bank en smoefelen op ons gemak alles op. We wandelen erna langs een zeeinham tot aan het haventje. Links is het busstation, nu ja gewoon een zandparking. Er lijken geen bussen te zijn richting Bastia op dit moment. We zien elektrische busjes passeren. Die gaan naar het centrum. Judith snelt zich naar de halte aan de overkant van de straat. Ik volg maar de veter van m'n rechterbottine blijft steken aan een ongebruikt haakje van m'n linkerbottine. Ik ga snel en hard tegen de grond. M'n handpalmen en rechtse elleboog vangen het meeste op. Ik bloed. Even bekomen. We nemen het volgende busje wel. We rijden tot de Citadel. Het centrum. De straatjes voelen overdreven toeristisch. Op het grootste plein voor de kerk gaan ze tegels te lijf met slijpmachines. Wat een kabaal. We blijven niet lang en wandelen terug naar beneden, naar de busparking aan het haventje. Er zit een zwarte medemens. Hij toont ons het tijdrooster. Normaal rijdt er vandaag een bus om 13:30 uur richting Bastia. Dat is nog meer dan een uur. Ik leg me, rustend op de rugzakken, met m'n hoofd aan een gat in de muur waar er zeewind door blaast. Ik lig er goed. Judith gaat naar een winkeltje om water en ice tea. Ze blijft even weg. Er komt wat volk bij in het bushok en voor we het weten is de bus er. De conducteur zegt dat er zondag, overmorgen, de dag dat we onze vlucht hebben, geen bussen rijden. Lap. We kopen twee tickets tot Fautea waar de kalme strandjes zijn waar Judith een afbeelding van gezien had op een kaart in Castel de Vergio. De bus stopt rond Conca. Er stappen enkele oudere meneertjes op waarvan we het gezicht herkennen. Die hebben ook ( een deel ) van de GR20 gedaan. De chauffeur is ons niet vergeten. We worden gedropt. Er is een camping tussen de twee stranden op een heuveltje. Judith geeft haar identiteitskaart aan de receptie. We zetten de tent op een klein plaatsje niet ver van een sanitair blok dat vlak aan de rotsen aan de zee gebouwd is. Er zitten veel en grote mieren. We hangen was te drogen en gaan naar een klein steenstrandje op de camping waar niemand is. Het is goed te doen om te zwemmen, alleen ga ik niet te ver. De rotsen langs de kanten zijn wild. We douchen en gaan op verkenning naar een toren bovenaan op de rots naast de camping staat. We zetten ons erachter. Het is er goed. Een frisse wind, schaduw en uitzicht op kustlijnen in de beide richtingen. Als we terug gaan krijg ik het veel te warm. We gaan opnieuw zwemmen op het strand links van de camping. Het rechtse strand was mooier maar er was geen schaduw. Het water is te koud voor Judith. Ze legt zich op het strand. Ik dobber voor meer dan een uur. Ik vind een zandbank dieper in de baai waar ik eens kan staan. We drinken nog een Cola en Pietra biertje en eten worst met stokbrood vlak aan de zee op een muurtje.

    Dag 15: Ik slaap niet zo goed. Het was te warm ondanks dat de zijflappen omhoog waren. Ook het lawaai van de golven hielden me wakker. Ik ga douchen. We ruimen op en zorgen dat we aan de receptie zijn om 8 uur. De enige bus deze morgen passeert om 8:30 uur. Als we staan te wachten stopt er een grijs autootje. Het zijn Daniel en het Italiaans koppel. Ze rijden met hun huurauto terug naar Bastia vandaag. Ze vragen of we meewillen. Ze herschikken de inhoud van de koffer en we kunnen erbij op de achterbank, elk met onze rugzak op onze schoot. Stefano zit mieren te pletten op Judith haar rugzak. Ze waren blijkbaar al een dag vroeger dan ons in Conca. Daniel stopt een keer, benen strekken en plaspauze. We zijn al snel aan de haven en ferry.

    Comments

  • 08Jun 2019

    5 Bastia 06/08/2019 France —

    Bastia, France

    Description

    We kunnen onze rugzakken achterlaten in een café. We kopen er een Calippo en Cola. We verkennen samen het centrum. Daniel vindt een giftshop met streekproducten. We kopen er mosterd en klein wijnflesje. We vragen op de trap naast het winkeltje of een mevrouw een foto kan nemen van ons samen. Hierna vertrekt Daniel naar de luchthaven. We wandelen verder samen met het Italiaanse koppel. We gaan over het grote plein met standbeelden omringd door palmbomen. Judith zoekt en vindt een plaats waar er een marktje is, Place Hotel de Ville. We eten warm deeg met kaas. Judith koopt een worst en kaas voor haar ouders. Nadat we het haventje bezoeken vinden de Italianen een goed terras waar ze iets willen eten. We doen mee. Ik eet de plat du jour, zalm met gepocheerd ei en Judith gebakken zalm met sesamzaad. Het smaakt enorm. We vinden een Spar en kopen wat eten voor morgen. We zetten ons op een bankje op het plein met palmbomen. We hebben zicht op de ferry's. We vallen half in slaap en besluiten nog wat rond te wandelen om wakker te blijven. We houden opnieuw halt op het Place Hotel de Ville en drinken thee. Stefano en Francesca hebben al veel gereisd in hun leven en vertrekken over hun vele trektochten over de hele wereld. Het is leuk gezelschap. We gaan terug naar café waar onze rugzakken zijn. Judith en ik eten er nog een panini. We nemen kort afscheid. Ze gaan nog eens naar de citadel voor ze hun ferry opzoeken. Wij nemen een bus naar een camping net ten zuiden van Bastia. De bus rijdt door armtierige achterbuurten vol appartementsblokken. We stappen uit aan een rondpunt. We moeten de grote baan onder. Aan de overkant is het treinstationnetje Montesoro. Een jonge gast zegt dat we over en langs de sporen moeten om tot bij de camping te komen. Dat mag thuis niet maar Ok. De uitbaatster is eerlijk. Er is een discotheek open deze avond/nacht naast de camping. Geen probleem, we hebben morgen onze vlucht, dus geen keus. Het restaurant is duidelijk belangrijker dan de camping. Het sanitair blok is niet proper maar alles werkt. Douche doet deugd. We gaan nog eens aan het strand kijken en nuttigen chips en de inhoud van het wijnflesje. Judith zit er namelijk mee in dat het zou kapotgaan in de vlucht.

    Dag 16: De muziek speelt tot 2 uur. Aan de muziek ergerde ik me niet, het was goeie. Echter wel aan de vele schreeuwende ruziemakers. Niet goed geslapen dus. Ik sta heel traag op en neem m'n tijd om te douchen en op te ruimen. We halen de trein van 10:20 uur. De conducteur komt na een tijdje. Het is beduidend goedkoper dan de navette in het begin van de reis. We moeten op de arrêt knop duwen, anders stopt de trein niet aan halte Lucianna Olivella, de dichtste bij de luchthaven. Het is vanaf daar 3 kilometer tot de luchthaven. We beginnen te wandelen. Als we de grote baan via een brug overgaan werkt onze duim opnieuw. Er stopt een busje. Judith zegt dat ze kleiner is en ze kruipt achteraan tussen werkmateriaal. Ik zit vooraan. De chauffeur is een Roemeen. Hij zet ons af vlak aan de ingang. Ik bedank hem in zijn taal. Multumesc! We zetten ons op een bank in de hall met airco. We eten al snel het stokbrood met paté op. Ik eet nog granola. We hebben er nu nog. Het enige dat nog over is van onze trektocht. Pas om 15 uur smijten we onze rugzakken op de band. Beide gaan in het ruim. Ik moet m'n bottinen afdoen nadat de metaaldetector piept. Geen probleem. De Twix, chips en appels zijn al op in de wachtkamer. We stappen als laatste in het vliegtuig. Er zijn veel lege plaatsen. Ik vraag aan een steward of we samen mogen zitten aan de vleugel. Geen probleem. Alleen tijdens het opstijgen moet Judith aan het tegenovergesteld raampje zitten. De nooduitgangen moeten bemand zijn. We landen gezwind zoals gepland rond 19:30 uur in Lille. Stefanie en Gwendolyn komen ons halen. We wandelen buiten langs de file tot aan hun auto. Gwendolyn rijdt. We stoppen aan de Bosrand en eten frietjes met hamburgers en spaghetti. We trakteren om hen te bedanken. Het is gezellig. We zien ons bed na 23u.

    Comments