Mahangu Plan you next vacation together with friend and manage travel documents. Create a free travelblog and upload photos and videos. Sum up your travel hightlights in a film. Simplicity that impresses, absolute privacy control and no upload limits.

Trip Oceanië Oceanië 01/06/2020 - 04/30/2020   New Zealand - Australia - Indonesia - Malaysia. Pieter Vancaillie (BE) Judith Mahieu (BE)
Australia Indonesia Malaysia New Zealand Taiwan

Oceanië

Follow

New Zealand - Australia - Indonesia - Malaysia.

Means of Transport
Boat Bus / Truck Car Foot Motorbike Plane Train
  • 08Jan 2020

    1 Taipei 01/08/2020 Taiwan —

    Taipei, Taiwan

    Description

    Wat vooraf gaat. Judith zegt haar werk op. Ik kan voor een tweede keer iemand opleiden en onbetaald verlof nemen. We halen medicatie, een waterfilter en dezelfde nieuwe kodak. Judith sluit een reisverzekering af bij haar bank. We boeken in het midden van de nacht onze vluchten met China Airlines. De tickets kosten meer als we voor twee boeken dus proberen we apart. De prijs voor de tweede stijgt echter meteen nadat we de eerste bevestigen. Na even stressen lukt het om de tweede te boeken. We zitten samen. Na een reisverslag van Willem Vandoorne bestellen we impulsief packrafts bij het bedrijfje Biluta in Siberië. Het duurt even voor de douane in Zaventem de bootjes vrijgeeft. Ze komen pas een tweetal weken voor vertrek toe. Ik zoek vooral packraft trektochten op in het zuidereiland van Nieuw-Zeeland, bezienswaardigheden in Zuidoost Azië en interessante routes in de Himalaya. Ondertussen is er in China een virusje opgedoken in Wuhan…

    Vrijdag is m’n laatste werkdag. Ik heb het moeilijk. Nonkel Roland is net gestorven. Zaterdagochtend ga ik met mama en Matthias kort op bezoek in Vivenkapelle. Iedereen is er. Lieve, Cibe, Rienert, Tiemon en Jilmen. ’s Avonds hebben we bezoek van Margot en Pieter. Haar mama is ook net gestorven. Zondag slapen we lang en gaan we in de namiddag naar Guido voor nieuwjaar met de Dujardins. Maandag ruimen we op en maken we belegde broodjes. In de namiddag gaan we naar de Markgraafstraat en naar Judith haar oma en opa. We fietsen terug en nemen nog een douche voor mama ons komt halen.

    Dit is een reisdagboek van:

    Meer dan een maand Nieuw-Zeeland
    Twee weken Australië
    Twee weken Indonesië
    Meer dan een maand Maleisië

    Om 20:30 uur staan we te klutteren aan de achterkant van het station. De derde Flixbus die stopt is de juiste. We geven iedereen een knuffel en stappen op. Na twee minuten gênant zwaaien rijden we weg. Eens voorbij het rondpunt valt het wegvallen van de bekende gezichten al zwaar. Judith zet Kamp Waes aan via de wifi. De bus gaat tot in Praag en stopt in alle grote steden. Bij elke stop zit er iemand in het laadruim om diefstal tegen te gaan. We proberen wat te slapen maar het gaat niet zo goed. In Luik komen drie luidruchtige, zwarte met alcoholisch energiedrankje links van ons zitten. Aan Aachen stappen ze gelukkig uit. Het is enorm koud in Frankfurt. We gaan naar terminal 2 met de skybus. We zoeven over gebouwen, laadvoertuigen en langs vliegtuigen. Bij inchecken vragen ze zowel NZ visa als exit vlucht. Onze bagage weegt samen 26KG. We worden grondig gefouilleerd. We vliegen met China Airlines. Er is veel beenruimte. We krijgen lekker eten. We proberen te slapen. Ik luister naar CD van Coldplay. We kijken samen naar ‘Zombieland Double Tap’. De eerste 12 uur gaan snel voorbij. We landen in de ochtend op Taoyuan Airport. Tijdens het landen zie ik veel windmolens, akkers en vijvers. We hebben 17 uur voor de volgende vlucht. We eten de rest van de broodjes op. Ze mogen niet binnen. We schuiven groggy aan bij de douane. Judith krijgt een wegwerp gebaar nadat haar paspoort een stempel krijgt. We ruilen Euro’s voor Taiwanese Dollars en kopen paarse jetons voor de metro die ons naar Taipei brengt. We stoppen in het Main Station over naar de rode lijn richting Xianshan Park. We komen na klimmen via trappen bij Elephant Mountain. We wandelen verder via mooie, aangelegde paden in dichte begroeiing tot twee andere bergjes. We gaan op de kam van de bergjes ten zuiden van de stad en behouden altijd zicht op de Taipei 101. Dit was het hoogste gebouw van de wereld vanaf 2004 tot 2010 toen de Burj Khalifa in Dubai het record afnam. Als we uit het bos komen nemen we Fude Street richting de torenkrabber. De metro brengt ons terug naar het Main Station van waaruit we naar het Peace Park wandelen. Een plakkaat naast het monument vertelt de bloederige geschiedenis van Taiwan. We vinden siopau, hier chimei genoemd in de 7 Eleven en Family Market. We spenderen de laatste Taiwanese Dollar in de McDo. Het straateten ruikt heel lekker, zoet maar we durven nog niet onze buikjes testen. We vallen bijna in slaap op de metro terug naar de luchthaven. Aan de balie van China Airlines krijgen we andere zetelnummers. We zitten toch naast mekaar. Yes. Onze gate aan het einde van terminal 2 ligt vol. We rusten in de lege, gedecoreerde gate ernaast. Ik ga vragen bij andere vlucht van China Airlines of onze bagage toch wel automatisch op deze volgende vlucht geplaatst zal worden. Ik krijg een onzinnig antwoord “if you don’t get your bags, you will get money.” Taiwanees kapitalisme. Na een tijd openen ze de gate. Daar bevestigen ze dat onze zakken mee zijn. Er wordt veel ‘xiè xiè’ gezegd aan het einde van de zinnen. Dit betekent dus dank u wel in het Chinees. We zijn moe en vertrouwen het toch nog niet helemaal. Een vervelende Amerikaan in de wachtruimte blijft maar babbelen en eist alle aandacht op. Naar goede gewoonte stappen we als één van de laatste in. We slapen goed en worden enkel wakker wanneer de twee maaltijden geserveerd worden.

    Comments

  • 10Jan 2020

    2 Auckland 01/10/2020 New Zealand —

    Auckland CBD, Auckland, New Zealand

    Description

    In Brisbane is er een technische stop. We zijn groggy als we uitstappen. We gaan als laatste door de controle en komen meteen bij de juiste gate. Er is veel glas. Ik leg me en slaap diep voor een uur op de grond. We stappen opnieuw op als één van de laatste. We zitten naast een vriendelijke Nieuw-Zeelandse. Achter ons zitten Australische kindjes met hun mama. Er zijn duidelijk minder Aziaten op deze vlucht in vergelijking met de vorige twee. Opnieuw vallen we in slaap en worden we wakker als ze eten opdienen. Voor de laatste keer in even landen we aan een baai ten zuiden van Auckland. We luisteren een laatste keer naar het Chinees getjingel van het filmpje ter ere van Chinees Nieuwjaar. De ommezijde van het douaneformulier staat vol vragen over bio bescherming. We krijgen snel een stempel in ons paspoort maar moeten even wachten voor onze bagage op de band komt. Ik ben enorm opgelucht en lach als Judith onze zakken ongeschonden van de band haalt. Ik smoefel de laatste broodjes van Taipei naar binnen voor we naar customs gaan. Ze controleren gebruikt kampeermateriaal. Onze tent wordt onderzocht in een labo. Haha veel plezier. Die stinkt nog naar Marokkaanse geitenpis! Na een kwartier krijgen we hem terug aan het raam van een loket. We nemen een gratis gele shuttle bus naar ons hostel Kiwi Backpackers. We gaan door het chiquere hotelgedeelte meteen naar een aanpalend gebouwtje met slaapzaaltje. We liggen gekruist in twee stapelbedden. Judith onderaan, ik schuin bovenaan. De douche doet deugd. Er ligt een Nederlandse jongen die in Taipei studeert op de matras boven Judith. Hij is hier voor de trouw van z’n gehandicapte nicht. Ze is verhuisd naar Nieuw-Zeeland omdat gehandicapte mensen hier een betere ondersteuning krijgen dan in Nederland. Later komt er een gast op het bed onder me liggen.

    10/01: Ik slaap niet goed en moet een paar keer naar de WC. Judith slaapt wel goed door. Haar enkels zijn opgezwollen van de vluchten. Ik sta op en praat met oudere meneer in de gezamenlijke ruimte met keukentje. Hij woont hier en werkt iets verder als fruitplukker. Hij meldt dat het rental car bedrijfje waar we een transfercar hebben vandaag vlakbij in de straat is. Perfect. We checken uit en het ligt vlak voor ons. Pegasus Rental. Een kalende meneer laat ons een document tekenen. Hij schrijft op dat er enkele blutsen zijn op de neus van de Daihatsu Boon. Judith is niet wakker. Ik rijd. Het is een automatic. Het is even zoeken om hem in drive te krijgen. Ik vergat om op de rem te duwen. Ok, links rijden! We missen enkele straten. De gps komt achter. Eens we Highway 1 vinden richting het zuiden schieten we op. Het is druk. We rijden niet via de zee maar nemen binnenbaantjes langs Tirau tot in Rotorua, een druk stadje aan het gelijknamige meer. We vinden een winkelcentrum. Het doet ons aan de Walmarts in Amerika denken. We gaan naar de Countdown. Judith kan er geld afhalen, ik niet. We halen stokbrood met kaas van hier. Er staat Camembert op de verpakking maar het smaakt meer naar Brie, wel lekker. Het is al na 13 uur. Het eten is meer dan welkom. Ik haal nog een klein gaspulletje en we zijn weer weg. We nemen een klein weggetje langs Wai-O-Tapu. We stoppen aan de Mud Pools. De weg naar de geiser is afgesloten. We wandelen ernaartoe maar na een stuk vals plat gaan we terug. Het eigenlijke park zien we van op een heuveltje liggen. Het is niet zo groot.

    Comments

  • 11Jan 2020

    3 Tongariro 01/11/2020 New Zealand —

    Otukou, New Zealand

    Description

    We rijden door naar Taupo. Wegenwerken en drukte vertragen ons. We tanken in het drukke stadje en leveren het autootje terug in om 5 voor 16 uur. Net op tijd. De werkneemster van de verhuurmaatschappij zegt dat alles Ok is en geeft ons een karton om te liften. Ik ben kapot, echt moe van het drukke verkeer. We wandelen richting grote baan. Het is een 2-tal km om op een slecht punt te komen om te liften, een oprit naar een highway. Gelukkig stopt er een oudere meneer die ons iets verder afzet aan een rondpunt. Er is een uitkijk op Lake Taupo. Er stopt opnieuw een auto voor ons. Een mecanicien die geothermische installaties onderhoudt neemt ons mee op de prachtige baan langs het meer naar het dorp Turangi. Hij heeft nog gewerkt in mijnen op de westkust van Australië. Hij is zeer gastvrij en rijdt rond in het dorp om ons de goeie pubs en een hostel te tonen. Hij is vrijwilliger bij de brandweer en krijgt plots een luide oproep binnen voor cardiac arrest. We springen uit z’n auto zodat hij snel kan reageren. We gaan naar de winkel en liften opnieuw. Een jonge gast neemt ons mee. Hij neemt vannacht de ferry en gaat helemaal tot in Christchurch. We twijfelen om mee te gaan maar besluiten dan toch om terug te keren voor de Tongariro Crossing. Het is een militair. Hij zet ons af aan Rotoaira Lake. We nemen een kijkje aan het meer. Er staan enkele caravannetjes en een plakkaat ‘no camping’. Niets te zien behalve een paar blaffende honden en mensen die naar binnen gaan en contact vermijden. We eten macaroni op een bankje aan het meer en zijn weg. We wandelen het hele eind nog naar het noordeinde van de trek. Als we aan de hoofdweg een grindweg naar links nemen stopt er een auto. Een vrouw en een Maori zeggen dat de trek gesloten is. Er is een 76-jarige man gestorven op de heilige vulkaan vandaag. Lap. We wandelen tot het eind van de grindweg en ja hoor. Tekst en uitleg op een blad papier. Godverdomme! Drie dagen mag er niemand op de vulkaan. Een Rahui, een ritueel van reiniging van de Maori. We zetten de tent op een stuk dat we niet mogen. Als ik het plakkaat opnieuw lees heb ik meer begrip “With respect for the family”. Ik moet aan Roland denken. We gaan slapen als het al donker is.

    11/01: Het was een beetje koud maar we hebben wel lang en goed geslapen. We staan op en ruimen op. Er komt een struise, Maori ranger met een pick-up. Hij zegt dat we er niet mochten kamperen. “But I’m gonna let you off the hook.” Ik leg uit dat we de crossing niet zullen doen. Dat we begrip tonen voor hun cultuur. We beginnen terug te wandelen. De pick-up komt achter en stopt naast ons. De ranger heet Ahu. Hij haalt oranje-witte cones op om het pad en de weg nog extra te blokkeren. Ik help mee. Erna zet hij ons een klein stukje voor Rotoaira af. Kia ora! We beginnen te wandelen. Er rijden niet veel auto’s. We passeren een vastgebonden paard. Na een heel eind stopt er een knalblauwe auto. Een Zwitser. Hij neemt ons mee naar de kruising met de grote baan. Het ziet er moeilijk uit om te liften. Judith gaat naar de overkant. Er parkeert een lege bus. Ik doe een babbeltje met de oudere chauffeur. Hij heeft een duidelijke mening. “It’s a disgrace. They shouldn’t close the crossing. An old guy died. Who cares. The land has been given back to the Maori. A step back.” Euh ja, ik ben hier niet thuis. No comment. Hij toont ons een alternatieve dagwandeling op een kaart: de Waihohonu Track. Ok ja, daar hebben we wel zin in! Er stopt een auto. Het gezin komt naast ons staan op de parking. Ze vragen of we Ok zijn. De buschauffeur vraagt aan hen om ons mee te nemen. En zo zijn we weg. Het pad begint tegenover de Rangipo Intake Road. De vader en chauffeur is Samu. Z’n vrouw zit naast hem en hun zoontje van twee in een Maxi Cosy tussen ons. Hij is verlegen. We worden gedropt aan het begin van de wandeling. Het is er prachtig. Links ligt de sneeuwbedekte Ruapehu, de hoogste berg van het Noordereiland. Rechts zien we de Ngauruhoe of ook wel Mount Doom van in de Lord of the Rings trilogie. De zakken wegen. Het is wennen aan het gewicht van de bootjes. We houden vol tot aan de Waihohonu Hut. Ik was me aan een waterkraantje. Zalig. Het volgende stuk is volgens maps 10km tot aan een meertje. We stijgen geleidelijk tot op een plateau. We houden halt als het pad naar beneden gaat. De chocoladekoekjes smaken. Nadat we het hoogste punt van het pad gepasseerd zijn gaan we terug om een foto van ons samen te nemen. Het zijn toch wel Walen zeker die op onze kodak klikken. We dalen en komen bij de Taranaki waterval. We laten de zakken achter en gaan tot dicht erbij. We steken onze voeten in het water. Er staan mensen onder de waterval. Eens terug boven zeg ik iets in het West-Vlaams tegen Judith. Een meneer herhaalt me. Hij is van Waregem. De zon stekt op het laatste stuk. We komen afgepeigerd in Whakapapa Village. We zetten ons op de hoek in de schaduw van een boom en doen een halfslachtige poging tot liften. Als we iets later bekomen zijn en beter ons best doen stopt er een busje met twee oudere koppels. Ze nemen ons mee naar National Park Village, een gehucht rond een tankstation waar ook een winkel in is.

    Comments

  • 12Jan 2020

    4 Whanganui 01/12/2020 New Zealand —

    Whanganui, Whanganui, New Zealand

    Description

    We staan op de hoek. Er stopt een rode auto. Een Maori. Hij gaat naar Whanganui. Perfect. Hij twijfelt en zegt dat hij moe is en best eerst een tukje doet. De zon is te fel. We gaan naar het tankstation in de schaduw. Hij is er ook. Het is een powernap geworden op de parking. Hij ruimt z’n auto op en eet nog iets. Zijn naam is Louis. Hij is een visser op zee. 6 weken op de boot met 40 collega’s. 6 weken thuis. Hij rijdt goed door en snijdt z’n bochten scherp aan. De muziek staat loeihard. Hij vertelt over de Maori cultuur. Er zijn veel problemen, gangs, drugs. Hij kruipt in een slachtofferrol. Hij wil compensatie voor wat z’n voorouders is aangedaan. Hij heeft 16 broers en zussen. Zelf is hij 23. Hij heeft een dochtertje die bij z’n vrouw woont waarvan hij al gescheiden is. We rijden door een prachtig, groen, glooiend landschap. Dit is het mooiste van het Noordereiland dat we al te zien kregen. Als we toekomen in Whanganui toont Louis ons een uitkijkpunt aan een toren. Vooral de mooie, brede rivier valt op. Hij zet ons af beneden aan de lichten. We nemen afscheid. We gaan naar de Countdown en wandelen het pad langs de rivier af. Er zijn twee motels met plakkaatjes ‘no vacancy’ en een hostel Tamara Backpackers. In de laatste kunnen we de tent zetten in een mooie binnentuin.

    12/01: We slapen goed. De zon zit op de tent als we wakker worden. We nemen onze tijd om gsm’s op te laden, waste af te halen en alles weg te steken. We zijn verbrand. Vooral de bovenkant van m’n handen doen pijn. We volgen de Whanganui rivier en steken dezelfde brug over tot we aan de lichten komen waar we gisteren gedropt zijn. Het is te opdringerig voor ons om vlak naast de stoppende auto’s te liften. We wandelen een heel eind tot aan een rondpunt op één van de uitgaanswegen van het stadje. We staan er niet zo lang en gaan iets verder aan de oprit van een snelweg met een stopplaats staan. We vinden het ook niet zo’n goeie plek en druipen af. We geloven er niet in deze morgen. Ik schuil zoveel mogelijk voor de zon. We gaan terug via een andere brug. Op het voetpad naast de rivier spreken we een gast met een zoontje aan. Hij vindt op z’n telefoon dat er intercity bussen zijn. We gaan twee straten verder waar er één staat. De chauffeur zegt dat de volgende pas vertrekt om 15:15 uur en die is behoorlijk prijzig. We gaan terug naar het punt aan de lichten. Ik bekom van de zon. Judith gaat terug naar de Countdown om cornflakes en zwarte stiften. Ze schrijft ‘Wellington’ op de achterkant van de cornflakes doos. Ik merk op dat er nog verkeer van over de brug komt. Ook vroeg… Om 13:00 uur stopt er eindelijk een mevrouw. Ze heet Vanessa. Ze heeft haar zoon hier naar de roeiclub gebracht. Ze werkt voor de overheidsinstantie die het landbeheer regelt. We worden afgezet in Bulls op een goeie plaats. Er is veel traag verkeer en er zijn WC’s naast enkele winkels. We zijn snel weer weg met een volslank koppel in een ongelooflijk rommelige auto. Wat een vuile boel. Ze gaan naar Palmerston North en smijten ons eruit in Sanson na een paar minuten rijden. We staan op de hoek waar het verkeer naar Wellington afdraait. Als ik een eventuele bus stop ga zoeken doet Judith teken. Er stopt iemand. Hij ruimt op en we kunnen mee. We zitten allebei achteraan. Er ligt een beetje rommel aan onze voeten. Vooraan zit Austin, z’n zoontje en tussen ons Cameron, z’n dochtertje. De meneer werkt bij de wegenwerken en doet de catering van evenementen. Hij legt uit dat de bergen die we links van ons zien niet zo hoog zijn maar wel het barre weer dat van Antartica komt tegenhoudt. Daarom woont iedereen op de westkust in het zuiden van het Noordereiland. De kindjes van 9 en 6 zijn eerst beschaamd maar dankzij een swipe spelletje op hun gsm waarbij we helpen, worden ze losser. We rijden een heel eind tot Paraparauma. Hij toont ons het treinstation en zet ons iets verder af aan langs een snelle baan. Austin merkt op “There’s a good restaurant if you’re hungry. It’s called McDonalds. It’s with a big M.” En Cameron smeekt “I don’t want you to go!” Als we onze zakken uithalen zeggen we dat hij “bright” children heeft. Hij antwoordt “I talk to them as if they were adults.”

    Comments

  • 13Jan 2020

    5 Wellington 01/13/2020 New Zealand —

    Wellington, Wellington, New Zealand

    Description

    We wandelen het korte eind terug naar het station. Een vriendelijk koppel helpt ons in tunneltje onder de weg. We praten met een oudere mevrouw op het perron en stappen na een kwartiertje wachten in. De conducteur geeft ons 6 dollar korting. Allez merci. Geen idee waarom. Zien we er zo deerlijk uit? We verplaatsen ons voor de zon en leggen de zakken op stoelen voor ons nadat een mountainbiker zei dat het Ok was. We rijden langs de kust en een inham. Als we aankomen in Wellington gaan we naar de McDo tegenover het mooie treinstation en gebruiken de wifi om de prijzen tussen de twee ferry maatschappijen te vergelijken. Bluebridge is de goedkoopste. Judith haalt tickets. “One ferry for two please.” Haha. We kunnen de zakken achterlaten in de terminal en verkennen een stukje van Wellington. We komen eerst bij een park en drie parlementsgebouwen. Vooral The Beehive, het modernste, ronde gebouw met veel glas valt op. We wandelen verder via een straat met wolkenkrabbers. Er is veel gesloten en er is niet veel volk op straat. Het is zondagavond. We halen een kippetje met aardappelsalade in de enige winkel die open is, de Countdown. We smullen op een bankje op de Post Office Square. Met goed gevulde buikjes wandelen we langs de Queens Wharf. Er zijn een paar jonge gasten aan het longboarden. Er speelt luide muziek vanop een boot. Het is goeie, we blijven zitten op een bankje ernaast tot het donker wordt en wandelen dan nog een eind van de kade af. Er zijn verzorgde openbare WC’s, defibrillators en een verlichte paal met een reddingboei. De geschiedenis van de pakhuizen op de kade is beschreven. Om 22 uur zijn we terug in de terminal. We blazen de matjes op en slapen tegen de ruit. Om 1:30 uur maakt Judith me wakker. Te vroeg dacht ik maar toch niet. Passagiers zonder voertuig moeten eerst. We vinden zetels met uitzicht op de boeg. Er komen geen mensen meer bij als het schip al een tijdje vertrokken is. We leggen ons en slapen verder.

    13/01: Rond 6 uur wordt Judith wakker en maakt ze me ook wakker. We zitten al in de Sounds! Het is bewolkt en we kunnen niet ver zien. We gaan buiten kijken. Het regent en waait fel. We nemen enkele foto’s en gaan snel weer naar binnen. We zien Picton liggen. We zijn al op het Zuidereiland. Als we uitstappen moeten we op een bus die ons naar de terminal brengt. We schrijven Christchurch op een karton en wandelen de straat af tot aan tankstation. Het miezert. Vanaf dat we bordje opsteken stopt er een stationwagon. De chauffeur kan ons naar Blenheim brengen, het stadje verderop. Daar regent het niet meer. Het is een vriendelijke meneer. Hij is verpleger en moet gaan werken.

    Comments

  • 14Jan 2020

    6 Lake Tekapo 01/14/2020 New Zealand —

    Lake Tekapo, New Zealand

    Description

    We wandelen langs een hoofdweg het stadje uit richting een bocht. We geraken er zelfs niet. Er stopt al een Jeep. Het is een oudere meneer. Hij heet Tom. Hij gaat helemaal naar het gehucht Waimate, een stuk voorbij Christchurch. Fantastisch! Tom is een engineer. Hij had als jonge gast niet eens z’n middelbaar uitgedaan omdat hij niet kon spellen maar behaalde nadien wel een doctoraat in environmental sustainable engineering. Hij heeft 2 dochters en 5 zonen waarvan 3 geadopteerd. Één schoondochter is een ‘fucking bitch’ omdat ze een huis wil verkopen dat deel uitmaakt van de family trust. We stoppen in Kaikoura aan de bakery. Z’n neef staat er. Ze praten een tijdje. We halen een meatpie. Onze vorige lift, de verpleger, had dit aangeraden. Het smaakt, is warm en lekker. Het is precies stoofvlees in bladerdeeg. Als we verder rijden vertelt Tom over één van z’n zonen die zelfmoord heeft gepleegd. Hij had 2000 gasten uitgenodigd op de begrafenis om z’n leven te vieren. Ik vertel over bompa, Roland en papa. Tom is een buitenmens. Hij heeft een paard en 8 honden die af en toe een hamburger krijgen van de McDo haha. Hij woonde eens in een stad maar kon z’n gefrustreerde buurvrouw niet af. “You’re still alone? I wonder why.” Omdat z’n honden blaften had ze de flikken op hem afgestuurd i.p.v. eerst te praten. In Rolleston stoppen we aan de KFC. We nemen een sliderbox met puree en gravy. Tom vertelt dat hij terug is beginnen daten maar dat de meeste vrouwen te materialistisch zijn. Hij wil een simpele plattelandsvrouw maar die zijn bezet. De ergste geschiedenis van Nieuw-Zeeland komt ter sprake als hij zegt dat hij deels Maori is. In de jaren 1800 had Governor Grey een Duitse huurling Von Tempsky de opdracht gegeven om Maori vrouwen te verkrachten en te vermoorden. De genocide werd gestopt toen een Maori jongen Von Tempsky dood schoot in New Plymouth. Governor Grey vluchtte. Na bijna 500 km worden we gedropt in Timaru op de parking van de grote Pak & Save supermarkt. We bedanken Tom hartelijk. Z’n volledige naam is Thomas William Wehipeihana. Het was een ferme rit naast een interessante, positieve mens. We gaan de gangen van de winkel af en slaan proviand in. We wandelen uit de stad richting een kruising. Er komt een meneer op ons af. Blijkbaar is er alweer een auto gestopt. Z’n vrouw met een lui oog zit aan het stuur. Ze hebben 2 dochters. Ze brengen ons naar Geraldine via een rustig baantje. De meneer, die we niet zo goed verstaan, geeft een kaartje. Als er niemand ons meeneemt kunnen we bellen en zullen ze ons terug komen halen. Hoe vriendelijk zijn mensen hier.. We gaan naar de openbare WC’s en staan op de hoek te liften. Er stopt een jonge gast. Het is een Indiër van Mumbai. Hij heet Riu en is als gastarbeider blijven plakken na z’n studies. Hij werkt als chef in Tekapo. Hij vertelt over z’n aanpassing van het drukke India naar het rustige Nieuw-Zeeland en omgekeerd. Het stopt met regenen en klaart op. We zien voor het eerst echt bergen in de verte. We worden afgezet aan het gesloten Information Centre. Ik zie op een kaart dat Lake McGregor aangeduid is als free camping grounds. We stappen links van Lake Tekapo. Het is bergop. Het gaat moeizaam. We zijn moe. We houden vol en komen aan een afslag. Als de zon al aan het zakken is stopt er een auto. Het is een Tsjechisch koppel dat terug gekeerd is voor ons. Na 10 minuten zijn we er. We zetten de tent naast een caravan die ons schuilt voor een felle wind. Er komt een oudere meneer die z’n hamer leent en zegt dat het 10 dollar per persoon is. We zetten snel de tent en kleden ons dik.

    14/01: We hebben ferm koud gehad en zijn tegen mekaar gekropen maar dan nog was het bibberen. Ik leg me op het gras in de zon om op te warmen. De lange trektocht langs de Godley Valley tot aan Lake Pukaki gaan we niet ondernemen met de te lichte slaapzakken. We betalen en ruimen op. We wandelen naar Lake Tekapo via een weggetje langs een broedgebied van vogels. We willen de packrafts testen. We blazen ze op en zorgen dat de zakken goed vastliggen. De oever is slib. We zijn weg. Het gaat goed. We proberen aan de rand te blijven en varen van boom tot boom. Het water is koud en zorgt voor verfrissing van de felle zon. We houden halt onder een boom aan het eerste eilandje en gaan te voet op verkenning. Er zit een konijn. We merken dat Judith haar bootje lost. Bij het opblazen komt er lucht terug uit het ventiel. Fuck! We dragen de bootjes tot aan de rand. Daar is de afstand het kortst om terug aan land te geraken. Ik blaas Judith haar raft zo hard mogelijk op en kleef plakband over het ventiel voordat ‘k haar een ferme duw geef. Komaan peddelen! Ze haalt het. Ik kom achter met beide rugzakken. Nu we aan land zijn durft Judith te prutsen aan het ventiel. Ze draait eraan. Gefikst! Yes! We eten, smeren ons in en verkennen verder. We gaan de hoek om en varen naast rotsen. De wind zit verkeerd. We moeten hard peddelen, te hard. Eens om de volgende hoek beslissen we om terug te keren. Het zou ons teveel energie kosten om helemaal terug te varen en bovendien liggen de uitzichten op de bergen achter ons. We peddelen het hele eind terug. Op het laatste stukje wisselen we eens van bootjes. Ik lig iets lager in de rode van Judith, beter voor m’n rug. Voor de rest reageert hij hetzelfde. We bekomen in de schaduw en eten macaroni, tonijn en brood. We organiseren ons, wat even duurt en vertrekken opnieuw te voet als alles droog is. We wandelen omhoog en krijgen zicht op waar we gevaren hebben. Om de hoek stopt er een busje. Het is een Oostenrijks koppel dat in Australië heeft gewerkt. Ze willen nog naar Latijns Amerika. Ik geef ze m’n Facebook voor inspiratie. Ze droppen ons aan het zuidelijk uiteinde van Lake Pukaki. Ze zullen een kampeerplaats zoeken aan de oostelijke kant en rijden terug. We wandelen op een fietspad met fantastisch zicht op het meer en Mount Cook! Hoe uitgestrekt is dit landschap!? We kijken uit op 80 km groenblauw gletsjerwater met een scherpe witte top van 3724 meter erachter. De hoogste van het land. We wandelen en liften. Iets verder op een parking staat een auto. De chauffeur is een mevrouw die ons naar Twizel wil brengen. Ze is ambassador of free camping voor het McKenzie District en toont ons de afslag naar Lake Poaka, een gratis kampeerplaats. In Twizel gaan we op zoek naar een dekentje om ons warm te houden ’s nachts. We vinden er geen in de Four Square supermarkt. Er speelt een band op het gezellige dorpsplein. We proberen nog een lift te krijgen naar Lake Poaka maar verdwalen in het dorp. We zetten ons als we op het buitenste wandelpad een mooi stukje gras zien naast een weide en de Twizel River. Er passeert volk. Wat later wassen we ons en zetten de tent naast de rivier. We zijn geschuild door het pad dankzij bomen.

    15/01: We hebben weer ferm koud gehad. Onze adem dampt als we opstaan. We ruimen op en wandelen naar het dorpsplein. Een mevrouw wandelt naast ons en vertelt over de Opp Shop, een tweedehands winkel. Veel dorpen hebben er één. Op het dorpsplein kunnen we gsm opladen en ontbijten in een kiosk met bankjes. Ik schrijf dagboek tot 9 uur. Dan gaat hardware store open waar ze alles zouden moeten hebben. Echter geen dekentje.. Gelukkig vinden we een fleece deken in een fishing shop. De uitbater is een meneer met lange dreadlocks. Hij geeft ons een kaartje mee van de regio. Ik kan erop zien dat de Dobson Valley veel privaat land heeft en dat er veel meer hutten zijn in de Hopkins Valley.

    Comments

  • 18Jan 2020

    7 Hopkins Valley 01/18/2020 New Zealand —

    Hopkins Valley, New Zealand

    Description

    We stappen naar de Glen Lyon Road en wandelen het hele eind tot aan de kruising met het Pukaki kanaal. Niemand reageert op onze duimen. Ik ga even een plakkaatje lezen. Er staat een track op met een pas die aan Lake Ohau uitkomt. Judith roept. Er is iemand gestopt. Een Duits meisje neemt ons mee. Ze heeft een tijd in Auckland gewerkt. Nu werkt ze in een café in Twizel. Ze heet Bella. Ze neemt een slechte gravelweg die doodloopt op een gedamde rivier. Ze rijdt terug en neemt de weg naast het Pukaki kanaal naar het gehucht Ohau. Ze stopt rond 13 uur waar het asfalt stopt. Herzlichen Dank! We beginnen te wandelen. Na een tijd stopt een busje. Ze gaan naar de vrije kampeerplaats Round Bush Camp aan het meer een paar meter verder. Ze zijn verbaasd dat we zo ver wandelen. Zelfs met een voertuig vinden ze het ver. Blèters! Op het einde van het meer ligt links een lodge. Iets verder zijn er nog twee boerderijen. Dan stopt de beschaving. We rusten in de schaduw waar we kunnen. We stappen goed door op de gravelweg. Onze schoenen zijn grijs geworden. We komen aan een splitsing en beslissen om naar de Temple kampeerplaats te gaan. Een goeie beslissing. Wat een mooie vallei! We zetten eerst de tent op tussen bomen. Er zitten vervelende vliegjes die bijten. Erna gaan we ons wassen in de koude South Temple Stream. Verfrissend. Er komt een oudere Nederlander tegen me praten. Hij woont hier al 39 jaar en is de buurt aan het verkennen met z’n oude 4x4 en elektrische fiets. We eten noodles met wortels en soep. Als de zon ondergaat kruipen we in de tent.

    16/01: We zijn laat wakker. Judith is moe. Ik maak de zakken. We laten ze liggen en wandelen het Temple View Circuit af. Veel is er niet te zien op het korte pad. Eens we stoppen met dalen en de loop gemaakt hebben gaan we op verkenning in de rivierbedding. En maar goed ook, we krijgen een mooi zicht op de North Temple vallei. We eten smacks en vertrekken gepakt en gezakt. We zijn al snel terug aan de splitsing. Vanaf hier is het een rechte weg, vol in de zon. We stappen door tot aan een hekken met twee bomen. Even rust in de schaduw. Het is de grens van het Ruataniwha Conservation Park. Er stopt een auto aan de andere kant van het hekken. De chauffeur doet z’n raampje naar beneden. Hij vertelt ons dat er in de Monument Hut veel muizen zitten. De Red Hut iets verderop is een beter alternatief. Op een plakkaat staan er wandeltijden aangeduid. 2 uur naar de Monument Hut, 3 uur naar de Red Hut. Ok, zullen naar de Red Hut proberen te geraken. We stappen goed door en zweten ferm. Halfweg gaat het niet meer. We rusten in de zon. We houden de Hopkins River goed in de gaten. We denken dat er onvoldoende water in staat om te kunnen varen. Na 2 uur komen we aan de eerste hut. Het is een muffe bedoening door de vele muizenstront. Hier start de route naar de Huxley hutten. We rusten en doen onze sandalen aan. We moeten de rivier over. Hij stroomt te snel. We vinden een padje langs de boomlijn. Het is smal. We gaan traag. Op het einde kunnen we door een rustiger stuk het water in en komen we op het midden van de fantastische Hopkins vallei. We vinden de 4WD niet meer en gaan onze eigen weg. We denken dat de hut op een groot, groen stuk onder de boomlijn aan de overkant van de vallei ligt. We steken alle armen van de Huxley River over die van links komen en naderen nog bredere stromen. Plots zien we rechts de Red Hut liggen. We staan al op gelijke hoogte maar nog in het midden van de vallei. De felle zon op de gletsjers verderop in de vallei heeft de Hopkins River doen aanzwellen. Ik wou op een te breed punt de bootjes gebruiken om over te steken maar Judith zegt dat we verder moeten zoeken naar een plaats waar we te voet over kunnen. Een heel eind voorbij de hut vinden we zo’n veilige oversteekplaats. We gaan hand in hand. Het water hakt redelijk op ons in. Erna worden de stromen kalmer tot er uiteindelijk plasjes en stroompjes met algen overblijven. We zijn er geraakt. We smijten de zakken af en gaan water halen in een stroom verderop. Ik plons kort tweemaal in het ijskoude water. Er staat een watercontainer naast de hut. Er is niemand. We wassen ons in ons blootje. We maken puree met kip teriyaki en macaroni alfredo. Er stopt een jeep. 3 gasten en een jongetje stappen uit. Ze bieden ons 2 koude biertjes aan als we vertellen dat we hier te voet geraakt zijn. Na het eten bekomen we even. We ruimen onze rommel op, gaan de flesjes terug geven en bedanken de weeral overvriendelijke Nieuw-Zeelanders. We nemen nog enkele foto’s van de vallei als de zon zakt. De andere bezoekers zitten aan een kampvuur als we ons terug trekken in de men’s quarters. Ze zullen slapen op de matrassen in de women’s quarters, het kamertje ernaast. Ik word maar één keer wakker als Judith schreeuwt na het krabbelen aan muggenbeten.

    17/01: We worden wakker als de zon opkomt. De 3 gasten en het jongetje vertrekken net. We eten noodles en pompoensoep als ontbijt en vertrekken, elk met een klein zakje, een stok en volle waterfles. Het eerste stuk gaat makkelijk. We volgen de 4WD en springen hier en daar over een beekje. Het is nog fris. We wandelen in de schaduw. Als we over een riviertje gaan zien we rechts een Toyota pick-up. Niemand te zien. Een jager? We wandelen tot we parallel staan met de Elcho Stream. Mount Jackson blinkt bovenaan de vallei. We moeten twee keer door de Hopkins River in onze sandalen. Erna doen we onze schoenen weer aan. De 4WD loopt verder aan de andere kant van de vallei. We zoeken onze weg over stenen en hobbelig grasland. Eerst gaan we naar beneden via een steile wand want in het bos is er geen doorkomen aan. Dan klauteren we over omvergevallen bomen op een smalle oever. We springen door enkele riviertjes en gaan omhoog op grasland. De zon is fel. Judith ziet het niet meer zitten. Volgens maps zijn we vlakbij de Dodger Hut. De laatste hut in de vallei en ons doel voor vandaag. Ik zie hem door de bomen! We rusten er een halfuurtje, nemen foto’s en gaan terug. Deze keer volgen we de 4WD in het begin en kennen we de obstakels die we tegenkomen. Er ligt een stinkend karkas van een dood schaap in de vallei. We krijgen te warm en zetten ons in de schaduw op een omgevallen boomstronk. Ik nuttig Nutella. We houden onze schoenen aan, ook om door de rivieren te gaan. Rond 18 uur zijn we terug aan de Red Hut. We wassen ons. Judith gaat om water. We eten puree met peper, champignonsoep en mac & cheese. Ik pieker over morgen. We maken al deels onze zakken klaar en verdelen de waterdichte zakjes over de belangrijkste spullen. Het is snikheet in de hut. Het was een prachtige dag. Dit is de mooiste vallei die we ooit gezien hebben. Buiten één zwaaiende chauffeur van een 4x4 hebben we niemand gezien.

    18/01: Vroeg wakker. Ik ga pissen. Het is nog ferm koud buiten. Ik kruip er nog even terug in. Judith staat al op en ruimt op. Ze maakt twee zakjes noodles klaar. Het zijn al de beste tot nu toe. We zorgen dat alles aan onze rugzakken hangt en vertrekken rond 8:30 uur. We wandelen richting de Monument Hut. We moeten de rivier over, sandalen aan. Er schuurt een stukje van de sandalen aan de binnenkant. M’n vel van m’n voeten ligt open. We strompelen voor een uur over keienvelden tot we aan de Hopkins River komen. We kiezen een kalmer stuk om te beginnen. We pompen de bootjes op en steken alles zo goed mogelijk weg. Er zitten vervelende vliegjes. Ik ben bang. De rivier gaat snel. Judith durft. We gaan! Het lukt. We klotsen over de stroomversnellingen. Ik ben nooit zeker over het volgende stuk. We stoppen veel om te kijken hoe de rivier evolueert voor we verder peddelen. We kruisen 3 mountainbikers die hun fietsen door het water zeulen. De rivier meandert en splitst. We moeten de splitsingen kiezen waar het meeste water naartoe stroomt, die zijn diep genoeg. Het is opletten voor lage stenen. We springen er snel uit als we iets voelen. De bootjes kunnen tegen een stootje. Bij een samenvloeiing zit ik op de lijn waar het water mekaar tegenkomt, de ‘Eddy’. Het bootje kantelt half en loopt vol water tot ik krachtig peddel. Het bootje reageert traag erna tot ‘k stop om het water eruit te laten. Tijdens het kantelen is de waterfles foetsie. Judith vindt hem later terug aan een steenoever. De rivier wordt breder, neemt af in snelheid maar blijft wel kronkelen. We stoppen. Er komen twee motorboten naar boven tegen stroming! Na 2,5 km peddelen komen we aan de samenvloeiing met de Dobson River. Vanaf hier is de rivier echt breed. Het is gemoedelijk dobberen. We gaan tot voorbij de samenvloeiing met de Temple Stream. We stoppen vlak voorbij een moeras en bomen. Het is jammer dat het al gedaan is. We ruimen op. Alle belangrijke spullen zijn droog gebleven. De bootjes zijn snel droog door de warme wind. Na een halfuurtje opruimen zijn we weer aan het stappen. We volgen een riviertje tot we niet meer doorkunnen aan hekkens. We steken over en komen weer voor een hekken. Ik doe het open en sluit het weer. We gaan een heuveltje op en openen en sluiten opnieuw een hekken. Judith voelt haar niet op haar gemak op het land van de boer. Ik wel. We volgen een rij dennenbomen en komen terug op de gravelweg. Vlak voorbij de boerderij houdt Judith een auto tegen met haar duim. Een Jeep met een gezin van 2 zonen stopt. De oudste kruipt in de koffer naast onze zakken. Ze rijden af aan de Round Bush Camp en dan nog een eind door naar Lake Middelton waar ook een kampeerplaats is. Ze logeren ernaast in een lodge die grotendeels afgehuurd is voor een trouw. We zetten de tent in een stukje bos iets weg van het meertje met watersurfers. Twee Waalse broers die de Te Araroa wandelen zetten hun tent naast de onze. We springen in het meertje. Judith maakt zich boos op twee jongetjes die stenen smijten op eendjes. We maken eten klaar aan Lake Ohau en ketsen stenen op het water. We zijn niet hypocriet. Daar zitten geen eendjes. We gaan vroeg slapen.

    19/01: We zijn laat waker. We blijven nog even liggen. De Walen zijn al weg. We ruimen op en gaan langs de kant van de weg staan. We hebben geen eten meer en krijgen honger. Er passeert niet veel verkeer. Er stopt gelukkig een Indisch koppel uit Delhi die in de lodge zat voor de trouw. Ze geven ons een zakje chips en droppen ons aan het einde van de weg op een splitsing. We wachten nog geen twee minuten of we zijn alweer weg met Jasmin en Frank. Een Duits koppel dat al veel gereisd heeft. We stoppen aan de Lindis Pass en wandelen eens samen naar boven.

    Comments

  • 24Jan 2020

    8 Aspiring - Routeburn 01/24/2020 New Zealand —

    New Zealand

    Description

    Erna brengen ze ons helemaal naar de New World supermarkt in Wanaka. We bedanken hen, halen een scone en stokbrood en zetten ons aan Lake Wanaka op een bankje in de schaduw. Als we op adem gekomen zijn wandelen we naar een camping. We zetten de tent tussen die van fietsers, laden spullen op, nemen een douche en wassen kledij. We wandelen terug naar de supermarkt om eten in te slaan en een gaspulletje te halen. De kodak kan opladen aan de receptie. Judith maakt pasta. Met een overvolle maag liggen we aan de tent in de schaduw. Onze armen vervellen. M’n linker binnen voet ligt open van de sandalen. Ik kleef een plakker op m’n voet en tape op de binnenkant van de sandalen. De zon is aan het ondergaan. We haasten ons naar de beroemde Instagram boom van Wanaka. Er poseren chique geklede Aziaten. Iets terug aan het meer stuur ik berichtjes naar m’n familie en update de Google map. Judith belt op een bankje naar haar familie. Ze is in haar nopjes als we terugwandelen over een groot centraal grasveld richting de camping en onze tent.

    20/01: We zijn wakker rond 8 uur. We eten een rest koude pasta met mayonaise in de grote gezamenlijke keuken. We drinken voor het eerst melk in Nieuw Zeeland. Het smaakt anders dan thuis. Voller. Met een volle maag proppen we onze zakken dicht en gaan we op de hoek van de straat staan. Na een 10-tal minuten stopt er een meisje. Ze brengt ons naar de parking waar de wandeling naar de Rob Roy Peak start. Er staan redelijk wat auto’s. We laten de waterfles vallen op het asfalt als we uitstappen. De plastieken dop is eraan. Lap. De zon is fel. We staan nog geen 5 minuten te wachten of er stopt een Duitser met een gehuurde felblauwe Toyota Corolla. Rene is z’n naam. Hij heeft 2 maanden vrij en komt van Fiji. Het is een grappige kerel van Frankfurt. Hij wou in het begin een wandeling doen maar rijdt dan bijna helemaal tot het einde van de weg, een ferm stuk over gravel. Hij stopt aan een voetgangersbrug over de East Matukituki River. Van hier is het nog maar 4 km tot aan de Raspberry Creek Car Park. Rene laat de auto staan en wandelt mee met ons tot voorbij het zicht op de Rob Roy Glaciar. Bedankt man! We stoppen aan twee grote bomen en rusten in de schaduw. We eten de helft van een pizzabroodje op. Na de pauze stijgen we tot aan de Aspiring Hut. Er is niemand. We rusten kort, vullen water bij en beginnen aan de Cascade Saddle met onze zware rugzakken met bootjes. Het is een heel steil pad over boomstronken. Ik ga eerst en probeer een traag tempo aan te houden zodat we niet veel moeten pauzeren. Het is lastig, een ferme inspanning. We zijn begonnen aan de hoogste pas in onze reis. Na een uur stijgen zijn we iets meer dan één kilometer opgeschoven. Het gaat goed. We wassen ons aan een stroompje en vullen water bij. We moeten naar beneden om een grote stroom over te gaan. Er kruisen mensen. Ze zeggen dat er een kampeerplaatsje is vlak voor we het bos zullen verlaten. We stijgen, blijven gaan en komen uiteindelijk boven de boomgrens. Het plaatsje in het bos vinden we niet goed. Ik ga kort verder zonder zakken en vind een uitkijkpunt die meer dan groot genoeg is. Hopelijk komt er geen wind opzetten. We plaatsen de tent en eten de rest van het pizzabrood. Er komen vier Israëliërs en een vader met twee zonen van Melbourne naar beneden. Dat is het. Voor de rest hebben we niemand meer gezien. Eén Israëliër zei dat we rusten op een helikopter landingsplaatsje voor noodgevallen. Het is de mooiste kampeerplaats waar de tent ooit stond. We hebben zicht op talloze pieken waarvan ik Mount French de mooiste vind. We zien en horen de Kea papegaaien. Ze komen niet tot vlak bij ons. Er zitten redelijk wat vliegen. We kruipen vroeg in de tent.

    21/01: We zijn wakker rond 6:30 uur. We ruimen op en nuttigen een stuutje met choco. Een slok water en we zijn weg. Judith gaat eerst. Ik volg op een tiental meter. Het gaat traag maar we gaan tenminste. Het is zeer steil. Er zitten stukken op rotsen bij waar we met onze handen moeten klauteren. Het is weeral een ferme inspanning. We komen hoger en hoger. Er kruist een Franse die daalt omdat ze haar bril kwijt is. Stom! Kort erna komen we aan het plakkaat: ‘Fatalities have occured’. Ok, we gaan traag, niks forceren. We komen een kwartiertje later boven op de pas. De Kea lachen. We zetten ons en genieten van het uitzicht van op 1835 meter. De Dart Glacier is al zichtbaar. Na eventjes bekomen dalen we tot aan een rivier waar er een tent staat. Twee lopers steken ons voorbij. We wassen ons in het ijskoude water en steken over op onze sandalen. Het is stijgen en dan weer dalen om tot op een mooie uitkijk vlak voor de gletsjer te komen. Judith eet rice crispies. Er steekt een mevrouw ons voorbij. We komen op een schuine flank met een lange steenmorene. Er is veel erosie. Alles onder onze voeten ligt los. We slieren en dalen op steile, losse paden. Onze schoenen zien af. Het pad draait naar beneden in het stenen landschap tot aan de voet van de Dart Glacier. Pas een eind verder zien we vegetatie. Even rust. Mueslibar. We zweten en drinken veel. We moeten sommige stukken weer steil omlaag om de oevers van de pril gevormde en al hard stromende Dart River te ontwijken. Op één stuk gaan we er vlak naast. Als we de Dart Hut naderen moeten we sandalen aandoen om grotere rivieren over te steken. Een oudere mevrouw die we boven al gekruist hadden steekt ons voorbij. Zij wisselt niet van schoeisel. Er staan tenten in het bos nog voor we de Dart Hut gezien hebben. We zetten onze tent ernaast op het enige stukje dat nog vrij is naast een waterkraantje en oude, wiebelende bank. Ik was me met m’n kleren aan. We gaan over hangbrug naar de hut en zitten even binnen voor we terug naar tent gaan om eten te maken. Het wordt mislukte champignonsoep en waterige macaroni. De oude bank houdt stand. Ik schrijf m’n dagboek. Judith schuilt al in de tent voor de vliegen. Tot morgen!

    22/01: Ik slaap niet zo goed omdat ‘k niet lang op m’n zij kon blijven liggen en het een beetje koud was. We staan later op dan gisteren. We vertrekken na 9 uur met een paar stuutjes in onze maag. Ze zijn over datum maar ja, beter dan niks. We wandelen door het bos. Judith is goed wakker. Haar zak was snel gemaakt en ze wandelt goed door. Het bos is dicht begroeid. Als we even rusten komt er een grijs vogeltje naast ons zitten. Het is niet bang. Later zullen we vernemen van een mevrouw die Robin heet dat de vogelsoort dezelfde naam heeft. Na twee uur komen we plots aan een lawinegebied waar er een stroom is. Erna komen we op een groen, golvend plateau genaamd Cattle Flat. We pauzeren, dalen en stijgen over heuveltjes. Het is bewolkt en er staat een sterke wind in tegenrichting. Na Cattle Flat gaan we een stukje door bos en over één van vele creeks. Judith gaat eerst, glijdt uit op een mossige steen en valt op haar staartbeentje. Ze weent, moet even bekomen en houdt vanaf dan haar sandalen aan. We gaan traag verder. De grijze wolken nemen toe en de bergen voor ons zijn niet meer zichtbaar. Ik ben blij als we terug in het bos komen. Moest het beginnen regenen zijn we beter beschut. Alles is groen. Op iedere morzel grond en hout groeit er mos. Hier en daar verandert het pad in een stroompje. Plots komen we weer aan een lawinegebied met een stroom. Om voorbij de stroom te komen moeten we over een grote, schuine rots met los grind op. We doen het heel traag. Het is duidelijk niet gemakkelijk en niet echt veilig. Ik ga eerst en terug om Judith haar rugzak zodat zij zonder kan oversteken. Het lukt. Dit was het moeilijkste obstakel tot dusver. We stoppen kort en zien regen in de verte door het bos. We doen jassen aan en zeil rond rugzakken uit voorzorg. We gaan verder door het dichte bos tot we op een open plaats met grasland komen. Na een strook in het bos waar we goed doorstappen komen we aan nog een open grasplaats. Dit is Daley Flat. Daar is de hut. Er zitten Canadese ganzen in de Dart River. Rangers zijn snoeiwerk aan het doen. We zetten de tent en wassen ons aan lavabo’s voor we eten maken in de hut. We maken veel te straffe chili soep. We eten de rest van het brood om te blussen. De nieuwe soort noodles zijn lekker. We babbelen met andere mensen. Er zijn twee oudere dames die we herkennen van in de Dart Hut, twee stille, Duitse meisjes en een Canadees en een Amerikaan. De laatste twee zijn weer het luidruchtigst en domineren het gesprek. We blijven niet al te lang en trekken ons terug. Het regent. We blijven droog. Greyworm, onze tent, doet weer z’n werk. Behalve in de hutten hebben we niemand gezien vandaag.

    23/01: We zijn een beetje groggy als we opstaan. Het is nog vroeg. Ik heb weer niet zo goed geslapen. Judith lag te draaien en er zat een beest lawaai te maken aan de tent. We vermoeden een Robin die de vliegjes van tussen de buiten en binnentent pikte. We ruimen als de bliksem op. Het zit vol verdomde zandvliegen. We beginnen meteen te stappen zonder ontbijt. Het is beter weer vandaag. Het pad loopt makkelijk door tot aan waar er drie jaar geleden een meer ontstaan is door een landverzakking. Hier gaan we het bos in. Judith heeft last van haar staartbeentje telkens ze haar benen wijd uit mekaar moet zetten om te stijgen of te dalen. Ze kreunt. Het is echt niet leuk om haar pijn te zien hebben. Ik duw haar rugzak bij stijgende stukken. We gaan bijzonder traag. Het is ook echt niet gemakkelijk. We krijgen te maken met glibberige boomstronken, brede beekjes, dikke modder en steile stukken op en neer. Op het einde van het uitgedroogde meer komen we aan een pad naast een afgrond. Er zijn trappen en het is effen en gemakkelijk. Erna ploeteren we door een bos vol mos. Een ouder Amerikaans koppel dat ons voorbij gestoken had staat voor ons te eten. Ze wandelen rond voor de zandvliegen. We gaan heel steil omhoog op een geïmproviseerd pad op het einde van de landverzakking, voorbij Sandy Bluff. We zijn bijna halverwege naar de volgende kampeerplaats. We dalen en komen langs de Dart River op een kiezelstrand. Hier maken we de bootjes klaar. Het zit vol zandvliegen. We varen naar de overkant en moeten de bootjes al voorbij een stroomversnelling wandelen. Iets verder is het weer van dat. Fuck wat is de Dart River heftig. M’n interpretatie is misschien beïnvloed door weinig slaap. Judith ziet het wel zitten om de grote golven aan te gaan. Beetje bij beetje volg ik haar en durven we samen de grotere stroomversnellingen aan. Ik heb weinig energie en eet een mueslibar. We komen aan een stuk waar we links moeten houden in een versnelling omdat er een boom in het water ligt in de bocht voor ons. Er komt plots een jetboat af in tegenrichting als Judith midden in de stroom zit. Ze vaart achterstevoren naar beneden en komt er met de schrik vanaf. Behalve voor grote stenen en de jetboat moeten we voor weinig opletten. Er zijn minder lage stenen dan in de Hopkins River. We nemen de stroomversnellingen en wisselen eens van bootje als Judith last heeft van haar staartbeentje. Het is leuk drijven in de rode, die ligt iets lager en voelt voor mij beter voor m’n rug. We missen onze stop niet na de samenvloeiing met de Routeburn River. De massa van de lucht in de bootjes krimpt in het koude water maar neemt toe uit het water in de felle zon waardoor de bootjes zouden kunnen ploffen. We lossen ze dus snel en leggen alles open om te drogen. We hangen en proppen alles aan en in onze rugzakken en wagen ons weer op het erf van een boer. We gaan door een veld met bange schapen, één met distels en een droog, kaal veld. Judith vindt een kapot hekken. Zo geraken we op de weg. Na een kilometer zijn we aan de Sylvan Campsite. We zijn weeral de enige zonder voertuig. We ruimen op, wassen ons in de WC en eten noodles en macaroni soep in het bos aan de Routeburn River. De dag eindigt zoals ze begon: met zandvliegen.

    24/01: ’s Morgens is het zo mogelijk nog erger. Er zit een zwerm van zo’n 20 of 30 aan de tent opening. Ik spring eruit en leg alles op een bank dichtbij. We maken dat we snel weg zijn. We wandelen iets meer dan een kilometer tot het begin van de Routeburn Track. Er is een parking. Er zijn meer mensen. Het pad is makkelijk en breed. We steken enkele bruggetjes over door het bos. We zijn niet gewend aan al die tegenliggers. Het pad begint te stijgen na een kampeerplaats. We gaan snel. Ik krijg last van m’n linker achillespees maar strompel koppig verder. Nadat we zicht hadden op een vallei krijg ik een appelflauwte. Ik draai en ga liggen. Judith geeft me een mueslibar en rice crispies met nutella. Ik leg doekjes in m’n linkerschoen onder de hiel. Na even rust gaan we verder. We komen bij de gigantische Routeburn Hut, precies een hotel. We rusten op het balkon. Judith maakt noodles. Het weerbericht meldt regen in de namiddag, nacht en ochtend. We gaan. Het bos maakt plaats voor korte vegetatie. Na wat voelt als een uurtje stijgen komen we aan Lake Harris. Het lijkt wat op foto’s uit IJsland. We draaien links de hoek om en komen bij een noodshelter. We rusten kort voor we verder gaan. Het pad daalt nu geleidelijk. Rechtsonder ligt de Hollyford Valley in de mist. De wolken boven ons zijn grijs, bedekken de hele hemel en komen steeds lager. Er komen kleine, witte wolken uit de mistige vallei omhoog. Tijdens een pauze spreken we kort met een Deen die vertelt over Stewart Island en een gezin dat water bijvult aan een stroom. De man van het gezin zegt dat als hij een tent had dat hij ze gewoon boven het pad zou zetten als hij geen reservatie had in de hut. Ik vind net zo’n perfect plaats links in een bocht. We wachten even, contoleren of er niemand achter komt en hop, spurtje omhoog. Er is plaats tussen mos en planten. Judith kruipt al snel in de tent. Ik maak curry macaroni. Het begint licht te miezeren. Rond 19 uur kruip ik erbij. Van slapen komt er niet veel in huis. De tent schudt van de harde wind en het regent constant.

    25/01: We zien ieder uur. Het lijkt alsof we midden in een storm zitten. Als het licht wordt kijk ik eens buiten. Mist. De schrik om ontdekt te worden maakt plaats voor de schrik om onderkoeld te geraken. We hebben lekker warm maar de tent houdt het geen dag meer uit. De regen druppelt binnen aan onze voeten omdat de voorkant niet perfect gestrekt kan staan door de vegetatie. Onze matjes en slaapzakken worden nat. Rond 10 uur mindert het kort met regenen. We wagen het erop. We ruimen zoveel mogelijk op in de tent. Judith gaat als eerste naar buiten. Raar maar waar, onze sokken en schoenen zijn droog gebleven. De tent is onderaan m’n rugzak bevestigd zonder zakje. We vinden nog alle piketten in de lange vegetatie. Hop het pad op en gaan. We merken al snel dat de tent alles slechter deed lijken. Het valt best mee. Op de bochten voelen we wind en het miezert maar het is geen erge storm. We stijgen kort en dalen naar Lake Mackenzie die we net zien liggen tussen de mist. Er komen veel mensen naar boven. Aan de hut maken we twee zakjes noodles. We hebben ze nodig. Een praatgrage Nederlandse moeder van een gezin van 5 babbelt met ons. We nemen een foto van het gezin. Ze dalen ook. We vertrekken later maar halen ze in. ‘Shoe repairs’ zegt de vader als we ze kruisen. Hun dochtertje haar schoen is kapot. We gaan door dicht regenwoud. Overal zijn er stroompjes en hier en daar verandert het pad in één. We stappen goed door. Judith trekt de kar. Na een eind komen we aan Earland Falls. Er staat een plakkaat: ‘Detour’. Judith denkt ‘dat duurt te lang, kom’. Ze gaat recht op de gigantische watervalmuur af die maar op enkele meters ligt maar toch niet goed zichtbaar is door de mist. We gaan over keien en steken een brugje over. We moeten opnieuw over keien die er nog dichter bij liggen en de wind blaast de helft van het vallende water op ons. We zijn kletsnat! Om de hoek staan er tegenliggers verdwaasd te kijken naar ons. Ik zeg: “We needed a shower.” Het was wel verfrissend. Judith marcheert verder. Na een uurtje komen we aan Lake Howden. We zetten ons op een bank maar niet te lang. Zandvliegen. Er is een camping niet ver weg, Greenstone. Ik twijfel, Judith niet. Ze wil uit de wildernis na zes dagen. We marcheren verder voorbij het pad naar Key Summit. Daar is nu niks te zien door de mist. We dalen tot aan de autoweg en een parking genaamd The Divide. Dit is het einde van onze langste en meest memorabele trektocht in Nieuw-Zeeland. We bekomen even.

    Comments

  • 26Jan 2020

    9 Te Anau 01/26/2020 New Zealand —

    Te Anau, New Zealand

    Description

    Er is een wel zeer dure bus naar Te Anau. Doe normaal. Judith lift. Ik twijfel. We zijn hier maar 30 km van Milford Sound. We zijn nu zo dichtbij.. Judith heeft beet. We kunnen mee met een Nederlands gezin die hun marketing bedrijfje Mowgli promoot in Nieuw-Zeeland. Ze kunnen twee extra plaatsen creëren in de koffer van hun huurauto. Dankjewel! We rijden langs Lake Gunn. Ze willen een kijkje nemen maar rijden te ver Cascade Creek op. Een leuke, mooie maar ook drukke campground. We stoppen aan Eglinton Valley voor een foto. Het weer betert en we zien de kliffen van Fiordland achter ons en rechts opduiken langs het gigantische Te Anau meer. We worden afgezet in het stadje aan Lions Park. Jasmin en Frank, het koppel dat ons een lift gaf naar Wanaka zit op het gras. Ze hebben mooie watervallen en een gletsjer gezien in de bergketen die we voorbij gevaren zijn, de Earnslaw Burn. Ze gaan morgen naar Milford Sound en willen ons gerust een lift geven. We gaan niet in op hun vriendelijke aanbod. Judith is nog te moe. Er is geen plaats meer in het goedkoopste hostel. Het zit vol Aziaten. Ik blijf in het park en leg alle natte dingen uit om te drogen. Judith gaat naar Four Square supermarkt. Er spelen Franse rugby in het park. Ik ga eens aan een katrol naar beneden. Judith komt terug met wraps, chips en bananen. Ze heeft een camping gevonden aan het meer op een eindje wandelen: Lakeview Holiday Inn. We zetten de tent en gaan douchen. Heerlijk warm water! We eten een soepje en noodles in één van de twee keukens.

    26/01: We slapen als een roos. Zalig. We staan op en bellen allebei naar onze mama. We wandelen erna naar de FreshChoice supermarkt. We gaan eerst om ontbijt, een groot pizzabrood dat we opeten op een bankje in een parkje tegenover de winkel. Erna gaan we weer binnen om proviand op te slaan voor de komende dagen. We wandelen terug langs het meer met een volle kartonnen doos. Ik neem nog een douche en schrijf dagboek terwijl alles oplaadt. Judith wast kledij. We gaan naar het Fiordland Visitor Centre aan de overkant van de straat. Op een blad staat het weerbericht voor de komende week. Het ziet er niet goed. Op de website ‘Met NZ’ zijn de prognoses al beter. We zien wel. Vandaag schijnt de zon. We wandelen langs het meer tot aan de bird sanctuary. De publiekstrekkers zijn een koppel Takahe. Het zijn twee kippen met rode snavel en blauwe veren. Ze vliegen niet net als de bijna uitgestorven Kakapo waarvan het eerste exemplaar van het fokprogramma opgezet tentoongesteld staat in het Visitor Centre. We wandelen naar het centrum van Te Anau. Judith wil haar kleingeld kwijt. We halen een pot Hokey Pokey. Er zitten kleine karamelbolletjes in het vanille-ijs. Eens terug op de camping neem ik nog een douche. Judith had gisteren al een transfercar van Queenstown naar Christchurch geboekt en nu boekt ze ook een rental van Melbourne naar Adelaide. We koken, doen de afwas en ik breng de set met keukenspullen terug. Judith had gevraagd om de kodak op te laden. Als ze er om gaat neemt ze het kabeltje mee. We hebben geen werkende meer en er ligt een doos vol met achtergelaten kabeltjes. We gaan aan het meer kijken naar de zonsondergang en ruimen onze spullen op. Om de rustdag af te sluiten doen we nog een toertje op de camping met de pot vanille-ijs. Op een plakkaat niet ver van de receptie staat “To keep mortels away from Te Anau the Maori god created Te Namu ( Sandfly ).”

    27/01: Ik ga douchen. We nuttigen de rest van het pizzabrood met melk en vertrekken.

    Comments

  • 30Jan 2020

    10 Fiordland 01/30/2020 New Zealand —

    Fiordland National Park, New Zealand

    Description

    We liften aan de bocht. Na wat aanvoelt als 10 minuten stopt er een grote mobilhome van Britz. Een Zwitsers koppel brengt ons naar de start van de Kepler Track. Hier stoppen er geen auto’s omdat ze te snel kunnen doorrijden. We wandelen naar de Waiau River maar bedenken ons. Het is bewolkt en we zouden aan de noordkant van Lake Manapouri uitkomen. Daar is pas op het eind een hut. We wandelen terug en meteen door langs de weg. We steken onze duim omhoog en er stopt zowaar een busje. We kunnen mee met een jong, Frans koppel dat al 3 maanden aan het werk is in Nieuw-Zeeland. Ze droppen ons in Pearl Harbour, geen Amerikaanse marinebasis in de Stille Oceaan maar een klein haventje in het dorp Manapouri. Vol goeie moed maken we de bootjes klaar en vertrekken we samen met 3 kinderen op twee kajaks en een jetski op de Waiau River richting Lake Manapouri. De wind neemt toe en komt uit de richting naar waar we peddelen. We geraken niet vooruit en de golven worden groter. We gaan naar de kant. We denken eraan om terug te keren en de Waiau River te volgen richting de oceaan. Judith had echter mensen gespot op het strand. Er is een pad dat naar de Hope Arm Hut gaat. We hangen de bootjes onderaan onze zakken en duiken het bos in. Het pad is duidelijker te volgen dan ik dacht. Judith gaat voorop en ziet overal muisjes wegspringen. Het pad is op sommige plaatsen zeer modderig maar dankzij houten planken goed begaanbaar. Het bos is niet zo dicht begroeid als op de Routeburn. De twee grootste obstakels zijn een hangbrug waarbij Judith haar bootje onderaan de rugzak blijft steken aan de zijkanten van de brug en een stroom die we oversteken op en naast een omgevallen boomstam. Op het einde van het strand stoten we links in het bos op de Hope Arm Hut. Het is een ruime hut waarvan de isolatie van het dak al wat heeft afgezien. Er ligt een kaartspel. Het is volledig. We manillen. Judith wint met twee puntjes. Er kruipt een muisje binnen via een gat in de deur. We wandelen een paar keer op het strand. Het zit vol zandvliegen. We eten boontjes in tomatensaus en puree. Judith vermoordt duizenden zandvliegen door Deet te spuiten aan een raam. Ze kijkt naar een Deense serie. Na liften, peddelen en wandelen rusten we wat vandaag. Als het donker wordt leggen we ons op de matten. We snappen het meteen, zo doen we geen oog dicht. Al die muggen. We spannen de tent tussen twee bankjes en proberen te slapen.

    28/01: Ik ga pissen. Judith blijft liggen. Het weer ziet er Ok uit. Ik blaas de bootjes op, ruim op en sleep de bootjes naar het strand op de Hope Arm Inlet. Er zitten Canadese ganzen. We vertrekken rond 8:30 uur. Judith krijst het uit voor een tijd. Ze reageert hysterisch op een meute zandvliegen die ons achtervolgt. Ik wil dat ze kalmeert, straks valt ze nog in het water. Lake Manapouri is kalm tot we uit de baai komen. Dan hebben we plots rugwind. Goed. De zandvliegen minderen en Judith kalmeert. We komen aan een inham links van ons en besluiten het erop te wagen. We volgen de baai niet maar peddelen meteen naar rots te gaan op het uiteinde. De wind valt weg en het is lastig. Aan de rotsen zitten er meeuwen. Ik stop om te pissen. Om de hoek hebben we weer wind in de rug. Judith gaat meer langs de kant. Als we aan de bocht naar de Southwest Arm komen is er een kleine vuurtoren. Ik vraag aan Judith of ze wil oversteken naar de West Arm. Het is ver maar de wind zit nog steeds goed. Er is hoop om tot aan Doubtful Sound te geraken. Ze antwoordt ‘ja, Ok’. We wagen het erop. Het is eigenlijk onverantwoord zonder zwemvesten. We blijven dicht bij mekaar. Ik wacht af en toe. Na iets minder dan wat als een uur lijkt zijn we aan de overkant. Er is een klein strandje. Het is 12:45 uur. We rusten en vervolgen onze weg op de West Arm. Hier varen de ferry’s dichter en is er een golfslag. De wind is gedraaid als we om de hoek komen. We blijven langs de kant en peddelen hard. We geraken nog vooruit. Judith spot links een strandje waar een riviertje is. Yes, we stoppen. We kunnen het water gebruiken. Dat van in de tank van de Hope Arm Hut is vuil. Na een dik uur komen we aan een groot strand in de voorlaatste inham van de West Arm. We rusten en vertrekken nadat er twee ferry’s gepasseerd zijn. Eens om de hoek is het alle hands aan dek. De wind is heel fel en zit pal tegen. We krijgen te maken met de grootste golven die we al gehad hebben. We proberen vijf minuten maar merken dat we echt niet vooruit geraken. We zijn genoodzaakt om te keren. Er restte ons nog maar één stuk inham. We konden rechts al het westelijke einde van Lake Manapouri zien. Bij het draaien houdt Judith geen rekening met de golven. Ze kantelt bijna. Ik draai pas als er geen golf komt. We gaan terug naar het strand om de hoek. We zijn uitgeput maar beslissen om hier toch niet te blijven. Als het weer morgen draait zitten we hier misschien vast. We varen terug, zo dicht mogelijk bij mekaar en de rand. Niet dat dat zoveel zou helpen als we omslaan. De rand bestaat uit steile rotsen zonder punt om aan vast te houden of te bekomen. Langs een rots slaan golven zijlings rechts op ons in. Ze zijn groot en volgen mekaar snel op. Ik ben bang. Ik peddel hard en schreeuw naar Judith om hetzelfde te doen. We halen het. Na de rots kan de wind minder z’n werk doen en zwellen de golven niet meer aan. We zijn gered. We komen iets later terug aan het kleine rustpunt waar we om 12:45 uur waren. We eten Kellogs, drinken water en geven mekaar een knuffel, blij dat we hier terug geraakt zijn. De wind in de Southwest Arm is nihil. Het water golft licht aan van links achter ons. Hoe dieper we de lange inham inkomen, hoe kalmer het wordt. Er zijn nergens stopplaatsen. Alle oevers zijn te steil. Het is raar, blauw bewolkt en we ruiken as. Zouden dit overgewaaide wolken zijn van de bushfires in Australië? Er komen zandvliegen naar ons. Judith is weer hysterisch aan het krijsen. Ik repliceer: “Als je kan schreeuwen kan je ook peddelen!” Het einde van de inham laat zich maar niet zien. M’n rug doet pijn en m’n buik en armspieren zijn aan het verzuren. Judith maakt een sportdrankje klaar. Op het laatste stuk peddelen we in het midden. Het is 20 uur als we onze bootjes het strand opvaren. We vinden de kampeerplaats. Meer dan een krot WC is er niet. Ik zet de tent zodat Judith een beschutte plaats zonder zandvliegen heeft. Ze kookt met de buitentent open terwijl ik alles opruim. We bekomen. Het zit vol vliegjes tussen de binnen en de buitentent. Hun getik klinkt alsof het regent.

    29/01: We slapen niet zo goed. Er zat weer een Robin vliegjes te pikken vannacht. Ik moet pissen en trotseer de vliegjes. Ik plooi de bootjes op en ruim de zakken en tent op. M’n handen worden veel gebeten. Het is bewolkt en het miezert af en toe. De zakken wegen maar dat deert niet. We stappen goed door op de Borland Road. Pas nadat we in de helft zitten kruist er een Jeep. Het pad stijgt en we komen op een uitzichtpunt op de Grebe Valley. Om de hoek komt de Jeep terug achter ons. Judith steekt haar duim uit en hij stopt. Het is een gepensioneerd koppel dat gewend is om zware 4x4 routes te verkennen. Ze droppen ons 5 km verder aan de Borland Bivy. We beginnen te wandelen door het bos. Het pad is goed aangeduid met oranje driehoekjes. We komen op een open veld met hoge grassen en later weer in het bos. Als we een tweede keer op een grasland komen begint het te regenen. Eerst licht, dan harder. We komen gelukkig niet veel later terug in het bos en zijn beschut. We beslissen om niet meer naar de verste Monowai Hut te gaan maar naar de dichtste Green Lake Hut. Na de kruising is het stijgen. En geen klein beetje! Judith sakkert en kan niet meer. Ik neem beide rugzakken en vraag of ze iets positiever kan zijn. Ik hou het een 2-tal kilometer vol en geef haar rugzak terug als we al een stuk in de afdaling zijn. Als we aan het meer komen gaat het pad uit het bos naar grasland aan de oever van de Green Lake. Lap, Ok, gaan. We ploeteren in de harde regen over grote grassen en struikjes. Het pad is weg! Het ligt in het meer dat buiten z’n oevers is getreden! De hut ligt gelukkig niet onder water. Op het laatste stuk moet ik door een riviertje waarbij heel m’n benen in het water gaan. Ik drop m’n rugzak aan de hut en ga terug op zoek naar Judith. Het laatste stukje draag ik haar rugzak. Er zijn twee dames in de hut: Robyn en Judy. We drogen ons en doen droge kledij aan. We eten soep, brood, macaroni en gezouten nootjes. We hangen alle natte kledij open en steken samen de kachel aan. Het is een mooie hut waar we tot rust kunnen komen. We slapen boven elk op twee matten.

    30/01: Door het raampje zie ik dat het flink waait en nog bewolkt is. We ontbijten veel. We zijn traag vandaag en ruimen pas op als Robyn en Judy al doorgaan. Ik laat de pindakaas achter voor andere trekkers. Het is te gezouten en smaakt ons niet. Het eerste stuk is ferm zoeken. We moeten een 100 meter bush bashen door het bos vooraleer we een eerste oranje driehoek te zien krijgen. Eens op het pad is het eerste stuk ferm stijgen tot aan een zicht op een uiteinde van Lake Monowai dan zouden we moeten dalen. Er zitten echter stukken tussen die nog steeds ferm stijgen. Daar hadden we niet op gehoopt en dus komen ze hard aan. We gaan door modder en langs boomstammen. Ik val over een losse boomstronk. We wandelen kort samen met twee gasten, een meisje en een hond. Rond 15 uur komen we eindelijk na veel geploeter aan de kruising naar de Roger Inlet. Het pad erna ligt goed, beter dan verwacht. Pas na 2 km stuiten we op modder. Iets verder is er een lawinegebied met veel dode bomen. Judith volgt een oranje driehoek en gaat vol tekeer in het struikgewas. Dit kan niet. Er is een rivier. Die moeten we volgen. We wandelen een heel eind. De modderstroken worden erger. De zon ruimt plaats voor regen. We nemen omwegen om natte modder te ontwijken. Ik stap links van een boompje en hou me eraan vast. Het boompje buigt en ik val op m’n rug met m’n rugzak zacht in de modder haha. Als we langs de baai komen stijgt en daalt het pad meer. Op het einde moeten we langs een richel waar we op twee omgevallen bomen stuiten. Dit is gevaarlijk. We nemen onze tijd en geraken erover. We dalen steil en zien de hut opduiken. Het is de originele Roger Inlet Hut met één stapelbedje. Iets verder ligt de nieuwe hut. Er zijn mensen. Twee kerels, Steve en Travis. De laatste is duidelijk zat en stoned. We krijgen meteen twee pintjes. Er zitten veel zandvliegen en er speelt goeie muziek. We bekomen een uurtje in de warmte en trekken ons dan terug in de originele hut. De zandvliegen werden Judith teveel. Puree met kip teriyaki. We slapen samen onderaan op twee matten. Judith mept nog wat muggen.

    31/01: Muggen maken ons wakker rond 6 uur. Judith blaast de bootjes op in het hutje. Ik voel me zwak. We eten noodles. We zeggen kort dag aan Steve en Travis die nog kleine oogjes hebben en kruipen in onze bootjes. We steken meteen de Roger Inlet baai over en laten de zandvliegen achter. Er is redelijk wat wind op Lake Monowai. Als we op de hoek komen is het weer alle hands aan dek. We moeten hard peddelen om de grote, schuine golven de baas te blijven. Het lukt ons. Nu krijgen we wind in onze rug. We blijven de oever links volgen. Aan een breder stuk met moeras en dode boomstronken krijgen we weer zijwind. We blijven niet ver weg van de rand en houden vol. Af en toe giert de wind over het water waardoor het precies regent. Aan de laatste inham links voor we aan de juiste zitten gaan we over het meer. Om de hoek om te gaan komt er stroming en wind van links dan is het gedaan. Het laatste stuk zitten we veilig. We meren links van de stuwdam aan en sorteren onze spullen. De twee gasten, het meisje en hun hond zijn er ook. Ze zijn verbaasd en staan vol bewondering te kijken. Hun kampeergerief is zwaarder dan het onze. Als we bijna klaar zijn met opruimen komen er een jongen en meisje van Oost-Vlaanderen tegen ons babbelen. Ze willen naar de Green Lake Hut. We leggen hen uit waar ze zich aan kunnen verwachten. Er wandelt een ouder koppel terug van op de dam. Ze zijn de enige die hier nog zijn. Judith spreekt ze aan en regelt een lift. Ze zijn van Birmingham en rijden in hun klein huurautootje via de scenic route helemaal terug tot in Manapouri. Ze stoppen aan Fraser Bay. Thank you so much! We hebben terug zicht op waar ons avontuur 5 dagen geleden begon: het onstuimige Lake Manapouri. De wind giert. Ik leg me in het gras en geniet van het uitzicht. Judith staat een kwartiertje te liften. Er stopt een Jeep. Het is weer een ouder, Brits koppel. Ze zijn van het Lake District. De meneer heeft nog een restaurant gehad op het Isle of Skye. Ze brengen hun winters door in Nieuw-Zeeland omdat hun zoon hier werkt. Ze leven wel op mooie plekken. Het zijn duidelijk zeer hoffelijke mensen. Ze droppen ons aan de FreshChoice in Te Anau. We winkelen en halen eten. Het is de duurste rekening tot nu toe. We wandelen opnieuw langs het meer naar onze gekende camping. We eten pizza en de rest van het Hokey Pokey ijs dat we in de vriezer hadden achtergelaten. We nemen een douche en wassen terwijl onze vuile kledij. We eten een tweede pizza en brood. We ruimen op en kijken op de website ‘Met NZ’. Het weer ziet er niet goed uit voor de komende dagen. Er is zelfs een storm waarschuwing voor Milford Sound. We zijn wat depri. Ik sta nog lang onder een warme douche.

    Photos & Videos

    Comments

  • 01Feb 2020

    11 Milford Sound 02/01/2020 New Zealand —

    New Zealand

    Description

    01/02: We ruimen op en eten stokbrood met kaas en mayonaise. We proppen elk nog twee bananen in onze mond en wagen het erop. We wandelen een laatste keer langs het Te Anau meer en slaan af naar de Milford Road. We stoppen aan nummer 217. Hier woont Judy van in de Green Lake Hut. Haar vriendin Robyn wil misschien de packrafts kopen. Er is niemand te zien. We liften. Er staat nog een lifter. Ik wandel eens naar de volgende bocht. Als ik terug bij Judith kom stopt er een busje. We mogen mee. Er zitten 5 Chinezen op. De chauffeur is van Hong Kong en heet Jeff. Hij woont al 22 jaar in Queenstown. Hij geeft uitleg in het Chinees via een koptelefoon. We stoppen aan Eglinton Valley en Mirror Lakes. Ze vragen of we niet meewillen op cruise. Een moeder en dochter zijn namelijk achtergebleven in Queenstown omdat de dochter haar bril gebroken was. OMG wat een geluk! We rijden door de Homer Tunnel. Het zicht erna is adembenemend. Wat een rotsen. Aan de terminal krijgen we tickets van Jeff. We wandelen langs de kade en babbelen kort met een buschauffeur uit Christchurch. De andere lifter, een Duitser, is hier ook geraakt. We praten kort voor we instappen. We gaan onderdeks en mogen scheppen aan Chinees buffet. Ik neem van alles iets. We eten en gaan buiten kijken. Het stopt met regenen. De ferry vaart langs de linker rotsen tot in de open Tasman Sea. We draaien plots bruusk 180° in ruwe zee. We staan buiten achteraan en moeten ons vasthouden. Jeff staat naast ons en is aan het bellen. Hij is het duidelijk gewend. We zien beide kustlijnen. Op de terugweg vaart de ferry langs de andere kant vlakbij Stirling Falls, Mitre Peak, Harrison Cove en Bowen Falls. We nemen een foto van een oude Japanner die al in Brugge is geweest. Het zit er op. We gaan terug naar de bus op stopplaats 13. We bedanken Jeff uitbundig. Judith praat met de andere Chinezen en wisselt Instagram uit. We rijden de rest van de dag helemaal mee tot in Queenstown. Op het stuk na Te Anau zien we een glooiend landschap met veel schapen en koeien. De enige keer dat Jeff stopt is voor een plaspauze in Mossburn, een uitgeblust dorp. We bieden koekjes aan. Jeff wordt moe. Hij spant zijn knokels en hangt over het stuur. Hij moet opletten. De wind giert tegen het busje. Rond 18 uur komen we aan Lake Wakatipu. Rechts liggen scherpe rotsen en in de verte links ligt Mount Aspiring National Park.

    Comments

  • 02Feb 2020

    12 Lake Hawea 02/02/2020 New Zealand —

    Lake Hawea, New Zealand

    Description

    We worden gedropt in het centrum van Queenstown. We bedanken iedereen nog eens hartelijk. Xiè Xiè! En wandelen naar camping Lakeview. Het staat vol kampeerbusjes. We zetten de tent in de hoek en wandelen met een hawaibroodje door het stadje. Het is duidelijk gericht op de Aziatische markt. Earnslaw Park en de kade aan het meer vinden we de mooiste plekjes. We zijn niet meer gewend aan de massa mensen. Er spelen straatmuzikanten. Als het begint te schemeren wandelen we terug naar de camping. We nemen een douche en kruipen in de tent. Wat een geluk vandaag!

    02/02: Het miezert als we opstaan. We gaan naar de grote, gemeenschappelijk keuken. Judith zet de packrafts te koop op Facebook. Als de regen mindert wandelen we naar het centrum. We schuilen voor harde regen onder de kerk en gaan een straatje verder naar een publiek WC. We wandelen tot aan een hoofdstraat en praten met een Nepalees aan een bushalte. We nemen de bus tot in Frankton waar er een color run bezig is. We wandelen 500 meter naar de luchthaven. Onze transfercar request naar Christchurch wordt niet geaccepteerd. We vragen aan alle verhuurmaatschappijen in de terminal of ze één ontvangen hebben. We vangen bot. Ook bij een maatschappij buiten de luchthaven zien ze niks. We annuleren de request en wandelen terug naar een rondpunt. Het regent. Na 15 minuten stopt er een grote Britz mobilhome voor een andere lifter iets verderop. Hij komt naar Judith. Ik ben ‘Wanaka’ aan het schrijven op karton dat ‘k gevonden had in container aan tankstation. We gaan samen naar de mobilhome. We kunnen alle drie mee met een pas gepensioneerd Frans koppel uit de Elzas. De andere lifter is van Tsjechië en zit achteraan. Hij krijgt een pintje. We hoeven niks. Het Frans koppel heeft Nieuw Caledonië bezocht voor ze naar Nieuw-Zeeland kwamen. De broer van de man woont en werkt er als verpleger. We gaan via een scenic route en passeren Cardrona. Het regent en is mistig. We worden gedropt aan Lake Wanaka. Merci beaucoup! We wandelen richting het oostelijke deel van het stadje. We gaan naar WC in het DOC Visitor Centre en wandelen helemaal tot aan de splitsing met de baan naar de West Coast. We staan er nog maar net of er stopt al een auto. Een builder trainee uit UK Shropshire neemt ons mee voorbij Albert Town naar Hawea. Hij vertelt ons dat de brexit een feit is. De UK is uit de EU sinds gisteren. Even goeie vrienden! We stappen uit aan het gelijknamige meer. Er is veel wind. We nemen een kijken aan de dam naast de brug en gaan terug naar de splitsing om verder te liften. Er stopt niemand en verder ziet het weer er zeer dreigend uit. We gaan naar de camping iets verderop. Judith betaalt. We vinden niet meteen een goeie plaats waar de tent geschuild staat tegen regen en wind tot we een struik opmerken niet ver van het sanitair blok. We wandelen eens langs het meer en maken eten: restjes noodles, rijst, puree en tomaatjes. Als het kort giet kruipt Judith in de tent en neem ik een warme douche. We staren op een bankje aan Lake Hawea naar donkere wolken in de verte voor we ons op de matjes leggen.
    03/02: We slapen goed. Judith gaat douchen. Als ze terug is heb ik alles opgeruimd. Het is mooi weer. De zon schijnt. Dat is niet wat we verwacht hadden. We bakken brood in het keukentje en nemen twee plakjes kaas en melk. Het staat duidelijk op de frigo: Geen labels, geen eigenaar! We gaan terug naar de splitsing waar we gisteren geen geluk meer hadden.

    Comments

  • 03Feb 2020

    13 Franz Josef 02/03/2020 New Zealand —

    Franz Josef Glacier, New Zealand

    Description

    Ik denk dat ze me ongeschoren niet zullen meenemen dus ga ik iets hoger boven de weg en begin me te scheren. Er stopt toch wel een Jeep zeker. Ik heb nog maar half gedaan en hou een hand voor m’n gezicht. We kunnen mee met Jeremy en Seth. Het zijn twee grappige kerels. Ze vapen en roken weed. “We only do that when we’re driving so the road looks funny.” We rijden langs The Neck. Jeremy vertelt dat Lake Hawea vroeger niet zo ver kwam en dat er een belangrijk Maori dorp was. Hij geeft les in Maori. Seth is een kunstenaar. Hij kerft stenen. Ze rijden naar Cove Bay op zoek naar greenstone. Ze zijn er duidelijk door gepassioneerd. We rijden langs de Makarora River. Er zijn veel regenbogen links. We zijn snel aan de Haast Pass, de laagste om de Nieuw-Zeelandse Alpen over te steken. We rijden al kronkelend via regenwoud naar beneden. Overal zijn er watervallen. Het regent dan ook dat het giet. Seth zegt dat er hier vermaarde canyons zijn om aan canyoning te doen. Toch niet in dit weer. We rijden langs Pleasant Flat. De Haast River in de vallei rechts van ons wordt breder en breder. Precies de Rijn of de Maas. Het is een enorm verschil met het kolkend riviertje bovenaan de pas. Jeremy dropt ons aan het Haast Visitor Centre. Good luck finding greenstone guys! We gaan snel naar binnen. Ik scheer me verder in de WC. Judith merkt dat we de toiletzak kwijt zijn. Shit. Omdat het zo hard regent lezen we alle info op de plakkaatjes in het ouderwetse bezoekerscentrum. Mij interesseert vooral de uitleg over de aanleg van de pas en de soorten kiwi die hier leven. We zeggen aan de ranger aan de balie dat we graag de Copland Track willen doen. Het gaat niet. Er is deze week een waarschuwing voor overstromingen. De Karangarua River zal buiten z’n oevers treden en de alternatieve route via Rough Creek zal ook overstromen. Er is een hok naast het tankstation met matrassen waar gestrande lifters kunnen slapen. Hij geeft ons karton. We schrijven er ‘Greymouth’ op. Dit is de stad een 300 km verder aan de westkust. Als het enkel nog miezert gaan we op de splitsing voor de Haast River Bridge staan. Het duurt. Het meeste verkeer komt uit tegenrichting of vlamt bocht in richting Jackson Bay. Na een uurtje stopt er een groenpaars busje van Live Jucy. Theresa en Julian uit Duitsland en Zwitserland gaan tot Fox Glacier. Ok! Ze reizen 6 maanden en gaan nog naar Zuid-Amerika. Ze komen van Zuidoost Azië en Australië. We rijden via smalle bruggetjes over de kolkende Karangua, Cook en Fox Rivers. Het is griezelig hoe krachtig de grijzen golven tegen de bruggen botsen. We stoppen aan het Visitor Centre in Fox Glacier. Het is enkel voor rangers en niet open voor publiek. 6 km verder aan Matheson Lake zouden we Mount Cook moeten zien maar helaas. Het is dicht bewolkt. Het begint plots te gieten. We schuilen aan publieke WC’s. Er stopt nog een auto. We kunnen mee tot Franz Josef met een koppel uit Peru van Chiclayo en Lima. We halen ons Spaans nog eens boven. Ze werken als plukkers in Nieuw-Zeeland om te sparen. Ze hebben een paar dagen vrij. Het baantje kronkelt door regenwoud. In Franz Josef volgt de ene stortbui de andere op. We schuilen aan bushalte met moderne, pratende WC’s. We proberen verder te liften maar tevergeefs. Het wordt al donker. We eten noodles met tomaat en gaan op zoek naar een hostel. Alle recepties zijn al gesloten. Bij één staat er nog iemand maar hij heeft al afgesloten en mag geen boekingen meer doen. Of is hij te lui? “Put tent in the back, past the arch but get away before 6:30 or I could get into trouble.” Voorbij de vermelde arch is er een grindparking en een werkhok met stoffige matras maar geen plaats om hem te leggen. Laat staan een plaats om onze tent te zetten. We gaan terug naar de bushalte via kerk, brandweer, politie en gemeenschapsgebouw. Nergens is er nog iemand. Judith legt haar op matras. De lichten blijven aan. Het blijft gieten. De we(s)t coast krijgt ons klein.

    04/02: De massa water doet het dak lossen. In het midden stroomt het erdoor. Judith maakt me wakker rond 7 uur. Net op tijd, de schoolkinderen verzamelen voor ons. We staan een hele tijd te liften in de gietende, gierende regen. Er komt een groep mensen voor de bus naar Queenstown. Het zijn Belgen. Ze zeggen dat de weg naar Milford Sound ingezakt is. De herstelwerken duren minstens 6 weken. Ze zijn beteuterd omdat ze er niet meer naartoe kunnen. Ook de bus naar Greymouth passeert. Die is belachelijk duur! We blijven volhouden. Als we de stortregen trotseren om onze duimen te tonen stopt er plots een pick-up. Vader en zoon, Adam en Clyde redden ons. De vader toont een foto op z’n gsm. De Fox River staat tot tegen de brug. Er stonden mensen van wegenwerken te kijken of de brug nog betrouwbaar is. Iedere brug die we over rijden heeft een kolkende, bruingrijze rivier eronder. Er zijn geen oevers meer in de valleien. Alles is water. Adam rijdt goed door en haalt veel verkeer in. Ze stoppen voor een broodje en koffie in Whataroa. We blijven in de auto. Door de lage wolken zien we enkel de basis van de bergen. Adam woont en werkt in Auckland en is trots op z’n land. Clyde werkt in Perth in West Australië. Ze hebben samen een paar dagen vakantie en doen een toer op het zuidereiland. De eerste echte beschaving die we tegenkomen op de westkust is het stadje Hokitika. Ze brengen ons helemaal naar Greymouth, een functionele havenstad. Clyde neemt over van z’n vader en rijdt richting Arthur’s Pass door naar de ferry in Picton. Ze zijn hier meer afstanden gewend. We zijn gedropt aan een Isuzu dealership. Het is te duur om hier auto te huren.

    Comments

  • 04Feb 2020

    14 Abel Tasman 02/04/2020 New Zealand —

    Marahau, New Zealand

    Description

    We wandelen naar de McDo voor de wifi. Ace Rental is goedkoper. Er is een deal maar we kunnen niet accepteren vooraleer ze duurder wordt. We gaan ernaartoe. We vangen een stortbui. Er is niemand. Er staat 11 – 14 op een plakkaat. Het is 13:45 uur. We vragen info in winkel ernaast. Er speelt muziek in het atelier. Ik pak een stuk karton. Er komt een auto opgereden als we net weer zouden liften. De werknemers zaten in een ander filiaal niet ver van het station. We kunnen een Nissan Tiida huren voor maar een beetje meer dan de deal. We doen het. We nemen geen verzekering en zijn weg. We rijden naar het noordoosten. Het verkeer neemt af. Ik stop aan de Brunner Coal Site. Het is typisch Engels, nadruk op hun industrie en lang vervlogen vooruitgang. We volgen de Grey River. De wolken stapelen zich op. Judith gaat naar de supermarkt in Reefton. Het begint te gieten. Ik kan niet ver zien. Het is moeilijk rijden. We draaien naar het oosten aan de splitsing in Inangahua. We draaien en keren in het bos naast de snelstromende Buller River. Als we eens stoppen als het niet regent zitten er veel zandvliegen. We zien een niet vliegende vogel en denken dat het een kiwi is. We zullen later zien op een plakkaat dat het om een weka gaat. We volgen de Buller River langs Murchison. We slaan af naar Rotoroa Lake, een deel van het Nelson Lakes National Park. Een klein baantje brengt ons tot aan het meer. We wandelen tot erbij. Als we een plakkaat lezen over een Zweedse kanovaarder kraken er bomen achter ons. Er zijn ferme takken gekraakt en half gevallen. We verschieten en wandelen via een andere weg terug tot bij de auto. Snel weg hier! We rijden terug het baantje af en verder. We stoppen aan Kawatiri Junction. We wandelen kort de oude spoorweg af achtervolgd door veel zandvliegen. We zetten de auto langs de kant. De voorste zetels gaan goed plat. Hopelijk regent het morgen minder.

    05/02: We slapen niet zo goed omdat we koud hebben. We vertrekken meteen nadat de wekker afloopt. We rijden richting St Arnaud maar zien wolken op de bergen voor ons. De rest van het Nelson Lakes National Park zal niet voor nu zijn. We keren en nemen de State Highway 6 naar de stad Nelson langs veel velden en gekapte bomen. We stoppen kort aan een minder uitzichtpunt waarvan de kleine parking vol kampeerbusjes staat. We slaan af voor Richmond naar het noorden. De zon! Hoera. We zien veel appelplantages. Hier komen de Peruvianen werken die ons een lift gaven van Fox Glacier naar Franz Josef. We gaan door het drukke Motueka. Ik sla af en neem een klein baantje via Ruby Bay. We stoppen eventjes en wandelen over het kiezelstrand. Geen robijnen te zien. We rijden door naar Marahau en de start van de Abel Tasman Coast Track van het gelijknamige National Park. We wandelen een klein deeltje van de trek naar Porters Beach. We gaan terug naar de baai inham en steken de gele packraft in het water om over de golven te kletsen. Er is veel ruimte in de packraft zonder rugzakken. Als hij gedroogd is nemen we een klein baantje naar Split Apple Beach. Als ik achteruit rijd op een steile oprit horen we een knal. Oh ooh! Gelukkig is er niks te zien aan de onderkant. We laten de auto aan een gele streep geparkeerd en gaan padje naar beneden. Er is een klein strandje aan de speciale rots. Er staan twee Waka kano’s die de Maori gebruikten. Een groep vertrekt met veel show net als we weer weggaan. Er ligt geen boete op de vooruit. We rijden langs kustbaantjes via Kaka Pah outlook en Kaiteriteri terug naar Motueka. Judith haalt eten en de noodzakelijke inhoud van onze verloren toiletzak in de Countdown. We tanken in Nelson aan de haven.

    Comments

  • 05Feb 2020

    15 Marlborough Sounds 02/05/2020 New Zealand —

    Picton, New Zealand

    Description

    We rijden langs kronkelende bossen tot in Havelock. Vanaf daar nemen we een scenic route langs de sounds of fjorden. We rijden eerst naar de Anakiwa Road, de straat waar de Queen Charlotte Track eindigt. Die straat is echter al te ver. We gaan terug en slaan af in de Kenepuru Road. Het is draaien en keren langs mini weggetjes die hier en daar verzakt zijn. Er zijn onderweg niet veel uitkijkpunten maar als er één is dan mag het uitzicht er zijn. We doen er een uur over om tot in Te Mahia te geraken. We stoppen aan de saddle en wandelen naar Onahau Lookout. Er staat dat het 1 uur en 50 minuten duurt om er te geraken. We gaan hard en zijn al boven na 25 minuten. Wat een uitzicht krijgen we! We zien drie zee-inhammen en bijna heel de bergkam van de Queen Charlotte Track. Een ouder koppel dat we voorbij staken komt ook boven. We nemen foto’s van elkaar. Ze gingen Mount Stokes beklimmen, de hoogste berg in de Marlborough Sounds. Die ligt echter in de mist vandaag. We blijven langer dan een uur op het uitkijkpunt. We rijden naar de baai in Te Mahia en terug langs de Kenepuru Road. Aan Ohingaroa Bay zien we een prachtige zonsondergang richting Moetapu Bay. We rijden door tot Ngakuta Bay. Er is een openbare camping aan de baai. We wassen ons haar en rijden stukje verder tot aan bocht met bankje. Judith maakt macaroni. Het is al donker.

    06/02: Ik word één keer wakker en slaap twee keer 3 uur. Het was tamelijk koud. We ontbijten op ons gemak op het bankje met zicht op Grove Arm, de uitloper van Queen Charlotte Sound. We wandelen iets verder naar uitzicht op het haventje van Picton waar we ook nadien gewoon langs rijden. We merken de straat en het tankstation op waar we gewandeld en gelift hebben in de regen toen we van de ferry kwamen. Voor Blenheim is er een stop met WC’s voor Judith. Rond Blenheim rijden er veel gerestaureerde auto’s.

    Comments

  • 06Feb 2020

    16 Paparoa 02/06/2020 New Zealand —

    Punakaiki, New Zealand

    Description

    We komen in een brede, droge vallei vol wijnbouw. Na een uurtje rijden komen we aan St Arnaud, deze keer in de volle zon. De ranger twijfelt als we in het Visitor Centre vragen naar een dagwandeling met een mooi uitkijkpunt. Ze zegt dat het uitzicht aan Lake Rotoiti goed is of misschien op Mount Robert. De twijfeling is te groot. We zijn lui vandaag. We gaan naar het meer. We struinen aan de oever. Judith maakt noodles. Ik ruim de koffer op en spring eens in het meer en zwem naar ponton. We eten goed en genieten van het zonnetje op het grasveld. De bootramp is heel druk vandaag. Het is een feestdag. De kiwi’s vieren de ondertekening van de Waitangi Treaty. Nieuw-Zeeland werd verdeeld op 6 februari 1840. De leiders van de Maori hadden het land verkocht aan de Engelsen. Het is een dubieus verdrag want de Maori geloven niet in persoonlijk bezit en dus kan volgens hun cultuur een land geen eigendom zijn van mensen. We rijden opnieuw via Kawatiri Junction naar de Buller River. We doen een tukje op een zijstraatje rechts nadat we brugje over de rivier oversteken. Het doet deugd. Ik ben groggy van het vele rijden. We stoppen een paar keer. De swingbridge om naar een waterval te gaan is betalend. We stoppen waar we voor het eerst een weka zagen. Het pad naast de Newton River is overspoeld. We krijgen een vlaag over ons. Het stopt gelukkig snel. De lower Buller River is zo mogelijk nog mooier. Aan de Kilkenny Lookout krijg ik zin om de packrafts uit te halen. We doen het niet. Best want de rivier wordt snel breder, de stroming neemt af en de wind neemt toe. We gaan niet naar Westport maar meteen naar het zuiden. De eerste keer dat we aan de westkust komen staan er Aziaten foto’s te nemen en terecht. Wat een prachtige, groene kliffen! Het doet denken aan foto’s van Hawaï. We stoppen om iedere hoek en gaan op de stranden waar we kunnen. De Inland Track van het Paparoa National Park staat aangeduid aan de monding van de Fox River. De rotsen zijn fantastisch. Een ander strand is afgesloten door hekkens zodat pinguïns niet tot op de weg kunnen komen. We wandelen een stukje landinwaarts langs de Pororari River, het einde van de Inland Track, tot aan een uitkijkpunt. Iets verder liggen de bekende Pancake Rocks van Punakaiki. Er zijn mooie wandelpaadjes aangelegd langs de rotsformaties die ontstaan zijn door erosie. We rijden door naar het zuiden.

    Comments

  • 07Feb 2020

    17 Lake Matheson 02/07/2020 New Zealand —

    Fox Glacier, New Zealand

    Description

    In het Visitor Centre van Nelson Lakes stond er bewolkt voor Franz Josef morgen maar we zullen het er toch op wagen. Tussen Greymouth en Hokitika gaat de zon onder rechts van ons in de Tasman Sea. Ik rijd door in het donker. Er speelt goeie muziek op de radio. Ik speel met de fares. We stoppen rond 23 uur aan Wahapo Lake.

    07/02: We zijn wakker rond 6 uur. Goed geslapen. Er zijn geen wolken. Gaan! Ik rijd door tot aan Fox Glacier en draai meteen af naar Matheson Lake. Terecht! Mount Tasman en Mount Cook staan te blinken aan de hemel. Wat een zicht! We doen het toertje van het meer in wijzerzin. Het laatste uitzichtpunt vanop een ponton aan het meer is het beste. Er zijn maar enkele mensen. Als we doorgaan stormt er een bende jonge gasten toe. Judith gaat naar de WC in Fox Glacier die we al kennen van toen we moesten schuilen voor het slechte weer tijdens het liften. We parkeren langs de rivier en beginnen te wandelen. De weg is duidelijk weggezakt op verschillende plaatsen. Er is een uitkijk tussen de bomen maar de uitkijk op het einde van het pad is beter. We gaan terug. Ik rijd nog naar de Cook River en daal eens af onder de brug. De rivier stroomt hard maar is al gekalmeerd in vergelijking met de kolkende massa tijdens het stormweer enkele dagen geleden. Als we terug kronkelen op het leukste stuk naar Franz Josef neemt de bewolking toe. Best dat we gisterenavond doorreden zodat we de prachtige bergen deze vroege morgen toch hebben zien liggen. We stoppen voor de parking omdat veel andere mensen dat ook deden en wandelen een tweetal kilometer. Kuddebeesten dat we zijn. Het was niet nodig. Er is nog veel plaats op de parking op het einde. Het miezert als we dieper in de vallei gaan. Het pad loopt al snel ten einde. Het is ferm ingekort sinds een landverzakking enkele jaren geleden enkele toeristen het leven kostte. Op de terugweg gaan we Sentinel Rock op. Best, daar is het verre uitzicht op de ondertussen mistige gletsjer nog het best. We stoppen aan alle meertjes en stops op de terugweg langs de westkust. Er is geen beschaving buiten gehuchten als Hari Hari en Ross. We stoppen in Hokitika. Ik ben redelijk bekaf. We rijden de kade op via een baantje in slechte staat. Daar mogen we niet slapen. We parkeren op een parking in straatje terug en wandelen door het centrum. We gaan om een pizzabroodje in de New World. Er zijn veel winkels die greenstone juwelen verkopen. Er staat een koude wind. We gaan naar de glow worm dell. Er is nog niets te zien. Erboven ligt een vervallen lodge. Er staat een Jucy busje. Zouden we hier slapen? We rijden naar het goedkoopste tankstation zonder personeel en mesten en kuisen de auto uit. M’n voeten zijn er erg aan toe. Sneden, eelt, etter.. Het wordt donker. Nu zijn de glow worms wel zichtbaar. Het lijkt op lichte kerstverlichting. Er heerst een speciale sfeer in het steegje met planten. Een sfeer waar redelijk wat mensen inclusief gsm’s op afkomen. Ik rijd traag door tot Kumara Junction en sla af in een straat links voor de hoofdweg een bocht naar rechts neemt. Er staan mobiele WC’s op de hoek. De auto past er net naast op een grasveldje.

    08/02: We zijn al wakker rond 4 uur. Er passeert veel volk te voet achter ons. Als ‘k naar WC ga merk ik op dat er een reclamebordje en lichtje gezet is van het merk Kathmandu. Er gebruiken heel wat mensen de WC’s. Verder slapen lukt niet. Wat is dat hier. We gaan door rond 6:30 uur. De weg aan Kumara Junction naar Arthur’s Pass is afgezet. Lap!? We gaan naar publiek WC in Greymouth en naar de New World. We ontbijten, halen koekjes en gebruiken de wifi. Op het internet vinden we dat de weg maar kort afgezet is deze morgen voor een race evenement. Ah, het zullen de racers geweest zijn die de mobiele WC’s gebruikt hebben. Later vernemen we dat het om de Kathmandu Coast to Coast Trail gaat. Fietsen, wandelen en kajakken van de oost naar de westkust op één dag. De Nissan Tiida is uitgekuist. We brengen hem al terug om 9 uur ook al konden we hem gebruiken tot 12 uur. Er rijdt juist een auto weg. “Just drop the keys around the corner.” We geven de sleutels toch liever twee minuten later aan dezelfde die er was toen we hier 5 dagen geleden waren. Dat is het. Judith neemt nog enkele foto’s.

    Comments

  • 10Feb 2020

    18 Arthur's Pass 02/10/2020 New Zealand —

    Arthur's Pass, New Zealand

    Description

    We gaan naar de overkant van de straat. Ik begin te liften. Judith zoekt een bus van Adelaide naar Alice Springs. Net als ze boekt en bevestigingsmail bekijkt stopt er een autootje. Een blonde met dikke tetten vraagt waar we naartoe gaan. Ik typ Kumara Junction in op haar gsm. Ze is op weg naar de gletsjers. We kunnen mee. Ze vertelt over haar reis en dat ze een Duitse verpleegster is. Er rijdt een flik in tegengestelde richting. De sirene gaat af en hij keert. Voor ons? Ja. We stoppen. Ze reed 62 waar ze 50 mocht. 80 dollar boete en wachten omdat de politiemevrouw de gegevens moet controleren en ingeven. Man toch. Scheisse! Blijkbaar is het niet haar eerste tegenslag. Ze zat op haar heenvlucht twee dagen vast in Qatar omdat een liggend streepje in haar naam niet vermeld was op haar boarding pass. Ik zou gek komen. Ze zet ons af naast het café aan het merkwaardige ronde punt met een spoorweg door. Het miezert. We worden meteen meegenomen door een auto met aanhangwagen. De chauffeur is een advocaat uit Plymouth die kwam kijken naar het dak van het huis van z’n pa in Greymouth. Hij heeft nog 3 jaar in de UK gewoond. Het is een aangenaam gesprek. Hij weet waar het begin van onze trek is want hij heeft hem ook al gedaan. We stoppen aan Morrison Footbridge. Op het einde van de voetgangersbrug staat een plakkaat. De trektocht is een deel van de Kathmandu Coast to Coast. Oh leuk. We zijn goed gemutst omdat we weer op stap zijn na een paar dagjes rijden. Dat gevoel vergaat een beetje als we al snel de Deception River moeten oversteken. We doen onze sandalen aan. We zullen ze niet meer afdoen vandaag. Het miezert. We gaan beetje bij beetje hoger de vallei in. Ze wordt smaller en de paden verdwijnen zo goed als. We baseren ons op de oranje driehoeken die hier en daar aan boomstronken hangen. Er komt iemand achter ons. Een gast die de Te Araroa doet. Nadat hij ons voorbij steekt begint het harder te regenen. We zitten links van de rivier en de vallei is echt niet breed meer. We gaan over gladde stenen en steile stukjes door het bos. Tijdens een stortbui zijn we bang dat de rivier zal stijgen en ons zal meenemen. Gelukkig gaat het over naar miezeren en wordt de vallei ietsje breder. Als ‘k een geschikte plaats zie voor de tent ben ik gerustgesteld. We stijgen geleidelijk verder. We worden opnieuw voorbij gestoken door twee hardcore TA wandelaars. We hadden verwacht dat we minder volk zouden zien op dit pad dat eigenlijk geen is. Rond 19 uur steken we de Deception River een allerlaatste keer over voor vandaag. We moeten er ook het diepst in om tot bij de Deception Hut te geraken. Er is één gast in de hut, die die ons het laatst voorbij stak. Een Amerikaan van Texas, Ian heet hij. Just graduated college. Als we ons willen wassen in de rivier komen er twee vrouwen boven. Ze vragen waar we overstaken. Ik mis en toon eerst de verkeerde plaats maar bied dan wel hulp. Het is koud om te wassen. Als we terug in de hut komen hebben de anderen al vuur gemaakt. We maken kennis met Karen, een oudere kiwi met leuke reisverhalen en Anouk, een Nederlandse met kapsones. We slapen bovenaan de drie stapelbedden, samen met Ian. Ik geef Judith de deken.

    09/02: Ik heb koud en word er wakker van. Gelukkig pas als het al licht wordt. De drie TA’ers zijn vijf minuten weg als we ook vertrekken op onze sandalen. We moeten meteen weer het koud water in. De vallei wordt smaller. We stijgen harder dan gisteren. We doen laagjes af, smeren ons in met zonnecrème, eten iets, drinken, nemen foto’s… We gaan traag. Er halen twee mensen ons in en dan nog eens twee. Op het einde van de vallei is er geen pad meer. We moeten gewoon omhoog door wat er rest van de Deception River. Bij de Goat Pass Hut zitten de vier mensen die ons inhaalden. Ze doen ook de TA natuurlijk. Ze babbelen over eten en comfort die ze missen. Er is duidelijk cohesie in hun groepje. Ik denk dat ze al even samen bezig zijn. We rusten en eten macaroni en puree op het ruime terras. Het is heerlijk hoe de zon schijnt vandaag. We gaan de Goat Pass over en dalen, op onze gewone schoenen nu. Iets lager moeten we alweer ruilen naar sandalen om de Mingha River over te steken. Het pad is duidelijker dan gisteren. Er is namelijk één. We gaan vooral door het bos en zien niet zoveel tot we een stukje stijgen en een terugblik hebben op de groene pas. Erna dalen we verder en zijn er stukken waar we zeer steil, bijna loodrecht omlaag en terug omhoog moeten. M’n voeten doen pijn. Ze hebben sneden, opengesprongen kloven, eelt en rauw vlees met etter. De rugzak begint ook te wegen. Ik ben hem niet meer gewend na onze decadente road trip dagen. Ik ben kapot als we de laatste keer door de Mingha River gaan. We dalen, nu ja strompelen verder in een breder wordende vallei. Plots merken we elektriciteitskabels en auto’s op. We zijn er bijna. Als we de Bailey River oversteken komt er een verwaaide, oudere meneer vragen of we “two gals and two blokes” gezien hebben. Nope. Hij komt mensen oppikken. Als we hem vragen of de Waimakariri River te doen is om te packraften zegt hij: “Oh yeah, lots of fun!”. Dat belooft voor morgen. We gaan naar Greyneys maar daar mag je blijkbaar niet kamperen. Ik doe het oranje zeil rond m’n rugzak en wandel achter Judith zodat we beter zichtbaar zijn langs de weg. We slaan het bos in en bereiken Klondyke Corner. Ik zet de tent op tussen bomen. Judith maakt soep, macaroni en chocomelk. In de WC is er deo. Ik trek foto’s als de zon onder gaat. Er staat een felle, koude wind. De wekker staat om 6:15 uur.

    10/02: Het was tamelijk koud vannacht. We blijven nog even liggen vooraleer we opruimen. We wandelen naar het stuk kampeerplaats aan de overkant van de weg en volgen het weggetje tot het einde. We gaan de vallei in over stenen tot we bij de Waimakariri River komen. Het is nog niet zo’n grote rivier. We gaan een beetje stroomafwaarts vooraleer we ons voor de laatste keer klaarmaken om te packraften. Alles zit goed weg. We vertrekken. Het is de eerste keer dat ik geen schrik heb in het begin. De rivier is laag. We raken stenen. We wandelen evenveel als dat we peddelen. Iets verder, als er een grote, groene stroom van rechts erbij komt in de gevlochten rivier kunnen we langer dobberen. Nu komen er leuke stroomversnellingen. We amuseren ons. De rivier kronkelt naar beneden. Vlak voor de brug staat de zon laag en recht tegen ons. Judith stopt omdat er een versnelling is met een overhangende boom. Ik zie het te laat door de zon en probeer af te remmen en uit te stappen maar de stroming is te fel. Ik heb alle moeite om recht te blijven. Het bootje kantelt maar ik kan hem net rechthouden zodat m’n rugzak niet in het water ligt. Ik geraak op een stukje oever en bekom even. Ik hou er enkel wat pijn in een dikke teen en een wegdrijvende waterfles aan over. We dragen samen beide bootjes voorbij de brug voor we verder varen. Het water staat lager en de stroomversnellingen minderen. We moeten opnieuw wandelen. Als we van het midden van de vallei meer aan de rand komen komt er opnieuw een grote, groene stroom bij. We zijn weer weg. We nemen alle stroomversnellingen behalve één aan hekwerk en een omgevallen boom. Alle andere gaan we vol in, waar de stroming het hardst is. Machtig! We worden gefilmd door toeristen langs de kant van de weg. We stoppen aan een spoorwegbrug en eten puree met kip teriyaki. Het stuk na de brug is het beste dat we al gehad hebben. Het water gaat zeer snel. We zijn in een mum van tijd aan de Mount White Road Bridge. We stappen uit en nemen enkele foto’s vooraleer we alles in het gras op de oever omhoog smijten om te drogen. We ruimen zeer vlot op en wandelen naar de West Coast Road. Vlak voor we er zijn komt er een Jeep van achter ons. De chauffeur stopt. Het is een Franse brandweerman die 3 jaar in Nieuw-Zeeland woont en net gaan vissen is op forel. Hij heeft een kloefer van een greenstone meegenomen die aan Judith haar voeten ligt. Hij zet ons een klein stukje verder af aan de Bealey Spur Track. Hier gaat de TA verder. We wandelen tot aan Bealey Hotel. Judith haalt ijsjes en muesli bars. We liften terwijl we verder wandelen. Er stopt een klein modern autootje in een bocht waar achterliggers het niet kunnen zien. Het meisje aan het stuur vraagt of we meewillen. Ze snapt echt niet dat ze daar best niet stopt. Ik blijf kijken of er niets afkomt vooraleer ik snel instap. Ze is van Sydney en al 6 uur aan het rijden vanaf Cromwell om naar de Devils Punchbowl Falls te komen kijken. Gek. Ze lacht ongemakkelijk veel. We stoppen aan het pad naar de waterval. We bedanken haar en gaan op zoek naar camping. Het gehucht Arthur’s Pass is een straat groot. De camping is naast het Visitor Centre dat al gesloten is. We zetten de nog natte tent achter het keukenkot en wandelen nog eens door de straat. Alles is al gesloten behalve een zeer duur restaurant. We hebben enkel nog muesli bars.

    11/02: We staan al op om 6 uur. We maken de zakken en laten ze achter in de hoek van het kot. We eten elk één muesli bar en delen de laatste chocomelk. We gaan op zoek naar Scott’s Track. Het is de minder steile en meer te bezichtigen route naar Avalanche Peak. Het eerste stuk is door het bos. We gaan snel zonder rugzakken. Eens we boven de boomgrens komen, komt de zon piepen. We zitten al in de helft. Erna doet m’n borst wat pijn in het midden. Is het de hoogte? Ik ga een beetje trager. We krijgen rechts zicht op Crow Glacier. We stoppen af en toe. Ik hoor stemmen. Ik zou graag rond om rond filmen op de top zonder dat er iemand in beeld komt. Dus ik ga hard over de rotsen op de bergkam. Judith volgt op enkele meters. Het lukt. We zijn de eersten op de top vandaag. Enkele minuten later komen er drie Fransen boven. We nemen foto’s van elkaar. We blijven niet zo lang. Judith gaat snel naar beneden. We doen haasje over met de Fransen maar zijn uiteindelijk sneller. Een zot op teensletsen haalt ons echter wel in! Rond 12 uur zijn we al op weg naar de Devils Punchbowl Falls. Er zijn houten trappen omhoog. Wat doen ze pijn zeg. We zijn kapot. Het uitkijkplatform is duidelijk te klein. We zetten ons uitgeput in een hoekje op de grond. De waterval is duidelijk omringd door zeer steile rotswanden want de schaduw komt nog tot hier. We blijven niet al te lang. Op de terugweg kruisen we een meute volk. We halen een welverdiende meat pie in de general store. Wat smaakt die zeg! We hadden honger gekregen. Er zitten Kea op het terras aan tafel met restjes. Er stoot één glazen en borden om en hij steelt iemands mongolendriehoeken. Hij krijgt het plastiek meteen open.

    Comments

  • 13Feb 2020

    19 Lyttelton 02/13/2020 New Zealand —

    Lyttelton, New Zealand

    Description

    We halen de rugzakken en gaan liften. Er passeren vijf auto’s en dan verstop ik me op een bankje. De eerste auto erna stopt. Haha! Het is een deftige nieuwe Ford Jeep. Ik zet me zoals gewoonlijk naast de bestuurder. Z’n naam is Chris. Hij heeft de oudste bakkerij van Nieuw-Zeeland in Greymouth! Blanchfields heet die. Hij heeft een pie competition gewonnen met een assortiment van 21 soorten. In Rangiora gaat hij naar een kennel. Z’n labrador heeft er een jong gekregen. Erna neemt hij ons mee naar Christchurch. Hij moet naar het ziekenhuis om een medicijn voor z’n hart. Vorig jaar bracht hij z’n dochter die moest bevallen naar hetzelfde ziekenhuis op de dag dat er een aanslag was in de moskee. Hij kon toen zeer moeilijk binnen omdat de straten afgesloten waren door de politie. We stappen uit niet ver van de door de aardbeving vernielde kathedraal. We zoeken en vinden wifi in de Pak & Save. Judith antwoordt op geïnteresseerde kopers van de bootjes, mogelijke coachsurfing hosts en er is goed nieuws voor Sam. Nami haar visa is goedgekeurd. We versassen naar de Burger King en Countdown parking. Over een uur komt er iemand onze bootjes bekijken. Hij heet Derek en ontmoet ons op de hoek van de parking. Het is een ietwat verwarde oudere meneer van Rangiora. Z’n auto staat op de Pak & Save parking. We wandelen ernaartoe en leggen alles van de packrafts op de grond voor hem. Hij vertrouwt ons. We hoeven de zakken niet te openen. We leggen het één en ander uit. Hij probeert kort af te dingen van 800 naar 700 NZ dollar maar als ik begin over import duties geeft hij meteen 800 in cash aan Judith. Hij vertelt over z’n plan om een rivier af te varen van in het binnenland tot in Kaikoura. Hij rijdt weg in z’n klein, groen autootje. Dat was snel geregeld. We gaan in Pak & Save om eten. Ene Lis Cotter reageert op coachsurfing. We zouden vanavond al kunnen slapen. Judith annuleert booking en we wandelen Moorhouse Avenue af. Er stopt een witte Nissan Leaf die uit de tegenrichting komt. Lis tuut een paar keer en steekt haar hand op. We worden opgepikt. Ze woont in Lyttelton en vertelt over haar ongelukken tijdens trektochten. We rijden door een tunnel. Aan haar huis staat een vriend, Sean. Hij vertelt dat Lis haar vader een vriend was van Edmund Hillary. Amai. Ze neemt haar laptop en vult onze astrologie in. Het is haar manier om ons te leren kennen. We krijgen thee en Judith drinkt wat porto mee. Ze vertelt over haar verleden als muzikant, een ex-man die in Amerika optreedt en één dochter. We douchen en gaan slapen IN EEN BED!

    12/02: We slapen aan één stuk. We ruimen de rugzakken op. Er komt een kat binnen. Stanley ligt luid te spinnen. We ontbijten op het terras. Lis is een energieke vrouw. Ze maakt eten en babbelt erop los. ’s Morgens verzamelen we stekkerplanten die woekeren in de tuin en bundelen ze. Ik maai het gras. In de namiddag maken we een wandeling. Lis stopt aan schommels. We testen ze. Lis gaat binnen in een groot huis. Ze kent de mevrouw die er woont. Een oudere hippie genaamd Judith vertelt dat ze zal gaan fietsen voor drie weken om te proberen stoppen met roken. We rapen braambessen samen en gaan terug. Lis maakt een gerecht met eggplant, tomaten en olijven. Het zijn echt niet mijn soort ingrediënten maar het smaakt wel. Het buurmeisje springt binnen. We luisteren naar muziek van haar broer nadat Lis gitaar speelt. Er worden spooky verhalen verteld. We gaan slapen rond middernacht.

    13/02: A cup of tea en we gaan wandelen. Alleen. Lis werkt vandaag. Ze had gisteren twee afspraken vergeten. Ze noemt zichzelf dan ook ‘flaky’. Ik ben blij dat ik uit het huis ben. Het is er veel te slordig. She is a horder. We wandelen omhoog langs hetzelfde pad als gisteren. We helpen vrijwilligers met water dragen. We klauteren via rotsen en komen bij schapen. We geven niet af en bereiken de top van Mount Pleasant ondanks dat er in het lange gras niet echt een pad is. Er zijn veel oudere Engelsen. Het is warm vandaag. De zon is fel. We dalen naar de andere kant van Lyttelton en gaan om eggplant, parmezaan en thee in een winkeltje. Ertegenover halen we fish & chips. We douchen, vegen en doen een poging om het gerecht van gisteren te maken. Lis komt goedgeluimd thuis rond 18:30 uur. We eten samen met haar dochter Layla en haar grote, witte hond. We luisteren naar muziek en maken oorringen van plasticine. Als haar dochter weg is toont Lis nog hoe ze een geit z’n poot genezen heeft met homeopathie. We gaan stilletjes slapen.

    14/02: Ik bel kort met marraine. We douchen. Stanley komt weer op het bed liggen. Lis maakt lekkere toast en ze neemt Judith haar case. Ze vraagt door over haar kwaaltjes en gewoontes. Het is regenachtig. Ik doe de afwas. We plukken pruimen. Lis voert ons naar de botanische tuinen. We nemen er afscheid. We wandelen naar het westen en wisselen de 800 NZ dollar van de packrafts in 745 AU dollar in de Riccarton Mall. We wandelen en steken onze duim uit op Memorial Avenue. Er stopt toch wel een rode Subaru zeker. Het is voor ons! Een meisje met een curieuze puppy die m’n hand aflekt neemt ons mee tot de Countdown aan de luchthaven. Ze heeft de nachtshift gewerkt in het noodoproepcentrum. We halen brood en de lekkerste koekjes, proppen ons vol en wandelen de luchthaven binnen. We halen de boarding passen en rusten in de zone voor waar we ze moeten afgeven. Judith dacht dat ze hoorde dat er afgeroepen werd dat we moeten boarden dus we haasten ons door de security. Het is ok. We moeten nog een tijdje wachten. We zitten naast elkaar, niet aan een raam. Ik vraag aan mevrouw aan overzijde om een foto te nemen van de vleugel. Het is een basisvliegtuig van Jetstar. Het doet denken aan Ryanair. We krijgen geen eten tijdens de 3 uur vliegen. De motor maakt redelijk wat lawaai.

    Comments

  • 16Feb 2020

    20 Great Ocean Road 02/16/2020 Australia —

    Cape Otway, Australia

    Description

    Na het landen nemen we onze tijd voor we door de douane gaan. Er wordt ons gevraagd: ‘Have you been in mainland China?’. M’n zak rolt van de band. We zoeken een plaatsje om te rusten. We vinden bankjes tegenover een restaurant dat al gesloten is.

    15/02: Een arrogant meisje op de bank iets verder blijft maar luid babbelen terwijl ze belt. Een meneer heeft er genoeg van en spreekt haar aan. We verleggen ons tussen twee plantbakken aan een lege check-in. Als het een paar uur later drukker wordt zijn we wakker. Een hele meute firefighters van de USA en Canada mogen terug naar huis. De bushfires zijn onder controle. We vinden een transfer busje van Alice Springs naar Darwin en gaan douchen. Als ontbijt eten we het zakje met de lekkerste koekjes uit Nieuw-Zeeland. Buiten spreekt een vriendelijke chauffeur ons aan en belt naar Jucy, de rental company waar we een auto gehuurd hebben. We worden opgepikt door een groenpaars busje en naar een groot pakhuis gebracht. Judith kan haar limiet op kredietkaart vergroten via app op gsm. Zo nemen we opnieuw waarborg i.p.v. verzekering op de Fiat Punto. Judith rijdt een stukje door Melbourne. Ze panikeert twee keer en stampt met haar linkervoet op de rem. Ze raakt ook twee keer de borduur met het linker voorwiel. Ze is overstuur. Ik neem over. Via omwegen door drukte en werken komen we op de Princess Highway. Nu gaat het vlotter. Nu ja vlotter. Het is een autootje met een automatische versnellingsbak. En die schakelt wel heel erg traag. Optrekken duurt lang. We stoppen voor Geelong. Het regent. We gaan in Geelong naar een Coles en de Aldi. Aan de Aldi eten we een worst van een kraampje. Ik rijd door tot Torquay. Er zijn vele surfwinkels en een surfmuseum. We nemen een kijkje in de Rip Curl en Patagonia winkels. Er zijn aparte ruimtes vol surfplanken. Er is een semi automatische modus op de versnellingsbak. Ik schakel nu zelf door de pook naar boven of onder te duwen. Nu reageert de Punto ietsje vlotter. We gaan naar Bells Beach. Hier wordt er jaarlijks een belangrijke surfwedstrijd gehouden. We zien voor het eerst kangoeroes in de verte in een weide. We rijden door naar Addis Point. Het waait er fel. In Anglesea doet Judith een tukje. Ik wandel een stukje langs de rivier. Het wordt donker als we Lorne doorrijden. Het ziet er een gezellig dorp uit. We zoeken een plaats waar we kunnen slapen. Ook al mag het niet, we blijven op de parking van Sheoak Falls. We zetten de zetels achteruit en nemen het dekentje.

    16/02: We slapen goed. Het staat vol busjes rond ons. We gaan naar de waterval. Als we trapjes op moeten staan er twee walibi’s op het einde te koekeloeren naar ons. Ze hoppelen verder voor ‘k kodak kan uithalen. De rotsen aan de waterval zijn mooi. Eens terug bij de Punto eten we een pistolet met choco en cornflakes en delen we een mango voor we door gaan. De kleinste gehuchten die we passeren eindigen op creek of river. De dorpjes zijn genoemd naar de stroompjes die er naar de zee gaan. In Apollo wandelen we even rond, naar de zee en in winkels. Er is een ongelofelijk drukke scallop pie shop. Als we weer vertrekken en ik buiten het dorp kom weigert de Fiat terug te schakelen op een heuvel. Hij valt stil in 5e. Ok, dit was de laatste keer in automatic. We rijden landinwaarts door het Otway National Park tot aan het oudste lighthouse van Australië. We wandelen er links en rechts van. Judith gaat vragen waar we best koala’s kunnen spotten. Ze rijdt opnieuw als we doorgaan. Ze wijkt opnieuw af naar links op het smalle baantje. We stoppen waar de witte eucalyptus bomen beginnen en wandelen eens rond. Niks te zien in de boomtoppen. Als we op het einde van het baantje komen staan er auto’s en mensen langs de kant. Er zit een moeder koala met een kleintje gekruld in een bol bovenaan een dunne boom. Ze bengelen heen en weer door de wind. We staan een hele tijd te kijken voor we doorrijden. Judith stopt iets verder waar er een meneer foto’s staat te maken. Er zit een koala te eten. Die doet meer en we zien hem beter. Er stoppen nog mensen. Een betweterige toerist weet dat er betere plaatsen zijn. Hebben we jou iets gevraagd? Judith rijdt verder langs bossen en velden tot het gehucht Princetown. We wandelen kort binnen in een ouderwets café. We rijden verder. Om de hoek is er een kleine parking aan de Gibson Steps. Er is nog een plaatsje. We gaan de trappen af en komen op een strand met kliffen. We zien de eerste rotsformaties van de bekende 12 Apostles liggen. We wandelen op het strand eerst naar links langs kliffen. Als we terug gaan kruisen we een surfer. Hij peddelt vooral. We staan even te kijken. Hij stond maar twee keer een paar seconden recht op z’n plank. We gaan naar rechts tot aan een rots waar we niet meer verder kunnen en nemen enkele foto’s dichtbij twee Apostles. We laten de auto staan en wandelen een eind tot aan het Visitor Centre en de drukke, bekendste uitkijkpunten. Ik rijd erna door tot aan de Loch Ard Gorge. Het is verder wandelen waardoor er minder volk is. Het is beter hier. We gaan terug na de Thunder Cave omdat de zon langzaamaan ondergaat maar besluiten dan toch om verder te gaan naar het laatste punt aan Sherbrooke River. En terecht! De zon geeft de rotsen een mooie, oranje gloed. We rijden erna door naar Port Campbell. Een gezellig dorpje waar het nationaal park naar vernoemd is. Het is donker. Ik rijd een stukje landinwaarts en draai dan een zijstraat in naar rechts. Ik draai en stop aan de kant van de weg naast een veld.

    17/02: We hebben koud aan onze voeten en benen. We doen sokken aan en slaapzak rond ons en slapen erna aan één stuk door. Ik rijd terug naar Port Campbell. We gaan naar WC en kopen een gaspulletje. De sproeiers schieten aan als we aan een bankje zitten. Judith wast haar haar en heeft er even wifi. Ik rijd naar The Arch. Ik ben moe en ga terug om nog even te rusten in de auto. Erna bezichtigen we de London Bridge van verschillende platformen. Aan The Grotto zijn we vlak voor een meute. We stoppen aan WC’s in Peterborough. We gaan wandelen aan de zee. Er zijn een paar vissers. Er liggen veel wrakken voor de kust van schepen die op de riffen zijn gevaren. Er zijn douches in de WC’s. Ik maak noodles, het laatste dat we nog hebben. Bij het buiten rijden staat er een plakkaat “watch out for golfballs”. Het golfterrein loopt dwars door de straat. We stoppen aan twee plaatsen bij de Bay of Islands. Bij de tweede volgen we een lokaal, jong koppel over een hekken. Er zwemt een stingray dichtbij in het klare water. Het uitzicht is beter voorbij het hekken. Ik rijd via akkers en enkele wegenwerken door tot Warrnambool. We stoppen aan de Blue Hole, een meertje naast de Hopkins River. De gelijknamige in Nieuw-Zeeland was een pak mooier. We wandelen tot aan de zee. Er zitten veel honden. We kunnen de rivier niet over zoals in Nieuw-Zeeland. Het is te diep. We rijden erna naar Logan’s Viewpoint, een uitzichtbalkon om naar walvissen te kijken. Het is het seizoen niet. Ze jongen pas vanaf mei in de baai. Richting het centrum sla ik af naar rechts om naar een tankstation te geraken. Het is een 2-vaksbaan en ik rijd tegenrichting! Het tegenliggend verkeer remt en doet teken om over te rijden. Ik moet even bekomen terwijl we tanken. We gaan naar de Coles en eten een kippetje op de parking van de Aldi.

    Comments

  • 18Feb 2020

    21 The Grampians 02/18/2020 Australia —

    Halls Gap, Australia

    Description

    We halen eten en rijden door richting het binnenland. We gaan door uitgestrekte velden met koeien en schapen. Ik stop in Hawkesdale. Het eerste gehucht, 200 inwoners. Er is een zwembad. Judith rijdt verder langs Penshurst. Als we verder stoppen langs de kant van de weg in de schaduw van enkele bomen doet de Fiat weer raar. Het lampje ‘Check Engine’ licht op als we vertrekken. Lap. We stoppen iets verder en wachten even met de motorkap open. Ik rijd verder tot Dunkeld. Het gratis publiek buitenzwembad is er nog even open. We springen erin. Judith ontdekt nadien goeie wifi en douches met oplaadpunten aan het Visitor Centre van de Grampians. Er zit een hele zwerm groene papegaaien met fel geelrode buiken in de bomen. Er komen enkele witte met groene kammen bijzitten. Het transfercar busje naar Darwin is bevestigd. Alles is opgeladen. We doen dodo om de hoek.

    18/02: We zijn wakker door de regen op het dak. Judith boekt een huurautootje in Alice Springs en rijdt de hoek om naar de heerlijk warme douches. Ik ruim de auto op en eet een crumpet met cheese spread. Het is een klein dik pannenkoekje met carbonara saus. We rijden de Grampians in richting het noorden naast Mount Surgeon en Mount Abrupt. Het regent. We rijden door uitgestrekte bush tot aan Belfield Lake, een meer vol vliegen. Als we klein baantje nemen naar Silverband Falls zien we walibi’s links het bos inspringen. We stoppen. Ze blijven stil zitten tussen de bomen op zo’n 10 meter tot er in tegenrichting een auto komt. Het stroompje van de watervallen is niet veel. De rotsen er rond zijn het bezoekje echter wel waard. Als we terug wandelen zitten er weer twee walibi’s links van ons in het bos. Ze blijven opnieuw op een paar meter staan vooraleer ze wegspringen. Ik rijd door tot Halls Gap. Ik moet stoppen. Er steken emoes de straat over. We stappen uit om de kleine struisvogels te filmen. Als we het dorp omhoog uitrijden zien we beneden weer kangoeroes. We wandelen kort terug voor een foto. We stoppen aan Wonderland Car Park en wandelen naar The Pinnacle. Het is leuk klauteren op de rotsen. Op de top babbelen we kort met twee meisjes uit Nieuw-Zeeland en Colombianen. Op de terugweg gaan we kort verkeerd richting Halls Gap. Ik hoor lager iets ritselen. Het is een dier met stekels. Een oudere mevrouw zegt dat het een kidna is. Ze leggen eieren en geven borstvoeding net als het vogelbekdier. Dit zijn de enige twee dieren ter wereld die dit doen. Als we verder rijden langs kronkelende bossen zit er een ongeduldige taxi achter ons. We stoppen aan Reeds Lookout waar we zien uit welke uitgestrekte bossen het park bestaat. We kronkelen verder tot aan McKenzie Falls. We nemen een kijkje aan de watervallen ervoor. Het miezert. We hebben geen regenjassen mee, daarnet aan The Pinnacle wel als de zon straalde. We dalen via steile trappen tot aan de prachtige waterval. Het begint te gieten. Gelukkig maar kort. We raken terug boven en rijden in de regen uit het park. Aan een farm stappen we uit om grote kangoeroes te zien. Ze springen snel weg. Het zijn schuwe beesten. Na Horseham, een grote stad, komen we aan de Western Highway. Ik houd me aan de 100, maar iedereen steekt me toch voorbij. We rijden langs Dimboola en Nhill, uitgebluste stadjes met grote graanreserves onder zeilen. We rijden terug naar Pink Lake. Een paar luidruchtige gasten drinken er bier. Jersey Shore. We wandelen langs het opgedroogde meer met roze zoutkristallen. We gaan tot aan de rand waar de kristallen gevormd worden. Buiten een Aziatisch koppel zijn we er alleen. We rijden verder langs eindeloze velden vol graan en enkele schapen. Ik stop rond 20 uur aan een rest area met bomen genaamd Lawleit. Judith maakt couscous met tomaatjes en tonijn. Er zitten twee curieuze lama’s in het veld naast de stop. Er zit een felle wind dus ik parkeer de Fiat naast een bank iets verder weg van de buigende bomen.

    19/02: We zijn wakker door een felle zon die wegkruipt achter wolken. Judith rijdt. We gaan voorbij de staatsgrens tussen Victoria en South Australia. Enkel de stop Serviceton stond aangeduid. Judith draait een paar kilometer verder aan een container voor organisch materiaal. Bepaalde dieren en planten mogen niet over de grens. We keren terug om foto’s te nemen aan de borden.

    Comments

  • 19Feb 2020

    22 Adelaide 02/19/2020 Australia —

    Adelaide, Australia

    Description

    Het regent en is kalm. We stoppen aan Bordertown. Er zitten witte kangoeroes achter een omheining. We gaan naar een drukke bakkerij om chicken vegetable pie en vullen water bij in het park. Er wonen hier 2500 mensen. We gaan om brood en groenten in Foodlands supermarkt en nemen afscheid van de albino’s. Ik dommel in als Judith verder rijdt. Ze heeft beter geslapen. Ze stopt in Tintinara voor een stuutje met cheese cream en confituur. Het gaat nog goed samen. Erna volgen we rechte banen tot Tailem Bend. Een dorp genoemd naar een bocht in de spoorweg. Het stadje ligt aan de Murray River, de langste rivier van Australië. Judith eet een stuutje terwijl ik een ommetje maak naar een WC. Links na het dorp hebben ze de Old Town laten staan. We zien verroeste camions en verlepte huizen als we voorbij rijden. Ze hebben plaats teveel in Australië. Ik wou eens gaan kijken maar we waren er sneller voorbij dan we dachten en er was geen mogelijkheid meer om te draaien. Vanaf hier is het een 2-vaks baan. Judith stopt in Stirling om te tanken. Het is beduidend goedkoper. We naderen Adelaide. Ik neem over want Judith wordt moe. Het is een steile, kronkelende en lange afdaling naar het centrum. Het is niet gemakkelijk. Ik moet ferm opletten. We nemen de drukke crossroad naar West Beach. We laten de auto staan op een parking naast het redding centrum en wandelen een 3-tal kilometer naar het noorden langs de kade en terug voor een stuk langs het strand. Als we bijna terug zijn vliegt er een pelikaan boven ons tegen de wind. We eten couscous, tomaat, komkommer en bonen. Het waait fel. We wandelen erna nog eens naar het zuiden tot aan Glenelg, een sjiek buitenstuk van Adelaide. De WC’s in het park aan het haventje met dure jachten praten tegen je en spelen klassieke muziek net als in Franz Josef. We wandelen op de kade. Een Aziaat heeft een krab gevangen. We wandelen plagend terug langs een rivier. Het staat vol pompeuze villa’s die in contrast staan met het luide lawaai van vliegtuigen iedere 10 minuten. We ruimen de auto op en kijken naar de zonsondergang aan het Sea Rescue Operations Centre.

    20/02: We worden wakker omdat Judith al eventjes naar de WC moet. Ze rijdt naar de sjieke, pratende WC’s in het park in Glenelg. We ruimen de Fiat Punto op en tanken. Ik was de hele auto met ruitenwasser. Judith haalt een grote meat pie, m’n beloning. We rijden naar Jucy. De meneer die ons ontvangt controleert kort als er geen lichtjes branden op het dashboard en als de tank vol zit. Alles is Ok. De bank zal normaal de waarborg vrijgeven binnen de 10 dagen. Hij meldt dat er festivals zijn in de stad, ‘The Fringe’. Ze gaan wel ’s avonds door. We poetsen onze tanden en wrijven ons in met zonnecrème in een parkje op het einde van de straat. We wandelen een 7-tal kilometer tot aan het centrum. Eerst door buitenwijken waar een meneer meteen stopt als ik duim opsteek. Hij dacht dat we naar luchthaven moesten. Op het einde passeren we parken en wandelen we langs brede straten tot aan de busterminal. We rusten en gaan dan op verkenning. We wandelen naar het noorden tot aan de Torrens River. Hier is het al iets mooier en rustiger. We wandelen in een parkje langs het water tot Judith niet meer kan. Ze maakt soep en rust. Ik ga kijkje nemen aan de Saint Peter Cathedral die vlakbij ligt. Een meneer spreekt me aan. Hij is al in Brugge geweest. De kathedraal is gebouwd in 1860. Dit is redelijk vroeg. De eerste settlers waren hier pas in 1830. We wandelen verder tot aan de voetgangersbrug. We leggen ons voor een halfuurtje aan het water. We wandelen door de universiteit van Adelaide. Er is een podium met plein en kiosken. Veel studenten eten pizza. Het zijn vooral Indische en Aziatische gezichten. Ernaast ligt het South Australia Museum. We nemen een kijkje in het stuk gewijd aan Aboriginals. Hun cultuur en manier van leven worden er tentoongesteld. De enige verwijzing naar de massamoorden door kolonisten zijn de woorden ‘raids’ en ‘full impact’. Het mocht wel meer zijn. Iets verder zitten er Aboriginals samen luidruchtig te zijn aan een muur in een park. We willen ze liever negeren. Aan een druk kruispunt ligt het parlement. We gaan naar links en komen op Victoria Square. We halen eten in de Coles supermarkt en nemen een kijkje in de Central Market voor we terug gaan naar de busterminal. We nemen een warme douche en eten ons buikje vol met potato salad en stokbrood met driehoek kaasjes. Judith is moe en blijft bij de bagage. Ik wandel nog eens door Chinatown en ga terug via Victoria Square en de Central Market. Judith heeft redelijk wat Aboriginals gezien in de terminal. We checken in bij Greyhound voor de bus naar Alice Springs. We stappen op rond 18 uur. De chauffeur heet Jason. Hij vertelt over de plaatsen waar we zullen stoppen en vloekt op het verkeer als we uit Adelaide rijden. Het is een 2-vaksbaan tot Port Wakefield. Erna liggen er af en toe inhaalstroken. We stoppen in Port Augusta. Als we over een brug rijden gaan we over het einde van de baai waarlangs we wandelden 400 kilometer verderop in Adelaide. Er stappen hier 4 mensen op. We zijn nu met 11 op een bus met 48 plaatsen. Eén hiervan is een platneus. Het is onze bijnaam voor een Aboriginal. Zo kunnen ze zich niet aangesproken voelen. Het wordt donker en we proberen te slapen. Het is niet evident. De zetels kunnen niet goed achteruit en we moeten onze gordels aanhouden. De chauffeur kan plots remmen voor loslopend wild. Judith zet zich op de stoelen achter ons.

    Comments

  • 23Feb 2020

    23 Alice Springs 02/23/2020 Australia —

    Alice Springs, Australia

    Description

    21/02: We worden half wakker in Coober Pedy. De opaalstad. Hier woont 60% van de mensen onder de grond. We stappen af en gaan naar de Shell aan de overkant net als twee luidruchtige meisjes uit Quebec. De bus blijft lang weg. We krijgen koud. We wandelen terug. Ik kijk om de hoek. Daar staat hij, aan het postkantoor. Jason en een nieuwe chauffeur, Jerry, lossen de pakjes uit de aanhangwagen. Als we terug wandelen naar de bus worden we aangeklampt door Aboriginals. Eén pakt m’n hand vast en zegt dat hij Jared heet. Hij stinkt naar alcohol. Ze zoeken een Aboriginal genaamd Molly. Ze zou op de bus moeten zitten. We moeien ons niet. Ze komen het vragen aan Jerry. Hij kijkt op de bus samen met een blanke die erbij hoort. Molly is niet de platneus van op de bus. Jason wandelt weg. Jerry rijdt verder. Als hij twee kleine koeltrucks inhaalt, remmen ze plots. Er springt een kangoeroe van links naar rechts over de weg. Het wordt licht. Ik ga eens naar WC achteraan de bus en val bijna omver van het gewiebel. We stoppen in Marla aan een tankstation voor ontbijt. Het zit vol vliegen! Ik praat met Jerry. Hij heeft 6 maanden in Coober Pedy gewoond onder de grond. Hij wou iets zien vanuit z’n woning en is verhuisd naar Alice. Hij vertelt dat het landschap zal veranderen na de staatsgrens. Het zal minder plat zijn en groener door de floodlands. Alle rivieren staan meestal droog maar kunnen het hele gebied blank zetten. We zien paarden, een dingo, opgeschrikte kalveren en een ontsnapte kameel op en langs de weg. Het gebied zou het oudste zijn op aarde met veel stenen tot 800 miljoen jaar oud. Een bewijs hiervan zijn de vele gevonden trilobites fossielen van toen de oceaan tot hier kwam. De Finke River is het oudste riviersysteem ter wereld. Jerry gaat helemaal los. We stoppen aan Kulgera om post op te halen en Erldunda voor lunch. Er is een emoe farm. Het zijn dezelfde als in de Grampians. Als we Alice Springs inrijden zien we links het MacDonnell Range liggen. We gaan door een kloof erin, de Heavitree Gap, voor we in het centrum komen. Alice Springs is een slechte naam volgens Jerry. Er is geen bron maar een watergat die normaal alle inwoners voor nog zo’n 300 jaar van water kan voorzien. De inwoners hier gebruiken het meeste water van alle Australiërs. Voor we uitstappen worden we besnuffeld door drugshond Nicky. De hitte valt op ons als we uitstappen. We gaan eerst naar de Coles om stokbrood en kaasjes. Het zit er vol platneuzen. Zo ook aan de kassa en in het Information Centre waar ene ons vertelt dat niemand de Larapinta Trail doet in de zomer. De rangers hebben de watertanken niet bijgevuld. We gaan naar Wicked Campers. Op het eerste zicht is er niemand maar als we eens rondsnuffelen doet er een meneer open. Hij is kort op het einde van z’n werkweek maar draait dan bij. Het is Ok voor de transfercar. Hij kan het wel niet zelf vervroegen. Hij waarschuwt dat er ’s nachts geweld gepleegd wordt in het centrum. Ze breken in in z’n auto’s. Het is de reden waarom hij wil verhuizen naar Darwin. Hij raadt een camping aan die ik ook al gezien had op maps. We wandelen ernaartoe. Wat een hitte! We rusten af en toe in de schaduw van een boom. Judith steekt haar duim uit. Aan de overkant van de straat doet een mevrouw teken. Jenny, met een grote pick-up, en haar dikke man Tony helpen ons de laatste kilometer te overbruggen. Dankzij hen zijn we niet gesmolten. Ik bekom aan een tafeltje in de schaduw terwijl Judith een tentplaats regelt. We springen in het koude zwembad. Ik blijf er langer in, wel tot de zon zakt en neem dan een warme douche nadat ‘k de tent zet. Judith maakt pasta en eitjes uit een box met community food. Pas als het afkoelt kruipen we in de tent. Ik merk dat er een beentje in m’n borst vooruit steekt. Het doet deugd om nog eens volledig gestrekt te kunnen liggen.

    22/02: We worden wakker door het lawaai van een duif met speciale kam. Judith maakt koffie. Twee lepels is te straf. M’n hart gaat tekeer. We ruimen op en nemen een douche. We gaan liften maar geven na een halfuur al op. Het is hier gewoon te warm. We gaan terug naar de camping en bekomen. Judith annuleert de auto bij Europcars en probeert om de transfer car van Wicked Campers drie dagen te verlengen. We mogen telefoon aan receptie gebruiken. Het is niet gemakkelijk. Ze moet een paar keer bellen en mailen en krijgt verschillende prijzen. Ik ben compleet van de kaart en voel me ongemakkelijk door de hitte. Ik neem een douche tot ‘k lekker koud heb en bekom in de TV room waar er airco is. Het zal een verloren dag worden. We zijn (nog) niet gewend aan de hitte. Er komt een oudere meneer binnen die werkt in Hermannsburg. Hij zapt naar sport en legt Aussie rugby uit. Het spel wordt niet stil gelegd en vooruit schoppen mag in een wedstrijd tussen twee teams van de Tiwi eilanden ten noorden van Darwin. De soccer league heeft 9 teams. Het is een beetje zoals de Amerikaanse, met veel oude sterren of afgedankte spelers uit Europa. Hij vertelt over het verlies van het geld uit z’n pensioenfonds in 2008. En over z’n zonen en familie in Canberra. Als hij weg gaat springen we in het zwembad. Als de zon lager staat wandelen we nog eens tot aan de overkant van de straat. Er is een cultureel centrum nagelaten door de eerste piloten van de regio. Alles is al gesloten. We wandelen langs een kerkhof met een apart stuk voor Afghaanse kamelendrijvers. In een achterbuurtje zit een familie platneuzen voor hun huisje in het gras. We vragen de weg aan een moeder en dochter die hun honden uitlaten. Ze dragen hoofdnetjes. Langs een parkje komen we terug aan de straat van de camping. We laten ons gaan. Het avondmaal bestaat uit soep met toast en risotto met tonijn. Het is tijd om te slapen na onze eerste rustdag.

    23/02: We zijn tamelijk vroeg wakker. We gaan naar de WC en besluiten om meteen naar het centrum te wandelen. Het is nog goed fris. Pas als we 2 km verder bij de Coles komen beseft Judith dat ze haar geld niet mee heeft. Ze is boos op zichzelf. We gaan de Anzac Hill op achtervolgd door vervelende vliegen die het gemunt hebben op onze gezichten. We zien twee platneuzen die met takjes zwaaien en doen ze na. We dalen en gaan door langs de droge bedding van de Todd River en volgen een mountainbike pad tot aan de telegraph station. We nemen een kijkje aan het watergat waar Jerry over sprak. Er zitten veel roofvogels. Nadat we iets verder het startpunt van de Larapinta Trail vinden wandelen we terug via de Bradshaw Trail langs rotsen. Op het einde zien we redelijk wat kangoeroes. Ze liggen in de schaduw en springen weg als we te dicht komen. We gaan door de airco van enkele winkels en wandelen terug naar de camping. We nemen opnieuw een kijkje aan het cultureel centrum. De airco blaast hard in het kioskje waar de resten van een neergestort vliegtuigje liggen. De Kookaburra crashte in 1928. De resten zijn pas terug gevonden in 1978. Een verhaal dat aantoont hoe onbevolkt en leeg de bush is. Als we afgekoeld zijn gaan we naar de hangar erachter. Er is een meneer die uitleg geeft aan een ander koppel waardoor we ongestoord kunnen wandelen tussen de oude vliegtuigen. Als we klaar zijn springen we terug in het zwembad. Na de middag proberen we weer naar het centrum te wandelen. Het is een pak heter nu. We wandelen van boom tot boom voor schaduw. Judith lift. Er stopt een rode auto. Een zwarte mens neemt ons mee naar de Coles. Hij heeft lang in Auckland gewoond. Thanks mate! We bekomen in de airco en gaan traag door de Woolworths. We wandelen richting het zuiden naar het standbeeld van John McDouall Stuart. Deze meneer was de eerste die Australië doorkruiste van het zuiden naar het noorden in 1862 met kamelen. De telegraaflijn is nadien aangelegd langs zijn route. We halen ijsjes nadat we kort een Engels koppel spreken. We halen inkopen voor enkele dagen en wandelen terug naar de camping. Judith haar duim heeft weer succes. Na de splitsing neemt een meisje ons mee. Haar dashboard staat vol popjes. We steken eten in de frigo en duiken weer in het zwembad. Ik zwem 50 lengtes en douch. We eten goed en nemen frigobox met restjes uit de community doos. Er zit een ouder, Duits koppel naast ons. Ze vertrekken vroeg morgenochtend om een cycloon voor te zijn. Ze moeten langs Tennant Creek terug naar Brisbane aan de oostkust.

    Comments

  • 24Feb 2020

    24 Uluru 02/24/2020 Australia —

    Petermann, Australia

    Description

    24/02: We slapen niet zo goed op het einde en zijn vroeg wakker. Judith zit al aan de keuken. Ze is overstuur en belt met Gwijde. Wicked Campers heeft de waarborg van haar rekening genomen i.p.v. het bedrag te blokkeren. Frauduleus! We eten elk een meat pie, lekker warm uit de microgolfoven. We ruimen de zakken op en laten ze staan in de TV room. We wandelen de 3 km naar Wicked Campers. Op de oprit staat een groot, wit busje met blad op de voorruit ‘Judith Mahieu’. Het is een Suzuki APV. Dat is hem dus, onze transfer/ rental car. We zijn te vroeg maar mogen al binnen. Het is dezelfde meneer als vrijdag. Als Judith naar de unlimited kilometers vraagt is hij grof. “I will call immigration and cancle the car!” We proberen uit te leggen dat de prijs eenzijdig verhoogd is vlak nadat ze telefonisch bevestigd was en dat we het niet normaal vinden dat de waarborg al van onze rekening is. Hij draait bij en neemt scans van onze rijbewijzen en kredietkaart, maakt papieren op en toont ons alles in het busje. Ik rijd. We zijn snel weg. Wat een onaangename, agressieve kerel was dat. We zijn moe en staan op blèten. We nemen een laatste douche in de camping en zijn weg. De tank zit maar halfvol dus gaan we nog naar het Puma tankstation voor we naar het zuiden vertrekken. De waarborg geeft ons stress en we zijn er constant mee bezig tot in Erldunda. Daarbovenop gaat de tank behoorlijk snel leeg. Het oude busje zuipt. Hij moet alweer halfvol bij de emoes. Ik maak een berekening. Twee weken Australië zal ons meer kosten dan meer dan een maand in Nieuw-Zeeland. Ach ja, later zullen we enkel aan de herinneringen denken. Judith haalt een zak water van 10 liter want blijkbaar is er geen in Uluru. Ik rijd aan één stuk door. We stoppen enkel aan Mount Connor Lookout. We rijden eerst met de ramen open en wisselen dan naar de airco. De blazertjes doen deugd. Rond 16 uur zijn we aan de loketten van het park. Het zit vol vliegen als ik betaal. Ik draai het raampje bijna volledig dicht als de mevrouw haar uitleg wil beginnen. “That’s rude” zegt ze terwijl ze de papieren geeft. Ik probeer nog “It’s for the flies” maar tevergeefs. Het is maandag en ze doet haar job overduidelijk enorm graag. We rijden tot aan de Sunset Lookout zone voor auto’s. We zijn er alleen. Het is vechten om de vliegen van ons te houden. We ontdekken dat de kleine tripod van de camera magnetisch is als we hem op het dak van het busje plaatsen voor een foto. Ik rijd naar het begin van de grote rots waar ze tot vorig jaar nog mochten op klimmen. We kijken kort rond aan de Mala Walk maar blijven niet lang door de hitte en vooral de vliegen. We zullen rond de iconische rots rijden. We gaan langs de Sunrise Viewing Point naar het meest oostelijke punt. Er is een watertank. Judith vult flessen bij terwijl ik eens links om de hoek piep. Ik ren terug in een poging de vliegen achter me te laten. Ik rijd door tot de zuidelijke teaching caves naast de Mutitjulu waterhole. Er zijn begeleide groepen. Iedereen heeft netjes rond z’n hoofd. De gidsen vertellen kinderlijke Aboriginal verhaaltjes. Het interesseert ons niet. We genieten vooral van de geologie en.. de vliegen natuurlijk. Op de parking staat een camion met segways. Er zit een meneer ervoor op een stoeltje. Hij heeft precies geen last van de vliegen. Ik probeer er een praatje mee te maken. Hij vertelt over de tours en dat met Kerstmis 3 van een gezin van 4 Engelsen flauwgevallen waren. Zoals we verwachtten is hij niet echt praatgraag. We rijden terug naar de Sunset View. Er staan nu wel heel wat auto’s. De camera met tripod filmt de zonsondergang terwijl we rondwandelen op de parking. Naast ons staan 3 mensen van Alice Springs en een vriend uit Anchorage, Alaska. Ze nemen een foto van ons en ik van hen. We blijven niet zo lang nadat de zon weg is en zoeken onze weg uit het park. We slaan hier en daar zandweggetjes in maar er staan plakkaten in het begin: “Aboriginal Land – No Trespassing.” We stoppen op een verbreed stuk voor een service road vlak voor de lange bocht waarachter volgend plakkaat staat “No camping inside the park.” Het is al pikdonker. Er zijn geen vliegen meer. Nadat we de rugzakken vooraan zwieren leggen we de delen van de matras goed. Het is nog snikheet in het busje. We zetten de ramen open.

    25/02: We slapen zo goed als niet en zien een prachtige sterrenhemel. Er stopt een kleine camion niet zo ver van ons. Rond 3 uur komt er een pick-up foto’s nemen van onze nummerplaten. Als de zon opkomt kruipen we naar voor en rijden we terug door de ingang. Het is een vriendelijke meneer deze keer. We vinden niet meteen hoe de slagbomen open gaan. De auto moet er blijkbaar vlak voor staan. Hij scant onze tickets zodat de slagbomen openen en zegt “Don’t let the system get ya.” We rijden tot aan de parking van Valley of the Winds in Kata Tjuta. Als we uitstappen zijn de vliegen weer onverbiddelijk. Het is kort wandelen tot de Kanu Lookout. Dit punt mag je niet voorbij na 11 uur ’s morgens voor de hitte. We zijn gelukkig vroeg en draaien naar rechts omhoog tussen de ronde rotsen naar de Karingana Lookout. We zien de vallei liggen. Het is een mooi zicht maar nog mooier is het als we dalen en achter ons zien waar we stonden: In een dunne kloof tussen twee ronde symmetrische rotsen. We doen de loop van 7,5 km en vullen water bij aan tanks onderweg. We drinken veel en slaan de vliegen van ons af met takken. Bijna alle wandelaars die we tegen komen hebben vliegennetjes. Ik probeer zo zuinig mogelijk terug te rijden. De tank is bijna leeg. Hopelijk geraken we nog tot in Yulara. Ja, net. Hier staat het duurste tankstation van Australië en het is natuurlijk een Shell. We tanken halfvol en hopen ermee tot in Erldunda te geraken waar er een goedkoper Shell tankstation ons opwacht. Dag geheimzinnig Uluru! En hopelijk ook dag vliegen! Iets verder steekt een hagedis van zo’n 30 cm de Lasseter Highway over. Ik kan hem niet meer ontwijken. Plets. De enige plaats waar we stoppen is The Corner. Hier is de afslag naar Watarrka Canyon. Die ligt nog te ver, zo’n 320 km heen-en terug.

    Comments

  • 25Feb 2020

    25 MacDonnell 02/25/2020 Australia —

    Namatjira, Australia

    Description

    Het is te warm en dus rijden we door tot aan de Finke River. De oudste rivier ter wereld volgens Jerry de Greyhound buschauffeur. Hij ligt er nog steeds droog bij. Het is verschrikkelijk warm en het zit vol vliegen in de bedding. We bekomen in de airco van de Coles. Ik haal geld af want het lijkt erop dat we niet zullen toekomen door de dure benzine. We rijden langs de camping op de Larapinta Drive en stoppen aan Simpsons Gap. We dachten hier te kunnen overnachten maar er staan plakkaatjes met doorstreepte tentjes. We trotseren opnieuw de vliegen en nemen een kijkje aan de kloof. Er zit een koppel onder een rots naast het water. Ze zijn helemaal op hun gemak. Hebben ze een middel tegen vliegen? Ik rijd verder in het schemerdonker. De zonsondergang is magnifiek voor ons. Allerlei tinten rood, oranje en paars schitteren aan de hemel tussen de heuvels voor ons in de verte. Er zit een auto achter me. Hij rijdt richting Hermannsburg dus we zijn hem kwijt aan de splitsing. De weg gaat op en neer. Plakkaatjes met ‘floodway’ en ‘crest’ wisselen mekaar af. Ik schijn met de fares. Geen kangoeroes te zien. Er is een dirt road aan Ellery Big Creek. We hobbelen er traagjes op. Er zit een gast bij een vuur. Ik ben bekaf van heel de dag te rijden in de hitte. Judith praat er mee. Het is een Ier de in Darwin heeft gewerkt. Ze maakt noodles met het kampeersetje van het busje. Die heeft een kraag tegen de wind. Ik doe de hoofdlamp aan, ruim op en was me met water van het pompje. We laten de ramen open.

    26/02: We slapen goed en zijn pas wakker als de zon opkomt. We doen eerst een wandeling nu het nog relatief koel is, de Dolomites Walk. Een loop van 3 km. M’n rechtervoet heeft drie kloven, in m’n dikke teen, in de hiel en in het midden. Ik wandel raar. We stijgen kort langs rotsen rechts en draaien dan naar links via heuvels tot bij de donkere dolomieten. We nemen na de wandeling een kijkje aan de Big Hole. Het water ruikt naar sulfer en de grond is modder dus we duiken er niet meteen in. Ik ga dan toch, zweet teveel. Een klein toertje en weer uit het stinkend, zwarte water. We wassen ons met water uit een tank aan de WC en rijden verfrist door. We kruisen een ranger. We waren net op tijd weg. Aan het asfalt neemt Judith voor het eerst over. Ze is snel gewend aan het busje. Ze zegt dat hij rijdt als de oude Honda. Hij trekt snel op. Jaja en zuipt daardoor zoveel. We stoppen kort aan de Honeymoon Gap en aan een monument voor John Flynn. De meneer die beschaving naar de outback bracht. We halen eten in de Coles en tanken vol in de Puma.

    Comments

  • 27Feb 2020

    26 Stuart Highway 02/27/2020 Australia —

    Batchelor, Australia

    Description

    We stoppen aan een monument dat het hoogste punt van de highway markeert. Er staat wel niet bij hoe hoog het hier precies is. Judith neemt opnieuw over. Het landschap verandert geleidelijk. De aarde wordt opnieuw roder zoals bij Uluru en de rotsen maken plaats voor groen. Er duiken kleine termietenheuvels op. We zullen er nog veel zien en ze zullen groeien! We stoppen aan Ti Tree Roadhouse. Er was een plantage voor het gehucht met borden die waarschuwden voor de fruitvlieg. Het begint te gieten. Ik ga binnen en vraag of ik de WC mag gebruiken. Een kleine Aziatische mevrouw wijst. Erboven staat ‘Men to the left because women are always right.’ Als Judith doorrijdt zit er een curieuze zwerfhond die we liever mijden. Niet veel verder is er een monument voor Stuart McDouall aan Mount Stuart. Het standbeeld in Alice Springs was mooier. De eerste tankbeurt op onze weg naar het noorden is in Wycliffe Well waar er een UFO is gezien. Jaja.. Als ik er naar vraag geeft een jonge Aziaat aan de kassa geen uitleg. We tanken niet vol, enkel om toe te geraken tot in Tennant Creek. We stoppen in Devils Marbles. Het is een verzameling van ronde rotsen naast de highway. De vliegen zijn er opnieuw talrijk aanwezig. We doen een korte wandeling en staan op Nyanjiki Lookout. Er staan hier en daar plakkaten ‘No Photos’. Dan nemen we er expres wel natuurlijk.. We kruisen een Canadees genaamd Andrew. Hij heeft van Melbourne naar Perth gereden met een groepje vrienden. En van Perth tot in Darwin met z’n vriendin. Vooral z’n verhalen over The Kimberleys zijn frappant. Hij was er bang van de vele Aboriginals die minder subsidies krijgen en naar de steden trekken. Er komt een koppel bij ons zitten van Taiwan. We babbelen tot het pikdonker is. Als Andrew zich terug trekt in z’n Toyota busje gaan we noodles maken en proberen we te slapen.

    27/02: Het lukt niet goed. We krijgen te maken met het gebruikelijke probleem van in een wagen slapen. Het is te warm met de ramen dicht en er zijn teveel insecten met de ramen open. Ik zet de tent en we slapen verder op onze matrasjes voor een paar uur tot de zon opkomt. De vliegen zijn verschrikkelijk. Al m’n opruimwerk van deze nacht wordt teniet gedaan in een paar seconden. We smijten alles op een hoopje achteraan en zijn snel door. Ik rijd goed door na een stop aan termietenheuvels vol T-shirts. We tanken vol in Tennant Creek in de BP. Er stond ‘Opal’ op de Unleaded 91. We ruiken de opaalgeur. Het zal wel slechte kwaliteit zijn maar het kan geen kwaad zeker, toch niet op korte termijn. Het landschap wordt groener. Er ligt water op de baan. En het is niet weinig. Shit! Ik weet niet waar de aanzuiging van de zuurstof voor de motor zit en wacht. Er passeert een Jeep. Ik volg en geraak door het water. We zijn opgelucht. Ik passeer dichtbij de pomp in Elliott. Er lopen teveel zwerfhonden en het is te duur. Ook aan Dunmarra Roadhouse denk ik, moet goedkoper kunnen! En ja hoor, de Puma in Daly Waters scheelt tientallen centjes per liter. En er is een douche bij de WC! We eten de laatste kaas met stokbrood. Judith neemt over. Ik doe even m’n ogen dicht en haal slaap in. De stortbuien blijven komen. We komen in de tropen en het is moesson. Aan Mataranka nemen we een kijkje aan de Bitter Springs Thermal Pools. De weg ernaartoe is afgezet met een slagboom. We wandelen eronder. Er zijn overstromingen en de plakkaatjes zeggen dat er krokodillen kunnen zitten. Als Judith doorrijdt zie ik de eerste walibi in het noorden. Ze zijn een pak kleiner en hebben een spits klein hoofdje en een staart die langer is dan twee keer hun lichaam. De tank leegt sneller dan we hoopten en Judith probeert een constante snelheid aan te houden. We halen Katherine. Het voelt eerder aan als een stadje, geen dorp meer. We gebruiken de korting bon Flybuy van de Coles die we gekregen hadden van de arrogante meneer van Wicked in Alice en gaan naar de Woolworths. We nemen een foto van het leeuw logo van een ‘Holden’ op de parking. Gisteravond spraken we met Andrew over het automerk. Het is het enige merk dat in Australië geproduceerd wordt. De Amerikaanse eigenaars van de GMC groep hebben de handdoek in de ring gegooid en stoppen met de productie. Ik rijd opnieuw. We zoeken een plaats om te overnachten maar op een truckstop staan er waarschuwingen dat het niet veilig is. Het is tegenstrijdig met hun vele ‘Rest, Revive, Stay Alive’ boodschappen. Als het al donker is sla ik af naar Copperfield Dam maar het baantje is flooded. We rijden rond Pine Creek. Aan Hayes Creek begint het te gieten. Ik kan niet meer ver genoeg zien om te reageren op eventueel overstekend wild en stop aan de Wayside Inn. Als het mindert rijd ik verder tot Bridge Creek Rest Area. Er staan twee busjes van Autobarn. Hier is 24 uur rust wel toegelaten. Het is afgekoeld. We houden de ramen gesloten. We hebben zo’n 950 km afgelegd vandaag in 11 uur.

    28/02: We slapen goed. Judith was al twee uur wakker maar heeft me laten liggen. Op weg naar Adelaide River liggen er veel dode walibi’s langs de kant van de weg. Links en rechts zijn er stukken die blank staan. De rivier is buiten z’n oevers getreden. Na het stadje rijden we kort zuidwaarts via de Dorat Road. Er zit links een walibi aan een hekken. We laten het busje staan en wandelen door gravel en een overstroomd stukje langs een creek tot aan de Robin Falls. Ik klauter tot boven de onderste waterval. Het is wennen aan de vochtigheid als we terug wandelen. Ik rijd via de Crater Lake Road tot in Batchelor. Op een straat links zien we nog walibi’s in de verte. Op de Litchfield Park Road moeten we stoppen. De weg is overspoeld. We staan ernaar te kijken. Moeder natuur toch!? Twee West Australiërs en Oostenrijkers die achter ons stoppen zijn ook teleurgesteld. We rijden heel traag terug en nemen foto’s van waterbuffels en koeien. Judith gaat naar de WC in Batchelor. Er is niemand in het Visitor Centre. We stoppen aan Manton Dam. Hier wordt het water voor Darwin gefilterd. We wandelen langs de oever op zoek naar krokodillen en vinden vogels. Mooie papegaaien met een groene kuif groeten ons op het pad op de terugweg. Na een pijl dat wijst naar de verkoop van krokodillenhuiden riemen en portefeuilles spot Judith op een zijweg een laatste grote termietenheuvel. Ik draai en rijd terug op de weg. Vlak nadat we de foto nemen begint het weer te gieten. Ik rijd helemaal door tot in Darwin, de stad.

    Comments

  • 02Mar 2020

    27 Darwin 03/02/2020 Australia —

    Darwin City, Australia

    Description

    We stoppen aan de Charles Darwin Picnic Area. Er is een bunker met uitleg over de aanval op de stad in 1942 door de Japanners. We vullen water bij en bekomen even. Jammer van Litchfield, daar hadden we wel naar uitgekeken. Ik rijd naar het museum van de Northern Territory. Net als in Adelaide is het staatsmuseum hier prachtig. We bekijken een galerij over de evolutie, Sweatheart de zoutwater krokodil en cycloon Tracy. Na sluitingstijd zitten we voor het gebouw en bellen we met Sam die in z’n Krefel camionette zit. We wandelen erna naar Vesteys Beach en gaan terug via een lagoon. We eten op de parking van het museum en rijden naar de parking van Vesteys Beach om een douche te nemen. Er wandelt echter een raar type rond ons busje. We vermoeden dat hij drugs dealt. Ik heb het idee om te slapen bij het gebouw van Wicked Campers. Dat zou onopvallend lijken gezien de bedrukking op het busje. Het is echter nog druk en we stoppen al op een parking aan Smith Street voor we het echte centrum binnen rijden. We staan tussen twee auto’s zodat de bedrukking niet zichtbaar is.

    29/02: We slapen niet goed. Het is te vochtig in het busje. Om 6 uur rijden we terug naar Vesteys Beach en nemen we een douche. We kuisen het busje vanbinnen met m’n gescheurd hemd. Het heeft zoveel meegemaakt en gezien en vliegt nu in de vuilbak. We gaan naar de Shell, tanken een beetje tot halfvol en wassen de buitenkant. Rond 8 uur zijn we bij Wicked Campers op McMinn Street. We zijn weeral te vroeg. We doen een wandelingetje naar het park aan de zee. We moeten door een gebouw waar er gestemd wordt. Ze proberen stemmen te ronselen. Wij niet, zijn toeristen! Er staat een kanon gericht naar de oceaan richting het gezonken schip waar het opstond. Het is één van de vele monumenten op het wandelpad langs de zee die verwijzen naar de enige keer dat Australië aangevallen werd. Er is wifi. Judith boekt twee nachten in Chilli’s Backpackers, het goedkoopste hostel en niet ver. We gaan naar Wicked. Er is een meneer die op het eerste zicht kort lijkt maar dan toch vriendelijk is. We moeten geen extra kilometers betalen. We zijn opgelucht. We wandelen naar het hostel en rusten in de keukenruimte en airco in ons kamertje met stapelbedden. We gaan op zoek naar een wisselkantoor maar vinden enkel een kleintje naast de Coles. Er zijn veel muurschilderingen. We wandelen langs een rondpunt. Voor ons is dit het einde van de Stuart Highway waar we 9 dagen geleden aan begonnen op de Greyhound bus in Adelaide. Er staat een klein monument op de grond. Er zitten twee Aboriginals. Ze vragen hoe laat het is en waar we vandaan komen. We voelen ons niet ongemakkelijk in hun aanwezigheid. We wandelen de esplanade langs de zee af. Er staan verwijzingen op naar mensen die belangrijk zijn geweest voor de stad en ontdekkingsreizigers. Overal hangen camera’s. Judith denkt dat ze in de verte een zoutwater krokodil ziet. Nee hoor, het is een rots. We gaan kort naar de zee via een pad naar beneden. Op het einde van de parkwandeling langs de westkust van Darwin staat een WC. We horen weer hetzelfde toontje als in Glenelg en Franz Josef. “Door locked. You have 10 minutes.” Gevolgd door klassieke muziek. De WC is versierd met een geschilderd tafereel van de ‘Bombing of Darwin’. We laten ons eens gaan en bakken chicken nuggets in de pan samen met noodles. Het is lang geleden dat we zoveel aten. We gaan vroeg slapen op goeie matrassen in de airco.

    01/03: We zijn wakker rond 8 uur. Nadat we aan één stuk geslapen hebben. We gaan naar de keuken. Het ontbijt was inbegrepen volgens booking. Ik ga naar de receptie. ‘Help yourself’ zegt ene. Ok. In de keuken grabbelt iedereen erop los. We nemen brood. Judith bakt het in de pan. We maken thee en koffie en nemen melk. Ik probeer een hap vegemite. Jekkes, veel te zoutig. Wie doet dit nu op brood? Rare Australiërs. We wandelen op Smith Street naar The Waterfront. Aan de zee staat een groot conferentiegebouw met een zeer straffe airco. Er is een gratis reisbeurs aan de gang. We doen een babbeltje aan de stand over Indonesië en Thailand. Ze weten niet veel over de staat van de wegen in West Nusa Tenggara. We krijgen een sterk gemberdrankje ‘Jamu’ en Judith krijgt een traditionele sjaal rond haar nek. Er is een betalend golfslagbad voor gezinnen en een andere gratis lagoon. Het water is niet zo koud. Judith merkt op dat er vissen zitten. Na het zwemmen wandelen we een toertje rond chique appartementen. We nemen trappen omhoog langs olieleidingen uit WOII naar een overheidsgebouw waar een kelder is die beschermt tegen cyclonen. In het Visitor Center merk ik op dat we Katherine Gorge in Nitmiluk National Park niet bezocht hebben. Jammer, maar misschien was die weg ook wel overstroomd. We wandelen terug naar het hostel en doen inkopen in de Coles. We nemen de laatste meat pies. We zetten ons in de keukenruimte op het terras met elk een gsm. We houden ons bezig met Whatsapp met familie, media updaten, kaartjes sturen naar oma’s, yoghurt eten en rusten. We duiken erna het bubbelbad in. Een gast van de receptie springt erbij. Hij werkt liever hier in Darwin dan aan de East Coast want daar verloor hij teveel tijd aan file. We blijven er lang alleen in en mijmeren over een moto kopen in Vietnam zodat we minder verloren dagen zouden hebben in steden. We gaan pas uit het bubbelbad rond 19 uur. Als avondmaal eten we lasagne en meat pies met een restje getoast brood. Het is al donker. Er is een tentoonstelling genaamd ‘Tropical Lights’. We nemen een kijkje langs verlichte kunstwerken en luisteren naar geluidsfragmenten op een app. Twee kunstwerken springen eruit voor mij. Een verlichte bol die rood en groen wordt in de ruïnes van een oude kerk die verwoest werd door Cyclone Tracy en verlichte wielen die symboliseren dat tijd niet eindig is. Zo is ook de kijk van de Aboriginals op het verleden. Volgens hun cultuur kunnen doden nog steeds een invloed uitoefenen. Het is vergezocht. We crashen op een zetel op het terras en kruipen erna terug op de bovenste stapelbedden in kamer B13.

    02/03: We zijn vroeger wakker dan gisteren. Ik heb een beetje koud door de airco. We zetten ons in de keuken bij een Brit met een lange rosse baard. Hij slaapt bij ons op de kamer en heet Aiden. Hij heeft in Sydney gewerkt als au pair en hoopt hier aan de slag te kunnen bij verkeerswerken. Als z’n visa erop zit, gaat hij naar Vietnam met z’n broer. We ruimen op. Judith boekt een hostel voor Labuan Bajo. We vertrekken. De andere persoon in onze kamer, een asociale Duitser, zegt niks en ligt al het hele weekend op z’n bed. We wandelen de straat af naar links en draaien naar rechts naar de botanische tuin. Als we er zijn verfrissen we ons meteen in de WC. Het is heet en vochtig. We gaan naar een serre en doen een toertje langs een watervalletje. Er is een tuin met Baobab bomen die me interesseert. Er staan vijf soorten uit Madagaskar, één uit West-Afrika en één uit Australië zelf, die voorkomt in The Kimberleys. Na rusten in de schaduw van de bomen, trotseren we de hitte en raken we op de Stuart Highway. Aan een bushalte bekomen we in de schaduw met koekjes. Als we verder wandelen steken we onze duimen op. Er roept een meisje links van ons op de parking van een tankstation. Ze is gestopt voor ons. Ze is net klaar met school en rijdt met haar Holden Cruze helemaal naar de luchthaven. Ze heeft familie in Italië en hoopt advocate te worden aan de universiteit van Adelaide. Succes! En Grazie! De airco in de luchthaven doet deugd. De twee maanden Oceanië zitten er al bijna op. Als ik erop terugkijk, dan hebben we veel geluk gehad. Behalve in het begin, Tongariro en op het einde, Litchfield. De packrafttochten in de fantastische wildernis van het zuidereiland van Nieuw-Zeeland waren zwaar en leuk. En de onherbergzame uitgestrektheid van het centraal en noordelijk niemandsland in Australië heeft een indruk nagelaten. Ik ben benieuwd hoe zwaar de cultuurshock zal zijn nu we de westerse wereld met een taal die we verstaan achter ons laten. We wachten tot ’s avonds in de kleine luchthaven van Darwin. Ik zoek info op over Sumbawa en maak de laatste noodles en macaroni buiten klaar. Judith belt naar Sam. Als we naar de check-in gaan doen ze moeilijk over een paar extra kilo’s. We doen al onze kledij aan en komen nipt aan de 7 kg per rugzak met het dekentje eruit en vanalles in onze jas-en broekzakken. Bij een tweede poging moeten we kunnen aantonen dat we Indonesië zullen verlaten. We boeken in een recordtempo een vlucht naar Ho Chi Minh Vietnam over een kleine twee weken. Bij een derde poging is het eindelijk Ok. We gaan door de duty free en spuiten weer parfum. Het zal onze laatste vlucht zijn met Jetstar. Het vliegtuig zit niet helemaal vol. We kunnen goed rusten ondanks de luide motoren. De drieënhalf uur durende vlucht gaat snel voorbij.

    Comments

  • 04Mar 2020

    28 Labuan Bajo 03/04/2020 Indonesia —

    Indonesia

    Description

    03/03: Als we landen in Bali zijn we politiek gezien in Azië. De sfeer en muziek in de luchthaven voelen al meteen anders. We moeten een geel blaadje invullen waarin we verklaren dat we gezond zijn. Heeft dit te maken met de corona-crisis? De douanier vraagt hoe lang we in het land blijven. Hij herhaalt een paar keer: ‘Two weeks yeah?’. En stempelt. Dat is het. We vinden onze weg via onafgewerkte gangen naar het deel van de luchthaven voor binnenlandse vluchten. We leggen ons in een gang voor een afgesloten glazen deur tot een security agent komt zeggen dat we nog verder moeten. We gaan via een open deel van de luchthaven naar schuifdeuren met nog security. We mogen nog niet binnen. Het gaat pas open om 5 uur. We leggen ons op de matrasjes in een hoekje buiten. Ik slaap. Judith belt eens met haar mama en Margot. Als we binnen gaan is het weer hetzelfde liedje. De hostess van Wings Air, een onderdeel van Lion Air, zegt dat we een paar kilo’s bagage teveel hebben. We trekken al onze kledij aan en proppen dingen in onze jaszakken. Als we terugkeren naar de check-in moeten we zelfs niet meer wegen. We krijgen meteen de boarding passen. We gaan naar de juiste gate. Die verandert, maar het wordt niet omgeroepen in het Engels. We volgen de andere passagiers. We wandelen op de tarmac en kruipen in een propellervliegtuigje dat nog niet eens halfvol zit. We krijgen onze zakken nipt in de opbergruimte. Het is proppen. We zien alle eilandjes passeren. De Rinjani op Lombok is geen klein vulkaantje. Ik ga van links naar rechts aan de ramen zitten om foto’s te nemen en filmpjes te maken van de eilanden in West Nusa Tenggara. We landen al na iets meer dan een uur in Labuan Bajo. Het is snikheet, zeker met twee broeken en drie onderbroeken aan. We wisselen van kledij in de WC van het kleine luchthaventje en wandelen de straat op. Alle taxichauffeurs springen recht en komen op me af. Ik gebaar met twee vingers en zeg: ‘walking’. Ze dringen niet aan wat aangenaam is. We vinden onze weg op oriëntatie want de GPS werkt niet op de GSM’s. Via een klein muf straatje vinden we ons hostel Ataflores, wat ‘vrienden van Flores’ betekent. Flores is de naam van het eiland. Een jonge gast zegt meteen ‘Welcome home’. Er is airco in het slaapzaaltje met goeie matrassen. We laten de zakken er liggen en vinden een wisselkantoortje met een goeie rating. Eén AUD is gelijk aan 9100 IDR. Dat is vijfhonderd IDR meer dan in Darwin. We gaan naar een winkeltje, vinden een plaats om onze kledij te laten wassen en liggen samen een uurtje op de onderste matras. Het middagdutje doet deugd. Erna wandelen we de hoofdstraat af en vinden een kantoortje dat de goedkoopste tour aanbiedt. Het maakt niet uit bij welk kantoortje je boekt. Ze zetten toch iedereen op dezelfde boot. Irwan en Ibrahim van het hostel kunnen niet onder de prijs dus we gaan boeken voor morgen. We wandelen alle kades af, ook die achter de stinkende vismarkt. Tot onze verbazing willen er meisjes met ons op de foto. We wandelen terug en zetten ons aan een tafeltje bij een mevrouw onder een paraplu. Er staan veel plastieken potjes met eten: gele rijst, aubergine, tofu, ei, noedels, kip, kroepoek en nog zaken dat we niet kennen. We bestellen een portie Nasi Campur. Het is redelijk straffe kost. Onze ogen tranen en onze neus loopt. We halen wat te drinken en zetten ons op de kade. Mijn sinaasappelbiertje heeft maar twee procent alcohol. Het is even bekomen. De plaatselijke bevolking steekt vuurtjes aan, het stinkt hier meer en de straten zijn een pak vuiler dan wat we tot nu toe gewoon zijn. Een nieuw continent.

    04/03: De moskee liet zich al horen om 4.30 uur! We kruipen uit ons bed rond 5.20 uur en wandelen naar het kantoortje. De jonge gast brengt ons naar de plaats waar de boot zal vertrekken. We krijgen snorkels. Er is niet veel plaats voor m’n neus maar Ok. Het duurt even voor de boot georganiseerd is. We vertrekken rond 7 uur. We krijgen een lunchpakket en twee flessen water. Er is koffie en thee. Er zijn 14 mensen in onze groep. De grootste en slankste van het personeel op de boot doet de uitleg. Hij heet Johan en zegt doodleuk: ‘Omdat het laag seizoen is, zijn er geen gidsen, dus je zal het met mij moeten doen.’ Hij legt kort uit: ‘We varen drie uur naar Padar. Erna snorkelen we aan Pink Beach, vervolgens naar Rinca waar de Komodovaranen zitten en nog eens snorkelen aan Manjarite.’ Johan doet z’n ronde en iedereen betaalt cash de ingang van het Komodo Nationaal Park. Er liggen matten op het bovendek in de schaduw. We leggen ons samen op één en dommelen nog even. Er valt een korte regenvlaag. De eilandjes die we passeren zijn mooi groen. We gaan een pad omhoog. Het uitzicht op het groene, kartelige eilandje en de vele strandjes achter ons is adembenemend mooi. Prach-tig! Russen en Johan nemen foto’s van ons. Na een uurtje moeten we terug op de boot. Het is maar zo’n tien minuten naar Pink Beach. We zijn een stukje van de GoPro vergeten dus ik vraag een touwtje om de GoPro te kunnen bevestigen aan m’n pols. T-shirt uit en erin springen. We ontdekken een levendige onderwaterwereld. Zoveel koraal en verschillende vissen! Amai! Deze plaats is beter dan deze die we gezien hebben in de Filipijnen. Judith krijgt koud. We gaan naar het roze strand om op te warmen. Een touchy koppel vraagt om een fake instagramfoto te nemen van hen. Als we terug gaan snorkelen probeer ik één vis zo lang mogelijk te volgen. Na een uurtje in het water kruipen we terug op de boot via een ladder. Nu is het even varen. We eten onze lunch, een visje met rijst en drinken thee. Het is snikheet. Er is een waarschuwing voor krokodillen als we aan Rinca komen. We komen op de kade door op en door een andere boot te stappen. Drie rangers worden aan onze groep toegewezen. We zien meteen een kleine varaan voor z’n hol. Als we aan een vlakte komen zien we apen en een waterbuffel in de verte. Om de hoek van een café ligt de eerste volgroeide varaan onder een boom. Verder aan andere gebouwen liggen er nog grotere. Er ligt een exemplaar waarvan z’n twee voorste poten ferm gehavend en gespalkt zijn. Hij wordt beetje bij beetje opgegeten door de anderen. De rangers vragen of we ermee op de foto willen. Gewapend met een stok gaan ze tot op een meter van de beesten. Zot! Het zijn meedogenloze kannibalen die gif spuwen. Ze kunnen hun prooi dagen volgen tot het gif begint te werken. We wandelen verder tot aan een nest. Als pasgeborenen uit hun eieren komen eten ze mekaar op. Degene die overleeft kruipt in bomen en leeft er drie jaar zodat grotere exemplaren hen niet opeten. Wat is het hard om een varaan te zijn. Vanop een uitzichtpunt kijken we naar het groene binnenland van het eiland en de baai waar onze boot ligt. Op de terugweg ernaartoe zitten er hertjes. Varanenvoer. We varen naar onze laatste bestemming voor vandaag: Manjarite. We zijn verbrand dus deze keer springen we in zee met onze T-shirts aan. Er zijn meer golven hier en de zichtbaarheid onder water is minder. Toch is er precies meer en specialer koraal. Judith filmt deze keer. Ze doet het goed en duikt soms zelfs naar beneden. Ik heb last van water in m’n bril en moet af en toe ergens staan om te bekomen van het ingeslikte zoute water. Erna is het genieten. We zijn de laatste terug aan boord. Het is niet zo lang terugvaren naar Labuan Bajo. We stappen voldaan af. We douchen en gaan in het donker Nasi Campur eten aan het tafeltje naast dat van gisteren in de straat vlakbij. Deze mevrouw is duidelijk blij dat we haar kiezen vandaag. Ze schotelt ons meer, gevarieerder en straffere kost dan haar buurvrouw gisteren voor. In het hostel zet ik me nog even boven in de gezamenlijke ruimte. Judith komt iets later ook als ik haar kom halen. Er wordt stinkend, papperig, fruit met stekels geserveerd: Durian. En een plaatselijke sterkedrank met anijssmaak gaat rond: Arak. Irwan speelt Westerse en Indonesische muziek op zijn gitaar. Ibrahim vertelt dat er duizendzevenhonderd eilanden zijn in Indonesië. De inwoners spreken zo’n zevenhonderd verschillende talen. Jawadde. Dit zal met zekerheid het meest diverse land ter wereld zijn. Er zitten een paar Zwitsers, een Oostenrijker, een Pools koppel en een bitch met een ferme decolleté. We maken het niet al te laat. Onze ruggen zijn verbrand. Ik maak T-shirts nat om erop te leggen. Wat een leuke dag vandaag!

    05/03: We staan op om 7 uur. We maken de rugzakken en wandelen naar de ferry. We moeten terug naar het postgebouw. Ik ga mee achterop een brommer. Het is naast waar we geld afgehaald hebben. We hebben onze paspoorten nodig. Het duurt even. Hij moet een baantje nemen boven het stadje om terug te rijden. We halen een broodje en een zakje rijst voor we op de ferry gaan. Het onderste niveau is voor voertuigen. Erboven is er een ruimte met stoelen en matjes voor passagiers en er is nog een bovendek buiten. We eten er in de schaduw en vinden erna een plaatsje in de passagiersruimte. Ik had een matje genomen, maar geef het terug. Ik kan er niet op slapen en het is betalend. Irwan, Ibrahim en een meisje uit het hostel zijn ook op de boot. We vertrekken rond 10 uur. Een uur te laat. Veel mensen roken en smijten vuilnis uit het raam. Er drijft dan ook redelijk wat in de oceaan. Ik probeer m’n verbrande rug nat te houden. We wandelen rond en twijfelen om toch de nachtbus te nemen. Een jongetje raakt Judith haar rug aan en krijgt de volle laag van een man. Dat was niet nodig. Er zijn er aan het schaken aan de toog. Een meisje vraagt waar we vandaan komen. Als we naar buiten kijken richting het Komodo eiland zien we dichtbij twee dolfijnen springen. Sape komt dichter. We stappen samen af en vormen de Ataflores groep van zes.

    Comments

  • 07Mar 2020

    29 Gili Air 03/07/2020 Indonesia —

    Indonesia

    Description

    Er heerst een redelijke drukte. We wurmen ons op een busje. We zitten gepropt. We rijden door het stadje en langs rijstvelden en een kolkende, bruine rivier. We kronkelen omhoog en zien rechts in de verte bergen in de mist met de zee en eilandjes errond. Over de pas komt er links een mooie vallei in zicht. Er zitten apen op de weg. Er is veel bebouwing. Het doet wat aan de Filipijnen denken. Hier is het misschien nog drukker. We passeren veel moskeeën. Vrouwen en meisjes zijn gesluierd. De nacht valt als we in Bima komen. Ibrahim en Irwan regelen een bus. We gaan eerst eten. Een visje met rijst. Het Zwitsers meisje uit het hostel heet Aline en reist al vier maanden door zuidoost Azië. Ze is het wat beu. We nemen nog snel ons dekentje uit onze rugzak in de opslagruimte voor de bus vertrekt. We zitten achteraan links. De bus is hier duidelijk ‘the king of the road’. De chauffeur gaat hard, toetert zeer regelmatig en ander verkeer moet wijken om de ferry te halen. We zien veel huisjes langs de kant van de weg. Het stopt niet, voor zover we nog kunnen zien, want het is ondertussen al pikkedonker.

    06/03: We dommelen in. Aan Sumbawa Besar stopt de bus voor een pauze rond 1 uur ’s nachts. Ik ben wat nukkig omdat ik gewekt word. We gaan naar de WC en eten samen rijst in een klein zaaltje. Rond 3 uur worden we weer wakker gemaakt. Godver, ik was net aan het dromen. De bus gaat ook op de ferry. Waarom mogen we dan niet gewoon doorslapen?! We zetten ons op blauwe plastieken stoeltjes en babbelen met Ibrahim. Hij is 30, heeft geen vrouw of kinderen, want hij heeft z’n freedom nodig. De moon is z’n vrouw en de sunset en sunrise zijn z’n kinderen. Haha. De ferry naar Lombok doet er niet zo lang over. We slapen verder op de bus. Het is al licht en Irwan en Aline zijn al uitgestapt om naar Kuta verder te reizen. In Mataram nemen we samen met Ibrahim een taxi naar Kota Tua Ampenan. Dit is de buurt niet ver van de zee waar hij is opgegroeid. Ik wandel rond aan een rivier en door een marktje met vanalles behalve brood. Na kort wachten komt er een Blue Bird taxi. Die neemt ons mee voorbij Senggigi. We zigzaggen langs hele mooie stranden tot op de parking van veerbootjes in Bangsal. Er is een winkeltje. Best, we hadden honger gekregen. We delen een cake. We varen in een klein veerbootje dat laag in het water ligt naar het eerste van drie paradijselijke eilandjes: Gili Air. We wandelen mee met Ibrahim door een toeristisch straatje met paardenkoetsen, elektrische brommertjes en fietsen. We zetten ons aan bungalowresort Tropicana. Er is wifi. We zoeken en vinden veel accommodatie. Zoveel prijsverschil is er niet met het laagste en het ziet er hier deftig uit. We boeken een kamer voor twee nachten en doen meteen een middagdutje na een douche. Het gigantische bed doet deugd. We wandelen erna naar het noorden van het kleine eilandje. Als we aan het strand komen begint het te gieten. We schuilen bij een kraampje dat tours aanbiedt. We hebben al geboekt om morgen te gaan snorkelen bij het hostel. Als de regen wat mindert maken we onze weg terug naar de kamer via een binnen weggetje. Zo hebben we een noordoostelijk toertje gemaakt. We trekken onze regenjassen aan en gaan Nasi Campur eten. Het is hier minder pikant dan in Labuan Bajo. We wandelen het hele eilandje rond. Er zijn veel luxeresorts langs de stranden. Er speelden locals voetbal. Ik had zin om mee te doen maar Judith moet dringend naar de WC. We relaxen op de kamer. Judith valt diep in slaap. Rond 21 uur maak ik haar wakker om eens te gaan kijken naar een badmintonzaaltje dat ik opgemerkt had verder in de straat. Er is één veld en vier spelers zijn bezig. Na hun match mag ik meedoen. Er geeft één z’n schoenen en sokken. Ze zijn te klein maar het gaat. Ik warm op en we beginnen eraan. M’n medespeler is een spring in het veld. Hij lacht veel. We spelen volgens het oude systeem tot 15. Enkel als je de opzet hebt kan je een punt maken. De eerste set verliezen we. De tweede winnen we. Ze vragen of ik nog verder wil spelen. Ik zeg dat het Ok is. Het is hun veld. Ik bedank hen en geef de schoenen en sokken terug. M’n medespeler neemt ook een pauze. Hij heet Dedik, heeft drie dochters en is een visser. Hij haalt een flesje water voor me. Ik bedank hen nog eens voor we doorgaan. Hij wenst ons Selamat Malam. ‘Een goeie nacht.’ Ik heb redelijk gezweet met de vochtigheid. Een douche en we doen dodo.

    07/03: We staan op rond 8:30 uur en gaan ontbijten. We krijgen een fris glas fruitsap en lekkere bananenpannenkoeken met chocolade en honing. Rond 10 uur komt er een gast om ons. We wandelen mee. Een Deense vrouw, Sofie, wandelt mee tot aan de rest van de groep. We zijn met 12. We krijgen zwemvliezen en snorkels. Ik test al eens. Het gastje dat meewandelde springt mee op het bootje met glazen bodem. Hij is onze gids en zal zeeschildpadden vinden voor ons. De eerste stop is iets ten noorden van de kade op Gili Meno. We zien niet veel in het begin. De bodem is te diep. De zwemvliezen zijn ambetant. Ik kan de groep niet bijhouden. Judith neemt ze van m’n voeten en legt ze in het bootje. Ik voel me bevrijd. Er zit een schildpad op de bodem. Een Deen geeft z’n GoPro en het gastje duikt ernaartoe. Vlak voordat we terug in het bootje moeten zwemt er een grote schildpad omhoog. Wauw. Ik kan hem een eindje volgen. We varen kort verder naar ten noorden van het laatste en grootste Gili Trawangan. We zijn als eerste uit de boot na het gidsje en hij spot meteen een schildpad in heel laag water. Jupla. Ik kan hem lang van dichtbij volgen en perfect meezwemmen. Er is ook koraal en er zitten enkele vissen maar niet zoveel als aan Komodo. Iets verder zit de grootste zeeschildpad. Hij komt omhoog als ik film. Na een uurtje snorkelen varen we terug naar de westkant van Gili Meno. We stoppen op een plaats waar veel bootjes zijn en het water vol zit met mensen. Er zwemmen veel gele vissen. Ze worden gevoed. Het is de plaats van het bekende, ronde, seksistische standbeeld. Judith doet haar best om goede beelden te maken maar ze krijgt stampen. Er zijn teveel mensen. We varen rond Gili Meno en stoppen opnieuw iets ten noorden van de kade. Het is lunchtijd. We zetten ons niet aan het restaurantje aan het strand zoals alle anderen maar wandelen naar de kade en van daaruit naar het midden. Het eilandje oogt minder toeristisch en kalmer dan Gili Air. Ik stoor een mevrouwtje dat achter de vitrine van haar winkeltje ligt te rusten. Ze springt blij op en is enthousiast dat ze Nasi Campur mag maken voor ons. We wachten 5 minuten en nemen het eten mee in puntzakjes. We wandelen terug en zetten ons onder een afdakje met zicht op ons bootje. Het smaakt enorm. Het is de beste Nasi Campur tot nu toe. We snorkelen een laatste keer aan de oostkust van Gili Meno. We focussen meer op de vissen in het koraal en jagen niet meer op de zeeschildpadden. Op het einde ziet Judith nog een schildpad en ik duik ernaartoe voor we terugvaren. Rond 15 uur stappen we terug af op Gili Air. We rusten kort op de kamer voor we gaan wandelen. We verdwalen deze keer in de binnenstraatjes in plaats van het strand te volgen. Er zijn veel palmbomen en koeien. De lokale mensen wonen in kleine verhoogde hutjes en de moskee is in vergelijking veel te groot. Er hangen plakkaatjes met yogaspreuken. We komen op het noordelijke strand als de zon bijna ondergaat. We gaan terug naar de kamer om te rusten voor we ons avondmaal gaan zoeken. Aan de kade staan er opnieuw kraampjes. We delen Bakso, een gehaktballensoepje. Het vult. Judith haalt op de terugweg nog een zakje Nasi Campur waar er vlees gebakken wordt op straat. Het hoort er niet bij dus ze vraagt en krijgt extra kip. We eten op het terras voor het resort. We wrijven mekaars rug in met aftersun en delen enkele filmpjes van vandaag met onze familie voor we gaan slapen.

    08/03: We slapen uit en gaan om onze bananenpannenkoeken. We ruimen op en geven Ibrahim nog een knuffel. “Ya man. All the best man!” Rond 10 uur nemen we opnieuw het publieke bootje naar Bangsal. Het is een iets groter model dan in het doorgaan. Als we uitstappen zijn er teveel roepers. Ik erger me aan een dikzak die blijft volhouden als ik m’n schoenen opnieuw aandoe.

    Comments

  • 09Mar 2020

    30 Lombok 03/09/2020 Indonesia —

    Indonesia

    Description

    We wandelen naar een winkeltje om cake en water. Er spreekt ons iemand aan, of we een brommer willen huren. Ik krijg de prijs een beetje naar beneden. Hij komt af met een kleurrijke Honda. Ik zet Judith haar zak vooraan tussen m’n benen en ze zit achter me met m’n rugzak aan. Ik draai aan het uiteinde van het rechter handvat en we vertrekken. Het is druk op de kleine baantjes. Ik blijf links en ga 30. We tanken aan tankstation en ik haal geld af. We stoppen aan een winkeltje waar ze maandverband hebben. Aan een moskee stoppen we nog eens om restje cake en water te nuttigen en onze poep te laten rusten. De hitte valt op ons als we stilstaan. Het wordt kalmer als we meer naar het oosten rijden. Het is wel nog uitkijken voor honden en putten. Na Anyar rijden we het binnenland in en stijgen we. Het blijft druk. Overal zijn er huisjes langs de kant van de weg met rijstvelden erachter aan beide zijden. Er roepen enkele gasten als we Senaru binnen rijden. Hier is het, Bintang Homestay. Eén van hen begroet ons en begint te babbelen terwijl we ons zetten en thee krijgen. Hij heet Topick en heeft een Duitse vrouw die de helft van het jaar hier is. Hij vraagt of we niet willen investeren in Lombok. Als we zeggen dat we geen huis of voertuig hebben waar we wonen stopt hij met aandringen. Het is een aangenaam gesprek. We krijgen kamer 1. Er is een warme douche. Het begint niet normaal hard te gieten. We zitten even buiten op het terras en leggen ons dan op bed. Het minder niet en we krijgen honger. De straat is een riviertje. Er komt een jongen van aan de overkant. We kunnen er eten. Het is weer Nasi Campur, geen slechte. Als we terug wandelen roepen er gasten naar ons. Topick zit er ook. We zetten ons erbij in een hutje op palen van de grond. Het wordt donker. Een jonge gids, Josh, blijft maar ratelen. Z’n Engels is niet zo goed en hij heeft enkele voorbeelden van grappige omstandigheden. Als er een toerist die hij begeleidde uitgegleden was op een gevaarlijk stuk zei hij ‘beautiful’. De toerist werd boos. Het moest ‘be careful’ zijn. Hij is net als Irwan een playboy die achter westerse vrouwen zit. Hij toont foto’s van Hollandse meisjes die hij gegidst heeft. We zeggen selamat malam en wandelen nog eens tot iets hoger in de straat waar we links de ingang van de watervallen vinden.

    09/03: We ontwaken in het vochtige kamertje dankzij het lawaai van de moskee en enkele hanen. Rond 6:30 uur vertrekken we richting de Sendang Gila en Tiu Kelep watervallen. Er is niemand aan de ingang buiten twee spelende kinderen. We dalen langs een glibberig pad tot aan Sendang Gila die uit twee delen bestaat. Er staan kraampjes maar er is niemand. We nemen een afslag en volgen een pad tot aan een kapotte dam. Daar gaan we en stukje door bos tot we bij rivier komen. We volgen stroomopwaarts en moeten een paar keer oversteken op verzakte grond. Er komen veel steentjes in onze sandalen. Judith is stil. Ik sleur eruit dat ze heimwee heeft. Tiu Kelep is mooi! Het is zoeken voor een foto. We hebben het kleine driepekkeltje niet mee waardoor de kodak van een steen kletst. Nadat ik er nog eens bijna onder ga staan keren we terug langs dezelfde weg tot aan splitsing. Erna stijgen we steil langs trappen tot aan een tweede ingang. Achter ons is Rinjani voor het eerst volledig zichtbaar. Dit zal de enige keer zijn. Er zitten enkele mensen als we boven komen. Als ze vragen waar we vandaan komen zeggen we van de eerste ingang. Er zitten apen op de weg op het uiteinde van het dorp. Als ontbijt krijgen we brood, bananenpannenkoek en een paar zoete, plakkerige substanties in plastiek en bladeren. Judith mag het niet graag. Ik wel en spaar er twee van de zes. Ze zijn een extra dak aan het bouwen aan het terras met bamboe. Het gaat vooruit. We steken alles wat we nodig hebben voor vandaag in het opbergvak en vertrekken. Bergaf. Aan splitsing slaan we deze keer rechts af. We kronkelen meteen langs mooie rijstvelden. Ik stop in Sambikelen aan de moskee. Er zijn jongetjes aan het voetballen op het schoolpleintje. Als ze me zien komen ze allemaal kijken! We slaan af naar rechts en kronkelen tot in Sembalun. We laten de brommer staan op de grote straat in Sembalun Lawang en wandelen via kleine straatjes, langs bamboe tot waar er volgens maps een uitzichtpunt zou moeten zijn. Er zitten enkele gasten. Ze registreren ons en we moeten betalen. We komen langs traditionele hutten tot aan zicht op een vallei met rijstvelden. Er zitten enkele koeien op de heuvel. De stad is ook goed zichtbaar van hier. We tellen drie onafgewerkte moskeeën. We wandelen terug en rijden verder. We stoppen en smeren ons in voor de felle zon. Ik ben wat nukkig door vermoeidheid. We stoppen in Sembalun Bumbung aan winkel. Judith gaat binnen terwijl ik beetje terug wandel om naar moskee te gaan kijken. Ik piep eens binnen. Vrouwen zitten gescheiden achter gordijnen. Er komt een meneer buiten die vraagt wat ik kom doen. Ik antwoord ‘just looking’. Hij bidt 4 keer per dag, om 4 – 11 – 15 – 19 uur. Zo, die heeft tijd. De tank is halfleeg als we verder omhoog kronkelen. We komen stil te staan in een korte file. We rijden terug. Op de zeer steile afdaling staan plakkaten ‘hati hati’ wat ‘wees voorzichtig’ betekent. We tanken eerst: 2 flessen van het betere blauwe spul. Het ziet er onheilspellend donker uit als we opnieuw de pas opgaan. Het regent maar ik rijd koppig verder. De file is groter geworden. Ik ga te voet kijkje nemen. Er staat een flik. Om de hoek is er een landverzakking. Het ziet er niet erg uit. Op een smalle modderstrook zit een vrachtwagentje vast. Als hij erdoor geraakt kunnen we ook. We kronkelen door de mist tot op de Pusuk. Als we stoppen wordt Judith aangeklampt. Ze moet mee op de foto! En ik ook! Bij de arm, hup, geen discussie mogelijk! Er is een uitzicht platform. Als ik erop wil stappen zegt een dik ventje dat ik zal moeten betalen. We zitten in de mist dus ja, laat maar. Het ventje is boos. Net goed haha! We dalen door de mist. De remmen dicht. Iets lager zitten apen. Het is een leuk kronkelbaantje. We rijden door de jungle en komen op mooie velden. We rijden op een bergkam en links en rechts zijn er fruitbomen en rijstvelden op de hellingen langs beide valleien. Het is er prachtig. Na een poort komen we jammer genoeg terug in de beschaving. Ik rijd tot aan de kustbaan en sla linksaf. Hier kan ik vaart maken en rijd soms tot boven de 60. We stoppen aan Maroak voor Nasi Campur in een hutje. Voor we verder rijden piepen we aan de zee. Er is een kleine kade met vissersbootjes. Verder staat een pijl naar Gili Lawang en Gili Sulat. We nemen het kleinere baantje en slaan linksaf naar een grotere kade. Hier zijn er meer vissersbootjes. We voelen ons bekeken. Kindjes roepen ons na. Judith neemt over nadat we een derde en laatste keer een kijkje nemen aan de zee. Ze rijdt door tot aan afslag. Het begint te schemeren dus ik neem over, tot we aan hostel zijn. Dit was een goeie dag! Ik heb het gevoel dat ‘k een mooi stuk van Lombok gezien heb.

    10/03: Ze hebben duidelijk doorgedaan aan het terras. We krijgen minder ontbijt. De zoetigheden ontbreken. We zijn al weg rond 8 uur. Ik rijd door na wat foto’s aan rijstvelden. Ze liggen mooi in de zon vanmorgen. Na uurtje of twee komen we aan het tankstation dichtbij Bangsal. Er is geen benzine vandaag dus we nemen 2 flessen van het mindere gele spul aan een kraampje ernaast. Ik draai af naar links en volg een drukke baan naar boven. We kronkelen opnieuw omhoog langs aapjes. Op de pas moeten we dichtbij parkeren. Als we terug aan brommer komen is de sleutel weg. De parkeerwachter had hem genomen uit voorzorg. De aapjes stelen ze soms zegt hij. Uiteraard wil hij vergoed worden voor z’n diensten. Moesten ze niet gevoed worden met zakjes nootjes dat ze verkopen aan toeristen zouden ze niet agressief zijn.. Het is enorm druk als we dalen. We zien bovendien niet veel van het landschap door de te dichte begroeiing. We stoppen en gaan winkeltje binnen. Er is airco en ijsjes zijn welgekomen. We draaien af naar Senggigi en nemen de weg langs de kust langs waar we de taxi namen met Ibrahim. Dit keer kunnen we wel stoppen op de uitzichtpunten. We zorgen dat we de brommer terug brengen voor 14 uur. Dan was de ferry naar Bali zeiden ze. Ja, lap. Het is niet zo. Die naar Amed is al weg van 11 uur. Het is geen publieke boot maar een privé ferry en dus duurder. We eten brood met smaakjes uit het winkeltje aan begin van de straat en ergeren ons aan dezelfde opdringerige dikzak die opnieuw op ons kleeft. Heeft die Marokkaans bloed? We wandelen terug naar de hoofdstraat en daar is hij opnieuw op z’n brommertje. We negeren hem tot hij verdwijnt. Ik wacht op een gewone bus maar meerdere taxi chauffeurs zeggen dat er geen is. Een jong gastje, Dedik, heeft een auto en moet richting de luchthaven. Hij zal ons brengen voor vast bedrag naar Lembar waar de publieke ferry vertrekt naar Bali. We gaan erop in. Hij is praatgraag, de airco van z’n Toyota Avanza staat hard en de muziek is westers. Hij is al getrouwd twee jaar geleden ondanks de afkeuring van z’n familie. We rijden langs Mataram en worden gedropt aan de ferry. We halen zakjes Nasi Campur en water in kraampje en wandelen om tickets. Het is nog geen derde van de prijs die overal opstaat. Ze verdienen er nogal aan, maar niet aan ons! We zitten op het bovenste buitendek tot het donker wordt en we islamitisch Lombok verlaten rond 18:30 uur.

    Comments

  • 13Mar 2020

    31 Bali 03/13/2020 Indonesia —

    Ubud, Indonesia

    Description

    Het is zo’n 3 uur varen naar hindoeïstisch Bali. We luisteren naar luide, slechte, Japans geïnspireerde muziek. We zien de lichtjes van Nusa Penida in de verte. Padangbai lijkt klein voor een ferry plaats. We stappen af tussen de uitlaatgassen van camions en moeten meteen door een typische Hindoe poort. In de hoek van de straat staan mannen in witgele gewaden met witte tulbanden op hun hoofd. Er is een ceremonie bezig aan een tempel. We wandelen de kade af. Judith toont de booking prijs op haar gsm in de Topi Inn. Het is Ok. We krijgen een klein kamertje in bamboe met ventilator. De douche is welgekomen.

    11/03: We kunnen door de muren gluren en dus ook horen. In de kamer naast ons beginnen twee Engelse te babbelen en we zijn wakker. We gaan kijkje nemen aan het strand en de tempels op de rotsen om de hoek. Het voelt meteen speciaal. Er zijn veel duikers op de kade. We wandelen door de binnenstraatjes vol tempels en versierde bamboestokken die over de weg hangen. We halen Nasi Campur waar er wat locals staan. We nemen een douche en vertrekken. Aan de grote straat spreekt iemand op een scooter ons aan. Het is een Ok prijs voor een auto naar Ubud. Evenveel als een prijs voor een bus waar we op zouden moeten wachten. Als de auto opduikt vragen ze meer. We blijven zitten tot de oorspronkelijke prijs Ok is. De chauffeur probeert een praatje te slaan maar z’n Engels is niet zo goed. Hij rijdt verkeerd via kleine straatjes en moet z’n gps controleren. Na heel wat druk verkeer komen we aan kruispunt in Ubud. We worden gedropt aan de supermarkt en wandelen één km naar het noorden. We vinden ons hostel Leket House in een smal straatje. Het huis is een tempel. Onze kamer heeft twee matrassen. Dat is het. We mogen pas om 14 uur inchecken. We laten de zakken staan en gaan op wandel. Het is snikheet. Overal zijn er standbeelden en tempels. Het is te besloten en veel te druk. Ik moet even bekomen langs de kant van de enige open ruimte die we tegenkomen, een voetbalveld. We wandelen erna via toeristische marktstraatjes naar het paleis. Het is binnen zeer rustig, een schril contrast met de files op de straten er rond. Niet veel verder is de Saraswati tempel. Een ouder Nederlands koppel neemt een foto van ons en wij van hen. Ze hebben twee maanden aan de oostkust van Australië gereisd. We maken een lus naar het zuiden via de Monkey Forest. We gaan niet binnen, de apen zitten gewoon op de omheining. Via de straat die we al kennen, vol restaurantjes, winkels en tempels gaan we terug naar het hostel. We bekomen van de hitte en rusten op de kamer. Pas als het donker wordt piepen we nog eens op straat. We gaan via zijstraatjes en proberen te ontsnappen aan de drukte. Als we in het donker terug wandelen in een straat vol bamboestokken is er een mevrouw offers aan het brengen in een altaartje die eraan bevestigd is. Iets verder in dezelfde straat zitten een man gehuld in witte kledij en twee vrouwen in kleurrijke kledij op de grond voor offers te prevelen en te buigen. Het spirituele is hier duidelijk zeer belangrijk. Ze zijn de markt aan het opruimen. Ik koop een nieuw hemd met lange mouwen. Het is wit en iets te lang maar goed. We wandelen de bekende straat af en halen nog ijsjes in de Coco Mart. Deze winkel is iets groter dan de reeds bekende Indomaret en Alfamart.

    12/03: We nemen plaats op twee kussens aan lage tafeltjes onder een afdak. Er is geschreven dat er ontbijt is vanaf 7 uur maar het duurt tot 8 uur voor we kunnen bestellen. Onze sandalen moeten uit! We krijgen niet zoveel en gaan snel vragen of we brommer kunnen huren. Het is een deftige en goedkoper dan op Lombok. We vertrekken door de hectische straatjes. Ik verlies al snel m’n oriëntatie en we rijden niet zoals verwacht naar het noordwesten maar naar het noordoosten. Och ja, we zullen dan eerst de andere tempels proberen te zien vandaag. We stoppen eerst aan Tira Empuul. De parkeerwachter zegt dat het Ok is met onze handdoeken rond ons middel. Aan de ingang delen ze een andere mening. Wie had ons dat gezegd? Heiligschennis! We krijgen allebei een sarong, een kleurrijk, licht stuk stof rond ons middel. We verkennen de tempel of ‘Pura’ en de heilige bronnen van het eeuwige leven. Ik wil er ook eens in maar het mag niet met deze sarong. Er komt een tempelmeester met ons babbelen. Als ik wil deelnemen aan het ritueel moet ik erin geloven. Er zijn 13 vaten met fonteinen in het linkse deel, de eerste is voor de Balinezen, de 11e en 12e zijn voor begrafenisrituelen. De andere 10 zuiveren je van je slechte eigenschappen. Ik grap dat ik meer fonteinen nodig heb. In het rechtse deel zijn er nog 3 fonteinen die dienen om het verleden van je af te spoelen. De verdere fonteinen worden niet gebruikt. Zodat toeristen foto’s kunnen nemen? Tijdens de uitleg laat Judith de kodak vallen. Hij werkt niet meer. Karma? Ik ga groene sarong aandoen maar denk de hele tijd aan de kodak en kan m’n hoofd niet leeg maken. Als een plaatselijk Hindoe gezin aan het ritueel begint volg ik. Ik plaats een offer met bloemetjes en crackers aan de eerste fontein. Na een kwartiertje ben ik alle fonteinen afgegaan. Ik heb me proberen in te leven maar ben er toch iets te nuchter voor. Redelijk pissig om de kapotte kodak rijden we weg. Aan een kraampje waar het begint te regenen stoppen we voor niet zo’n goeie Nasi Campur. We komen aan de regio van de Batur vulkaan en slaan rechts af op een kronkelpad door het bos. We rijden voorbij politie en stoppen aan uitkijkpunt. Een mevrouwtje dat fruit probeert te verkopen blijft maar aandringen. Aan de tempel werden er ook al bananen in onze handen geduwd. Ze zijn hier opdringeriger dan in Lombok, meer toeristen gewend. Als we uit het bos komen begint het te stortregenen. We ontsnappen niet aan de moesson. De zichtbaarheid is nihil en de helmen hebben geen vizier. De Besakih tempel zal ons jammer genoeg niet zien. We schuilen onder een afdakje. Als het een beetje mindert rijd ik terug naar Batur. We moeten stoppen. Het is betalend. We rijden terug en via een ander weggetje naar de heuvelrug rond de vulkaan en het meer ernaast. Aan een uitkijkplatform steken er weer hun hand uit. Ja, dan stoppen we daar niet eh. We rijden terug naar het zuiden via kleiner baantje en fotograferen enkele tempels onderweg. Het heeft hevig geregend in Petang. De straten staan blank, vol bruin sop. Er zit een hele groep apen aan de rand van het Sangeh Nature Park. Terwijl ik de groep film komt er een local vragen waar ‘k vandaan kom. Als we aan een supermarkt komen op een kruispunt wordt het al donker. We eten mie ayam en kebab met vettige hamburger aan kraampjes. Redelijk moe parkeer ik de brommer terug in het smalle straatje. Het is druk in Bali!

    13/03: We zijn weer als eerste aan het ontbijt. We nemen thee en koffie. Het vult meer dan de watermeloen. We springen op de brommer en rijden deze keer de juiste kant uit richting de Danu Beratan tempel aan het gelijknamige meer. Deze omgeving voelt meer toeristisch, standbeelden zijn minder religieus. Er is een ceremonie bezig en er wandelt een koppel dat gaat trouwen in traditionele kledij. Op de terugweg is de moesson daar weer. We rijden terug in stortregen. De Brahma Vihara tempel zal ons ook niet zien. We rijden richting het zuiden. Ik wil niet de grote baan volgen. Zo vinden we per ongeluk de Senganan rijstvelden. Ze stoppen ons weer. Nee, we zijn doorrijdend verkeer. Je krijgt niets in je handje! Judith filmt de weg en herkent iemand uit de lagere school. Gwenny, haar echtgenoot en hun gids wandelen naar ons. Het is aangenaam om nog eens West-Vlaams te horen. Ze hebben veel geleerd over de koffie en het fruit in de regio. Als we verder langs smalle baantjes bij zeer mooie terrassen komen slaat het weer opnieuw om. De hemel wordt pikzwart en we rijden door donder, bliksem en harde regen. We schuilen aan een afdakje. Als we weer vertrekken zet ik me op de brommer van een local. Oeps! Hij moet lachen. Het klaart een beetje op en we rijden weer naar het westen. Best! Wat een leuk baantje. We eten zeer lekkere saté stokjes in Tajem. We gaan richting Pura Muncak Sari aan de voet van de Batukaru vulkaan. Er is duidelijk een ceremonie aan de gang is. We kopen een maïskolf en wandelen rond op de parking voor we terug rijden achter locals. Iets later giet het weer en schuilen we aan een kraampje. We nemen klein ommetje naar de Pengempu waterval. Er is niemand. Vandaag hebben we wel nog tijd en bezoeken we nog de Goa Gajah tempel. We krijgen weer een sarong rond ons middel. Een stoeferig, chauvinistisch koppel uit Oekraïne en een sympathiek ogend Indisch koppel nemen foto’s van ons en wij van hen. Als we de brommer terug brengen zijn de streepjes bijna allemaal weg. We gaan nog tanken in het donker en stoppen aan een kraampje voor kebab en een hamburger. Het duurt veel te lang voor ze klaar zijn. Het is nog zeer druk in Ubud. Ik ben blij als de brommer weer veilig in de garage staat. We douchen en liggen onder de ventilator.

    14/03: We blijven iets langer liggen en zijn dit keer niet de eerste aan het ontbijt. We nemen afscheid van Ubud en bezoeken nog eens het paleis, de markt en de Saraswati tempel.Als we terug aan het hostel zijn staan er een paar op de hoek die we herkennen van het ontbijt. Ze nemen een bus naar de luchthaven voor een schappelijke prijs. Ok, snel, doen we ook! We staan nog even te wachten op de hoek en dan komt er een oud, grijs busje. We kunnen nog mee en betalen cash. De andere hadden online gereserveerd. De chauffeur rijdt voorzichtig. Hij steekt z’n twee pinkers uit als hij rechtdoor gaat op een kruispunt. Hij schudt twee Amerikanen uit in Sanur waar de ferry naar Nusa Penida is en stopt aan een rondpunt om een Hongaar te lossen. We blijven alleen over met een Frans koppel aan de luchthaven. We wandelen naar buiten via poorten en vinden al snel ons OYO hostel, Purnama. Het is een deftige kamer. We wandelen één km naar de zee en eten kip met lekkere saus aan een moskee. Het strand van Kuta lijkt kalm maar als we naar het noorden wandelen wordt het meer toeristisch. We worden veel aangesproken ‘surfing boss? Massage miss?’ Nee dank u, laat ons gerust. Het is snikheet. De zeebries en de schaduw van de bomen op het strand doen deugd. Alsook ijsjes die we halen en airco in een winkelcentrum. Voor we binnen konden werd ons voorhoofd gescand. We verkoelen ons in de Zara voor we terug wandelen langs een straat met allerlei bars gevuld met potsierlijke toeristen. Rond 16 uur douchen we ons in het hostel. We rusten net iets te lang en zijn te traag om de volledige zonsondergang te zien. We lopen richting de zee. Op de terugweg zetten we ons aan een kraampje naast een sporthal. Ik wil mie goreng en cap cay proeven omdat ik dat al veel op bordjes gelezen heb. Het is heerlijk!

    15/03: Gwenny heeft naar Judith gestuurd dat Vietnam geen visa on arrival meer geeft. We voelen de bui al hangen. We hadden net een moto gevonden in Ho Chi Minh op een Facebookgroep. We wandelen naar de luchthaven. We zijn te vroeg. We gaan naar de Indomaret om brood en donuts. Als we terug in de luchthaven zijn is de balie van Vietjet wel al open. We kunnen nog een visa aanvragen online maar het zou ons vier keer de prijs kosten van het vliegtuigticket en een quarantaine van 2 weken wegens de corona crisis is dan nog zeer mogelijk. Fuck. We beslissen om de vlucht aan ons voorbij te laten gaan en wandelen terug naar het hostel. Er is geen plaats meer de volgende nacht. Terug naar de luchthaven. We zoeken alternatieven. Judith verneemt aan de balie van Thai Air dat Phuket, Thailand ook in lockdown gaat. Ik chat met Sven in Penang. We boeken een ticket naar Kuala Lumpur voor deze nacht. Judith gaat om eten en water naar de winkel terwijl ik informatie opzoek over Maleisië. We chatten met familie en de zon gaat alweer onder. Ik wandel naar hetzelfde kraampje om twee keer mie goreng. Het is goedkoper dan gisteren. Op terugweg krijg ik een stortbui op m’n kop. Ik ben kleddernat. Ik wissel kledij in WC. Ik denk dat ‘k op een boontje bijt maar het is een straf pepertje. M’n mond staat in de fik. We worden weer gescand als we naar de check-in zone gaan. Veel mensen dragen mondmaskertjes. We hebben beide 20 kg bagage bij Malaysia Airlines. Er wordt niet gesproken over een bewijs dat aantoont dat we het land zullen verlaten.

    Comments

  • 17Mar 2020

    32 Kuala Lumpur 03/17/2020 Malaysia —

    Perdana Botanical Gardens, Kuala Lumpur, Malaysia

    Description

    16/03: We gaan poep chique duty free door en na even wachten kunnen we het vliegtuig op. We vallen meteen in slaap. De stewardessen dragen mooie pakjes. Ze brengen zelfs eten. Na minder dan drie uur landen we in Kuala Lumpur. De douane stelt ons geen vragen. We krijgen meteen een stempel voor 90 dagen. We leggen ons in de lobby en slapen nog twee uur. Ik moet een paar keer naar de WC. Het pepertje? Rond 9 uur nemen we een comfortabele bus naar KL Sentral. Vandaar wandelen we door de hitte naar Raizzy’s Guesthouse. Het is even zoeken om de Klang River, een stinkend riooltje, over te steken. Ik haal geld af en betaal. De kamer is nog niet klaar. We laten de zakken achter en gaan op verkenning. Er ligt een hindoe tempel met pompeuze voorgevel naast het hostel met de gemakkelijke naam ‘Sri Maha Mariamman’. We gaan via de toeristische Kasturi Walk naar de Sultan Abdul Samad Building. Aan de River of Life staat een plakkaat dat kussen verboden is. Tegenover de Independence Square komt een flik op een step vragen of we getrouwd zijn. Ja hoor, tuurlijk! We komen via een lelijk stadhuis aan Saga winkelcentrum. We vinden krokant stokbrood en kaas. We laten ons gaan en kopen nieuwe T-shirts in de Japanse winkel Uni Qlo. Iets verder gaan we door de Lulu Market en naar links. We zien de Petronas Towers opduiken. We gaan de linkse binnen. Wat een felle airco. Er is een winkelcentrum. We wandelen in het park achteraan de torens. Ik word slecht van de warmte. We gaan snel terug naar binnen. Ik zet me op de grond. Er komt meteen security zeggen dat dat niet toegestaan is. Ok ja, hij doet ook maar z’n job. Ik zet me aan de lift. Judith gaat naar de Uni Qlo en wisselt haar T-shirts. We trotseren de hitte. Een koppel uit Oekraïne neemt een foto van ons en wij van hen. Ze reizen ook al een tijde. Ze vonden Thailand geweldig en gaan naar Bali voor een maand. Het is weer snikheet. We gaan over de Saloma Bridge, een moderne, metalen voetgangersbrug. Via een Islamitische achterbuurt en drukke straat denken we terug richting het hostel te wandelen. Als we aan een voedselbezorger op brommer de weg vragen toont hij Google maps op z’n gsm. We zijn verkeerd gewandeld en zitten al te ver om terug te wandelen. We gaan naar de dichtste metrohalte: PWTC. We halen twee chips uit een automaat en kunnen ermee door hekkens en geraken op de monorail LRT. We stappen over in Masjid Jamek. Het is druk. Een jonge gast toont ons de weg. Hij moet ook naar Pasar Sari. We piepen nog eens in de Central Market. Judith koopt er een shortje. We zien de zon zakken op Independence Square en gaan terug naar het hostel. We gaan naar de laundromat op de hoek van de straat en kijken eens rond in Chinatown. Het is warm op de kamer. De waaier doet wel iets.

    17/03: We zijn tamelijk laat wakker. Er is geen toegang meer tot de Taman Negara jungle. We boeken een bus en twee nachten in Tanah Rata in de Cameron Highlands. We ontbijten, toast en koffie, en praten met een Belgisch koppel dat uit Vietnam komt. Ze bevestigen dat het er grimmig aan toe gaat. Buitenlanders worden er momenteel gediscrimineerd. Ze bleven kitesurfen op dezelfde plaats voor drie weken en zullen hier werk proberen te zoeken. De mevrouw van het hostel komt met haar gsm en toont een filmpje van de eerste minister. Maleisië gaat in lockdown om de verspreiding van corona tegen te gaan! Godverdomme.. We gaan naar de metro. Er is veel minder volk dan gisteren. We stappen opnieuw over in Masjid Jamek en gaan tot Titiwangsa. We zijn twee uur te vroeg aan het Pekeliling bus station. We zetten ons op de stoep. Judith gaat om maria koekjes in een winkeltje om de hoek dat al redelijk geplunderd is. Er loopt een gek mens rond dat we negeren. De bus komt rond 13 uur en vertrekt op tijd, een 30 minuten later.

    Comments

  • 19Mar 2020

    33 Cameron Highlands 03/19/2020 Malaysia —

    Tanah Rata, Tanah Rata, Malaysia

    Description

    Er is absoluut geen file als we uit Kuala Lumpur rijden richting de Genting Highlands. De bus gaat traag. We stijgen ferm. De airco doet teveel deugd. Ik doe een dutje. De meeste mensen stappen uit in Raub. Erna zien we enkel palmbomen. De palmindustrie heeft het landschap in z’n greep tot in Kuala Lipis. In het grote dorp stappen heel wat mensen uit. We blijven maar met vijf over op de bus. De chauffeur tankt en we komen in een fantastisch landschap in uitgestrekte, glooiende jungle. Er is geen huis te bespeuren. Een contrast met Indonesië waar er bijna constant huizen langs de kant van de weg staan. Er zijn waarschuwingsborden met afbeeldingen van olifanten en tapirs. Na een stuwdam verschijnen er serres, veel serres. We kronkelen Tanah Rata binnen rond 18 uur. We wandelen naar The Cave Guesthuese. Een Duits koppel toont ons de weg. Een mevrouwtje doet open en zegt ‘Welcome, the jungle is still open.’ We krijgen een sleutel. Blijkbaar hebben we een appartement met eigen kamer en badkamer. Wat een luxe! We halen noodles en praten kort met ouder Australisch koppel dat net als het Duitse ook in het hostel, of ja, een appartement zit. Blijkbaar is de covid-19 verspreid in Vietnam door enkele Engelse toeristen. In Maleisië, het land in zuidoost Azië met de meeste gevallen, is de verspreiding gelinkt aan een Islamitische massabijeenkomst in… Kuala Lumpur! We halen een oplader en zoeken informatie op. Het klopt. De voorbije dagen zijn de covid-19 besmettingen in Kuala Lumpur exponentieel toegenomen. Shit, waarom hebben we twee dagen geleden tijdens het spitsuur een metro genomen? We hebben allebei een pijnlijke keel. Het zal wel van de airco op de bus zijn zeker? Judith zoekt vluchten op naar huis. We zijn niet op ons gemak en slapen pas laat.

    18/03: We zijn wakker rond 7:30 uur. We zoeken The Cave op. We moeten langs achteren binnen. Alle hotels moeten sluiten. Het mevrouwtje komt juist toe. Het Duitse en Australische koppel zitten er beteuterd bij. We krijgen toast met zelfgemaakte pindakaas en aardbei en kokosnoot confituur. We gaan wandelen. We vertrekken via Trail 4 naar Parit Falls. Vanaf het park naast busstation volgen twee honden ons. Ze amuseren zich. We volgen Trail 6 helemaal tot Gunung Berembun, op zo’n 1800 meter. We voelen de hoogte want we komen van zeeniveau. Het is aangenaam, niet te warm. Eindelijk nog eens wandelen. De honden lopen voor en achter ons. Judith noemt ze Corona en Ebola. We nemen Trail 7 en komen bij een parkje. We halen bananencake en gaan naar Robinson Falls. Er ligt veel plastiek afval onderaan de waterval. Jekkes. We nemen Trail 9A. Hier is de jungle al het dichtst. We kruipen over omver gevallen bomen langs een smal pad. We nemen een afkorting en komen via velden met honden bij een smal weggetje. We dalen en komen op een grotere baan. Er wandelt een Brit niet ver van ons. Hij vraagt of het zal regenen. Ik antwoord dat het er nog Ok uit ziet. Jaja, iets verder mogen we schuilen. De straat verandert in een bruine rivier. We staan even te liften onder een afdakje aan een huisje. Gelukkig stopt er een witte Mazda met drie mensen die ons meenemen tot aan de appartementen. We rusten in de kamer en gaan nog eens naar het centrum. We halen spaghetti en groenten. Ik rust en neem een douche nadat ‘k met marraine bel. Ze beschermt zich goed. Judith maakt echt lekkere spaghetti. De andere huisgenoten, een Pools en een Spaans-Italiaans koppel denken eraan om hier te blijven. Ze willen niet terug naar Europa. We kijken naar The Big Bang Theory.

    19/03: Ik ben kortademig als ‘k opsta. Het zal wel de hoogte zijn. We eten toast met koffie en thee. Door de lockdown kwam de mevrouw het gisteren afgeven. We wandelen naar hetzelfde weggetje waar we toekwamen aan het hostel en draaien naar links omhoog. We passeren enkele camions die aarde aanvoeren bij wegenwerken en komen uit aan een elektriciteitscentrale. Ernaast wijzen boertjes ons waar het pad in de jungle begint. We stijgen ferm maar krijgen geen uitzicht. Op Gunung Perdah zou er een mooi uitzicht moeten zijn maar we zien niks. We blijven stijgen en komen op Gunung Jasar. Op die top is er wel een open plaats. We dalen door de jungle en langs elektriciteitspalen. Het pad is steil en nog glibberig van de regen gisteren. We komen bij velden met groenten: chayote, boontjes en pepers. Verder komen we aan een dorp naast de theeplantage van de Bharat groep. We wandelen erdoor en eens omhoog. Er fluiten mensen naar ons. Jaja, we weten dat het doodloopt en de uitgang de andere kant uit is. Om de hoek links zijn de velden lelijker. Voor we naar de weg gaan zetten we ons op een bankje naast de haagjes. Ik ruik eens aan een theeblad. Het ruikt naar niks, net als om het even welk blad. Aan de weg zijn de loketten gesloten. Er zit één te bellen in een hokje aan een slagboom. Hij doet teken dat we mogen doorwandelen. Judith marcheert naar boven op de kronkelweg. Ik kan bijna niet mee. Het laatste stuk wandel ik iets trager voorop. We halen ijsjes en Fanta in de 99 Speedmart en wandelen door langs een golfbaan naar het verder gelegen dorp Brinchang. Het ziet er toeristisch uit. Ik zie een blanke gast tanken op een moto en ga ermee praten. Het is een Rus. Hij heeft een moto gekocht in Kuala Lumpur. Het was gemakkelijk om hem op z’n naam te zetten. Op de terugweg dromen we ervan om hetzelfde te doen. Rond 17 uur zijn we terug in het appartement. Sven laat weten dat de JPJ, de instantie om motorvoertuigen te laten registreren, gesloten is in Penang. Het moto idee gaat dus niet door. Het Poolse koppel praat over hun eilandhoppen aan de westkust van Thailand. Is dit dan ons plan? We denken erdoor minder aan corona en meer aan reizen.

    20/03: Aan de bus zeggen ze dat er maar één is vandaag. Om 10 uur, een uur later dan we dachten. We wachten in het parkje ernaast. Er komt een meneer bedelen. Ik negeer hem. Judith zegt droogweg ‘no sorry’.

    Comments

  • 22Mar 2020

    34 Penang 03/22/2020 Malaysia —

    Georgetown, George Town, Malaysia

    Description

    We zijn met vijf op de bus. We doen onze nekwarmers voor onze mond en stappen op. Een jong, Duits koppel zit achter ons. De jongen vertelt over enkele plaatsen in zuidoost Azië waar hij al geweest is. Judith valt in slaap. We rijden uit de heuvels vol serres de jungle in. Ik ga vooraan zitten naast de chauffeur en neem foto’s. We rijden langs rotsformaties en komen in de stad Ipoh. De bus stopt een halfuurtje in de terminal. We praten met het Duitse koppel. Ze zullen proberen in Langkawi te geraken via Kuala Perlis. De bus is verplaatst en er is een nieuwe chauffeur. We blijven maar over met z’n vieren. We worden gedropt in een busstation op het vaste land, Butterworth. We nemen de ferry naar Georgetown. Hij vertrekt meteen nadat we opgestapt zijn. Van ver ziet het er een lelijke stad uit. We wandelen tot aan OYO Eastern Hotel waar Judith een overnachting bevestigd kreeg via booking. Ze ontvangen echter geen nieuwe gasten meer. Orders van de overheid. We mogen de wifi gebruiken. Judith vindt een AirBNB dat er niet ver van ligt. Er is een hostel aan de overkant van de straat maar er is enkel een slaapzaal. De AirBNB ziet er deftig uit. Een dikke matras en een goeie douche en airco. We doen een wandeling naar de Komtar toren, Chinatown en Little India. Wikipedia wordt hier bevestigd. Maar 60% van de bevolking is Maleisisch. De andere 40% zijn Chinezen of Indiërs. De Britten hadden ze in de koloniale tijd naar hier gebracht om op de velden te werken. De Maleisiërs waren te lui. We zien hier en daar al streetart. We vinden een supermarkt niet ver van het busstation. Als we ’s avonds terug wandelen van de ferryplaats nemen we een eibroodje aan een kraampje in Little India. We mogen niet blijven praten met een Canadees van de verkoper. Er komen twee flikken op moto’s die de kraampjes sluiten. Er kruist een brommer ons. De bestuurder roept ‘corona corona’. Aap. Ik chat nog met Sven die iets verder in de stad zit. Judith kijkt naar een slechte film.

    21/03: We staan vroeg op en nemen een bus naar Penang Hill. De chauffeur zegt dat het gesloten is. We know, geef ons nu maar gewoon tickets. De bus rijdt langs achterbuurten en doet er een klein uurtje over om er te geraken. We wandelen langs de tram de Heritage Trail omhoog, steil omhoog op trappen. Er was airco in de kamer en in de bus. We zweten ons nu te pletter in de hitte. We doen er een uur over om tot het middle station te geraken. Er zit iemand naast de tram. Hij spreekt geen Engels. We wassen ons in WC’s. We doen er nog een uurtje over om boven te geraken. Ons water is bijna op en er is niks open. Normaal is het hier zeer toeristisch. We vinden een frigo aan een opnieuw fel versierde Hindoe tempel. De deur is niet goed toe en ik kan bij enkele chocodrankjes. We hebben dorst. De nood is hoog! We wandelen tot bij een uitkijkplatform. Er zitten apen. Er blaast één als ik te dicht kom. Als we doorgaan komen er twee flikken op brommertjes. Ze nemen een foto van mekaar. Op de terugweg zien we groepjes dusky leaf monkeys. Die zijn mooier en minder agressief. We nemen de autoweg naar beneden en kronkelen tot aan een pad dat langs een waterval gaat die niet zichtbaar is. We komen in de botanische tuinen. We zien varanen en apen. Eén blaast weer als ‘k te dicht kom. Aan de poort komen er twee van de security op ons af. ‘This area is in quarantaine.’ Inderdaad vriend, je hebt goed je job gedaan. We hebben niemand gezien. Het park was voor ons alleen net als Penang Hill. Merci! Ze sluiten de poorten achter ons. Er staat een bus iets verder in de straat. De chauffeur zegt dat hij vertrekt over 20 minuten. We halen water en daardoor kunnen we gepast betalen. We zijn de enige passagiers tot aan de Komtar toren. We wandelen terug naar onze AirBNB via een straatje waar we Cendol en Laksa halen. Het eerste is een foute mix van snoepjes, rode bonen, ijs en koude drankjes. Het laatste is een lekkere soep met scampi’s. We douchen, rusten en halen fried rice, iets op basis van yucca en heerlijk gegrilde kip van Chinese kraampjes om de hoek. We kijken nog naar de romantische komedie ‘Just go with it.’

    22/03: We zijn wakker rond 8 uur en halen lekkere bakpao bij de Chinees aan de overkant van de straat. We nemen een bus richting Sven. Deze doet geen ommetoer langs buitenwijken. We zijn te vroeg. We wandelen twee cirkelstraten af maar vinden de poort niet waar Sven een foto van had doorgestuurd. Vlak aan een rondpunt zien we hem rechts. Ik bel aan. Sven belt op z’n gsm. We hebben gelijktijdig gebeld met z’n wekker. Hij heeft een ferme baard gekweekt en houdt een hondje vast met de originele naam Puppy. Het is leuk om een bekend gezicht te zien. Sven bezocht ons als we stage deden in Madrid en nu bezoeken we hem hier. Hij werkt momenteel van thuis uit aan een bureau in z’n tuin met vijver. We babbelen en drinken limonade. Sven heeft ondertussen een vriendin. Ze heet Vladislava, Vlad voor de vrienden. Ze is afkomstig van Tsjechië. Ze hebben elkaar leren kennen in Unilin waar ze werken. Ze zet lekkere koffie. We bestellen takeaway. Het zijn diverse, gezonde potjes. Ze trakteren. Sven speelt graag gezelschapspellen. Hij heeft een kast vol. We halen er ‘Ticket to ride Europe’ uit. Het is een lang spel. Ik heb een tactiek en die blijkt te werken want ik win! Sven en Vlad zijn gedeeld tweede met evenveel punten en Judith is laatste ook al stond ze heel de tijd voor. Het is al 16:30 uur als het spel gedaan is. We nemen afscheid van actieve Puppy. Sven voert ons naar de dichtstbijzijnde bushalte naast een Shell. We nemen enkele foto’s van ons vieren. We hadden wel meer tijd doorgebracht samen was het niet voor de lockdown. Als Sven zich onnodig verplaatst, zou hij in de problemen kunnen komen voor z’n werk. Dat moet hij uiteraard niet op het spel zetten. De straat blijft lang leeg tot er plots een bus komt. Een passagier geeft ons mondmaskers. We wandelen rond Armenian Street naar de bekendste streetart en de Chew Jetty, vuile paalhuisjes aan zee. We gaan terug via Little India. Er zijn geen kraampjes meer. Gelukkig wel in Chinatown. We nemen weer de fried rice en gegrilde kip. Judith maakt nog noodles en snijdt tomaten en een wortel. We liggen op bed. Zouden we morgen weggeraken?

    23/03: We laten de kamer proper achter en sturen een bericht naar de eigenaar. We halen bakpao en wandelen naar de ferry. We kennen de weg al. We wachten samen met een paar anderen tot 10 uur. De ferry is blijkbaar gratis. We worden gescand in het busstation. 36°C Ok. Er rijden geen bussen meer. Aan de infodesk zeggen ze dat er wel nog een trein rijdt. Oef! We wachten in de snikhete lobby. Judith gaat terug naar buiten om broodjes. De trein vertrekt om 12:30 uur richting Padang Besar. De airco doet deugd. We zien straatjes, palmbomen, rijstvelden en rotsen.

    Comments

  • 23Apr 2020

    35 Langkawi 04/23/2020 Malaysia —

    Kampung Lubok Buaya, Langkawi, Malaysia

    Description

    Rond 14 uur zijn we in het station van Arau. De hitte valt op ons. We zitten aan de bushalte als er voor ons een klein autootje stopt. De chauffeur, een oudere meneer met mondmasker vraagt waar we heen willen. Hij brengt ons naar Kuala Perlis in een halfuurtje. Er is nog één ferry, om 16 uur. De wachtzaal heeft weer airco, net als de boot zelf. Brrr. Jammer dat er geen bovendek is waar we kunnen rondkijken. Er speelt een film. En wat voor één. Ip Man! We kijken naar kungfu terwijl we een stukje van de Straat van Malakka oversteken. De hitte valt weer op ons als we aankomen. We wandelen naar buiten en worden aangeklampt “Taxi? Scooter?” Het park naast de ferry is gesloten. We vinden het Space Capsule Hotel niet waar het Poolse koppel over sprak. Een local blijft aanklampen. We liften. Twee jonge gasten in een klein autootje denken aan ons te verdienen. Niks van, ik wandel door. Iets later stopt er een auto met twee mannen. Ze werken aan tankstations op het eiland. Ze rijden ons helemaal naar Villa Thai. Terima Kasih! Er is nog een kamer en die is de goedkoopste tot nu toe. De muur is flashy groen en de kamer heeft alles: airco, WC, douche, bed en zelfs een frigootje. We zeggen hallo en merci tegen het Duitse koppel van op de bus naar Penang. Ze hadden ons laten weten via Whatsapp dat dit hostel nog gasten aanvaardde.

    24/03: We zijn wakker rond 8 uur. We wandelen richting Pantai Cenang. Pantai betekent strand. We halen brood met 9 stukjes. Ik smoefel er al 6 op. Judith is niet blij. Tegenover Sandy Beach Resort vinden we een brommer. Het papierwerk is opvallend snel in orde. We zoeken eerst een tankstation want de benzine is bijna op. We tanken twee liter en rijden rond de luchthaven naar het westen. Het is zeer kalm op de baan door de lockdown. We slaan af voor Pantai Kok. De kraampjes langs de kant van de weg zijn gesloten. Net als de kabelbaan naar de skybridge. We gaan een kijkje nemen naar de 7 wells waterval. Er zitten apen op het pad. Eén valt aan. We maken rechts omkeer en zetten het op een lopen. Ik val bijna. Gewapend met stenen gaan we terug. Ik smijt en schreeuw tot de hele bende het bos in is. We gaan een bospadje links in en komen bij de eerste waterval. Het is een mini straaltje langs een rots. Er zitten er twee te niksen onder een afdakje. Door de vochtigheid is de trap naar de 7 wells uitputtend. Het zijn een paar bijna opgedroogde putjes. Gelukkig is er een troep dusky leaf monkeys. We observeren een tijd hun gedrag. Ze ruiken graag aan mekaars poep. Als we doorgaan worden de agressieve, bruine apen gevoederd op de parking. Dat verklaart het. We rijden langs een klein baantje naar het noorden. Er is geen toegang tot stranden en het baantje loopt dood aan een hekken van een resort. Het is wel leuk kronkelen door de jungle. Op de terugweg stoppen we aan Temurun Falls. Op dit moment is het een stroompje aan een grote rotswand. Ik dompel m’n T-shirt erin. Aan de overkant vinden we een keienstrand met zicht op Koh Turatao. Dat is Thailand! Zouden we er nog geraken?! Er staan twee oudere, dikke mensen naast een gele brommer. We vragen of alles Ok is. Nee, de ketting is gesprongen. Het zijn Britten. Hun vlucht werd geannuleerd. Ze zijn meer dan 1000 Euro kwijt. Als we doorrijden bieden we een restje water aan maar ze hoeven het niet. In de tegenrichting komen er iets verder twee van dezelfde gele brommers af. Het zal voor hen zijn. We tanken en halen ijsjes. We stoppen langs de kust en iets verder aan Black Sand Beach. We komen aan een baan in het bos waar een grote familie dusky leaf monkeys op elektriciteitslijnen wandelt en bengelt. Aan het einde stoppen we aan een mangrove. Alle bootjes liggen aan de kade. Er komt een dikke flik uit een pick-up. We moeten terug naar ons hotel. We wachten en doen alsof we op onze gsm kijken tot hij weg rijdt waarna we snel toch nog een kijkje gaan nemen aan Pantai Tanjung Rhu. Terecht, het is een prachtig strand. We rijden naar het zuiden via de weg in het midden van het eiland. Ik sla af aan Gunung Raya, de hoogste top hier met 881 meter. We kronkelen langs bruine aapjes en krijgen kort een bui op onze kop. We hebben uitkijk op het zuiden, westen en noorden van Langkawi. Er is een toren met een bouwvallig dak. We gaan er niet op. We kronkelen terug naar beneden en rijden via een grotere baan naar het zuiden, langs de kust. Er is een roadblock. We zeggen tegen de flikken dat we terug rijden naar hotel. Het is Ok. We zien niet veel van de zee. Het punt dat ‘k aangeduid had is een haven die afgesloten is door het leger. Ik draai een klein baantje in en vind een inham met vissersbootjes. Nadat we er een kijkje nemen langs een mangrove rijden we via kleine baantjes terug naar het hostel. Aan de overkant van de straat is een kraampje. We halen geroosterde kippenstukjes en een zakje straffe, gele rijst met nog een brokje kip in het midden. De douche en airco in de kamer doen deugd. We kijken naar Ip Man via Netflix.

    25/03: We staan op rond 9 uur. We toasten brood met boter en bruine suiker en kruipen weer op de brommer. We rijden via de grote baan naar het oosten waarlangs we wandelden en liftten. Judith krijgt stof in haar oog. We stoppen aan de ferry. Judith gaat info vragen. Er is nog één per dag, om 11 uur. We zien deze van vandaag toekomen. Het baantje langs het haventje loopt weer dood aan een resort. Ik ga door de afscherming en neem een kijkje aan het arend standbeeld, de vogel waar het eiland naar genoemd is. Judith is te bang en wacht bij de brommer. Ik sla een baantje in naar het oosten. We rijden door een dorpje en nemen iets verder foto’s van koeien in het bos. Een meneer op een brommer stopt. Hij maakt deel uit van een corps en toont een embleem op z’n hemd. We leggen uit dat we terug gaan naar hotel en rijden een klein baantje op naar het gehucht Kisap. Ik draai een achterbuurt in. Er zijn veel kapotte auto’s en er ligt vuilnis op straat. We komen bij Chinese visfabriek en uitzicht op mangrove in Taman Nilam. Aan het karst geopark in Kampung Kilim staan alle bootjes weer aan de kade. Gesloten. Jammer. We slaan af naar de Durian Falls. Ik ga net als bij het standbeeld door de afzetting en sprint omhoog op trappen. Judith wacht bang bij de brommer. Ja Ok, dit is een waterval, geen pisstroompje zoals het ander vallend water op het eiland. We halen ijsje voor een rondpunt en pikante vis met rijst en groentjes in een kraampje erna. Het is nog vroeg. Ik rijd af naar een dorp ten noorden van de luchthaven. Hier zijn nog veel kraampjes open in tegenstelling tot Cenang. Via kleine straatjes en een grote tweevaksbaan komen we aan het zuidwestelijk puntje van het eiland. Normaal vertrekken hier alle bootjes om aan island hopping te doen. Ze liggen opnieuw stuk voor stuk vast aan de kade. We piepen eens op Pantai Tengah op de terugweg voor we gaan afkoelen in de kamer. We rusten voor we de brommer terug brengen. Judith krijgt de waarborg al in haar hand nog voor ze de brommer goed en wel bekijken. Zeer relaxed hier. We wandelen terug en nemen weer kip met rijst mee. Een douche en airco. Tijd voor Ip Man 2 en 3.




    Na deze twee dagen verkennen op een brommer komt de reis tot stilstand op het tropische Langkawi. We houden het Covid-19 nieuws in het oog en zullen hier nog even blijven in de hoop dat de grens met Thailand open gaat. We houden ons bezig met lang uitslapen, op het gemak ontbijten, schaken, wandelen door velden naar de drie omliggende supermarkten, waterbuffels observeren, op waterijsjes sabbelen met limoensmaak, koken in een vuil keukentje of kip en rijst halen bij het kraampje van de overburen en kijken naar zonsondergangen en moesson stortbuien. We stippelen een viertal langere wandelingen uit in de buurt die we om de twee dagen ondernemen. Dankzij de wifi op onze kamer speel ik veel Risk online. Judith kijkt series.




    26/03: De quarantaine is met twee weken verlengd. We zijn neerslachtig en blijven lang liggen voor we gaan ontbijten. Judith kijkt naar een serie op de ene gsm, ik naar Champions League samenvattingen op de andere. Gelukkig vinden we wifi op de kamer. Judith maakt noodles en belt met Esther terwijl ik dagboek schrijf. Het is al 16 uur voor we uit de kamer komen! We wandelen naar Pantai Cenang. Er zitten enkele Franse. Ik zwem eens en leg me in de schaduw van het redderstorentje naast Judith. Er komen flikken. We gaan terug richting supermarkt, op het uiteinde van onze straat. Er is een klein steegje naar links op het kruispunt. We komen bij riviertje met vissersbootjes. Het Duitse koppel ligt op een verscholen strandje. We steken het riviertje over en wandelen tot aan en op een stenen pier. Er komt een bootje binnen. Judith vraagt of er nog tours zijn. We krijgen het antwoord ‘private boat.’ Er zat nochtans meer dan 10 man op. Ik wil terug wandelen langs het grote, lege strand maar er komt een flik van achter een palmboom. Wat een job heeft die. We gaan dan maar langs een smal straatje waardoor we mogelijk spelende kinderen besmetten. We nemen onze kip en rijst mee van het kraampje. Er passeert een kolonne politie en leger in voertuigen met luidsprekers: “Stay in your home! Wear masks!” De kippenstukjes zijn kleiner en vettiger dan de voorbije dagen. We betalen nog een extra dag aan de receptie en trekken ons terug in de kamer. We kijken naar de serie Trapped. De titel is toepasselijk, de setting niet. Het gaat over een ingesneeuwd IJslands dorp waar er moorden gepleegd worden.

    27/03: We zijn wakker als de zon opkomt. We kijken enkele aflevering van Trapped en gaan ontbijten rond 10 uur. Ik lees kranten en chat. We gaan naar de winkel. In de namiddag is het strand afgesloten door een flik. Judith maakt lekkere noodles. Tot stilstand komen heeft z’n gevolgen. Ik ben ambetant en slechtgezind. We gaan opnieuw naar het strand. Er zijn geen flikken meer. We zien de zon ondergaan. Een dikke Australiër en z’n wulpse Oekraïense madam kunnen niet terug naar Indonesië waar ze wonen. Het is al donker als we terug wandelen. We plukken drie dikke mango’s en kijken de rest van het seizoen 1 uit van Trapped.

    28/03: We staan laat op en nuttigen het gebruikelijk ontbijt: toast met suiker en thee. We kijken een paar afleveringen van seizoen 2 en wandelen weg van de zee tot aan de Buraqoil. We gaan naar links tot aan de Eco Fresh Mart. We moeten wachten er buiten gaan voor we naar binnen mogen. We eten ijsjes en een stuk watermeloen op een bankje. We nemen een kalm weggetje langs velden terug naar Villa Thai. We kijken verder naar seizoen 2 tot we honger krijgen. We wandelen via klein straatje richting de zee. We vinden onderweg een goed kraampje. We wachten even tot onze nasi en mie goreng klaar zijn. We eten buiten op de trap naar het vierde verdiep. Het smaakt enorm. Judith belt met haar mama. We kijken naar het VRT nieuws.

    29/03: We staan vroeg op. Het is niet gemakkelijk. ’s Morgens is er geen politie op Pantai Cenang. We kunnen even zwemmen. Het doet deugd. Twee oudere ventjes zwemmen ook heen-en weer. Judith merkt een vis met een vin op. De grond is glibberig en blijft ver ondiep. We wandellen op het strand en terug via weggetje van gisteren. We ontbijten en douchen. Judith wast kledij. Ik veeg. We krijgen nieuwe handdoeken. Na de middag wandelen we naar drie andere hostels dichtbij die volgens booking goedkoper zouden zijn. Bij slechts één is het zo, 5 Ringgit maar. Er is geen frigo of keukentje. Laat maar, zitten dus zeer goed in Villa Thai. Goed om te weten. We halen weer kip en rijst in het kraampje. Er zitten heel kleine visjes bij de rijst deze keer. Door de uitzonderlijke omstandigheden mogen we een vuil keukentje gebruiken dat normaal enkel gebruikt wordt door de andere bewoners van het huis. Er komen katten schooien. We maken samen noodles met ei, wortel, courgette, appel en kruiden. ’s Avonds kijken we seizoen 2 van Trapped uit.

    30/03: We blijven even liggen en ontbijten laat en veel. Het jonge, Duitse koppel, Laura en Ben, komt bij ons zitten. Ik schaak twee keer tegen Ben. Beide spellen win ik. Het eerste spel was redelijk gesloten. Het tweede, nipter gewonnen, speelden we allebei meer open en offensief. Over de middag chat ik met redelijk wat mensen en test ik Risk Global Domination. Na de middag maken we pannenkoeken. Er is enkel een klein pannetje. Het belangrijkste is dat ze niet blijven kleven. Ik eet er met appel en bruine suiker. Judith eet met mango. Als de zon zakt gaan we naar Pantai Cenang. Als ik begin met zwemmen komt er net politie. Ze roepen op ons en bekijken Judith haar identiteitskaart. We blijven kalm. Ze geven ons een last warning. Op de terugweg grissen we de goedkoopste badmintonraketten mee uit de supermarkt. We spelen kort tussen de brommers naast Villa Thai. Het is prutsen. De plastieken shuttles blijven steken in de slappe snaren. Het meisje dat ons hier voor het eerst begroette en waarvan we vermoeden dat ze lesbisch is komt af met goeie raketten en veren shuttles. Ik speel met Judith en erna met haar tot het donker wordt. Ze heet Taán en kan er wat van. ’s Avonds antwoord ik op mails van collega’s en Karel.

    31/03: We slapen lang. Ik bekijk alle ludieke filmpjes van de rubriek op het einde van de journaals over de quarantaine in België. We ontbijten en schaken. Ik win. Judith stond voor maar was dan verstrooid. In de namiddag gaan we wandelen. Aan Buraqoil gaan we rechts. We geraken niet gewend aan de loden hitte. We halen enkele waterijsjes en wandelen tot waar er wegenwerken zijn. Een roestbak van een camion kapt water op de weg. We gaan terug en richting Pantai Tengah. Onderweg eten we elk een bitterbal en frietjes en halen we een grote ananas en een halve kg visjes. We wandelen terug naar Villa Thai via de toeristische hoofdstraat waar we met de brommer maar in één richting mochten rijden. Alles is gesloten. We douchen. Ik speel Risk. Ik win makkelijk van Judith en twee AI tegenstanders. We maken noodles. Judith kuist de helft van de vis. Er komt bruine smurrie uit. Jekkes! De vis smaakt maar zou nog beter zijn met rijst. We gaan naar de kamer en kijken naar seizoen 3 van Down The Road.

    01/04: We ontbijten en praten weer met het Duitse koppel. Hun vlucht van Etihad morgen is weeral geannuleerd. Ze zullen ook nog zeker twee weken blijven. We wandelen langs de velden achter het hostel naar de Eco Fresh Mart om een ijsje. Achter de winkel zit een familie waterbuffels. Ze komen vers uit het slijk. Ik ga er dichtbij staan en neem enkele foto’s. We gaan naar een nog grotere supermarkt iets verder en halen ontbijt: confituur, chocomelk, boter, suiker en brood. We wandelen terug via andere, rustige straatjes na een kruising aan een moskee waar Judith pau vindt. We rusten in onze kamer in de airco en kijken verder naar Down The Road. Judith haalt rijst en snijdt een mango en ananas. Rond 18 uur gaan we naar het riviertje en de kade om te kijken naar de zonsondergang. Judith heeft schrik om politie tegen te komen. Ik niet. Ik ben dom. We kijken Down The Road uit.

    02/04: Ik slaap slecht door de te vettige kip. Judith heeft last van haar regels. We slapen uit i.p.v. te gaan wandelen. We ontbijten laat en schaken. Het spel eindigt in remise. We liggen in bed tot rond 14 uur. Ik kijk teveel naar reisfilmpjes op Instagram. Ik voel met slecht dat we niks doen. Judith ook. Na de supermarkt op het einde van de straat wandelen we naar het noorden via een vaartje. Er springen hier en daar grote varanen uit die wegkruipen. We komen aan een hekken rond de landingsbaan en vinden een padje langs velden met buffels, koeien en honden dat uitkomt bij vijvertjes. Daar zit er nog een kudde waterbuffels. We komen bij een grote baan via een hekken waar we doorkruipen. We passeren een roadblock met politie en leger. Ze zeggen dat er maar één persoon naar de supermarkt mag en laten ons door. Judith haalt pau tegenover de moskee. We gaan de grote supermarkt in en wandleen via het weggetje door het veld terug naar Villa Thai. Douchen en in de airco. We eten droge noodles. Judith maakt nog chocomelk en kijkt naar slechte film met veel bekende acteurs: ‘He’s just not that into you.’

    03/04: We slapen lang en goed. Eerst onze lievelingsbezigheid: ontbijten. Judith wint twee keer met schaken. We rusten even op de kamer en gaan dan wandelen. We verdwalen in straatjes ten zuidoosten en gaan rechtsaf naar de Buraqoil. We komen bij paadjes door het bos nadat we waterbuffels zien in velden. We komen hier en daar hutjes tegen maar geen personen. Judith verschiet van een hondje dat uit de struiken komt. We komen terug op asfalt nadat we dusky leaf monkeys zien wegspringen rechts, de jungle in. We gaan op een klein baantje naar het noorden. Het is een stijgend ommetoertje voor we terug gaan. Er zit een groep schuwe, bruine apen links in een veld met fruitbomen. Judith is bang van een hond en iets verder van een koe. Langs een grotere straat op de terugweg moet ik even bekomen van de hitte in de schaduw van een boom. Op het padje achter de grotere supermarkt zit er een geitje vast. Het touw waaraan hij vasthangt maakt een strakke lus rond een tak en z’n poot. Ik nader rustig en maak de lus los. Hij kan weer grazen net als de waterbuffels in de velden ernaast. We halen ijsjes en frisdrank en ik eet rijst met kip van een kraampje voor de Eco Fresh Mart. Als het een beetje bewolkt wandelen we terug langs het pad door de veld. Judith betaalt aan de receptie voor de volgende twee dagen. Blijkbaar hebben de Duitsers korting gevraagd en krijgen wij die ook. Van 50 naar 45 naar 40 Ringgit per dag. Dat is vriendelijk. Het stortregent. We maken pannenkoeken. In de keuken spreekt een Indiër tegen ons. Hij heet Kalin en oogt vriendelijk. We kijken ’s avonds zoals gewoonlijk naar het VRT nieuws en erna naar seizoen 4 van Casa de Papel op Netflix.

    04/04: Als de zon weer op het raam komt rond 8:00 uur ben ik wakker. Judith slaapt door tot 11 uur. Ik speel vier Risk spelletjes online. Ik lig er twee keer als eerst uit in de eerste twee spelletjes met vier spelers. Het derde spel lig ik er als tweede uit met zes spelers en het vierde win ik met zes spelers! Progressie. Het is al na de middag als we gaan euh ontbijten. Ik win twee keer met schaken tegen Judith. Wraak voor gisteren. Ik zoek trektochten in de Himalaya als Judith de laatste Tarantino ‘Once upon a time in Hollywood’ bekijkt. We gaan naar de supermarkt op het einde van de straat en eten bananenbrood. We doen ’s avonds een toertje. Er rijdt politie voorbij in een pick-up met een microfoon. “Go home!” Yes, yes.. Naast het kippenkraampje is het restaurant open met de grappige naam ‘Ok Boss’. We eten opnieuw buiten op de trap naar het vierde verdiep. We sluiten de luie dag af met Casa de Papel.

    05/04: We zijn niet al te laat wakker. We kunnen beginnen wandelen na 9 uur. We verdwalen opnieuw ten zuidoosten van de Buraqoil in kleine straatjes vol kippen en hanen. We wandelen iets te ver en terug op een grotere baan. Judith haalt twee waterijsjes in winkeltje waar we al water kochten. We komen op de weg die nog gemaakt moet worden. We wandelen voorbij een open werkplaats met oude trucks. De roestbak die water stortte staat erbij. We komen in het bos. Rechts horen en zien we kort dusky leaf monkeys wegspringen. Links in een mangrove sprinten bruine apen weg. We volgen het pad en komen na een inham met haventje waar we met de brommer gestopt waren opnieuw op een stuk weg dat nog aangelegd wordt. Er haalt een smalle loper ons in. Iets verder loopt de zot doodleuk omhoog op een stuk steil beton. We gaan linksaf en komen bij een padje dat de kust volgt. We zien de mooie eilanden ten zuiden van Langkawi. Er springen kleine aapjes weg. Na over en onder takken te gaan en een kijkje te nemen aan rotsen aan de waterkant komen we terug op de onafgewerkte weg. We volgen tot aan bocht waar we naar beneden kunnen. Het is er echt mooi. Op maps staat de weg aangeduid als een padje dat stopt. We hopen dat we rond kunnen anders is het een ferm stuk terug en we zitten bijna zonder water. Er vliegt een bruin witte Langkawi arend langs de boomlijn rechts van ons. Ik ben te traag om te filmen. We komen bij een heuvel. Er gaat een steil weggetje over. Gered! We komen op asfalt. Er zitten bruine apen bij containers. We wandelen naar het haventje waar we al geweest zijn. Er landt een arend op de parking voor ons. We gaan tot het einde van een kade. Er zitten twee mannen in een bootje. Ze gaan pas ’s nachts vissen. Als we weggaan roept een flik naar ons dat we moeten komen. We wandelen naar hem met onze mondmaskers op. Vier flikken in uniform en twee soldaten met machinegeweren verzoeken ons beleefd om terug te gaan naar ons hotel. We knikken, zeggen dat we dat van plan zijn en vragen waar we water kunnen vinden. We moeten de baan naar rechts volgen. Doen we. Met zo’n bastion aan het strand is er helemaal geen mogelijkheid om aan eilandhoppen te doen. We volgen de toeristische straat terug. Er zitten schuwe dusky leaf monkeys rechts. We piepen eens aan het strand op het eerste straatje links aan een resort. Judith vraagt een fles koel water aan een Thais restaurant. We drinken hem meteen al meer dan halfleeg. Op een pleintje vraagt een jonge gast geld. We nemen het binnen weggetje terug. In de kamer eten we de laatste pannenkoeken, fruit en brood. We kijken seizoen van Casa de Papel uit. De laatste aflevering is er één met een open einde. We maken samen noodles met groenten.

    06/04: Ik ben vroeg wakker, blijf liggen en speel Risk. Ik win de eerste match met zes spelers. Ik zal nog veel spelen vandaag en alles verliezen. Na het ontbijt verlies ik drie maal met schaken tegen Judith. Ik ben verstrooid en geef stukken weg. Judith haalt en schilt mango en wast kledij. Ik haal rugzak binnenste buiten. Wist niet meer waar alles zit. Rond 15:30 uur veralten we pas de kamer om via het weggetje door de velden naar de grotere supermarkt te gaan. We halen ananasconfituur en kokosnootpasta. In het kraampje tegenover de Eco Fresh Mart halen we opnieuw rijst. Judith neemt curry vis en ik weer kip. Op de terugweg komen we weer een kudde waterbuffels tegen. Op de kamer lees en delete ik oude Facebook posts op m’n profiel. Judith belt met oma Brigitte en Gwijde.

    07/04: Ik ben wakker rond 4 uur. Zo goed is de matras toch niet. Ik val terug in slaap rond 6 uur. Rond 9 uur speel ik Risk met zes. Ik win makkelijk. We hebben veel keuze voor ontbijt. De nieuwe confituur en pasta zijn lekker. Judith betaalt en vraagt om kamer te kuisen nadat ze aandringen aan de receptie. We gaan wandelen richting het vliegveldje. Aan een bocht op is er een pad. Voor we het volgen stopt er een autootje. De chauffeur vraagt of we een lift willen. Vriendelijk. We volgen de aardeweg en komen uit op een brug, een heel lange die het zuidwestelijk deel van het eiland verbindt met het noordwestelijk. De brug is niet afgewerkt en heeft een onlogisch doodlopend stuk. Daar is niet goed over nagedacht. Op de terugweg krijgen we deugddoende regen over ons. We zien weer een bruine arend voor ons. Judith likt aan een ijsje. Ze deelt niet! De kamer is mooi opgeruimd. We kregen nieuwe lakens, handdoeken en WC papier. Ik speel Risk terwijl Judith naar een serie kijkt. Ik speel ook een spelletje met Simon. Hij ligt er snel uit. Ik blijf over met één andere speler en verlies dan connectie. Godver! We eten noodles. De zon is alweer weg.

    08/04: Vroeg wakker. Het eerste spelletje Risk loopt alweer vast.. Kut wifi. We nemen onze tijd om te ontbijten. We spelen drie spelletjes schaak. Ik win, Judith wint en remise. Enkel onze koningen blijven over. Judith wast kledij en maakt fruitsalade terwijl ik me erger aan het vastlopen van Risk. We gaan de supermarkt op het einde van de straat en om kip en rijst van het kraampje. In de namiddag houden we een schaakmarathon op het verscholen terras in de hoek van het eerste verdiep. Na 10 spelletjes is het 5 – 5. Ik stond telkens een spel voor maar Judith kwam terug. Het is leuk dat we zo aan mekaar gewaagd zijn. Terug op de kamer zoek ik verder naar trektochten in de Himalaya. Ik raak gefrustreerd over dat we vastzitten en vooral dat we niets kunnen organiseren voor het vervolg van de reis. Judith belt met Gwijde. Hij is 58 vandaag. We gaan terug naar de kade voor de zonsondergang. Ik zaag en klaag en sluit de 14e dag van onze quarantaine in Villa Thai af met een Skol biertje. We kijken naar Friends.

    09/04: Ik verstuur 3 mails naar de ambassades van Nepal, India en Pakistan. Ik speel Risk op de meest verdeelde wereldkaart tot nu toe. We ontbijten en spelen vier schaakmatchen waarvan we er elk twee winnen. In de namiddag wandelen we naar de grotere supermarkt om tandenborstels en tandpasta. Op de terugweg legt Judith voor de zoveelste keer uit dat ze bang is om ’s nachts naar Gungung Machinchang te wandelen. Ik draai me om en wandel met een ommetoer alleen in spiraalvorm terug naar Villa Thai. Ik neem m’n tijd en verken veel doodlopende baantjes waar we nog niet geweest zijn. Achter Villa Thai zitten kindjes op een matras op een autodak te springen. Ze roepen ‘Ok Boss’ naar me. Hun ouders spelen voetbal in een cirkel. Als ik terug op de kamer kom is er beeld zonder klank. Judith gaat pannenkoeken bakken. Ik douch en rust. We kijken naar Friends.

    10/04: We slapen slecht en blijven lang liggen. Ik speel een paar spelletjes Risk. We gaan pas euh ontbijten na de middag. Laura en Ben vragen of we meegaan naar de zee. Ik wandel terug om kodak en water. Er gaat een Russische ook mee. Ze is van Siberië. We zwemmen aan een strand aan het haventje tot een mevrouw van het resort ervoor komt zeggen dat we niet mogen. Ik zwom net rond een zeilbootje dat tamelijk ver ligt. We gaan naar het verscholen strandje. Het is hoogtij en het water is proper. Ik sta in de zee te babbelen met Ben. Judith ligt in de schaduw met Laura. We blijven er misschien een uurtje. We gaan om paprika in een winkeltje waar we nog niet geweest zijn. We wandelen door de velden achter Villa Thai en terug langs Buraqoil. Douchen. Judith maakt veel en lekkere noodles. We vernemen dat de lockdown verlengd is tot 28 april. Ook al was het te verwachten, we hadden er niet op gehoopt. We zoeken vluchten tot ‘k bel met mama, Steef en Matthias. Broere vindt het leuker om van thuis uit te werken. Er is geen bewegingsvrijheid in België. De politie deelt zware boetes uit voor onnodige verplaatsingen. We stoppen met zoeken naar vluchten. Ik speel nog Risk tot een gat in de nacht.

    11/04: We wennen niet aan de slechte matras. We zijn telkens wakker klokslag 8 uur omdat de zon op het raam zit en blijven dan langer en langer liggen. Ik lees een 15-tal pagina’s van een beklijvend verslag van Maurice Herzog over de eerste beklimming van een top van 8000 meter, de Annapurna. Het is net die berg in Nepal waar we met Steef en Gwendolyn zouden rond trekken in mei. Na de middag update ik de Google map van Taipei en het noordeiland van NZ. We gaan de supermarkt op het einde van de straat om eten en nemen op de terugweg kip met rijst mee aan het kraampje. Judith wint twee keer met schaken. Sam belt en toont eens z’n ruime huurwoning. We doen nog een wandelingetje in het wijkje achter Villa Thai voor de zon ondergaat.

    12/04: Ik update de Google map verder terwijl Judith nog slaapt. We ontbijten weer laat. Ik doe erna verder. In de late namiddag gaan we naar de Eco Fresh Mart om rijst en groenten voor bij de rest visjes die nog in het vriesvak liggen. Judith krijgt de darmen er makkelijker uit nu ze hard bevroren zijn. We eten buiten op een bankje naast Kalim en een mevrouw die hele dagen op een bankje zit en een woordje Frans kan. Judith had er al eens mee gesproken. Ze is van Frans Polynesië. We zullen vernemen van de Duitsers dat het z’n vrouw is. Er zijn mensen bijgekomen in Villa Thai sinds de verlenging van de lockdown. Ik geraak klaar met NZ op de Google map. M’n ogen pieken en zijn uitgedroogd van de hele tijd op het gsm schermpje te turen.

    13/04: Ik begin aan Australië op de Google map. We ontbijten laat en doen een wandelingetje op verlaten Pantai Cenang. Er stappen er uit auto en vragen waar we vandaan komen en hoe we het stellen. Vriendelijke mensen. Ik maak Australië af. Judith maakt heerlijke rijst met vis en ananas. We doen nog een avondwandelingetje in het wijkje achter Villa Thai. Ik begin al aan Indonesië. Judith heeft nieuwe Instagrampagina aangemaakt vandaag uit verveling. Al 40 volgers. Ze kijkt naar een belachelijke, Amerikaanse serie over Joe Exotic.

    14/04: Hopelijk is het vandaag de laatste dag Google map aanpassen. Na vier dagen heb ik het wat gehad. Ik doe voort met Indonesië. Voor het ontbijt Lombok, erna Bali. Judith vindt een manier om foto’s te kopiëren vanop SD kaartje dat niet in gsm past. We gaan naar de grotere supermarkt om boter Er is geen grote pak meer. Douche en verder doen. Judith prepareert heerlijke noodles. We kijken naar Friends en eten nog toast. Ik maak de Google map af tot aan Langkawi en voeg tekst toe tot middernacht.

    15/04: Laat wakker en ontbijten. Rond 14 uur gaan we wandelen. We nemen de kortste weg naar Pantai Cenang en draaien dan terug naar de supermarkt op het einde van de straat. We gaan naar de lange kade met onafgewerkte brug. We doen een poging om erover te geraken maar geven op als we zien dat de balken half afgebrand zijn. We weten niet als de steunpunten nog te vertrouwen zijn. Het is snikheet. We wandelen naast de landingsbaan tot aan een strandje in de bocht. Drie opruimers schuwen ons. We zwemmen kort. Veel wind en golven. We zien in de verte dat de kade niet verbonden is met de andere kant van de brug. We wandelen het hele eind terug. We douchen. Ik chat met Sander en Simon. De lockdown is ook verlengd in België. Judith maakt weer lekkere noodles.

    16/04: Laat wakker. Het is bewolkt. Er komt geen zon op het raam. Ik giet de witte en bruine suiker in een botervlootje en bokaaltje na het ontbijt. We wandelen via kleine straatjes tot aan Petronas tankstation. Een constructiebedrijf dat we passeren is open. We halen vier pao met kip tegenover de moskee en gaan naar de grotere supermarkt en de Eco Fresh Mart. Een douche. Ik chat met Maaike. Judith snijdt groentjes. Ze kookt rijst. Ik maak deeg maar pannenkoeken willen niet lukken. Judith voegt boter, bloem en olie toe aan het deeg. Dan komen ze wel los. Kalim vraagt aan Judith of hij 5 Ringgit kan lenen. Hij was blijkbaar beschaamd. We proppen onze buikjes vol. Dat is lang geleden.

    17/04: De wekker stond om 4 uur maar het regent. We slapen door tot 10 uur. Het regent nog steeds hard. We eten pannenkoekjes op bed. Ik win nog eens met Risk. We gaan laat ontbijten. We winnen elk een spelletje schaak. We babbelen met de Duitsers voor het huis. Een Italiaanse die haar stoeltje verzette op beide balkons is vertrokken. Ze heeft een vlucht naar Europa over drie dagen. We wandelen via een lange ommetoer naar de supermarkt op het einde van de straat om brood. Aan een doodlopende straat komt er een Brit op een koersfiets vanachter een hekken. Hij woont hier. Op de vraag of hij het leuk vindt dat het nu zo rustig is antwoordt hij resoluut nee. Hij heeft een hotel en restaurant. De zaken gaan niet goed. Kalim staat aan de supermarkt. Hij zegt dat hij de situatie niet meer aankan en opent een biertje. Die 5 Ringgit zien we zeker niet meer terug. We wandelen nog naar een klein winkeltje met isomo dozen waar vis in zit. Er zitten geen scampi’s bij vandaag. Judith warmt rijst. We kijken naar het nieuws. De kamer zit plots vol met vliegjes. Het zijn baby termieten. We drinken nog een theetje en kijken naar Friends.

    18/04: We zijn weer wakker rond 8 uur. Risk. Ontbijt. Duits koppel krijgt geld terug van Etihad. Ze zullen vlucht boeken naar Frankfurt. We kijken naar de film ‘L’Ascension’ op Netflix over een zwarte Fransman uit een buitenwijk van Parijs die Mount Everest beklimt. Het is eens een grappige klimmersfilm. We doen een wandelingetje achter de wijk. Er zitten weer geen scampi’s in de isomo dozen. We kijken verder op Netflix naar slechte documentaire over minimalisme. Ik ga de rest van het deeg bakken tot pannenkoeken. Ik gebruik veel olie. Een oudere, Engelse meneer begint te babbelen. Hij blijft hier. Er sterven teveel mensen in de UK. Ik win met Risk. Judith warmt rijst op. We kijken naar vluchten en chatten met het thuisfront. Ik overhaal Judith. We maken zakje en water klaar voor morgen. De wekker staat.

    19/04: Ik zet de wekker uit om 3:45 uur. Ik kruip terug tegen Judith en probeer haar wakker te krijgen maar ze heeft geen zin. Ik ben ook nog enorm moe en denk dat het wel Ok is als we een uurtje later vertrekken. We blijven liggen tot 10 uur. We discussiëren over de gespaarde biljetjes. Ik wandel eens tot het einde van de velden en terug. Judith blijft liggen. We ontbijten euh nu ja na de middag. Ik speel Risk en Judith kijkt naar Friends. Ze gaat om kip met rijst. We blijven lang op de kamer en kijken Friends. ’s Avonds gaan we naar het verscholen strandje. We zagen en klagen en mijmeren over de zin van het leven. We hoeven geen foto te nemen van twee andere toeristen. We mogen hun camera niet aanraken. Op de hoek zit een local. Hij zegt ‘hati hati’ als hij ons opmerkt. Die woorden kennen we nog van Indonesië. Die betekenen ‘gevaar’. Och jong. We maken noodles en snijden wortel en tomaat. Een Duitser die veel op z’n laptop in de keuken zit zal proberen te vertrekken begin mei. Hij hoopt nog in Bali te geraken. Ben komt om warm water voor z’n noodles. Ze hebben een vlucht geboekt op 1 mei met Qatar. Hij zag er wat sip uit. We kijken nog naar het VRT nieuws.

    20/04: De wekker loopt af om 4:25 uur. Derde keer goeie keer! Ik ben wakker. Judith pruttelt tegen maar maakt zich dan ook klaar. Ik eet een stuutje met suiker. Judith krijgt nog niks binnen. We vullen de tweede waterfles bij. De Duitser staat aan de waterverdeler. Hij gaat slapen. We wandelen het donker in. Het lichtje op m’n kop komt van pas op de kade en in het stuk naar de weg naast de landingsbaan. We zien veel felle lichten in de zee van vissersbootjes. We merken een blauw zwaailicht op aan de overkant van de landingsbaan. We doen ons lichtje uit en verstoppen ons op het strand in de bocht waar we enkele dagen geleden zwommen. De pick-up rijdt aan de andere kant van het hekken. Het is security. We wandelen kort verkeerd in doodlopend stuk met een paar straathonden. We zien de reflectie van hun oogjes. Ze wandelen weg. We volgen een lange, verlichte baan. De moskeeën beginnen te zingen. We gaan over een brug en linksaf. We komen in smalle straatjes waar we met de brommer als geweest waren. Te voet kunnen we nu wel over een smal bruggetje. We komen terug op een grotere baan. We kronkelen, dalen en stijgen. Er zitten groepen bruine apen. We roepen luid net als in Police Academy “move it move it move it!” en smijten stenen. Er zitten ook enkele rustige, schuwe dusky leaf monkeys op takken links van ons. Na een Petronas tankstation zit er een troep bruine apen op de weg. Het is moeilijk om ze op een afstand te houden. Het lukt en we geraken er voorbij. We gaan linksaf na de haven en wandelen over een pas. We gaan rechtsaf en komen op de parking aan de slagboom. Het is 9 uur. We hebben in 4 uur 18 km afgelegd. We nemen de weg en trap omhoog naar de 7 wells. Er staat iets meer water in dan toen we passeerden met de brommer. Er is niemand. We vinden een smal jungle pad. Op een pijltje staat: ‘Gunung Machinchang’. Dat is hem. We gaan over twee bruggetjes en stijgen geleidelijk. Er hangen mooie, nieuwe, witte touwen die we niet nodig hebben. Na een uur komen we aan een plakkaat met een U-turn teken. Vanaf hier is het pad moeilijker. We draaien op een smal padje langs vallei en gaan erna steil omhoog. Ik merk op dat m’n linker voet bloedt. Het stelpt niet goed. We stijgen verder. Ik begin te draaien en moet zitten en half liggen. Judith merkt een bloedzuiger op op haar voet. We herinneren ons de uitleg op Mount Makiling, Calamba in de Filipijnen. Niet verwijderen! Het duurt even voor we Ok zijn om verder te gaan. We komen bij een rots. Op een online verslag stond er dat het nu niet ver meer is. We stijgen extreem met touwen langs de rots en komen op de bergkam. Met en grote rots links van ons draaien we naar rechts voor het laatste stuk door een gemaakt weggetje in hoge struiken. We krijgen zicht op de andere toppen naast ons in de keten. We hebben samen volgehouden en bereiken de top waar het ecopark naar genoemd is rond 11 uur. We kunnen zo goed als rondom rond kijken. We zien de noordkust en het Thais eiland Turatao. Het binnenland met de vlaktes en Gunung Raya. De oostkust langs waar we gewandeld hebben met Pantai Cenang en alle eilanden ten zuiden ervan. Koh Lipe, onze hoop op een vervolg van de reis in Thailand, is echter niet te zien door schemerbewolking. Symbolisch zal achteraf blijken. We dalen heel voorzichtig en genieten van het uitzicht. Er vliegt een Langkawi arend boven ons die lawaai maakt. De bloedzuiger valt van Judith haar voet. Hij is dik en voldaan. We duiken de jungle weer in en dalen langs de steile rotsen. Na een uur bereiken we het makkelijker pad en na twee uur staan we terug aan de 7 wells. Op het laatste stuk zat er een grote dusky leaf monkey. Hij schrok, huppelde weg en sprong in een boom. Ik heb ook een bloedzuiger op m’n linker achilles. Als ik m’n voet in een plas steek valt hij eraf. We wandelen naar beneden langs de niet functionerende kabelbaan en terug linksaf op de pas. Judith steekt haar duim uit. Een oude, rode auto stop. Twee Indonesiërs nemen ons mee naar het Petronas tankstation. Het zijn muzikanten. Ze spelen Hollandse muziek. De chauffeur steekt van wal: “In een discotheek, zat ik van de week”. Haha! We bedanken hen, halen twee ijsjes, een fles lychee frisdrank en een grote fles koud water. Het is ondertussen snikheet. De zon staat hoog en is fel. We wandelen enkele bochten langs apen. Er stopt een leeg busje. We mogen mee. We doen onze mondmaskers aan. De chauffeur is oorspronkelijk van de provincie Jahor ten noorden van Singapore. Hij werkt als chauffeur voor Paradise 101, een hotelcomplex dat nu leeg is. Hij heeft dus tijd om ons te voeren. Mister Jo, kort voor Johani, brengt ons helemaal naar de supermarkt in de straat. Wat een geluk! Ze scannen onze kop. Temperatuur is Ok. We mogen binnen en halen een wortel en twee eieren. We ploffen op het bed na een douche en laten onze beentjes rusten. Ik haal drie zakjes rijst. Het betrouwbare kippenkraampje is het enige dat open is. Judith haalt nog bananenbrood en frisdrank. We vullen onze buikjes en rusten. We denken eraan om terug te gaan naar huis. Uit alle berichtgeving leiden we af dat de situatie wereldwijd niet snel lijkt te veranderen op korte termijn. We chatten met onze familie maar boeken nog geen vliegtickets.

    21/04: We zijn vroeg wakker. Het is 7:30 uur. Aangezien enkel vluchten van Qatar naar Doha de luchthaven van Kuala Lumpur verlaten hebben de voorbije dagen kijken we weer op hun website. Skyscanner is niet te vertrouwen. De prijs voor een ticket naar Parijs is jammer genoeg opgeslagen van 550 naar 780 Euro. Om te blèten! We flippen, kalmeren en zetten alles op een rijtje. Hoogstwaarschijnlijk gaan de grenzen niet open in zuidoost Azië. De tempels zijn gesloten. Het regenseizoen begint. Als we wachten en hier blijven kost dat ook geld en moeten we later in quarantaine in België waardoor we langer niet zouden kunnen werken. We boeken en gaan ontbijten. We relativeren ons verlies met allerlei argumenten en gaan terug naar de kamer. We wandelen kort naar de straat aan Pantai Cenang waar er politie is. De flik kan geen document opstellen dat we door het land kunnen reizen. Het politiebureau is verder. Judith haalt mango en frisdrank. Ik ga om rijst met kip. Judith belt met Gwijde en Sam. Gwijde gaat naar dokter en kan ons komen halen in Parijs. De dokter zei dat we ook niet in quarantaine moeten als we geen symptomen hebben. Dat is hoopvol. Ik speel een lang spelletje Risk. ’s Avonds kijken we nog eens naar de prijzen van de vluchten. Het is nu al meer dan 1000 Euro per persoon. We bellen met Steef. Ze brengt de verificatie van de kredietkaart in orde. Het lukte ons niet om documenten te uploaden met gsm. We kijken naar de laatste drie afleveringen van Kamp Waes.

    22/04: Vroeg wakker. Judith doet kort oefeningen in de kamer. We douchen. We gaan om brood. We merken dat het restaurant aan de overkant van het kippenkraam open is. We halen pao en allerlei cakejes. De toaster is kapot. Een teken dat we weg moeten. Het licht was gesprongen vannacht, zal van kortsluiting zijn. We rusten op bed. Ik speel enkele spelletjes Risk maar win er geen omdat er allianties gesloten worden. We wandelen waarschijnlijk voor de laatste keer op ons weggetje door de velden naar de supermarkten. Judith haalt ananas, paprika en frisdrank. We douchen en bekomen van de hitte op de kamer. Judith snijdt groentjes en chat met Esther. Ik speel Risk en verlies weer alles behalve het laatste spel. Ik neem eerst Zuid-Amerika, vervolgens geduldig Noord-Amerika en wacht dan af. De speler die Oceanië had hield het langst vol. Judith maakt lekkere rijst, de beste tot nu toe. Er komt een storm opzetten. Een zware bliksem knalt dichtbij naar beneden. Ik ben bang en schuil kort in de WC. De gierende wind jaagt de regen door de gang. De voetbalgoal op het veld naast Villa Thai is omgevallen. Ik doe de afwas. Op de terugweg sta ik even te praten met Ben in de gang. Kalim komt erbij staan. Hij zegt dat de ramadan vrijdag begint. Enkele van z’n vrienden hebben zich bekeerd tot de islam omdat ze dan meer geld krijgen van de overheid. Deze vermenging van religie en politiek lijkt me niet zo goed. Judith kijkt naar Friends. Ik speel nog een spelletje Risk.

    23/04: Ik kijk op gsm. Nog geen mail van Karel. Singapore en Indonesië hebben hun lockdown verlengd tot eind mei en begin juni. We zoeken op langs waar we vanaf morgen zullen reizen. We doorkruisen vier provincies: Perlis, Kedah, Perak en Selangor. We kijken naar VRT nieuws. De scholen zouden weer open gaan thuis. Judith probeert te bellen naar busmaatschappij maar ze nemen niet op. We wandelen na het ontbijt langs de velden en kleine straatjes naar het noorden. We zijn hier nog niet geweest. We gaan rond het vliegveldje en steken rondpunt over. We komen bij politiebureau. Het is dicht. We vragen info aan bandencentrale ernaast. Er is een nieuw politiebureau iets verder. Judith haalt iets verder rijst met kip en grote scampi. We gaan links af aan moskee en komen in velden. Een klaagzang begint achter ons. Aan splitsing vragen we nog eens de weg aan eetkraam. Het is naar links. We hebben hier al gewandeld in het donker ’s nachts, richting Machinchang. We vinden het politiebureautje op de rechterkant. Er is airco. Een mevrouw met een doek helpt ons. Ze denkt eerst dat we Langkawi met een vlucht zullen verlaten maar als we verduidelijken dat we over land gaan zegt ze dat er geen bussen of treinen meer zijn. Ze zegt dat we een document moeten invullen in ons hotel en dan moeten terug komen. Als ik uitleg dat we 5 uur gewandeld hebben naar hier geeft ze een stylo en mogen we mee in een kantoortje met een flik die juist binnen komt. Hij tekent en zet een stempel. In de sacoche. We wandelen terug aan de andere van het vliegveldje. Vlak voorbij het strandje in de bocht werkt Judith haar duim. Er stopt een witte Nissan. Een kale meneer neemt ons mee naar de supermarkt. Hij zegt dat een vriend van hem met de trein van Penang kwam twee dagen geleden. Oh la! Hoopgevend. Als we terug op de kamer zijn probeer ik callcenter van KTM te bellen. Er zijn 22 nummers beschikbaar maar enkel via berichten in Whatsapp. We voegen ze samen allemaal toe en ik begin door te vragen naar degen die antwoorden. Er rijden enkele treinen op het traject met een gaatje van 50 km zonder verbinding. Dat moet lukken! Ik kleur karton in om te liften en we gaan naar ATM. Het lukt niet om geld af te halen. We maken er een afscheidswandelingetje van langs Pantai Cenang. Als avondmaal eten we fruit en bananencake. Judith zoekt nog overnachtingsmogelijkheden op in Butterworth, Ipoh en Kuala Lumpur. Het was een productieve, laatste volle dag in Langkawi. We weten nog niet als de movement control order of lockdown verlengd wordt. Hopelijk loopt alles gesmeerd en geraken we door alle provincies. We zijn zenuwachtig als we proberen te slapen.

    24/04: We slapen niet zo goed. ’s Nachts heb ik gelezen dat de lockdown verlengd is tot 12 mei. Er zit een mail van Karel in inbox. Douche, eten en opruimen. Klaar om 8 uur. Plan A is een bus van Kuala Perlis naar Kuala Lumpur. Plan B zijn verschillende treinen over enkele dagen. Plan C is liften. Benieuwd wat het wordt. We krijgen de 50 Ringgit waarborg van de kamer terug en zeggen gedag tegen de luie mevrouw op het bankje. Kalim komt nog onze hand schudden voor we in Grab autootje stappen. De chauffeur neemt een alternatieve route in het groene binnenland waar we nog niet gepasseerd zijn. De jonge gast is vriendelijk en was al na twee minuten aan Villa Thai. Hij rijdt helemaal naar de terminal en houdt zich aan de prijs. Het loket voor de ferry is open vanaf 10 uur. We staan in de rij op een meter van andere mensen die aanschuiven. Gele streepjes op de grond duiden de afstand aan. De terminal gaat later open. We halen geld af met Judith haar kaart, de mijne weigert weer.. Onze temperatuur wordt gescand en we moeten gegevens invullen op een dubbel papiertje. Iedereen gebruikt dezelfde stylo’s.. Er is nog steeds één ferry per dag naar Kuala Perlis om 11 uur. We zitten weer aan een raam. Het is ijskoud. De airco staat veel te hard. Als we maar niet ziek worden nu.. We varen ten zuiden van het groen Pulau Timun. Als we na een uurtje bibberen dichter bij het vaste land komen kunnen we ver naar het noorden kijken. Wat een mooie kust heeft Thailand. Iedereen stapt af zonder al te veel social distancing. We vinden een grote hall met één open loket van de maatschappij Cosmic. Er rijdt nog één bus per dag om 13:45 uur! Ok, het wordt plan A! We kopen tickets, nemen alle belangrijke dingen mee en laten zakken achter. We vinden een straat verder een Chinees die rijst en noodles maakt voor ons. We gaan ondertussen om brood, watermeloen, bananencake en frisdrank. We nemen alles terug mee naar de hall. Er is een WC. De rijst en noodles zijn heerlijk. Er zitten scampi’s in.

    Comments

  • 30Apr 2020

    36 Kuala Lumpur² 04/30/2020 Malaysia —

    Perdana Botanical Gardens, Kuala Lumpur, Malaysia

    Description

    De bus is zeer luxueus. Buiten ons zitten er nog twee passagiers en twee chauffeurs op. We stoppen vijf keer in Perlis en Kedah bij roadblocks van politie en leger. Twee keer komt er politie op de bus. Ze vragen naar ‘police letter’. Daar hadden we gisteren gelukkig voor gekeken. De bus gaat van de vele rijstvelden in het noorden langs Penang rechts van ons via een pas met rotsformaties tot in Ipoh. Hier stoppen we aan een Petronas voor een 30-tal minuten. We eten bananencake en gaan naar WC. Judith vraagt een hotspot aan de tweede chauffeur. Ze contacteert zoveel mogelijk hosts op AirBNB maar dan valt het internet weg. Het begint hard te regenen. Het is al pikkedonker als we rond 20 uur Kuala Lumpur binnen rijden. We stoppen in de Bersepadu Selatan terminal en niet KL Sentral! We gaan binnen na een negatieve temperatuurscan en worden aangesproken door politie. Hij wil ons met een dure taxi naar een duur hotel aan de luchthaven laten brengen. Dat gaat niet door vriend. Daar hebben we geen geld voor. Er is een goedkoper hotel, dichter in de buurt. We willen liever zelf zoeken maar geraken niet op wifi. Een groen taxi brengt ons 5 km verder naar het Time Hotel. Het is het enige budget hotel dat nog open is. De eigenaar is namelijk een flik.. De receptionist heeft kortere rechterarm waar een stomperig handje aanhangt. We krijgen de toeristentaks van de prijs als we geen twee maar vijf nachten boeken. We verkiezen een kleine kamer met goeie wifi boven een grotere kamer. We informeren onze familie en Laura en Ben. We kijken naar het nieuws.

    25/04: We slapen diep. Dit zijn betere matrassen. We krijgen mail van Qatar dat er toch nog kredietkaart verificatie nodig is aan de check-in. Judith stuurt een mail naar haar bank met de vraag om nieuw document waar het bedrag van de vlucht opstaat. Ik speel en win Risk. We gaan een eindje wandelen rechts achter het hotel. Een Foodpanda, waar er een heleboel van rondreden op Langkawi, wijst ons de weg naar een grotere supermarkt. Het is er druk. Iedereen moet een kar nemen om afstand te houden. We kruisen een lange rij gemaskerde Aziaten. Weg hier! We verkennen de straatjes er rond. Veel Chinezen die laksa, cakajes, pao en noodles verkopen. Judith haalt appelsapje in kleiner winkeltje. Op de hoek zitten de pao’s in houten stoomkokers. Zo’n grote hebben we nog niet gezien. We nemen er één samen met sticky rice met zoete eend. We wandelen terug naar het hotel. Het eten is lekker en vult goed. Judith haar bank antwoordt dat ze pas volgende maand zo’n document kunnen voorleggen. M’n antwoord naar Qatar is één waar geen speld tussen te krijgen is. Judith kijkt naar Friends. Ik speel Risk en win nog twee keer. Het gaat beter hier dan in Langkawi. Zit de betere wifi er voor iets tussen? We nemen nog een kijkje buiten na een regenbui. In de straten achter het hotel zijn er nog veel restaurants die take away organiseren. We vinden weer een Chinees met veel keuze in gerechten. We eten op de gang. Gefrituurde champignons met rijst en groentjes in zoetzure saus? Het is lekker en veel. We gaan zeker terug. Het stomp handje komt een grote rol WC papier brengen. Qatar antwoordt dat alles Ok is. Owned! Judith kijkt naar Flikken Maastricht. Ik schrijf een aanbeveling op de Facebookpagina van Villa Thai en voeg eigenares en Laura te op sociale media. We wandelen nog eens tot het einde van de buitengang om de verlichte puntjes van de Petronas torens te zien. Een Chinees zegt “You still go out? The police will get you!” Nee man, rustig. We weten dat we na 20 uur niet meer op straat mogen. “Just end of the balcony.”

    26/04: Vroeg wakker. Blijven lang , heel lang liggen. Tot wel na de middag. Judith kijkt Friends. Ik speel Risk. M’n statistieken verbeteren. We wandelen over een voetgangersbrug naar het noorden en volgen een brede, kalme baan naar het westen. Op het einde, voor we naar het noorden draaien is er links een Chinees open. We halen een grote pao. Werd tijd, kregen honger. Ons doel vandaag is om een moskee, een Chinese tempel en een Indische tempel te vinden. We slaan rechtsaf nadat we de Sungai Kerayong Rivier overgaan en volgen een brede avenue met veel groen. We komen in een wijk met dezelfde huisjes. Twee verdiepingen met hekkens ervoor waar auto’s achter staan. We komen bij twee grote gebouwen de Faber Towers. Het miezert een beetje. Op het einde van de straat rechts ligt de moskee met blauwe koepel, Masjid Al-Muhsinin. Gesloten uiteraard. We halen ijsjes en cola’tje in de 99 Speedmart. Ernaast is een water bijvulstation. 10 Ringgit cent voor 1,5 liter. Via buitenwijken met appartementsblokken van waaruit er ‘corona’ naar ons geroepen wordt komen we terug aan voetgangersbrug over grote baan. Iets verder links ligt de Chinese tempel, Nanyang Thong Hong Siang. Die ligt in een iets vuilere buurt en voelt ietwat fake aan. We gaan terug op de grote baan en volgen toch wel ongepast een verkeersbrug over de Sungai Klang River. Er is geen voetpad. Moest er geen lockdown reed het hier waarschijnlijk vol verkeer. In een bocht naar beneden komen we aan kleurrijke appartementsblokken. Via een voetgangersbrug steken we een treinspoor en brede baan over. De Indische tempel zou aan de andere kant van de brede baan, richting een heuvel moeten liggen. Via een doorgang langs een zijstraat aan appartementen komen we aan een altaartje. Het ziet er Indisch uit, Vishnu de olifant, is afgebeeld maar er is geen tempel. We wandelen voorbij security die op gsm bezig is en komen bij trappen die leiden naar een werkplaats. Er lopen mannen rond in rokken. Ik vraag aan één op de trap naar de ‘Kuil Sri Maha Kaliamman Temple’. Hij zegt dat die hier niet is. “We zijn allemaal arbeiders van Bangladesh” zegt hij. We gaan terug. De security is wakker en maant ons aan om te wachten. Er komt een brommer aangereden. Gelukkig geen politie maar een opzichter. We zeggen dat we verkeerd gelopen zijn en terug gaan naar hotel. We kunnen ontsnappen. We steken de voetgangersbrug terug over en wandelen een lang stuk rechtdoor langs een afgesloten park en waterzuiveringsstation. Aan appartementsblokken gaan we links en steken brug over bij de samenvloeiing van de Sungai Klang en Kerayong. We komen terug op de weg waar we vandaan kwamen. We slaan de wijk voor het Time Hotel in en vinden een 99 Speedmart met waterstation. We gaan naar dezelfde Chinees als gisteren en bestellen deze keer Thai Tomyam fried rice. De mevrouw geeft een gratis zak soep en zegt aan Judith om haar mondmasker dagelijks te vernieuwen. We zetten ons aan de overkant van de parking op de stoep. Er zit gember in de rijst. We gaan terug naar ons kamertje en nemen een welverdiende douche na vijf uur stappen. De terugweg was vol in de zon. Judith kijkt verder naar Flikken Maastricht en ik speel en win enkele Risk matchen. We blijven lang op. Ik knijp nog een kakkerlak dood.

    27/04: We zijn vroeg wakker voor hoe laat we ging slapen. Ik scheer me. Judith kijkt naar Friends. Na een douche gaan we weer op pad. Eerst naar de 99 Speedmart om nieuwe mondmaskers. We vullen de waterfles bij. We moeten terug want de straten zijn afgesloten met security en hekkens. We gaan via grote straat die we kennen van eerst dag en volgen tot aan bocht naar rechts. Gaan linksaf. Een security agent staart alsof hij nog nooit een blanke gezien heeft. We komen aan een snelwegbrug. We gaan rechts en zien iets verderop politie checkpoints. We slaan straat links zodat we ze vermijden. Er zitten drie groenwerkers op één EX5 Honda brommer met een bak aan voor een bladblazer. Die brommer is over heel het Maleisische schiereiland een sterk merk. Links van ons ligt de Masjid Jamek Seri Petaling moskee. We zien de helft van de koepel. De meerderheid van de coronabesmettingen in Maleisië hebben hier hun oorsprong na een bijeenkomst op 15 maart. We gaan toertje blok. Links ligt een straatje. Er zit security iets verder. Ik ga toch een kijkje nemen en kan de koepel in z’n geheel fotograferen. We gaan door een drukkere winkelstraat en volgen een brede baan bergop terug. Links ligt een Chinese wijk. We wandelen een straat op en af om tempelgebouwtje te zien. Terug aan onze Chinees nemen we pao. Ze zijn kleiner dan die van gisteren maar wel lekkerder. Judith bestelt nog noodles. Ze wacht lang, heel lang. Blijkbaar is er iets verkeerd gegaan. Lost in translation. Douche en middagdutje. We kijken naar Andes Magicos op Netflix. We terug naar buiten om water en ham sweet & sour rice door de regen. Bliksems en donders volgen mekaar op. We eten op de kamer. We checken de website van Qatar als de wifi weer werkt en slaan in paniek. Cancelled?! In Judith haar mailbox zit gelukkig een e-mail waarin staat dat de vlucht enkele uren later zal vertrekken. Oef! We kijken Andes Magicos uit en vallen een pak vroeger dan gisteren in slaap.

    28/04: We zijn wakker rond 8 uur. We staan traag op, douchen en gaan wandelen. Het is bewolkt en miezert. We gaan de voetgangersbrug weer over zoals eergisteren. Dezelfde dakloze ligt er nog onder een doek. We gaan opnieuw om grote pau en eten nog een kleintje erna. Het oud mevrouwtje verstaat geen woord Engels. We gaan links en volgen een grote baan met toch al wat verkeer. We zien toch twee bussen. Aan de afslag naar het centrum staat een politieblokkade. Ik had weer een moskee aangeduid als doel van de wandeling, de Masjid Abdul Rahman Bin Auf. Ik neem een paar foto’s vanop parking. Judith wordt aangevallen door muggen. We wandelen terug en slaan een Chinese winkelstraat in. Om de hoek halen we brood in een KK Mart. We wandelen langs appartementsblokken en Chinees tempeltje. Via een wijk met eerst kleine huisjes en dan villa’s komen we terug in de wijk die we kennen achter het hotel. Een mevrouw in een klein autootje biedt ons een lift aan. Vriendelijk, zeker in deze tijden. Judith gaat om fruitsap voor we terug naar onze kamer gaan. Als de wifi werkt checken we in voor de vlucht en zorgen we dat alle documenten op beide gsm’s gedownload zijn. Ik verdeel ook al wat er in de handbagage moet. We berekenen de kosten van de reis. De helft zijn vluchten. Ik stort geld naar Judith zodat we quitte staan. Het hotel heeft een luidruchtige buurman. Yu Eckzos, de exhaust specialist. De uitlaten gaan hard. Het gaat er luid aan toe. We kijken naar Friends.

    29/04: Laura en Ben sturen berichtjes. Hun bus heeft een accident gehad. Ze sturen foto met kapotte voorruit. Ze hebben in busterminal geslapen en zijn net in het hotel. Hun kamer ruikt ook naar rook. Ze gaan slapen. Ik ruim op en Judith gaat om pau. We blijven op de kamer tot 12 uur en check dan uit. We krijgen de 50 Ringgit waarborg terug. We laten de rugzakken staan aan de receptie en gaan naar grote supermarkt. Het is minder druk dan vorige week zaterdag. We halen pau, thee, bananencake en durian sap. Het is een overrompeling in de groeten en fruit afdeling. Snel weg daar. We wandelen terug en zetten ons op de stoep tegenover onze Chinees. Zelfs in de schaduw is het om te stikken. Zweetdruppels zakken van m’n buik en rug. Als we souvenirs gaan wegsteken staat Ben te zwaaien aan het balkon. We zetten ons erbij en babbelen. De tijd gaat rapper. Als ze naar hun kamer gaan is het al na 16 uur. We gaan om Nasi Lemak bij onze Chinees. Het is duidelijk een Maleisisch gerecht. Niet zoet maar straf. Wel lekker. Ik wandel rond op het balkon. Judith belt met het thuisfront. We gaan onze laatste Ringgit gaan uitgeven aan Singapore Mee Hong. We moeten door de gietende regen terug en zijn kletsnat. Het zijn zeer fijne noodles in een gerecht met subtiele, pikante smaak. Het lekkerste als laatste. De mevrouw aan de receptie denkt dat we best al om 20 uur een Grab bestellen. Ze gelooft niet dat je niet vroeger naar de luchthaven zou mogen zoals de chauffeur van de groene taxi ons verteld had. Dat doen we dan ook. Na een knuffel van Laura en Ben kruipen we in een rode, Grab taxi. De chauffeur is stil. Het regent. Na de tol zegt hij dat dit niet inbegrepen is in de prijs. We hebben nog 70 Ringgit, dat is 5 meer dan de prijs voor de rit maar 3 te kort voor het bedrag met de tol erbij. De chauffeur zegt gelukkig dat het Ok is en rijdt door. Hij zet ons af aan terminal 2. Er zijn maar weinig lichten die branden. Aan de infobalie die ontsmet wordt zeggen ze dat Qatar in terminal 1 zit. Er rijdt een gratis paarse shuttle bus. We wachten een 5-tal minuutjes en daar komt hij al. We stappen over op andere bus aan lange termijn parking en uit aan terminal 1. Er branden hier ok maar weinig lichten. We vinden een douche in WC’s op verdiep tussen het 3e en 4e. Ik leg me een uurtje op een matje aan de incheckbalie.

    30/04: Het duurt even om in te checken. Ze nemen hun tijd om iedereen hun route en eindbestemming te controleren. Iedereen in de rij heeft een mondmasker aan. We gaan door de paspoortcontrole en warmtescanner en nemen weer een bus naar de juiste plaats op de terminal. Het is wachten tot de gate opent. Handbagage wordt gescand. En opnieuw wachten tot we mogen instappen. We vechten tegen de slaap. We zitten achteraan in de middelste rij. Er zit niemand naast ons. Het vliegtuig naar Doha is zeker minder dan de helft gevuld. Alle personeel en passagiers dragen mondmaskers. We rusten, slapen lukt niet. Boven de Straat van Malakka krijgen we te maken met hevige turbulentie. Ik knijp hard in Judith haar hand. Het mindert boven de Indische Oceaan maar stopt pas volledig als we terug boven land, boven India vliegen. We krijgen twee keer ontbijt. Het is divers maar niet zoveel. We luisteren naar muziek en laten onze ogen rusten. Als we landen in Doha is het nog donker. De piloot zegt dat het ramadan is en dat we niet mogen eten. Het is een poep chique luchthaven. Het duurt wel even voor we WC’s vinden die niet afgezet zijn. We ontsmetten onze handen met zeep die stinkt naar alcohol en zetten ons aan de gate waar we enkele uren wachten. Het wordt drukker. Qatar Airways blijft werken ondanks de coronacrisis. Gelukkig heeft het oliestaatje geld genoeg en kan het zich permitteren om te vliegen met verlies. Het is hen waarschijnlijk om de prestige te doen. Als enige blijven vliegen in deze historische crisisperiode. Het vliegtuig naar Parijs zit niet eens voor een kwart gevuld. We zitten weer achteraan, rechts deze keer. We krijgen maar één ontbijtje tijdens 6 uur vliegen. Gelukkig wel veel drankjes. Ik luister naar muziek van Titanic en CD’s van Dire Straits. Judith slaapt op m’n schoot. De tijd gaat snel voorbij. Er staat veel wind in Parijs en de Amerikaanse piloot heeft moeite om het vliegtuig recht te houden tijdens de landing. We komen met een knalletje terug op Europese bodem. We laten onze familie weten dat we geland zijn. We zoeken een WC en gaan door de paspoortcontrole. De douanier draagt geen mondmasker of handschoenen. We halen de rugzakken van de band en gaan naar buiten. Het is frisjes. Ik rits de broeksuiteinden vast. Voor het eerst in maanden heb ‘k weer een lange broek aan. De Franse politie heeft Gwijde doorgelaten na controle van enkele documenten. We staan misschien 10 minuten aan terminal 2A als we de Volkswagen zien aankomen. Hij heeft sandwiches en chocolade mee die zeer welkom zijn. De Belgische politie aan de grens is zeer laks en voert geen controle uit. ‘Ah Maleisië, en hoe was het daar? Ja, rij maar door hoor.’




    De avond zelf krijg ik nog goed nieuws. Ik mag terug gaan werken vanaf 11 mei. Ook al zal het opnieuw wennen zijn, na de vele dagen zonder doel op Langkawi kijk ik ernaar uit om me weer nuttig te maken en m'n collega’s te zien. De week dat ‘k nog thuis ben compileer ik reisfilmpjes. Ik krijg enkele avonden op rij hevige, koude rillingen en pijn in m’n borst. Enkel een stomend hete douche kan me kalmeren. Ik heb geen idee wat me overkomt en laat voor de zekerheid een corona test afnemen. Die is negatief. Ik had waarschijnlijk de eierpuf na het veel te snel verorberen van de chocolade van Pasen die nog in de kast lag. Nadat ‘k me beter voel klussen we in de Potentestraat. We mesten het kippenhok uit, slepen de schommel uit de grond, kuisen en voegen de oprit en schilderen stoelen en een bankje. Het laatste weekend van mei fietsen we naar en in heuvelland met Steef en Gwendolyn. Het is de Himalaya niet maar we amuseren ons en het is beter dan thuis te zitten blèten. Wicked Campers stort eindelijk de waarborg van het busje terug. Na enkele weken went het gewone werkleven weer. Judith krijgt meer werkaanbiedingen dan verwacht in deze crisistijden en kan half juni opnieuw starten in de juridische sector.

    Comments